Bijlage 05: Parapluplan Archeologie toelichting en regels
Tekst van het document
32
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)
bestemmingsplan Parapluplan Archeologie
Artikel 8 8.1
Waarde-Archeologie 6
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde-Archeologie 6 mede aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Het gaat hierbij om gebieden met een lage archeologische verwachting en specifieke verwachting voor pleistoceen terras.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Op de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie 6' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
8.2.2
Uitzonderingen
In afwijking van het bepaalde in 8.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 5.000 m2 d. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Afwijken a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 8.2.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Vergunning als bedoeld in 8.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. c. Aan de vergunning als bedoeld in 8.3 sub a kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)
33
bestemmingsplan Parapluplan Archeologie
8.3.2
Advies
Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige.
8.3.3
Beoordeling
Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 8.3.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie 6' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, saneren, onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het ophogen van de bodem hoger dan 0,3 m; c. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd f. het aanleggen van drainage; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; j. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 8.4.2
Uitzonderingen
Het in 8.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in 8.3.1 in acht is genomen; b. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; c. die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; d. die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 5.000 m2; e. die niet dieper reiken dan 0,3 m beneden het bestaande maaiveld; f. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; g. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
34
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)
bestemmingsplan Parapluplan Archeologie
8.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning a. Vergunning als bedoeld in 8.4.1 wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. b. Aan de vergunning als bedoeld in 8.4.1 kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 8.4.4
Advies
Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige.
8.4.5
Beoordeling
Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 8.4.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige.
8.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)
35
bestemmingsplan Parapluplan Archeologie
Artikel 9 9.1
Waarde-Archeologie 7
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde-Archeologie 7 mede aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze waterbodem voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Het gaat hierbij om waterbodems met een archeologische verwachting.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Op de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie 7' mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
9.2.2
Uitzonderingen
In afwijking van het bepaalde in 9.2.1 mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: a. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; b. het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m2 d. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m onder de bestaande waterbodem en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 9.3
Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Afwijken a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 9.2.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Vergunning als bedoeld in 9.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van de waterbodem in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. c. Aan de vergunning als bedoeld in 9.3 sub a kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de waterbodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot waterbodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).
36
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)
bestemmingsplan Parapluplan Archeologie
9.3.2
Advies
Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige.
9.3.3
Beoordeling
Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige.
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1
Werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie 7' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het afgraven, saneren, baggeren, onderzuigen van de waterbodem en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; b. het dempen, graven, verdiepen of verbreden van vaargeulen, watergangen en waterpartijen; c. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; d. het uitvoeren van overige werkzaamheden; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. grondwaterpeilverlagingen.
9.4.2
Uitzonderingen
Het in 9.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd, waarbij onderhoudsbaggerwerkzaamheden aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; b. die een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m2; c. die niet dieper reiken dan 0,3 m beneden de bestaande waterbodem; d. die worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe gecertificeerde instantie; e. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)
37
bestemmingsplan Parapluplan Archeologie
9.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning a. Vergunning als bedoeld in 9.4.1 wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van de waterbodem in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. b. Aan de vergunning als bedoeld in 9.4.1 kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de waterbodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot waterbodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). 9.4.4
Advies
Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige.
9.4.5
Beoordeling
Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 9.4.1 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige.
9.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 7' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
38
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)
bestemmingsplan Parapluplan Archeologie
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 11 11.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zone - attentiegebied Romeinse weg
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiegebied Romeinse weg' zijn de gronden mogelijk ter plaatse van een tracé van een voormalige Romeinse weg gelegen.
11.2
Overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiegebied archeologisch onderzoeksgebied' zijn gronden gelegen ter plaatse waarvan archeologisch onderzoek is gestart maar nog niet is afgerond.
11.3
Overige zone - attentiegebied afdekkende laag: dijkdoorbraakafzettingen
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiegebied afdekkende laag: dijkdoorbraakafzettingen' zijn de gronden mogelijk ter plaatse van een dijkdoorbraakafzetting gelegen.
11.4
Overige zone - bodemverstoringen
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bodemverstoringen ' zijn de gronden ter plaatse van afgegraven, geëgaliseerde, opgeworpen en vergraven zones gelegen.
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)
39
bestemmingsplan Parapluplan Archeologie
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1 a.
b. c.
b.
c.
d.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 “/o. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.2 a.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie'.
40
bestemmingsplan "Parapluplan Archeologie" (concept)