Bijlage 02: Reactie Adviesraad Sociaal Domein
Tekst van het document
ADVIESRAAD SOCIAAL DOMEIN
Advies voor nieuw beleidsplan sociaal domein Beuningen
Samenvatting. Relevante onderdelen uit het programma overzicht 2023 van de gemeente Beuningen zijn: Werk en inkomen, jeugd, maatschappelijke ondersteuning, welzijn en educatie, omgeving en openbare orde en veiligheid. De Adviesraad Sociaal Domein formuleert haar advies in aansluiting bij dit kader. De rol van de Adviesraad Sociaal Domein is om binnen deze dynamiek van beleidskeuzes voor de komende jaren (2023-2028) haar advies te formuleren; ‘Doen wat nodig is.’ In algemene zin adviseert de ASD om het onderdeel integratie en assimilatie aan het programma toe te voegen en meer integraal te werken door dwarsverbanden tussen reeds ingezette programma's aan te brengen. Kern van het advies is de vraag hoe als gemeente om te gaan met haar inwoners- /groepen, die op een of andere manier zorg behoeven dan wel ‘in nood zijn’ enerzijds en anderzijds de vraag wat redelijk en billijk is om van inwoners zélf te kunnen verwachten? Daarbij is het uitgangspunt, dat niemand hoeft in de kou te staan, maar daarnaast ook ‘wat kunnen we redelijkerwijs als ‘tegenprestatie’ voor de gemeenschap verwachten?’.
Algemeen: In het beleid aan te sluiten bij reeds ingezette processen gedurende de afgelopen 3 jaar; ‘Evalueer en bestendig wat er goed gaat en stel bij waar het programma dit behoeft en organiseer vooral overzicht.’ Bijvoorbeeld: Onder de Omgevingswet heeft de gemeente met vier instrumenten te maken. De Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning. Het beleid ‘De visie op recreatie & toerisme 2020’, ‘Gezond aan de Waal’ uit 2017 en de overwegingen vanuit Alzheimer Nederland betreffende een dementievriendelijke woon- en leefomgeving zouden in de plannen in het kader van de Omgevingswet integraal meegenomen kunnen worden. Ontwikkel in het kader van de visie op recreatie en toerisme een soort van ‘ecologische initiatieven kaart’ van de gemeente Beuningen. Je verzamelt alle initiatieven /bedrijvigheid op gebied van zorgvuldige zorg voor de natuur en publiceer dit. Of maak een bijvoorbeeld verbinding met fietsknooppunten routes. Het advies zou zijn om dit uitgangspunt in te passen in de mobiliteitsplanning als onderdeel van de omgevingsvisie.
Inleiding. Aan de ASD is gevraagd mee te denken over een nieuw beleidsplan voor het sociaal domein in de gemeente. Uiteraard past dit in de taakstelling voor de ASD. Maar het is geen simpele vraag. Het sociaal domein is zeer breed. Op veel onderdelen is sprake van goed uitgewerkt en goed uitgevoerd beleid. Nieuw beleid moet ontwikkeld worden vanuit een evaluatie van het bestaande: wat gaat goed, wat kan/moet beter, en wat ontbreekt. Soms grijpen we terug op eerdere adviezen, soms vragen we wat de stand van zaken is. En soms slaan we onderwerpen over. Door de decentralisaties in het sociaal domein zijn de verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid over veel onderwerpen van de rijksoverheid (centraal) naar de gemeenten (decentraal) overgedragen. Met het doel het beleid dichter bij de burgers te brengen en de zorg beter op de lokale behoeften af te stemmen. Een belangrijk nevendoel, zo niet het hoofddoel van de rijksoverheid, was een forse bezuiniging. Uitgangspunt van de gemeente was en is: doen wat nodig is. Dat uitgangspunt onderschrijven wij, en zullen we in acht nemen. Afspraak is het sociaal domein te beschrijven vanuit 4 thema’s: 1. Werk en Inkomen 2. Jeugd, inclusief onderwijs 3. WMO, inclusief wonen en zorg 4. Educatie en Welzijn, inclusief lifestyle en gezondheid. Wij sluiten af met een aantal algemene adviezen.
Omdat veel onderwerpen uit het sociaal domein met elkaar samenhangen, is het soms lastig te kiezen bij welk thema het onderwerp het beste ondergebracht kan worden. Die keuze is dus arbitrair, en voor herziening vatbaar. Direct gevolg: het onderdeel 4 Educatie en Welzijn heeft in dit advies geen aparte inhoud.
1. Werk en inkomen. De belangrijkste wettelijke regeling op dit terrein is de Participatie wet. Die regelt dat iedereen die kan werken, maar dat zonder een steun in de rug niet voor elkaar krijgt, naar werk wordt toegeleid of een uitkering krijgt. Uitgangspunt is dat iedereen geacht wordt volledig te kunnen werken, tenzij het tegendeel is aangetoond. Mensen die om welke reden dan ook niet werken, krijgen en uitkering. De regels daarvoor zijn nogal rigide, en als je je daar niet een houdt, kan je ingrijpend worden gekort, ook al is er geen sprake van opzet. De wet zal aangepast worden, uitgaande van vertrouwen in degenen die er gebruik van maken. Tot op heden blijkt dat gemeenten verschillen in hoe streng zij de regels toepassen. De ASD adviseert de gemeente om nu al zo veel mogelijk uit te gaan van vertrouwen. Een probleem is dat er nogal wat mensen zijn die wel willen werken, maar dat maar in beperkte mate kunnen. De sociale werkplaatsen zijn wegbezuinigd, waardoor veel mensen met afstand tot de arbeidsmarkt op straat zijn komen te staan. Vervangende sociale werkgelegenheid is nog onvoldoende geregeld. Op dit moment is nog niet te overzien of en in hoeverre de herziene participatiewet daar oplossingen voor zal bieden. Het is ook niet reëel aan de gemeente te vragen dat zelfstandig op te pakken. Maar in regionale samenwerking kan daar wel over nagedacht worden.
De vraag is in hoeverre het Werkbedrijf hier een rol bij kan spelen. Inkomensbeleid behoort niet tot de taken van de gemeente. Wel mag de gemeente bijdragen aan het oplossen van de tekorten die bij inwoners ontstaan. De schuldhulpverlening is de afgelopen jaren goed ontwikkeld. Ook kwijtschelden van lokale lasten voor inwoners met een laag inkomen is goed geregeld. Problemen ontstaan soms als mensen aan het werk komen vanuit een uitkeringssituatie. Dan vallen toeslagen en kwijtscheldingen weg. De ASD vraagt zich af of de gemeente instrumenten heeft of kan ontwikkelen om deze problemen weg te nemen of te verzachten, eventueel in regionaal verband. Het knelpunt zit er in dat als je inkomen onder een grens zit, je volledig recht hebt op toeslagen en kwijtscheldingen, als je er net boven zit, krijg je helemaal niets meer. Er zou eigenlijk een tussen gebied in inkomens moeten zijn waarbij je onder de grens volledig gecompenseerd wordt, bij de bovengrens helemaal niet meer, en in het tussengebied een afnemend deel van de compensatie krijgt. Dat vereist niet alleen andere wetgeving, maar ook robuuste ICT. De ASD waardeert de gemeentelijke initiatieven als de Steunmaatregelen energielasten en het Energieloket Beuningen. Dat geldt ook voor het informatieve beeld materiaal. Dat is duidelijke aal, met verwijzing naar beschikbare loketten.
De vele crises van tegenwoordig zorgen voor onzekerheid bij inwoners en ondernemers. Het geld in de ‘stroppenpot’ kan waar nodig ondersteuning bieden aan inwoners, ondernemers en het verenigingsleven. Waardevolle maatregelen zijn de verhoging van de grens van minimaregelingen naar 120% van het minimumloon en de invoering van de Klavervierpas.
2. Jeugd, inclusief onderwijs. Met de decentralisaties uit 2015 is de jeugdzorg in een klap bij de gemeenten terecht gekomen. Het idee was dat gemeenten dichter bij de inwoners staan en dus beter in staat zijn te zien wat nodig is. Dat idee is in principe natuurlijk juist. Maar gemeenten hadden geen systeem om dat allemaal goed in kaart te brengen, en de wat complexere zorg moet in regionaal en soms bovenregionaal verband worden geregeld. Tegelijkertijd werd een bezuiniging op de zorg van zo’n 30% doorgevoerd. In de praktijk hebben gemeenten de taken lokaal en regionaal ambitieus aangepakt. Maar onvermijdelijk zijn er steken gevallen. Omdat het wat eenvoudiger is om eenvoudige zorgvragen op te pakken, is daar veel aandacht aan besteed. Ook commerciële zorgaanbieders bleken er volop te zijn. In de praktijk leverden die niet altijd de gevraagde zorg op het noodzakelijke niveau. Met die ervaring is op veel plaatsen en in ieder geval in Beuningen er voor gekozen het aantal aanbieders te beperken en goed toe te zien op de kwaliteit. Voor complexere zorg was minder passend aanbod, waardoor er wachtlijsten zijn ontstaan en in nogal wat gevallen de zorgvraag nog complexer is geworden. En sommige zorgvragen zijn zo complex dat ook in regionaal verband onvoldoende zorg geboden kan worden.
Al snel is duidelijk geworden dat er bij de (samenwerkende) gemeenten de kosten veel hoger zijn dan wat er na de bezuinigingen beschikbaar was. In een arbitragezaak tussen Rijk en VNG is vastgesteld dat er structureel 1,7 miljard meer nodig is. Tot op heden is het Rijk niet bereid daar substantieel in tegemoet te komen. Er wordt eerder over meer bezuinigen gedacht. Het bovenstaande is ongetwijfeld een niet complete en weinig genuanceerde beschrijving. En de vraag is wat we daar in Beuningen voor conclusies uit kunnen trekken. Een paar aandachtspunten. Inzet van de gemeente is op preventie. Met vroegsignalering is het de bedoeling potentiële problemen zo vroeg mogelijk aan te pakken, met inzet door het Sociaal Team. Er is momenteel discussie of een flink aantal gesignaleerde kleine probleempjes wel als een te behandelen probleem moeten worden gezien, en of die niet bij de gewone zaken van het leven of de opvoeding horen. De ASD is benieuwd hoe het gemeentebestuur hier tegen aan kijkt. Een ander onderwerp vraagt ook breder aandacht: de overgang van jeugdzorg naar volwassenenzorg. Voor jongeren die behandeling krijgen en de leeftijd van 18 jaar bereiken valt er vaak een gat tussen jeugdzorg en volwassenenzorg. Het beste zou zijn dat het zorgtraject ononderbroken wordt voortgezet, maar de financiering wordt anders. Bij de WLZ wordt gesproken over zorg van 1 tot 27 jaar.
Dit is een onderwerp dat de gemeentegrens overstijgt. Wordt hier regionaal al over gesproken? In 2020 is (nieuw) beleid vastgesteld voor peuteropvang en voor-en vroegschoolse educatie (VVE). Dat is sindsdien niet aan de orde geweest. Is het ooit geëvalueerd? En is het nog passend? In het verleden is beleid ontwikkeld voor het basisonderwijs in de vorm van Kindcentra. De ASD is benieuwd hoe deze functioneren en of er nieuwe ontwikkelingen te verwachten zijn, waar de gemeente beleid voor moet maken. De afgelopen jaren zijn er een aantal wisselingen geweest bij de kinderopvang. Heeft de gemeente zicht op het aantal kinderopvangplekken en de kwaliteit van de zorg?
3. WMO, inclusief wonen en zorg. De verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp is recent besproken. Aan dat onderwerp hoeft nu niets toegevoegd te worden. Bij het onderwerp huishoudelijke hulp heeft de ASD eerder al geadviseerd dat dat integraal onderdeel zou moeten zijn van zorg en ondersteuning voor inwoners die die ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. De ASD heeft gesteld, dat mensen die de hulp goed zelf kunnen betalen, geen beroep hoeven te kunnen doen op gemeentelijke ondersteuning. Waar landelijk is besloten tot een abonnementssysteem met een tarief dat niet eens de administratieve lasten kan dekken, hebben we weinig te zeggen. Ook al zouden we opmerken dat het tarief inkomensafhankelijk zou moeten zijn. Ook vindt de ASD het wenselijk om het aantal aanbieders te beperken, zodat de gemeente meer zicht heeft op de kwaliteit van de ondersteuners. De afgelopen jaren is meermaals gesproken over de beheersbaarheid van kosten binnen het Sociaal Domein. Wij herhalen hier onze adviezen hierover. De ASD is geen voorstander van budgetplafonds. Wachtlijsten zijn onwenselijk en moeten zo beperkt mogelijk worden. De inzet van het Sociaal Team zou gericht moeten zijn om adequaat en laagdrempelig in te spelen op vragen, maar ook door optimale interne afstemming onnodige inzet van hulp tegengaan.
Ondersteuning door het Sociaal Team is in de eerste plaats gericht op de meest kwetsbaren, maar door als beleidsuitgangspunt het meedoen van iedereen te nemen wordt gewerkt aan een solide inclusie agenda. De eigen verantwoordelijkheid van inwoners is een belangrijk beginsel. Maar wie die eigen verantwoordelijkheid niet kan waarmaken, heeft (tijdelijk) hulp nodig. Netwerkzorg is het gecoördineerd samenwerken van zorgaanbieders en verwijzers. Zo kunnen cliënten centraal worden gesteld en samenhangende zorg worden geleverd worden. Case management is er op gericht de kwaliteit van de zorg te optimaliseren, hulpverleningsprocessen af te stemmen en hiermee ook onnodige zorg te beperken. De Cliëntenraad adviseert om in te blijven zetten op preventie. Op het onderwerp zorg hebben we vooral een aantal vragen. Huisartsen krijgen steeds meer taken, waarvoor tijd gevonden moet worden. En zij worden geacht meer samen te werken. Zo is er gestart met Welzijn op recept, dat moet helpen om problemen die niet met medische middelen adequaat kunnen of hoeven te worden opgelost, met welzijnsvoorzieningen aan te pakken. Wij zijn benieuwd naar de ervaringen daarmee. Blijft de vraag of er voldoende huisartsen in de gemeente zijn en zullen blijven. Meer in het algemeen of er voldoende eerstelijns zorg is. Wij hebben geadviseerd om een POH Jeugd aan te stellen.
Wij zijn verheugd te horen dat er zeer recent één is begonnen. Wonen. Wonen is een belangrijke opgave voor de volgende jaren. Wij herhalen ons advies over de omgevingsvisie. De kwaliteit van de leefomgeving wordt bepaald door lokale, integrale keuzes over de gewenste kwaliteit van een gebied. Er moet in de omgevingsvisie een belangrijke verbinding worden gelegd met langer zelfstandig wonen, zelfredzaamheid en participatie, gezondheid en de inclusieve samenleving.
Het gaat dan niet alleen over de “harde” fysieke kant van de leefomgeving maar vooral over de “zachte” kant: de samenleving zelf. Voelen inwoners zich veilig? Wordt de sociale cohesie bevorderd? Zijn er voldoende goede (basis)voorzieningen(winkels-vervoer)? Is de openbare ruimte en zijn openbare gebouwen zo ingericht dat inwoners met een beperking zoveel als mogelijk kunnen deelnemen aan activiteiten? Zijn zorg- en welzijnsvoorzieningen nabij? Voelen alle groepen, ook de moeilijk bereikbare, kwetsbare inwoners zich gehoord en gezien? Beuningen heeft een breed scala aan maatschappelijk belangrijke voorzieningen op sociaal gebied. Dat is een kwaliteit die gekoesterd moet worden: behouden en versterken. De bereikbaarheid en toegankelijkheid zal de komende jaren versterkt moeten worden, als er meer mensen met een rugzakje hun plek in de gemeente komen zoeken. Kleinschaligheid en diversiteit zijn daarbij van belang. Om goed te kunnen aarden zijn mogelijkheden voor informele ontmoetingen in de buurt wenselijk. Daarbij is te denken aan groenvoorzieningen met bankjes, bijvoorbeeld bij speelterreintjes. Ook voor een gezonde leefomgeving is groen in de wijken belangrijk. Meer zuurstof, koelere plekken in stedelijke omgeving, plekken waar overtollig regenwater opgevangen kan worden. Demografische ontwikkelingen stellen meer eisen aan het volkshuisvestingsbeleid.
De vergrijzing gaat ook in Beuningen verder. Er zullen meer woonvormen nodig zijn om senioren langer in staat te stellen zelfstandig te blijven wonen, waarbij gezamenlijkheid met steun voor elkaar vorm kan krijgen. Er zullen veel meer wooneenheden voor kleine huishoudens moeten komen. Ook nu al is er schrijnend veel behoefte aan betaalbare huurwoningen voor een- en tweepersoonshuishoudens, terwijl en vooral gezinswoningen werden gebouwd.
Adviezen. 1. Krijg overzicht in processen die reeds gaande zijn en krijg overzicht, voer regie. 2. Wees transparant in beleidskeuzes en de motieven die tot deze beleidskeuzes hebben geleid. Een goed voorbeeld is het geven van informatie via beeldmateriaal bij Youtube. Beelden en gesproken teksten blijven langer hangen. Zet gesproken teksten in en andere talen. 3. In het kader van aanleggen van dwarsverbanden is het advies om creatief gebruik te maken van hulpbronnen als creatieve vaardigheden en technieken om de gemeente positief in het nieuws te zetten. We denken bijvoorbeeld aan kleinschalige projecten gericht op zorgvuldig omgaan met natuur, voeding, fruitteelt. 4. Onderzoek mogelijkheden om deelnemers van de Klavervier Pas toegang te geven tot de initiatieven van Stichting Planeet., Groei & Bloei en Toffe tuinen en koppel daaraan de voorwaarde dat men zelf ook een actieve bijdrage levert in de zin van mee onderhoud of anderszins taken in het werkproces. Dit leidt tot een gevoel van betrokken zijn , samen verantwoordelijk zijn en men leert van elkaar. Niet in de laatste plaats levert het waarschijnlijk een gezonder leefpatroon op. 5. Ontwikkel in het kader van de visie op recreatie en toerisme een ‘ecologische initiatieven kaart’ van de gemeente Beuningen.
Je verzamelt alle initiatieven /bedrijvigheid op gebied van zorgvuldige zorg voor de natuur en publiceer dit of maak een bijvoorbeeld verbinding met fietsknooppunten routes. Er zijn reeds prachtige folders gemaakt. Het advies zou zijn om dit uitgangspunt in te passen in de mobiliteitsplanning als onderdeel van de omgevingsvisie. Doe dit niet zelf maar dit zou een mooie opdracht voor de netwerkorganisatie ‘Gezond aan de Waal’ zijn en aansluiten bij reeds ingezette processen. 6. Met betrekking tot werk is het advies om inwoners die op een of andere manier moeilijk ‘in beweging’ te krijgen zijn naar regulier werk, meer persoonlijk te ontmoeten. Kennen we hen voldoende in hun behoeften en (on-)mogelijkheden? Mogelijk dat dit beter werkt, dan dat mensen bij een loket van het UWV Werkbedrijf worden verwacht. In deze regio kennen we waarschijnlijk de bedrijven en hun specifieke vragen beter. 7. Zet als gemeente in op hergebruik van producten en materiaal overweeg om bijzondere ervarings- en vakkennis van senioren te benutten. Mensen worden ouder en dat ook nog in goede gezondheid. Je kan je als gemeente afvragen of je de opgebouwde kennis en ervaring van deze mensen op een of andere manier kunt organiseren en inzetten.
Bijvoorbeeld kinderen en jeugdigen helpen bij huiswerkbegeleiding, leesvaardigheid en digitale vaardigheid vergroten, projecten in zorgcentra omarmen, kennis van alles wat groeit en bloeit inzetten, omarm de vrijwillige wandel-afval-verzamel-initiatieven en moedig dit aan. We willen een omgeving waarin het prettig toeven is en deze mensen dragen daar uit vrije wil aan bij. Publiceer dit, zet deze individuen in het zonnetje door er een artikel aan te wijden. 8. Jeugd leren omgaan met geld: het advies is om het programma ‘Moneyways’ in te zetten. MoneyWays, het grootste landelijke armoede- en schuldpreventie programma voor jongeren, geeft op basis- en middelbare scholen jongeren les over geldzaken en financiële problematiek. 9. Overweeg ‘clinics’ te organiseren voor jongeren. De clinics worden gegeven door bijvoorbeeld senioren, door ondernemers, vaklieden en bijvoorbeeld door mensen in de zorg. Deze clinics hebben tot doel om inzicht te geven en krijgen in het werk wat me doet. Wat hier zoal bij komt kijken om je zaak of baan te runnen. Dit zou dan bedoeld zijn voor jongeren in de leeftijd 12-16 jaar. of ouder. Het gaat om oriëntatie en kennisverspreiding in eerste plaats maar vooral ook begrip krijgen voor elkaars werk. leg verband met werk en tot een gezonder leefstijl komen.