Bijlage 02 Ruimtelijke Ontwikkeling - Koningstraat 53-55 te Winssen
Tekst van het document
agrifirm
Ruimtelijke onderbouwing Koningstraat 53-55 te Winssen
Maart 2022
Colofon Projectnummer: EX.19.1931 Versie: concept Datum: maart 2022
Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Exlan Advies Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Koningstraat 53-55 te Winssen
Opdrachtgever | Aanvrager Akkerbouw-Loonbedrijf Winssen VOF Koningstraat 55 6645 KN Winssen
Projectleider | Contactpersoon gemachtigde D. (Dennis) van Kessel T: 06 - 20 40 39 97 E: d.vankessel@agrifirm.com
2 Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
Inhoudsopgave 1
INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4
2
PLANBESCHRIJVING 2.1 2.2 2.3
3
_____________________________________________________________________
BESTAANDE SITUATIE NIEUWE SITUATIE AFWIJKINGEN GELDEND BESTEMMINGSPLAN
BELEIDSKADER 3.1 3.2 3.3
4
______________________________________________________________________________
AANLEIDING EN DOEL LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED GELDEND BESTEMMINGSPLAN LEESWIJZER
__________________________________________________________________________
RIJKSBELEID PROVINCIAAL BELEID GEMEENTELIJK BELEID
OMGEVINGSASPECTEN
___________________________________________________________________
4.1
5
4 4 5 6
7 7 8 11
13 13 16 20
23
MILIEU 4.1.1 M.E.R. BEOORDELING 4.1.2 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING 4.1.3 GELUID 4.1.4 LUCHTKWALITEIT 4.1.5 GEUR 4.1.6 EXTERNE VEILIGHEID 4.1.7 BODEM 4.2 WATER 4.3 NATUUR 4.3.1 GEBIEDSBESCHERMING 4.3.2 SOORTENBESCHERMING 4.4 ERFGOED 4.4.1 ARCHEOLOGIE 4.4.2 CULTUURHISTORIE 4.5 VERKEER EN PARKEREN 4.6 KABELS EN LEIDINGEN
23 23 23 24 25 26 26 27 28 31 31 31 32 32 32 33 35
UITVOERBAARHEID
36
5.1 5.2
6
4
______________________________________________________________________
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
36 36
CONCLUSIE
_____________________________________________________________________________
38
BIJLAGEN
______________________________________________________________________________
39
3 Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
1 1.1
Inleiding AANLEIDING EN DOEL Aanvrager exploiteert op de locatie Koningstraat 53-55 te Winssen een loonbedrijf. Omdat er om diverse redenen behoefte is aan uitbreiding van de bedrijfsbebouwing, heeft aanvrager omgevingsvergunning aangevraagd voor het ter plaatse herbouwen van een van een locatie elders afkomstige loods. Het bouwplan voor de te herbouwen loods blijkt niet in overeenstemming met het voor betreffende locatie geldend bestemmingsplan gerealiseerd te kunnen worden. Hoewel het een loods betreft ten behoeve van het ter plaatse toegestane loonbedrijf en de loods ruim binnen de bestemming ‘Bedrijf gesitueerd is, is met de beoogde bebouwde oppervlakte van 1.132 m2 sprake van overschrijding van de maximaal toegestane vergroting qua bedrijfsgebouwen van 100 m2. Het geldend bestemmingsplan bevat geen afwijkingsmogelijkheden of wijzigingsbevoegdheden ten behoeve van vergroting van de bebouwde oppervlakte aan bedrijfsgebouwen binnen de bestemming ‘Bedrijf met meer dan 100 m2. Dit houdt in dat planologische medewerking aan het bouwplan niet mogelijk is via een ‘binnenplanse afwijking’ of een ‘binnenplanse wijziging’. Door de goothoogte van 5,0 m en de bouwhoogte van 9,55 m kan dat ook niet door middel van een ‘buitenplanse kleine afwijking’.
Om realisatie van het bouwplan planologisch mogelijk te maken, is zodoende een herziening van het bestemmingsplan vereist dan wel een omgevingsvergunning, waarbij met een ‘buitenplanse afwijking’ zoals bedoeld in art. 2.12, lid 1, onder a, onder 30 Wabo van het geldend bestemmingsplan wordt afgeweken (projectafwijkingsbesluit). In dit geval is er al een concreet bouwplan. Daarom is gekozen voor de procedure van een omgevingsvergunning die met toepassing van een projectafwijkingsbesluit wordt verleend. Hiervoor is een goede ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk, waarin wordt aangetoond dat het gebruik en/of het bouwwerk dat in strijd is met het geldend bestemmingsplan, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Dit rapport bevat de vereiste goede ruimtelijke onderbouwing.
1.2
LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED De locatie Koningstraat 53-55 te Winssen ligt in het buitengebied van de gemeente Beuningen, ten zuiden van de kern Winssen en de Van Heemstraweg en ten noorden van de N322 (zie figuur 1.1). De locatie omvat de percelen, kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie G, nrs. 662, 695, 696, 697 en 798.
4 Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
JSTOf
mm
ļMgJkŕjķf
: ,' . sl:t —iv
ÜS1
MtFV ĩîrHĶ
HSiUSfll -jťî-T såaass
/m
Zandwinning
— řBrouwers Hofstad ŵįgBř
Winssensche
Marialusţ»
äţ^pw-
Hc e\
Lanġakker KnooopunîC
Figuur 1.1: Topografische kaart met ligging plangebied (bron: https://www.topotijdreis.nl)
fföj
.
^
n '•J :xį, ifğģ »
V 'II
Figuur 1.2: Luchtfoto met begrenzing plangebied (bron: https://streetsmart.cyclomedia.com)
Dit plangebied ligt ten zuidwesten van de kern Winssen in de gemeente Beuningen. Het plangebied ligt ten zuiden van de Van Heemstraweg en de rivier de Waal. 1.3
GELDEND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van de locatie Koningstraat 53-55 te Winssen geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Dit plan is op 14 juni 2011 vastgesteld door de raad van de gemeente Beuningen en door de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 1 augustus 2012 onherroepelijk geworden.
5 Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
I * ^ * ?
xH to'â - 'żlJP
:: j-..
-
t* **
02
* 4 4 4
í î ffj 4 * 4 4
* * * * *
4- f
4 *
4
4"i
4 tt 4 4 4 4 ^44
4 4 4 4 4 4 4 4
4- 4
4 4 4 4j
rŕ 4 4 4 4
4-
4 4 4
4 4 4 *
4* 4- 44-
4*44
4 * * 4-
4 4 4 4 4
f jw;f
* * 4 4 4
4 4 4 4 4
4-
44
4- 44
'f 4 4 4 4 4 4 tyí
4 4
► 4 + 4* fSiJļ
Enkelbestemming Agrarisch
4 4 4 4 4 4 4 44
Enkelbestemming Bedrijf 4
____ Dubbelbestemming I+-++I Waarde- Archeologie 3
Maatvoering maximaal aantal wooneenheden: 2
t
4
4
4
*
4
4
*
.
4 44
4 4 4 4 4 4 44
4 4 4-*
4 4
4*4*44444
4 4
4
4
4 4 4
-
44444*4444444*4 4 4 4 4 4 4 + 4,
4 1, *
4 4 4 4 4 4
4 4*4 l 4 4 4 4
4 4 4
4*4*444*
4
4*
4
4
4 4 4
f * *
-444 /''VXq Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied' (bron: RuimtelijkePlannen.nl)
Gezien de in figuur 1.3 opgenomen uitsnede van de verbeelding van het plan gelden ter plaatse de volgende bestemmingen en aanduidingen: Enkelbestemming ‘Bedrijf’, met aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’; Enkelbestemming ‘Agrarisch’; Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’.
1.4
LEESWIJZER Dit rapport bevat na dit inleidende hoofdstuk de volgende hoofdstukken: » In hoofdstuk 2 is het plan beschreven aan de hand van een beschrijving van de bestaande en de beoogde nieuwe situatie; » Hoofdstuk 3 bevat een toets van het plan aan het relevant beleid van Rijk, provincie en gemeente; » Hoofdstuk 4 bevat een toets van het plan op milieu- en andere omgevingsaspecten. » Hoofdstuk 5 behandelt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan; » In hoofdstuk 6 is een algemene conclusie opgenomen.
6 Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
2 2.1
Planbeschrijving BESTAANDE SITUATIE Ter plaatse van de locatie is een loonbedrijf gevestigd. Op de locatie zijn bestaand diverse bedrijfsgebouwen en verharding aanwezig. Op de locatie is de in onderstaande figuur weergegeven bebouwing aanwezig.
1
fti
V//Å
■'jg r -fĩwM
WM7"
'i
y •..-■-•'i.-' sT -
Figuur 2.1: Luchtfoto locatie (bron: https://streetsmart.cyclomedia.com)
Zoals figuur 2.1 laat zien, is ter plaatse de volgende bedrijfsbebouwing is aanwezig: 1. 2. 3. 4. 5.
Bedrijfswoning (Koningstraat 55a); Bedrijfswoning (Koningstraat 53); Bedrijfsgebouw, ± 251 m2; Bedrijfsgebouw, ± 1.284 m2; Bedrijfsgebouw, ± 2.651 m2.
De bestaande bedrijfsgebouwen dienen vooral voor stalling van een groot aantal landbouwvoertuigen en -werktuigen (tractoren, combines, rooiers, eggen, ploegen, cultivatoren, shovels, kranen, enz.). Gezien figuur 2.1 bestaat de locatie verder voor een groot gedeelte uit verhard buitenterrein en wordt dat gebruikt voor buitenopslag en stalling. Het door het loonbedrijf gebruikte gedeelte van de locatie is via een te midden van de bedrijfswoningen gelegen im/uitrit en oprit ontsloten op de Koningstraat. De bedrijfswoningen hebben (ook) middels een aparte in-/uitrit en oprit een eigen ontsluiting op deze weg. De aangrenzende percelen zijn verder in gebruik als erf en tuin. De locatie is gelegen in gemengd gebied met agrarische bedrijven. In de nabijheid zijn verschillende
7 Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
burgerwoningen en agrarische percelen gelegen. De tuininrichting bestaat vooral uit gras. Op het adres Betenlaan 2 is een agrarisch met bedrijfswoning gevestigd. In deze bedrijfswoning woont één van de vennoten.
2.2
NIEUWE SITUATIE In de bestaande situatie moet stalling en opslag van het materieel en de materialen en producten, verbonden aan het uitoefenen van het loonbedrijf noodzakelijkerwijs gedeeltelijk buiten plaatsvinden op het aanwezig verhard buitenterrein. Dit blijkt ook uit figuur 2.1. Ook al is dit gewoon toegestaan volgens het geldend bestemmingsplan, vanuit het oogpunt van een doelmatige en duurzame bedrijfsvoering en het voorkomen van diefstal is het noodzaak en gewenst dat het mogelijk wordt een groter gedeelte van het materieel en de materialen en producten binnen te kunnen stallen en opslaan. Voor de nodige extra inpandige ruimte is uitbreiding van de bedrijfsbebouwing noodzakelijk. De bestaande bedrijfsgebouwen worden al volledig benut. Landbouwvoertuigen en -werktuigen zijn in de loop der tijd steeds groter geworden. Inpandig kunnen materieel, materialen en producten, verbonden aan het uitoefenen van het loonbedrijf effectiever worden gestald en opgeslagen. Gezien de invloed van weersomstandigheden dan ontbreekt, zullen het materieel en de materialen en producten tevens langer meegaan bij inpandige stalling en opslag. In de afgelopen tijd heeft het loonbedrijf ter plaatse voorts te maken gehad met diefstal van gps-apparatuur van tractoren, die buiten moesten worden gestald op het aanwezig verhard buitenterrein.
De buitenopslag in de bestaande situatie geeft een rommelig beeld van de bedrijfslocatie. Als een groter deel van al het materieel en alle materialen en producten binnen gestald en opgeslagen kan worden, dan kan de buitenopslag fors verminderd worden. Dat zorgt voor een betere ruimtelijke inpassing van het loonbedrijf ter plaatse dan bestaand het geval is. Het aanzicht van de bedrijfslocatie vanuit de openbare ruimte zal sterk verbeteren. Geheel beëindigen van de buitenopslag is bij het loonbedrijf van aanvrager overigens niet mogelijk. Het is onder meer inherent aan de activiteiten van het loonbedrijf en onderdeel van de normale bedrijfsvoering dat bepaalde stoffen en materialen, bijvoorbeeld grond of zand, buiten opgeslagen worden. Voor de extra inpandige ruimte die op basis van het voorgaande noodzakelijk en gewenst is, is uitbreiding van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen nodig. De bestaande bedrijfsgebouwen worden al volledig benut. Onderhavig plan is niet bedoeld om de bedrijfsbestemming uit te breiden. Aanvrager wil voorzien in deze behoefte door de herbouw van een bestaande loods. Men heeft een 1.132 m2 grote loods aan kunnen kopen die ter plaatse van de locatie Alst 3 te Ewijk gesaneerd moest worden, omdat de locatie onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling van het woongebied Keizershoeve II.
Deze loods is inmiddels al gedemonteerd en het plan van aanvrager is om hem opnieuw op te bouwen op de locatie van zijn loonbedrijf. Volgens het bouwplan is het de bedoeling de loods te herbouwen in het verlengde van het bestaande bedrijfsgebouw aan de westzijde van het plangebied. In figuur 2.2 is de situatietekening van het bouwplan weergegeven, figuur 2.3 betreft een 3D impressie.
8 Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
bedrņfswoning-
-bedrijfsv
.10 parkeerplat jitenstalling. landbouwoertuiger
(stalling landbouwoertjlgen) parkeerplaatsen (vrachtauto’s)
(stalling landbouwvoertuigen)
ļLeç[eņdaļ |
Te realiseren gebouwen
]
Bestaande gebouwen
]
Terre Inverharding
]
Greppels/sloten 5 overige wateren
Figuur 2.2: Situatietekening beoogde situatie (bron: Agrifirm NWE BV Exlan Advies)
Figuur 2.3: 3D impressie te herbouwen loods (bron: Agrifirm NWE BV Exlan Advies)
Het bouwplan leidt tot een evenwichtige indeling van de bedrijfslocatie. In de bestaande situatie is sprake van een grote en kleinere loods, waarbij een deel van het materieel buiten wordt gestald. Met het bouwplan worden er twee bedrijfsgebouwen van gelijke massa gerealiseerd. Andere kwaliteitswinst van het bouwplan is dat door de uitbreiding van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen de buitenopslag fors zal verminderen vergeleken met de bestaande situatie. De loods zal worden ontsloten via de aanwezige inrit en verharding. Er hoeft geen aanvullende verharding te worden gerealiseerd. Het van het dak vrijkomende hemelwater
9 Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
zal conform de uitgangssituatie worden opgevangen en infiltreren in de sloot aan de noordwestkant. Landschapsplan Met het bouwplan wordt een loods in het verlengde van de loods aan de westzijde van het plangebied gerealiseerd. Om hierbij te komen tot een goede landschappelijke inpassing, is in het kader van deze onderbouwing een landschapsplan opgesteld. Dit plan bestaat uit een tekening (zie figuur 2.4) en een toelichting. SI elzenscherm 300 cm
Hl beukenhagen
BI nootf haagbeuk en linde
7////Å
f 'I Ą
*
'o) *
.:
;
1
ì !
S2 groensingef (struiken en bomen) 500 cm
» Figuur 2.4: Tekening landschapsplan (Bron: Ir Guido W.F.M. Paumen)
Er is een landschapsplan is opgesteld mede aan de hand van de op 13 april 2021 per e mail verkregen uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing. De locatie ligt precies op de grens van het open kommen gebied en het oeverwallen gebied. Gezien de ontwikkelingen hier met de ontgrondingen zal de inpassing aan moeten sluiten bij het oeverwallen landschap. Door de gemeente is op basis van voorgaande een voorstel gedaan, op basis van de volgende uitgangspunten: » De gemeente ziet graag een houtsingel van 5 m breed op zowel de oostelijke als de westelijke perceelgrens. De houtsingel bestaat uit vrijuit groeiende inheemse struiken en bomen; » »
10
De voorkant bij de Koningstraat kan extra aankleding gebruiken (nr. 55); De bestaande strook beplanting op de westelijke erfgrens van nr. 55 bestaat (grotendeels) uit laurierkers. Deze exoot past niet goed in dit landschap. Daarom
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
» »
dient deze beplanting bij aanleg van de houtsingel vervangen te worden en dient hier een houtwal met inheemse soorten terug te worden geplant; Eventueel kan er nog een pluk beplanting met enkele bomen aan de zuidkant van het perceel worden aangelegd; Gezien de essentaksterfte wordt in Beuningen de es maar terughoudend toegepast. Het is verstandig om niet te veel essen te planten. Een enkele es te midden van andere boomsoorten is wel toegestaan.
Het landschapsplan bestaat samengevat uit de volgende onderdelen: »
De landschappelijke context is te kenschetsen als de overgang van de oeverwal en de kom in het landschap van het rivierengebied. Kenmerkend voor de inpassing van bebouwde ervan in deze context is het voorkomen van; Geschoren hagen, boomgaarden, bomenrijen en solitaire bomen rond het woonhuis; Grove hagen, groensingels en bosjes aan de veldkanten.
Over het ontwerp kan het volgende worden opgemerkt: » De overgang naar de straat wordt verbeterd door de aanplant van hagen en enkele solitaire bomen; » Afscherming van de noordwestkant wordt gewaarborgd middels een elzenscherm; » Afscherming van de zuidoostkant wordt gewaarborgd middels een groensingel. Het volledige landschapsplan is als bijlage 1 bij deze onderbouwing opgenomen.
2.3
AFWIJKINGEN BESTEMMINGSPLAN Afwijkingen Volgens de regels van het geldend bestemmingsplan zijn de voor ‘Bedrijf aangewezen gronden bestemd voor niet-agrarische bedrijven en geldt daarbij onder meer het volgende: » Op de gronden zijn uitsluitend bedrijven toegestaan uit de categorieën 1,2 en 3.1 van de in de bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten; » Buitenopslag en stalling is uitsluitend toegestaan indien en voor zover dit per specifiek bedrijf is aangegeven op de als bijlage bij de regels horende ‘bedrijventabel met buitenopslag’; » Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is niet meer dan het aangegeven aantal bedrijfswoningen toegestaan per bestemmingsvlak; » De bebouwde oppervlakte aan bedrijfsgebouwen bedraagt niet meer dan de be staande bebouwde oppervlakte + een eenmalige vergroting van maximaal 200Zo, met dien verstande dat de vergroting nooit meer mag bedragen dan 100 m2; » De goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 6 m en de (nok)hoogte maximaal 10 m. De in figuur 2.1 weergegeven bestaande bedrijfsgebouwen waren al aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het geldend plan. Daarmee is voor onderhavige locatie sprake van een bestaande bebouwde oppervlakte aan bedrijfsgebouwen van 4.186 m2. Dit houdt in dat er wat bedrijfsgebouwen betreft een vergroting van maximaal 100 m2 is toegestaan.
Geconcludeerd kan worden dat volgens het geldend bestemmingsplan ter plaatse van betreffende locatie een loonbedrijf met een bedrijfsoppervlak > 500 m2 is toegestaan. Zo’n bedrijf is in de Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen als een bedrijf uit categorie 3.1. Gelet op wat er is aangegeven in de ‘bedrijventabel met buitenopslag’ is het
11
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
ook toegestaan alle als ‘Bedrijf bestemde gronden te gebruiken voor buitenopslag en stalling. Het bouwplan is dan ook strijdig met het geldend bestemmingsplan. Hoewel het een loods betreft ten behoeve van het ter plaatse toegestane loonbedrijf en de loods ruim gesitueerd is binnen de bestemming ‘Bedrijf’, is er met een oppervlakte van 1.132 m2 sprake van een overschrijding van de maximaal toegestane vergroting qua bedrijfsgebouwen van 100 m2. Voor het hele plangebied geldt ook de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’. Gezien de regels voor de dubbelbestemming vereist het bouwplan geen archeologisch onderzoek: de oppervlakte van de te herbouwen loods bedraagt minder dan 2.000 m2. Afwijkingsmogelijkheden De afwijkingen van het geldend bestemmingsplan zijn van dien aard en omvang, dat om realisatie van het bouwplan planologisch mogelijk te maken een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is dan wel een omgevingsvergunning, waarbij met een ‘buitenplanse afwijking’ zoals bedoeld in art. 2.12, lid 1, onder a, onder 30 Wabo van het geldend bestemmingsplan wordt afgeweken (projectafwijkingsbesluit).
12
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
3 3.1
Beleidskader RIJKSBELEID Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De kaders van het ruimtelijk beleid van het Rijk zijn opgenomen in de op 13 maart 2012 door de Minister van I&M vastgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Uitgangspunt van de SVIR is ‘decentraal, tenzij’. Het Rijk kiest voor een meer selectieve inzet van het Rijksbeleid op die onderwerpen, die van nationaal belang zijn. Voor deze onderwerpen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze onderwerpen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid en ligt de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid bij provincies en gemeenten. Zo laat het Rijk bijvoorbeeld afspraken over verstedelijking, groene ruimte en het landschap over aan provincies en gemeenten. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting op 1 oktober 2022 of op 1 januari 2023 in werking treedt, en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd.
Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De SVIR (beleid) gaat op in de NOVI. De NOVI bevat de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid en geen specifieke regels voor onderhavig initiatief. De prioriteiten die zijn opgenomen in de NOVI zijn vertaald in provinciaal en gemeentelijk beleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Als nationale belangen dit met het oog op een goede ruimtelijke ordening vereisen, kan het Rijk in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van bestemmingsplannen. Het Rijk heeft dit bewerkstelligd met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) - ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Het Barro trad op 30 december 2011 deels in werking en werd op 1 oktober 2012 met een aantal onderwerpen aangevuld. Het Barro voorziet in het juridisch borgen van het in de SVIR vervatte nationale ruimtelijk beleid. Dit besluit zorgt voor de doorwerking van de onderwerpen van nationaal belang in de besluitvorming van provincies en gemeenten over ruimtelijke plannen. Inhoudelijk gaat het om onderwerpen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in het NatuurNetwerk Nederland (NNN), of met het vrijwaren van functies.
Dat betekent dat het Barro regels bevat over bestemmingen en het gebruik van gronden. Ook kan het provincies en gemeenten opdragen in de toelichting op een ruimtelijk plan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.
13
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is ook de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis opgenomen in art. 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door het optimaal benutten van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder houdt onder andere in dat bij bepaalde ontwikkelingen de behoefte moet worden aangetoond. De ladder is alleen van toepassing bij ruimtelijke plannen die een planologisch-juridisch recht bieden voor nieuwe ‘stedelijke ontwikkelingen’. In het Bro is een stedelijke ontwikkeling omschreven als ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijven- of zeehaventerrein, detailhandel, kantoren, woningbouwlocaties en andere stedelijke voorzieningen. Onder andere stedelijke voorzieningen vallen bijv. accommodaties voor bestuur, onderwijs, zorg, cultuur of indoor leisure en sport). De ladder bestaat uit drie treden (de 3 B’s): 1. Behoefte: voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte waarin nog niet elders in de regio is voorzien? Het kan zowel om een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte gaan. 2.
Binnen- of buitenstedelijk: indien er sprake is van een actuele regionale behoefte, dan moet worden beoordeeld of deze in bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden gerealiseerd, eventueel door benutting van beschikbare gronden, herontwikkeling of transformatie van bestaande locaties. 3. Bereikbaarheid met meerdere modaliteiten: indien gekozen moet worden voor een locatie buiten het stedelijke gebied, dan gaat de voorkeur uit naar een plek die (in de toekomst) bereikbaar is via verschillende vervoerswijzen. In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definities van bestaand stedelijk gebied en stedelijke ontwikkeling de definities uit de Bro gehanteerd: bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
Stedelijke ontwikkeling: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaven terrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzie ningen.” Zoals mede volgt uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2013 (201302867/1/R4), 14 januari 2014 (201308263 /2/R4) en 23 april 2014 (201304503/1/R1) is er bij ontwikkelingen van kleinschalige aard geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met onderhavig projectbesluit neemt het bebouwde oppervlak met circa 1.132 m2 toe ten opzichte van de vigerende mogelijkheden. Voorliggend initiatief betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijf binnen het bestaande stedenbouwkundige weefsel van de kern Winssen (inbreiding) en geen nieuwbouw van een bedrijf. Vanuit het oogpunt van een doelmatige en duurzame bedrijfsvoering en het voorkomen van diefstal is het noodzaak en gewenst dat het mogelijk wordt een groter gedeelte van het materieel en de materialen en producten binnen te kunnen stallen en opslaan en hebben zij behoefte aan uitbreiding met bedrijfsgebouwen. Door het intensiever benutten van een bestaande bedrijvenlocatie, waarvoor op het beschikbare terrein geen alternatieven bestaan, is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Voor een nadere toelichting van het initiatief wordt verwezen naar paragraaf 2.2.
Het initiatief wordt als stedelijke ontwikkeling beschouwd, in het kader van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ op basis van de volgende afweging:
14
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
1. Behoefte: het klantenbestand bestaat voor een groot gedeelte uit opdrachtgevers uit de gemeente Beuningen of directe omgeving daarvan. Het bedrijf heeft dus een sterke (en regionale) binding. In verband met verdere diversificatie in het te gebruiken materieel, maar ook toenemende eisen van opdrachtgevers en een betere logistieke afhandeling van de bedrijfsactiviteiten, heeft het bedrijf behoefte aan uitbreiding van de bedrijfsloods. 2. Binnen-of buitenstedelijk: de uitbreiding van de bebouwing is noodzakelijk, omdat de huidige bebouwing te beperkt van omvang is voor een doelmatige en duurzame bedrijfsvoering en voor het voorkomen van diefstal is het noodzaak en gewenst dat het mogelijk wordt een groter gedeelte van het materieel en de materialen en producten binnen te kunnen stallen en opslaan. Verhuizing naar een andere locatie is bedrijfs economisch geen haalbare optie. Bovendien hebben de werkzaamheden een sterk lokale binding. Dit loonbedrijf is ten dienste van de omliggende agrarische bedrijven en zorgt voor toekomstperspectief voor de omliggende agrarische bedrijven. Klanten zijn melkrundveehouderijen, akkerbouwbedrijven, fruit- en/of vruchtenteeltbedrijven, collega loonbedrijven en grondverzetbedrijven. Om en nabij 900Zo van de klanten van het loonbedrijf van aanvra ger is gevestigd binnen een straal van 10 km van de locatie Koningstraat 55 te Winssen.
Circa 9007o van het loonwerk wordt ook binnen een straal van 10 km van deze locatie verricht en circa 7007o zelfs binnen een straal van 5 km van. Gelet hierop geldt ook voor het loon bedrijf van aanvrager dat het aan het buitengebied gebonden is. Zie voor verdere toelichting paragraaf 3.2. Door betere benutting van het perceel en een sterke landschappelijke omkadering wordt een goede ruimtelijke inpassing gerealiseerd (zie ook paragraaf 2.2). 3: Bereikbaarheid met meerdere modaliteiten: de locatie is gelegen aan de Koningstraat en de Betenlaan, in de directe nabijheid van de Van Heemstraweg, een zeer belangrijke interlokale/regionale ontsluitingsweg. Er is sprake van een goede bereikbaarheid. Uit bovenstaande blijkt dat (en ook voor zover noodzakelijk) aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt voldaan. Vťolŕí
Deest
Hoek
Winssen
Ewijk | N3?ĩ|
Figuur 3.1: Uitsnede kaart Gelders Natuurnetwerk (bron: Kaartviewer Gelders Natuurnetwerk)
15
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
Toetsing aan het rijksbeleid Bij het bestemmen van en ontwikkelingen in het plangebied moet rekening worden gehouden met verschillende onderwerpen van nationaal belang. Gezien figuur 3.1 is het plangebied gelegen buiten het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het NNN moet volgens de SVIR door de provincies worden gerealiseerd. In het Barro is daarom bepaald dat provincies in een verordening de gebieden aanwijzen welke het NNN vormen. De provincie Gelderland kent het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In het GNN zit geen onderscheid tussen de ontwikkelopgave vanuit het Rijk en de ontwikkelopgave zoals besloten door de Provinciale Staten. De provincie Gelderland heeft hier in 2014 uitvoering aan gegeven in de Omgevingsverordening Gelderland. De locatie waar het plan plaatsvindt is gelegen op meer dan 1 kilometer vanaf het GNN en het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het nationaal belang van ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en fauna is met dit plan dan ook niet in het geding. Conclusie Onderhavig ruimtelijk plan is niet in strijd met het Rijksbeleid.
3.2
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 stelden Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vast. Deze trad op 1 maart 2019 in werking en vervangt de op 9 juli 2014 vastgestelde en daarna aangevulde Omgevingsvisie Gelderland. Het doel van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: »
met een brede blik kijken naar de inrichting en de kwaliteit van de Gelderse leefomgeving;
» »
stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; door middel van zeven ambities verder verdiepen van de focus.
»
De zeven ambities van de provincie hebben betrekking op de thema's energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, bereikbaarheid, woon- en leefomgeving en vestigingsklimaat. De provinciale aanpak is per ambitie beschreven. Het behoud van agrarische functies is een belangrijke drager, zoals beschreven in ambitie 5, speerpunt 10 van de Omgevingsvisie. Zoals hieronder beschreven voert het loonbedrijf van aanvrager het loonwerk uit voor (agrarische) bedrijven die ook gevestigd zijn in het buitengebied of voor bedrijven die zijn gevestigd op een bedrijventerrein maar hun werkzaamheden ook op locatie in het buitengebied uitoefenen. Klanten zijn melkrundveehouderijen, akkerbouwbedrijven, fruit- en/of vruchtenteeltbedrijven, collega loonbedrijven en grondverzetbedrijven. Om en nabij 900Zo van de klanten van het loonbedrijf van aanvrager is gevestigd binnen een straal van 10 km van de locatie Koningstraat 55 te Winssen. Circa 9007o van het loonwerk wordt ook binnen een straal van 10 km van deze
16
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
locatie verricht en circa 700Zo zelfs binnen een straal van 5 km van. Gelet hierop geldt ook voor het loonbedrijf van aanvrager dat het aan het buitengebied gebonden is. Bovendien is er een grote verbondenheid met het buitengebied in de directe omgeving van de locatie Koningstraat 55 te Winssen. Het loonbedrijf zorgt er mede voor dat er toekomstperspectief is voor omliggende bedrijven. Naast dit beleid continueert de provincie op het gebied van ruimte, water, milieu, natuur en landschap, verkeer en vervoer het beleid uit de in 2014 vastgestelde omgevingsvisie. Uit oogpunt van het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit blijft ze zich onder andere inzetten voor duurzame verstedelijking en voor het behoud van de natuur- en landschappelijke kwaliteit. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak, gericht op een gezonde en veilige woonomgeving, waar mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goede voorzieningen heeft en goed te bereiken is. Onder de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland blijven gebieden en functies die sinds 2014 zijn aangewezen vanuit de Omgevingsvisie Gelderland dan ook voortbestaan. Dit betreft onder andere de aangewezen Natura 2000-gebieden, bijzondere natuurgebieden en landschappen met een bovenregionale waarde.
Het beleid op het gebied van natuur en landschap blijft dat de provincie zich inspant voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteiten van het landschap. Het beleid voorziet daarom in een beschermingsregiem om het Gelders NatuurNetwerk (GNN), de Groene Ontwikkelingszone (GO) en de landschappen in Gelderland van bovenregionale waarde te beschermen tegen aantasting van de kernkwaliteiten. Zo kan de provincie in gesprek komen wanneer het provinciaal belang in het geding raakt. De provincie beschermt met dit beleid ook de achttien Natura 2000-gebieden, gelegen in het GNN. In de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland heeft de provincie regels gesteld, waarmee de beleidsuitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland verder geconcretiseerd zijn en juridische status hebben verkregen. Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014 werd de Omgevingsverordening Gelderland eerst vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland. Deze verordening is daarna geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie is van 1 februari 2022 (geconsolideerde versie). In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema’s. Deze regels vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie.
De regels zijn in feite het juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid uit de visie af te dwingen, de provinciale belangen veilig te stellen en uitvoering te geven aan wat wettelijk verplicht is. De opgenomen regels zijn algemeen verbindende voorschriften: ruimtelijke plannen van gemeenten moeten voldoen aan de regels die ter plaatse van toepassing zijn. Volgens art. 2.12, derde lid van de Omgevingsverordening mag een ruimtelijk plan in het buitengebied geen uitbreiding van solitaire bedrijvigheid mogelijk maken die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; b. de uitbreiding regionaal is afgestemd;
17
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
c. de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; d. de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming. Toetsing aan het provinciaal beleid Onderhavig ruimtelijk plan maakt mogelijk dat ter plaatse sprake is van uitbreiding van de bestaande bedrijfsbebouwing door het ter plaatse herbouwen van een van een locatie elders afkomstige loods. Het plan betekent daardoor geen nieuwvestiging in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid. Derhalve is art. 2.12, eerste en tweede lid, uit de Omgevingsverordening Gelderland in dit geval niet van toepassing. Het bepaalde in lid 3 is in voorliggend geval wel van toepassing, waarbij sprake is van een bedrijfsuitbreiding met meer dan 250 m2 op een perceel met reeds meer dan 1.000 m2. Dit betekent dat uitbreiding van het bedrijf wordt toegestaan indien wordt voldaan aan de in lid 3 opgenomen onder a tot en met d. Hierna worden de voorwaarden puntsgewijs getoetst: a. Door het volgende is het loonbedrijf van aanvrager gebonden aan de huidige locatie Koningstraat 55 te Winssen: » Volgens de huidige planologische inzichten wordt een loonbedrijf gezien als een agrarisch verwant bedrijf: een bedrijf gericht op het leveren van diensten en goederen aan agrarische bedrijven.
Die verwantschap/directe relatie met de agrarische sector maakt dat een loonbedrijf volgens de huidige planologische inzichten een aan het buitengebied gebonden bedrijf is. Hier moet plaats voor zijn in het buitengebied, in plaats van dat het thuishoort op een bedrijventerrein. De locatie Koningstraat 55 te Winssen ligt in het buitengebied; » Het loonbedrijf van aanvrager voert het loonwerk uit voor (agrarische) bedrijven die ook gevestigd zijn in het buitengebied of voor bedrijven die zijn gevestigd op een bedrijventerrein maar hun werkzaamheden ook op locatie in het buitengebied uitoefenen. Klanten zijn melkrundveehouderijen, akkerbouwbedrijven, fruit- en/of vruchtenteeltbedrijven, collega loonbedrijven en grondverzetbedrijven. Om en nabij 900Zo van de klanten van het loonbedrijf van aanvrager is gevestigd binnen een straal van 10 km van de locatie Koningstraat 55 te Winssen. Circa 9007o van het loonwerk wordt ook binnen een straal van 10 km van deze locatie verricht en circa 7007o zelfs binnen een straal van 5 km van. Gelet hierop geldt ook voor het loonbedrijf van aanvrager dat het aan het buitengebied gebonden is. Bovendien is er een grote verbondenheid met het buitengebied in de directe omgeving van de locatie Koningstraat 55 te Winssen; Nb.
De grootte van het werkgebied is wel afhankelijk van klant en opdracht; er zijn bijvoorbeeld klanten die binnen een km van locatie Koningstraat 55 te Winssen gevestigd zijn, maar waarbij de gronden voor het te verrichten loonwerk op meer dan 10 km afstand zijn gelegen; » Het loonbedrijf van aanvrager heeft op betreffende locatie twee bedrijfswoningen en is verbonden aan agrarische bedrijfsactiviteiten op de nabijgelegen locatie Betenlaan 2 te Winssen; » Het is ongewenst bedrijven zoals het loonbedrijf van aanvrager onder te brengen op bedrijventerreinen, waarbij er vooral materieel wordt gestald op locatie. Dit leidt tevens tot aanzienlijke toename van verkeersbewegingen van (agrarische) voertuigen vanaf een bedrijventerrein richting het buitengebied; » Op dit moment is er in de gemeente Beuningen (en de regio) onvoldoende ruimte op bedrijventerreinen, waardoor er geen geschikte locatie is voor eventuele verplaatsing. b. In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op de regionale afstemming; c. In paragraaf 2.2 is aangegeven hoe de bedrijfsuitbreiding goed landschappelijk wordt ingepast;
18
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
d. In voorliggend geval wordt het voornemen mogelijk gemaakt via een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure. Dit betreft maatwerk waarvan afwijken in principe niet mogelijk is. Hiermee is sprake van een maatwerkbestemming.
Winssen
van ķflMQļgfy
Vonüfí
Figuur 3.2: Uitsnede kaart Regels Natuur Omgevingsverordening Gelderland (bron: RuimtelijkePlannen.nl)
Wmssŵĩi
van
Vaidtng
Hoeve
Figuur 3.3: Uitsnede kaart Regels Landschap Omgevingsverordening Gelderland (bron: RuimtelijkePlannen.nl)
19
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
Het plangebied van onderhavig ruimtelijk plan ligt buiten gebied dat door de provincie is aangewezen als behorend tot het GNN of de GO (zie figuur 3.2). De in het plangebied begrepen gronden vallen ook niet binnen gebied dat onderdeel uitmaakt van een Waardevol open gebied of de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het plangebied is daarnaast ook niet gelegen binnen een Nationaal Landschap (zie figuur 3.3). Regionaal Programma Werklocaties Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen heeft aanvrager bij besluit van 23 februari 2021 principemedewerking toegezegd aan afwijken van het geldend bestemmingsplan voor het vergroten van de ter plaatse toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van het loonbedrijf. Dit onder voorwaarden. Eén van de gestelde voorwaarden is dat de uitbreiding van het bedrijf ter plaatse regionaal is afgestemd, in die zin dat het PFO Economie regio Arnhem-Nijmegen hierover positief advies uit heeft gebracht. Op 14 oktober 2021 is een (concept)onderbouwing regionale afstemming uitbreiding solitair bedrijf locatie Koningstraat 55 te Winssen ingediend. Deze memo dient als onderbouwing van de adviesaanvraag. Het advies is op 25 februari 2022 ontvangen. De uitbreiding is regionaal afgestemd en akkoord bevonden. Dit advies is opgenomen in bijlage 2. Conclusie Onderhavig ruimtelijk plan is niet in strijd met het provinciaal beleid.
3.3
GEMEENTELIJK BELEID Omgevingsvisie Beuningen De Omgevingsvisie is één van de instrumenten uit de Omgevingswet. Deze wet gaat in op 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. De Omgevingsvisie wordt nu nog vastgesteld als een structuurvisie in artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening, maar loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad als een visie voor de toekomst, waarbij vooruitgekeken wordt naar 2040. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen voor de hele gemeente en is een toekomstbeeld gebaseerd op de kennis van nu. De visie gaat over de fysieke leefomgeving en richt zich op mogelijkheden om te wonen, werken, recreëren, ondernemen, maar ook op een gezond en veilig leefklimaat. De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn: 1. Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben; 2. Beuningen is gezond, inclusief en veilig; 3. Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig; 4. Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoet aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico’s. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit; 5. Beuningen is ondernemend en uitnodigend.
De drie centrale kernwaarden in de gemeente zijn: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. Voor verbinding geldt met name het behoud en het versterken van de goede bereikbaarheid en voorzieningen en de stad. Plus de goede verbinding tussen de vier
20
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
kernen voor voetgangers, fietsers, auto’s en openbaar vervoer. Er wordt gezorgd dat het groene landschap rondom de kernen goed bereikbaar is voor inwoners en recreanten. Ook sociaal gezien hecht de gemeente waarde aan een goede verbinding tussen inwoners. De gemeente is toegankelijk zijn voor nieuwe inwoners en bedrijven. De kernwaarde betrokkenheid ziet op een zelfstandige, open en ondernemende gemeenschap. In Beuningen wordt vastgehouden aan de menselijke maat en het dorpse karakter van de kernen: hier groeten de mensen elkaar; hebben een rijk verenigingsleven en iedereen doet mee (inclusiviteit). Met de kernwaarde ‘mooi plekje’ wordt het dorpse karakter van de vier kernen en haar ligging in de groene omgeving met de waardevolle oeverwallen en de uiterwaarden gekoesterd. Beuningen ligt in de groene westflank van de stadsregio. Verantwoorde groei en oog voor historie vormen de kern van het beleid. Bij de Omgevingsvisie hoort ook een Omgevingsvisie kaart. Beuningen ligt aan de rivier de Waal en maakt deel uit van het rivierengebied. Het heeft een duidelijke indeling in de rivierbedding met oevers (uiterwaarden), oeverwallen (meer zanderige, hogere grond) en de komgebieden (lagere kleigrond - hier later ‘buitengebied’ genoemd). Op de oeverwallen zijn van oudsher bebouwingslinten. Vandaaruit zijn de kernen gegroeid.
De gemeente Beuningen vindt het belangrijk dat initiatieven aansluiten bij de waarden van een gebied. Dit inspireert tot plannen die passen binnen de maat, schaal, karakter en identiteit van het gebied. Bewoners, ondernemers, organisaties en andere belanghebbenden hebben aangeven welke waarden zij van belang vinden om te behouden en te versterken. Dit is weergegeven in de waardenkaart. De bestaande waarden en waarden die we verder willen versterken voor deze gebieden worden beschreven. Op de waardenkaart is de gemeente verdeeld in deelgebieden, met ieder een eigen kleur. Deze deelgebieden zijn gebaseerd op gebruik en landschappelijke indeling (uiterwaarden, oeverwal en kom (buitengebied)). Ieder deelgebied heeft een eigen karakter.
-Ir
1 1
WEURT
Figuur 3.4: omgevingsvisie kaart (bron: www.beuningen.nl)
21
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
De opgaven voor specifieke plekken zijn op de visiekaart gezet. Sommige opgaven vragen een specifieke aanpak in de verschillende deelgebieden. Dit zijn de ‘gebiedsgerichte opgaven’. Per deelgebied wordt ingegaan op de gebiedsgerichte opgaven. Er worden 5 deelgebieden onderscheiden: » » » » »
De uiterwaarden; De oeverwallen (het gebied tussen de dijk en de Van Heemstraweg, tussen Weurt en Beuningen tussen de Reekstraat en de Hogewaldstraat); De kommen (buitengebied ten zuiden van de Van Heemstraweg; De kernen Weurt, Beuningen, Ewijk en Winssen; De bedrijventerreinen.
Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ De gemeente Beuningen heeft de uitbreidingsmogelijkheden wat betreft de bebouwde oppervlakte aan bedrijfsgebouwen voor niet-agrarische bedrijven in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ tot wat hiervoor vermeld is beperkt om ze meer in overeenstemming te brengen met het toen geldende provinciaal en regionaal beleid. Dit beleid is echter inmiddels vervallen. In plaats van het ‘Streekplan Gelderland 2005’ en de ‘Ruimtelijke Verordening Gelderland’ gelden nu de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ en de ‘Omgevings-verordening Gelderland’. En de ‘Notitie functieverandering buitengebied’ is voor een deel vervangen door het ‘Regionaal Programma Werklocaties regio ArnhemNijmegen’ (RPW). Uit paragraaf 3.2 blijkt dat bouwplan wel past binnen mogelijkheden huidig provinciaal en regionaal beleid, als vastgelegd in de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ en het ‘Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen’ (RPW). Dit biedt ruimte om af te wijken van het bepaalde in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Conclusie Onderhavig ruimtelijk plan is in lijn met het gemeentelijk beleid.
22
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
4 4.1
Omgevingsaspecten MILIEU Als onderbouwing van een ruimtelijk plan moet ook inzicht worden gegeven in de relevante milieuhygiënische aspecten van het plan. Aangetoond moet worden dat er op gebied van milieu geen belemmeringen aanwezig zijn voor het te realiseren plan. Ook mag het te realiseren plan niet tot gevolg hebben dat andere functies in de omgeving beperkt worden in hun mogelijkheden en moet er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.1.1
M.E.R. BEOORDELING Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waar door voor die activiteiten het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of verrichten van een m.e.r.-beoordeling nodig is. Welke activiteiten m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn, is in regelgeving vastgelegd met het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. benoemt de activiteiten, plannen en be sluiten ten aanzien waarvan het opstellen van een m.e.r. verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waar een m.e.r.-beoorde ling voor moet worden verricht. Dit plan heeft betrekking op het ter plaatse van het plangebied herbouwen van een loods, afkomstig van een locatie elders, ten dienste van het loonbedrijf van aanvrager. In dit ge val is te concluderen dat met de voorgenomen uitbreiding van de bedrijfsbebouwing geen sprake is van activiteiten uit onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Aange zien dit plaatsvindt voor aan het buitengebied gebonden bedrijvigheid en binnen het voor het plangebied geldend bestemmingsvlak ‘Bedrijf, is wat met onderhavig plan is voorzien onder meer niet van zo’n aard en omvang dat er sprake is van een stedelijk ontwikkelings project zoals bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D.
Gelet op de toetsing in dit hoofd stuk heeft het plan ook geen nadelige gevolgen voor milieu en leefomgeving. Conclusie Voor dit plan is geen m.e.r.-(beoordelings)plicht van toepassing.
4.1.2
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet er voldoende ruimtelijke scheiding zijn tussen hinderveroorzakende functies (zoals bedrijven) en hindergevoelige functies (zo als woningen). Deze milieuzonering moet op twee manieren worden getoetst. Aan de ene kant wordt er gekeken of de functie op een perceel zelf veroorzaker van hinder is en aan de andere kant wordt bekeken of de functie op een perceel kwetsbaar is voor hinder van of tot belemmeringen kan leiden voor omliggende functies en bedrijven. Voor deze toetsing worden de grootste afstanden uit de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ als richtinggevend gezien als het gaat om of mogelijk sprake is van overlast.
23
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
De VNG-handreiking geeft grootste afstanden voor een scala aan hinderveroorzakende functies. Daarbij is onderscheid gemaakt in afstanden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De afstanden zijn afgestemd op het woon- en leefklimaat zoals dat wordt nage streefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Aanvaard is dat als aan de grootste afstand wordt voldaan, geen sprake is van hinder en dus geen belemme ring of beperking. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een hinderveroorzakende functie: het loon bedrijf van aanvrager. Gezien de bestaande en beoogde nieuwe omvang van de bedrijfsbebouwing (b.o. > 500 m2) betreft dit een bedrijf in milieucategorie 3.1 met een grootste indicatieve richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. Geconstateerd kan worden dat in de bestaande situatie grotere afstanden dan 50 meter aanwezig zijn tussen de grens van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ zoals dat in het geldend bestemmingsplan voor het loon bedrijf is vastgelegd en omliggende bedrijfs- of burgerwoningen. Zie figuur 4.1. Adres
Bestaand aanwezige afstand (m)
Koningstraat 36-36a, Winssen
±106
Koningstraat 57, Winssen
±74
Betenlaan 1, Winssen
±113
Betenlaan 2, Winssen
±71
Betenlaan 4, Winssen
±125
Leegstraat 22, Winssen
±118
Dwarssteeg 2, Winssen ±187 Figuur 4.1: Afstanden tussen op plangebied gelegen bestemmingsvlak ‘Bedrijf en omliggende woningen
Onderhavig ruimtelijk plan heeft geen uitbreiding van een gevoelige functie tot gevolg en ook niet het realiseren van een nieuwe gevoelige functie. De te herbouwen loods waar dit plan in voorziet, is niet bedoeld en ook niet geschikt als verblijfsruimte voor mensen. In de loods zullen geen mensen langer dan 2 uur per dag verblijven. Dit maakt dat onderhavig plan geen gevolgen zal hebben voor de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven. Dit plan ziet aan de andere kant wel toe op de bestaande hinderveroorzakende functie ter plaatse van het plangebied. Daarom dient wel te worden beoordeeld of de omgeving een toename van hinder kan ondervinden van de in het plangebied te realiseren uitbreiding van de bedrijfsbebouwing. Dat is niet het geval. Ten eerste wordt de loods om tot de uitbreiding te komen binnen het geldend bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ herbouwd; de grenzen van dat vlak verschuiven dus niet richting omliggende gevoelige functies zoals woningen. Daarnaast wordt de loods niet op een kleinere afstand van omliggende gevoelige functies herbouwd dan de bestaand aanwezige bedrijfsbebouwing. Er is dus geen sprake van een verkleining ten opzichte van bestaand aanwezige afstanden (die voldoen). Zodoende wordt in de beoogde nieuwe situatie ook aan de toepasselijke richtafstanden voldaan.
Conclusie Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering zijn geen belemmeringen aanwezig voor on derhavig ruimtelijk plan.
4.1.3
GELUID Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgelegd dat een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai dient te worden verricht, indien in een plangebied geluidgevoelige functies (zoals
24
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
woningen) zijn voorzien binnen de geluidzone van een spoorweg of een weg. Dit geldt voor alle (spoor)wegen, met uitzondering van: » wegen, gelegen in een als ‘woonerf aangeduid gebied; » wegen met een geldende maximumsnelheid van 30 km/uur. Daar deze zich uitstrekken tot 250 meter vanaf de as van deze wegen, ligt het plangebied binnen de geluidzones van de Koningstraat en de Betenlaan. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is op basis van de Wgh echter alleen noodzakelijk wanneer een ruimtelijk plan voorziet in het realiseren van een nieuw geluidgevoelig object als bedoeld in de Wgh. Dat is met onderhavig plan niet het geval. Het heeft betrekking op uitbreiding van de bedrijfsbebouwing ten dienste van het bestaande loonbedrijf ter plaatse van het plangebied en de loods die hiervoor gerealiseerd wordt, is niet bedoeld en niet geschikt als verblijfsruimte voor mensen. In de loods zullen geen mensen langer dan 2 uur per dag verblijven. Industríelawaai Bedrijfsactiviteiten kunnen invloed hebben op de geluidsbelasting van naastgelegen wo ningen. Het Activiteitenbesluit biedt aan verschillende objecten bescherming tegen door inrichtingen (zoals bedrijven) veroorzaakt geluid. Het gaat om geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) en terreinen. Het Activiteitenbesluit sluit hierbij aan bij het begrippen kader van de Wet geluidhinder.
In algemene zin biedt het Activiteitenbesluit geluidsgevoelige objecten bescherming tegen geluid veroorzaakt door de toestellen, installaties, werkzaamheden en activiteiten binnen en ten behoeve van een inrichting, waaronder laden en lossen. De geluidnormen uit dit besluit zijn echter niet zonder meer te gebruiken om te beoordelen of een bepaalde ontwikkeling inpasbaar is. De methodiek van de in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieu zonering’ gegeven richtafstanden tussen geluidbelastende en -gevoelige functies is daarop beter toegespitst. Aanvaard is dat als aan de richtafstand wordt voldaan, er geen geluidhin der te verwachten valt. De toetsing aan de richtafstanden voor het aspect geluid heeft in voorgaande paragraaf al plaatsgevonden. Hier is gebleken dat er zowel in de bestaande als beoogde nieuwe situa tie aan wordt voldaan. Conclusie Vanuit het aspect geluid zijn geen belemmeringen aanwezig voor onderhavig ruimtelijk plan.
4.1.4
LUCHTKWALITEIT Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofd lijnen voor de regeling rond luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm). Uit het in artikel 5.16 Wm bepaalde volgt dat luchtkwaliteitseisen geen belemmering vor men voor ruimtelijke plannen als: » er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; » een plan - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; » een plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging; » een plan past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of binnen een regionaal programma van maatregelen.
25
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
Onderhavig ruimtelijk plan maakt het ter plaatse herbouwen van een van een locatie elders afkomstige loods mogelijk. Dit heeft een uitbreiding van de bedrijfsbebouwing ter plaatse van het plangebied tot gevolg. Zoals in paragraaf 4.5 nader is onderbouwd, leidt deze uit breiding echter niet tot een toename van verkeersbewegingen vanuit en naar het plan gebied met zich mee. Op basis hiervan is te concluderen dat het in het plangebied voor genomen plan niet zal leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de vastgestelde grenswaarden ten aanzien van luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen aanwezig voor onderhavig ruim telijk plan.
4.1.5
GEUR Sinds 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader als het gaat om door vergunningplichtige veehouderijbedrijven veroorzaakte geur. Voor nietvergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbesluit het toetsingskader. In de Wgv en het Activiteitenbesluit zijn normen vastgelegd voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (zoals woningen). Dit om er voor te zorgen dat voor zo’n object sprake is en blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De Wgv en het Activiteitenbesluit kennen twee methoden voor het beoordelen van de geur (-hinder) van een veehouderij: » Veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor een geuremissiefactor geldt, moeten aan een wettelijke geurnorm voldoen; » Veehouderijen waar dieren worden gehouden waar geen geuremissiefactor voor van toepassing is, moeten voldoen aan een vereiste min. afstand. De afstand (100 of 50 meter) is afhankelijk van de ligging van het geurgevoelig object binnen of buiten de bebouwde kom. De Wgv biedt aan gemeenten een mogelijkheid om door middel van een geurverordening binnen bepaalde marges af te wijken van de in deze wet vervatte geurnormen en minima le afstanden. De gemeente Beuningen heeft geen geurverordening vastgesteld.
Een geurgevoelig object betreft een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en in richting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf of menselijk wonen en dat daarvoor permanent wordt gebruikt, of op een daarmee vergelijkbare wijze. In onderhavig geval wordt een loods herbouwd en is daarbij geen sprake van een geurgevoelig object. De loods is niet bedoeld en niet geschikt als verblijfsruimte voor mensen; in de loods zullen geen mensen langer dan 2 uur per dag verblijven. De loods zal worden gebruikt voor stal ling en opslag van het materieel en de materialen en producten, verbonden aan het uitoefe nen van het bestaand in het plangebied gevestigde loonbedrijf. Het loonbedrijf van aanvrager oefent ter plaatse van het plangebied geen activiteiten uit die geurhinder veroorzaken. Nu onderhavig plan geen betrekking heeft een geurgevoelig ob ject heeft, is er ten behoeve van dit plan geen toetsing aan wettelijke geurnormen en/of minimale afstanden nodig. Conclusie Vanuit het aspect geur zijn geen belemmeringen aanwezig voor onderhavig ruimtelijk plan.
26
Ruimtelijke onderbouwing, Koningstraat 53-55 te Winssen
4.1.6
EXTERNE VEILIGHEID Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie als het transport van gevaarlijke stoffen. Het beleid omtrent externe veiligheid is vastgelegd in: » Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); » Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de bijbehorende Regeling Basisnet; » Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb); » De Circulaire effectafstanden LPG tankstation (2016); » Risicokaart Gelderland; » Inventarisatie nulsituatie externe veiligheid Beuningen, 25 maart 2008. Uit dit beleid vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s moeten worden beoordeeld op het plaatsgebonden risico en op het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico gaat over de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bijv. een bedrijf, weg of spoorlijn).
De 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) is daarbij de maatgevende grenswaarde. Het groepsrisico betreft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een ramp. Dit risico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijv. 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans op overleven. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke toename van het groepsrisico binnen het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van die verandering in de besluitvorming is betrokken. Naast de hoogte van het groepsrisico moe ten er andere kwalitatieve aspecten mee worden gewogen, onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Voor dit ruimtelijk plan is het aspect externe veiligheid niet relevant. Het plan voorziet niet in het uitbreiden van een bestaand (beperkt) kwetsbaar object of een nieuw (beperkt) kwets baar object. In onderhavig geval wordt een loods herbouwd, die niet bedoeld en niet ge schikt is als verblijfsruimte voor mensen; in de loods zullen geen mensen langer dan 2 uur per dag verblijven.