CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 05: VNG Factsheet geheimhouding

Raadsvergadering 10 oktober 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel aanpassing Reglement van orde voor de gemeenteraad 2023 en de verordening op de commissies van de raad van Beuningen 20231.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Factsheet

Geheimhouding Inleiding Op 1 april 2023 treden de nieuwe regels voor de geheimhouding van informatie in werking als laatste onderdeel van de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. Met deze nieuwe regels worden de in de Gemeentewet opgenomen geheimhoudingsbepalingen (de artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet) op belangrijke punten gewijzigd. In de circulaire geheimhouding van het ministerie van BZK staat een uitgebreide juridische toelichting op deze nieuwe regels. Met deze factsheet geven wij u wat meer praktische informatie over de nieuwe geheimhoudingsregels aan de hand van: ^

een tabel met de verschillen tussen de oude en de nieuwe geheimhoudingsregels (pagina 2);

^

een beslisboom met de belangrijkste aandachtspunten bij het opleggen, verstrekken en opheffen van geheimhouding (pagina 3); en

^

antwoorden op vragen over de belangrijkste wijzigingen (pagina 3).

Verschillen tussen de oude en de nieuwe geheimhoudingsregels Onderwerp

Wat blijft bestaan?

1. Uitgangspunt

Openbaarheid blijft uitgangspunt en geheimhou­

2. Wettelijke basis

Het opleggen van geheimhouding blijft geregeld in de Gemeentewet.

Wat ís níeuw?

Wat vervalt?

ding de uitzondering. Alle bevoegdheden komen in één centraal geheimhoudingshoofdstuk (hoofdstuk Va Gemeen­ tewet) in plaats van in een regeling per bestuursor­ gaan (de artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet). Het opleggen van geheimhouding wordt nadrukkelijker losgekoppeld van het verstrekken van geheime informatie aan anderen. 3. (Bevoegdheid tot opleggen van) geheimhouding van schriftelijke informatie

De raad, het college en commissies blijven bevoegd om geheimhouding op schriftelijke

De burgemeester wordt expliciet bevoegd om

De voorzitter van een commissie kan

geheimhouding op schriftelijke informatie op te

niet langer eigenstandig geheimhou-

informatie op te leggen.

leggen.

ding op schriftelijke informatie opleggen.

Geheimhouding kan worden opgelegd op grond van een belang genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, Woo.

4. Geheimhouding van mondelinge informatie

Mondelinge informatie die in een besloten vergadering van de raad of een commissie ter kennis van de aanwezigen komt, is geheim, tenzij de raad of commissie anders beslist. De geheimhoudingsplicht van deze mondelinge informatie geldt dus van rechtswege.

5. Geheime schriftelijke informatie verstrekken

De raad, het college, de burgemeester en commissies blijven bevoegd om informatie waarop zij geheimhouding hebben opgelegd, aan elkaar

Als geheime informatie aan een ander bestuursorgaan wordt verstrekt, wordt daarbij vermeld dat op de betreffende informatie geheimhouding rust.

en aan de rekenkamer te verstrekken.

De raad hoeft de verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan hem verstrekte informatie niet meer te bekrachtigen.

In beginsel is het orgaan dat de geheimhouding

Het college en de burgemeester

heeft opgelegd als enige bevoegd om die informatie met anderen te delen.

hebben niet meer de mogelijkheid geheime informatie aan een of enkele

Voor aan de raad verstrekte informatie geldt een uitzondering: alleen de raad mag deze informatie na verstrekking aan hem nog met anderen delen.

raadsleden te verstrekken. De betreffende informatie moet dan (ook) aan alle (andere) raadsleden worden verstrekt.

De raad kan hierover regels stellen. Informatie die met een commissie wordt gedeeld waarin leden van de raad zitting hebben, moet ook met de gehele raad worden gedeeld. Op het moment dat (een lid van) het college of de burgemeester tijdens een besloten commissiever­ gadering geheime informatie mondeling deelt met de aanwezigen, dan is de regel dat die informatie ook met de gehele raad moet worden gedeeld volgens de Circulaire van BZK (Stb. 2023, 444) niet van toepassing. 6. Duur geheimhou-

In beginsel zijn de raad, het college, de burge-

Als een commissie de geheimhouding heeft

ding

meester en commissies bevoegd de geheimhou­ ding op te heffen ten aanzien van informatie waarop zijzelf geheimhouding hebben opgelegd.

opgelegd, kan de geheimhouding niet alleen worden opgeheven door die commissie, maar ook

Ten aanzien van geheime informatie die met de raad is gedeeld, is de raad exclusief bevoegd de

door het orgaan dat die commissie heeft ingesteld.

geheimhouding op te heffen. Een Woo-verzoek over geheime informatie dient, in het geval de raad bevoegd is de geheimhou­ ding op te heffen, te worden ingediend bij of doorgeleid naar de raad. De raad beslist dan eerst of de geheimhouding kan worden opgeheven, alvorens op het Woo-verzoek wordt beslist. 7. Schending geheimhouding

Schending van de geheimhouding is strafbaar op grond van artikel 272 Wetboek van Strafrecht.

De raad heeft de mogelijkheid om te besluiten dat een lid dat de geheimhouding schendt, voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie verstrekt krijgt. Een dergelijk raadsbe­ sluit staat los van de beoordeling van de strafbaarheid van schending van de geheimhou­ ding in de zin van artikel 272 Wetboek van Strafrecht.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2

Beslisboom voor het opleggen, verstrekken en opheffen van geheimhouding op schriftelijke informatie

Vragen en antwoorden Wat moet er gebeuren met informatie waarop de voorzitter van een commissie geheimhouding heeft opgelegd? De voorzitter van een commissie kan onder de nieuwe geheimhoudingsregels niet langer eigenstandig geheimhouding opleggen op informatie (artikel 86, tweede lid, Gemeentewet (oud)). Alleen de commissie zelf kan informatie geheim verklaren (artikel 87 Gemeente­ wet). De voorzitter kan daartoe wel voorstellen doen. Artikel 292 Gemeentewet voorziet in overgangsrecht ter voorkoming dat de eerder door een voorzitter opgelegde geheimhouding automatisch komt te vervallen bij inwerkingtreding van de nieuwe geheimhoudingsregels. Voor informatie waarop geheimhouding is opgelegd vóór de inwerkingtreding van de nieuwe geheimhoudingsregels, blijft artikel 86 Gemeentewet (oud) gelden. Dat betekent dat de geheimhouding voortduurt tot de voorzitter of de raad de geheimhouding opheft. Indien het informatie betreft waarmee de commissie zich tot de raad heeft gewend, dan is de raad exclusief bevoegd de geheimhouding op te heffen (artikel 86, tweede en derde lid, Gemeentewet (oud)). Wat moet er gebeuren met informatie waarop een college geheimhouding heeft opgelegd en die de raad nog niet heeft bekrach­ tigd? De raad hoeft de verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan hem verstrekte informatie niet meer te bekrachtigen (vgl.

artikel 25, derde lid, Gemeentewet (oud)). Op het moment dat het college informatie waarop geheimhouding rust met de raad deelt, moet de raad de verplichting tot geheimhouding in acht nemen. De raad is evenwel vanaf het moment dat hij de geheime informatie van het college ontvangt exclusief bevoegd te beslissen over het voortduren in de zin van het al dan niet opheffen van de geheimhou­ ding. Desgewenst kan de raad de geheimhouding dus opheffen na ontvangst van de geheime informatie.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3

Mogen individuele raadsleden nog geheime informatie krijgen? Nee. Als de wens bestaat geheime informatie aan een of enkele raadsleden te verstrekken, moet deze informatie aan de gehele raad worden verstrekt (Kamerstukken II 2019/20, 35 546, nr. 3, p. 10 en 20). Ook als geheime informatie wordt verstrekt aan een commissie waarin raadsleden zitting hebben, moet die informatie tevens aan de voltallige raad worden verstrekt (artikel 88, vijfde lid, Gemeente­ wet). Hiermee heeft de wetgever de gelijkheid in de informatiepositie tussen raadsleden willen benadrukken. Ook voorkomt dit dat onduidelijkheid ontstaat over de status van informatie en bijvoorbeeld over de (on)mogelijkheid om deze informatie in de fractie te delen of bespreken. Mag een college geheime informatie met anderen delen? Een college kan in beginsel informatie ten aanzien waarvan hij geheimhouding heeft opgelegd verstrekken aan de raad, de rekenka­ mer en commissies (artikel 88, tweede lid, Gemeentewet). Op het moment dat het college de geheime informatie heeft verstrekt aan de raad, is evenwel alleen de raad nog bevoegd die informatie aan anderen te verstrekken (artikel 88, zesde lid, Gemeentewet). Het college kan de geheime informatie dan dus niet meer aan anderen verstrekken.

Wel kan de raad regels stellen om het (alsnog) mogelijk te maken voor het college om de geheime informatie die het aan de raad heeft verstrekt, ook aan anderen te verstrekken (artikel 88, zesde lid, Gemeentewet). Daarin kan de raad bijvoorbeeld regelen dat het college na het verstrekken van de informatie aan de raad, alsnog zelf de kring van geheimhouders mag uitbreiden. De raad kan daar­ over ook in algemene zin regels stellen, bijvoorbeeld om het college in staat te stellen stukken waarop geheimhouding is opgelegd, met anderen te delen als dit voor het dagelijks bestuur van de gemeente noodzakelijk is. Als het college een bestuurscommissie heeft ingesteld, mag dan alleen het college de door de commissie opgelegde geheimhou­ ding opheffen? Nee, ook de bestuurscommissie zelf mag de opgelegde geheimhouding opheffen. In artikel 89, derde lid, Gemeentewet is geregeld dat als een commissie geheimhouding heeft opgelegd, de geheimhouding zowel kan worden opgeheven door de commissie als door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld (in dit geval het college). Wat moet er gebeuren als een commissie geheimhouding heeft opgelegd op bepaalde informatie en het college hierover een Woo-verzoek krijgt? Het college moet het Woo-verzoek dan doorsturen naar het orgaan dat bevoegd is de geheimhouding op te heffen.

Dat is in het geval van door een commissie opgelegde geheimhouding zowel de commissie zelf als het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. De commissie of dat andere orgaan zal moeten beoordelen of geheimhouding van de informatie nog steeds nodig is. Zo ja, dan blijft er geheimhouding op de informatie rusten en moet het college het Woo-verzoek afwijzen onder verwijzing naar de op de informatie rustende verplichting tot geheimhouding. Zo nee, dan heft de commissie of het andere bevoegde orgaan de geheimhouding op. Het college beslist vervolgens over de openbaarmaking van de gevraagde informatie met inachtneming van de Woo.

Maart 2023 Deze factsheet is opgesteld door: mevr. mr. N.N. Bontje (Pels Rijcken) onder begeleiding van dhr. mr. C.R. Broer (VNG).

r

vng.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=ecbca7ac-571e-4c8a-b604-13de13a21804