Bijlage 04: Toelichting: Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
®
analyseresultaten
ondergrond: uit de analyseresultaten van de mengmonsters M12 t/m M23 van de ondergrond blijkt dat de gehalten van de onderzochte stoffen allen onder de streefwaarde zijn gelegen;
®
analyseresultaten
grondwater: uit de analyseresultaten van de grondwatermonsters blijkt dat in monster W1 licht verhoogde waarden zijn gemeten voor arseen en chroom, in de monsters W68 en W76 komen de xylenen licht verhoogd voor; daarnaast is in monster W68 een matig verhoogd arseengehalte aangetroffen.; de concentraties van de overige onderzochte stoffen alsmede de geanalyseerde parameters van de overige grondwatermonsters zijn onder de streefwaarde gelegen.
9.2 conclusie
Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat de bovengrond op de onderhavige locatie plaatselijk licht is verontreinigd met nikkel en minerale olie. De ondergrond bevat geen vervuiling voor wat betreft de onderzochte stoffen, terwijl het grondwater plaatselijk licht is verontreinigd met arseen, chroom en de xylenen. Ter plaatse van boring B68 is het grondwater matig verontreinigd met arseen. Met betrekking tot het matig verhoogd aangetroffen arseengehalte in het grondwater t.p.v. B68 kan worden gesteld dat formeel een nader bodemonderzoek in het kader van de saneringsparagraaf van de wet bodembescherming dient te worden verricht. Dit ter vaststelling of er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging (hiervan is sprake indien voor een grondwatervolume van tenminste 100m3 de gemiddelde concentratie van tenminste één verontreinigende stof de interventie waarde overschrijdt), of er sprake is van saneringsnoodzaak en
Projectnummer.13346, versie 1.0
9-1
ÄCOPART
SAMENVATTING
EN
CONCLUSIE
oľ er sprake is van sanerings urgentie, Vooruitlopend hierop is hel raadzaam om het grondwater opnieuw te analyseren om na te gaan of sprake is van een storing tijdens de analyse. Afhankelijk van de uitkomst van de heranalyse op arseen is nader afperkend onderzoek rond peilbuis B68 noodzakelijk. Voor het overige geldt dat het is niet aannemelijk dat de geconstateerde van de bodem risico's voor de volksgezondheid met zich verontreinigingen meebrengen. Uit milieuhygiënisch oogpunt is de aanwezigheid van verontreinigende sloffen ongewenst. Indien het geheel aan onderzoeksresultaten echter wordt beoordeeld in het licht van de geplande terreinbestemming c.q. inrichting, lijkt hier sprake van een aanvaardbare situatie. De overwegingen hierbij zijn onder andere de slechts licht verhoogde gehaltes, de min of meer diffuse verspreiding, de te verrichten inspanning om te komen tot een strikt multifunctioneel bodemkwaliteitsniveau en een zienswijze vanuit een risicobenadering (ontbreken blootstellings- of verspreidingsroutes in de toekomstige situatie). Afhankelijk van de uitkomst van de herbemonstering van peilbuis W68is er gelet op het bovenstaande vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaar tegen het gebruik van de locatie inzake de geprojecteerde nieuwbouw.
Projectnummer: 13346, versie 1.0
9-2
ąjftÇpPART
B105
B104įį B103,
, B97
, B1ÖT B98
B101
■f
, B99
B95
, B100 B96 B94
-f Bil
, B93
'B87 B19
, B88
B25
, B29
B86
4~ , BI 7
, B92 I B84
B20
B85 , B24 ,B89
, B21
B91
B83
, B16 i B28
i B90
I B23
27
B77'
, B81
, B15
,B14
, B82 lB76
, B27
■f
880
, B13
-f0
,B32
, B10
. bí:
B7(J
B78
,B22
B71
B69
, B75
, B26 B79
88
B68
I B33
B62
, B72
B31
, Bí 1
, B7
B74
4
, B38
(Buiten onderzoekt
, B63
-
B67
. B34
.66
B61
B73
, B5
B30
i B60
, B41 , B64
B37
-f
,B35
, 83
B66
-f
, B42
i 84
B59
, B40 B65
, B36
,B2
B49 , B43 B58
, B39
kB1 .
, 850 , B48 , B44 B57 B51 B47
“f
, B45
Şx
B56
4
, B52
-
B46 B55 B53
; B54 „
z
O
-(ļt-
Legendo:
0.50m
1.50m
2.50m
1 00m
2.00m
diepere boring
projectnr. : 13346
Situering boorpunten
school
: 1:2500
Alst 3 (omliggende gronden)
bijlage
: Ha
Ewijk
-jķ-
peilbuis
m ECOPART
milieu—adviseur*