Bijlage 02: Concept Wijzigingsbesluit
Tekst van het document
AB BVO DRAN 28-09-2023 - bijlage 5b
DE COLLEGES VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTEN Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar, hierna te noemen de deelnemers; overwegende dat de gemeenten deel uitmaken van de oude regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN); gezien het daartoe strekkende verzoek van het Bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN); gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de verkregen toestemming van de gemeenteraad van de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar; en gelet op artikel 1 en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht en de verleende toestemming; Besluiten: vast te stellen de volgende regeling tot wijziging van de REGELING BEDRIJFSVOERINGSORGANISATIE DOELGROEPENVERVOER REGIO ARNHEMNIJMEGEN (DRAN)
Artikel I
Wijzigingen
De Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN) wordt als volgt gewijzigd: A.
De tekst in de aanhef na ‘Gelet op’ wordt vervangen door: artikel 1 en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
B.
In artikel 1 vervalt in het derde lid ‘,kleinschalig OV’ en vervallen de volgende omschrijvingen, onder vernummering van de overgebleven omschrijvingen tot nummer 1 tot en met 6,: -
2. basismobiliteit; en
-
4. aanvullende vervoer.
C.
In artikel 3 vervalt de laatste zin.
D.
In artikel 4, eerste en tweede lid, vervalt de tekst ‘en aanvullend vervoer’.
E.
Artikel 5 vervalt.
F.
In artikel 10, zesde lid wordt ‘lid 4’ vervangen door: ‘het vijfde lid’.
G. In artikel 11 wordt het zesde lid vervangen door:
‘6. De raden wordt alleen om zienswijzen gevraagd voor zover wettelijk voorgeschreven.’ H.
De artikelen 13,14 en 16 vervallen.
I.
In artikel 17, eerste lid, wordt ‘eerste en derde lid’ vervangen door: eerste, derde en vierde lid.
J.
De artikelen 19, 20 en 21 vervallen.
K.
Artikel 23 wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 23 Aansprakelijkheid 1.
De DRAN verzekert zich tegen: a.
civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen;
b. 2. L.
wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.
De deelnemers ontvangen van de directeur de verzekeringspolissen.’
Het opschrift van hoofdstuk 8 wordt vervangen door: Wijziging, toetreding, uittreding, opheffing en evaluatie
M. Artikel 25 wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 25 Wijziging van de regeling 1.
Elke deelnemer kan een voorstel voor wijziging indienen.
2.
Iedere wijziging van de regeling vereist unanimiteit.’
N. Artikel 26, vierde lid, vervalt. O. Artikel 27 wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 27 Uittreding 1.
Indien een deelnemer geheel of deels (per doelgroep) uit wenst te treden, zal het Bestuur in het kader van de in het vierde lid bedoelde afwikkeling van de gevolgen daarvan op basis van een sociaal plan personeel aan deze deelnemer toewijzen.
2.
De uittreding kan op twee manieren plaatsvinden: a.
gedurende de looptijd van voor deelnemer betreffende contract(en) met inachtneming van een termijn van aanzegging van het besluit aan de andere deelnemers van minimaal één jaar, met ingang van 1 januari van het opvolgende jaar;
b.
bij afloop van de looptijd van voor deelnemer betreffende contract(en) met inachtneming van een termijn van aanzegging van het besluit aan de andere deelnemers van minimaal 15 maanden voordat het contract afloopt.
3.
Met de uittredende deelnemer dient een vaststellingsovereenkomst gesloten te worden.
4.
Bij het uittreden wordt door het Bestuur een uittredingsplan vastgesteld. Het Bestuur geeft een onafhankelijke derde opdracht om een uittredingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht instemming is verkregen van het college van de deelnemer die wenst uit te treden. De kosten van het inschakelen van de onafhankelijke derde zijn voor rekening van de deelnemer die wenst uit te treden.
5.
Onderdeel van het uittredingsplan is het berekenen van de uittredingssom. Daaronder wordt verstaan de meerkosten, voor de komende 5 jaar of zoveel korter als de resterende duur van
de contract(en), die de resterende gemeenten moeten maken om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren zonder de uittredende gemeente. Bij uittreding gedurende de looptijd van contract(en) zullen de financiële gevolgen van de uittreding voor rekening van de uittredende deelnemer komen. Bij een uittreding na afloop van de looptijd van het contract zullen alleen de directe kosten voor rekening van de uittredende deelnemer komen. 6.
De kosten die niet direct aan de uittredende gemeente kunnen worden toegerekend, worden berekend door de totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Middelen die onderdeel uitmaken van een reserve, worden naar rato in mindering gebracht op de uittredingssom. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij de kostenverdeelsleutel van de begroting.
7.
Bij uittreding blijft de uittredende deelnemer maximaal vijf jaar na uittreding aansprakelijk voor het intreden van risico’s voortvloeiende uit de periode dat de betreffende deelnemer deelnam aan de regeling indien en voor zover deze intredende risico’s leiden tot een kostenverhoging voor de basistaken in zijn geheel of voor de overige deelnemer.
8.
Het bepaalde in de vorige leden is, met uitzondering van het tweede lid, van overeenkomstige toepassing als de uittreding van een deelnemer betrekking heeft op een of meerdere doelgroepen. Voor uittredingsplan moet in dat geval deeluittredingsplan worden gelezen.’
P.
Artikel 28 wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 28 Opheffing 1.
De regeling wordt opgeheven als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit na toestemming van hun raden.
2.
Het Bestuur geeft een onafhankelijke derde opdracht om een opheffingsplan op te stellen.
3.
Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling en in de personele gevolgen van de opheffing.
4.
Het opheffingsplan wordt vastgesteld door het Bestuur.
5.
Het Bestuur is belast met de uitvoering van het vastgestelde opheffingsplan.’
Q. Artikel 29 ‘Duur van de regeling’ vervalt. R.
Er wordt een nieuw Artikel 29 ‘Evaluatie regeling’ en Artikel 30 ‘Participatie’ ingevoegd, onder vernummering van de artikelen 30 tot en met 32 naar 31 tot en met 33, die komen te luiden: ‘Artikel 29 Evaluatie regeling 1.
Elke deelnemer kan vragen om een evaluatie van de regeling.
2.
Evaluatie geschiedt als het bestuur daartoe besluit.
3.
Het bestuur stelt gezamenlijk de onderzoeksopdracht vast.
Artikel 30 Participatie 1.
Gebruikers van Avan en belanghebbenden kunnen inspreken tijdens de vergaderingen van het bestuur, voor zover deze openbaar zijn en zover de inspraak betrekking heeft op de taken van de BVO.
2.
Verzoeken om inspraak dienen uiterlijk 3 dagen voor de vergadering gemeld te zijn bij de secretaris.’
S.
Artikel 30 Toezending en bekendmakingen wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 31 Toezending en bekendmakingen Arnhem is belast met bekendmaking in het Gemeenteblad.’
T.
U.
V.
In de Toelichting bij artikel 2 wordt: -
‘artikel 33’ vervangen door: artikel 31
-
‘de Staatscourant’ vervangen door: het Gemeenteblad
In de Toelichting bij artikel 15: -
wordt ‘Artikel 35 lid 6’ vervangen door: Artikel 35, zevende lid
-
vervalt de laatste zin
In de Toelichting vervalt de tekst behorende bij ‘Artikel 16’ en ‘Artikel 19’.
W. In de Toelichting worden de twee alinea’s onder Hoofdstuk 8 vervangen door: Artikel 9, eerste lid van de Wgr vereist dat een regeling bepalingen bevat omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. Waaronder de bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de bedrijfsvoeringsorganisatie, met inachtneming van artikel 1 van de Wgr. X.
In de Toelichting vervalt de tekst behorende bij ‘Artikel 26 e.v’
Y.
In de Toelichting bij artikel 27 wordt: -
de eerste zin vervangen door: Het is verstandig om een derde in te schakelen voor het maken van een uittredingsplan.
-
wordt een tweede alinea toegevoegd die komt te luiden: ‘De in het tweede en vijfde lid van artikel 27 van de Regeling genoemde contracten doelen op de contracten inkoop van het vervoer, zoals het vraagafhankelijk vervoer, routevervoer en callcenter.’
Z.
In de Toelichting wordt na Artikel 28 een toelichting op de nieuwe artikelen 29 en 30 ingevoegd, die komt te luiden: ‘Artikel 29 Evaluatie regeling en 30 Participatie Artikel 10, zevende lid en 11a van de Wgr eisen dat in de regeling bepalingen worden opgenomen over evaluatie en participatie. Aangezien participatie hierbij gericht is op beleid en de BVO een beleidsarme regeling betreft is in de regeling enkel opgenomen welke mogelijkheden er zijn voor belanghebbende als het gaat om inspraak op de taken van de BVO.’
AA. In de Toelichting wordt bij het huidige artikel 30: -
‘Artikel 30’ vervangen door: Artikel 31
-
vervalt in de eerste alinea de tekst ‘aan GS zendt en deze’
-
vervalt de laatste zin.
Artikel II
Inwerkingtreding en citeertitel
1.
Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.
2.
Dit besluit wordt aangehaald als: Wijziging Regeling DRAN 2024
De colleges van burgemeester en wethouders van Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar. De secretaris,
De burgemeester,
Toelichting op het wijzigingsbesluit Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN)
Bestaande tekst Gelet op
Nieuwe tekst Gelet op
- Artikel 1, eerste lid en artikel 8, derde lid,
artikel 1 en artikel 8, derde lid, van de Wet
van de Wet gemeenschappelijke
gemeenschappelijke regelingen en titel 10.1
regelingen;
van de Algemene wet bestuursrecht;
- Titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht; - De verleende toestemming, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, van de raden van de betrokken gemeenten aan de deelnemers voor het aangaan van de samenwerking en het treffen van deze regeling; Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
In deze regeling wordt verstaan onder:
1.
1.
college: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemer;
2.
college: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemer;
basismobiliteit: de mogelijkheid voor burgers om zich zelfstandig en tegen een redelijk tarief te verplaatsen met een vorm van aanvullend openbaar vervoer of het doelgroepenvervoer.
3.
4.
doelgroepenvervoer: vervoer voor inwoners
2.
doelgroepenvervoer: vervoer voor inwoners
die geen of niet altijd gebruik kunnen maken
die geen of niet altijd gebruik kunnen maken
van regulier openbaar vervoer. Hiermee
van regulier openbaar vervoer. Hiermee
wordt bedoeld vervoer in het kader van de
wordt bedoeld vervoer in het kader van de
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015,
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015,
de Jeugdwet, het leerlingenvervoer,
de Jeugdwet, het leerlingenvervoer,
kleinschalig OV, maatwerkvervoer in het
maatwerkvervoer in het kader van de
kader van de Participatiewet;
Participatiewet;
aanvullend vervoer: het openbaarvervoervangnet dat wordt ingezet daar waar de vervoervraag te laag is voor het exploiteren van een reguliere lijndienst;
5.
6.
DRAN: bedrijfsvoeringsorganisatie
3.
DRAN: bedrijfsvoeringsorganisatie
Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-
Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-
Nijmegen
Nijmegen
medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij de DRAN;
4.
medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij de DRAN;
7.
8.
regeling: de regeling
5.
regeling: de regeling
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Doelgroepenvervoer regio Arnhem-
Doelgroepenvervoer regio Arnhem-Nijmegen
Nijmegen (DRAN)
(DRAN)
Wgr: de Wet gemeenschappelijke
6.
regelingen.
Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 3 Te behartigen belangen
Artikel 3 Te behartigen belangen
De DRAN is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer.
De DRAN is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer.
Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is en dat het vervoer een optimale aansluiting heeft op het openbaar- vervoer-netwerk.
Artikel 4 Doelen en taken
Artikel 4 Doelen en taken
1.
1.
2.
De DRAN heeft tot doel de gezamenlijke
De DRAN heeft tot doel de gezamenlijke
sturing en (financiële) beheersing van
sturing en (financiële) beheersing van
uitvoeringstaken en uitvoering van
uitvoeringstaken en uitvoering van
ondersteunende processen op het gebied
ondersteunende processen op het gebied
van doelgroepenvervoer en aanvullend
van doelgroepenvervoer voor de
vervoer voor de deelnemers.
deelnemers.
De sturing en (financiële) beheersing van
2.
De sturing en (financiële) beheersing van
uitvoeringstaken en uitvoering van
uitvoeringstaken en uitvoering van
ondersteunende processen op het gebied
ondersteunende processen op het gebied
van doelgroepenvervoer en aanvullend
van doelgroepenvervoer worden
vervoer worden overgedragen aan de
overgedragen aan de DRAN.
DRAN.
Artikel 5 Overeenkomst provincie Gelderland
Artikel 5
Voor het uitvoeren van de taak aanvullend
Vervallen
vervoer genoemd in artikel 4 lid 2 is de DRAN een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de provincie Gelderland. In deze overeenkomst komen de provincie Gelderland en de bedrijfsvoeringsorganisatie overeen dat de DRAN, gedurende de looptijd van de
overeenkomst, de taak van het aanvullend vervoer (basismobiliteit) uitvoert voor de provincie Gelderland.___________________ Artikel 10 Vergaderingen
Artikel 10 Vergaderingen
6. Een lid van het Bestuur dat van opvatting is
6. Een lid van het Bestuur dat van opvatting is
dat een besluit als bedoeld in lid 4 tot
dat een besluit als bedoeld in het vijfde lid tot
ongewenste en onrechtvaardige gevolgen leidt,
ongewenste en onrechtvaardige gevolgen leidt,
voor de deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan
voor de deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan
voorafgaande aan de vergadering een
voorafgaande aan de vergadering een
gemotiveerd en beargumenteerd schríftelijk
gemotiveerd en beargumenteerd schriftelijk
verzoek indienen om via de escape-procedure
verzoek indienen om via de escape-procedure te
te stemmen.
stemmen.
Artikel 11 Informatie en verantwoordingplicht
Artikel 11 Informatie en verantwoordingplicht
6. De leden 1 tot en met 5 zijn van
6. De raden wordt alleen om zienswijzen
overeenkomstige toepassing jegens de
gevraagd voor zover wettelijk
gemeenteraden van de deelnemende
voorgeschreven.
gemeenten. Artikel 13 Aanstellen overig personeel
Artikel 13
1.
Vervallen
Het Bestuur heeft de bevoegdheid tot het aanstellen van medewerkers als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van het personeel van de DRAN.
2.
Het Bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden mandateren aan de directeur.
Artikel 14 Rechtspositie personeel
Artikel 14
1.
Vervallen
Het Bestuur stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast.
Artikel 16 Procedure begrotingsbehandeling
Artikel 16
1.
Vervallen
Het Bestuur voorziet de ramingen in de ontwerp-begroting als bedoeld in artikel 35 eerste lid van de Wgr van een behoorlijke toelichting.
2.
Het Bestuur zendt de ontwerp-begroting aan de raden van de gemeenten toe voor 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft.
3.
De gemeenteraden kunnen hun zienswijze omtrent het ontwerp van de begroting, indien zij dit in de nota van wijziging aan de orde gesteld wensen te hebben dan wel een nadere toelichting van het Bestuur verlangen, binnen acht weken na de verzending ervan aan het Bestuur kenbaar maken.
4.
Het Bestuur zendt het ontwerp van de begroting onder bijvoeging van de zienswijzen van de gemeenteraden, zijn commentaar daarop en zo nodig een nota van wijziging uiterlijk drie weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan de gemeenteraden. Artikel 35, tweede lid van de Wgr is ten aanzien van dit commentaar en de nota van wijziging van overeenkomstige toepassing._____________
Artikel 17 Procedure bij wijziging begroting
Artikel 17 Procedure bij wijziging begroting
1. Het bepaalde in artikel 35, eerste en derde lid
1. Het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en
van de Wgr is niet van toepassing op af- en
vierde lid van de Wgr is niet van toepassing op
overschrijvingen op de posten van de begroting,
af- en overschrijvingen op de posten van de
alsmede op andere ontwerp-wijzigingen voor
begroting, alsmede op andere ontwerp-
zover daaruit geen verhoging van de
wijzigingen voor zover daaruit geen verhoging
gemeentelijke bijdragen voortvloeit.
van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit.
Artikel 19 Informatievoorziening
Artikel 19
Het Bestuur geeft voor 1 maart van elk lopend
Vervallen
boekjaar inzicht in te verwachten ontwikkelingen alsmede de algemene financiële kaders voor het opvolgende jaar, teneinde de gemeenten in staat te stellen daar in hun begrotingscyclus op te anticiperen. Artikel 20 Aanbieding rekening
Artikel 20
1.
Vervallen
Van de inkomsten en uitgaven van de DRAN wordt door het Bestuur over het dienstjaar verantwoording gedaan onder overlegging van de rekening en het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid
van de rekening, ingesteld door de krachtens artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet aangewezen deskundigen. Voor de raad dient het Bestuur te worden gelezen. 2.
Het Bestuur zendt de in het eerste lid bedoelde stukken aan de raden van de gemeenten toe voor 15 april van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarop zij betrekking hebben.______________________
Artikel 21 Vaststelling rekening
Artikel 21
1.
Vervallen
Het Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast voor 15 juli van het jaar volgende op dat waarop zij betrekking heeft.
2.
Het Bestuur zendt de rekening aan Gedeputeerde Staten.
3.
In de rekening wordt de door elk der gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.____________________________
Artikel 23 Aansprakelijkheid
Artikel 23 Aansprakelijkheid
De DRAN verzekert zich tegen:
1.
a.
b.
civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke
a. civielrechtelijke aansprakelijkheid
en contractuele aansprakelijkheid) voor
(wettelijke en contractuele
schade aan personen en goederen;
aansprakelijkheid) voor schade aan
wettelijke aansprakelijkheid voor
personen en goederen;
vermogensschade;
c.
De DRAN verzekert zich tegen:
b. wettelijke aansprakelijkheid voor
de deelnemers ontvangen van de directeur de verzekeringspolissen.
vermogensschade; 2.
De deelnemers ontvangen van de directeur de verzekeringspolissen.__________________
Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding, opheffing en evaluatie
Artikel 25 Wijziging van de regeling
Artikel 25 Wijziging van de regeling
1.
1.
Deze regeling kan door de deelnemers op voorstel van elke deelnemer worden
Elke deelnemer kan een voorstel voor wijziging indienen.
gewijzigd. 2.
Een wijziging van de regeling vereist unanimiteit.
3.
De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders is bepaald, in werking op de dag
2.
Iedere wijziging van de regeling vereist unanimiteit.
volgend op die waarop de wijziging is bekendgemaakt. 4.
Het gemeentebestuur van de plaats van vestiging is belast met de toezending van de gewijzigde regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Gelderland en met bekendmaking van de gewijzigde regeling in de Staatscourant.
Artikel 26 Toetreding door andere gemeenten
Artikel 26 Toetreding door andere gemeenten
1.
1.
2.
3.
Toetreding van een gemeente tot deze regeling geschiedt als ten minste tweederde
regeling geschiedt als ten minste tweederde
van de deelnemers daartoe besluit.
van de deelnemers daartoe besluit.
De deelnemers kunnen bij hun besluit de
2.
De deelnemers kunnen bij hun besluit de
voorwaarden bepalen waaronder de
voorwaarden bepalen waaronder de
toetreding van een gemeente mogelijk is.
toetreding van een gemeente mogelijk is.
Toetreding van een gemeente is gebonden
3.
aan de volgende procedure:
Toetreding van een gemeente is gebonden aan de volgende procedure:
a. het verzoek tot toetreding wordt
a. het verzoek tot toetreding wordt
ingediend bij het Bestuur, dat zo
ingediend bij het Bestuur, dat zo
spoedig mogelijk dit verzoek vergezeld
spoedig mogelijk dit verzoek vergezeld
van een advies doorstuurt aan de
van een advies doorstuurt aan de
overige deelnemers;
overige deelnemers;
b. de deelnemers beslissen over de in
b. de deelnemers beslissen over de in het
het eerste lid bedoelde instemming;
eerste lid bedoelde instemming;
c. het Bestuur stelt de verzoekende
4.
Toetreding van een gemeente tot deze
c. het Bestuur stelt de verzoekende
gemeente in kennis van de genomen
gemeente in kennis van de genomen
besluiten, als bedoeld onder b.
besluiten, als bedoeld onder b.
De toetreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin het Bestuur de wijziging van de regeling aan gedeputeerde staten heeft toegezonden.
Artikel 27 Uittreding
Artikel 27 Uittreding
1.
1.
2.
Indien een deelnemer geheel of deels (per
Indien een deelnemer geheel of deels (per
doelgroep) uit wenst te treden, zal het
doelgroep) uit wenst te treden, zal het
Bestuur in het kader van de in het derde lid
Bestuur in het kader van de in het vierde lid
bedoelde afwikkeling van de gevolgen
bedoelde afwikkeling van de gevolgen
daarvan op basis van een sociaal plan
daarvan op basis van een sociaal plan
personeel aan deze deelnemer toewijzen.
personeel aan deze deelnemer toewijzen.
De uittreding kan op twee manieren plaatsvinden: a. gedurende de looptijd van voor
2.
De uittreding kan op twee manieren plaatsvinden: a. gedurende de looptijd van voor
deelnemer betreffende contract(en)
deelnemer betreffende contract(en)
met inachtneming van een termijn van
met inachtneming van een termijn van
aanzegging van het besluit aan de
aanzegging van het besluit aan de
andere deelnemers van minimaal één
andere deelnemers van minimaal één
jaar, met ingang van 1 januari van het
jaar, met ingang van 1 januari van het
opvolgende jaar.
opvolgende jaar.
b. bij afloop van de looptijd van voor
b. bij afloop van de looptijd van voor
deelnemer betreffende contract(en)
deelnemer betreffende contract(en)
met inachtneming van een termijn van
met inachtneming van een termijn van
aanzegging van het besluit aan de
aanzegging van het besluit aan de
andere deelnemers van minimaal 15
andere deelnemers van minimaal 15
maanden voordat het contract afloopt. 3.
Een uittredingsplan wordt vastgesteld als
maanden voordat het contract afloopt. 3.
ten minste tweederde van de deelnemers
vaststellingsovereenkomst gesloten te
waaronder de uittredende deelnemer, daartoe besluit. Het Bestuur kan een
Met de uittredende deelnemer dient een worden.
4.
Bij het uittreden wordt door het Bestuur
onafhankelijke derde opdracht geven een
een uittredingsplan vastgesteld. Het
uittredingsplan op te stellen, nadat op de
Bestuur geeft een onafhankelijke derde
inhoud van deze opdracht instemming is
opdracht om een uittredingsplan op te
verkregen van het college van de deelnemer
stellen, nadat op de inhoud van deze
die wenst uit te treden. De kosten van het
opdracht instemming is verkregen van
inschakelen van de onafhankelijke derde
het college van de deelnemer die wenst
zijn voor rekening van de deelnemer die
uit te treden. De kosten van het
wenst uit te treden.
inschakelen van de onafhankelijke derde zijn voor rekening van de deelnemer die wenst uit te treden. 5.
Onderdeel van het uittredingsplan is het berekenen van de uittredingssom. Daaronder wordt verstaan de meerkosten, voor de komende 5 jaar of zoveel korter als de resterende duur van de contract(en), die de resterende gemeenten moeten maken om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren zonder de uittredende gemeente. Bij uittreding gedurende de looptijd van contract(en) zullen de financiële gevolgen van de uittreding voor rekening van de uittredende deelnemer komen. Bij een uittreding na afloop van de looptijd van het contract zullen alleen de directe kosten voor rekening van de uittredende deelnemer komen.
6.
De kosten die niet direct aan de uittredende gemeente kunnen worden toegerekend, worden berekend door de totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Middelen die onderdeel uitmaken van een reserve, worden naar rato in mindering gebracht op de________
uittredingssom. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij de kostenverdeelsleutel van de begroting. 7.
Bij uittreding blijft de uittredende deelnemer maximaal vijf jaar na uittreding aansprakelijk voor het intreden van risico’s voortvloeiende uit de periode dat de betreffende deelnemer deelnam aan de regeling indien en voor zover deze intredende risico’s leiden tot een kostenverhoging voor de basistaken in zijn geheel of voor de overige deelnemer.
4.
Het bepaalde in de vorige leden is, met
8.
Het bepaalde in de vorige leden is, met
uitzondering van het tweede lid, van
uitzondering van het tweede lid, van
overeenkomstige toepassing als de
overeenkomstige toepassing als de
uittreding van een deelnemer betrekking
uittreding van een deelnemer betrekking
heeft op een of meerdere doelgroepen.
heeft op een of meerdere doelgroepen.
Voor uittredingsplan moet in dat geval
Voor uittredingsplan moet in dat geval
deeluittredingsplan worden gelezen.
deeluittredingsplan worden gelezen.
Artikel 28 Opheffing
Artikel 28 Opheffing
1.
1.
2.
De regeling kan worden opgeheven als ten
De regeling wordt opgeheven als ten minste
minste tweederde van de deelnemers
tweederde van de deelnemers daartoe
daartoe besluit.
besluit na toestemming van hun raden.
De deelnemers nemen geen besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden.
3.
De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin het Bestuur de opheffing openbaar heeft bekendgemaakt, tenzij het besluit tot opheffing een latere datum van ingang heeft.
4.
Indien op grond van het eerste lid de
2.
Het Bestuur geeft een onafhankelijke
regeling wordt opgeheven, geeft het Bestuur
derde opdracht om een opheffingsplan
een onafhankelijke derde opdracht om een
op te stellen.
opheffingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht bij gewone meerderheid van stemmen instemming is verkregen van de deelnemers. 5.
Het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid,
3.
Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede
voorziet in ieder geval in de verplichting van
lid, voorziet in ieder geval in de verplichting
de deelnemers tot deelneming in de
van de deelnemers tot deelneming in de
financiële gevolgen van de opheffing van de
financiële gevolgen van de opheffing van de
6.
regeling en in de personele gevolgen van de
regeling en in de personele gevolgen van de
opheffing.
opheffing.
Het opheffingsplan wordt vastgesteld door
4.
het Bestuur. 7.
Het Bestuur is belast met de uitvoering van
5.
het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid. 8.
Het opheffingsplan wordt vastgesteld door het Bestuur. Het Bestuur is belast met de uitvoering van het vastgestelde opheffingsplan.
Bij ontbinding van de DRAN in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft de DRAN voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is.__________________________ Artikel 29 Evaluatie regeling
1.
Elke deelnemer kan vragen om een evaluatie van de regeling.
2.
Evaluatie geschiedt als het bestuur daartoe besluit.
3.
Het bestuur stelt gezamenlijk de onderzoeksopdracht vast.
Artikel 30 Participatie
1.
Gebruikers van Avan en belanghebbenden kunnen inspreken tijdens de vergaderingen van het bestuur, voor zover deze openbaar zijn en zover de inspraak betrekking heeft op de taken van de BVO.
2.
Verzoeken om inspraak dienen uiterlijk 3 dagen voor de vergadering gemeld te zijn bij de secretaris.
Artikel 29 Duur van de regeling
Artikel 29
Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde
Vervallen
tijd. Artikel 30 Toezending en bekendmaking
Artikel 31 Toezending en bekendmaking
Arnhem is belast met de toezending van deze
Arnhem is belast met bekendmaking in het
regeling aan gedeputeerde staten van de
Gemeenteblad.
provincie Gelderland en met bekendmaking als bedoeld in artikel 26 van de Wgr.
Artikel 31 Inwerkingtreding
Artikel 32 Inwerkingtreding
Artikel 32 Citeerwijze
Artikel 33 Citeerwijze
Toelichting Artikel 2
Toelichting Artikel 2
Omdat de DRAN een rechtspersoon is, moet
Omdat de DRAN een rechtspersoon is, moet
deze worden ingeschreven in het
deze worden ingeschreven in het
Handelsregister. Daarvoor is nodig dat een
Handelsregister. Daarvoor is nodig dat een
statutaire vestigingsplaats wordt gekozen. Ook
statutaire vestigingsplaats wordt gekozen. Ook
om te bepalen bij welke bestuursrechter men in
om te bepalen bij welke bestuursrechter men in
beroep kan gaan. Artikel 10 lid 3 van de Wgr
beroep kan gaan. Artikel 10 lid 3 van de Wgr
vereist dat in de regeling de plaats van vestiging
vereist dat in de regeling de plaats van vestiging
wordt aangewezen.
wordt aangewezen.
De gemeente van de plaats van vestiging is op
De gemeente van de plaats van vestiging is op
grond van artikel 33 belast met de toezending
grond van artikel 31 belast met de toezending
van de regeling aan GS en de bekendmaking
van de regeling aan GS en de bekendmaking
van de regeling in de Staatscourant.___________
van de regeling in het Gemeenteblad.________
Toelichting Artikel 16 Artikel 35 van de Wgr bevat geen termijn voor de zienswijzeprocedure door de raad. In deze regeling is bepaald dat de raad een termijn van acht weken heeft om haar zienswijze kenbaar te maken. Binnen drie weken na het verstrijken van deze termijn, stuurt het Bestuur haar reactie op de zienswijzen aan de raden. De begroting van de gemeenschappelijke regeling dient in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten te zenden. Dit betreft een fatale termijn. Deze termijn is zo vroeg in het jaar gelegen om de deelnemende gemeenten de mogelijkheid te geven de begroting van de gemeenschappelijke regeling in hun eigen begroting te verwerken. Er is voor gekozen dat de vaststelling van de begroting bij meerderheid kan geschieden ter voorkoming dat er een patstelling kan ontstaan, waardoor preventief toezicht bij niet tijdige vaststelling dreigt.___________________________
Vervallen
Toelichting Artikel 19 De genoemde data zijn gekozen zodat de
Vervallen
gemeenten de uitkomsten van de rapportages kunnen gebruiken in hun voor- en najaarsnota.
Toelichting Hoofdstuk 8
Toelichting Hoofdstuk 8
Artikel 9 lid 1 van de Wgr vereist dat een
Artikel 9, eerste lid van de Wgr vereist dat een
regeling die voor onbepaalde tijd wordt
regeling bepalingen bevat omtrent wijziging,
getroffen, bepalingen bevat omtrent wijziging,
opheffing, toetreding, de voorwaarden
opheffing, toetreding en de gevolgen van
waaronder kan worden uitgetreden en de
uittreding.
gevolgen van uittreding. Waaronder de bepalingen omtrent de gevolgen voor het
Geadviseerd wordt om m.b.t. de beslissingen
vermogen van de
hieromtrent unanimiteit te vereisen.
bedrijfsvoeringsorganisatie, met inachtneming van artikel 1 van de Wgr.
Toelichting Artikel 26 e.v Op grond van artikel 9 lid 1 en artikel 1 lid 3 van
Vervallen
de Wgr moeten de deelnemers voor het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling toestemming verkrijgen van hun raden. Het verzoek tot toetreding zou kunnen worden ingediend bij een van de deelnemers. Geadviseerd wordt om het verzoek te laten indienen bij het Bestuur.
Toelichting Artikel 27
Toelichting Artikel 27
In geval een uittreding op robuuste wijze
Het is verstandig om een derde in te
verloopt, kan het verstandig zijn om een derde in
schakelen voor het maken van een
te schakelen voor het maken van een
uittredingsplan. Dit kan een onafhankelijke
uittredingsplan. Dit kan een onafhankelijke
registeraccountant zijn, maar ook een
registeraccountant zijn, maar ook een
andersoortig een financieel adviseur of een
andersoortig een financieel adviseur of een
mediator behoort tot de mogelijkheden.
mediator behoort tot de mogelijkheden.
De in het tweede en vijfde lid van artikel 27 van de Regeling genoemde contracten doelen op de contracten inkoop van het vervoer, zoals het vraagafhankelijk vervoer, routevervoer en callcenter.________________ Toelichting Artikel 29 Evaluatie regeling en 30 Participatie______________________________
Artikel 10, zevende lid en 11a van de Wgr eisen dat in de regeling bepalingen worden opgenomen over evaluatie en participatie. Aangezien participatie hierbij gericht is op beleid en de BVO een beleidsarme regeling betreft is in de regeling enkel opgenomen welke mogelijkheden er zijn voor belanghebbende als het gaat om inspraak op de taken van de BVO. Toelichting Artikel 30 Toezending en bekendmaking
Toelichting Artikel 31 Toezending en bekendmaking