Bijlage 01 Toelichting en Regels BP Gezondheidscentrum Winssen
Tekst van het document
Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
27
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Artikel 3-1-Vortxmon m-b.l- van miur* in NmMihIkihol wild tevond* hel is verboden om:
2.
1.
Lcv-cndc vogels opzettelijk la doden of te vangen. Nesten, rustpiístsen en eieren opzetteijjk le vernielen ol ie beschadigen of nesten van vogels *eg te nemen
3.
Eieren van vogel* te rapen en deze onder zich le hebben.
4.
Vogels opzellelijk 1e sloren.
Hel verbed. bedoeld m het vierde W, is ntel van toepassing indien de storing met van wezentje invloed is op de sl&al van mstanttiovdiíiņ vim íe deshelreflende vogelsoort Artikel 3.5. Verbodsbepalingen ten áánzien van -soorten van da Hnbitatrkhllijn en de verdragen van Bemen Bonn. Hel is verboden om:
1,
Hel is verboden In hei ™kì rovende dieren van deze soorten m mm nahwrijjk verspreidingsgebied opzeileii|K te deden of te vangen
2,
Hel ís verboden o orcr als bedoeld in hel earsbe lid opzettelijk te verstoren.
3, 4,
Het is verboden eieren van dieren sis bedoew m nel eerste fcd in de nadut* epzelteiijk 1e vernielen pi íe repen, Het is verboden de veonpismingspiiaatsen of mslpiaatsen van deze dieren te beschadigen ol ie vernielen,
5,
Hel is verboden plande- van soorten uil de Habitalrichllijn of het Verdrag van Bern in hun naluuriļjke verspreidingsgebied opzeltelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, le ontwortelen of te verraaien.
Arļi kei 3-1 í, Veiíodsbeflíii ngen t,*,v overige soorten |pi*r»t- en diersoorten!, Hel is verboden om; o) d) e)
In hel wild levende zoogdieren, amfibieën, nepüelan. vissen, dagvlinders, hbo 'on an kevers van de soorten, genoemd n de bijlage, onderdeel Al. bip deze wet. opzeHehjk 1e deden of te vangen, De vasle voortpiantingspisalsen of rusĮpteaisen van *eren als bedoeld ín onderdeel a opzettelijk te beschadigen ot 1e vernieten, Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B2, bij deze wet, in bun naluuriijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen, in het kort de bouwvrijstelling. Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk. De milieubelasting tijdens de bouw is tijdelijk, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft. Vanwege de vrijstelling is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies te toetsen op stikstof.
Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. De vrijstelling geldt expliciet alleen voor stikstof en niet voor andere negatieve effecten die tijdens de bouwfase als gevolg van geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden kunnen optreden.
4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Soortenbescherming Het plangebied heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De bebouwing ter plaatse van het plangebied blijft behouden en het grasveld, zonder (opgaande) beplanting, wordt veel gebruikt als trapveldje. Ook is het plangebied gesitueerd aan een woonstraat, gelegen in de nabijheid van onder andere een basischool en woningen. Daarnaast blijven de bestaande bomen bestaan, waardoor een ecologische quikscan niet nodig is.
28
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', circa 320 m ten noorden van het plangebied. Vanwege de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Ten aanzien van de stikstofdepositie is via de AERIUS calculator vastgesteld of er sprake is van een melding- of vergunningplicht. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting opgenomen. Voor de aanlegfase wordt aangesloten bij de in de Wet stikstofreductie en natuurbescherming (Wsn) opgenomen vrijstelling. Voor de gebruiksfase is een verschilberekening uitgevoerd. Uit de verschilberekening van de gebruiksfase volgt een verschil in projecteffect van 0,00 mol/ha/jaar tussen de referentiesituatie en de toekomstige gebruiksfase. De ontwikkeling zorgt niet voor een vergroting van de depositie ten opzichte van de referentiesituatie. Bij een dergelijke projecteffect zal de gebruiksfase niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
Op basis hiervan blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.10 Archeologie Å cultuurhistorie 4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 1 juli 2022. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussengelegen periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
29
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Er is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Op basis van het vooronderzoek geldt een hoge archeologische verwachting voor de periode IJzertijd - Late Middeleeuwen vanaf een diepte van 55 cm -Mv en een hoge verwachting voor de periode Neolithicum - Bronstijd vanaf een diepte van 175 cm -Mv. Vandaar dat in het bestemmingsplan een hoge archeologische verwachting wordt opgenomen, waarbij een diepte van 35 cm -Mv vrij wordt gesteld van archeologisch vervolgonderzoek (met een buffer van 20 cm tot het archeologisch relevante niveau). In het kader van de beoogde werkzaamheden is de archeologische verwachting ter plaatse van het plangebied door middel van een karterend en waarderend archeologisch onderzoek nader onderzocht. Het vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Zie Bijlage 3 bij deze toelichting. Voor het proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld, beoordeeld en goedgekeurd. In het proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd om het plangebied archeologisch vrij te geven, omdat de archeologische vondsten die zijn aangetroffen door de lage waardering als niet-behoudenswaardig zijn bevonden.
Op 13 december 2021 heeft de gemeente een selectiebesluit genomen waarin zij aangeeft akkoord te zijn met het advies en het gebied met betrekking tot archeologie vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische kenmerkenkaart is het plangebied onderdeel van het gebied dat is aangeduid als 'oud cultuurland (Vroege Middeleeuwen)'. Het plangebied bevat geen specifiek benoemde cultuurhistorisch vlakken of cultuurhistorisch waardevol plekken, voor dit gebied.
4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.11
Leidingen
4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: » gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; » aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; » defensiebrandstoffen; » warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.
30
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
4.12 Vormvrije MER-beoordeling 4.12.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: » belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; » belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen activiteiten in dit bestemmingsplan betreft de uitbreiding van een bestaande huisartsenpraktijk met circa 436 m2, ten behoeve van de realisatie van een gezondheidscentrum. De vloeroppervlakte van de uitbreiding valt ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is.
Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
31
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.1.2
Bestemmingsregels
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In de bestemmingsregeling is in bepaalde situaties expliciet aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
32
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen, ondergeschikte bouwdelen en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent parkeren.
5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
Het bestemmingsplan kent drie bestemmingen: Maatschappelijk Het gezondheidscentrum is een maatschappelijke voorziening en is zodoende bestemd als 'Maatschappelijk'. Dit betreft een ruimere regeling waarbinnen verschillende maatschappelijke doeleinden mogelijk zijn. Groen Deze bestemming is bestemd voor groen en bijbehorende voorzieningen, zoals voet- en fietspaden. Binnen de bestemming mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd, zoals prullenbakken, wegwijzers, banken en degelijke. Verkeer De gronden met een verkeersfunctie, zoals wegen en parkeerplaatsen, zijn bestemd als 'Verkeer'. Daarnaast valt ook het zogenaamde “verkeers- en snippergroen” langs de wegen en parkeerplaatsen onder deze bestemming. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, zoals wegverlichting.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
33
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): » de bouw van één of meer woningen; » de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; » de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m2 of met één of meer woningen; » de verbouwing van één of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; » de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m2 bedraagt; » de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Een gedeelte van de gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente en zullen worden verkocht aan de initiatiefnemers.
Alle kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen van het bestemmingsplan komen voor rekening van de gemeente. Er is ook een planschaderisicoanalyse opgesteld. Daarmee is het plan economisch uitvoerbaar.
6.2
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de volgende partijen: » Provincie Gelderland; » Waterschap Rivierenland. Beide partijen hebben aangegeven zich in het plan te kunnen vinden, mits er rekening wordt gehouden met een aantal aandachtspunten. De provincie adviseert om dubbelgebruik in de vorm van seniorenwoningen in overweging te nemen en aandacht te besteden aan klimaatadaptatie en duurzaamheidsmaatregelen. Wat het dubbelgebruik betreft, wordt opgemerkt dat realisatie van een verdieping op dit moment niet aan de orde is, omdat de initiatiefnemer niet beschikt over voldoende ruimte op eigen gronden om te voorzien in de parkeerbehoefte van voorzieningen op de verdieping. Het waterschap adviseert om aandacht te besteden aan de afwatering van de aan te leggen voorzieningen (wadi's), de infiltratiecapaciteit en mogelijke overloop naar de omgeving en/of de riolering. Ook vraagt het waterschap naar de juridische borging van voldoende waterbergingsvoorzieningen.
Opgemerkt wordt dat er in de regels een voorwaardelijke verplichting waterberging is opgenomen.
34
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
6.3
Maatschappelijke haalbaarheid
Inspraak De ontwikkelaar van het gezondheidscentrum heeft de omwonenden middels een omgevingsdialoog geïnformeerd over de plannen. De omwonenden stellen het op prijs dat zij vooraf zijn geïnformeerd. De reacties op het plan spitsen zich toe op drie thema's: het verdwijnen van het veel gebruikte trapveldje, verwachte parkeerproblemen en het verdwijnen van bomen bij de aanleg van parkeerplaatsen aan de Alex Willemsstraat en de beperkte mogelijkheid die nog resteert voor uitbreiding van de school/het kindcentrum. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 29 maart tot en met 9 mei 2022 voor iedereen ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienwijzen ingediend.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
35
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
36
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
37
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Bijlage 1
38
Onderzoek stikstofdepositie
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
39
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Bijlage 3
40
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Regels
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
41
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen met identificatienummer NL.IMRO.0209.BPGezheidscentrWin-vadf van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.5 bestaand: » t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; » t.a.v.
gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 1.6 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.7 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.8 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.9 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.10 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.11 bouwlaag: een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend; 1.12 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.13 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.14 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.15 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte,
geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
42
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
1.17 hoofdgebouw: een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.18 langzaamverkeersroutes: routes voor ongemotoriseerd verkeer, scootmobielen, wandelaars, skeeleraars, en dergelijke, daarbij behorende bermen en straatmeubilair; 1.19 maatschappelijke voorziening: voorzieningen ten behoeve van openbaar bestuur, openbare dienstverlening, gezondheidszorg, religie, onderwijs, (kinder)dagopvang, naschoolseopvang en opvoeding; 1.20 ondersteunende horeca een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren; 1.21 voorgevel: de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel; 1.22 voldoende parkeergelegenheid: Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormering zoals opgenomen in de rij 'weinig stedelijk', aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen'.
Op het moment dat de CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
43
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage; 2.2 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 2.7 peil: de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk
voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.
44
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. langzaamverkeersroutes; c. in- en uitritten; d. nutsvoorzieningen en telecommunicatie; e. parken; f. plantsoenen; g. voorzieningen voor de verkeersgeleiding; h. water, waterafvoer en waterbeheer; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet meer dan 9 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
45
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Artikel 4 4.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. ondersteunende horeca; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 4.2.2
Maatvoering van hoofdgebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)'; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (“/o)' mag het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer bedragen dan aangegeven. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m bedragen en achter (het verlengde van) de voorgevel maximaal 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van pergola's mag niet meer bedragen dan 2,75 m; c. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. 4.2.4
Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging
Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en het Gemeentelijk riool- en waterplan. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 onder a en toestaan dat er een verdieping wordt gerealiseerd, met dien verstande dat: a. de maximum goothoogte niet meer bedraagt dan 6 m; b. de maximum bouwhoogte niet meer bedraagt dan 9 m en c. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in 8.1.
46
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag. 4.4.2
Voorwaardelijke verplichting parkeren
Het gebruik van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als er minimaal 11 parkeerplaatsen op eigen terrein in stand worden gehouden.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
47
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. fiets- en voetpaden; b. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; c. kademuren; d. keerwanden; e. kunstwerken; f. oeververbindingen (bruggen); g. parkeervoorzieningen; h. verblijfsgebied; i. verkeersvoorzieningen; j. waterlopen; k. wegen, straten en paden; l. wegverkeer; m. hondenuitlaatplaatsen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 5.2.2
Maatvoering van gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 3,5 m bedragen; 5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet meer dan 9 m bedragen; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken mag niet meer bedragen dan 5 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m. 5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
48
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1
Ondergeschikte bouwdelen
7.1.1
Overschrijding bouw- en bestemmingsgrenzen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, installaties, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
7.1.2
Overschrijding bouwhoogte
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen is overschrijding van de bouwhoogte toegestaan door ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1 m bedraagt.
7.2
Afwijkingenregeling
In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, het volgende: a. indien en voor zover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, dan wel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum. 7.3
Parkeren
7.3.1 Parkeerregeling bo uwen a. Een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, mag niet worden gebouwd of verbouwd, indien op het bijbehorende bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - rest bebouwde kom'; op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld onder b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel onder b in stand wordt gehouden.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
49
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
7.3.2 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 7.3.1 onder a en b en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; 2. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. Afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sublid 7.3.1 onder a en b, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft.
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Parkeren
8.1.1 Parkeerregeling gebruik a. Indien voor de wijziging van het gebruik van gronden en bouwwerken een omgevingsvergunning is vereist, wordt deze omgevingsvergunning pas verleend als is verzekerd dat op het bijbehorende bouwperceel wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. Of er in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - rest bebouwde kom'. op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld onder b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel onder b in stand wordt gehouden. 8.1.2 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1 en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; 2.
er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van de parkeernormering, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft.
50
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 9.2
Afwijken
Het bevoegd gezag kan eenmalig met een omgevingsvergunning afwijken van lid 9.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1 met maximaal 10 07o.
9.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 9.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
9.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
9.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
9.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 9.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
9.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 9.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Gezondheidscentrum Winssen.
bestemmingsplan "Gezondheidscentrum Winssen" (definitief)
51