CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01 Toelichting en regels bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen (AANGENOMEN)22.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze waarde is hoger dan standaard in het Bouwbesluit 2012 wordt geëist en is om die reden geborgd in de planregels. Deze waarde kan zonder grote bouwkundige ingrepen worden behaald. De benodigde gevelwering bij bestaande woningen bedraagt 24 dB. De desbetreffende woningen zullen beschikken over een geluidwering van ten minste deze waarde. Binnen deze woningen zal sprake zijn van een aanvaardbaar binnen niveau

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

25

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Indirecte hinder Ter plaatse van alle beoordelingspunten wordt aan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde indirecte hinder uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering voldaan. Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van woningen (beoogde en bestaand), inclusief tuinen, sprake is van een akoestisch aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Cumulatieberekening Aanvullend op het akoestisch onderzoek industrielawaai, is een cumulatieberekening gemaakt. De berekening is als Bijlage 8 bij de toelichting gevoegd. De gecumuleerde geluidbelasting (wegverkeerslawaai + industrielawaai) bedraagt ter plaatse van de bestaande woningen in de omgeving tussen de 40,9 dB en 64,5 dB. De toenamen in geluidsbelastingen zijn echter van dermate aard (in de meeste gevallen enkele tientallen van dB's) dat dit niet als onaanvaardbaar wordt aangemerkt. Daarbij geldt dat het wegverkeerslawaai in vrijwel alle gevallen de dominante geluidbron betreft. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van bestaande woningen in de omgeving kan daarmee als aanvaardbaar worden aangemerkt. Vanwege de cumulatieve geluidsbelasting zal de benodigde gevelwering bij een aantal bestaande woningen toenemen naar een waarde tot maximaal 23 dB. De verwachting is dat, vanwege het reeds aanwezige geluid, al sprake is van een goede gevelwering ter plaatse van deze woningen.

Een onderzoek naar de geluidwering van de desbetreffende gevels bij bestaande woningen wordt niet noodzakelijk geacht. De gevelwering ter plaatse van de beoogde appartementen dient minimaal 20 dB (standaard eis uit het Bouwbesluit) tot maximaal 36,3 dB te bedragen om een aanvaardbaar binnenniveau te kunnen garanderen. Voor de geveldelen met een benodigde gevelwering groter dan 20 dB wordt in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag een nader onderzoek naar de gevelwering uitgevoerd. Conclusie Voor de bestaande woningen in de omgeving van het plangebied geldt dus dat sprake is van een akoestisch aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Desondanks is door de initiatiefnemer, bij de woning ten noorden van het plangebied, aangeboden om de huidige houten schutting te vervangen voor een nieuwe schutting voorzien van kokosmatten die een extra geluidswerende werking hebben en het keukenraam te voorzien van extra geluidswerend glas. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om:  negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken.  mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.

26

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde). Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen.  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. 

In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het 'Besluit gevoelige bestemmingen' (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. 4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de realisatie van maximaal 17 wooneenheden mogelijk en valt daarmee ruimschoots binnen de NIBM-regeling. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit vanwege de beoogde woningbouwontwikkeling is niet noodzakelijk. Behalve woningen wordt met dit bestemmingsplan ook de realisatie van een supermarkt mogelijk gemaakt. In subparagraaf 4.1.1 is bepaald hoeveel extra voertuigbewegingen dit oplevert en met de NIBM-tool is vervolgens gekeken of sprake is van een NIBM-bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Uitvoer NIBM-tool Uit de NIBM-tool blijkt dat ruimschoots onder de norm van 1,2 µg/m³ gebleven wordt en sprake is van een NIBM-bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Vandaar dat onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk is.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

27

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn aan de hand van de Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten (GCN en GDN), de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet worden overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Geur

4.6.1

Regelgeving

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.

Binnen bebouwde kom diercategorieën Rgv

Concentratiegebied

Nietconcentratiegebied

maximaal 3 ouE/m³

maximaal 2 ouE/m³

andere diercategorieën minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object Buiten bebouwde kom diercategorieën Rgv

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

maximaal 14 ouE/m³

maximaal 8 ouE/m³

andere diercategorieën minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).

28

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Geur bij niet-agrarische bedrijven Het voorkomen van (nieuwe) geurhinder is het algemene uitgangspunt in het rijksbeleid. Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het landelijk informatiedocument 'Handleiding Geur Industrie' en beschrijft de methodiek voor de bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten. Vanwege het lokale aspect van geurhinder is de hoogte van het aanvaardbaar hinderniveau niet landelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag moet daar een eigen afweging in maken. De provincie Gelderland heeft deze afweging uitgewerkt in de 'Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017' voor de industriële bedrijven waarvoor de provincie het bevoegde gezag is. Daarin is het aanvaardbaar geurhinderniveau vertaald naar streef-, richt- en grenswaarden. De streefwaarde is de waarde waaronder geen sprake is van hinder. De grenswaarde is de waarde waarboven sprake is van ernstige hinder. Over het algemeen wordt een geurcontour die ligt tussen streef- en grenswaarde als aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld en vastgelegd in de milieuvergunning voor een industrieel geurrelevant bedrijf. 4.6.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is geen sprake van agrarische bedrijven in de directe omgeving van het plangebied, met een geurcontour die (deels) over het plangebied ligt. Bovendien zijn tussen de omliggende agrarische bedrijven en het plangebied andere gevoelige (woon)bestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering van de betreffende agrarische bedrijven. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is geregeld hoe een gemeente moet omgaan me risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico's worden vooral bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

29

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording). 4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:

Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe stip) Inrichtingen c.q. bedrijven Er zijn binnen het plangebied geen inrichtingen aanwezig met een veiligheidsrisico als bedoeld in het Bevi. Daarnaast zijn er ook geen bedrijven in de directe omgeving van het plangebied aanwezig waarvan het invloedsgebied tot in het plangebied reikt. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Het plangebied is buiten het aandachtsgebied van de A50 en A73 gelegen. Op de ten noorden van het plangebied gelegen Van Heemstraweg vindt (incidenteel) vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De Wet vervoer gevaarlijke stoffen schrijft voor dat bevolkingskernen gemeden dienen te worden. Van een PR of GR is dus geen sprake.

30

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water Het plangebied is op ruim 1,9 km van de Waal gelegen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze rivier is dan ook niet van invloed op onderhavig bestemmingsplan. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Er zijn binnen het plangebied geen buisleidingen aanwezig met een veiligheidsrisico als bedoeld in het Bevb. Ook is het plangebied niet gelegen binnen het invloedsgebied van de hogedrukgasleidingen die ten oosten en westen van de kern liggen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert.

In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8

Waterhuishouding

Wettelijk kader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het uitvoeren van een watertoets juridisch verplicht bij bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectbesluiten. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, wordt een watertoets uitgevoerd op basis van de afspraken uit het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt onder meer de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken. Dit wordt bereikt door waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet mee te nemen in de planvorming. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft hoe rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en andersom. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en -opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 4.8.1

Relevant beleid en regelgeving

Nationaal en provinciaal De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale beleid en landelijke maatregelen op het gebied van de waterhuishouding. De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het nationale waterbeleid naar regionale maatregelen.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

31

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Waterschap Rivierenland De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet vergunningen af voor lozingen op oppervlaktewater. Ook verstrekt het waterschap ontheffingen/vergunningen voor activiteiten in en nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt het waterschap het onderhoud van A-watergangen en draagt zorg voor het zuiveren van afvalwater. Het beleid en de regelgeving van het waterschap is beschreven in:  Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen';  Nota riolering 'Samen door één buis' (2019) en;  Keur voor waterkeringen en wateren; Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit.

Gemeente Beuningen Het beleid van gemeente Beuningen is verwoord in het Verordening afvoer hemel- en grondwater 2023. Er wordt geen hemelwater vanaf nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden. Als de totale omvang van het oppervlak 500 m2 of meer is, is de minimale vereiste bergingscapaciteit van de hemelwaterberging 43,6 l per m2 van verhard oppervlak op het perceel. Als er reeds compenserende waterberging is gerealiseerd op grond van de keur (tegenwoordig waterschap verordening) van het Waterschap, dient de minimale capaciteit van de hemelwaterberging 10 l per m 2 verhard oppervlak te zijn. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 1 en 3 dagen na vulling weer voor 90% beschikbaar is, tenzij het opgevangen hemelwater bestemd is voor hergebruik. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte. De beheerder kan een ontheffing verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. 4.8.2

Beschrijving watersysteem

In het kader van het planvoornemen is een waterhuishoudkundig onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 9 bij de toelichting gevoegd. Maaiveld Op basis van het hoogtebestand ligt het maaiveld ter plaatse van het plangebied iets hoger dan de directe omgeving. Het plangebied ligt op ongeveer +8,3 m NAP, het oostelijk gelegen Thorbeckeplein en de westelijk gelegen Wilhelminalaan op +8,1 m NAP. Bodemopbouw De bodem bestaat uit complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Onder de complexe eenheid is een watervoerend pakket aanwezig tot -13,7 m NAP. Uit het in de omgeving uitgevoerde geologisch onderzoek blijkt een kleilaag aanwezig te zijn tot 1,4 à 2,5 m -mv. Hieronder is waarschijnlijk een grove zandlaag aanwezig. Grondwater Op basis van het landelijk hydrologisch model wordt een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 1,0 m -mv verwacht, en een gemiddeld laagste grondwaterstand van 2,0 m -mv. Binnen het plangebied betekent dit een fluctuatie van +7,1 à +6,1 m NAP betekenen.

32

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Aangezien Beuningen nabij de Waal ligt, heeft de waterstand in de rivier invloed op het watervoerend pakket. Afhankelijk van de waterstand in de Waal is sprake van kwel of inzijging. Oppervlaktewater Het plangebied bevindt zich in peilgebied BLM001, waar een vast peil van +7,3 geldt. In de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Op enige afstand zijn wel meerdere oppervlakkige sloten aanwezig. Bijna twee kilometer noordelijk van het plangebied stroomt de Waal. 4.8.3

Doorvertaling bestemmingsplan

Hemelwaterafvoer In de toekomstige situatie is de verharde oppervlakte 2.389 m2. Dat betekent dat in bergingsvoorzieningen (2.389 m2 * 0,0436 m3/m2) 104 m3 hemelwaterberging moet worden gerealiseerd. Alternatieve ondergrondse hemelwaterberging kan gerealiseerd worden door plaatsing van infiltratiekratten en/of aanleg van een breed hemelwaterriool onder de parkeerplaatsen. Voor de oppervlakte van een ondergrondse hemelwaterberging in de vorm van kratten dient rekening te worden gehouden met een oppervlakte van minimaal 260 m2. Deze oppervlakte kan verspreid over het plangebied worden gerealiseerd. Dit oppervlak is gebaseerd op een diepte van de voorzieningen van 0,4 m. De grondwaterstand (GHG) wordt geschat op 0,9 m -mv, waardoor met deze diepte van de voorzieningen wordt aangenomen dat er sprake is van voldoende gronddekking en ruimte voor berging en (beperkte) infiltratie zonder dat het grondwater de voorzieningen bereikt. De verharding kan op basis van bovenstaande invulling afwateren via de ondergrondse hemelwaterberging op het aanwezige gemeentelijke rioolstelsel. Het vuilwater en hemelwater worden gescheiden aangeboden aan het gemeentelijk rioolstelsel.

Daarnaast is het gebouw voorzien van een groendak, dat ook beperkt hemelwater kan bergen, waarbij afhankelijk van de weersomstandigheden een beperkt tot verwaarloosbaar deel van het regenwater verdwijnt door verdamping/verbruik door de beplanting. Er vindt hier geen infiltratie plaats. Op basis van de benodigde hemelwaterberging kan deze voorziening als een aanvullende oplossing worden overwogen. Wateroverlast Nabij het plangebied bevindt zich geen oppervlaktewater. Verder bevindt de locatie zich in verstedelijkt gebied. Omdat aangesloten wordt op omliggend peil en er geen oppervlaktewater nabij is, is de drooglegging voor deze locatie niet relevant. Omdat op de locatie heden geen problemen worden ervaren met grondwater, wordt aangenomen dat de ontwatering geen probleem is voor de locatie. Vuilwater De verwachte hoeveelheid vuilwaterafvoer neemt naar verwachting toe. Bij de rioolbeheerder dient nagegaan te worden of hier voldoende capaciteit voor is. Conclusie De herontwikkeling van het plangebied heeft beperkte invloed op de hemelwaterafvoer binnen het gebied. Door het aanleggen van een ondergrondse bergingsvoorziening rond het winkelpand wordt dit gecompenseerd. Deze kan vervolgens vertraagd afwateren op het aanwezige rioolstelsel. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

33

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving

De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb.

Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

34

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Soortenbescherming Ter plaatse van het plangebied is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 10 bij de toelichting gevoegd. Wegens de aanwezigheid van openingen in de bestaande gebouwen binnen het plangebied is het niet uit te sluiten dat de bebouwing gebruikt wordt door vleermuizen die in bebouwing leven. Gebaseerd op de bekende verspreidingsgegevens, de ligging van de plangebied en de type bebouwing is potentie voor verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Daarnaast zijn tijdens het veldbezoek huismussen waargenomen binnen het plangebied en zijn er openingen aangetroffen waar de huismus mogelijk in kan nestelen. Het voorkomen van nestlocaties van huismus binnen het plangebied kan daarom niet worden uitgesloten. Tevens zijn de omliggende groenstroken geschikt foerageergebied voor de huismus. Van aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus is derhalve mogelijk sprake. Naar aanleiding van de bevindingen uit de quickscan is een aanvullend onderzoek naar huismussen en vleermuizen uitgevoerd. Dit onderzoek is Bijlage 11 al bij de toelichting gevoegd. Tijdens dit onderzoek is vastgesteld dat in het plangebied één nest van huismussen aanwezig is. Dit nest wordt bij de sloop van de bestaande bebouwing weggenomen.

Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. Er dient ten aanzien van huismus een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voorhanden te zijn alvorens de bebouwing met huismusnest gesloopt kunnen worden. Ten aanzien van vleermuizen heeft het aanvullend onderzoek aangetoond dat enkele bebouwing in het plangebied een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Hetgeen eveneens zal worden weggenomen, als deze bebouwing ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling wordt gesloopt. Daarnaast maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voorhanden te zijn alvorens de bebouwing met vleermuisverblijfplaatsen gesloopt kunnen worden. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is een mitigatieplan opgesteld. De provincie heeft besloten de aangevraagde omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verlenen. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', circa 1,7 km ten noorden van het plangebied. Vanwege de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Ten aanzien van de stikstofdepositie is via de AERIUS calculator vastgesteld of er sprake is van een melding- of vergunningplicht. Dit stikstofdepositieonderzoek is als Bijlage 12 bij de toelichting opgenomen. De aanlegfase zal naar schatting 2 jaar duren. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zowel in de aanlegfase, als de gebruiksfase niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden dus geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Het project is daarmee in het kader van stikstofdepositie niet aan te merken als een Natura 2000-activiteit. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor het plan. Houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.

Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

35

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

4.10

Archeologie & cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.

Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussengelegen periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente. 4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Op 19 april 2022 zijn de nieuwe archeologische beleidskaarten en een wijziging van het vrijstellingsbeleid vastgesteld. De geactualiseerd archeologische beleidskaart is een beleidsmatige uitwerking van de geactualiseerde archeologische vindplaatsen- en verwachtingenkaart. De actualisatie van het archeologisch verwachtingsmodel heeft vooral betrekking op:  Het uiterwaardengebied  De historische erven en dijken (evenals woonheuvels en oude woongronden)  Het laatpleistocene en vroegholocene landschap dat later in het holoceen afgedekt is geraakt met (met name) komklei  Actualisatie van de ligging van stroomgordels en crevassen  Archeologische waarden en verwachtingen voor watergebieden Onderstaand de uitsnede van de beleidskaart.

Ter plaatse van het plangebied geldt volgende aanduiding:  Waarde-Archeologie 2: waardevolle archeologische terreinen, historische dorpskern, oude woongronden, huisterpen en overige terreinen van archeologisch belang

36

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Uitsnede archeologische beleidskaart 2022, met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) Onderdeel van het vaststellingsbesluit van het archeologische beleid is om het geheel te borgen in een bestemmingsplan. Dit heeft plaatsgevonden door de vaststelling van het 'Parapluplan Archeologie'. Op basis van dit parapluplan is het gehele plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' en is archeologisch onderzoek benodigd bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 m. Zodoende is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als Bijlage 13 bij de toelichting gevoegd. In het plangebied is op basis van het archeologisch onderzoek een hoge verwachting voor de periodes IJzertijd-Nieuwe Tijd vastgesteld. Aangezien niet bekend is tot hoe diep de bodem onder de bestaande bebouwing verstoord is, geldt deze verwachting ook voor de reeds bebouwde delen van het plangebied. Aangezien bij de toekomstige werkzaamheden bodemingrepen tot minimaal 50 cm -Mv plaatsvinden en archeologische resten vanaf 10-35 cm -Mv aangetroffen kunnen worden, wordt geadviseerd een vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Dit onderzoek kan het beste uitgevoerd worden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek na de bovengrondse sloop van de huidige bebouwing.

Aan de hand van de resultaten van deze proefsleuven kan erna besloten worden de ondergrondse sloop van de bebouwing (funderingen) onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden. Voor een dergelijk gravend onderzoek dient op voorhand van de werkzaamheden een Programma van Eisen te worden opgesteld (PvE) dat door de bevoegde overheid (gemeente Beuningen) getoetst en akkoord bevonden moet zijn. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijft de huidige archeologische dubbelbestemming gehandhaafd. Cultuurhistorie Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische kenmerkenkaart is het plangebied onderdeel van het gebied dat is aangeduid als 'oud cultuurland (Vroege Middeleeuwen)'. Het plangebied bevat geen specifiek benoemde cultuurhistorisch vlakken of cultuurhistorisch waardevol plekken, voor dit gebied. 4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, mits na sloop van de bestaande bebouwing aanvullend archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

37

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan Langs de Wilhelminalaan is een rioolpersleiding gelegen van het waterschap die deels in het plangebied gelegen is en zodoende is bestemd als 'Leiding - Riool'. In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen andere hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, gas of brandstof gelegen, die in het kader van dit bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones dienen te worden opgenomen.

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

38

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

De voorgenomen activiteiten in dit bestemmingsplan betreft de realisatie van een supermarkt met een bebouwd oppervlak van circa 1.250 m2 en 17 wooneenheden. De vloeroppervlakte van de supermarkt en het aantal wooneenheden valt ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

39

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht. 5.1.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 5.1.2

Bestemmingsregels

Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In de bestemmingsregeling is in bepaalde situaties expliciet aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

40

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

5.1.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergeschikte bouwdelen en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent parkeren. Algemene aanduidingsregels Deze bepaling is ter signalering een attentiegebieden. Een attentiegebieden is een gebied waarvan er indicaties zijn dat de desbetreffende waarde archeologie mogelijk naar boven of beneden kunnen worden bijgesteld. 5.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2

Bestemmingen

Het bestemmingsplan kent de volgende (dubbel)bestemmingen: Centrum De beoogde supermarkt en wooneenheden binnen het plangebied zijn bestemd als 'Centrum'. De flexibiliteit binnen deze bestemming is erin gelegen dat meerdere functies naast elkaar zijn toegestaan, welke ook onderling uitwisselbaar zijn. Zo is naast detailhandel ook wonen op de verdieping(en) toegestaan. In de bouwregels is opgenomen dat het gebouw uitsluitend is toegestaan binnen het bouwvlak. In het bouwvlak is per bouwvlakdeel de maximale goot- en/of bouwhoogte aangegeven. Groen Deze bestemming is bestemd voor groen en bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, kunstwerken, voet- en fietspaden e.d. Binnen de bestemming mogen uitsluitend gebouwen van openbaar nut (uitsluitend binnen een bouwvlak) en andere bouwwerken worden gebouwd, zoals speeltoestellen, prullenbakken, wegwijzers, banken en degelijke. Leiding - Riool (dubbelbestemming) Binnen het plangebied bevindt zich een rioolpersleiding van het waterschap, die is bestemd als 'Leiding - Riool'. Binnen deze dubbelbestemming is het bouwen van gebouwen uitsluitend toegestaan indien hiervoor een binnenplanse omgevingsvergunning is verleend.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

41

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Waarde - Archeologie 2 (dubbelbestemming) De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. 'Waarde - Archeologie 2' geldt voor waardevolle archeologische terreinen, historische dorpskernen, oude woongronden, huisterpen en overige terreinen van archeologisch belang. Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden.

42

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro):  de bouw van één of meer woningen;  de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen;  de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m² of met één of meer woningen;  de verbouwing van één of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m² bedraagt;  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Alle kosten die gemaakt moet worden voor het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.

6.2

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de volgende partijen:  Provincie Gelderland;  Waterschap Rivierenland;  Veiligheidsregio/brandweer.

6.3

Maatschappelijke haalbaarheid

Inspraak De omwonenden zijn middels een omgevingsdialoog geïnformeerd over de plannen. Direct omwonenden zijn op 21 juni 2023 uitgenodigd voor een informatieavond in het buurthuis De Leghe Polder. Op 4 april is een tweede informatiebijeenkomst georganiseerd in de raadszaal van het gemeentehuis. Op 19 december is een extra informatiebijeenkomst georganiseerd om de aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen ten opzichte van ontwerpplan toe te lichten en te bespreken. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ´Wilhelminalaan 41-45 Beuningen' heeft van 20 december 2023 tot en met 30 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze inzagetermijn kon iedereen een zienswijze ten aanzien van het plan naar voren brengen. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn 11 zienswijzen binnengekomen. Deze zienswijzen zijn in de Nota van Zienswijzen, in Bijlage 14 bij de toelichting, van een gemeentelijke reactie voorzien. Tevens zijn hierin de ambtshalve aanpassingen inzichtelijk gemaakt.

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

43

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlagen bij toelichting

44

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 1

Planvoornemen

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

45

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 2

46

Ladderonderbouwing

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 3

Quickscan winkelstructuur Beuningen-Centrum

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

47

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 4

48

Notitie parkeren, verkeersveiligheid en doorstroming

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

49

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 6

50

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek industrielawaai

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

51

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 8

52

Cumulatieberekening

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 9

Waterhuishoudkundig onderzoek

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

53

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 10

54

Quickscan Wet natuurbescherming

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 11

Aanvullend ecologisch onderzoek

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

55

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 12

56

Stikstofdepositieonderzoek

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 13

Archeologisch onderzoek

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

57

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Bijlage 14

58

Nota van Zienswijzen

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

59

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Regels

60

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen met identificatienummer NL.IMRO.0209.BPWilhelmnl4145Beu-vadf van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 archeologisch onderzoek onder archeologisch onderzoek wordt verstaan het verrichten van een archeologisch onderzoek, in de zin van de KNA. Een archeologisch onderzoek mag enkel worden verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet of een certificaat ex artikel 5.1 Erfgoedwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 1.6 archeologische waarden waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk in de bodem bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 bestaand  t.a.v.

bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;  t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 1.9 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.10 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.12 begane grondbouwlaag de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.13 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.14 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheidt; 1.15 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" (definitief)

61

bestemmingsplan Wilhelminalaan 41-45 Beuningen

1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwlaag een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.22 bouwwijze de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, te weten vrijstaand, twee-aaneen, aaneengebouwd of gestapeld, waarbij: a. onder 'vrijstaand' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen; b. onder 'twee-aaneen' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=8e7fb479-5c30-41e3-b57a-335122b80c95