Bijlage 02 Rapport Samen(leving) in Beweging? Een onderzoek naar het sport- en beweegbeleid van Beuningen
Tekst van het document
Samen(leving) in Beweging? Een onderzoek naar het sport- en beweegbeleid van Beuningen
Rekenkamer Beuningen 10-11-2023
0
Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................................................. 2 Onderzoeksvraag ............................................................................................................................................................... 2 Aanpak ............................................................................................................................................................................... 2 Omgevingsbeeld ................................................................................................................................................................ 2 Beleid, incl. doelen, instrumenten, indicatoren ................................................................................................................ 3 a.
Beuningen Beweegt! (2010-2014) ........................................................................................................................ 3
b.
Samen in Beweging, sport- en beweegnota (2016) .............................................................................................. 4
c.
Lokaal Sportakkoord Beuningen (2020, herijkt 2023) .......................................................................................... 6
d.
Nieuwe energie voor onze gemeente, coalitieakkoord 2022-2026 ...................................................................... 7
e.
Overige kaders ...................................................................................................................................................... 7
Uitvoering .......................................................................................................................................................................... 8 a.
Het stimuleren en ondersteunen van open clubs ................................................................................................ 8
b.
Herziening van het subsidiebeleid met betrekking tot waarderingssubsidies ..................................................... 8
c.
Accommodatiebeleid ........................................................................................................................................... 9
Convenant jeugd -alcohol en sportverenigingen (2019) ............................................................................................... 9 Discriminatie tegengaan (Motie, 2019) ......................................................................................................................... 9 Ongelijkheid verenigingen (Motie, 2019) .................................................................................................................... 10 Deelconclusie uitvoering ............................................................................................................................................. 10 Doeltreffendheid ............................................................................................................................................................. 10 a.
Sportdeelname ................................................................................................................................................... 10
b.
Beweging ............................................................................................................................................................ 11
c.
Gezondheid ......................................................................................................................................................... 11
d.
Alcoholpreventie ................................................................................................................................................ 11
e.
Leefbaarheid en saamhorigheid ......................................................................................................................... 12
Participatie (Meedoen), Integratie, Normen en waarden en Economie ...................................................................... 12 Deelconclusie doeltreffendheid .................................................................................................................................. 12 Doelmatigheid ................................................................................................................................................................. 13 Monitoring....................................................................................................................................................................... 14 Conclusies ........................................................................................................................................................................ 16 Aanbevelingen ................................................................................................................................................................. 17 Geïnterviewden ............................................................................................................................................................... 18 Documentatie ..................................................................................................................................................................
18 Bestuurlijke reactie .......................................................................................................................................................... 19 Nawoord Rekenkamer ..................................................................................................................................................... 21 Bijlage: acties sport- en beweegbeleid ............................................................................................................................ 21
1
Inleiding Sport is een niet weg te denken deel van onze samenleving. Topsport, maar zeker ook breedtesport. Sport verbindt en draagt bij aan gemeenschapsontwikkeling. Daarnaast vormt sport een belangrijke bijdrage aan de bevordering van gezondheid en draagt het bij aan ontspanning. Zo ook in Beuningen. In 2016 stelde de gemeenteraad een sport- en beweegnota vast met daarin een aantal mooie ambities en doelstellingen. Weliswaar is er in de afgelopen jaren veel gebeurd op het gebied van sport en bewegen, een echte terugblik laat staan nieuw beleid- is er nog niet gekomen. In de notitie Beuningen Beweegt (2014) wordt opgemerkt dat ‘Het sportbeleid in Beuningen wordt gekenmerkt door pragmatisme. Veel beleid is ontwikkeld naar aanleiding van tendensen en vragen uit de samenleving.’
Onderzoeksvraag Is (de uitvoering van) het sport- en beweegbeleid in Beuningen doeltreffend en doelmatig?
Aanpak Dit onderzoek heeft plaats gevonden in de periode van juli t/m oktober 2023. De door de gemeente Beuningen geproduceerde documentatie vormt, tezamen met documentatie van relevante partners, de basis van de aanpak. Bij dit onderzoek heb ik mede gebruik gemaakt van de Monitoring- en Evaluatiewijzer Sport & Bewegen van het Kenniscentrum Sport. Op basis daarvan heb ik het sport- en beweegbeleid gedestilleerd en getracht zicht te krijgen op de uitvoering en de resultaten. Mijn voorlopige bevindingen en eventuele vragen heb ik vervolgens besproken met de ambtelijke organisatie en met externe partners.
Omgevingsbeeld Voldoende beweging is belangrijk als bijdrage aan (het behoud van) een goede gezondheid. De Gezondheidsraad hanteert als norm daarvoor mede de beweegnorm. Voor volwassenen geldt daarvoor minimaal 150 minuten per week matig intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen en minimaal tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen.1 Op basis van deze norm voldoet in Nederland gemiddeld 47,5% van de volwassenen van 18 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen. Per gemeente varieert dit percentage van 33,2 tot 66,1%.2 Met 41% scoort de gemeente Beuningen significant lager dan dit landelijk gemiddelde.3 Vergeleken met de regiogemeenten4 scoort alleen Neder-Betuwe een lager percentage (37,7%). Het gemiddelde van de GGD-regio Gelderland-Zuid, waartoe ook de gemeente Beuningen behoort, bedraagt 47,9%, net iets hoger dus dan het landelijk gemiddelde. Het is (nog) onduidelijk wat het effect van de coronaperiode is geweest. Het is interessant om te volgen wat de cijfers zijn bij de volgende gezondheidsmonitor volwassenen na de coronaperiode.
1
Gezondheidsraad, 2017 Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 3 Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen 2022, (https://gezondheidincijfers.ggdgelderlandzuid.nl/mosaic/dashboard/overgewicht-en-bewegen) 4 Heumen, Berg en Dal, Nijmegen, Neder-Betuwe, Overbetuwe, Druten, West Maas en Waal en Wijchen 2
2
Iets meer dan de helft van de volwassen Beuningenaren5 (53,9%) sport (in 2022) wekelijks en dat is vergelijkbaar met de meeste gemeenten in de regio. Alleen de gemeenten Nijmegen (62,1%) en NederBetuwe (36,1%) vallen hierbij in positieve, respectievelijk negatieve zin op. Aangenomen mag worden dat met name de studentenpopulatie in Nijmegen hiervoor een belangrijke verklaring vormt. Het gemiddelde van de GGD-regio Gelderland-Zuid bedraagt 53,7%, het landelijk gemiddelde bedraagt 54,0%. Indien we naar de verschillen binnen de gemeente Beuningen kijken dan vallen er relatief kleine verschillen op wat betreft het sportgedrag (in 2020) tussen de afzonderlijke kernen. Actieve sportdeelname neemt na de middelbare schoolleeftijd sterk af. Op 12-jarige leeftijd sport (landelijk) nog 86 procent van de scholieren minstens twee keer per week. Op 16-jarige leeftijd gaat het nog om 77,1 procent.
Beweegrichtlijn gemeente Beuningen (2022) en sportgedrag per kern (2020) 6 Van de genoemde 53,9% inwoners die wekelijks sport doet de helft (26,3%) dat bij een vereniging die bij een nationale sportbond is aangesloten.7 Eén op de vier Beuningenaren is dus actief lid van een sportvereniging. Niet verrassend zijn de Beuningse voetbalverenigingen goed voor 30% van deze sporters, op enige afstand gevolgd door tennis en (opvallend!) sportvissen. Opvallend is overigens dat er (zowel in Beuningen als in de rest van Nederland) wekelijks meer volwassenen sporten dan er aan de beweegnorm voldoen. Sporten levert weliswaar een belangrijke bijdrage, maar is dus op zichzelf geen garantie voor voldoende beweging. Kijkend naar hetgeen er aan cijfers beschikbaar is valt daarnaast ook op dat het fietsgebruik tot 7,5 km in Beuningen met 25,1% erg laag is, op de gemeente West Maas en Waal na het laagste van de regio en veel lager dan het landelijk gemiddelde van 37%.8 Ook in dit opzicht lijkt er wellicht nog veel potentie.
Beleid, incl. doelen, instrumenten, indicatoren a. Beuningen Beweegt! (2010-2014) Aan het vigerende, in 2016 vastgestelde beleid ging een beleidsnota vooraf uit 2009, Beuningen Beweegt! Deze nota formuleerde het beleid voor de periode 2010-2014 en had als doel “het stimuleren, onderhouden en verbeteren van een gevarieerd sportaanbod in Beuningen waarin sport zowel als doel en als middel ingezet kan worden om maatschappelijke doelen te realiseren voor alle inwoners van Beuningen, ongeacht leeftijd, geslacht, inkomen, achtergrond en afkomst”. Dat is nogal wat, sport als doel én als middel om maatschappelijke doelen te realiseren voor alle inwoners van Beuningen.
5
18 t/m 64 jaar https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kaarten/beweegrichtlijnen, beweegrichtlijn 18 jaar en ouder 2022 7 Landelijk 24%. Bron: NOC*NSF 8 OViN/ ODiN, 2015-2019 6
3
Het beleid is opgebouwd uit vier pijlers, i.c. accommodatiebeleid, sportstimulering, ondersteuning en professionalisering. Dit beleid richtte zich nadrukkelijk op breedtesport, met als doel dat iedere inwoner, in elke fase van zijn of haar leven, naar eigen voorkeur aan sport en bewegingsactiviteiten kan deelnemen, dan wel daarbij betrokken kan zijn. Ook dit is buitengewoon ambitieus geformuleerd. Er is echter één groep voor wie dit nadrukkelijk niet gold en dat is de topsporter. Die werd gevraagd uit te wijken naar Nijmegen. Topsportinitiatieven zouden worden overgelaten aan sportverenigingen en het bedrijfsleven en niet expliciet door de gemeente worden ondersteund. Bij benadering waren er op dat moment 55 sportverenigingen actief, waarvan er 23 een subsidierelatie hadden met de gemeente Beuningen. Onder leiding van de Gelderse Sportfederatie vonden er in januari en februari 2009 twee ‘luisteravonden’ plaats. Verenigingen kregen daarbij de gelegenheid om hun ideeën en wensen kenbaar te maken en deze “af te stemmen op de gemeentelijke ambities”. Dat laatste is (vanuit het perspectief van de gemeenschap) een opmerkelijke doelstelling van een dergelijke ‘luisteravond’. Geconstateerd werd dat de accommodaties er gemiddeld goed bij staan, maar dat er nog een grote (ongewenste) diversiteit (“willekeur en ongelijkheid”) bestaat ten aanzien van de exploitatie en het beheer.
Vanaf 2010 zou de gemeente Beuningen een financiële bijdrage leveren aan de ‘primaire onderdelen’ van sportaccommodaties bij eerste aanleg en volledig verantwoordelijk zijn voor renovatie of vervanging van sportvelden. Een gelijk speelveld dus voor alle sportbeoefening. Daarnaast bepaalde de gemeenteraad dat het sportaanbod divers en kerngericht georiënteerd dient te zijn waarbij elke kern minimaal een voetbal- en een tennisvereniging heeft. Er werden middelen vrijgemaakt ten behoeve van het stimuleren van maatschappelijke stages en professionalisering. Dat laatste door het bevorderen van verenigingsmanagers en combinatiefuncties.9 Ambitieus dus, breed ingestoken met ruime inzet van middelen. Onduidelijk nog wanneer het beleid als geslaagd diende te worden beoordeeld. In de nota was namelijk geen enkele outcome-doelstelling opgenomen op basis waarvan het beleid achteraf op effect zou kunnen worden beoordeeld.
b. Samen in Beweging, sport- en beweegnota (2016) In 2016 verschijnt er een nieuwe beleidsnota, ‘Samen in Beweging’. Het is een sport- en beweegnota waarin de lokale ambities op het gebied van sport zijn opgenomen. Waar in de vorige beleidsnota sport nog werd gezien als ‘doel’ en ‘middel’ wordt sport in deze nota nadrukkelijk gezien als middel tot het bereiken van maatschappelijke doelen op het gebied van gezondheid en participatie.10 Van sport als doel in zichzelf is geen sprake meer. Beleid maken in Beuningen lijkt in goed overleg plaats te vinden met de gemeenschap. In de aanloop naar deze nota hebben alle sportverenigingen met een subsidierelatie namelijk opnieuw de gelegenheid gehad om tijdens twee Sportcafébijeenkomsten hun inbreng te leveren. Beleid maken is terugkijken, evalueren en op basis daarvan beleid opstellen of bijstellen. Dat gebeurt dan ook in deze nota, echter zo summier dat er van een echte evaluatie geen sprake is. In minder dan 300 woorden wordt aangegeven dat de gemeente Beuningen er ‘redelijk’ in is geslaagd om de hiervoor genoemde brede doelstelling te halen. Er zijn met sportstimulering ‘mooie resultaten’ behaald. Er is veel gedaan, zoveel is duidelijk, echter met welke resultaat blijft onzeker. Er is (in de periode 2010-2014) wel veel geïnvesteerd in binnen- en buitensportvoorzieningen en er zijn buurtsportcoaches aangesteld.
9
Dit zijn functies waarbij een werknemer in dienst is bij één werkgever maar voor meerdere sectoren werkt, zoals een leerkracht lichamelijke opvoeding die ook sporttrainer bij een vereniging is. 10 Samen in Beweging’, pagina 2
4
Zorgen zijn er ook. Bij verenigingen, zoals de beschikbaarheid van het technisch kader en de grote financiële druk. Weliswaar is er nadrukkelijk aandacht besteed aan de sportstimulering van jongeren, het aantal jeugdleden bij verenigingen is tegelijkertijd afgenomen. En die zorg gold ook de participatie van volwassen en ouderen aan het sport- en beweegaanbod. Waar de constatering aan ontleed is dat “samengevat vastgesteld kan worden dat het gevoerde beleid grotendeels heeft geleid tot tevredenheid” is mij onduidelijk. Dat geldt ook voor de brede maatschappelijke ambitie die de gemeente Beuningen had met het sportbeleid. Daaraan wordt geen enkele passage gewijd. In de nota wordt aangegeven dat het gevoerde beleid min of meer gehandhaafd zal blijven, met een enkele accentverschuiving, namelijk dat verenigingen ondersteund worden in hun rol om (meer) maatschappelijk een rol van betekenis te (gaan) spelen.11 De gemeente Beuningen wil dat doen door het beschikbaar stellen van sportaccommodaties tegen gesubsidieerde tarieven en het actief inzetten op het bevorderen van de sportdeelname van met name de burgers die nog niet of onvoldoende sporten of bewegen. Daarnaast voorziet de gemeente Beuningen een ontwikkeling naar ‘open clubs’. Verenigingen zouden een bijdrage dienen te leveren aan stimuleren van vrijwilligerswerk en zich in te zetten en open te stellen voor de samenleving.
Sport draagt immers bij aan de maatschappelijke verbondenheid en betrokkenheid van inwoners. De vereniging zou niet alleen een plek moeten zijn om te sporten, maar ook een ontmoetingsplek. De meerwaarde van zo’n open, vitale sportvereniging is dat er een bijdrage wordt geleverd op het gebied van gezondheid, participatie, tegengaan van vereenzaming, arbeidsmarkt (re-integratie) en leefbaarheid. Ook voorziet de gemeente nog een ‘bijkomend voordeel’, namelijk dat sportverenigingen door hun laagdrempeligheid een groot bereik hebben en dat er door de inzet van vrijwilligers (eventueel ondersteuning door een gekwalificeerde professional) minder beroep hoeft te worden gedaan op professionele zorg en welzijn. Kortom, minder Wmo-gerelateerde uitgaven. Dit zou echter wel een keuze moeten zijn van de sportverenigingen zelf, dus geen opdracht van de gemeente.12 Het beleid voorziet in een faciliterende rol voor de gemeente Beuningen. Concreet gaat dan om het adviseren van verenigingen, verbinden van partijen, op verzoek op onderdelen regievoeren en in beperkte mate subsidiëren en initiatieven ontwikkelen. Dat lijkt nogal beperkt en vrijblijvend gegeven het ontbreken van enige verplichting en de terughoudende rol van de gemeente in relatie tot de relatief ambitieuze beleidsdoelen. In de nota worden acht maatschappelijke doelen van sport opgesomd, i.c.
plezier en ontspanning, gezondheid, meedoen, integratie, normen en waarden, saamhorigheid, leefbaarheid en economie. Het is onduidelijk wat met dit hoofdstuk wordt beoogd. Er zijn geen actuele meetwaarden opgenomen die duidelijk maken hoe het er in Beuningen voorstaat, laat staan in hoeverre het sportbeleid hieraan meetbaar (en voor de gemeenteraad dus controleerbaar) zou moeten bijdragen. De hiervoor aangegeven demografische ontwikkeling is ook aan de beleidsnota niet voorbij gegaan. Gesignaleerd wordt dat veel verenigingen (in 2016) relatief meer jeugd- dan volwassen leden hebben, maar dat rond 2020 het aandeel 65+ in onze samenleving groter zal zijn dan het aandeel jongeren. Veel sportverenigingen hebben veel leden in de leeftijdscategorieën die krimpen en minder leden in de leeftijdscategorieën die groeien.
11 12
‘Samen in Beweging’, pagina 6 Idem, pagina 9
5
Deze veranderde bevolkingssamenstelling wordt door de gemeente Beuningen gezien als bedreiging maar ook als kans. Het creëren van een sportaanbod voor senioren/65+ kan namelijk in een grote behoefte voorzien en verenigingen een nieuwe impuls geven.13 In (de vertaling van) het beleid is echter geen enkele activiteit opgenomen die specifiek op deze waarneming aansluit. De nadruk ligt op de stimulering van sportdeelname door jongeren en inwoners met een beperking.
c. Lokaal Sportakkoord Beuningen (2020, herijkt 2023) In 2018 kwamen het Rijk, de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), de VNG en NOC*NSF een Nationaal Sportakkoord overeen. Daarin werd afgesproken dat lokale partijen het Nationaal Sportakkoord vertalen naar de lokale context. Gemeenten zouden de mogelijkheid krijgen om deel te nemen aan de regeling lokale sportakkoorden. In het voorjaar van 2019 heeft het college van B&W besloten een intentieverklaring te ondertekenen om deel te nemen aan de regeling lokale sportakkoorden. In het betreffende collegevoorstel wordt aangegeven dat het sportakkoord een inhoudelijke verdieping- of aanvullingsslag kan geven op de (Beuningse) sport- en beweegnota.14 Het resultaat daarvan vinden we in 2020 terug in het lokaal (Beunings) sportakkoord.15 Kijkend naar de inhoud van het Nationaal Sportakkoord, de vertaling daarvan in het lokaal sportakkoord en de sport- en beweegnota dan valt op de grote mate van overlap op. Het lokaal akkoord is tot stand gekomen in samenspraak met een groot aantal lokale en regionale partners waaronder ook niet-sportorganisaties zoals KION, Stichting Groeisaam en GGD Gelderland-Zuid.
Opvallend is dat wat betreft duurzaamheidsdoelen de sport- en beweegnota uit 2016 nog spreekt over energiebesparing, terwijl in het lokaal sportakkoord een paar jaar later ook de opwekking van energie door middel van zonnepanelen is opgenomen. Ook dient 75% van de sportaccommodaties binnen twee jaar rookvrij te zijn, een afspraak die niet in het sport- en de beweegnota was opgenomen. Er is dus sprake van ‘voortschrijdende beleidsontwikkeling’. Onduidelijk is in hoeverre de gemeenteraad geïnformeerd is over of betrokken is geweest bij deze -overigens beperkte- wijzigingen. Als bijdrage aan de activiteiten uit het lokaal sportakkoord heeft het Rijk in 2020 en 2021 (tweemaal) €20.000,- beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn door de gemeente Beuningen ingezet als cofinanciering voor bestaande activiteiten en initiatieven. Het Sportakkoord is in 2023 -in een drietal sessies- samen met de verschillende partners herijkt aan de hand van de thema’s onderwijs en kinderopvang, zorg en welzijn en sportorganisaties.16 Een belangrijke conclusies is dat alle betrokken partners van mening waren dat het belangrijk is om tot duidelijke en haalbare ambities te komen, het aantal ambities te verkleinen en een deadline te stellen.
De (in omvang tot 6 pagina’s beperkte) herijking heeft weliswaar betrekking op de lokaal sportakkoord, maar geeft geen inzage in de mate waarin de ambities uit 2019 zijn opgepakt of gerealiseerd. Wel zijn in het betreffende document ‘Herijking sportakkoord’ (andere dan in het akkoord uit 2019) ambities opgenomen die gelden voor de periode juli 2023 tot en met december 2025. Onduidelijk is waarom deze ambities afwijken van het sportakkoord en wat de afwegingen daarbij geweest zijn. Het is mij echter niet duidelijk of en op welke wijze deze ‘bijgestelde ambities’ bestuurlijk of politiek zijn geborgd. Deze ambities zijn verdeeld over de vijf thema’s zoals beschreven in het Sport- en Beweegakkoord en vervolgens zijn daar weer 3 tot 5 ambities (per thema) opgenomen, in totaal 22 ambities gekoppeld aan partners die hier gezamenlijk invulling aan (willen) geven. Hoewel deze concreet zijn geformuleerd en 13
Idem, pagina 14 B&W-voorstel Lokaal sportakkoord, 26 maart 2019 15 Beunings Sportakkoord, Samen sporten en bewegen, 2020 16 Herijking Beunings Sportakkoord, juni 2023 14
6
overzichtelijk gepresenteerd is dat een bijzondere waarneming, gegeven de wens van de partners om juist te komen tot een verkleining van het aantal ambities. De voortgang wordt halfjaarlijks gemonitord door de kerngroep en indien nodig stuurt deze bij. De looptijd van de herijking is tot en met 2026. Daarnaast zal het sportakkoord onderdeel worden van het GALA (gezond actief leven akkoord).
d. Nieuwe energie voor onze gemeente, coalitieakkoord 2022-2026 In het voorjaar van 2022 verscheen het vigerende coalitieakkoord. Drie kernwaarden zijn daarbinnen belangrijk, i.c. betrokkenheid, verbinding en mooi plekje. Het woord ‘sport’ komt er slechts driemaal in voor. Tweemaal als onderdeel van een kop in de tekst en als onderdeel van de portefeuilleverdeling. En eenmaal als sport- en cultuuraccommodaties die de sociale verbanden in de buurt kunnen verstevigen. Het huidige gemeentebestuur lijkt daarmee geen andere koers te (willen) varen dan de ongewijzigde voortzetting van het inmiddels langjarig sportbeleid.
e. Overige kaders Afgezien van de hiervoor aangegeven kaderstellende documenten heeft de gemeenteraad zich op meerdere momenten uitgesproken over (de inhoud of doelen van) het gemeentelijk sportbeleid en daarmee de kaders van het beleid aangepast. Tegengaan ongelijke behandeling verenigingen Op 12 november 2019 nam de gemeenteraad (unaniem) een motie aan waarin het college werd gevraagd om in het voorjaar van 2020 inzicht te geven in de voor- en nadelen van kunstgras- en watervelden en natuurgrasvelden met elkaar worden vergeleken zowel qua sportief gebruik en investeringslasten en onderhoudskosten.17 Aanleiding daartoe was -zo blijkt uit de overwegingen- dat de huidige verdeling van kunstgras en natuurgras leidt tot ongelijke behandeling van de sportclubs en ongelijke lasten voor de gemeente. Kortom, ongelijke behandeling van clubs onderling dient -naar het oordeel van de raad- te worden tegengegaan. Op de motie is overigens zichtbaar dat het oorspronkelijke dictum waarin om een nota werd gevraagd (met pen) is gewijzigd in ‘inzicht’.
Anti-discriminatie De gemeenteraad nam op 19 november 2019 (unaniem) een motie aan waarin werd uitgesproken “dat bestrijding van discriminatie daarom ook op de Beuningse politieke en maatschappelijke agenda moet staan” en waarin het college van B&W werd verzocht om in gesprek te gaan met de sportverenigingen op welke wijze discriminatie wordt aangepakt. Kortom, het tegengaan van discriminatie is -naar het oordeel van de gemeenteraad- impliciet onderdeel van het sportbeleid en onderwerp van zorg van het college en van de Beuningse sportverenigingen.18 Verantwoord alcoholgebruik Wat de betreft de kaders kunnen we in Beuningen niet om de Sportraad heen. In 2018 is de Sportraad Beuningen (SRB) opgericht in de vorm van een onafhankelijke stichting die het college van B&W in Beuningen gevraagd en ongevraagd adviseert over onderwerpen die de sport in zijn breedste zin betreffen. Op de website van de stichting wordt dit geduid met “het sport- en beweegbeleid van de gemeente, (her)indelings- en investeringsplannen van sportaccommodaties alsmede projectplannen die van groot belang zijn voor de sport(infrastructuur)”.19 In december 2019 heeft de Sportraad Beuningen op verzoek van het College van Burgemeester en Wethouders van Beuningen een positief advies uitgebracht met betrekking tot de vaststelling van een
17
Motie PvdA, Kunstgras- en watervelden, 12 november 2019 Motie D66, Motie: aanpak discriminatie op en rond onze sportvelden, 19 november 2019 19 Website Stichting Sportraad Beuningen (https://sportraadbeuningen.nl/) 18
7
convenant verantwoord alcoholgebruik voor de jeugd bij de sportverenigingen in de gemeente Beuningen. Daar leek (in 2019) op het eerste gezicht ook wel concrete aanleiding toe indien we de cijfers erbij nemen. De Beuningse jeugd dronk in 2019 significant vaker en meer alcohol dan de leeftijdsgenoten in Gelderland-Zuid en in Nederland. In het convenant worden punten benoemd die zowel de gemeente als de verenigingen dienen uit te voeren. De gemeente Beuningen informeert verenigingen aan welke eisen voldaan dient te worden. Verenigingen verbieden het gebruik van alcohol door jeugd onder 18 jaar en schenkt op zaterdagen met wedstrijden vóór minimaal 14.00 uur geen alcohol. Verder mogen er geen drankspelletjes worden georganiseerd en maakt de vereniging de convenantregels kenbaar aan de leden, trainers en ouders. Omdat het convenant zowel door de gemeente Beuningen als de sportverenigingen is ondertekend heb ik het daarmee tot onderdeel van het beleidskader gerekend. Het geheel aan (beleids-) kaders overziend kan er in Beuningen gesproken worden van een sportbeleid dat niet alleen dienend behoort te zijn aan sport- en beweging-gerelateerde ambities, maar tegelijkertijd ook een stevige bijdrage dient te leveren aan het tegengaan van ongewenste maatschappelijke ontwikkelingen en het versterken van leefbaarheid van kernen en de vitaliteit van gemeenschappen.
Er lijken daarmee behoorlijke verwachtingen ten aanzien van het effect van sport op de ontwikkeling van de lokale samenleving.
Uitvoering Papier is geduldig en beleid is pas dan effectief wanneer er ook daadwerkelijk uitvoering aan wordt gegeven. Dat wil zeggen dat de in het beleid opgenomen instrumenten zoals subsidies, accommodaties en activiteiten waarvoor deze zijn bedoeld en door de gemeenteraad vastgesteld- worden ingezet. Voorop gesteld, dat lijkt in de gemeente Beuningen de praktijk. In de vigerende beleidsnota staan drie pijlers centraal, namelijk het stimuleren en ondersteunen van open clubs, een herziening van het subsidiebeleid met betrekking tot waarderingssubsidies en het accommodatiebeleid. Per pijler zijn in de bijlage bij deze rapportage de beleidsvoornemens en acties opgenomen die beogen bij te dragen aan de vastgestelde doelen (van het sportbeleid). Hieronder vindt u per pijler in het kort het karakter van de activiteiten weergegeven.
a. Het stimuleren en ondersteunen van open clubs De gemeente Beuningen ziet graag dat verenigingen zich een open houding naar buiten toe eigen maken, zich ontwikkelen tot ‘open club’. Dat wil zeggen een open houding van de kartrekkers en betrokkenen bij de club naar hun directe omgeving. Een dergelijke club is een ontmoetingsplek waarbij zij eigen leden, andere regelmatige bezoekers van de club en niet sporters uitnodigt om te komen sporten en om bij de vereniging betrokken te raken en te blijven. In het beleid zijn een aantal activiteiten voorzien die hieraan een bijdrage dienen te leveren, zoals deskundigheidsbevordering, de inzet van buurtsportcoaches en de instelling van een sportraad. Deze activiteiten zijn door de organisatie opgepakt en uitgevoerd.
b. Herziening van het subsidiebeleid met betrekking tot waarderingssubsidies Met de herziening van het subsidiebeleid wil de gemeente Beuningen open sportverenigingen creëren, historische gegroeide relaties loslaten en alleen subsidies verstrekken aan activiteiten die passen binnen actuele beleidsdoelstellingen van de gemeente. Het subsidie-instrument dient zich (dus) te ontwikkelen van een waarderingsgericht instrument naar een stimuleringsgericht instrument. Niet langer is het dus voldoende om er als vereniging ‘te zijn’, maar om als vereniging er toe te doen. Relevant te zijn, gegeven de beleidsmatig geformuleerde opgaven.
8
De herziening van het subsidiebeleid heeft plaats gevonden, waarbij de subsidiering op basis van (aantallen) jeugdleden (na een eerdere reductie van 50% in 2018) in 2019 helemaal is afgeschaft.20 Een van de redenen die hiervoor werd aangevoerd is de vaststelling dat het aantal jeugdleden daalt, terwijl met name de stimulering van sporten door ouderen en kwetsbare groepen heel belangrijk is. Sportverenigingen wordt de mogelijkheid aangeboden om projectsubsidies aan te vragen. Dit nieuwe subsidiebeleid dient ervoor te zorgen dat activiteiten van verenigingen beter aansluiten op gemeentelijke beleidsdoelstellingen op met name ontwikkelingen in het sociaal domein. Het sport- en beweegaanbod dient het organiseren van sport- en beweegactiviteiten te stimuleren die gericht zijn op de gehele samenleving. In de memo die hierover aan het college is gestuurd zijn een 13-tal toegekende projectsubsidies opgenomen. Daarnaast is er in 2021 ook een subsidieregeling ingesteld ter compensatie van het OZBgebruikersdeel voor vrijwilligersorganisaties die sport-, jeugd- of culturele activiteiten ontplooien en gebruik maken van een eigen accommodatie. Hiermee is dit onderscheid in de wijze van behandeling opgeheven. Op de website van de Sportraad is zichtbaar dat deze gevraagd is om over de herijking van het subsidiebeleid advies uit te brengen.21
c. Accommodatiebeleid Voldoende, toegankelijke, goed toegeruste en onderhouden accommodaties vormen de basis voor de lokale sportinfrastructuur in Beuningen. De gemeente Beuningen heeft er voor gekozen om de voor 2010 bestaande ongelijkheid tussen de verantwoordelijkheden voor de aanleg en het beheer van de afzonderlijke sportaccommodaties op te heffen. De gemeente zou financieel bijdragen aan de aanleg van de primaire onderdelen en volledig verantwoordelijk zijn voor renovatie of vervanging van sportvelden. Daarnaast zou iedere kern minimaal dienen te kunnen beschikken over een voetbal- en tennisvereniging, hetgeen in 2023 ook de feitelijke situatie is. In de kern Beuningen is er ook nog een korfbal en hockeyvereniging.
Convenant jeugd -alcohol en sportverenigingen (2019) Het convenant is opgepakt en uitgevoerd. Met de verenigingen is tussentijds geëvalueerd en zijn knelpunten besproken. Daar wordt in de praktijk actief op gelet. Er zijn cursussen Verantwoordelijk alcoholschenken aangeboden (en daar is ook gebruik van gemaakt) en er is ondersteuning (door Iriszorg) aangeboden. Er worden mysteryshoppers ingezet om te monitoren hoe deze aanpak in de praktijk uitpakt. Tijdens de actieperiode gaan getrainde mysteryshoppers op pad in gemeenten door heel Nederland om de verkoopmedewerkers van supermarkten, sportkantines, horecagelegenheden, cafetaria's en slijterijen te ondersteunen bij het verbeteren van de ID vraag.22
Discriminatie tegengaan (Motie, 2019) De gemeenteraad verzocht het college van B&W om in gesprek te gaan met de sportverenigingen op welke wijze discriminatie wordt aangepakt. Het gesprek heeft plaats gevonden tijdens een sportcafé (maart 2020). Het thema is verder verbreed en heeft een plek gekregen in het sportakkoord onder het thema ‘positief sportklimaat’. Het stimuleren van VOG’s en een opleiding Vertrouwenscontactpersoon binnen verenigingen zijn hier onderdeel van.
20
Memo aan het college van B&W inzake evaluatie sportsubsidies, 6 april 2021 https://sportraadbeuningen.nl/ 22 E-mail, 21 september 2023 21
9
Ongelijkheid verenigingen (Motie, 2019) De gemeenteraad verzocht het college om in het voorjaar van 2020 te worden geïnformeerd over de voor- en nadelen van kunstgras- en watervelden en natuurgrasvelden, waarbij deze met elkaar zouden worden vergeleken zowel qua sportief gebruik en investeringslasten en onderhoudskosten. Het college heeft de gemeenteraad hierover door middel van een brief geïnformeerd.23 Deze brief geeft een goed overzicht van de voor- en nadelen en kosten die samenhangen met de aanleg en renovatie van voetbal- en hockeyvelden. De brief sluit af met de opmerking dat het college, op basis van de behoefte aan veldcapaciteit, de bespelingsintensiteit en de keuringsrapporten van de velden, in gesprek gaat met de verenigingen voor de renovatieopdrachten. Dit gesprek heeft inmiddels plaats gevonden en renovaties zijn inmiddels uitgevoerd.24
Deelconclusie uitvoering Het geheel aan in het beleid, moties en het convenant vastgelegde activiteiten overziend concludeer ik dat de organisatie het door de gemeenteraad vastgestelde beleid, inclusief daaraan verwante raadsuitspraken geheel heeft uitgevoerd.
Doeltreffendheid Iets zeggen over de doeltreffendheid is uitspraken doen over de mate waarin (de uitvoering van) het beleid ‘doel heeft getroffen’. Kortom, te bepalen of het door de gemeenteraad vastgestelde beleid, mits uitgevoerd, ook daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de in het beleid opgenomen doelen. En dat is lastig zonder meetbare doelstellingen waaraan het effect van het beleid kan worden afgemeten. Hier zou ik het bij kunnen laten, maar natuurlijk zijn er indicatoren te vinden die wel iets kunnen zeggen over de mate waarin de doelen die de gemeente Beuningen (mede) tracht te behalen met haar sportbeleid zijn of worden bereikt. Indicatoren die iets zeggen over de gezondheid van haar inwoners, de saamhorigheid binnen de gemeenschap(pen), de leefbaarheid of de sportdeelname. En uiteraard, zoals we al eerder hebben gezien, kunnen we kijken naar de ontwikkeling van het aantal inwoners dat voldoet aan de beweegnorm. Daarnaast heeft de gemeente Beuningen zich tot doel gesteld om door het sportbeleid het beroep op professionele zorg en welzijn te verminderen, eenzaamheid te verminderen en participatie te vergroten.
a. Sportdeelname De sportdeelname onder jongeren wijkt niet significant af van het landelijk gemiddelde. Dat is ook niet verrassend gegeven het sportonderwijs op het basis- en voortgezet onderwijs. Iets anders ligt dat bij de sportdeelname van volwassenen. Maar ook daar zien we geen afwijkende aantallen. De in de vigerende beleidsnota gemaakte opmerking dat deze ontwikkeling zorgen zou baren kan alleen worden gezien in het licht van een impliciete ambitie die (klaarblijkelijk) een bovengemiddelde ambitie wat betreft sportdeelname veronderstelt. In de periode na de vaststelling van de sport- en beweegnota is het aantal jongeren dat in verenigingsverband sport licht toegenomen en ligt op een hoger niveau dan het regionaal gemiddelde. Wat betreft de sportdeelname van volwassenen is er een daling zichtbaar in de periode 2016-2020, namelijk van 63% naar 58%25, gevolgd door een verdere afname naar 53,9% in 202226. Dat is vergelijkbaar met de meeste gemeenten in de regio.
23
Brief d.d. 25 februari 2020 (UI20.01545) Gesprek, 13 september 2023 25 Gezondheidsmonitor 2020 GGD Gelderland-Zuid: 18 tot 65 jarigen, pagina 7 26 Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 24
10
b. Beweging De sport- en beweegnota heeft mede tot doel om meer inwoners gezond te laten bewegen en te laten sporten. Eerder heb ik al aangegeven dat de sportdeelname van de gemiddelde inwoner niet afwijkend van het regionaal of landelijk gemiddelde. Het beweeggedrag, gedefinieerd als het voldoen aan de beweegrichtlijnen, deed dat echter wel. Dat lag een stuk lager. Sinds het vaststellen van de sport- en beweegnota in 2016 is het aandeel volwassen inwoners dat in 2022 voldeed aan de beweegrichtlijnen niet significant veranderd.27 Wat betreft het beweeggedrag van jongeren merk ik op dat dit in 2022 op een sinds 2015 vrijwel onveranderd, hoger dan regionaal gemiddelde, niveau ligt.28
c. Gezondheid De meest recente GGD-gezondheidsmonitor jeugd dateren uit 2019 en 2021. Actuelere data zijn er op dit moment nog niet. Het was dus niet mogelijk om te kunnen bepalen of het (hogere en frequentere) alcoholgebruik onder de Beuningse jeugd is afgenomen. Sportkantines hadden (in 2019) al een zeer laag aandeel in het aanbod van alcohol (2%). Het is nog niet duidelijk of dit verder is gedaald. Indien alle verenigingen zich aan de afspraken uit de het convenant houden dan zou dit nu (2023) 0% behoren te zijn. Gemiddeld ervaart 85% van de jongeren een goede gezondheid en dat is niet afwijkend van het regionaal en landelijk gemiddelde, noch is dit in de afgelopen 10 jaar significant veranderd. Opvallend is wel dat ruim een kwart van de jongeren (27%) aangeeft zich (veel) te zwaar te vinden. Dat is bijna een kwart hoger dan het regionaal gemiddelde en is in de periode voorafgaand aan de meting (2019) relatief sterk toegenomen.29 De meest recente GGD-gezondheidsmonitor (18+) dateert uit 2020. Volwassenen in Beuningen laten wat betreft ervaren gezondheid (in regionaal perspectief) geen afwijkend beeld zien. Driekwart gaf in 2020 aan dat dit (zeer) goed is. Resumerend merk ik op dat het met gemiddeld ervaren gezondheid van de Beuningse bevolking gemiddeld genomen goed gaat. Een eventueel effect van het sportbeleid en van het alcoholconvenant is nog niet aan te geven.
Wel merk ik op dat de mate waarin jongeren overgewicht ervaren bij de laatste meting sterk is toegenomen, ondanks het sportbeleid.
d. Alcoholpreventie Het in 2019 gesloten alcoholconvenant had tot doel het gebruik van alcohol door jongeren tegen te gaan. Indicatief voor het succes daarvan is het aantal jongeren dat aangaf in de afgelopen vier weken aangeschoten of dronken te zijn geweest. Dat ligt in 2021 met 24%, dus één op de vier jongeren, bijna de helft hoger dan in de regio en in Nederland.30 Gedronken wordt er vooral bij anderen (23%) of thuis (17%) en ook deze percentages liggen de helft hoger dan elders. De sportkantine levert slechts een bescheiden (in tijd sterk afgenomen) bijdrage van 2%.31 Opvallend is overigens dat dit hogere alcoholgebruik zich niet vertaalt naar een afwijkend alcoholgebruik op volwassen leeftijd. Daarin onderscheidt de gemeente Beuningen zich binnen de regio namelijk niet.32
27
Gezondheidsmonitor 2020 GGD Gelderland-Zuid: 18 tot 65 jarigen, pagina 7 en Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022, pagina 8 28 Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021, pagina 18 29 Gezondheidsmonitor Jeugd GGD Gelderland-Zuid, 2019, pagina 10 30 Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021, pagina 19 31 Gezondheidsmonitor Jeugd GGD Gelderland-Zuid, 2019, pagina 19. 32 Gezondheidsmonitor 2020 GGD Gelderland-Zuid, pagina 8.
11
e. Leefbaarheid en saamhorigheid Leefbaarheid en saamhorigheid zijn binnen het sportbeleid twee nadrukkelijk beoogde doelen. Sinds een aantal jaren beschikt het Rijk over een (openbaar toegankelijk) instrument waarmee (de ontwikkeling van en) de stand van zaken ten aanzien van de leefbaarheid relatief goed zichtbaar kan worden gemaakt, namelijk de leefbaarometer. De leefbaarheid binnen de afzonderlijke kernen in de gemeente Beuningen is goed. In 2020, de laatste keer dat dit landelijk is gemeten was de totaalscore voor de hele gemeente zelfs beter dan in 2014 en 2018.33 Verklaringen hiervoor zijn (op gemeenteniveau) verbeterde waarden ten aanzien van overlast en veiligheid en voorzieningen.
Leefbaarometer 2020 Tegelijkertijd nam in diezelfde periode de waarde voor sociale samenhang iets af. In de kern Winssen was de waarde voor sociale samenhang weliswaar significant positiever dan in de andere drie kernen, maar deze nam ook daar geleidelijk af. In de kern Beuningen was deze waarde weliswaar het laagst, maar gedurende diezelfde periode vrijwel stabiel en was er tegelijkertijd een duidelijk positieve ontwikkeling ten aanzien van overlast en veiligheid te zien.
Participatie (Meedoen), Integratie, Normen en waarden en Economie Het beleid beoogde ook doelen te halen op het gebied van participatie, integratie, normen en waarden en economie. Binnen de context van dit onderzoek heb ik verder geen onderzoek meer gedaan naar de mate waarin effecten op deze terreinen zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Ik heb me beperkt tot die zaken die -naar mijn overtuiging- het meest verwant zijn aan sporten en bewegen, i.c. gezondheid, leefstijl en leefbaarheid. Uiteraard is het mogelijk om hierover informatie te verkrijgen, zoals aantallen meldingen over discriminatie of overlast en onveiligheid. En natuurlijk cijfers die iets kunnen zeggen over jeugdcriminaliteit, ondermijning en resultaten van het (met sport en bewegen verbonden) lokale bedrijfsleven.
Deelconclusie doeltreffendheid Ten aanzien van de doeltreffendheid van het sport- en beweegbeleid in enge zin (sport en beweegdoelen) stel ik vast dat het aantal sportende volwassenen verhoudingsgewijs is afgenomen, terwijl het aantal jongeren dat in verenigingsverband sport verhoudingsgewijs licht is toegenomen. Ten aanzien van de mate van bewegen is er geen ontwikkeling zichtbaar. Opvallend is de sterke toename van jongeren die overgewicht ervaren. Ten aanzien van de doeltreffendheid van het sport- en beweegbeleid in brede zin (afgeleide doelen) merk ik op dat de leefbaarheidsscore voor de gemeente Beuningen in de periode 2016-2020 is toegenomen en dat
33
Ministerie van BZK, Leefbaarometer
12
één van de verklaringen daarvoor het voorzieningenaanbod is (waaronder sportvoorzieningen). Tegelijkertijd nam in diezelfde periode de waarde voor sociale samenhang iets af. Het met het convenant beoogde doel om bij te dragen aan terugdringen van het alcoholgebruik onder jongeren is niet gehaald. Uiteraard is er niets mis met het maken van afspraken over alcoholgebruik rondom sportvelden, maar in de praktijk spelen sportkantines nauwelijks een rol. Alcohol wordt door jongeren voornamelijk thuis en bij anderen thuis gedronken. Hoewel -op zichzelf- geen doel van het sportbeleid is de kwaliteit van de samenwerking met de belangrijkste (sport- en beweeg-)partners buitengewoon belangrijk. Hoewel de er niet direct herkenning bestaat ten aanzien van het lokaal sportbeleid en de doelen die de gemeente hierin heeft opgenomen, bestaat er zeker herkenning ten aanzien van de praktische opvolging hiervan. En hoewel ik geen uitgebreid onderzoek heb gedaan naar de (mate van) tevredenheid van de maatschappelijke partners over hun relatie met de gemeente Beuningen is deze over het algemeen als goed tot zeer goed te noemen. De gemeente Beuningen wordt gepercipieerd als openstaand voor maatschappelijke ontwikkelingen en een goed bereikbare gesprekspartner voor verenigingen en sportraad.34
Doelmatigheid (De uitvoering van) het sportbeleid van de gemeente Beuningen lijkt beperkt doelmatig. Het is namelijk niet duidelijk in hoeverre de ingezette middelen er daadwerkelijk toe leiden dat de in het sportbeleid opgenomen doelen worden gehaald. In het verlengde daarvan merk ik op dat in de in december 2021 verschenen publicatie ‘Monitor sportuitgaven gemeenten 2020’van het Mulier Instituut wordt geconstateerd dat er geen verband is aan te wijzen tussen de uitgaven aan sport en de sport- en beweegdeelname. Ook niet als rekening wordt gehouden met bepaalde achtergrondkenmerken. Verder lijken gemeenten met één of meerdere gemeentelijke zwembaden meer aan sport uit te geven dan gemeenten zonder gemeentelijk zwembad. Kortom, de hoeveel middelen lijken niet de belangrijkste verklarende factor voor het bereiken van de gewenste effecten en de omvang van deze middelen (in zijn algemeenheid) lijken sterk samen te hangen met de bezit van één of meerdere zwembaden. Ik heb kennis genomen van het besluit om in 2025 tot de realisatie van een nieuw zwembad te komen zonder daar -binnen dit onderzoek- verder onderzoek naar te doen.35 Per Nederlander gaven (alle) gemeenten in 2020 netto gemiddeld €67,80 uit aan sport, waarvan €18,60 voor sportbeleid en activering en €49,20 euro voor sportaccommodaties.36 De totale (netto-)uitgaven van gemeenten aan sport in de periode 2019-2020 toe.
Deze groei was procentueel hoger de inflatie-ontwikkeling over deze periode. De spreiding van uitgaven van gemeenten rondom dit landelijk gemiddelde is overigens relatief beperkt, waarbij grotere gemeenten per inwoner (relatief) hogere sportuitgaven realiseren. Kijken we naar de categorie gemeenten waartoe Beuningen behoort (20.000-50.000 inwoners) dan bedroegen deze gemiddelden in 2020 €48,80 wat sportaccommodaties, €12,50 wat betreft sportbeleid en activering.37 In de monitor 2021 (verschenen december 2022) is geen onderverdeling in gemeentegrootte gemaakt. Wel is zichtbaar dat de totale gemeentelijke netto-uitgaven aan sport (net als in eerdere jaren) opnieuw licht zijn toegenomen. Indien we deze gemiddelden vergelijken met de begroting van de gemeente Beuningen dan vinden we de volgende reeks voor de periode 2023-2026.38 Duidelijk zichtbaar is de stijging van de netto-lasten (saldo) met 34
Geïnterviewden, e-mail en telefonisch https://www.beuningen.nl/projecten/Zwembad 36 Iv3-taakvelden 5.1 Sportbeleid en activering en 5.2 Sportaccommodaties 37 Monitor sportuitgaven gemeenten 2021, pagina 12 38 Overzicht baten en lasten | Begroting 2023 (begroting-2023.nl) 35
13
betrekking tot de sportaccommodaties. Ook ten opzichte van het begrotingsjaar 2022 is er een behoorlijke stijging zichtbaar. De netto-lasten werden voor dat jaar begroot op €952.000.
(tabel: Gemeente Beuningen, begroting 2023-2026, Iv3 taakvelden 5.1 en 5.2, x €1.000) Om een idee te krijgen hoe deze netto-lasten zich verhouden tot het gemiddelde van de grootteklasse heb ik deze vertaald naar bedragen per inwoner. De gemeente Beuningen telde op 31 januari 2023 26.576 inwoners. Dat leidt tot een nettolast van €38,23 wat betreft sportaccommodaties en €8,96 wat betreft sportbeleid en activering. Dat betekent dat de gemeente Beuningen gemiddeld bijna een kwart minder uitgeeft aan sportaccommodaties en iets meer dan een kwart minder aan sportbeleid en activering. Een kanttekening is hierbij op z’n plaats. Ik heb de Beuningse begrotingscijfers van 2023 immers vergeleken met benchmarkgegevens uit 2020. Omdat dit de laatste rapportage betrof met vergelijkingsmateriaal per gemeentegrootte. Echter, wanneer we ons realiseren dat de gemiddelde netto-lasten ten aanzien van sporten sportaccommodatiebeleid in Nederland in de periode 2020-2023 verder zijn toegenomen zal dit verschil naar verwachting eerder groter dan kleiner zijn. Overigens waren de nettolasten ten aanzien van de taakvelden 5.1 en 5.2 in 2020 vergelijkbaar met 2023, respectievelijk €233.000 en €1.001.000.
Monitoring Tijdens het onderzoek heb ik meerdere notities aangetroffen op basis waarvan de gemeenteraad is geïnformeerd over (delen van) de uitvoering of de opvolging van raadsuitspraken. Uiteraard is de gemeenteraad via het P&C-proces geïnformeerd (o.a. de jaarrekening) over de uitvoering van het sport- en beweegbeleid. Deze verantwoording is (uiteraard, gegeven het karakter van een jaarrekening) erg bescheiden.39 Een alomvattende evaluatie of meerjarige terugblik heb ik niet aangetroffen. Ook ten aanzien van de monitoring van het resultaat zijn geen ‘harde’ cijfers in de jaarrekening opgenomen. Ter illustratie; in de jaarrekening 2022 lezen we bij ‘wat hebben we bereikt?’ “Zoveel mogelijk inwoners van de gemeente Beuningen met plezier laten sporten en bewegen.” Dat effect zal -gegeven de inspanningen van de organisatie- naar mijn overtuiging altijd gehaald worden, maar wanneer zijn we nu precies tevreden? Een paar goed uitgekozen indicatoren kan hier buitengewoon behulpzaam bij zijn. Ter illustratie, hieronder een voorbeeld.40
39 40
Wat hebben we hiervoor gedaan? | Jaarrekening 2022 (jaarverslag-2022.nl) Kenniscentrum Sport, Monitoring- en Evaluatiewijzer Sport & Bewegen, pag. 21
14
15
Conclusies Wat betreft het beleid Het sportbeleid van Beuningen is ambitieus en breed wat betreft doelstellingen, die niet alleen direct met sport en bewegen te maken hebben. In de afgelopen jaren zijn deze doelen verder opgerekt, zoals het tegengaan van alcoholmisbruik en tegengaan van discriminatie. De gemeente Beuningen signaleert dat het aantal jongeren afneemt en het aantal ouderen toeneemt. In het sportbeleid is dat bewustzijn -wat betreft de gekozen aanpak- niet zichtbaar. Er wordt gefocust op jongeren en inwoners met een beperking. De gemeente Beuningen neemt een faciliterende houding aan ten aanzien van de ondersteuning van sportverenigingen en een actieve houding ten aanzien van sportstimulering, met name gericht op jongeren. Wat betreft de uitvoering Er is veel in gang gezet en er gebeurt een hoop ten aanzien van sport en bewegen. Verenigingen zijn actief en de gemeenteraad erg betrokken. Het is echter niet eenduidig in hoeverre al deze activiteiten ook daadwerkelijk leiden tot de doelen en beoogde effecten die in het beleid zijn opgenomen. De beoogde transformatie van de waarderingssubsidies op basis van jeugdleden naar een stimuleringsgericht subsidie-instrumentarium gericht op het bereiken van brede maatschappelijke doelen en doelgroepen heeft plaats gevonden. Raadsuitspraken in de vorm van moties zijn door de organisatie opgepakt en uitgevoerd.
Wat betreft de doeltreffendheid Het antwoord op de vraag of (de uitvoering van) het sport- en beweegbeleid in Beuningen doeltreffend is, is niet eenduidig. Dat kan -gegeven de constatering dat er in zijn algemeenheid in de literatuur geen eenduidige relatie bestaat tussen de (omvang van de) gemeentelijke inzet op het gebied van sport en de beoogde sporten beweegeffecten- niet verbazen. Het is onduidelijk of het doel van het beleid “om een gevarieerd sportaanbod in Beuningen te stimuleren, te onderhouden en te verbeteren van waarin sport zowel als doel en als middel ingezet kan worden om maatschappelijke doelen te realiseren voor alle inwoners van Beuningen, ongeacht leeftijd, geslacht, inkomen, achtergrond en afkomst” is behaald. Ten aanzien van de sport- en beweegdoelen ‘in enge zin’ is er sprake van een beperkte doeltreffendheid. De sportdeelname in de gemeente Beuningen wijkt niet significant af van het regionaal en landelijk beeld, zowel voor jongeren als voor volwassenen. Het aandeel sportdeelname onder volwassenen is de afgelopen jaren gestaag gedaald, terwijl dit aandeel onder jongeren stabiel is gebleven. De hoeveelheid beweging is nagenoeg onveranderd gebleven. In regionaal perspectief onder volwassenen op een benedengemiddeld niveau en onder jongeren op een bovengemiddeld niveau. Het mate van doeltreffendheid van het beleid ‘in brede zin’ is onduidelijk.
Enerzijds is er sprake van een toename van de leefbaarheid (die mede wordt toegeschreven aan het voorzieningenniveau), anderzijds is de sociale cohesie iets afgenomen, is het alcoholgebruik onder jongeren verder toegenomen en ervaart een groeiend aantal jongeren overgewicht.
16
Wat betreft de doelmatigheid Ten aanzien van doelmatigheid, de inspanningen die de gemeente Beuningen pleegt om de doelen te bereiken, merk ik op dat de budgettaire inspanningen ten aanzien van sport- en sportaccommodatiebeleid van de gemeente Beuningen -vergeleken met gemeenten in dezelfde grootteklasse- bescheiden zijn. Dit gelegd naast de hoeveelheid activiteiten en de inspanningen van de gemeente Beuningen gericht op de in het beleid opgenomen behalen doelen ben ik geneigd om het Beuningse sport- en beweegbeleid te kwalificeren als doelmatig. Wat betreft de monitoring De gemeenteraad is -zij het beperkt in omvang en scope- regelmatig geïnformeerd over de uitvoering en resultaten. Goede indicatoren die iets zeggen over de mate van doelbereik ontbreken.
Aanbevelingen 1. Actualiseer uw sportbeleid (het huidige beleid dateert uit 2016) of integreer uw sportbeleid binnen een breder geformuleerd kader voor het sociaal-maatschappelijk domein; 2. Hanteer dit (rekenkamer-)onderzoek, eventueel bijgesteld door de organisatie, als evaluatie en stel een 0-meting op; 3. Geef -in het gemeentelijk beleid, dus breder dan in het sport- en beweegbeleid- expliciet(er) aandacht aan alcoholgebruik en overgewicht onder jongeren; 4. Ben bescheidener ten aanzien van de ambities van het lokaal sportbeleid en beperk deze tot sport en bewegen of maak sport een centraal thema binnen uw beleid en verbind daar dan ook voldoende middelen aan; 5. Bepaal de wijze waarop de maatschappelijke doelen uit het sportbeleid (in samenhang met andere beleidsterreinen en partners) gehaald dienen te worden; 6. Maak effecten concreet en meetbaar, leg (beter) uit hoe deze behaald dienen te worden; 7. Stel een beperkte set indicatoren en streefwaarden vast en hanteer deze om de voortgang te monitoren.
17
Geïnterviewden Martijn Willems, beleidsmedewerker sport (13 september 2023) Wolfgang Hendriks, voorzitter Stichting Sportraad Beuningen, e-mail (16 september 2023) Kees Broekman, voorzitter voetbalvereniging Beuningse Boys, telefonisch/ e-mail (20 september 2023)
Documentatie Beuningen Beweegt!, beleidsnota 2010-2014, 2009 Sport- en beweegnota gemeente Beuningen, 2016 Kenniscentrum Sport, Monitoring- en Evaluatiewijzer Sport & Bewegen, september 2018 Gezondheidsmonitor 2020 GGD Gelderland-Zuid Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 GGD Gelderland-Zuid Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021 GGD Gelderland-Zuid Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022, juni 2023 B&W-voorstel Lokaal sportakkoord, 26 maart 2019 (BW19.00176) Sportakkoord Beuningen, 2019 Convenant verantwoord alcohol schenken, Beuningse Boys doet mee!, 1115 juni 2019 Motie PvdA, Kunstgras- en watervelden, 12 november 2019 Motie D66, Motie: aanpak discriminatie op en rond onze sportvelden, 19 november 2019 Brief van het college van B&W aan de gemeenteraad inzake (de opvolging van de motie over) kunstgras- en watervelden, d.d.
25 februari 2020 (UI20.01545) Memo aan het college van B&W inzake evaluatie sportsubsidies, 6 april 2021 B&W-voorstel, Subsidieregeling OZB-gebruikersdeel vrijwilligersorganisaties met eigen accommodatie, 20 april 2021 (bb21.00370) Mulier instituut, Monitor sportuitgaven gemeenten 2020, december 2021 Coalitieakkoord Beuningen, 2022-2026 Mulier instituut, Monitor sportuitgaven gemeenten 2021, december 2022 Vragenronde raadsvergadering, vragen D66 inzake overlast tennisvereniging, 18 april 2023 Notitie Herijking sportakkoord, juni 2023 Gemeente Beuningen, begrotingen en jaarrekeningen 2016-2023
18
Bestuurlijke reactie
GEMEENTE
BEUNINGEN
Directeur Rekenkamer Beuningen
Datum
Kenmerk Kenmerkcode Uw contact Telefoon Onderwerp
: 0 7 NOV 2023 : UI23.02173 : I11111111111111I1IIII111111111111111111I1IIIIIIIII1111111
: Martijn Willems : 14 024 : Bestuurlijke reactie sport- en beweegbeleid Beuningen
Geachte heer Smeets, Op 12 oktober hebben wij het rekenkameronderzoek 'Samen(leving) in Beweging ontvangen. Dit is een onderzoek naar het sport- en beweegbeleid van Beuningen. Met deze brief geven wij onze reactie.
Reactie onderzoek sport- en beweegbeleid Het college kan zich deels vinden in de rapportage en aanbevelingen die warden gegeven. Sport wordt voor een groot dee! ingezet als rniddel om maatschappelijke doelen te realiseren voor alle inwoners. Hierdoor komt sport en bewegen ook terug in andere beleidsdocumenten zoals de beleidsnotitie sociaal domein en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GAlA). Echter constateren we dat in het rekenkameronderzoek naast het sport- beweegbeleid ook verschillende documenten met een andere grondslag en doelstellingen terugkomen. Overwegingen die warden genoemd zijn niet direct een gevolg van het sport- en beweegbeleid of hebben hier direct invloed op. In de aanbevelingen wordt bijvoorbeeld aandacht gevraagd voor alcoholgebruik en overgewicht onder jongeren. Tegelijkertijd wordt opgemerkt dat de sportkantines slechts een bijdrage van 2% hebben op het alcoholgebruik. De aandachtspunten alcoholgebruik en overgewicht onder jongeren komen terug in het GAlA. De individualisering van de maatschappij is ook terug te zien in het sportgedrag. We zien dat het individueel sporten de afgelopen tijd is toegenomen. Uit de cijfers blijkt dat het ongeorganiseerde sporten hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. We constateren dat in het rapport de ongeorganiseerde sport onderbelicht is. We beschouwen het onderzoek als evaluatie van het sport- en beweegbeleid.
In 2024 voeren we een nul-meting uit. We stellen gerichter de doelen op en maken deze meetbaar. Vervolgens kunnen we de resultaten volgen en beoordelen of het sportbeleid bijgesteld of herzien moet warden. We betrekken de sportraad en sportaanbieders hierbij. POSTADRES: GEMEENTE BEUNJNGEN, P0STBUS 14, 6640 AA BEUNJNGEN BEZOEKADRES: VAN HEEMSTRAWEG 46, 6641 AE BEUNJNGEN TELEFOON: 14 024, TELEFAX: 024 • 6778078
E-MAIL: GEMEENTE@BEUNJNGEN.NL, INTERNET: WWW.BEUNJNGEN.NL
IBAN: NLSS BNGH 0285 0010 78, BIC: BNGHNL2G
19
GEMEENTE
BEUNINGEN
Tot slot
Dank voor het opstelien van het onderzoek 'Samen(leving) in Beweging'.
secretaris
Nawoord Rekenkamer De constatering van het college dat in het rekenkameronderzoek naast het sport- en beweegbeleid ook verschillende documenten met een andere grondslag en doelstellingen terugkomen is correct. Het sport- en beweegbeleid in Beuningen is na vaststelling door de gemeenteraad ook gekoppeld aan andere dan specifieke sport- en beweegdoelen en bestaat (daarmee) naar mijn oordeel niet alleen uit het betreffende beleidsplan, maar ook uit documenten en raadsbesluiten die daarop volgden. in het oorspronkelijke beleidsplan WAS reeds opgenomen dat het sport- en beweegbeleid mede als middel diende om “maatschappelijke doelen te realiseren voor alle inwoners van Beuningen, ongeacht leeftijd, geslacht, inkomen, achtergrond en afkomst”. Ik deel de mening van het college dat ‘ongeorganiseerd sporten’ onderbelicht is gebleven. In het beleid en daarmee in de door de raad vastgestelde doelen en aanpak vond ik geen aanleiding om hieraan aandacht te schenken in dit onderzoek. Dat laat onverlet dat dit aspect zeker een plaats en een afweging verdient bij een eventuele herijking of vernieuwing van het sport- en beweegbeleid. Het is fijn om te constateren dat het college het rekenkameronderzoek beschouwt als een evaluatie, waarmee de resultaten van dit onderzoek worden meegenomen in de beleidsontwikkeling.