Bijlage 04.2: Adviesrapport ‘Burgerperspectief op het regioplan Rijk van Nijmegen’
Tekst van het document
Adviesrapport ‘Burgerperspectief op het regioplan Rijk van Nijmegen’ Datum: 14-11-2023 Status: definitief Auteur: Aan-Age Dijkstra en Roos Koopmans
Feedback/overwegingen adviesraad sociaal domein Beuningen Inleiding:
Uw adviesrapport ‘Burgerperspectief op het regioplan Rijk van Nijmegen’ doet dringend appel op een
veranderingsproces waarbij alle partijen hun actieve bijdrage zullen gaan leveren. Dit met als doel om de groeiende
vraag naar zorg de komende decennia betaalbaar, toegankelijk en haalbaar (qua menskracht) te houden. Dit rapport vloeit voort uit de inbreng van inwoners-(groepen), cliënten- en patiëntenorganisaties en regionale adviesraden. Hiermee laat u zien dat u zich breed heeft laten informeren.
Uit de inbreng van geïnterviewden ademt betrokkenheid, erkenning voor de problematiek en de algemene wens om verandering. Het hoe en de gewenste richting blijft nog minder concreet, maar dat past in deze fase. Als een van de geïnterviewde partijen herkennen we ons als adviesraad Beuningen in uw advies.
Om de zorg in de nabije toekomst betaalbaar, toegankelijk en haalbaar te houden, hebben we uw infographic/folder tegen het licht gehouden. Wij komen in ons voorstel tot een alternatief model waarin hetwat, waarom, het hoe, wanneer en wie ons inziens
duidelijker en met concrete voorbeelden staan beschreven. We verwijzen u hiervoor graag naar het bijgevoegde PDF bestand in de bijlage. Namens adviesraad sociaal domein Beuningen, R. van der Geugten
1. Beheersbaarheid van zorg; het culturele perspectief. Uw advies om zorgkosten beheersbaar te houden, de toenemende vraag om zorg af te remmen en het beroep van zorgkundigen aantrekkelijker te maken, is een dringend signaal en appelleert aan verandering van alle partijen. Burgers/inwoners, ziekenhuizen, verpleeg-en verzorgingsinstellingen, medisch specialisten, huisartsen en
maatschappelijke instanties en ook zorgverzekeraars zullen hun deel verantwoordelijkheid moeten nemen om redelijke omgangswijze te vinden met het vraagstuk van ‘schaarste’.
Het veranderingsproces wat met uw adviezen samenhangt, houdt wat ons betreft onlosmakelijk verband met
sociaal-maatschappelijke, culturele en economischestromingen.
Ondercultuurverstaan we alles wat wij als samenlevingvoortbrengen en overdragen en uitstralen, zowel materieel als immaterieel. We zien toenemende individualiseringom ons heen en zouden ons meer redelijke en billijke bekommering wensen.
Ondersociaal maatschappelijke ontwikkelingenverstaanwe verandering binnen de maatschappij over een langere periode.
Ondereconomische stromingenverstaan wealle activiteitengericht op de productie van goederen en diensten.Het gaat hierbij niet alleen om activiteiten van het bedrijfsleven, maar ook om activiteiten van niet op winst gerichte instellingen en de overheid. Grondstoffen worden schaarser, het medische en zorgkundige beroep minder aantrekkelijk. Ook schaarste in dit verband zal leiden tot meer kosten. Bovenstaande leidt tot 3 adviezen: a. Gericht op inwoners/burgers: Leg nog meer focus op (gezondheids-)verwachtingspatronen van mensen, op preventieprogramma’s gericht op bewegen, mentale gezondheid en bevordering van gezond gedrag, waaronder zorg hebben om elkaar. Meer elkaar aanspreken op elkaars mogelijkheden in plaats van afhankelijk opstellen van hulpverleningsinstanties. Positieve gezondheid prikkels bevorderen zoals op gezonde voeding gericht, mentale weerbaarheidsprogramma’s opzetten bijvoorbeeld tegen de risico’s van roken, cannabisgebruik, alcohol en verdovende middelen. b. Gericht op sociaal maatschappelijke instanties, onderwijsinstellingen, instanties voor Jeugd en Gezin: Gedrag niet direct problematiseren maar eerder normaliseren. Ondersteun ouders en/of signaleer behoefte aan ondersteuning. Ga met hen in gesprek.Programma’s op weerbaarheid en steviger worden gericht op ouders opzetten.
Principe; leren van elkaar vergelijkbaar met ouder-baby programma's. c. Gericht op gezondheidswerkers, instellingen voor gezondheidszorg en zorginstellingen en Zorgverzekeraars.
2. Aanvulling op ‘Advies vanuit burgerperspectief’:
Van de inwoners, cliënten en patiënten hebben we veel ideeën en input gekregen. Hieruit blijken enkele gemeenschappelijke opvattingen. Het perspectief van inwoners, cliënten en patiënten over de toekomst van de zorg kunnen we samenvatten in vijf punten: 1. Kijk naar de mens en haar gezondheid in de breedte
Wat?Kijk naar de mens in haar totaliteit en nietalleen naar een diagnose. Patiënten en cliënten ervaren dat zodra een diagnose gesteld wordt, vaak niet verder wordt gekeken. Problematiek kan meerdere onderliggende oorzaken hebben en stapelt zich op als deze worden genegeerd.
Waarom?Een betere benadering zorgt dat patiëntenen cliënten sneller de hulp krijgen die zij nodig hebben. Dat scheelt uiteindelijk ook in de kosten.
Hoe? • Meer ruimte voor hulpverleners/ behandelaars om te luisteren en geduld te hebben en meer ruimte om te bepalen wat in een situatie nodig is (verder kijken dan een hulpvraag/diagnose). • Benadering vanuit positieve gezondheid. Niet alleen kijken naar de beperkingen, klachten en wat iemand niet kan, maar ook kijken naar wat de patiënt wel kan en wat zijn mogelijkheden en talenten zijn. 2. Stimuleer de sociale basis en een zorgzame samenleving
Wat?Stimuleer wijken en buurten waarin mensen elkaarkunnen helpen. Huisartsen en hulpverleners verwijzen al snel door naar specialistische zorg. Maar er is ook een sociale basis aan ontmoetingsplekken en regiecentra nodig die mensen in een eerder stadium opvangt.
Waarom? • Door ontmoetingsplekken en activiteiten doen mensen sociale contacten op. Dat gaat eenzaamheid tegen en geeft mensen vertrouwen en zin in het leven. Daardoor durven mensen elkaar om hulp te vragen. Ook leidt het tot begrip en rekening houden met elkaar, waardoor mensen beter hun weg vinden in de samenleving. • De sociale basis is een vangnet waar je altijd op terug kunt vallen. Professionele zorg is daarentegen vaak van tijdelijke aard. • Tijdens de wachttijd bij de specialistische zorg helpt een alternatief om erger te voorkomen.
Hoe? • Creëer een sterke sociale basis van informele zorg en voorzieningen. • Zorg ervoor dat in elk dorp de basisvoorzieningen op orde zijn, zoals een huisarts. • Luister als ‘systeem’ naar de gemeenschap en neem de sociale basis serieus, investeer in de gemeenschap en de sociale basis. • Huisartsen en hulpverleners verwijzen al snel door naar specialistische zorg, maar kunnen in veel gevallen patiënten doorverwijzen naar ontmoetingsplekken, herstelcentra, ervaringsdeskundigen.
• Ontmoetingsplekken met een beheerder die sociaal gericht is, biedt veel meer dan een palet aan activiteiten. Er is een verbinder nodig die mensen laat weten dat ze gemist worden. En die signalen kan oppikken en ernaar handelen.
• Zorg voor een goede samenwerking tussen laagdrempelige ontmoeting/ informele netwerken en
3
de gemeente/professionele zorg. • Doorgaan met de wijkgerichte GGZ en wijkgerichte GGD. 3. Creëer duidelijkheid en eenvoud
Wat?Voor burgers is er veel onduidelijkheid overwelke zorg mogelijk is en waar. Dit komt door het veelvoud aan zorgorganisaties en verschillende werkwijzen tussen gemeenten. Ook geven cliënten aan dat ze meer zelf zouden willen regelen, zodat een hulpverlener dat niet hoeft te doen.
Waarom?Hoe eerder mensen de hulp krijgen die ze nodighebben, hoe minder de problemen uit de hand lopen en zorgkosten bespaard blijven.
Hoe? • Zorg voor één loket of plek in de buurt (op loopafstand) waar je zorg of hulp kunt aanvragen. Belangrijk hierbij is dat er altijd iemand aanwezig is die de mensen die dat nodig hebben gelijk (aan de hand mee kan nemen) naar de juiste hulp. • Zorg voor meer bekendheid van mogelijkheden en regelingen en maak alle regelingen eenvoudiger. • Zorg dat hulpverleners onderling op de hoogte zijn van elkaars aanbod en de mogelijkheden van de sociale basis. Geef eerlijk advies welke activiteiten het beste passen in de situatie. • Er zijn soms veel hulpverleners betrokken bij 1 persoon/gezin. Zorg voor 1 aanspreekpunt met alle partijen zodat het overzichtelijk blijft. • Met name ouderen hebben behoefte aan een telefoonnummer dat ze kunnen bellen voor hulpvragen, als aanvulling op de digitale mogelijkheden. 4. Zet in op gemeenschapsgericht wonen
Wat?Ouderen zien graag een woonvorm waarbij ze zelfstandigkunnen wonen, maar wel kleinschalig en bij elkaar in de buurt. Ontmoetings- en aanloop plekken kunnen hier ook bij in de buurt zijn.
Waarom? • Mensen creëren een gemeenschap en leren voor elkaar zorgen en naar elkaar omkijken. • Mensen met verschillende hulpbehoeften kunnen elkaar ook aanvullen. • Hulp kan efficiënter en sneller geregeld worden, omdat hulpverleners geen reistijd kwijt zijn en nabij zijn. Daarnaast is er minder huishoudelijke zorg en taxivervoer nodig. • Eengezinswoningen komen vrij op de huizenmarkt. • Domotica en technologie in de zorg kunnen hier goed ingezet worden. Overigens geven mensen aan open te staan voor technologie, maar wel zelf willen kiezen of ze dit willen.
Hoe? • Verschillende vormen zijn mogelijk. De oude bejaardentehuizen in een nieuw jasje. Denk ook aan hofjes, knarrenhof of kangoeroewoningen. • Combineer de woningen met een ontmoetings- of aanloop plekken en andere basisvoorzieningen. Als voorbeeld noemen burgers OBG en De Waalboog in Nijmegen. • Specialistische zorg kan ook naar de mensen komen, als spreekuur in de wijk. • Mix doelgroepen in de huisvesting, zodat mensen elkaar kunnen helpen. Ook een combinatie met studenten is mogelijk.
5. Creëer meer bewustwording over de uitdagingen in de zorg
Wat?Veel mensen zijn zich niet bewust van de uitdagingenwaar de zorg de komende jaren voor staat. Hier moeten mensen meer in worden meegenomen. Dit vraagt acties op grote, landelijke schaal, maar ook op lokaal niveau.
Waarom? • Stimuleert mensen om professioneel of informeel mee te werken aan de uitdagingen. • Vergroot het draagvlak voor maatregelen.
Hoe? • Inwoners, cliënten en patiënten betrekken bij de plannen in de zorg. • Publiekscampagnes over knelpunten en verwachtingen van overheid en burger. • Campagnes richting professionals, met goede voorbeelden. • Stimuleer dat mensen kiezen voor een zorgopleiding. at verder opvalt W Beeld dat geld aan de verkeerde dingen wordt besteed - Er is beeldvorming dat het geld in de zorg aan de verkeerde dingen wordt besteed. In alle gesprekken kwam dit aan de orde. Men had het over te veel directie en bedrijfsondersteuning, marketing met flitsende filmpjes en mooie folders, verzekeraars en farmaceuten waar geld aan de strijkstok blijft hangen. - Veel mensen hebben het idee dat de werkwijze en de beslissingen te vaak worden genomen in het belang van de organisatie (geld) en er te weinig naar patiënten geluisterd wordt. - Hulpverleners zijn te veel bezig met computerwerk. Ook vindt men dat er te veel ZPP’ers en invallers zijn, waarvan de ervaring is dat zij door de tijdelijkheid ook niet goed op de hoogte zijn van de zorg die cliënten nodig hebben. Een vertrouwensrelatie met de hulpverlener is belangrijk. Mensen zien dat veel tijd naar administratie en reistijd gaat, mede door de vele verschillende organisaties in een werkgebied.
4
An ders - Er wordt genoemd dat er te veel drempels en nadelen zijn om via PGB fulltime mantelzorg te verlenen. Als het mantelzorgen stopt, vervalt iemand gelijk naar bijstandsniveau. Een regeling zoals de ww zou wenselijk zijn. - Het inkomen van iemand die veel zorg nodig heeft is vaak te laag. Dit zorgt voor extra zorgen, extra werk om regelingen en tegemoetkomingen aan te vragen en een extra drempel om deel te nemen aan de samenleving. - Zorginstellingen moeten meer met elkaar samenwerken, maar ook beter samenwerken met welzijnsorganisaties en informele zorg. - Mensen vinden dat ontschot moet worden en een betere overgang gecreëerd tussen WMO, WLZ, Jeugdzorg. - Er werd genoemd dat onnodig vaak indicaties worden gesteld bij een chronische/ levenslange beperking. - Veel burgers hebben het beeld van de zorg dat er te veel top-down wordt bedacht. Ze zien graag dat besluiten meer in samenspraak met patiënten worden genomen. - Er wordt aangegeven dat de verwachtingen van mensen over de zorg moeten worden omgebogen. Bewustwording is nodig maar probeer hierbij wel zo veel mogelijk onrust te voorkomen. Misschien dat in het onderwijs meer aandacht moet komen voor elkaar.
Jong geleerd is oud gedaan. - Tot slot is er bij veel mensen die we gesproken weinig vertrouwen dat er iets met hun input wordt gedaan. De ervaringen zijn dat de gesprekken zijn om een vinkje ‘participatie’ te kunnen zetten.
Advies over de knelpunten in het regiobeeld In het regiobeeld zijn onder vier thema’s verschillende knelpunten uitgewerkt. Aan de hand van de opgehaalde ideeën komt vanuit inwoners, cliënten en patiënten daarover de volgende ideeën: Zorgvraag: demografische samenleving Hoe wordt een hulpvraag geen zorgvraag? • Door “zorgen voor elkaar” te stimuleren. Een sterke sociale basis helpt hierbij. Zorg dat er ontmoetingsplekken zijn en mensen op een laagdrempelige manier hulp kunnen krijgen. • Maak om hulp vragen eenvoudig en eenduidig. Hoe sneller de juiste hulp, hoe minder snel het zorg wordt. • Voor ouderen kan in kleine gemeenschappen wonen zorgen dat mensen elkaar helpen. Ook helpt dat de zorg efficiënter te organiseren. Zorgaanbod • Mensen ervaren dat ZZP’ers en invallers (los van de kosten) minder goede zorg verlenen, omdat ze niet goed op hoogte zijn van zorg. • Het valt op dat er veel verschillende organisaties zijn die hetzelfde doen. Dat kan efficiënter. • Gemeenschapsgericht wonen helpt zorg aan huis efficiënter te regelen.
Gezond leven en wonen • Stimuleer ontmoeten. Mentale gezondheid • Laagdrempelig ontmoeten helpt eenzaamheid tegen te gaan. • Wachtlijsten opvangen door in te zetten op laagdrempelige hulp. • Gemeenschapsgericht wonen helpt eenzaamheid tegen te gaan. • Cliënten met mentale gezondheidsklachten ervaren dat hulpverleners te snel daar een diagnose over gaan, maar niet alle onderliggende problematiek in kaart brengen. Daardoor stapelen de problemen op. Een bredere kijk zou helpen.
Voorstel voor duurzame burgerbetrokkenheid Afgelopen weken hebben we een waardevolle basis gelegd voor de betrokkenheid van inwoners, cliënten en patiënten bij het Rijk van Nijmegen. Door de korte tijd waarin dit moest gebeuren, beperkte dit zich vooral tot een raadpleging. Om inwoners echt te betrekken bij de uitdagingen in de zorg, is bij de uitvoering van het regioplan meer betrokkenheid nodig. Daarvoor is een goede structuur van regionale participatie nodig. Hierover hebben we samen met een kerngroep van inwoners over nagedacht. We zien dit in hoofdlijnen als volgt voor ons.
1. Bijeenkomsten in wijken en dorpen
6
Door in de verschillende gemeenten aan te sluiten bij bijeenkomsten van inwonersinitiatieven, of samen met hen een bijeenkomst te organiseren, gaan we in gesprek met inwoners, cliënten en patiënten over de uitdagingen in de zorg. Zo creëren we bewustwording, organiseren we verbinding tussen de beleidsmakers en inwoners en bouwen duurzaam een netwerk uit. 2. Een ‘aanjaagteam’ van inwoners, met formele invloed Een afgebakende groep betrokken inwoners heeft namens haar achterban inbreng bij de uitvoering van het regioplan. Hierbij hebben zij formeel zeggenschap. Hiervoor moeten dus afspraken worden gemaakt over waarop zij invloed hebben en hoe. Het team functioneert als gesprekspartner voor instellingen van gemeenten, organiseert bijeenkomsten om burgerparticipatie te bevorderen en is een vraagbaak en kenniscentrum. Zo wordt het regioplan daadwerkelijk met inwoners uitgevoerd. De leden van het team vertegenwoordigen verschillende achterban en hebben verschillende aandachtsgebieden. Vanuit de gevoerde gesprekken hebben we hier al enkele geïnteresseerden voor. 3. Informatievoorziening naar een netwerk van geïnteresseerden Geïnteresseerde (vertegenwoordigers van) bewoners, patiënten en cliënten houden we regelmatig op de hoogte.
Zo weten mensen wat speelt en houden we het netwerk warm. Dit kan bijvoorbeeld door een periodieke nieuwsbrief. Hiervoor is goede informatie-uitwisseling nodig met alle betrokken partijen. Over deze structuur gaan we graag verder in gesprek. Dit kunnen we nader uitwerken in een projectvoorstel.
Rob van der Geugten, lid adviesraad Beunngen