Bijlage 03: Ruimtelijke onderbouwing Pompgebouw en Reinwaterresevoir Vitens
Tekst van het document
RAPPORT Ruimtelijke Onderbouwing Pompgebouw en Reinwaterreservoir Vitens Klant:
Vitens BV
Referentie: BI1985MIRP001D03 Status:
S0/04
Datum:
17 juli 2023
^
Royal HaskoningDHV Enhancing Society Together
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Amerikalaan 110 6199 AE Maastricht Airport Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 78 48 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Ruimtelijke Onderbouwing Sub titel: Referentie: Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer:
Pompgebouw en Reinwaterreservoir Vitens BI1985MIRP001D03 04/S0 17 juli 2023 Beuningen RES REN uitbreiding BI1985
Opgesteld door: S.B., W.B., R.S. Gecontroleerd door:
Jitze Terpstra
JT Roeland van de Waerdt RvdW
Datum: 01-09-2022 Goedgekeurd door: Datum:
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B. V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B. V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
ii
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Projectgebied
1
1.3
Vigerend bestemmingsplan
2
1.4
Leeswijzer
3
2
Projectbeschrijving
3
2.1
Huidige situatie
3
2.2
Toekomstige ontwikkeling
5
3
Beleid- en regelgeving
8
3.1
Rijksbeleid
8
3.2
Provinciaal Beleid
9
3.3
Gemeentelijk Beleid
11
4
Omgevingsaspecten
12
4.1
Bodem
12
4.2
Geluid
13
4.3
Externe Veiligheid
13
4.4
Natuur
14
4.5
Luchtkwaliteit
15
4.6
Water
15
4.7
Archeologie
16
4.8
NGE
16
5
Uitvoerbaarheid
18
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
18
Bijlagen 1.
Bodemonderzoek
2.
Quickscan Natuuronderzoek
3.
Archeologisch onderzoek
4.
Notitie Niet Gesprongen Explosieven
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
iii
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Project Het huidige reservoir Beuningen (bouwjaar 1990) bestaat uit een reinwaterreservoir uit 1990 (inhoud 3.500 m3) en een pompgebouw. De distributiepompen zijn destijds gereviseerd en overgezet vanuit locatie Zoelen en deze zijn tenminste 30 jaar oud. Reservoir Beuningen wordt dagelijks gevuld door Fikkersdries gedurende laagverbruik en helpt Fikkersdries vervolgens mee om de dagpieken af te vlakken. In het oostelijk deel van Gelderland zuid, zijn door de beperkte productiecapaciteit van Fikkersdries II en het tekort aan reservoircapaciteit van Beuningen, Bemmel en Fikkersdries, problemen met vergunningsoverschrijdingen, productiecapaciteit en reserves op balansgebied. Op basis hiervan is besloten de capaciteit van het reinwaterreservoir en het pompgebouw te vergroten. Dat gebeurt middels het plaatsen van een nieuw pand met genoemde functies. Het oude pompgebouw wordt later gesloopt.
Planologisch Zoals in paragraaf 1.3 van deze onderbouwing wordt toegelicht, dient er volgens de buitenplanse procedure te worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 van de Wabo kan via de omgevingsvergunning worden afgeweken van het bestemmingsplan. Er dient gemotiveerd te worden dat de omgevingsvergunningsaanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Middels deze ruimtelijke onderbouwing wordt invulling gegeven aan de motivering voor een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Projectgebied
Aan de Wilhelminalaan 200W in de gemeente Beuningen is het projectgebied gelegen. Dit ligt gesitueerd ten zuiden van de stad Beuningen, nabij Nijmegen, op een strategische locatie voor de waterverdeling t.o.v. productielocaties Fikkersdries, Heumensoord en Druten. Figuur 1.1 geeft de locatie van het plangebied weer. Het distributiereservoir wordt geheel omsloten door agrarische percelen. Opgaande groenstructuren zijn alleen aanwezig als laanbeplanting langs de wegen. Langs de zuidzijde van het perceel stroomt de Nieuwe Wetering tussen Nijmegen en Appeltern. Koudenhc
Warffenhuis van
^
Beu
gen
Schoenaker
[Planet Awesomei I NijmegenJ wezel UNOENHOLT
Willemskwartier -
TuįnWereldyWijchen
:ŵo«iïP~'
V
^ GAMMA bouwmarkt Nijmegen Radboud Universiľe
Noord
W Tier
Nijmegen
Hoogbroek’ Valendries
ram
Alverna
Figuur 1.1: Aanduiding projectlocatie
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
1
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV 1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het projectgebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld 2012-08-01) van de gemeente Beuningen. De locatie is in hoofdzaak gelegen op grond met Enkelbestemming ‘Bedrijf’, zie figuur 1.2. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor niet-agrarische bedrijven, met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen waaronder de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag. De functie van de ontwikkeling past daarmee binnen benoemde bestemming. In artikel 5.2 van het bestemmingsplan staan de bouwregels aangeduid. Artikel 5.2.3 beschrijft daarin de specifieke maatvoeringseisen. Hier staat aangegeven dat van bedrijfsgebouwen de goothoogte 6 meter mag bedragen en de nokhoogte 10 meter. De nieuwbouw voldoet aan deze eisen. Ook staat er dat bij uitbreiding, de bebouwde oppervlakte niet meer mag bedragen dan de bestaande bebouwde oppervlakte + eenmalige vergroting van maximaal 200Zo, met dien verstande dat de vergroting nooit meer mag bedragen dan 100 m2. Op dit punt voldoet de ontwikkeling niet aan de regels in het bestemmingsplan. Op basis hiervan dient er volgens de buitenplanse procedure te worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Een klein deel van het projectgebied is gelegen op grond met Enkelbestemming Agrarisch.
De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, met bijbehorende nevenactiviteiten. De functie van de ontwikkeling past daarmee niet binnen de benoemde bestemming. Bouwactiviteiten zijn, met uitzondering van bepaalde bouwwerken tot 2 meter hoog of specifieke tijdelijke bouwwerken, alleen binnen een bouwvlak toegestaan. Daarbij moet het bouwwerk uiteraard ten dienste staan aan de toegestane bestemming. Op dit deel is geen sprake van een bouwvlak. De functie van het bouwwerk is eveneens in strijd met de bestemming. De ontwikkeling voldoet daarmee zowel op de functie als op de bouweisen niet aan het bestemmingsplan. Op basis hiervan dient er met de buitenplanse procedure te worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan.
Enkelbestemming Agrarisch Enkelbestemming Bedrijf
'
Dubbelbestemmíng
I++++İ Waarde - Archeologie 3
Figuur 1.2: Vigerend Bestemmingsplan
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
2
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV 1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 gaat in op de huidige situatie van de projectlocatie en wordt een beschrijving gegeven van de toekomstige ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan de huidige beleidsstukken en hoofdstuk 4 beschrijft de wettelijke kaders en onderzoeksresultaten van de relevante milieuthema’s. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het plan geformuleerd.
2
Projectbeschrijving
2.1
Huidige situatie
Het huidige projectgebied bestaat uit het pompgebouw en het reservoir. Samen bevat dit een oppervlakte van 1.038 m2. Op het terrein ligt naar de gebouwen toe een halfverharding en rondom het pompgebouw liggen gedeeltelijk betonplaten. De overige delen van het plangebied en het gebied rondom bestaan uit bloemrijk hooiland met verspreid verschillende houtopstanden. Verder liggen in het gebied twee begroeide c-watergangen.
Figuur 2.1: Huidig projectgebied
Het pompgebouw is opgebouwd uit gemetselde spouwmuren. In de buitenmuren zitten diverse open stootvoegen en langs de dakrand van de laagbouw zit een dakrandbetimmering. Het aangebouwde hogere deel is opgetrokken uit damwandprofielplaten. Beide gebouwdelen hebben een plat dak. Het huidige reservoir is opgetrokken uit gemetselde spouwmuren en een plat dak voorzien van dakbedekking en grinddek. Langs de bovenzijde van de muren is een groot aantal open stootvoegen aanwezig. De figuren 2.1 t/m 2.4 geven een impressie van de huidige situatie.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
3
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV
Figuur 2.2: Sfeerimpressie huidige situatie
Figuur 2.3: Sfeerimpressie huidige situatie
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
4
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV
Figuur 2.4: Sfeerimpressie huidige situatie
Figuur 2.5: Sfeerimpressie huidige situatie
2.2
Toekomstige ontwikkeling
Het project uitbreiding reservoir Beuningen omvat de nieuwbouw van de volgende items: ^
Reinwaterreservoir met een nuttige inhoud van circa 3.700 m3;
^
Pompruimte met diverse pomprichtingen met een totaalvermogen van 500 kW;
^ ^
E en PA ruimtes en installaties, dat zijn elektrotechnische en proces geautomatiseerde ruimtes; Aansluitingen van ondergronds leidingwerk van de nieuwe reinwaterreservoir op de bestaande installatie.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
5
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV Na het realiseren van de nieuwbouw wordt het huidige pompgebouw gesloopt. De nieuwe ontwikkeling en de sloop van het huidige pompgebouw wordt in figuur 2.4 geïllustreerd.
Overstort put
Bestaande bouw
Sloop
Nieuwbouw
Figuur 2.6: Aanduiding sloop en nieuwbouw
In de nieuwe situatie bedraagt de totale oppervlakte van de gebouwen 2.254 m2. Het bestaande reinwaterreservoir is 876 m2, het nieuw te bouwen reinwaterreservoir met distributie pompgebouw is 1.378 m2 en de trafo-unit bedraagt 11 m2. Na een inspectie, dat door W&Z in maart 2020 is uitgevoerd, is geconcludeerd dat aan het huidige reinwaterreservoir geen bouwkundige werkzaamheden worden verricht. Ten noorden van het bestaande reinwaterreservoir wordt het nieuwe reinwaterreservoir gerealiseerd met een nuttige inhoud van circa 3.700 m3. Het reservoir wordt uitgevoerd met twee compartimenten. Aan de voorzijde van het nieuw te bouwen reservoir worden het pompgebouw en de bedieningsruimte gesitueerd. Wat betreft de ondergrondse infrastructuur is er in het kader van de levenszekerheid gekozen voor drie uitgaande leidingen. Eén 630 mm pvc richting Nijmegen (aansluitend op de bestaande 630 mm terreinleiding) en twee 500 mm pvc richting Wijchen, aansluitend op de twee 500 mm transportleidingen. De voedende reinwater transportleiding (630 mm vanuit Fikkersdries) wordt aangesloten op het muurstuk van de nieuwe pompkelder. De uitgaande reinwaterleidingen worden gelegd vanaf de muurstukken in de pompkelder en gekoppeld op de bestaande terreinleidingen (630 mm en 2 x 500 mm) en waar nodig voorzien van afsluiters.
De centrale zuigleiding en vulleiding van het bestaande reservoir wordt aan het nieuwe reservoir gekoppeld. De overstort loopt via een leiding naar een bestaande overstort put die langs de Nieuwe Wetering is gelegen en wordt via een waterslot op de Nieuwe wetering aangesloten.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
6
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV
overstortleiding nieuwe pvc 630mm
nieuwe pvc 500mm
4- nieuwe pvc 630 mm
, nieuwe pvc 630 mm
Wilhelminalaan
Figuur 2.7: Ondergrondse infrastructuur
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
7
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV 3
Beleid- en regelgeving
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland en vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting daarbij wordt meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven/kansen aan te pakken. De ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit staan daarbij centraal. Conclusie Voorgenomen ontwikkeling is niet van nationaal belang. Toetsing aan de ontwikkeling vanuit de Nationale Omgevingsvisie is daarom niet relevant.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In de overgangsperiode van het SVIR naar de NOVI zijn de nationale ruimtelijke belangen uit het SVIR juridisch geborgd door het Rijk in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: u rijksvaarwegen; u mainportontwikkeling Rotterdam; u kustfundament; u grote rivieren; u Waddenzee en waddengebied; u u u u u u u u
defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
In titel 2.6 van het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. Deze gebieden, zones en objecten zijn aangewezen op de kaartbijlagen van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Conclusie Voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in of nabij een gebied, zone of object zoals aangewezen op de kaartbijlagen van het Rarro. Gelet op bovenstaande is het plan niet in strijd met het Rijksbeleid.
Nationaal Water Programma 2022-2027 Het NWP 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Bprw 2016-2021 en vervangt deze plannen. Het NWP 2022-2027 geldt als een Nationaal Waterplan én een Bprw, conform de Waterwet. De Waterwet schrijf voor dat deze plannen iedere 6 jaar worden herzien.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
8
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen naar hun regionale (water)plannen. In het NWP worden de ambities, het beleid en de uitvoering uit de NOVI en de uitvoeringsagenda op het gebied van water verder uitgewerkt. Ook wordt in dit NWP verder uitgewerkt welk rijksbeleid voortvloeit uit de nationale belangen uit de NOVI voor water. . Conclusie Voorgenomen ontwikkeling is niet van nationaal belang. Toetsing aan de ontwikkeling vanuit het Nationaal Water Programma 2022-2027 is daarom niet relevant.
Beleidsnota Drinkwater 2021-2026 Deze beleidsnota benoemt de ambitie voor de drinkwatervoorziening, beschrijft de drinkwateropgaven voor de komende periode en bevat de hoofdkeuzes voor het drinkwaterbeleid. Er wordt ingezet op: ^
Waterbeschikbaarheid en zuinig en bewust drinkwatergebruik;
^
Verbeteren kwaliteit van oppervlakte- en grondwater;
^
Borgen veilige productie en levering.
Daarbij continueert het Rijk beleid dat zich richt op de preventie- en bronaanpak, de risicobenadering van bron tot tap, de ruimte voor drinkwaterbedrijven om bij te dragen aan een goede drinkwatervoorziening in het buitenland en het maken van zorgvuldige afwegingen tussen het drinkwaterbelang en andere belangen in de fysieke leefomgeving. De problemen op het gebied van drinkwater die zich voordoen zijn de lage waterbeschikbaarheid ten opzichte van de toenemende drinkwatervraag, de kwaliteit van het drinkwater en de duurzame veiligstelling van drinkwaterbronnen en -infrastructuur. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de ambities die in deze beleidsnota staan geformuleerd. Met name op het gebied van waterbeschikbaarheid zorgt het nieuwe pompgebouw en reinwaterreservoir voor een verbetering. Daarbij geeft het ook garantie voor een betere continuïteit van levering.
3.2
Provinciaal Beleid
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland In deze omgevingsvisie staat de betekenis van het woord ‘gaaf’ centraal. Het staat voor wat historisch en landschappelijk gezien het beschermen waard is, maar ook voor wat vernieuwend is en aantrekkelijk voor toekomstige generaties. De uitdagingen waar de provincie voor staat worden in de visie benoemd, denk daarbij onder andere aan het energievraagstuk, klimaatverandering en kwetsbare biodiversiteit. Er wordt benadrukt dat het gezamenlijk aanpakken van deze ambities van groot belang is. Op basis daarvan is een gedeelde ambitie omschreven die dient als leidraad voor het handelen waarbij wordt gestreefd naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een grotere capaciteit van drinkwater in de Provincie. Schoon drinkwater draagt bij aan een gezonde en welvarende samenleving waardoor de ontwikkeling aansluit bij de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
9
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014stelden de Provinciale Staten de Omgevingsverordening Gelderland vast. Deze verordening is in de loop van de jaren diverse malen geactualiseerd. In dit rapport wordt uitgegaan van de geconsolideerde omgevingsverordening van januari 2023 waarin de wijzigingen en actualisaties tot en met 21 december 2022 zijn opgenomen. De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Hier wordt richting aan gegeven door 7 samenhangende ambities na te streven. In deze verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, natuur, verkeer en bodem hierin opgenomen. Hoofdstuk 2 van de Omgevingsverordening bevat met name (instructie)regels voor bestemmingsplannen over onderwerpen die vanwege het bovenlokale of (boven)regionale belang als provinciaal belang zijn aangemerkt. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over natuur en landschap.
Artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) vormt de grondslag voor deze (instructie)regels en voor de aanvullende regels die rechtstreeks gelden voor burgers en bedrijven.
Zoals zichtbaar in figuur 3.1, is de locatie aangewezen als waardevol open gebied. Voor waardevolle open gebieden is de grootschalige openheid de belangrijkste kernkwaliteit. Daarom geldt als uitgangspunt dat ruimtelijke ingrepen die de openheid aantasten niet zijn toegestaan.
Conclusie De sloop van de bestaande bebouwing zorgt ervoor dat er geen open gebied verloren gaat, maar dit weer terug in de plaats wordt gebracht. Daarnaast is de ontwikkeling van zo’n minimale omvang dat het open gebied niet wordt aangetast.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
10
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV Regionaal waterprogramma 2021-2027 Met dit regionaal waterprogramma wordt voldaan aan de verplichting op grond van artikel 4.4 van de Waterwet. Het is namelijk verplicht een regionaal waterplan op te stellen. Dit waterprogramma is een verlengde van de omgevingsvisie Gaaf Gelderland en is op hoofdlijnen aangevuld met een detaillering van het beleid. De visie en het waterprogramma vormen samen het beleid. Dit waterprogramma is dus geen nieuw beleid, maar een voortzetting van het bestaande waterbeleid. De ambitie vanuit het regionaal waterprogramma is om de komende jaren toe te werken naar een programma dat vanuit raakvlakken op het gebied van urgenties op gebiedsniveau is ingevuld. Raakvlakken worden voorzien tussen water en bodembeheer, natuur, klimaatadaptatie en programma’s van gebiedsontwikkeling. Conclusie Omdat dit waterprogramma een voortzetting is vanuit de ambities die zijn geformuleerd in de omgevingsvisie Gaaf Gelderland, sluit de voorgenomen ontwikkeling ook aan bij dit beleidsplan.
3.3
Gemeentelijk Beleid
Omgevingsvisie Beuningen 2040De omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving en richt zich op mogelijkheden om te wonen, werken, recreëren, ondernemen, maar ook op een gezond en veilig leefklimaat. In de visie wordt beschreven wat de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving inhouden en welk integraal beleid hiermee gepaard gaat. Verder staan in de omgevingsvisie 5 ambities centraal. Deze ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waar de komende jaren aan wordt gewerkt. Bij het invullen van de ambities worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Dit zijn de 5 ambities: ^
Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben;
^
Beuningen is gezond, inclusief en veilig;
^
Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig;
^
Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico’s. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit;
^
Beuningen is ondernemend en uitnodigend.
Conclusie Eén van de ambities is het streven naar een waterkwaliteit die voldoet aan de normen. Ook streeft de gemeente naar een gezond Beuningen. Voldoende drinkwater en een goede kwaliteit van drinkwater dragen hieraan bij. Daarom wordt met voorgenomen ontwikkeling invulling gegeven aan de ambities uit de omgevingsvisie.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
11
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV 4
Omgevingsaspecten
4.1
Bodem
In opdracht van Vitens N.V. is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5897 uitgevoerd op de locatie Wilhelminalaan 200W in Beuningen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar Bijlage I. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit aan te sluiten bij de beoogde functie/het toekomstig bodemgebruik. Dit is tevens het doel van het bodemonderzoek.
Werkwijze De watergang is onderzocht conform de strategie ‘Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning’ (LN). De landbodem van de onderzoekslocatie is onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL). Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL). Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht. Nabij de sloot zijn de boringen 17, 18 en 19 tot 1,0 m -mv uitgevoerd in plaats van 0,5 m -mv.
Plan specifieke toetsing De toetsingsresultaten zijn in tabel 4.1 weergegeven. Overschrijding van de Onderdeel
Indicatief oordeel Bbk1
achtergrond- of streefwaarde
tussenwaarde
interventiewaarde
Bovengrond
PAK ţplaatselijk)
-
-
AW
Ondergrond
-
-
-
AW
Waterbodem
-
-
-
Vrij toepasbaar*
Grondwater
-
-
-
Niet van toepassing
- Geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond. 1 Bbk = Besluit Bodemkwaliteit. Voor PFAS is het oordeel gebaseerd op het tijdelijke handelingskader (en de aanpassing daarop) voor PFAS-houdende grond waarin de toepassingsnormen zijn vastgelegd. * Bij toepassing in zout oppervlaktewater is klasse B van toepassing.
Er zijn geen chemische verontreinigingen aangetoond in gehalten boven de tussenwaarde. Daarnaast is geen asbest aangetoond in het puin. Het uitvoeren van een nader onderzoek is daarom niet nodig. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bouwactiviteiten en graafwerkzaamheden.
Conclusie Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden in het kader van de voorgenomen herinrichting, de lokaal aanwezige puinlaag gescheiden te ontgraven. Vermenging met schone(re) grond moet worden vermeden. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie wordt geadviseerd om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
12
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV 4.2
Geluid
De Wet geluidhinder biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen, bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai door middel van zonering. Het gaat hierbij om de bescherming van mensen tegen geluidhinder en tegen de gezondheidseffecten door geluid. Ook dienen bij de beslissing over een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, waarbij de voorgenomen ontwikkeling is gelegen binnen geluidszones als aangewezen door de Wet geluidhinder, de waarden uit de Wet geluidhinder in acht te worden genomen.
Plan specifieke toetsing De voorgenomen ontwikkeling van het waterreservoir en pompgebouw bevindt zich niet binnen de geluidzone van omringende wegen, spoorwegen of industrieterreinen. De N847 ligt op bijna 700 meter afstand en de snelweg A73 ligt op 1,5 kilometer afstand. Er is geen spoorweg in de nabije omgeving aanwezig. Ook is er geen industrieterrein op korte afstand gesitueerd. Het reinwaterreservoir en pompgebouw zijn volgens de Wet geluidhinder géén geluidgevoelige bestemmingen. Voor omliggende geluidgevoelige bestemmingen zal het reinwaterreservoir en pompgebouw geen geluidoverlast veroorzaken. Het gebouw produceert namelijk geen geluid bij het proces. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het thema geluid geen belemmering is voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Externe Veiligheid
Voor een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat burgers beschermd worden tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of gevaarlijke omstandigheden. Externe veiligheid gaat daarom om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: ^
Het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen);
^
Het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen);
^
Het gebruik van luchthavens.
Hoçeûtug
Ģėm. .
V'ļcįspŕ'
Figuur 4.1: Aanduiding buisleidingen gevaarlijke stoffen
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
13
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV Plan specifieke toetsing Een reinwaterreservoir met pompgebouw is geen kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Binnen het plangebied worden namelijk geen objecten gerealiseerd waar personen kunnen verblijven. Andersom is reinwaterreservoir met pompgebouw geen risicovolle inrichting, waardoor de ontwikkeling niet van invloed is op eventueel nabijgelegen kwetsbare objecten. Uit de risicokaart Nederland blijkt dat ter plaatse en/of nabij het plangebied geen buisleidingen zijn gelegen voor het transport van gevaarlijke stoffen, zie figuur 4.1. Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn dan ook geen belemmeringen aan de orde.
4.4
Natuur
In opdracht van Vitens N.V. is door Ecochore Natuurtechniek een quickscan natuuronderzoek opgesteld op de locatie van distributiereservoir Beuningen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar Bijlage II.
Werkwijze Dit onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een quickscan. Er is zowel globaal gekeken naar de daadwerkelijk aanwezige flora en fauna, als naar de mogelijke waarden die het gebied herbergt in andere tijden van het jaar die tijdens een éénmalig bezoek niet kunnen worden vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn de aanwezige ecotopen intensief geïnspecteerd op aanwijzingen van beschermde of Rode lijstgenoteerde flora en fauna. Als aanvulling op het veldbezoek zijn voor handen zijnde verspreidingstabellen en verspreidingsatlassen, met waarnemingen van de locatie en directe omgeving, geraadpleegd op het voorkomen van beschermde of Rode Lijstgenoteerde soorten.
Wettelijk kader Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De soortenbescherming zoals in deze wetgeving is opgenomen, is de opvolger van de Flora- en faunawet uit 2002. In deze wetgeving is de bescherming van soorten opgenomen in artikel 3.1, artikel 3.5 en artikel 3.10. Artikel 3.1 beschrijft de vogelsoorten zoals opgenomen in de Europese Vogelrichtlijn. Deze lijst omvat alle inheemse vogelsoorten. Verstoring of opzettelijke verontrusting van broedende vogels is niet toegestaan. Daarnaast zijn er enkele soorten die jaarrond gebruik maken van dezelfde broedlocaties of die afhankelijk zijn van specifieke locaties; deze locaties zijn jaarrond beschermd. Voor vogels is slechts ontheffing mogelijk voor belangen die betrekking hebben op bescherming van flora en fauna, veiligheid voor het vliegverkeer of volksgezondheid. Soorten die vermeld staan in artikel 3.5 betreffen soorten die zijn opgenomen in bijlage VI van de Europese Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I en het Verdrag van Bonn. Afhankelijk van de ingreep en het effect op beschermde soorten, kunnen nadere onderzoeken met toetsing aan de wetgeving noodzakelijk zijn. Bij eventuele negatieve effecten kan een ontheffing noodzakelijk zijn. De mogelijkheid voor ontheffing wordt getoetst aan de belangen zoals opgenomen in de Europese richtlijnen.
Onder dit Artikel vallen bijvoorbeeld alle soorten vleermuizen die door de vermelding op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn, Europese bescherming genieten. Soorten die vermeld staan in artikel 3.10 zijn soorten van nationaal belang. Voor deze soorten geldt een iets milder beschermingsregime. Daarnaast zijn per provincie enkele soorten op de vrijstellingslijst geplaatst voor belangen als ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden of doelstelling, kunnen soorten binnen dit artikel zijn vrijgesteld van ontheffing of is nader onderzoek en ontheffing noodzakelijk.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
14
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV Plan specifieke toetsing Voor aanvang van de bouw van het nieuwe reservoir en pompgebouw is geen nader soortenonderzoek noodzakelijk. Hierbij is het wel van belang dat de beschreven maatregelen ten aanzien van amfibieën worden toegepast. Indien de genoemde onderdelen niet worden toegepast, is nader onderzoek naar amfibieën wel noodzakelijk. Voor de sloop van het huidige pompgebouw is nader vleermuisonderzoek noodzakelijk voordat de sloop kan worden uitgevoerd. De sloop kan echter wel worden losgekoppeld van de bouw van het nieuwe pompgebouw en reinwaterreservoir. Een vleermuisonderzoek hoeft de nieuwbouw dus niet te belemmeren.
4.5
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). De luchtkwaliteitseisen uit deze wet en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: ^ ^
de grenswaarde niet wordt of niet dreigt te worden overschreden; een ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit;
^
een ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging;
^
de ontwikkeling onderdeel uitmaakt van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen.
Plan specifieke toetsing Het project gaat in de gebruiksfase niet gepaard met verbranding van (fossiele) brandstoffen. Ook is er geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. Er vinden enkel verkeersbewegingen plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vindt incidenteel verkeer plaats die samenhangt met het beheer en onderhoud van het reinwaterreservoir en pompgebouw. Er vindt namelijk vervanging van de huidige functie plaats met een geringe capaciteitsuitbreiding. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarom niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
4.6
Water
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. In deze waterparagraaf wordt de wijze beschreven waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie, dat wil zeggen voor de afwatering en het oppervlaktewater.
Plan specifieke toetsing Bij voorgenomen ontwikkeling ontstaat vuilwater enkel door het aanwezige toilet, de wasbak en de pantry. Het vuilwater dat hiervan afkomstig is wordt via een buisleiding aangesloten op het bestaande vuilwaterriool dat onder de weg is gelegen. Ook liggen er twee vuilwaterputten in de kelder van het pompgebouw. Bij een calamiteit, dat betekent bijvoorbeeld een defecte afsluiter, wordt het water vanuit de vuilwaterputten naar de randsloot afgevoerd en stroomt het vanuit daar naar de wetering. In principe is het af te voeren water schoon water. Het hemelwater wordt opgevangen in een waterpartij en de sloot. Door meer ruimte voor water te maken door extra wateroppervlak en flauwe oevers wordt water langer vastgehouden en kan het ter plekke infiltreren of worden verwerkt in het watersysteem van het gebied.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
15
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV 4.7
Archeologie
BAAC heeft voorafgaand aan de uitbreiding van een pompstation (water) een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het circa 0,95 ha grote plangebied Wilhelminalaan 200W te Beuningen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage III. De maximale vergravingsdiepte is 3,5 m -mv en er zullen heipalen worden geslagen. Uit een in 2021 uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt op het aantreffen van archeologische resten uit de periode laatneolithicum-bronstijd en middelhoog de voor de periode ijzertijd tot nieuwe tijd. Uit het veldonderzoek blijkt dat een begraven A-horizont in vrijwel het hele plangebied voorkomt. Deze bestaat uit ontkalkte oeverafzettingen of een laklaag bovenin restgeulafzettingen. Deze ligt op 0,6 à 1,1 m -mv. In de laklaag zijn houtskoolspikkels aangetroffen. De restgeul is opgevuld met veen en klei. De basis van de geul is bedekt met een leemlaag behorende tot de Laag van Wijchen. Aan weerszijden van de geul komen hoger gelegen terrasafzettingen voor, waarop ook de Laag van Wijchen is aangetroffen. Op het beddingzand komen de hiervoor genoemde oeverafzettingen voor, waarvan de ouderdom onbekend is, maar waarvan vermoed wordt dat deze tijdens het natte Atlanticum afgezet zijn.
In de top van de oeverwal worden op basis van deze aanname resten vanaf het laatneolithicum of jonger verwacht. Resten worden vanaf circa 0,6 m tot 1,1 m- mv en op de Lagen van Wijchen op 2,6 (terras) en 3,7 à 3,8 m -mv (basis restgeul) verwacht. In de Laag van Wijchen worden archeologische resten van jager-verzamelaars vanaf het laat-paleolithicum verwacht. BAAC adviseert om bij bodemverstorende activiteiten die dieper reiken dan 60 cm -mv een vervolgonderzoek door middel van een proefsleuven uit te laten voeren. Aangezien bij de voorgenomen ontwikkeling de bodem op een grotere diepte dan 60 cm -mv verstoord wordt, wordt dit advies inhoudelijk overgenomen. Bij de verdere uitwerking van de ontwikkeling zal vervolgonderzoek zijn plaats krijgen. Dit vervolgonderzoek zal plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of in de vorm van het onder archeologische begeleiding uitvoeren van het grondwerk. In dat laatste geval wordt ‘werk met werk’ gemaakt.
Conclusie Gelet op de resultaten van het verkennende booronderzoek wordt geadviseerd om het plangebied nog niet vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. Pas na afronding van een proefsleuvenonderzoek of het onder archeologische begeleiding uitvoeren van het grondwerk kan het plangebied vrijgegeven worden voor archeologie. Dit kan als voorwaarde aan de te verlenen omgevingsvergunning verbonden worden.
4.8
NGE
In opdracht van Vitens N.V. is door Ortageo Noordoost B.V. een notitie niet gesprongen explosieven opgesteld voor de Wilhelminalaan 200 in Beuningen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar Bijlage IV. Het doel van deze notitie CE (Conventionele Explosieven) is het vaststellen of er in de te raadpleegden bronnen indicaties zijn waaruit blijkt dat (delen van) het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is (zijn) geweest bij oorlogshandelingen waardoor er (mogelijk) CE op/in de bodem zijn achtergebleven. Indien er indicaties zijn dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken (zijn)
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
16
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV is geweest bij oorlogshandelingen dan wordt het (de) verdachte gebied(en) horizontaal afgebakend en worden de volgende zaken vastgesteld: ^ soort(en) aan te treffen CE; ^
hoeveelheid aan te treffen CE;
^
verschijningsvorm aan te treffen CE;
^
maximale en minimale diepteligging CE.
Figuur 4.3 toont het onderzoeksgebied (gele lijn).
Figuur 4.2: Onderzoeksgebied NGE
Werkwijze Het vooronderzoek is uitgevoerd voor een deel van de Nieuwe Wetering op ongeveer 40 meter afstand van de Vitens locatie. Wanneer vooronderzoeken worden uitgevoerd wordt altijd een groter gebied beschouwd als het onderzoeksgebied. Indien bijvoorbeeld kraters, stellingen of oorlogsschade zichtbaar is, in een ruime straal, buiten het onderzoeksgebied wordt ook deze informatie vermeld en weergegeven op de bodembelastingkaart.
Plan specifieke toetsing Op basis van de bodembelastingkaart is het onderzoeksgebied Nieuwe Wetering onverdacht ten aanzien van CE. Hierdoor is ook te stellen dat het werkgebied van Vitens niet verdacht is ten aanzien van CE. Ten aanzien van CE kunnen de geplande werkzaamheden op reguliere wijze worden uitgevoerd.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
17
Projectgerelateerd
^
Royal HaskoningDHV
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Betrekken van de omgeving Een tweetal werknemers van Vitens B.V. is in juli 2021 langs de deuren bij omwonenden gegaan om uit te leggen wat de plannen zijn. Direct daaropvolgend is er een brief verstuurd naar alle omwonenden waarin de plannen staan omschreven. In de brief staat een speciaal e-mailadres voor dit project vermeld waar de mensen terecht kunnen met vragen. Tot heden heeft er nog geen enkele bewoner contact gezocht inzake dit project. Ten tijde van het indienen van de vergunning worden de bewoners nogmaals geïnformeerd. Op welke wijze dit zal gebeuren is nog niet duidelijk.
Juridische inspraakmogelijkheden Conform afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) liggen de ontwerpvergunning en bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage. Gedurende deze periode is het voor eenieder mogelijk om een zienswijze op het planvoornemen in te dienen. Alle ontvangen en ontvankelijke zienswijzen worden samengevat en beantwoord in de Nota beantwoording zienswijzen. De zienswijzen worden betrokken bij de vaststelling van de omgevingsvergunning.
17 juli 2023
BI1985MIRP001D03
18
^
Royal HaskoningDHV
^
Royal HaskoningDHV
^
Royal HaskoningDHV
^
Royal HaskoningDHV