Bijlage 07 - Bij toelichting - Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
RAPPORT:
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen
PROJECTNUMMER: B23.8909 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen
PROJECTNUMMER: B23.8909 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: Aldi Culemborg BV
DATUM: 20 juli 2023
Auteur:
Autorisatie:
Ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B23.8909/R8909-01/MH Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING Aldi Culemborg BV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse verkennende bodemonderzoeken en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, de NEN 5740/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De diverse (bodem)onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren R. van der Sangen en ing. H.M.W. van der Donk. Conclusies bekende gegevens Op basis van de beschikbare informatie zijn van de locatie en/of directe omgeving diverse bodemkwaliteitsgegevens bekend.
In de grond op de locatie werden maximaal licht verhoogde gehalten voor fenol en cadmium aangetoond. Het grondwater is destijds niet onderzocht, omdat het grondwater erg laag stond. Uit de bodemonderzoeken in de omgeving blijkt dat in de grond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters werden aangetroffen. Uit de bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat de locatie reeds sinds 1850 diverse bebouwing heeft gekend en dat vanaf circa 1972 ook een boomgaard aanwezig is geweest. Tevens is een voormalig sloot zichtbaar tot circa 1975. Van de locatie zijn diverse bouw- en milieuvergunningen verkregen en bestudeerd. Uit de vergunningen met bijbehorende tekeningen blijken geen voor bodemverontreiniging verdachte (deel)locaties en/of overige bijzonderheden. Derhalve dient voor de herontwikkeling een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5740 (landbodem) en NEN 5707 (asbest in bodem), waarbij de algemene bovengrondkwaliteit (NEN en asbest) en de (oorspronkelijke) teeltlaag (OCB) als verdacht dienen te worden beschouwd op het voorkomen van bodem- en asbestverontreiniging. Tevens dient rekening gehouden te worden met een voormalige sloot.
Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennende bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de (voormalige) bebouwing, verhardingen en voormalige sloot aandachtspunten vormden.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
3 Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen. In zowel de ondergrond als in het grondwater zijn namelijk maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. Teeltlaag In de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCBparameters aangetoond. De voormalige boomgaard heeft derhalve niet geleid tot een ernstige verontreiniging met de OCB-parameters. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest.
Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Analytisch (fractie < 20 mm) is eveneens geen asbest (< 2,0 mg/kg d.s.) aangetoond. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Over de contactzone kan daarnaast nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (verhardingen, vegetatie en opgeslagen goederen) op het maaiveld. Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen bestemmingsplan wijziging en/of herontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen.
Bij de eventuele afvoer van grond dient rekening te worden gehouden met de resultaten van voorliggend onderzoek. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen en onderzoeken worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Geadviseerd wordt om, na verwijdering van de momenteel aanwezige belemmering (verhardingen en vegetatie) op het maaiveld, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725) ...................................................................................................... 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 7 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 7 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 7
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 7
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 8 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE BODEMONDERZOEKEN .................................................................. 8 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 8
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 10 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 10 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 11
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 12 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 12 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 12 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 14
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 16 9.1. CONCLUSIES VERKENNENDE BODEMONDERZOEKEN............................................................................... 16 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST .......................................................................... 16 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 17
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 18
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Situering in de regio Situatieschets met boringen, peilbuis en proefgaten Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren verkennend onderzoek naar asbest, inclusief foto’s Relevante historische informatie
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
5
1.
INLEIDING Aldi Culemborg BV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse verkennende bodemonderzoeken en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen. De diverse (bodem)onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren R. van der Sangen en ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De diverse (bodem)onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen en staat kadastraal bekend als gemeente Beuningen, sectie B, nummers 3224, 3225 en 3587. Op de locatie zijn enkele facilitaire bedrijven/kantoorpanden aanwezig, zoals een huisartsenpraktijk, praktijk voor fysiotherapie en accountantskantoor. De locatie heeft een totale oppervlakte van 2.522 m2 en is voor circa de helft bebouwd. Uitpandig zijn voornamelijk elementenverhardingen en begroeiing/bosschage aanwezig. Het voornemen bestaat om op de locatie een nieuwe Aldi supermarkt te realiseren met 17 appartementen. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Historisch onderzoek (NEN 5725)
Voorafgaand aan de diverse bodemonderzoeken is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (landbodem). Hierbij zijn de websites van de provincie Gelderland, www.topotijdreis.nl, www.google.nl en www.kadaster.nl bestudeerd. Tevens is reeds een omgevingsrapportage gedownload via de website van de provincie Gelderland. Begin juni is tevens historische informatie opgevraagd en verkregen van de gemeente Beuningen. De relevante historische gegevens zijn bijgevoegd als bijlage 7.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
6 Voormalig en huidig gebruik locatie en directe omgeving Op basis van de luchtfoto’s en het historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl is de locatie in de periode 1850-1992 veel in ontwikkeling geweest waarbij diverse bebouwing, een watergang (tot circa 1975) en een boomgaard (vanaf 1972) aanwezig zijn geweest. De huidige bebouwing dateert volgens de BAG viewer van het Kadaster uit de periode 1988-1990. Naar verwachting is de huidige elementenverharding omstreeks dezelfde periode aangelegd. Toekomstig gebruik Het voornemen bestaat om locatie te herontwikkelen voor een supermarkt met appartementen. Hierbij wordt de bestemming gewijzigd. Bodemkwaliteitsgegevens (omgevingsrapportage) Op basis van de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland is van de locatie een oriënterend bodemonderzoek bekend uit 1984 voor het Terrein “V.D. Pol”1 (Haskoning, d.d. 0908-1984). In de grond werden maximaal licht verhoogde gehalten voor fenol en cadmium aangetoond. Het grondwater is destijds niet onderzocht omdat het grondwater erg laag stond. Verder zijn van de omgeving diverse onderstaande onderzoeken bekend uit de periode 19952012. - Verkennend bodemonderzoek nabij Wilhelminaweg 102 (Ecopart, kenmerk 15590, d.d. 30 maart 2012); - Verkennend bodemonderzoek centrum van Beuningen (Tebodin, kenmerk 332797, d.d. 7 juli 1995).
Uit de bodemonderzoeken in de omgeving blijkt dat in de grond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters werden aangetroffen. Bouw en milieuvergunningen Van de locatie zijn diverse bouw- en milieuvergunningen verkregen van de gemeente Beuningen en bestudeerd door een medewerker van VMT. Uit de vergunningen met bijbehorende tekeningen blijken geen voor bodemverontreiniging verdachte (deel)locaties en/of overige bijzonderheden. PFAS Voor zover als bekend is voor PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving geen sprake van mogelijke puntbronnen. Momenteel wordt ervan uitgegaan dat geen grond wordt afgevoerd van de locatie en een PFAS onderzoek niet noodzakelijk is. Asbest Aangezien in de periode 1850-1990 op de locatie diverse malen bouwactiviteiten hebben plaatsgevonden, kan niet uitgesloten worden dat op locatie asbesthoudende materialen zijn toegepast of in de bodem terecht zijn gekomen. Derhalve dient de locatie als verdacht te worden beschouwd op het voorkomen van een asbestverontreiniging in de bodem. Conclusies bekende gegevens Op basis van de beschikbare informatie zijn van de locatie en/of directe omgeving diverse bodemkwaliteitsgegevens bekend. In de grond op de locatie werden maximaal licht verhoogde gehalten voor fenol en cadmium aangetoond.
Het grondwater is destijds niet onderzocht, omdat het grondwater erg laag stond. Uit de bodemonderzoeken in de omgeving blijkt dat in de grond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters werden aangetroffen. Uit de bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat de locatie reeds sinds 1850 diverse bebouwing heeft gekend en dat vanaf circa 1972 ook een boomgaard aanwezig is geweest. Tevens is een voormalig sloot zichtbaar tot circa 1975.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
7 Van de locatie zijn diverse bouw- en milieuvergunningen verkregen en bestudeerd. Uit de vergunningen met bijbehorende tekeningen blijken geen voor bodemverontreiniging verdachte (deel)locaties en/of overige bijzonderheden. Derhalve dient voor de herontwikkeling een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5740 (landbodem) en NEN 5707 (asbest in bodem), waarbij de algemene bovengrondkwaliteit (NEN en asbest) en de (oorspronkelijke) teeltlaag (OCB) als verdacht dienen te worden beschouwd op het voorkomen van bodem- en asbestverontreiniging. Tevens dient rekening gehouden te worden met een voormalige sloot. 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 4 meter dikke deklaag aanwezig, behorend tot de afzettingen van het Holoceen. De deklaag bestaat uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijne zanden. Hieronder bevindt zich het eerste watervoerende pakket met een dikte van circa 51 meter. Het pakket behoord tot de Formaties van Kreftenheye, Peize en Waalre en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand, met weinig zandige klei. Het tweede watervoerende pakket wordt van het eerste watervoerende pakket gescheiden middels een goed doorlatende laag van circa 3 meter dik, behorend tot de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich een tweede watervoerende pakket tot circa 203 m-mv. 4.2.
Geohydrologie
De grondwaterstromingsrichting in het eerste watervoerende pakket alsmede in het freatisch vlak is globaal noordelijk gericht, in de richting van de Waal. De stromingsrichting van het freatisch grondwater kan verder worden beïnvloed door overige lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De onderzoekslocatie bevindt zich voor zover als bekend niet in een grondwaterbeschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens wordt voor de locatie uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging, waarbij de (voormalige) bebouwing, verhardingen en voormalige sloot aandachtspunten vormen. Daarnaast wordt voor de (oorspronkelijke) teeltlaag eveneens uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging met OCB.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
8
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse bodemonderzoeken
Verkennende bodemonderzoeken Algemene kwaliteit (inclusief voormalige sloot) Voor de onderzoeksopzet van de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van het verhard en bebouwd deel, is de NEN 5740 gehanteerd, waarbij is uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging’ (VEDHE-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 3.000 m2. Voor de ondergrond is uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL, 3.000 m2). Onderzoek vindt enkel uitpandig plaats. Alle boringen worden doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv in verband met de (voormalige) bebouwing en verhardingen. Aanvullend wordt ter plaatse van de gedempte sloot een dwarsraai van 3 boringen tot circa 2,0 m-mv, haaks op de gedempte sloot, geplaatst. Vooralsnog zijn hiervoor geen extra grondanalyses opgenomen, maar wordt de grond in eerste instantie visueel beoordeeld. Teeltlaagonderzoek voormalige boomgaard Aanvullend is er een teeltlaagonderzoek uitgevoerd, ter plaatse van de locatie, afgeleid van de onderzoeksopzet voor een ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging’ (VED-HE-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 3.000 m2, waarbij de teeltlaag afzonderlijk wordt bemonsterd en geanalyseerd op OCB.
Verkennend bodemonderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is de NEN 5707:2015/C2:2017 gehanteerd, waarbij is uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging’ (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. De veldwerkzaamheden van de diverse (bodem)onderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuis en proefgaten is rekening gehouden met de diverse bekende aandachtspunten. 6.2.
Veldwerkzaamheden
Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6) protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en, afgezien van een efficiënte maaiveldinspectie, protocol 2018 locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep en Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
9 Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 20 juni 2023
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal
29 juni 2023
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse (bodem)onderzoeken. Verkennende bodemonderzoeken Grond Ten behoeve van het bepalen van de diverse bodemonderzoeken zijn in totaal 16 boringen (B01 t/m B14) geplaatst. De raaiboring B11A-C is gesitueerd ter plaatse van de voormalige watergang De boring PB03 is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 1,0 m-mv B01, B02, B04 t/m B07, B09, B10, B12 t/m B14
Boringen / peilbuis Circa 2,0 m-mv B08, B11A-C
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB03 (2,50-3,50)
Grondwater Het grondwater uit de peilbuis PB03 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 29 juni 2023 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locatie grotendeels is bedekt met verhardingen en vegetatie > 2 cm (90%). Er heeft derhalve, in afwijking van de NEN 5707 geen efficiënte maaiveldinspectie (< 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en op basis van de waarnemingen in het veld zijn in totaal 14 proefgaten (B01 t/m B14) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten.
Hierbij zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In het veld zijn vier grondmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.4 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn, inclusief foto’s, opgenomen in bijlage 6. De situatieschets met de boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
10
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
11 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.
De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de toplaag (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
12
8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem op onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot circa 0,5 m-mv uit matig tot zeer fijn, zwak siltig, matig humeus zand. Vanaf 0,5m-mv tot circa 2,0 m-mv is zwak tot sterk siltige klei aanwezig. Vanaf 2,0 m-mv tot aan de maximale boordiepte van 3,5 m-mv bestaat de bodem uit matig fijn, zwak siltig zand. De tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk aangetroffen bijzonderheden zijn weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring / proefgat B01 B02 PB03 B04 B05 B06 B07 B11A B11B B11C B12 B13
Diepte boring (m -mv) 1,00 1,00 3,50 1,00 1,00 1,00 1,00 2,00 2,00 2,00 1,00 1,00
Traject (m -mv) 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,50 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei
Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen
Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen overige waarnemingen (zoals olie-water reacties, slib) gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse mengmonsters samengesteld. Aangezien ter plaatse van de voormalige watergang zintuiglijk geen bijzonderheden zijn aangetroffen (o.a. slib), zijn de monsters uit deze dwarsraai met boringen opgenomen in de mengmonsters van de algemene bodemkwaliteit. In verband met het aantreffen van diverse bodemvreemde bijmengingen en diverse verschillende grondlagen is wel één extra mengmonster samengesteld en geanalyseerd een standaard NEN-pakket. De mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
13 Tabel 8.2: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster
Omschrijving
MM01
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM02
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM03
Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MM04
Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MM05
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Teeltlaagonderzoek MMOCB01 (Oorspronkelijke) teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen MMOCB02
(Oorspronkelijke) teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MMOCB03
(Oorspronkelijke) teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
B01 (0,10 - 0,50) B05 (0,10 - 0,50) B07 (0,10 - 0,50) PB03 (0,10 - 0,50) B09 (0,10 - 0,50) B11B (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B02 (0,50 - 1,00) B04 (0,50 - 1,00) B06 (0,50 - 1,00) PB03 (0,50 - 1,00) B07 (0,50 - 1,00) B11B (0,50 - 1,00) B12 (0,50 - 1,00) B13 (0,50 - 1,00) B08 (1,00 - 1,50) B08 (1,50 - 2,00) B11B (1,00 - 1,50) PB03 (1,50 - 2,00)
NEN
> AW < I -
Resultaten >I -
NEN
-
-
NEN
Cu, Hg, Pb
-
NEN
Pb
-
NEN
Ni
-
B01 (0,50 - 0,80) B02 (0,50 - 0,80) B04 (0,50 - 0,80) PB03 (0,50 - 0,80) B05 (0,50 - 0,80) B06 (0,50 - 0,80) B07 (0,50 - 0,80) B12 (0,50 - 0,80) B08 (0,50 - 0,80) B09 (0,50 - 0,80) B10 (0,50 - 0,80) B14 (0,50 - 0,80)
OCB
-
-
OCB
-
-
OCB
-
-
Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen inclusief organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen / waargenomen.
Grondwater Het grondwatermonster met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuis met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I PB03 2,50 - 3,50 1,91 6,9 633 6,55 NEN Ba Toelichting bij tabel 8.3: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en natuurlijke troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
14 Asbest Zowel op het maaiveld als in het vrijgekomen materiaal uit de boringen en proefgaten zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn vier grondmonsters samengesteld, waarvan er drie zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN5898:2015 (asbest in grond in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Samenstelling grondmonsters asbest Monstercode
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen
MMASB01 B01 t/m B03, B05 MMASB02 B07 t/m B10, B14 MMASB03 B04, B06, B11 t/m B13 MMASB04 B01 t/m B05 Sporen baksteen Toelichting bij de tabel: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond < 20 mm.
Traject (m -mv) 0,10 - 0,50 0,10 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
Soort
Analysepakket
Grond Grond Grond Grond
Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1
De resultaten van de geanalyseerde grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.5. Tabel 8.5: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
MMASB02 MMASB03 MMASB04 Toelichting bij de tabel: -Niets aangetoond.
8.3.
Hechtgebonden
Type
-
-
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In de mengmonsters MM01 en MM02 (zand) van de zintuiglijk schone bovengrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de mengmonsters MM03 en MM04 van de ondergrond (klei) met sporen baksteen zijn licht verhoogde gehalten voor koper, kwik en/of lood aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5 (norm voor nader onderzoek). In mengmonster MM05 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) is een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Teeltlaag In de mengmonsters MMOCB01 en MMOCB02 van de (oorspronkelijke) teeltlaag (klei) met sporen baksteen zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MMOCB03 van de zintuiglijk schone (oorspronkelijke) teeltlaag (klei) zijn eveneens geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
15 Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB03 is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond, ten opzichte van de betreffende streefwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Zowel op het maaiveld als in het opgeboorde en opgegraven materiaal zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In de grondmonsters MMASB02 en MMASB03 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.). In grondmonster MMASB04 van de ondergrond met sporen baksteen uit de proefgaten B01 t/m B05 (0,5-1,0 m-mv) is analytisch eveneens geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
16
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Conclusies verkennende bodemonderzoeken
Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging, waarbij de (voormalige) bebouwing, verhardingen en voormalige sloot aandachtspunten vormden. Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen. In zowel de ondergrond als in het grondwater zijn namelijk maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. Teeltlaag In de (oorspronkelijke) teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCBparameters aangetoond. De voormalige boomgaard heeft derhalve niet geleid tot een ernstige verontreiniging met de OCB-parameters. 9.2.
Conclusies verkennend onderzoek naar asbest
Voor het verkennend onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Analytisch (fractie < 20 mm) is eveneens geen asbest (< 2,0 mg/kg d.s.) aangetoond. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Over de contactzone kan daarnaast nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (verhardingen, vegetatie en opgeslagen goederen) op het maaiveld.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
17
9.3.
Algehele conclusie en aanbevelingen
Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen bestemmingsplan wijziging en/of herontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Bij de eventuele afvoer van grond dient rekening te worden gehouden met de resultaten van voorliggend onderzoek. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen en onderzoeken worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Geadviseerd wordt om, na verwijdering van de momenteel aanwezige belemmering (verhardingen en vegetatie) op het maaiveld, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
18
10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, Wilhelminalaan 41-45 te Beuningen Rapportnr.: B23.8909 versie: 01 datum: 20 juli 2023
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B23.8909
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2017) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
2040
96
6
10
39
Turfsteker
1495
4078 3223
98
3601
4 12T
3224
12R
100 2
3600
Thorb ec
8
3225
4077
2452 9
3587
2202
102 2453 2153
45
2204
Tho
rbe c
106
Bur
gem
1494
3550 5
Wilhe lmina
Marskramer
3
43-43a
laan
10
2
4
6
keplein
41
ees ter G e
radt
slaa n
1889 3102
kep
lein
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0 10
0 1
50
50 2
O 100
100
klinker Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
0 10
0 1
50
50
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2
O 100
100
Boring:
PB03
Boring:
B04
Datum: GWS:
20-6-2023 200
Datum:
20-6-2023
0 10
0 1
50
50 2
O
100
klinker
0
0
Edelmanboor
1
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
50
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
100
50
2
klinker Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
tuin Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
O 100
3 150
150 4
200
200
Klei, sterk siltig, zwak grindig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
250
300 350
350
Boring:
B05
Boring:
B06
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0 10
0 1
50
50 2
O
100
Projectcode: B23.8909 getekend volgens NEN 5104
100
tegel Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
0
0 1
50
50
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2 100
tuin Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
O 100
Bijlage 3
Boring:
B07
Boring:
B08
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0 10
0 1
50
50 2
O 100
100
tegel Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
0 10
0 1
50
50
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2
O 100
100 3
150
150 4
200
200
Boring:
B09
Boring:
B10
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0 10
0 1
50
50 2 100
O
3
80 100
tegel Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
1 50
50
Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
0 10
0
2
O 100
100
Boring:
B11A
Boring:
B11B
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0
50
0
50
tuin Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
100
100
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
150
150
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestbeige, Edelmanboor
200
200
Projectcode: B23.8909 getekend volgens NEN 5104
0
0 1
50
50 2 100
O
Klei, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor Klei, matig siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
tegel Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
tuin Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
150
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestbeige, Edelmanboor
4 200
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
100
3 150
tegel
200
Klei, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
Bijlage 3
Boring:
B11C
Boring:
B12
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0
0
tuin Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
50
50
100
100
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
150
150
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal roestbeige, Edelmanboor
200
200
0
0 1
50
50 2
O 100
100
B13
Boring:
B14
Datum:
20-6-2023
Datum:
20-6-2023
0
1 50
50 2
O
100
Projectcode: B23.8909 getekend volgens NEN 5104
100
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
Klei, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
Boring:
0
tuin
tuin
0 10
0
Zand zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken klei, neutraalbruin, Edelmanboor
50
Klei, zwak siltig, sporen baksteen, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
100
1 50
2
O 100
klinker Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Bijlage 4
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Ruud van der Sangen De Tweede Geerden 21 5334 LH VELDDRIEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 10
: ALDB : B23.8909 : 13891576, versienummer: 1.
Rotterdam, 28-06-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project B23.8909. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 10 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Operations Manager Rotterdam
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 10
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Ruud van der Sangen Projectnaam ALDB Projectnummer B23.8909 Rapportnummer 13891576 - 1
Orderdatum 20-06-2023 Startdatum 20-06-2023 Rapportagedatum 28-06-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 MM02 MM03 MM04 MM05
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 97.3 <1 geen
Ja 94.0 <1 geen
Ja 86.6 <1 geen
Ja 84.9 <1 geen
Ja 82.3 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
0.3
1.5
2.2
2.8
2.3
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
<2
14
23
35
19
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
<20 <0.2 2.4 <5 <0.05 <10 <0.5 6.6 <20
78 <0.2 5.3 15 <0.05 17 <0.5 15 65
150 0.33 7.4 35 0.25 85 <0.5 24 97
200 0.47 10 35 0.13 54 <0.5 31 120
120 <0.2 9.7 15 <0.05 15 0.69 34 58
0.06 0.06 0.02 0.10 0.05 0.04 0.03 0.05 0.04 0.04 1) 0.49
<0.01 0.04 0.01 0.13 0.06 0.06 0.04 0.06 0.05 0.05 1) 0.507
<0.01 0.02 0.01 0.07 0.04 0.04 0.03 0.05 0.04 0.04 1) 0.347
<0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 2) <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S <0.01 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S <0.01 benzo(a)antraceen mg/kgds S <0.01 chryseen mg/kgds S <0.01 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S <0.01 benzo(a)pyreen mg/kgds S <0.01 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S <0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S <0.01 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.07 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds
S S S S S S
002
<1 <1 <1 <1 <1 <1
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
005
2)
Blad 3 van 10
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Ruud van der Sangen Projectnaam ALDB Projectnummer B23.8909 Rapportnummer 13891576 - 1
Orderdatum 20-06-2023 Startdatum 20-06-2023 Rapportagedatum 28-06-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 MM02 MM03 MM04 MM05
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
005
PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds
S S
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 10
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Ruud van der Sangen Projectnaam ALDB Projectnummer B23.8909 Rapportnummer 13891576 - 1
Orderdatum 20-06-2023 Startdatum 20-06-2023 Rapportagedatum 28-06-2023
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
005
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. De toegevoegde interne standaard vertoont een laag rendement. Hierdoor is de betrouwbaarheid van het resultaat mogelijk beïnvloed.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 10
Analyserapport VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Ruud van der Sangen Projectnaam ALDB Projectnummer B23.8909 Rapportnummer 13891576 - 1
Orderdatum 20-06-2023 Startdatum 20-06-2023 Rapportagedatum 28-06-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
006 007 008
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MMOCB01 MMOCB02 MMOCB03