Bijlage 02a toelichting Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
5*
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bodemonderzoek Bodemsanering Bouwstoffenkeuring
RAPPORT Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen
PROJECTNUMMER B21.8116 Versie: 01
Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel T: 0418-572060 info@verhoevenmilieu.nl www.verhoevenmilieu.nl
A
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen
PROJECTNUMMER: B21.8116 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: De heer L. Bruisten
DATUM: 1 april 2021
Auteur:
Autorisatie:
ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B21.8116/R8116-01/GO De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
*"va ■«aa BRL SIKB 2000
2
SAMENVATTING
De heer L. Bruisten heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historisch onderzoek, voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Deijnschestraat 3 te Winssen. De onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling van de onderzoekslocatie De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740/AL2016, NEN 5707:2015^2:2017 en de NEN 5897:2015^2:2017. Het doel van de onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB en asbest grond/puin) op de onderzoekslocatie en bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk. Conclusies historisch onderzoek en vervolgtraject
Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: » Van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit. Wel is van het perceel, ten zuidwesten van onderhavige onderzoekslocatie, een verkennend bodemonderzoek bekend, waaruit is gebleken dat in de toplaag maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen en OCB zijn aangetoond. In het grondwater is maximaal een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond, hetgeen naar verwachting te relateren valt aan een natuurlijke ophoging; » Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat de onderzoekslocatie in gebruik is (geweest) als boomgaard. Daarnaast blijkt uit de historische vragenlijst van de huidige eigenaar, dat op het naastgelegen terrein fruitteelt heeft plaatsgevonden; » Op de locatie zijn, voor zover bekend, verder geen (voormalige) sloten en/of wegen aanwezig (geweest); » Er zijn, naast de (voormalige) boomgaard, geen boven- en/of ondergrondse brandstoftanks of overige verdachte activiteiten op de onderzoekslocatie en de directe omgeving aanwezig (geweest); » Op de onderzoekslocatie zijn diverse elementenverhardingen aanwezig, waaronder mogelijk een stabilisatielaag is toegepast en/of bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn. Daarnaast blijkt uit de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland dat op de locatie asbesthoudende daken aanwezig zijn (geweest).
Op basis hiervan is een onderzoek naar asbest noodzakelijk; » Tijdens het locatiebezoek is de aanwezigheid van asbestverdachte dakbedekking bevestigd Daarnaast is een schuurtje met een asbestdak aangetroffen aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie aangetroffen, waarbij afgebroken stukken asbestverdacht plaatmateriaal zijn aangetroffen (zie bijlage 7 voor foto’s). Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen recente gegevens bekend met betrekking tot de bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie. Wel betreft de locatie een erf met diverse asbestverdachte opstallen, elementenverhardingen en een voormalige boomgaard, waardoor de locatie als verdacht dient te worden beschouwd op het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Tevens vormt het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de oorspronkelijke teeltlaag een aandachtspunt. Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
3
Conclusies en aanbevelingen
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en/of PAK zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende streef- en achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarde van 0,5 en de interventiewaarde niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Teeltlaagonderzoek In de oorspronkelijke teeltlaag zijn licht verhoogde gehalten voor diverse OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden, waarbij de index van een 0,5 niet wordt overschreden. De voormalige boomgaard heeft niet geleid tot een ernstige verontreiniging met OCB in de teeltlaag. Verkennend onderzoek naar asbest Tijdens de werkzaamheden is op het maaiveld asbesthoudend (plaat)materiaal aangetroffen (fractie > 20 mm). In de opgeboorde en opgegraven grond is zintuiglijk (fractie > 20 mm) en analytisch (fractie < 20 mm) geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
Voor wat betreft asbest in de bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de grond geen gehalten voor asbest zijn aangetroffen. Het aangetroffen asbesthoudende plaatmateriaal op het maaiveld heeft niet geleid tot een asbestverontreiniging in de bodem. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Algehele conclusies en aanbevelingen Met de diverse (bodem)onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem Z puin ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling ter plaatse van de Deijnschestraat 3 te Winssen in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling, rekening houdend met de volgende aanbeveling. Er kan niet worden uitgesloten dat ter plaatse van de onderzoekslocatie nog meer asbesthoudende (plaat)materialen op het maaiveld aanwezig zijn.
Indien aan de orde, dan dienen de asbesthoudende (plaat)materialen conform de richtlijnen door een daartoe gecertificeerde onderaannemer te worden verwijderd middels handpicking.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
4
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING....................................................................................................................................................5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN................................................................................... 5
3.
LOCATIEGEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.1. Algemene gegevens................................................................................................................................. 5 3.2. Historisch onderzoek (NEN 5725)....................................................................................................... 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. Bodemopbouw........................................................................................................................................... 8 4.2. Geohydrologie........................................................................................................................................ 8
5.
HYPOTHESE .................................................................................................................................................8
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK............................................................................................................. 9 6.1. Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken............................................................................... 9 6.2. Veldwerkzaamheden.............................................................................................................................10
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE......................................................................... 12 7.2. Grond/grondwater................................................................................................................................12 7.2. Asbest........................................................................................................................................................13
8.
RESULTATEN.............................................................................................................................................14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN............................................................................................................... 14 8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten............................................................... 14 8.3. Interpretatie analyseresultaten.................................................................................................... 17
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.................................................................................................. 19 9.1. Verkennend bodemonderzoek............................................................................................................ 19 9.2. Verkennend onderzoek naar asbest................................................................................................. 19 9.3. Algehele conclusie en aanbevelingen............................................................................................ 19
10.
REFERENTIES........................................................................................................................................... 20
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Situering in de regio Situatieschetsen met geplaatste boringen, proefgaten en peilbuis Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest Historisch onderzoek
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
^ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B V.
5
1.
INLEIDING
De heer L. Bruisten heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest, inclusief historisch onderzoek, voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Deijnschestraat 3 te Winssen. De onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling van de onderzoekslocatie De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/AE2016 [2], NEN 5707:2015^2:2017 [3] en de NEN 5897:2015^2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN
Het doel van de onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB en asbest grond/puin) op de onderzoekslocatie en bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en herontwikkeling.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Deijnschestraat 3 te Winssen en staat kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie G, nummer 768. De locatie betreft een voormalige bedrijfswoning met opstallen, grindverharding en tuin en heeft een totale oppervlakte van circa 1.925 m2. Mogelijk is onder de verharding puin aanwezig. Daarnaast is asbestverdachte dakbedekking aanwezig op de opstallen. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Historisch onderzoek (NEN 5725)
Voorafgaand aan de diverse verkennende (bodem)onderzoeken is door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725. Door VMT zijn de relevante gegevens van de websites van de provincie Gelderland (incl. asbestdakenkaart), www.topotijdreis.nl en www.bodemloket.nl bestudeerd. De historische informatie is opgevraagd bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) en de gemeente Beuningen. De opgevraagde historisch informatie is ontvangen op 29 maart 2021. Tevens is door de opdrachtgever een verkennend bodemonderzoek van het naastgelegen perceel (zuidwestelijk gericht ten opzichte van onderhavige locatie) aangeleverd en is een historische vragenlijst ingevuld. Alle reeds beschikbare informatie is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. bestudeerd en in onderstaande tekst verwerkt. De relevante historische gegevens zijn opgenomen in bijlage 7.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
6
Bodemkwaliteitsgegevens Er zijn, voor zover bekend, op de onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Wel blijkt uit informatie van de ODRN, de opdrachtgever en de gemeente Beuningen dat van de directe omgeving, zuidwestelijk perceel ten opzichte van onderhavige onderzoekslocatie, een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd door Geo- en Milieutechniek B.V. (kenmerk 152189, d.d. 5 april 2016). Hiertoe zijn een aantal boringen geplaatst ten behoeve van de nieuwbouw van een loods en een bovengrondse dieseltank. De waarnemingen en analyses gaven aan dat in de toplaag van de bodem ter plaatse van de voorziene bouwlocatie licht verhoogde gehalten met zware metalen en OCB aanwezig waren. In de onderlaag waren geen verhoogde gehalten aangetroffen met de onderzochte parameters. Daarnaast kwam naar voren dat in het grondwater een licht verhoogd gehalte voor barium aanwezig was. Naar verwachting is dit te relateren aan een natuurlijke ophoging. Daarnaast blijkt uit informatie van www.bodemloket.nl en de gemeente Beuningen dat aan de achterzijde, op meer dan 50 meter, een voormalige stortplaats aanwezig is. Hiertoe is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door De Straat Milieu-adviseurs B.V. (kenmerk B5211, d.d. 8 november 2000). Hieruit blijkt dat de locatie niet aan de definitie van een voormalige stortplaats voldoet.
Aanbevolen werd de locatie met vermelding van de reden “Overige reden van afvallen” van de Vluchtige Organische Stoffen-lijst (VOS-lijst) te verwijderen. Historisch kaartmateriaal Uit bestudering van het historisch kaartmateriaal van www.topotiidreis.nl blijkt dat de onderzoekslocatie in gebruik is (geweest) als boomgaard. Daarnaast blijkt uit de gegevens van de historisch vragenlijst van de huidige eigenaar, dat op het naastgelegen terrein fruitteelt heeft plaatsgevonden, waarbij mogelijk is gewerkt met bestrijdingsmiddelen. Verder zijn, voor zover bekend, geen (voormalige) sloten en/of wegen aanwezig (geweest) op de onderzoekslocatie. Bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Op de locatie en in de directe omgeving zijn naast de (voormalige) boomgaard, volgens de gegevens uit de historische vragenlijst van de huidige eigenaar, geen boven- en/of ondergrondse brandstoftanks of andere verdachte activiteiten aanwezig (geweest). Asbest Op de onderzoekslocatie zijn diverse elementenverhardingen aanwezig, waaronder mogelijk een stabilisatielaag is toegepast. Daarnaast blijkt uit de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland dat op de locatie asbesthoudende daken aanwezig zijn (geweest). Op basis hiervan kan niet worden uitgesloten dat asbest en/of puinbijmengingen in de bodem aanwezig zijn. Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek d.d.
18 maart 2021 is de aanwezigheid van asbestverdachte dakbedekking bevestigd. Daarnaast is een schuurtje met een asbestdak aangetroffen aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie, waarbij afgebroken stukken asbestverdacht plaatmateriaal zijn aangetroffen (zie bijlage 7 voor foto’s). De afwatering vindt plaats in de naastgelegen sloot. Verder zijn tijdens het locatiebezoek geen overige aanvullende bijzonderheden waargenomen. PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit handelingskader en het directe ingangstermijn hiervan heeft de markt niet voorzien, maar heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd en elders toegepast, dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX. GenX betreft geen verdachte parameter voor deze regio. Aangezien naar verwachting geen grond van de onderzoekslocatie wordt afgevoerd, is een aanvullend onderzoek naar PFAS ons inziens niet noodzakelijk. Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
7
Conclusies historisch onderzoek en vervolgtraject
Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: » Van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit. Wel is van het perceel, ten zuidwesten van onderhavige onderzoekslocatie, een verkennend bodemonderzoek bekend, waaruit is gebleken dat in de toplaag maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen en OCB zijn aangetoond. In het grondwater is maximaal een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond, hetgeen naar verwachting te relateren valt aan een natuurlijke ophoging; » Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat de onderzoekslocatie in gebruik is (geweest) als boomgaard. Daarnaast blijkt uit de historische vragenlijst van de huidige eigenaar, dat op het naastgelegen terrein fruitteelt heeft plaatsgevonden; » Op de locatie zijn, voor zover bekend, verder geen (voormalige) sloten en/of wegen aanwezig (geweest); » Er zijn, naast de (voormalige) boomgaard, geen boven- en/of ondergrondse brandstoftanks of overige verdachte activiteiten op de onderzoekslocatie en de directe omgeving aanwezig (geweest); » Op de onderzoekslocatie zijn diverse elementenverhardingen aanwezig, waaronder mogelijk een stabilisatielaag is toegepast en/of bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn. Daarnaast blijkt uit de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland dat op de locatie asbesthoudende daken aanwezig zijn (geweest).
Op basis hiervan is een onderzoek naar asbest noodzakelijk; » Tijdens het locatiebezoek is de aanwezigheid van asbestverdachte dakbedekking bevestigd Daarnaast is een schuurtje met een asbestdak aangetroffen aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie aangetroffen, waarbij afgebroken stukken asbestverdacht plaatmateriaal zijn aangetroffen (zie bijlage 7 voor foto’s). Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen recente gegevens bekend met betrekking tot de bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie. Wel betreft de locatie een erf met diverse asbestverdachte opstallen, elementenverhardingen en een voormalige boomgaard, waardoor de locatie als verdacht dient te worden beschouwd op het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Tevens vormt het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de oorspronkelijke teeltlaag een aandachtspunt.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
8
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 2 meter dikke goed doorlatende deklaag aanwezig, behorend tot de afzettingen van het Holoceen. De deklaag bestaat uit een afwisseling van zandige klei en midden tot fijne zanden. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerende pakket is circa 46 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden en grof zand, met weinig zandige klei van de Formaties van Kreftenheye, Peize en Waalre. Het eerste watervoerende pakket wordt van het tweede watervoerende pakket geschieden door een scheidende laag van circa 1 meter dikte die hoofdzakelijk bestaat uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen behorend tot de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerende pakket tot circa 63 m mv. 4.2.
Geohydrologie
De regionale grondwaterstroming is noordelijk gericht, richting de de Waal. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt verder beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
5.
HYPOTHESE
Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Tevens is de (oorspronkelijk) teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009^1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VEDHE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 2.000 m2 Alle boringen worden doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv in verband met de aanwezige verhardingen. Voor de onverdachte ondergrond wordt, conform de NEN 5740:2009^1:2016 voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL), minimaal één grondanalyse ingezet op een standaard NEN-pakket. Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt de (oorspronkelijke) teeltlaag separaat bemonsterd en geanalyseerd op OCB conform dezelfde verdachte onderzoeksstrategie als voor de algemene kwaliteit (VED-HE-NL, < 2.000 m2). Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt uitgegaan van de NEN 5707:2015^2:2017 voor een diffuse locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging gecombineerd met de NEN 5897:2015^2: 2017 voor een ‘open halfverharding’ met een oppervlakte van maximaal 2.000 m2.
Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden in totaal 13 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal één proefgat wordt doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond middels een Edelmanboor met brede diameter (gecombineerd met het verkennend onderzoek). Bij de situering van de proefgaten wordt rekening gehouden met de opstallen met asbestverdachte daken, aangetroffen volledige asbestverdachte golfplaten en de waarnemingen uit het verkennend bodemonderzoek. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Minimaal drie mengmonsters van de meest verdachte grondlaag worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN 5898:2015: asbest in grond of puin ^ 20 mm). Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. De werkzaamheden van het verkennend onderzoek naar asbest worden zoveel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd met de werkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
10
6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen ļ certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: EC-SIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002 (versie 6): het nemen van grondwatermonsters en protocol 2018: locatieinspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop en Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboordeļopgegraven grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 18 maart 2021
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker De heer C.C.G. van Rossum
25 maart 2021
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
De volledige bodemvreemde lagen op de onderzoekslocatie betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2018 onderzocht. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het bepalen van de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, conform de onderzoeksopzet voor het verkennend bodemonderzoek, zijn in totaal 13 boringen (B01 t/m B13) geplaatst, die in verband met de diverse verhardingen minimaal zijn doorgezet tot 1,0 m-mv. Ten behoeve van het grondwateronderzoek is boring PB08 dieper doorgezet en afgewerkt als peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot circa 1,0 m-mv B01 t/m B04, B06, B07, B09 t/m B12
Boringen/peilbuizen Boringen tot circa 2,0 m-mv B05, B13
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB08 (2,20-3,20)
Grondwater Het grondwater uit de peilbuis PB08 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 25 maart 2021 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
11
Asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspecties uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie deels bedekt is met verhardingen (circa 50 %). Desondanks heeft efficiënte maaiveldinspectie ( > 25 % zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn naast het schuurtje, aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie, volledige asbestverdachte golfplaten aangetroffen. Rekening houdend hiermee zijn verder op het maaiveld geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen zijn in totaal 13 proefgaten (B01 t/m B13) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 1,0 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn enkele proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot in de ongeroerde ondergrond. De proefgaten zijn verdeeld over de gehele onderzoekslocatie. Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie ^ 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen ^ 20 mm) aangetroffen.
In het veld zijn in totaal 6 grondVpuinmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie ^ 20 mm). Hierbij is rekening gehouden met aanvullende (meng)monsters in verband met het aantreffen van verschillende puinbijmengingen en het aangetroffen asbestverdachte plaatmateriaal op het maaiveld ter plaatse het schuurtje aan de zuidoostkant van de onderzoekslocatie. Een overzicht van de samengestelde grond /puinmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuis en gegraven proefgaten is opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen als bijlage 6.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
12
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.2.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) Z (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: " Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. " Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
13
7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6] en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie ^ 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 pm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.
Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
14
8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde verharding tot circa 0,5 m mv uit zwak tot sterk zandige, zwak humeuze klei. Onder de klinkerverharding is een matig fijn, zwak siltige zandige laag met zwak grindig materiaal aanwezig. Vanaf 0,5 m-mv tot aan de maximaal geboorde diepte van circa 3,2 m-mv bestaat de bodem uit zwak tot matige siltige klei. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met puin en volledige puinlagen waargenomen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen boringen/proefgaten Boring
Proefgat
B01 B03
Ja Ja
Diepte boring (m -mv) 1,00 1,00
B05 B06 PB08
Ja Ja Ja
2,00 1,00 3,20
B09
Ja
1,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,30 - 0,80 0,80 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 0,40 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Klei + Klei Klei + + Klei + Klei Klei Klei Klei
Sporen puin Volledig puin Sporen puin Zwak puinhoudend Volledig puin Volledig puin Sporen puin Volledig puin Sporen puin Zwak puinhoudend Sporen puin Sporen puin
B11 Ja 1,00 B12 Ja 1,00 B13 Ja 2,00 Toelichting hij de tabel 8.1: + Betreft geen bodem (Z 50 Z bodemvreemd materiaal); Sporen < 1 Z bodemvreemd materiaal; Zwak Z 1 Z, < 5 Z bodemvreemd materiaal; Volledig Z 50 Z bodemvreemd materiaal.
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde en opgegraven grond/ puinlagen geen overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond en de maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat - nummer Asbest 13425493
Monster
Parameter
Opmerking
Toelichting
MMASB01 MMASB06
Asbest in grond ^ 20)
Het aangeleverde analysemonster voldoet niet aan de minimaal vereiste hoeveelheid volgens de eisen in NEN5898
Er is minder dan 10 kg droge stof aan monstermateriaal aangeleverd (9,3 en 6,0 kg), waardoor de analyseresultaten mogelijk minder representatief zijn. Aangezien in beide mengmonsters geen asbest ^ 2 mg/kg d.s.) is aangetoond, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
15
Grond Op basis van de onderzoeksopzet, de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden en de bekende gegevens zijn diverse grondmengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. De mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen puin MM02 MM03
MM04
Teeltlaag MMOCB01
MMOCB02 MMOCB03
Bovengrond, klei Zintuiglijk: zwak puinhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen puin (tevens grondlagen onder puinlagen) Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen puin Teeltlaag, klei Zintuiglijk: zwak puinhoudend Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
B01 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50) B03 (0,80 - 1,00) B09 (0,50 - 1,00) PB08 (0,50 - 1,00) B05 (1,00 - 1,50) B05 (1,50 - 2,00) B10 (0,50 - 1,00) B13 (1,00 - 1,50) B13 (1,50 - 2,00) PB08 (1,00 - 1,50) PB08 (1,50 - 2,00)
NEN
Cd, Co, Pb, Zn, PAK
NEN
Ni, Zn
NEN
Cu, Pb, Ni
NEN
Ni
OCB
Drins, DDE, DDD
OCB
Drins, DDE, DDT DDE
B01 (0,00 - 0,30) B12 (0,00 - 0,30) B13 (0,00 - 0,30) B05 (0,00 - 0,30) B11 (0,00 - 0,30) B02 (0,00 - 0,30) B04 (0,30 - 0,50) B07 (0,30 - 0,50) B10 (0,30 - 0,50)
> AW < I
OCB
Resultaten | >I
-
-
Toelichting hij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); Drins Aldrin, Dieldrin en Endrin; DDE Dichloordifenyldichloorethyleen; DDD Dichloordifenyldichloorethaan; DDT Dichloordifenyltrichloorethaan; AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.
Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS EC Resultaten Troebelheid Analyse PH pakket (m-mv) (m-mv) (^S/cm) (NTU) >S<I >I PB08 2,20 - 3,20 1,39 701 237 NEN Ba 7,3 Toelichting hij de tabel 8.4: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B V.
16
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het genomen grondwatermonster uit peilbuis PB06 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (c 10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (^ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Asbest Op het maaiveld zijn, ter plaatse van het schuurtje aan de zuidoostkant van de locatie, zintuiglijk (fractie > 20 mm) asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. De aangetroffen asbestverdachte (plaat)materialen zijn in het veld direct dubbel verpakt, gecodeerd en aangeboden aan het laboratorium voor analyse op de aanwezigheid van asbest conform de NEN 5896:2003 (asbest in plaatmateriaal). In de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. In tabel 8.5 zijn de resultaten van het aangetroffen asbestverdacht (plaat)materiaal weergegeven.
Tabel 8.5: Asbestverdacht (plaat)materiaal en percentage asbest conform analysecertificaat Proefgat
Monstercode
Massa (gram)
Materiaal
Hechtgebonden
Type*
Schatting gewichtspercentage (0Zo) 10-15
Gemiddeld gewichtspercentage (07o) 12,5
Maaiveld ASB-MV 29,44 Golfplaat Ja Chrysotiel Toelichting hij de tabel 8.5: Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine) zijn een amfiboolasbest asbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn zes grond^puinmonsters samengesteld. De vier meest verdachte grond-/puinmonsters zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de grond-/puinmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyse zijn in tabel 8.6 weergegeven. Tabel 8.6: Samenstelling grond-fpuinmonsters asbest Monstercode
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,80 0,00 - 0,50 0,10 - 0,30 0,50 - 1,00
Soort
MMASB01 B01, B12, B13 Sporen puin (asbest op MV) Grond MMASB02 B05, B11 Zwak puinhoudend Grond MMASB03 B03, B06, PB08, B09 Volledig puin Puin MMASB04 B02 Grond MMASB05 B03, B04, B07, PB08 Grond MMASB06 B03, PB08, B09 Sporen puin Grond Toelichting hij tabel 8.6: Sporen c 1 V bodemvreemd materiaal; Zwak > 1 Vo c 5 V bodemvreemd materiaal; Volledig > 50 V bodemvreemd materiaal; MV Maaiveld; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin c 20 mm; Niets waargenomen.
Analysepakket Asbest in grond ^ 10 kg) 1 Asbest in grond ^ 10 kg) 1 Asbest in puin ^ 25 kg) 1 Niet geanalyseerd Niet geanalyseerd Asbest in grond ^ 10 kg) 1
De resultaten van de geanalyseerde grond-/puinmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (c 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.7 op de volgende pagina.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
17
Tabel 8.7: Overzicht onderzocht grond^puinmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaten_____________________________________________ Monstercode
Soort
MMASB01 MMASB02 MMASB03 MMASB06 Toelichting hij tabel 8.7: Niets aangetoond.
8.3.
Hechtgebonden
Type
-
-
Gemeten ^0 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 <2
Totaal gewogen ^0 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 <2
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In mengmonster MM01 van de sporen puinhoudende bovengrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, kobalt, lood, zink en PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM02 van de zwak puinhoudende bovengrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor nikkel en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM03 van de sporen puinhoudende ondergrond (klei, grondlagen onder volledige puinlagen) zijn licht verhoogde gehalten voor koper, lood en nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM04 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) is een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De aangetoonde verhoogde gehalten in de mengmonsters overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5 voor nader onderzoek. Teeltlaagonderzoek In mengmonster MMOCB01 van de sporen puinhoudende teeltlaag (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor Drins, DDE en DDD aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
De aangetoonde verhoogde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5 voor nader onderzoek. In mengmonster MMOCB02 van de zwak puinhoudende teeltlaag (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor Drins, DDE en DDT aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De aangetoonde verhoogde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5 voor nader onderzoek. In mengmonster MMOCB03 van de zintuiglijk schone teeltlaag (klei) is een licht verhoogd gehalte voor DDE aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Het aangetoonde verhoogde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5 voor nader onderzoek.
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
18
Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB08 is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende streefwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte NENparameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Tijdens de veldwerkzaamheden is zintuiglijk (fractie > 20 mm) op het maaiveld asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Het asbestverdacht plaatmateriaal betreft één stuk golfplaat en is beoordeeld als hechtgebonden chrysotiel (circa 29,44 gram). In de opgeboorde en opgegraven grond is geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. In het onderzochte mengmonster van de zwak puinhoudende bovengrond (MMASB02; 0,0-0,5 m-mv) alsmede in de onderzochte mengmonsters van de sporen puinhoudende boven- en ondergrond (MMASB01; 0,0-0,5 m-mv), (MMASB06; 0,5-1,0 m-mv) is analytisch ^ 20 mm) geen asbest aangetoond ^ 2,0 mg/kg d.s.) In het onderzochte mengmonster van de volledige puinlagen (MMASB03; 0,0-0,8 m-mv) is analytisch ^ 20 mm) eveneens geen asbest aangetoond ^ 2,0 mg/kg d.s.)
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
19
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Verkennend bodemonderzoek
Algemene kwaliteit Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en/of PAK zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende streef- en achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarde van 0,5 en de interventiewaarde niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Teeltlaagonderzoek In de oorspronkelijke teeltlaag zijn licht verhoogde gehalten voor diverse OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden, waarbij de index van een 0,5 niet wordt overschreden. De voormalige boomgaard heeft niet geleid tot een ernstige verontreiniging met OCB in de teeltlaag. 9.2.
Verkennend onderzoek naar asbest
Tijdens de werkzaamheden is op het maaiveld asbesthoudend (plaat)materiaal aangetroffen (fractie > 20 mm). In de opgeboorde en opgegraven grond is zintuiglijk (fractie > 20 mm) en analytisch (fractie < 20 mm) geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Voor wat betreft asbest in de bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de grond geen gehalten voor asbest zijn aangetroffen. Het aangetroffen asbesthoudende plaatmateriaal op het maaiveld heeft niet geleid tot een asbestverontreiniging in de bodem. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. 9.3.
Algehele conclusie en aanbevelingen
Met de diverse (bodem)onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem Z puin ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling ter plaatse van de Deijnschestraat 3 te Winssen in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling, rekening houdend met de volgende aanbeveling. Er kan niet worden uitgesloten dat ter plaatse van de onderzoekslocatie nog meer asbesthoudende (plaat)materialen op het maaiveld aanwezig zijn. Indien aan de orde, dan dienen de asbesthoudende (plaat)materialen conform de richtlijnen door een daartoe gecertificeerde onderaannemer te worden verwijderd middels handpicking. Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
20
10.
REFERENTIES
1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2017. NEN 5725, norm Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/AC2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/02:2017, Norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015, NEN 5897/02:2017, norm - Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, Deijnschestraat 3 te Winssen Rapportnr.: B21.8116 versie: 01 datum: 1 april 2021
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 1
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 1 Hţrvold-Zuiri
įô«-; Winssen'
Wmssensche
Bergharoi
Beuningen
B*ùning*ch«. Vufti
ll
Gemeente
ssfsE;
Tekening: B21.8116
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2020) Onderdeel: Situering in de regio
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 2
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
163
LLĽľ
LLL,
LEGENDA:
Boring met peilbuis Boring Proefgat Asbestverdacht plaatmateriaal op maaiveld Bebouwing VP
Vastpunt Asbestverdachte dakbedekking met afwatering op beton Looprichtingen maaiveldinspectie
Situatieschets met boringen, proefgaten en peilbuis behorend bij het verkennend bodemonderzoek voor de locatie gelegen aan de Deijnschestraat 3 te Winssen opdrachtgever: de heer L. Bruisten get. MH
gez. HD
voorafgaand projector. schaal 1 : 500
formaat
projector.B21.8116
bijlage 2
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. » ADVISERING
» BODEMONDERZOEKEN
» SANERINGEN
A3
Bijlage 3
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
18-3-2021
Datum:
18-3-2021
0
0 1
Ū
tuin
0
0
O
Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen puin, donkerbruin, Edelmanboor
O
Ū
50
50 Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
2
100
Boring:
B03
Boring:
B04
Datum:
18-3-2021
Datum:
18-3-2021
0
klinker
10 |1
-ńńńAAÁÁ 50 -İAAAAAAA -AAAAAAA -İAAAAAAA
30
Á 80 I3Do 100
0
0
Volledig puin
30
2 ŪO
50
Klei, zwak siltig, sporen puin, neutraalbruin, Edelmanboor
100
B05
Boring:
B06
18-3-2021 170
Datum:
18-3-2021
1
ū:
tuin Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
50 Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
100
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
tuin IA Ä A A A A A
Volledig puin
-.AAAAAAA
-AAAAAAA l -.AAAAAAA 50
'AAAAAAA;
Ir
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor 100
Klei, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
3 150
150
Klei, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
4 200
Projectcode: B21.8116 getekend volgens NEN 5104
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
3
Boring:
0
tegel
10
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
Datum: GWS:
0
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
2
100
o
tuin Klei, matig zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
200
“ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B07
Boring:
PB08
Datum:
18-3-2021
Datum: GWS:
18-3-2021 170
0
0
50
tegel
0 10
klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
10 30
3□2□O 50 3 100
100
Klei, sterk zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
50-
Volledig puin 100
100-
Klei, zwak siltig, sporen puin, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
150—
200
200-
Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 250-
320
Boring:
B09
Boring:
B10
Datum:
18-3-2021
Datum:
18-3-2021
0
0
klinker
10 1
50 3
40 50
ūÁ
Volledig puin
O
100-
100
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
30 50
2ŪO
Boring:
B11
Boring:
B12
Datum:
18-3-2021
Datum:
18-3-2021
0
0 1
ū:
tuin
50-
1
100-
Projectcode: B21.8116
100
100
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
0
tuin
ū: 50
50 Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
2
getekend volgens NEN 5104
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen puin, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbeige, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
3
Klei, zwak siltig, sporen puin, donkergrijs, Edelmanboor
tegel
10
100
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B13
Datum: GWS:
18-3-2021 170
0
1
Ū
tuin Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen puin, neutraalbruin, Edelmanboor
O
Klei, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
2
3 150
150
Klei, matig siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
4 200
Projectcode: B21.8116 getekend volgens NEN 5104
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
iooooVí 0ooooo
1
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
0 0 0 0 0 0 o; IOOOOOC .
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
IOOOOOC 0 0 0 0 0 0 IOOOOOC •*
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
0 0 0 0 0 0 lOOOOOf 0 0 0 0 0 0
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
O
geen geur
■Q-
zwakke geur
B
matige geur
B
sterke geur uiterste geur
olie
OOOOOC' lOOOOO,
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
zand
■Q
geen olie-water reactie
ö
zwakke olie-water reactie
B
matige olie-water reactie
B
sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
B
uiterste olie-water reactie
Klei, sterk zandig
p.i.d.-waarde
Si ^ s m
Zand, kleiïg
Zand, zwak siltig
leem
S
^0
i)
^00
^
^000 ^0000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
0
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig Į
ongeroerd monster
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
Veen, zwak kleiïg
Veen, zwak zandig
matig grindig
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
w
sterk humeus
zwak grindig
peilbuis
n
zz
matig humeus
Veen, sterk kleiïg
Veen, sterk zandig
I
—
o
sterk grindig
overig A
bijzonder bestanddeel
^
Gemiddeld hoogste grondwaterstand
?
grondwaterstand
^
Gemiddeld laagste grondwaterstand
wmsm «♦Sîŵ'SSS*
slib
Bijlage 4
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
SYNLAB Analytics ä Services B.V.
Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 - 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 - Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
SYNLABV Analyserapport
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Michelle Hennekes Postbus 2225 5300 CE ZALTBOMMEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer
: BURW : B21.8116 : 13425385,
Blad 1 van 12
versienummer:1.
Rotterdam, 25-03-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project B21.8116. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 12 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,