Bijlage 02 Was-wordt-tabel 2022
Tekst van het document
Bijlage 1: was-wordt-tabel Algemene Plaatselijke Verordening Beuningen In deze bijlage vindt u alle APV-wijzigingen die zijn beoogd voor de APV 2022. De wijzigingen zijn gecategoriseerd in hoofdstukken en afdelingen. In een tabel is per APV-artikel aangegeven hoe de bestaande tekst luidde en hoe de nieuw tekst gaat luiden. Daarbij is een toelichting gegeven.
Algemeen Bestaande tekst Artikel 2:10, 2:24, 2:28, 2:28A, 2:34A. 2:34C, 2:48 Drank- en Horecawet
Nieuwe tekst Alcoholwet
Artikel 2:11, 2:28, 2:38, 5:13, 5:18
Toelichting Op 1 juli 2021 is de nieuwe Alcoholwet in werking getreden. Deze wet vervangt de Drank- en Horecawet. Alle bepalingen waar Dranken Horecawet staan genoemd, worden conform wijziging aangepast. Als extra aandachtspunt is dat het besluit waar in artikel 2:28 naar verwezen wordt, is vervallen. Deze bepalingen staan nu in hoofdstuk 3 Alcoholwet. Dit is ook aangepast. Op grond van Afdeling 4.1.3.3 van de Awb is een gevraagde beschikking van rechtswege gegeven, als het bestuursorgaan niet op tijd reageert. En als dit zo beschreven staat in de APV. Het is echter van toepassing op de aanvraag van de beschikking en niet op de beschikking zelf, daarom is ‘een aanvraag van’ toegevoegd bij de hiervoor genoemde artikelen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Bestaande tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen
Nieuwe tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen
e. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;
e. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder m;
Toelichting Lid e is aangepast, omdat er een verkeerde verwijzing in staat. De weg staat genoemd in lid m van artikel 1:1.
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:7 Termijnen
Artikel 1:3 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:4 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:5 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Termijnen
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
Artikel 1:7 Weigeringsgronden
Wijziging nummer i.v.m. doorlopende nummering. Wijziging nummer i.v.m. doorlopende nummering. Wijziging nummer i.v.m. doorlopende nummering. Wijziging nummer i.v.m. doorlopende nummering. Wijziging nummer i.v.m. doorlopende nummering.
Hoofdstuk 2 Openbare orde Bestaande tekst Artikel 2.1. Samenscholing en ongeregeldheden
Nieuwe tekst Artikel 2.1. Samenscholing en ongeregeldheden
1. Het is verboden op een openbare plaats op enigerlei wijze de orde te vorsteren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of op andere openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van die weg of plaats
1. Het is verboden op een openbare plaats op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of op andere openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van die weg of plaats
A. Het is verboden een openbare plaats of een gedeelte ervan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
1. Het is verboden: a. een openbare plaats of een gedeelte ervan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: 1° het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
Toelichting In lid 1 van dit artikel staat een tekstuele fout: ‘vorsteren’ is aangepast naar ‘verstoren’.
Lid 1 sub b is als nieuw ingevoegd conform B&W besluit (bb21.01110). Om te voorkomen dat er laadkabels over de weg lopen i.v.m. onveilige situaties. Dit in verband met de veiligheid, bruikbaarheid van het weggedeelte, de kans op schade, problemen bij onderhoud en het in bezit nemen van een openbare parkeerplaats. De toezichthouders kunnen waarschuwen bij gevaarlijke situaties en handhaven indien nodig. Verder is de nummering aangepast i.v.m. leesbaarheid.
omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. B. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen. C. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. D. Het bevoegd orgaan kan nadere regels stellen ten aanzien van het in het eerste lid gestelde verbod. E. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; c. terrassen die onderdeel uitmaken van de exploitatievergunning van artikel 2:28 APV of de Drank- en Horecavergunning van artikel 3 lid 1van de Drank- en Horecawet. F. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of de Omgevingsverordening Gelderland. G. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
2° het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. kabels of snoeren ten behoeve van het laden van elektrische motorvoertuigen, dan wel daartoe bestemde kabelgoten, beschermmatten of overige toebehoren op, over of boven een openbare plaats te leggen of te houden, tenzij deze kabels of snoeren zich bevinden op of over de openbare parkeergelegenheid waarop het motorvoertuig staat geparkeerd en de verbinding leggen tussen dit voertuig en een bij die parkeergelegenheid behorende laadpaal. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen. 3. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. Het bevoegd orgaan kan nadere regels stellen ten aanzien van het in het eerste lid gestelde verbod. 5. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; c. terrassen die onderdeel uitmaken van de exploitatievergunning van artikel 2:28 APV of de Drank- en
En de Drank- en Horecawet is na gewijzigd in Alcoholwet. Deze benaming is in dit artikel veranderd.
Horecavergunning van artikel 3 lid 1 van de Alcoholwet. 6. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of de Omgevingsverordening Gelderland. 7. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:10B Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen
Artikel 2:10B Sluiting van voor publiek toegankelijke gebouwen
Het bestaande artikel is aangepast en aangescherpt om meer aansluiting te 1. De burgemeester kan in het zoeken bij omliggende belang van de openbare orde, 1. De burgemeester kan een gemeenten. Ook is het veiligheid, zedelijkheid, voor het publiek openstaand nieuwe artikel geformuleerd gezondheid of van het woon- en gebouw of een bij dat gebouw aan de hand van best leefmilieu, de sluiting van een behorend erf, of voor het practices. De bevoegdheid voor het publiek toegankelijke publiek openstaande van de burgemeester blijft ruimte bevelen. Hij brengt het gebouwen en/of de daarbij met het nieuwe artikel in besluit terstond ter kennis van behorende erven in bepaald stand. Dit is een specifieke de houder van de ruimte die het gebied, in het belang van de bevoegdheid voor situaties betreft. openbare orde, veiligheid, die zij in haar gemeente gezondheid of zedelijkheid of ontoelaatbaar acht. 2.Het is de houder van een voor als er naar zijn oordeel sprake is Bijvoorbeeld bij aanpak van publiek toegankelijke ruimte van bijzondere ondermijnende criminaliteit. verboden deze voor bezoekers omstandigheden voor een Sluiting op grond van dit geopend te hebben of aldaar bepaalde duur geheel of artikel zal overigens in bezoekers toe te laten of te laten gedeeltelijk sluiten. beginsel niet toegepast verblijven gedurende de tijd dat worden als sluiting op basis de ruimte krachtens een op 2.
Onverminderd hetgeen in van een ander artikel in de grond van het eerste lid door de artikel 5:24 van de Algemene APV of Opiumwet mogelijk burgemeester genomen besluit wet bestuursrecht is bepaald is. voor publiek gesloten dient te omtrent de bekendmaking, zijn. wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door 3. Het is bezoekers verboden een schrijven, waaruit van dat gedurende de tijd dat een voor bevel tot sluiting blijkt, aan te publiek toegankelijke ruimte brengen op of nabij de krachtens een op grond van het toegang(en) van het gebouw of eerste lid door de burgemeester het erf.
genomen besluiten gesloten dient te zijn, zich daarin te bevinden. 4. Voor de toepassing van dit artikel worden onder bezoekers verstaan allen die zich in de voor het publiek toegankelijke ruimte bevinden of daarin toegelaten worden met uitzondering van: a. De houder van de ruimte alsmede diens huisgenoten die door de gemeente Beuningen zijn ingeschreven als bewoners van de bij de ruimte behorende woning; b. Logeergasten; c. Hen wier tegenwoordigheid wegens dringende omstandigheden wordt vereist.
3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en er naar het oordeel van de burgemeester voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin te betreden of bezoekers toe te laten of te laten betreden. 5. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf te betreden.
Artikel 2:10C Verbod betreden van voor het publiek gesloten ruimten 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet. Artikel 2:10C Verbod betreden De nummering is aangepast van voor het publiek gesloten omdat deze ontbrak. Lid 4 is ruimten toegevoegd. 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
gesloten woning, een lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te 4. De burgemeester is bevoegd verlenen. van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen. Artikel 2:11 APV Artikel 2:11 APV 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak.
2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
3. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening Gelderland, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
3. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening Gelderland, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
Lid 2 is aangepast, aangezien een overheid – in dit geval gemeente – vaak opdracht geeft tot het uitvoeren van werkzaamheden aan de weg. Dit is ook conform modelverordening van de VNG.
beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitrit of uitweg te maken, al dan niet over een trottoir naar de weg of verandering te brengen in een bestaande inrit of uitweg naar de weg.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitrit of uitweg te maken, al dan niet over een trottoir naar de weg of verandering te brengen in een bestaande inrit of uitweg naar de weg.
2. Het college kan de vergunning weigeren: a. indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. in het belang van de bescherming van de groenvoorziening binnen de gemeente; d. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; e. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt omsloten en de aanleg van deze tweede uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats, groenvoorziening, of het uiterlijk aanzien van de omgeving.
2. Het college kan de vergunning weigeren: a. indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. in het belang van de bescherming van de groenvoorziening binnen de gemeente; d. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; e. indien er reeds een bestaande uitweg vanuit een perceel met woonbestemming aanwezig is; f. indien er sprake is van een uitweg van een perceel met bestemming anders dan wonen dat al door een andere uitweg wordt omsloten en de aanleg van deze tweede uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats, groenvoorziening, of het uiterlijk aanzien van de omgeving.
3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Omgevingsverordening Gelderland. 4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
De onderdelen e en f zijn aangescherpt, omdat bij bedrijven op het bedrijventerrein of bij agrariërs het wenselijk kan zijn om een tweede of zelfs derde uitrit aan te leggen. Het is echter wel belangrijk om dit te toetsen en door invoeging van deze leden, kan dat.
van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Omgevingsverordening Gelderland.
Artikel 2:17 Markering containers
4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:17 Plaatsing en markering containers
Containers die op de openbare weg zijn geplaatst, moeten in het belang van de veiligheid van het verkeer, voorzien zijn van voldoende markering van retroreflecterend materiaal.
1. De container dient buiten de weg geplaatst te worden. Indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, dient de container zoveel mogelijk naar de zijkant van de weg geplaatst te worden.
Artikel 2:18 Gevaarlijke of hinderlijk voorwerp voor voetgangers, fietsers
2. Containers die op de openbare weg zijn geplaatst, moeten in het belang van de veiligheid van het verkeer, voorzien zijn van voldoende markering van retroreflecterend materiaal. Artikel 2:18 Gevaarlijke of hinderlijk voorwerp voor voetgangers, fietsers
1. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hanger lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v. prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstanden dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van
1. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of fietsers bestemde deel of te gebruiken deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,5 meter boven dat gedeelte van de weg. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v. prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstanden dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen
Lid 1 is nieuw toegevoegd. Ervaring leert dat containers regelmatig op de weg worden geplaatst. Dit kan leiden tot onveilige situaties voor weggebruikers. Met dit nieuwe lid wordt beoogd om deze onveilige situaties te kunnen voorkomen.
Lid 1 is aangepast omdat het wenselijk is dat ook andere paden, zoals een olifantenpad, hieronder gaan vallen. Dit is niet ‘bestemd’ om te lopen, maar wordt wel als dusdanig gebruikt. Dit kan daarom voor gevaarlijke situaties zorgen. Ook is het aantal meter aangepast, omdat voor fietsers 2,50 meter wordt aangehouden als minimale vrije hoogte. Dit is conform Uitvoeringsvoorschriften BABW.
een afscheiding zijn aangebracht. Artikel 2:19 Opsporen metalen
van een afscheiding zijn aangebracht. Artikel 2:19 Opsporen metalen
1. Het is verboden opgravingen te doen als bedoeld in artikel 2.2. Besluit Erfgoedwet archeologie.
1. Het is verboden opgravingen te doen als bedoeld in artikel 2.2. Besluit Erfgoedwet archeologie.
2. Het is verboden op een openbare plaats een metaaldetector of enig ander voorwerp waarmee metalen kunnen worden opgespoord bij zich te hebben, met het kennelijke doel deze te gebruiken voor het opsporen van metalen.
2. Het is verboden op een openbare plaats een metaaldetector of enig ander voorwerp waarmee metalen kunnen worden opgespoord bij zich te hebben, met het kennelijke doel deze te gebruiken voor het opsporen van metalen.
3. De verboden uit het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op opgravingen door een certificaathouder als bedoeld in paragraaf 5.1 van de Erfgoedwet.
3. De verboden uit het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op opgravingen door een certificaathouder als bedoeld in paragraaf 5.1 van de Erfgoedwet.
4. De verboden uit het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een bedrijf dat in bezit is van een systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE).
4. De verboden uit het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een bedrijf dat in bezit is van een systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE).
In lid 5 en 6 staat een ontheffingsmogelijkheid opgenomen voor het graven/zoeken naar archeologische vondsten door een niet-gecertificeerd bedrijf. Het is echter alleen toegestaan voor een gecertificeerd bedrijf om te graven/zoeken naar archeologische vondsten. Daardoor wordt er door de gemeente Beuningen en andere regiogemeenten geen ontheffing verleend. Lid 5 en 6 komen daarmee te vervallen.
5. Het college kan ontheffing verlenen van het in lid twee dit artikel genoemd verbod. 6. Op de aanvraag om een ontheffing uit lid vijf is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene Wet Bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2. Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien aan
2. Een aanvraag om een vergunning voor een
Lid 2 is als nieuw ingevoegd. De burgemeester verleent een vergunning voor een evenement. Dit evenement wordt door de vergunningverlener getoetst aan geldende wet- en regelgeving. Om deze toets
alle hierna genoemde criteria wordt voldaan: a. het aantal aanwezige personen inclusief deelnemers niet meer bedraagt dan 250 (tweehonderdvijftig); b. het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur plaats vindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 24.00 uur; d. het evenement geen of een zeer geringe beperking van het gebruik van de weg of anderszins veroorzaakt en geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; g. de organisator tenminste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 3. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Op de vergunning is onverminderd art. 1:8 lid 2 van de APV van toepassing. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
evenement als bedoeld in het eerste lid moet worden ingediend uiterlijk 8 weken vóór datum van het evenement. 3. Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien aan alle hierna genoemde criteria wordt voldaan: a. het aantal aanwezige personen inclusief deelnemers niet meer bedraagt dan 250 (tweehonderdvijftig); b. het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur plaats vindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 24.00 uur; d. het evenement geen of een zeer geringe beperking van het gebruik van de weg of anderszins veroorzaakt en geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; g. de organisator tenminste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
optimaal uit te kunnen voeren, moet er voldoende tijd zijn om de aanvraag te behandelen. Als er onvoldoende tijd is, bestaat er een risico op een onveilig evenement. Met lid 2 wordt beoogd om dit risico te verminderen.
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
148, van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Op de vergunning is onverminderd art. 1:8 lid 2 van de APV van toepassing.
Artikel 2:25:1 Beëindiging evenement
7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing Artikel 2:25A Beëindiging evenement
Artikel 2:25:2 Op de weg achtergebleven stoffen na een evenement Artikel 2:27 Begripsbepalingen
Artikel 2:25B Op de weg achtergebleven stoffen na een evenement Artikel 2:27 Begripsbepalingen
Artikel 2:28:1 Intrekkingsgronden
Artikel 2:28A Intrekkingsgronden
Artikel 2:28:2 Vervallen vergunning
Artikel 2:28B Vervallen vergunning
Nog geen bestaand artikel
2:31A Kansspelen 1. Het is verboden in een openbare inrichting in enigerlei vorm met of om geld te spelen. 2. Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot kansspelautomaten waarvoor ingevolge artikel 30b van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend door de burgemeester.
Artikel 2:38 Verschaffen gegevens nachtregister
Artikel 2:37 Verschaffen gegevens nachtregister
Artikel 2:39 Speelgelegenheden
Artikel 2:38 Speelgelegenheden
Artikel 2:40 Speelautomaten
Artikel 2:39 Speelautomaten
Nummering aangepast om meer eenheid te creëren in de APV. Nummering aangepast om meer eenheid te creëren in de APV. Tekens aangepast in de tekst. Redactionele wijziging. Nummering aangepast om meer eenheid te creëren in de APV. Nummering aangepast om meer eenheid te creëren in de APV. In openbare inrichtingen kan illegaal gegokt worden. Dit kan gepaard gaan met andere vormen van criminaliteit. Ook kan de omgeving dar overlast van ervaren. Het kan bovendien gaan om grote sommen geld die witgewassen worden. Als laatst brengt illegaal gokken ook het risico op een gokverslaving mee. Al met al is het wenselijk dat deze bepaling wordt opgenomen. Wijziging nummering, omdat er een nummer ontbrak. Wijziging nummering, omdat er een nummer ontbrak. Wijziging nummering, omdat er een nummer ontbrak.
Artikel 2:40A Aankondiging speelverbod onder 18 jaar
Artikel 2:40 Aankondiging speelverbod onder 18 jaar
Artikel 2:41a Verblijfsontzeggingen Nog geen bestaand artikel
Artikel 2:41A Verblijfsontzeggingen Artikel 2:45 Rookverbod op een openbare plaatst bij een speeltuin of schoolterrein 1. Het is verboden te roken op een openbare plaats die op minder dan 10 meter afstand is gelegen van: a. het terrein van een speeltuin of van een school. b. een door het college aangewezen overheidsgebouw.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
2. Dit verbod is niet van toepassing op gevallen waarin de Tabaks- en rookwarenwet voorziet. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op andere dan door het college aangewezen plaatsen.
1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2. Het college kan voor plaatsen bepaalde perioden en tijden instellen waarvoor de plicht genoemd in het eerste lid niet geldt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een
3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Wijziging nummering, omdat er een nummer ontbrak. Opmaakwijziging. Dit betreft een nieuw artikel. Op dit moment staan er borden bij speelgelegenheden dat roken daar verboden is. Echter, is er nog geen juridische grondslag om daarop te kunnen handhaven. Door het opnemen van dit verbod kan dit geborgd worden.
Dit artikel is aangepast, omdat de modelverordening van de VNG dit voorschrijft. Het is namelijk feitelijk onmogelijk om er zorg voor te dragen dat een hond zich niet van uitwerpselen ontdoet. Het is echter wel mogelijk om deze uitwerpselen onmiddellijk te verwijderen. Hiervoor zijn twee uitzonderingen die in lid 2 en lid 3 zijn beschreven.
geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151 onder d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151 onder d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
De burgemeester kan op grond van dit artikel gedragsaanwijzing geven aan overlastgevers in huuren koopwoningen. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Deze beperking is komen te vervallen, waardoor dit deel uit het artikel is gehaald.
Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Bestaande tekst AFDELING 3. HOUTOPSTADEN: THANS DE BOMENVERORDENING 2012
Nieuwe tekst AFDELING 3. HOUTOPSTANDEN: THANS DE BOMENVERORDENING 2012
Toelichting Er ontbrak een letter in het woord ‘houtopstanden’. Dit is aangepast.
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Bestaande tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Nieuwe tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Het in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. Artikel 5:24 Gemotoriseerde vaartuigen
1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit: a. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water; b. gevaar oplevert voor het doelmatig en veilig gebruik van het openbaar water; c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
1. Het is verboden gebruik te maken van gemotoriseerde voertuigen op alle binnenwateren van de gemeente Beuningen met uitzondering van de Waal.
1. Het is verboden gebruik te maken van gemotoriseerde vaartuigen op alle binnenwateren van de gemeente Beuningen met uitzondering van de Waal.
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de gekleurde binnenwateren op de kaart ‘Recreatief varen in Beuningen, wanneer gebruik wordt gemaakt van vaartuigen met elektromotoren met een vermogen tot maximaal 2500 Watt en een lengte van maximaal 7 meter.
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de gekleurde binnenwateren op de kaart ‘Recreatief varen in Beuningen, wanneer gebruik wordt gemaakt van vaartuigen met elektromotoren met een vermogen tot maximaal 2500 Watt en een lengte van maximaal 7 meter.
Artikel 5:25 Gemotoriseerde vaartuigen
Toelichting Voor de leesbaarheid is dit artikel aangepast en verdeeld in leden met sub a, b en c. Dit is zo verdeeld omdat dit artikel niet alleen vanuit een veiligheidsoogpunt is ingesteld. Het doelmatig beheer en onderhoud is maar indirect gerelateerd aan veiligheid.
Wijziging in verband met onjuiste nummering. En tekstuele wijziging van lid 1. Voertuigen moeten vaartuigen zijn.
3. Het is verboden sneller te varen dan 6 km per uur.
3. Het is verboden sneller te varen dan 6 km per uur.
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van lid 1 en lid 2 ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten.
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van lid 1 en lid 2 ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten.
5. Voor het gebruik van gemotoriseerde vaartuigen op de recreatieplas in de Groene Heuvels is artikel 5:25 APV niet van toepassing.
5. Voor het gebruik van gemotoriseerde vaartuigen op de recreatieplas in de Groene Heuvels is artikel 5:25 APV niet van toepassing.
6. Het college is bevoegd de kaart ‘Recreatief varen in Beuningen’ vast te stellen. Artikel 5:25 Gebruik recreatieplas in de Groene Heuvels Nog niet bestaand.
6. Het college is bevoegd de kaart ‘Recreatief varen in Beuningen’ vast te stellen." Artikel 5:26 Gebruik recreatieplas in de Groene Heuvels Artikel 5:27 Aanleggen van vaartuigen 1. Het is verboden om vaartuigen aan te leggen op of aan oevers van het openbaar gebied. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet: a. bij een voor dit doel aangebrachte voorziening in het openbaar gebied. b. bij oevers in particulier bezit.
Wijziging in verband met onjuiste nummering. De ervaring leert dat eigenaren die niet aan het water wonen hun bootjes stallen/aanleggen op oevers van het openbaar gebied. Hierdoor wordt de groenvoorziening op de oevers aangetast en wordt de gemeente belemmerd in het beheer en onderhoud van de oevers. Daarom is het gewenst om een verbod in te stellen, met twee uitzonderingen. Er zijn namelijk afmeerpaaltjes aan de slottuin waar aanleggen wel is toegestaan. Ook geldt dit verbod niet voor inwoners die met hun eigendom direct aan het openbaar water grenzen en een bootje in dat openbaar water hebben liggen.
Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen Bestaande tekst Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
Nieuwe tekst Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
Toelichting Het is een verplichting om de oude verordening in te trekken en deze verplichting
De Algemene plaatselijke verordening zoals deze is vastgesteld op 21 mei 2019 wordt ingetrokken. Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening 2020 (APV 2020).
De Algemene plaatselijke verordening zoals deze is vastgesteld op 17 december 2020 wordt ingetrokken. Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening 2022 (APV 2022).
wordt met dit artikel geborgd.
Benaming van de APV gewijzigd.