CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 02: Memo evaluatie Huisvestingsverordening 2020 - definitief

Raadsvergadering 14 november 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Huisvestingsverordening gemeente Beuningen 20246.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

enser^e

___________ 1lí____

Memo onderwerp

Evaluatie Huisvestingsverordening 2020 - definitief

van

Projectgroep HVV 2024

datum

18 oktober 2022

Inleiding De evaluatie van de huisvestingsverordening (HVV) bestaat uit diverse onderdelen. 1. -

Onderzoek woningzoekenden, corporatiemedewerkers en urgentiecommissie Vragenlijsten actieve en geholpen woningzoekenden Vragenlijst corporatiemedewerkers (en urgentiefunctionarissen) Schriftelijke reactie en gesprek urgentiecommissie

2. -

Data Analyse data woningzoekenden en verhuringen 2018-2021

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 1/19

enser^e

_________________________________I_____II______

1

Onderzoek woningzoekenden, corporatiemedewerkers en urgentiecommissie Enserve heeft in augustus/september een onderzoek uitgevoerd onder woningzoekenden en corporatiemedewerkers. Dit is uitgevoerd door middel van vragenlijsten via een webapplicatie. De urgentiefunctionarissen en de urgentiecommissie zijn apart benaderd. Hieronder een samenvatting van de belangrijkste resultaten en conclusies.

1.1

Algemeen Woningzoekenden 2500 woningzoekenden die actief op zoek zijn naar een woning zijn uitgenodigd voor het invullen van een vragenlijst. Dit zijn woningzoekenden die dit jaar minimaal 1 keer hebben gereageerd op een woningadvertentie op Entree. Daarnaast hebben ook de 2700 woningzoekenden, die in 2022 een huis hebben gevonden via de website van Entree, een uitnodiging ontvangen. 35,50Zo van de actieve woningzoekenden (887) en 22,807o geholpen woningzoekenden (616) hebben de vragenlijsten ingevuld. Dit is een hoge respons en hiermee is het een betrouwbare steekproef. We hebben ook nog een vergelijking gemaakt tussen de groep respondenten en de totale populatie actieve woningzoekenden ten aanzien van leeftijd en soort woningzoekende. Hieruit blijkt ook dat de resultaten representatief zijn voor de gehele populatie. Als we de groepen woningzoekenden met elkaar vergelijken naar leeftijd en soort woningzoekende dan valt het op dat er verschillen zijn. Bij de actieve woningzoekenden is de grootste groep, namelijk 7907o, tussen de 23 - 54 jaar, terwijl dit bij de geholpen woningzoekenden 410Zo is. Bij de geholpen woningzoekenden is juist de groep 55 jaar en ouder het grootst met 5507o. Bij de actieven zijn de groepen starters en doorstromers ongeveer gelijk, respectievelijk 4307o en 3607o. Bij de geholpen woningzoekenden is de groep doorstromers 4607o en starters 1707o.

De woningzoekenden met urgentie en indicatie zijn beide 1007o. Veel actieve woningzoekenden reageren wekelijks op het woningaanbod (8207o). Er wordt ongeveer evenveel op lotingwoningen als op woningen via meettijd gereageerd. De meeste actieven hebben een meettijd onder de 15 jaar (0-5 jaar 3407o, 5-10 jaar 2707o, 10 - 15 jaar 2407o). 1507o een woonduur langer dan 15 jaar.

Corporatiemedewerkers 521 medewerkers van woningcorporaties zijn uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen. Dit waren corporatiemedewerkers van de corporaties in de woningmarktregio Arnhem Nijmegen. Dit is inclusief leden van de gebruikersgroep, adviesgroep en directeuren van de Entree corporaties. 2607o van het panel heeft de vragenlijst geheel of gedeeltelijk ingevuld. Dit zijn 136 personen. Daarvan hebben 120 personen de vragenlijst volledig beantwoord.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 2/19

enser^e

___________ ń___

Van alle corporaties hebben 1 of meerdere medewerkers de vragenlijst ingevuld (m.u.v. Huis en Hof). Vivare heeft de hoogste respons (2607o). Vanuit de gebruikersgroep en adviesgroep hebben elk 13 leden de vragenlijst ingevuld. Vanuit de stuurgroep 3 leden. Waar mogelijk worden de resultaten vergeleken met eerdere onderzoeken uit 2013, 2014 en 2018.

Urgentiefunctionarissen en Urgentiecommissie De urgentiefunctionarissen en urgentiecommissie zijn (ook) apart bevraagd over hun ervaringen met de regels van de huisvestingsverordening.

1.2

Behoud meettijd Woningzoekenden zijn positief over het behoud van hun meettijd bij verhuizing. 6007o van de actieven vindt dit een (zeer) goede regeling. De actieven die niet positief zijn (1307o), geven aan dat ze hierdoor niet kunnen verhuizen, starters of mensen met een korte meettijd geen woning kunnen vinden en het niet altijd eerlijk is. 1707o van de geholpen woningzoekenden zou de aangeboden woning niet hebben geaccepteerd als ze hun meettijd waren verloren. Deze woningzoekenden geven aan dat ze eigenlijk op zoek zijn naar een andere woning, maar anders te lang moeten wachten. Het is door de regeling makkelijker om te wisselen als de woning niet bevalt. Corporatiemedewerkers Bijna de helft van de corporatiemedewerkers die hebben gereageerd zien niet dat behoud van meettijd bijdraagt aan de doorstroming. Een kwart ziet dit wel. Ze zien dat de woningzoekenden minder terughoudend zijn bij het accepteren van een woning. In 2013, 2014 en 2018 is de vraag gesteld: ‘Woningzoekenden mogen hun meettijd behouden bij een verhuizing. Wat vind je hiervan'? In 2020 is een soortgelijke vraag gesteld ‘vind je dat behoud meettijd moet blijven bestaan?' 2013

2014

2018

2022

Slecht (nee)

707o

607o

1207o

2607o

Neutraal (weet ik niet)

1807o

2007o

1807o

2207o

Goed (ja)

7407o

7407o

7007o

5307o

Uit bovenstaande blijkt dat corporatiemedewerkers in de loop van de jaren mogelijk minder positief zijn over het behoud van meettijd, maar meer dan de helft van de corporatiemedewerkers vindt nu ook dat het wel moet blijven bestaan. Redenen om het niet te behouden zijn: te weinig kansen voor starters, mensen met een lange meettijd kunnen snel verhuizen, ongelijkheid of oneerlijke verdeling en uitschrijven is beter. Redenen om het juist wel te behouden zijn: verhuizen is gemakkelijker, op den duur meer doorstroming en verandering van regelgeving is niet wenselijk. 2507o van de corporatiemedewerkers heeft bij beide vragen in dit onderzoek ingevuld dat ze het niet weten. Het lijken hiermee lastige vragen te zijn om te beantwoorden.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 3/19

enser^e

___________ ń___

1.3

Loting 750Zo van de actieven vindt het (zeer) goed dat woningen worden verloot. 907o is minder positief. De belangrijkste reden is dat ze het niet eerlijk vinden en dat woningen alleen via meettijd moeten worden verdeeld. Corporatiemedewerkers De corporatiemedewerkers is gevraagd of het percentage loting van 1507o moet veranderen. Deze vraag is in 2014 en 2018 ook gesteld. Hieronder worden de antwoorden vergeleken. 2014

2018

2022

1507o is te weinig (meer woningen verloten)

3407o

2407o

4207o

Neutraal (gelijk blijven)

5807o

7007o

4407o

1507o is te veel (minder woningen verloten)

907o

607o

407o

Weet ik niet

1107o

Hieruit blijkt dat corporatiemedewerkers in 2022 meer woningen willen verloten. Uit de toelichting blijkt dat dit vooral heeft te maken met meer kansen creëren voor starters, jongeren en mensen met een korte meettijd.

1.4

Sancties niet reageren uitnodiging bezichtiging woning 6107o van de actieven vindt het (zeer) goed dat deze sanctie bestaat, maar 2007o is ook neutraal en 1607o vindt het (zeer) slecht. Zij zijn van mening dat het niet reageren ook kan komen door persoonlijke omstandigheden of dat het wordt vergeten. Ook worden andere straffen geopperd, zoals 3 weken of een maand, en dat je moet kunnen weigeren als je dat wilt. Een woningzoekende reageert als volgt ‘Omdat het eigenlijk ook geen grote moeite is om door te gaan naar de volgende bij geen reactie. Daarnaast misschien heeft diegene die dan 2 maanden niet mag reageren wel dringend een huisje nodig’. Corporatiemedewerkers Corporatiemedewerkers zijn positief over deze regeling. 6207o vindt dat dit op deze manier moet blijven werken. 2307o vindt dat het nog strenger mag, vooral om de woningzoekende bewust te maken dat het reageren op woningen niet vrijblijvend is en dat corporatiemedewerkers niet onnodig naar een bezichtiging komen. Slechts 110Zo vindt dat het minder streng mag worden gemaakt, met name omdat niet altijd de e-mail wordt ontvangen door de woningzoekende en er ook onvoorziene omstandigheden zijn waardoor de woningzoekende niet kan reageren.

1.5

Maatwerk Voor meer dan de helft van de corporatiemedewerkers is het helder wat er onder maatwerk valt. 3907o vindt dit soms lastig. Dit zijn dus 4 van de 10 medewerkers. De corporatiemedewerkers is gevraagd of het percentage maatwerk van 2007o moet veranderen. In 2018 is deze ook gesteld (De huisvestingsverordening biedt mogelijkheden tot 2007o maatwerk als het gaat om bijzondere toewijzingen. Is deze 2007o toereikend?).

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 4/19

enser^e

___________ ń___

2018

2022

2000i is te weinig (meer maatwerk)

1500i

1800i

Neutraal (gelijk blijven)

6800i

4600i

2000i is te veel (minder maatwerk)

1707o

900i

Weet ik niet

2607o

Het percentage van 2000i maatwerk moet volgens bijna de helft van de medewerkers gelijk blijven. De percentages met 2018 zijn lastig te vergelijken, omdat er in 2018 geen aparte mogelijkheid was voor ‘weet ik niet', dus waarschijnlijk hebben die mensen toen ‘neutraal' gekozen. In 2018 en in 2022 lijkt wel de roep om meer maatwerk ongeveer hetzelfde te zijn. In 2022 wordt o.a. aangegeven dat meer maatwerk wenselijk is om lokale problemen te verhelpen en om passender toe te wijzen.

1.6

Indicaties Gemiddeld is 1/3 van de corporatiemedewerkers positief over de werking van de indicaties. Alleen de uitgifte door de gemeente scoort met 2000i slechter. Het labelen van woningen scoort met 4907o het best. Wat vind je van de Wat vind je van de Wat vind je van het werking van de uitgifte van de labelen van woningen? indicaties? indicaties door de gemeente(n)? Zeer slecht 200i 20 00 Slecht 130 180 100 Neutraal 3400i 320 260 Goed 280 260 400 Zeer goed 4o 10 90 Weet ik niet 190 210 150 Verbeterpunten rondom indicaties zijn meer eenduidig en duidelijk beleid van de gemeenten, de eisen waar indicatiewoningen aan moeten voldoen verruimen, in de indicatie vermelden waar de woning aan moet voldoen en een einddatum vastleggen bij de indicatie.

1.7

Urgenties De corporatiemedewerkers geven veelal neutraal als antwoord op de vragen rondom urgenties (gemiddeld 2900i). Ook is een groot gedeelte niet bekend met de diverse urgenties (gemiddeld 3200i). Met name urgentie tijdelijke opvang scoort hierop hoog met 4500i. De urgentieregeling uitgevoerd door de urgentiecommissie wordt het meest positief beoordeeld (4607o). De mantelzorgurgentie scoort het slechtst met respectievelijk 2307o en 2707o (zeer) slecht.

Zeer slecht Slecht Neutraal

Wat vind je van de regels 1 werkwijze rondom mantelzorgurgentie? 30 200 280

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

Wat vind je van de uitgifte van mantelzorgurgenties door de gemeente(n)? 70 200 290

pagina 5/19

enser^e

___________ ń___

Goed Zeer goed Weet ik niet

2100i 00 2807o

110 00 330

Verbeterpunten vanuit de corporaties worden vooral gegeven op de werkwijze rondom mantelzorgurgentie, zoals betere toetsing door de gemeente, meer consistentie in hun besluiten en de regels duidelijker. Wat vind je van de regels/ werkwijze rondom urgentie tijdelijke opvang? Zeer slecht Slecht Neutraal Goed Zeer goed Weet ik niet

00 50 320 150 30 450

Wat vind je van de urgentieregeling uitgevoerd door de urgentiecommissie? 00 20 320 430 30 210

De volgende onderwerpen zijn door de urgentiecommissie en de urgentiefunctionarissen aangegeven voor de evaluatie van het urgentiebeleid: Urgentie aanvragen in relatie tot het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK). De urgentiecommissie wil bij de besluitvorming de belangen van het kind/ kinderen voldoende zorgvuldig meewegen en wil dit graag op laten nemen in de huisvestingsverordening; De urgentiecommissie en de urgentiefunctionarissen willen graag ter overweging meegeven om een zelfredzaamheidsgrens voor eigen vermogen toe te voegen, naast de grenzen voor meettijd en inkomen; De urgentiecommissie wil graag ook een evaluatie van de werking van de bezwarenprocedure door de gemeente Arnhem; De urgentiefunctionarissen hebben diverse aandachtspunten benoemd: duidelijkheid rondom het begrip relationele aard (ook in het kader van een urgentie tijdelijke opvang), hoe om te gaan met een verhuurdersverklaring bij hennep i.c.m. een urgentieaanvraag, een urgentie met beperking (i.h.k.v. passend wonen) gaan hanteren en het bedrag van 55 euro opnemen in de verordening. De urgentiecommissie wil ook graag een evaluatie van de procedure woningweigering en verlenging bij mantelzorgurgentie (mz) en urgentie tijdelijke opvang (uto). De urgentiefunctionarissen hebben verschillende vragen en verbeterpunten rondom het beleid voor de uitgifte van mantelzorgurgenties.

Verder toelichting op deze punten wordt gedeeld met de projectgroep.

1.8

Groepen voorrang Bijna de helft van de actieven woningzoekenden (4900i) geeft de groep ‘mensen met een verbroken relatie die kinderen hebben' aan. Ook de andere groepen scoren hoog met percentages tussen de 3000i en 3800i. Vluchtelingen met een status en mensen die mantelzorg krijgen of geven scoren het laagst met respectievelijk 1500i en 2200i. Een andere groepen die volgens de actieven voorrang mogen krijgen zijn starters, jongeren en net afgestudeerden.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 6/19

enser^e

___________ ń___

Corporatiemedewerkers Bij corporatiemedewerkers is dit beeld net wat anders. Het hoogst scoort de groep ‘senioren die een huurwoning van een corporatie in de regio' achterlaten (580Zo). Het laagst scoren de groepen dak- en thuislozen en mensen die mantelzorg krijgen of geven met respectievelijk 2607o en 2707o. Corporatiemedewerkers geven aan dat de groepen starters, jongeren en woningzoekenden met een korte meettijd meer aandacht zouden moeten krijgen.

1.9

Waarden De actieve woningzoekenden zijn gevraagd om de volgende waarden te scoren: ‘Een woningzoekende moet zelf kunnen kiezen in welke plaats of gemeente hij/zij wil wonen' scoort gemiddeld een 8,8. ‘Een woningzoekende moet zelf kunnen kiezen in wat voor soort woning hij/zij wil wonen' scoort gemiddeld een 7,8. De reacties bij de toelichting zijn divers, maar over onderwerpen als vrije keuze en passendheid van de woning wordt verschillend gedacht (een alleenstaande wel of niet in een eengezinswoning en een jongere woningzoekende wel of niet in een seniorenwoning mag). Corporatiemedewerkers De corporatiemedewerkers is gevraagd om de volgende waarden te scoren: ‘Elke woningzoekende moet zelf kunnen kiezen waar hij/zij wil wonen' scoort gemiddeld een 7,1. ‘De regels in de regio zijn rechtvaardig' scoort gemiddeld een 6,4. ‘De regels in de regio zijn transparant voor woningzoekenden' scoort gemiddeld een 6,3.

1.10 Bekendheid met de regels woningzoekenden De woningzoekenden zijn hierover verdeeld. 4707o van de actieven en 5807o van de geholpen woningzoekenden geeft aan de regels goed te kennen. Echter geeft ook ongeveer 1/3 van de woningzoekenden neutraal aan (3307o actief en 2907o geholpen). Slechts 1307o van de actieven en 807o van de geholpen woningzoekenden heeft slecht aangegeven. Hieruit kunnen we concluderen dat de meeste woningzoekenden van mening zijn dat de ze regels kennen.

1.11 Ingewikkeldheid regelgeving woningzoekenden Ook hier is verdeeldheid onder de woningzoekenden. 3807o van de actieven en 4807o van de geholpen woningzoekenden vindt de regels gemakkelijk. Echter geeft ook ongeveer 1/3 van de woningzoekenden neutraal aan (3607o actief en 3107o geholpen). Hieruit kunnen we concluderen dat de regels voor de meeste woningzoekenden niet erg ingewikkeld zijn.

1.12 Uitvoering regels door corporaties De corporatiemedewerkers hebben ook vragen beantwoord of ze de regels goed kunnen uitvoeren, of ze de regels goed kunnen uitleggen en of ze veel vragen krijgen van woningzoekenden en huurders over de regels. In 2018 is een soortgelijke vraag gesteld die deze drie vragen omvat. Hieronder de vergelijking. Vragen woningzoekenden

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

2018

2022

pagina 7/19

enser^e 1lí___

__________

Ik krijg veel vragen van woningzoekenden over de uitvoering of uitleg van de regels (ja) Geen, het is allemaal helder (nee)

5307o

5507o

2407o

3807o

Geen mening 1 niet van toepassing (weet ik niet)

1507o

807o

Uitvoering of uitleg regels

2018

2022

Ik heb geen problemen in de uitvoering of uitleg van de regels. Ik heb problemen met de uitvoering of de uitleg van de regels Weet ik niet

907o 1507o

6307o (uitvoering) 6207o (uitleg) 1307o (uitvoering) 2607o (uitleg) 2407o (uitvoering) 1107o (uitleg)

Ruim de helft van de corporatiemedewerkers vindt dat er veel vragen van woningzoekenden zijn over de regels. Meer dan 600Zo van de corporatiemedewerkers vindt de regels goed uit te voeren en goed uit te leggen. Eventuele problemen hiermee hebben vooral te maken met de complexiteit van de regels, waaronder het huidige systeem van meettijd (en de overgangsregeling uit het verleden). De corporatiemedewerkers geven aan dat de vragen van woningzoekenden vooral gaan over het systeem van meettijd, urgentie en wachttijden.

1.13 Tevredenheid verdeling woningen De actieven geven een gemiddelde score van een 5,2 en de geholpen woningzoekenden een 6,8. Eerdere onderzoeken onderschrijven dit verschil van ongeveer 1,5 punt. De actieven hebben nog geen woning gevonden en zijn daardoor vaak ook minder positief over de verdeling van woningen.

1.14 Tips verbeteren regelgeving Hieronder een overzicht van de onderwerpen die de actieve woningzoekenden hebben genoemd bij de tips:

Van de 822 respondenten die deze vraag is gesteld hebben 34 respondenten aangegeven dat ze voorstellen hebben voor andere manieren van toewijzing. Denk aan reacties als bijvoorbeeld invoeren van gewogen loting, betere verdeling van de voorrang en mensen die vaak reageren belonen.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 8/19

enser^e 1lí___

__________

En van de geholpen woningzoekenden: Ande^systeerr^verdeling Meer-kansen-starters Meer-naar-persoonlijke-situatieJdjken

9

AnderejnanieMoewijzing

9

Huishoudgrootte-en-afmeting-woning-beter-afstemmen Betere-dienstverlening-corporaties Anders Minder-woningen-statushouders Beoordelen-of-bepaalde-bewonersjn-wijk-passen Meerjotingwoningen Doorstroming-Ouderenj/ergemakkelijken Wachttijd-woning-teJang Ande^systeemjjrgentie Huidige-woning-bevalt-niet Meer-kansen-alleenstaanden Meer-woningen-senioren Duidelijke^enjneerjDommuniceren Meettijd^erhuu^beste^erdeelmethode VerzoekJotjjitschrijving Meer-tijd-aanleveren-documenten Meer-woningen-aanbieden Verbetering-website Nietjevreden^verjipberichten

Van de 580 respondenten die deze vraag is gesteld hebben 112 respondenten een reactie gegeven. De antwoorden zijn heel divers. Corporatiemedewerkers Hieronder een overzicht van de tips (op onderwerp) van de corporatiemedewerkers die hebben gereageerd. Er zijn weinig tips gegeven. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat corporatiemedewerkers over het algemeen tevreden zijn en/of op andere vragen al hun aandachtspunten hebben gegeven.

F

Aanpassen-systeem-meettijd

17 «X,

Afschaffen-meettijd-alleenjnschri]fduur

13 %

3

Duidelijker-vermelden-verwachtingen-woningzoekende

13

3

Onderzoeken-waar-bepaalde-regel-voor-bedoeldjs

8%

Mee^maatwerk

8%

Meer-richten-op-woningruil

A0/*

Mantelzorg-urgentie-bepaalde-periode

4%

Mogelijkheid-voorrang-dorps-of-stadsbinding

4QA A**»

Minder-keuzevrijheidjn-tijden-schaarste

4%

HuurderjnoetJuiuropzeggingJnleveren

4%

Oplossenj/voningtekort

AK

Mogelij^makenjnedehuurderschap

4%

Periode^ierJaa^vaststellenj-egelsJeJang

4%

Woningzoekende-met-consequentiesJaten-weigeren

AK

Website-kunnen-filteren-doorstroomvoorrang-ouderen

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 9/19

enser^e

___________ ń___

2

Data In dit hoofdstuk worden data gepresenteerd die zicht geven op de resultaten van de huisvestingsverordening over de periode 2018 - 2021. De jaren 2018 en 2019 vielen onder de voorgaande verordening, 2020 en 2021 onder de huidige verordening. Omdat deze verordeningen vrijwel geheel met elkaar overeenkomen zijn alleen waar dat van belang is opmerkingen toegevoegd.

2.1

Reacties 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

Actief woningzoekenden

47.843

51.880

56.112

60.882

12707o

reacties Totaal

957.594

1.117.317

1.281.561

1.470.192

15407o

Het aantal actief woningzoekenden is in deze periode van vier jaar met 2707o gestegen. Het totale aantal reacties is in deze vier jaar met ruim 5007o toegenomen. Een actief woningzoekende is iemand die in de desbetreffende periode ten minste een keer op een woningadvertentie heeft gereageerd.

2.1.1

Reacties naar klantsoort 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

1. Doorstromer

405.737

462.894

519.438

571.320

14107o

2. Starter

472.472

562.363

660.769

789.056

16707o

3. Herstarter

75.248

87.577

95.912

104.332

13907o

4. Soc./med. urgentie

1.384

1.507

2.645

2.703

19507o

5. Levensloopgeschikt

1.749

1.594

1.692

1.575

9007o

Een grote toename doet zich voor bij de groep starters, die ook verreweg het grootste is. Opvallend is ook dat de reacties van woningzoekenden met een sociale of medische urgentie hebben bijna verdubbeld is. Het aantal reacties op levensloop geschikte woningen neemt iets af.

2.1.2

Reacties naar inkomen* 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

1. tot minimum inkomen

538.311

601.630

682.984

765.187

14207o

2. minimum - grens doelgroep

217.894

243.023

286.421

339.476

15607o

3. grens doelgroep - Europagrens

186.224

255.714

293.474

334.079

17907o

4. Europagrens en meer

15.165

16.950

18.682

31.450

20707o

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 10/19

enser^e

___________ ń___

Alle inkomensgroepen reageren vaker op een woning. Opvallend is dat de groepen met een inkomen boven de huurtoeslaggrens (3 en 4) het sterkst gestegen zijn. De algemene regel is: Hoe hoger het inkomen hoe sterker de stijging van het aantal reacties. Deze ontwikkeling wordt ongetwijfeld veroorzaakt door het feit dat deze groepen steeds minder mogelijkheden hebben een koopwoningen of een huurwoning in de vrije sector te verkrijgen door de sterk gestegen prijzen.

2.1.3

Reacties naar leeftijd______ ______________ ______________ ____________ 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

1. t/m 22 jaar

91.030

108.050

133.361

154.314

17007o

2. 23 t/m 27 jaar

281.393

303.960

341.604

391.164

13907o

3. 28 t/m 54 jaar

511.166

615.501

703.367

810.502

15907o

4. 55 t/m 74 jaar

67.711

82.363

95.227

105.261

15507o

5. 75 jaar en ouder

6.294

7.443

8.002

8.951

14207o

De toename van het aantal reacties naar leeftijd laat een beperkte spreiding rond het gemiddelde zien. Alleen de groep t/m 22 jaar laat een sterke toename zien. Dit zullen vooral starters zijn. Ruim de helft van de reacties komt uit de leeftijdscategorie 28 t/m 54 jaar.

2.1.4

Reacties naar huishoudgrootte_____________________________________ 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

1 persoon

631.800

727.579

849.872

995.272

15807o

2 personen

186.499

220.252

238.951

263.430

14107o

3 personen

83.149

98.725

112.462

120.932

14507o

4 personen

36.687

44.490

50.203

57.703

15707o

5 en meer personen

19.459

26.271

30.073

32.855

16907o

Ook hier is sprake van een beperkte spreiding rond het gemiddelde. Opvallend is de toename van het aantal reacties van huishoudens van 5 en meer personen. Overigens moet opgemerkt worden dat 1 persoonshuishoudens in 2021 inmiddels 6807o van alle reacties opleveren.

2.2

Verhuurde woningen

Totaal

2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

6.138

6.352

5.665

6.046

9907o

Het aantal verhuurde woningen is in 2021 vrijwel gelijk aan dat in 2018. In 2020, het eerste coronajaar zijn er duidelijk minder woningen verhuurd.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 11/19

enser^e

___________ ń___

2.2.1

Verhuurde woningen naar model Woningen worden op in hoofdlijnen op drie manieren verhuurd aan een woningzoekende. De meeste woningen worden geadverteerd op www.entree.nu . Het grootste deel van deze geadverteerde woningen worden verhuurd op basis van de meettijd van de woningzoekenden die op deze advertentie reageren. Een ander deel wordt verloot waarbij iedereen die op deze advertentie heeft gereageerd een gelijke kans maakt. Tot slot wordt een deel van de woningen niet geadverteerd maar direct toegewezen aan een woningzoekende. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om statushouders en personen die uit een instelling komen. 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

Directe bemiddeling

1130

1209

1074

1301

11507o

Loting

828

861

854

794

9607o

Meettijd

4031

4175

3661

3866

9607o

Van de woningen die geadverteerd en op basis van loting verhuurd worden gaat 7207o naar een starter. Doorstromers krijgen 2207o van de woningen die op deze wijze verhuurd worden.

2.2.2

Verhuurde woningen naar huurprijs**__________________________________ 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

4.419

4.698

4.283

4.546

10307o

2. tussen 1e en 2e aftoppingsgrens

810

745

631

666

8207o

3. tussen 2e aftoppingsgrens en huurtoeslaggrens

767

757

616

716

9307o

4. boven huurtoeslaggrens

142

152

135

118

8307o

1. t/m 1e aftoppingsgrens

Uitgesplitst naar huurprijsklasse zijn er met name wat minder “duurdere” woningen verhuurd. Van alle verhuurde woningen in 2021 had 7507o een prijs onder eerste aftoppingsgrens.

2.2.3

Naar woningtype_________________________________________________ 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

Benedenwoning

322

305

267

265

8207o

Bovenwoning

225

175

215

197

8807o

Eengezinswoning

2.401

2.400

2.145

2.129

8907o

Flatwoning met lift

1.852

2.000

1.766

2.115

11407o

Flatwoning zonder lift

1.017

1.076

992

1.047

10307o

De meest verhuurde woningen zijn eengezinswoningen en flatwoningen met een lift. Flatwoningen vertonen een toename van het aantal verhuringen, de andere woningtypen worden iets minder vaak verhuurd.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 12/19

enser^e

___________ ń___

2.3

Slagingspercentages 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

12,8

12,1

10,3

9,9

7707o

Totaal

Het percentage woningzoekenden dat er in geslaagd is een woning te huren neemt in deze periode aanzienlijk af. Dat is ook logisch omdat dit percentage bepaald wordt door twee componenten; het aantal verhuurde woningen I aantal actief woningzoekenden. Eerder is geconstateerd dat het aantal woningzoekenden sterk is gestegen ^2707o). Omdat het aantal verhuurde woningen vrijwel gelijk is gebleven betekent dit automatisch dat de kans om een woning te huren kleiner is geworden. Overigens is het goed hier op te merken dat woonruimteverdeling daar weinig aan kan veranderen: “Verdeling lost de schaarste niet op”. Het is goed om te beseffen dat het gaat om het percentage woningzoekenden dat woont in de desbetreffende gemeente en ook daadwerkelijk daar een woning kreeg in die gemeente of in een gemeente elders in de woningmarktregio Arnhem-Nijmegen. Onderstaande tabel laat de slagingspercentages zien voor de inwoners van een bepaalde gemeente.

2.3.1

Slagingspercentage per woningzoekende die woont in: Gemeente

actieven

verhuringen

slagingspercentage

Arnhem

14.396

1.518

10,54 07o

Berg en Dal

1.494

208

13,92 ro

Beuningen

1.120

157

14,02 r

Doesburg

644

96

14,91 r

Druten

653

70

10,72 r

Duiven

975

140

14,36 r

Heumen

607

60

9,88 r

Lingewaard

1.602

212

13,23 r

Montferland

1.091

121

11,09 r

Nijmegen

14.978

1.678

11,20 r

Overbetuwe

1.391

116

8,34 r

Renkum

1.112

143

12,86 r

Rheden

2.237

251

11,22 r

Rozendaal

10

0

0,00 r

Westervoort

715

101

14,13 r

Wijchen

1.712

184

10,75 r

Zevenaar

1.726

218

12,6307o

De tabel laat maar beperkte verschillen zien in het percentage woningzoekenden per gemeente.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 13I19

enser^e

___________ ń___

2.3.2

Slagingspercentage naar klantsoort 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

8,5

7,9

6,2

6,2

7307o

Doorstromer

12,8

12,6

10,5

10,6

8307o

Urgenten

86,1

88,2

87,3

88,2

10207o

Starter

De slaagkans van starters is beduidend lager dan die van doorstromers en is ook sterker afgenomen. Dit is logisch aangezien we al eerder constateerden dat starters veel vaker zijn gaan reageren op woningen. Overigens is het goed nogmaals op te merken dat doorstromers niet de concurrenten zijn van starters, elke doorstromer laat immers na verhuizing weer een woning achter. Ook is het goed stil te staan bij de positie van urgent woningzoekenden. Hun slagingspercentage ligt uiteraard zeer hoog omdat ze bij de meeste woning voorrang krijgen op gewone woningzoekenden. Ondanks een bijna verdubbeling van het aantal reacties van woningzoekenden met een sociale of medische urgentie, lukt het hen goed een woning te verkrijgen.

2.3.3

Slagingspercentage naar inkomen*_____ _____ _____ _____ ____________ 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

tot minimum inkomen

12,7

11,9

10

9,7

7607o

minimum - grens doelgroep

10,8

10,6

8,5

8,5

7907o

grens doelgroep - Europagrens

10,5

9,9

7,7

7,8

7407o

Europagrens en meer

7,6

8,3

7,6

6,7

8807o

Voor alle inkomensgroepen is er sprake van een daling van de kans op een woning. Opvallend is dat het slagingspercentage voor de laagste inkomensgroep het hoogste is. Omdat er steeds meer woningzoekenden komen met een inkomen boven de huurtoeslaggrens (doelgroep) is in 2020 de huur-inkomenstabel enigszins aangepast zodat ook deze groep kans houdt op een woning.

2.3.4

Slagingspercentage naar leeftijd______________________________________ 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

t/m 22 jaar

6,1

6,2

5,1

4,5

7407o

23 t/m 27 jaar

6,3

6

5,2

5,1

8107o

28 t/m 54 jaar

13,4

12,4

9,9

9,6

7207o

55 t/m 74 jaar

20,9

20,1

17,8

18,5

8907o

75 jaar en ouder

32,2

32,9

31,2

31,4

9807o

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 14/19

enser^e

___________ ń___

Slagingspercentages nemen toe met de leeftijd. Dit is ook logisch omdat je naar mate je ouder wordt een langere meettijd hebt. De kans op een woning voor ouderen is vrijwel stabiel maar neemt voor de andere leeftijdsgroepen af.

2.3.5

Slagingspercentage naar huishoudgrootte 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

1 persoon

11,65

11,13

9,19

9,23

797

2 personen

11,95

12,09

10.07

10,48

887

3 personen

15,70

13,54

10,80

9,34

597

4 personen

11,57

11,96

10,31

8,53

747

5 en meer personen

10,09

11,07

8,49

6,94

697

De verschillen tussen de diverse groepen zijn beperkt. Dat is opvallend gezien de grote aantallen eenpersoonshuishoudens. Ook opvallend is dat huishoudens van drie personen in eerste instantie een duidelijk hogere kans op een woning hadden maar na een relatief sterke afname van het slagingspercentage nu in de buurt van het gemiddelde komen.

2.4

Meettijd in jaren

2.4.1

Meettijd naar klantsoort 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

Doorstromer

19,57

20,06

21,44

22,33

1147

Starter

7,72

8,06

7,94

8,25

1077

Herstarter

16,30

16,17

17,65

18,00

1107

Doorstromers hebben een beduidend langere meettijd als ze een woning gaan huren dan starters. Herstarters hebben ook een langere meettijd. Voor alle groepen geldt dat hun meettijd ongeveer gelijk toeneemt.

2.4.2

Meettijd naar inkomen* 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

tot minimum inkomen

13,66

14,27

14,76

15,52

11407o

minimum - grens doelgroep

18,26

18,32

18,45

19,31

10607o

grens doelgroep - Europagrens

16,44

17,25

18,88

19,62

1197

Europagrens en meer

15,32

15,15

16,95

18,24

1197

Ook als we kijken naar de verschillende inkomensgroepen dan zien we dat meettijd waarmee een woning wordt verkregen toeneemt. De verschillen tussen de inkomensgroepen zijn beperkt wat logisch is omdat inkomen vrijwel geen rol speelt bij de rangorde bepaling. Opvallend is dat de laagste inkomensgroepen de kortste meettijd hebben. Dit kan samenhangen met het feit dat de meeste verhuurde woningen een prijs hebben onder de 1e aftoppingsgrens.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 15/19

enser^e

___________ ń___

2.4.3

Meettijd naar leeftijd 2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

t/m 22 jaar

1,84

2,11

2,20

2,33

1270Zo

23 t/m 27 jaar

5,17

4,87

4,92

5,62

10907o

28 t/m 54 jaar

13,39

13,98

14,74

15,17

11307o

55 t/m 74 jaar

21,97

22,24

23,64

23,58

10707o

75 jaar en ouder

35,58

36,54

36,98

37,66

10607o

Tussen de diverse leeftijdsgroepen bestaan grote verschillen in de meettijd waarmee een woning wordt verkregen. Dit is logisch aangezien de opgebouwde meettijd direct samenhangt met de leeftijd. Wel neemt de gemiddelde meettijd van de jongste groep woningzoekenden het snelste toe.

2.5

Zoektijd in jaren Klantsoort

2018

2019

2020

2021

2021 t.o.v. 2018

Doorstromer

1,19

1,30

1,29

1,38

11607o

Starter

1,48

1,60

1,72

1,77

12007o

Herstarter

0,72

0,90

0,81

1,00

13907o

Zoektijd is de periode die verlopen is tussen het moment dat een woning wordt gehuurd en de eerste reactie op een woning. Voorwaarde is dat er geen periode van meer dan een jaar waarin niet gereageerd is. De zoektijd is relatief het sterkste toegenomen bij herstarters maar deze is nog wel ruim het laagst bij de drie onderscheiden groepen. Dit kan verklaard worden uit het feit dat deze groep een lange meettijd heeft maar wel vaak op korte termijn een woning nodig heeft. Het gaat in de praktijk vaak om situaties waar relatieverbreking een rol speelt. Deze groep woningzoekenden zou zonder deze regeling waarschijnlijk anders vaak een beroep doen op de urgentieregeling.

2.6

Voorrang urgenten In de huidige huisvestingsverordening is vastgelegd dat corporaties een deel van hun woningen mogen adverteren waarbij urgenten geen voorrang krijgen. 2018

2019

2020

2021

Advertentie geen voorrang

1.369 (3207o)

1.319 (3107o

1.468 (4007o)

1.321 (4007o)

Advertentie wel voorrang

2.929 (6807o)

2.925 (6907o)

2.209 (6007o)

2.324 (6007o)

N.B.1: niet meegenomen zijn: Boven de liberalisatiegrens, Indicatiewoningen en lotingwoningen. N.B.2: Ondanks het grote aantal woningen waarbij urgenten geen voorrang hebben levert dit geen te lage kans op een woning op.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 16/19

enser^e

____________________________________________________________ íì___

N.B.3. In 2018 en 2019 mocht 2007o uitgesloten worden, in 2020 en 2021 was het 3007o.

2.7

Verhuisbewegingen Binnen eigen gemeente

Uit andere gemeente WMR Arnhem Nijmegen

Naar andere gemeente WMR Arnhem Nijmegen

Saldo verhuizingen binnen de regio

Van buiten de WMR Arnhem Nijmegen

Arnhem

4677

1327

1643

-316

664

Berg en Dal

546

404

336

68

108

Beuningen

228

282

320

-38

56

Doesburg

251

184

126

58

74

Druten

177

128

125

3

50

Duiven

265

354

316

38

85

Heumen

93

151

175

-24

43

Lingewaard

408

257

347

-90

57

Montferland

426

290

141

149

171

Nijmegen

5221

1256

1320

-64

733

Overbetuwe

250

273

286

-13

63

Renkum

364

234

239

-5

122

Rheden

617

570

438

132

207

Westervoort

115

220

626

-406

43

Wijchen

450

366

478

-112

124

Zevenaar

552

452

376

76

108

Eindtotaal

14640

6753

9461

-2708

2708

Deze tabel laat de verhuisbewegingen binnen de woningmarktregio Arnhem Nijmegen zien, evenals de verhuisstroom van buiten de regio naar de regio. De paars gemarkeerde cijfers laten de gemeenten zien met een negatief migratiesaldo. Dat wil zeggen dat er meer woningzoekenden vanuit die gemeenten naar de andere regiogemeenten zijn vertrokken, dan dat er vanuit een regio gemeente naar de desbetreffende gemeente is verhuisd.

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 17/19

enser^e

___________ ń___

Door cijfers in een langer termijn perspectief te plaatsen kunnen we zicht krijgen op de structurele ontwikkelingen op dit gebied. In de volgende tabel staat het percentage woningzoekenden dat een woning heeft gehuurd op basis van de herkomst gemeente. WMR Arnhem Nijmegen

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Eigen gemeente

6807o

6507o

5507o

6307o

6207o

6107o

6107o

6007o

5707o

Regio gemeente

2107o

2407o

2307o

2407o

2707o

2807o

2807o

3007o

3107o

Rest Nederland

1107o

1107o

1207o

1307o

1107o

1107o

1107o

1007o

1207o

Wat opvalt is dat er sprake is van een toenemende regionalisering binnen de woningmarktregio Arnhem Nijmegen. Het percentage woningzoekenden dat een woning vindt in de eigen gemeente is nog steeds het hoogst maar is wel met ruim 1007o afgenomen. Verhuizingen binnen de regio vinden steeds vaker plaats ^1007o). Het aandeel woningzoekenden van buiten de regio is vrijwel constant. Helaas zijn er geen gegevens beschikbaar van verhuizingen vanuit de regio naar de andere gemeenten van Nederland zodat daarvoor geen migratiesaldo kan worden bepaald. * Inkomensgrenzen: Hier zijn geen bedragen opgenomen omdat deze jaarlijks wijzigen. In onderstaande tabel zijn de geldende bedragen per jaar opgenomen. 2018 Groep Minimum Grens doelgroep EU-grens 1 persoon <= AOW

C 15.925

C 22.400

C 36.798

1 persoon > AOW

C 17.325

C 22.375

C 36.798

Meer personen ^ AOW

C 20.600

C 30.400

C 36.798

Meer personen > AOW

C 23.200

C 30.400

C 36.798

2019 Groep

Minimum

Grens doelgroep

EU-grens

1 persoon ^ AOW

C 16.300

C 22.700

C 38.035

1 persoon > AOW

C 17.875

C 22.675

C 38.035

Meer personen ^ AOW

C 21.000

C 30.825

C 38.035

Meer personen > AOW

C 23.900

C 30.825

C 38.035

2020 Groep

Minimum

Grens doelgroep

EU-grens

1 persoon ^ AOW

C 16.650

C 23.225

C 39.055

1 persoon > AOW

C 18.350

C 23.175

C 39.055

Meer personen ^ AOW

C 21.575

C 31.550

C 39.055

Meer personen > AOW

C 24.475

C 31.45

C 39.055

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 18/19

enser^e

___________ ń___

2021 Groep

Minimum

Grens doelgroep

EU-grens

1 persoon ^ AOW

C 16.950

C 23.725

C 40.024

1 persoon > AOW

C 18.775

C 23.650

C 40.024

Meer personen ^ AOW

C 22.000

C 32.200

C 40.024

Meer personen > AOW

C 25.025

C 32.075

C 40.024

** Huurprijsgrenzen: Ook de huurprijsgrenzen worden elk jaar opnieuw door de rijksoverheid vastgesteld. In de onderstaande tabel zijn de bedragen per jaar opgenomen.______________ 2018 2019 2020 2021 Tot 1e aftoppingsgrens C 597,30 C 607,46 C 619,01 C 633,25 Tussen 1e en 2e C 640,14 C 651,03 C 663,40 C 678,66 aftoppingsgrens Huurtoeslaggrens C 710,68 C 720,42 C 737,14 C 752,33

Evaluatie Huisvestingverordening 2020

pagina 19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=a24b860e-acba-4fda-a3a8-ea1246ef1c76