CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 02: Was-wordt lijst Reglement van orde gemeente Beuningen 2023

Raadsvergadering 10 oktober 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel aanpassing Reglement van orde voor de gemeenteraad 2023 en de verordening op de commissies van de raad van Beuningen 20235.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel wijziging Reglement van Orde Beuningen 2023 Een aantal kleine tekstuele aanpassingen om het reglement van orde leesbaarder te maken, zijn hier niet in deze was-wordt tabel opgenomen. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5 De Agendacommissie 1. Er is een Agendacommissie die bestaat uit de voorzitter van de raad, de voorzitter van de beide raadscommissies en twee plaatsvervangend voorzitters van de raadscommissies. 2. De Agendacommissie bestaat, naast de voorzitter van de raad, in principe uit twee leden van de oppositie en twee leden van de coalitie. Indien dit niet haalbaar is wordt zo veel mogelijk een evenredige vertegenwoordiging van oppositie en coalitie nagestreefd. 3. De griffier is adviserend lid van de Agendacommissie. 4. Indien het op stemmingen aankomt hebben de leden gelijk stemrecht. 5. De Agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan haar vergaderingen. 6. De taken van de agendacommissie zijn in ieder geval: a. het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor de raadsvergaderingen en de commissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies; c. adviseren over en voorstellen doen voor de wijze van agenderen en over de bijpassende behandel- en vergaderwijze, ook van de onderwerpen opgenomen in de raadsplanning; e. beoordelen van agendaverzoeken; f. beoordelen van verzoeken voor bijeenkomsten en werkbezoeken van raads- en collegeleden en anderen; g. het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. 7.

Tweemaal per jaar vergadert de Agendacommissie in brede samenstelling met leden van het college om in ieder geval de raadsplanning te bespreken en de kwaliteit van de onderlinge verhouding tussen raad en college te evalueren.

Artikel 5 De Agendacommissie 1. Er is een Agendacommissie die bestaat uit de voorzitter van de raad, de voorzitters van de beide commissies, twee plaatsvervangend voorzitters van de commissies 2. De Agendacommissie bestaat, naast de voorzitter van de raad, uit twee leden van de oppositie en twee leden van de coalitie. Indien dit niet haalbaar is wordt zo veel mogelijk een evenredige vertegenwoordiging van oppositie en coalitie nagestreefd. 3. De griffier is adviserend lid van de Agendacommissie. 4. Indien het op stemmingen aankomt hebben de leden gelijk stemrecht. 5. De Agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan haar vergaderingen. 6. De taken van de agendacommissie zijn in ieder geval: a. het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor de raadsvergaderingen en de commissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de commissies; c. adviseren over en voorstellen doen voor de wijze van agenderen en over de bijpassende behandel- en vergaderwijze, ook van de onderwerpen opgenomen in de raadsplanning; d. beoordelen van agenderingsverzoeken; e. beoordelen van verzoeken voor bijeenkomsten en werkbezoeken van raads- en commissieleden en anderen; f. het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de commissies. g.

het voorbereiden van een voorstel voor de behandeling en de vaststelling van de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag.

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6 Het Fractievoorzittersoverleg 1. Er is een Fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. 2. De fractievoorzitters kunnen zich bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg laten vervangen door een raadslid van zijn of haar fractie. 3. Het Fractievoorzittersoverleg kan anderen uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen. 4. Het Fractievoorzittersoverleg heeft overleg en/of doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de Agendacommissie.

Artikel 6 Het Fractievoorzittersoverleg 1. Er is een Fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. 2. De fractievoorzitters kunnen zich bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg laten vervangen door een raadslid van zijn of haar fractie. Enkel in het geval van een eenmansfractie kan de fractievoorzitter zich bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg laten vervangend door een commissielid van zijn of haar fractie. 3. Het Fractievoorzittersoverleg kan anderen uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen. 4. Het Fractievoorzittersoverleg heeft overleg en/of doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de commissie voor zover het niet betreft de taken van de Agendacommissie. 5. Tweemaal per jaar vergadert het Fractievoorzittersoverleg in brede samenstelling met de fractievoorzitters en de leden van het college om in ieder geval de raadsplanning te bespreken en de kwaliteit van de onderlinge verhouding tussen raad en college te evalueren.

Artikel 7B wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7B Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet [en kan van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag vragen als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens]. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

Artikel 8 Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

2

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 9 Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.

Artikel 10 Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis. 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie. 3. Als een vergadering tot later dan 23:30 uur duurt, wordt er op dat moment door de voorzitter een voorstel van orde gedaan voor het afronden van de agenda.

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 11 Agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en openbaar gemaakt. 2. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 4. De raad kan besluiten de besluitvorming na de openbare beraadslaging aan te houden. 5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 6. Indien geen unanimiteit bestaat over de onderverdeling in bespreek- en hamerstukken, wordt bij meerderheid besloten.

Artikel 12 Agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en openbaar gemaakt. 2. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. De leden van de raad stemmen over het voorstel. 3. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 4. De raad kan besluiten de besluitvorming na de openbare beraadslaging aan te houden. 5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. De leden van de raad stemmen over het voorstel. 6. Indien geen unanimiteit bestaat over de onderverdeling in bespreek- en hamerstukken, wordt bij meerderheid besloten.

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

3

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden gesteld. 3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.

Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep openbaar op het raadsinformatiesysteem geplaatst. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste ter inzage bij de griffier.

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 20 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt wekelijks aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd. Per vergadering van de raad wordt een verzamellijst opgesteld. 2. De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast of in het geval van onverwijlde spoed de griffier.

Artikel 20 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Raadsleden hebben via het raadsinformatiesysteem toegang tot de ingekomen stukken. Per raadsvergadering wordt een verzamellijst opgesteld. 2. De raad stelt op voorstel van de griffie de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. Een lid van de raad kan een schriftelijke vraag stellen over een ingekomen stuk, uiterlijk om 16 uur ’s middags de dag voor de raadsvergadering bij de voorzitter via de griffie.

4

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 28 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen een aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet dan wel artikel 2:4 Algemene wet bestuursrecht van stemming hebben onthouden. 3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. 5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 6. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.

Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 28 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen een aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Indien door een of meer leden om stemming of hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. 5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 van de wet moet onthouden verplicht zijn hun stem uit te brengen. 6. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.

Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

5

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 30 Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau. 2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. 5. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 6. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 30 Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3 leden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. 5. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 6. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 40 Vragenronde en Interpellatie 1. Bij aanvang van de raadsvergadering is er een vragenronde. Het lid van de raad dat tijdens de vragenronde vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp zo mogelijk 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter via de griffier en wel schriftelijk. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens de vragenronde aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 2. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 3. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college, de burgemeester of aan andere leden van de raad te stellen en een toelichting daarop te geven.

Artikel 37 Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens naar het oordeel van de voorzitter, spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester

6

4. Na de beantwoording door diegene(n) aan wie de vraag is gericht, krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 6. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens naar het oordeel van de voorzitter, spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 7. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 8. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 38 Vragenronde 1. Bij aanvang van de raadsvergadering is er een vragenronde. Het lid van de raad dat tijdens de vragenronde vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk om 16 uur ’s middags de dag van te voren bij de voorzitter via de griffier en wel schriftelijk. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens de vragenronde aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 2. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 3. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college, de burgemeester of aan andere leden van de raad te stellen en een toelichting daarop te geven. 4. Na de beantwoording door diegene(n) aan wie de vraag is gericht, krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

Artikel 41 is nieuw: Nieuwe tekst Artikel 41 Werkgroepen 1. De raad kan werkgroepen instellen. 2. Werkgroepen kunnen voor een bepaalde tijd en rond een bepaald thema ingesteld worden. 3. In het besluit van werkgroepen wordt ten minste duidelijk: a. wat het doel en de opdracht van de werkgroep is; b. tot wanneer de werkgroep wordt ingesteld; c. op welk thema de werkgroep wordt ingesteld; d. wat de samenstelling van de werkgroep is; e. wat de werkwijze van de werkgroep is; f. wanneer en op welke wijze de werkgroep rapporteert aan de raad als opdrachtgever.

Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

7

Artikel 46 Verslag 1. Het verslag van een besloten vergadering wordt uitsluitend aan de bij de desbetreffende besloten vergadering aanwezig geweest zijnde leden toegezonden. 2. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering staat op de openbare agenda het vaststellen van het verslag geagendeerd. Indien een lid van de raad het woord wenst te voeren over het verslag, dan kan dit alleen tijdens een besloten deel. Het vaststellen van het verslag van een besloten vergadering leidt tot de bekrachtiging van de geheimhouding ervan, tenzij de raad besluit dat het verslag openbaar is. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 43 Besluitenlijsten en verslagen 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar liggen uitsluitend ter inzage bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 48 Opheffen geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Artikel 44 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

8

Toelichting Hieronder zijn een aantal zaken uitgelicht die specifiek zijn opgenomen voor Beuningen en daarmee aansluiten op het huidige vergadermodel. Verder sluiten de wijzigingen in de toelichting aan bij de wijzigingen in de Gemeentewet. Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Nieuwe tekst Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 0:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 gemeentewet, artikel C4 tweede lid, kieswet).

Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd.

Derde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het procesverbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren.

Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertelling-gemraadsverk-bzk20140000116196.pdf). Deze circulaire was ook bij de raadsverkiezingen in 2018 en 2022 van toepassing. In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling.

Vierde en vijfde lid Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan

9

de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd.

Artikel 9 Fracties Nieuwe tekst In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen (hoofdstuk X, Kieswet). Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.

Artikel 16 Zitplaatsen Nieuwe tekst Lid 2 en 3 maken het mogelijk zitplaatsen te wijzigen als daartoe aanleiding bestaat. Dit kan het geval zijn bij een wijziging in de raad, in de coalitie of fracties.

Artikel 20 Ingekomen stukken Nieuwe tekst Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Raadsleden hebben via het raadsinformatiesysteem toegang tot de ingekomen stukken. De griffie geeft een advies over de afdoening van een ingekomen stuk. Per vergadering van de raad wordt een verzamellijst opgesteld. De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast of in het geval van onverwijlde spoed de griffier. In Beuningen is het mogelijk een vraag te stellen over een ingekomen stuk tijdens de raadsvergadering. Deze vraag dient schriftelijk te worden aangeleverd in het juiste format.

Artikel 28 Algemene bepalingen over stemming Nieuwe tekst Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de wet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Artikel 38; 39 Het vragen- en informatierecht

10

Nieuwe tekst De raad is van mening dat raadsleden makkelijk toegang moeten krijgen tot ambtenaren om antwoorden te krijgen op deze technische vragen. Indien deze ‘informele weg’ niet leidt tot bevredigende antwoorden, dan kunnen technische vragen via het format ‘vragen’ schriftelijk worden ingediend. Uiterlijk 16:00 uur de dag voor de raadsvergadering. Beantwoording vindt schriftelijk of mondeling tijdens de commissie plaats. De commissievergaderingen zijn er primair om beleidsinhoudelijke vragen te stellen. De verschillende instrumenten staan opgesomd in de gereedschapskist van een raadslid Beuningen. De verordening Ambtelijke bijstand is eerder op bovenstaande punten aangepast.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=fff01f40-c0c1-4807-b8fc-a7b3f9dd48b1