CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01: Toelichting Bestemmingsplan Klaphekstraat ongenummerd. kad. nr. 2439 Ewijk

Raadsvergadering 30 januari 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Klaphekstraat ongenummerd21.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend planologisch regime 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 8

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal (landelijk) beleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

14 14 15 16 23

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Stikstofdepositie 4.4 Geluid 4.5 Milieuzonering 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geur 4.8 Externe veiligheid 4.9 Waterhuishouding 4.10 Ecologie 4.11 Archeologie & cultuurhistorie 4.12 Leidingen 4.13 Vormvrije MER-beoordeling

24 24 24 26 26 28 29 30 31 33 36 38 40 40

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen

42 42 43

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Maatschappelijke haalbaarheid

44 44 44 44

Bijlagen toelichting

46

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

47

Bijlage 2

Bodemonderzoek

48

Bijlage 3

Stikstof onderzoek

49

Bijlage 4

Quickscan ecologie

50

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

51

Bijlage 6

Selectiebesluit gemeente Beuningen

52

Bijlage 7

Nota van Zienswijzen

53

2

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Regels

54

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

55 55 58

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Groen - Landelijk groen Wonen Waterstaat - Waterlopen

59 59 60 65

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels algemene wijzigingsregels

66 66 66 67 68

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

69 69 69

Bijlagen bij regels

71

Bijlage 1

Beeldkwaliteitplan

72

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing

73

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

3

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

4

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Toelichting

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

5

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op 12 september 2017 is een verzoek ingediend voor woningbouw op een perceel gelegen aan de Klaphekstraat, omgeving van nr. 27 te Ewijk, plaatselijk bekend als kadastraal object E 2439. Om organische groei rond de kern van Ewijk en in het buitengebied te borgen is dit verzoek destijds op de wachtlijst voor woningbouw in de linten van Ewijk gezet. Met het collegebesluit van 24 maart 2020 is de wachtlijst voor woningbouw in de linten van Ewijk vervallen waarna in april 2020 een principeverzoek voor medewerking aan herziening van het bestemmingsplan is ingediend. Op 14 juli 2020 heeft het college besloten principemedewerking te verlenen aan het realiseren van een burgerwoning op het perceel aan de Klaphekstraat ong. in Ewijk, kadastraal bekend als sectie E nr. 2439. Uitgangspunten hierbij zijn de beleidsstukken toetsingskader 'Historische Linten Ewijk', zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 16 april 2019, en de regeling 'Spelregels particuliere verzoeken Linten Ewijk' zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 1 juni 2019. Om de beoogde woningbouw op het perceel te realiseren dient het vigerende bestemmingsplan te worden herzien.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Klaphekstraat, in de randzone van de kern Ewijk, ten zuiden van de kern Ewijk. Het plangebied maakt deel uit van het perceel kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie E, nr. 2439 en heeft thans een totale oppervlakte van circa 4.315 m2. Deze 4.315 m2 omvat tevens de ontsluitingsweg van de woningen Klaphekstraat 27, 27a, 27b en 27c. Deze weg maakt geen deel uit van het plangebied. Het plangebied heeft daardoor een oppervlakte van circa 4.035 m2. De mogelijkheid bestaat tevens dat uit dit perceel door middel van kadastrale splitsing een nieuw perceel (groot circa 1.200 m2) zal ontstaan waarop de woning zal worden gerealiseerd. Hiervoor wordt verder verwezen naar de illustratie van landschappelijke inpassing. De hierna volgende verbeelding laat zien hoe perceel E 2439 thans is gesitueerd (perceel E 2439 is lichtbruin ingekleurd).

Uitsnede kadastrale kaart perceel E 2439, bron: www.kadaster.nl

6

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Op de blauw gearceerde percelen (Klaphekstraat 27 a t/m c) bevonden zich voorheen enkele oude boerenschuren welke zijn afgebroken, en waarvoor in de plaats 3 vrijstaande woningen zijn gebouwd. Voor deze percelen is een artikel 19 WRO-vrijstelling verleend waardoor een ontwikkelingsgerichte bestemmingsregeling kon worden opgenomen als onderdeel van de Beheersverordening Randzone Ewijk (woongebied). Het paars gearceerde perceel (E 1602) is thans eveneens nog onbebouwd. Dit perceel maakt net als perceel E 2439 deel uit van de Historische Linten Ewijk. Op de grijs gearceerde percelen (gemeente eigendom) zal in de toekomst een fietsroute worden gerealiseerd, welke tenminste zorgdraagt voor een fietsverbinding tussen de nieuwbouwwijk Keizershoeve en de kern van Ewijk. Op hierna volgende verbeeldingen wordt de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de kern Ewijk.

Ligging plangebied ten opzichte van kern Ewijk (rode marker, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de aangrenzende percelen.

Begrenzing plangebied in rode omkadering, bron: luchtfoto www.pdok.nl)

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

7

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Het plangebied wordt begrensd door: » Noordzijde: een C-watergang met daarachter perceel E 1767 waar een fietsroute is gepland; » Oostzijde: een A-watergang (ged.onderh.) met daarachter perceel E 2607 (woongebied); » Zuidzijde: percelen van Klaphekstraat 27b en 27c, en perceel E 2440; » Westzijde: de Klaphekstraat en perceel E 1602 waar ook de ontwikkeling van één woning is gepland.

1.3

Geldend planologisch regime

Het plangebied is gelegen in de beheersverordening 'Randzone Ewijk', zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 3 juni 2013 (Beheersverordening Randzone Ewijk, imro identificatie NL.IMRO.0209.BVrandzoneEwijk-vadf). Het plangebied heeft hierin de bestemming 'Agrarisch en is tevens voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2 (zie afbeelding hierna). Om de beoogde woningbouw op het perceel te realiseren dient het vigerende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied te worden herzien. Uitsnede van de illustratie bij de Beheersverordening Randzone Ewijk waarop zichtbaar is dat het plangebied thans de bestemming agrarisch heeft.

Globale plangebied rood omkaderd, bron: www.ruimtelijkeplannen. nl

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: » Hoofdstuk 1: In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. » Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. » Hoofdstuk 3: In dit hoofdstuk wordt het beleidskader uiteengezet. » Hoofdstuk 4: In dit hoofdstuk worden de milieuaspecten uiteengezet. » Hoofdstuk 5: In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. » Hoofdstuk 6: Hoofdstuk 6 gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Huidige situatie

Onderstaande verbeelding laat de bestaande situatie in en om het plangebied zien.

Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl Legenda: ^s met rood omkaderd de locatie plangebied Klaphekstraat ongebouwd, sectie E nr. 2439 te Ewijk. De blauwe en zwarte markering betreft de omkadering van omliggende plangebieden (onder andere de Beheersverordening Randzone Ewijk en het Parapluplan Parkeren.) De hierna volgende foto's geven een impressie van de huidige toestand van het plangebied:

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

9

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Op de foto's is de begrenzing van het plangebied met onder andere woningen, een watergang, enkele braakliggende percelen, en nieuwbouwwijk Keizershoeve II zichtbaar. Het plangebied is thans in gebruik als weiland.

10

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

2.2

Toekomstige situatie

De gemeente heeft bij het toetsingskader Historische Linten Ewijk een proefverkaveling gemaakt, waarin de verdichting van het lint is weergegeven. Deze proefverkaveling is een voorstel voor de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijke inrichting van het plangebied. Het volgen van de onderstaande proefverkaveling uit het toetsingskader wordt door de gemeente wenselijk bevonden.

Proefverkaveling (globale begrenzing plangebied rood omkaderd) bron: toetsingskader Historische Linten Ewijk Het stedenbouwkundig plan in deze proefverkaveling toont één vrijstaande woning haaks georiënteerd op de Klaphekstraat en gesitueerd tussen een bestaande woning (Klaphekstraat 27c) en de nog te realiseren vrijstaande woning op perceel E 1602. Dit bestemmingsplan biedt, naast deze positionering, ook de mogelijkheid om de woning parallel aan de Klaphekstraat te realiseren. Deze flexibiliteit is passend in de geest van deze lintenvisie, waarin ook wordt gesteld dat de woningen langs de linten een afwisseling in positionering en oriëntatie kennen. Deze organische ontwikkeling is kenmerkend voor de linten rond Ewijk en zorgt voor een afwisselend beeld. Ook langs de Klaphekstraat is deze afwisseling (geen dwingende ordening) aanwezig. Nagenoeg alle woningen kennen een oriëntatie op het lint. Soms ligt de entree direct aan het lint, soms aan het erf. De rooilijn ligt in de meeste gevallen evenwijdig aan de weg, waarbij de afstand tot de weg variabel is. Door deze verspringing ontstaat een speels en open karakter. De bebouwing langs de linten heeft een overwegend landelijk en dorps karakter. De wegen zijn vaak bochtig en hebben in veel gevallen aan beide zijden laanbeplanting. De oorspronkelijke boerderijen liggen vaak met hun kopse gevel naar de weg toe gericht.

De schuren staan vaak in het verlengde hiervan. De latere woonbebouwing staat vaak juist met de lange gevel naar de weg. Dit samenspel van oud en nieuw bepaald de huidige, ruimtelijke rijkdom van de linten. In de navolgende uitsnede van de contramal uit het toetsingskader is middels de oranje arcering te zien dat het plangebied is toegevoegd als nieuwe verdikking van het lint, incl. ruimte voor ontsluiting. De bouw van een woning op dit perceel past daarmee binnen het toetsingskader Historische Linten Ewijk.

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

11

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

bron: toetsingskader Historische Linten Ewijk In aansluiting op het eerder genoemde toetsingskader is ten westen van de nieuw te realiseren woning sprake van een groene kamer. Dit betreft een open ruimte aan de voorzijde van het perceel voor de (nog te realiseren) woning. De linker uitvergroting van het plangebied laat zien dat het bouwvlak op het perceel dient te worden gesitueerd binnen het rood omkaderde gebied, en dat het gebied aan de oost- en westzijde van het rood omkaderde gebied 'groen' dient te blijven. De rechter uitvergroting toont de gewenste groene kamer op het westelijk gelegen deel van het perceel, de groene omkadering van het te bebouwen perceel en de witte zone op het oostelijke gedeelte van het perceel die eveneens groen dient te blijven.

Plangebied met rood omkaderd, bron: toetsingskader Historische Linten Ewijk Binnen het toetsingskader zijn diverse verkavelingsmogelijkheden toegestaan. Er zijn mogelijkheden voor verspringende rooilijnen naast het basiserf met groene kamer, verspringende rooilijn direct aan het lint, tweedelijns bebouwing of zelfs derdelijns bebouwing. Vanwege de groene kamer op het perceel is een verspringende rooilijn direct aan het lint niet mogelijk. De situering van het bouwvlak tussen de erven Klaphekstraat 27b en 27c en perceel E 1602 zorgt voor een compacte bebouwing waardoor zoveel mogelijk lucht en groen in het plan behouden blijft. Blijkens het toetsingskader heeft het hoofdvolume van de woningen in principe een rechthoekige, langgerekte vorm met een kap met nok in de langsrichting. Het hoofdvolume van een woning is ten minste 15 meter lang, zodat de rechthoekige vorm die we veel in dit gebied tegenkomen gewaarborgd wordt. Een minimale lengte van het hoofdgebouw van 15 meter zorgt voor behoud van gelijkenis te houden met de bestaande lintwoningen die over het algemeen langgerekt en volumineus zijn. Aan de Historische Linten van Ewijk vinden we van oorsprong woningen met een volume dat groter is dan een gemiddeld woonhuis.

12

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

De nok kan zowel dwars als parallel aan het lint liggen. De woningen kappen bij voorkeur laag aan. Uitzondering hierop is het type van de herenboerderij of T-boerderij waarbij een hogere goothoogte is toegestaan. Bij voorkeur onderscheiden naastgelegen woningen (en opstallen) zich van elkaar door middel van goothoogte, nokhoogte en kapvorm. Bijgebouwen en opstallen zijn altijd voorzien van een kap. Deze gebouwen kappen laag aan, waarbij de goothoogte maximaal 3 meter hoog is, maar bij voorkeur lager. Een bijgebouw is in de regel ondergeschikt aan de hoofdwoning en wordt bij voorkeur nabij de woning geplaatst, aan de erfverharding. Het gewenste eindbeeld vraagt om een zekere mate van flexibiliteit en diversiteit bij de nadere uitwerking van de architectuur. Landschappelijk inpassing plangebied Wat betreft de landschappelijke inpassing komt de ontsluiting van het plangebied aan de westzijde van het perceel, rekening houdend met de bestaande fruitbomen in de berm langs de Klaphekstraat. De inrit wordt zodoende minder dan 5 m breed. Als erfafscheiding zal een haag worden gerealiseerd bestaande uit gebiedseigen soort(en). Voor het overige betreft het een siertuin, naar wens door de bewoners in te richten. Voor de terreinverharding bij de nieuwe woning zal voornamelijk gebruik gemaakt worden van traditionele gebakken stenen.

Bij de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de groene kamer aan de westzijde van het perceel en de groene afscherming aan de oostzijde van het perceel zoals in de lintenvisie aangegeven. Op deze wijze blijft er voldoende landschappelijk buffer met percelen met een agrarische inrichting rond de watergang. Dit is ook van belang richting de fiets en wandelroutes in deze hoek Onderstaande verbeelding illustreert de beoogde situering en de landschappelijke inpassing van de nieuw te bouwen woning:

Fruitboom verwijderen i.v.m. inrit (hiervoor moeten 2 fruitbomen terug komen)

Inrit vanaf noordzijde perceel Woning en bijgebouw aan erf

afm. bouwvlak 22xl5m Haag, hoogte: max. 150 cm, breedte: min. 75 cm

Gebiedseigen soort(en): bijv. (mix van) beukhoag (Fagus sylvatica), veldesdoorn (Acer campestre) en/of meidoorn (Crataegus monogyna) Nieuwe fruitbomen ter vervanging van verwijderde fruitboom Groene kamer met bloemrijk grasland en fruitbomen Groene kamers met bloemrijk grasland, (fruit)bomen

*bomen, heesters en hagen in inheemse soorten toepassen Naam: Datum: Schaal:

Landschappelijke inpassing 5 oktober 2023 1:500 (A3)

Landschappelijke inpassing van het plangebied

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

13

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal (landelijk) beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: » Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; » De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; » Steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; » Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Teneinde zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren, acht het kabinet het van belang dat provincies en gemeenten de benutting van ruimte motiveren in alle categorieën ruimtelijke besluiten. Daartoe is in artikel 3.1.6 van het Bro een lid ingevoegd, op grond waarvan overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen standaard dienen te motiveren met behulp van een drietal opeenvolgende stappen. In de toelichting bij een bestemmingsplan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: 1. beoordeling door betrokken overheden of beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale en gemeentelijke behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen; 2. indien er een vraag is aangetoond, beoordeling door betrokken overheden of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten;

14

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

3. indien herstructurering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied onvoldoende mogelijkheden biedt, beoordelen betrokken overheden of de ontwikkeling zo kan worden gerealiseerd dat deze passend multimodaal ontsloten is of als zodanig wordt ontwikkeld. Planspecifiek Beoogde ontwikkeling betreft hier de realisatie van maximaal 1 burgerwoning. Blijkens jurisprudentie is sprake van stedelijke ontwikkeling bij een ontwikkeling van 12 woningen of meer. Dit houdt in dat toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is. Desondanks kan worden gesteld dat de beoogde ontwikkeling voorziet in een concrete behoefte aan woningbouwlocaties.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Algemeen

Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023)' hebben de Provinciale Staten op 21 december 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.2

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De Omgevingsvisie gaat over 'Gaaf Gelderland'. Gaaf gaat in deze context over mooi en ongeschonden, maar ook over vernieuwend. De essentie is dat Gelderland moet worden beschermd en tegelijk ook moet worden ontwikkeld. Dit alles bezien in grote grensoverschrijdende thema's zoals klimaatverandering, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering, energievraagstukken, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, uitputting van grondstoffen en verdere verstedelijking in combinatie met krimp. Deze uitdagingen vragen om antwoorden waar we inwoners, overheden, bedrijven en organisaties allemaal voor nodig hebben. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland wordt de gezamenlijke horizon beschreven: een gedeeld vergezicht. De provincie Gelderland streeft naar een gezonde, veilige, schone en welvarende provincie. Door bij de uitoefening van taken focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities -op het terrein van energietransitie, klimaatadaptie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat- wordt hier richting aan gegeven. En door vier 'spelregels' of 'doe-principes' -doen, laten, zelf en samen- wordt hier werking aan gegeven. Tezamen vormt dit het kader waar binnen wordt gewerkt en afwegingen worden gemaakt.

Voor een goede leefbaarheid in Gelderland is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Hierbij zijn onder andere goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden.

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

15

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn op dit moment verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de inwoners van de provincie Gelderland Planspecifiek De realisatie van een woning op het plangebied past binnen de Omgevingsvisie van de Provincie Gelderland. Het plangebied is gelegen in de randzone van Ewijk en ligt in de bebouwde kom. Conform vigerende wetgeving wordt de nieuw te bouwen woning zonder aardgasaansluiting gebouwd. Er zijn verder geen specifieke voorwaarden uit de Omgevingsvisie van toepassing op de beoogde ontwikkeling.

3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 2.2 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. In de toelichting wordt hierbij aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een ruimtelijk plan worden opgenomen; dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd.

De beoogde ontwikkeling past zowel binnen de woonvisie alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (en daarmee binnen de sub-regionale woonagenda). Daarmee is het plan passend binnen de omgevingsverordening.

3.2.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen in de randzone van Ewijk en maakt deel uit van de zogenaamde 'historische linten van Ewijk'. Dit is voor Ewijk een waardevol gebied met unieke kenmerken waarvan het karakter door verdichting (woningbouw) in stand moet worden gehouden, en waar mogelijk zelfs versterkt. Om de ontwikkeling van woningbouw in dit gebied mogelijk te maken, met behoud van het karakter, is een kader waaraan de bouwinitiatieven kunnen worden getoetst van cruciaal belang. In de gemeente Beuningen zijn de afgelopen jaren reeds verschillende visies opgesteld, waarin voorstellen zijn gedaan voor de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkeling van de gemeente. Omdat voor een aantal deelgebieden nog geen ruimtelijk plan was gemaakt heeft de gemeente Beuningen op 8

16

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

mei 2012 de Structuurvisie gemeente Beuningen vastgesteld. Echter, door toenemende vraag naar realisatie van woningbouw aan de historische linten van Ewijk ontstond er tevens behoefte aan een afwegingskader waarbinnen deze vraag kon worden getoetst. In navolging op de ontstane behoefte aan een geschikt kwalitatief afwegingskader is op 16 april 2019 het toetsingskader 'Historische Linten Ewijk' vastgesteld. Daaropvolgend heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Beuningen op 1 juni 2019 de regeling 'Spelregels particuliere verzoeken Linten Ewijk' vastgesteld.

3.3.2

Structuurvisie Gemeente Beuningen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een belangrijke plaats ingeruimd voor de (ruimtelijke) structuurvisie. De structuurvisie is een ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter. Het bevat integrale keuzen voor de hoofdlijnen van het gemeentelijk ruimtelijk beleid voor de komende jaren en wordt ingezet als onderdeel van een ruimtelijke onderbouwing voor bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en voorbereidingsbesluiten. De Structuurvisie Gemeente Beuningen beschrijft de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor de komende tien tot twintig jaar en biedt een kader voor toekomstige initiatieven. In de visie staan het behoud van de bestaande kwaliteit en vitaliteit van de kernen, het zuinig omgaan met het buitengebied en de verbondenheid met de regio centraal. Het motto van de structuurvisie is 'Groen en dynamisch'. 'Groen' vanwege de ligging van de gemeente in een divers buitengebied, zoals de Waal en haar uiterwaarden, het oeverwallengebied, de open komgronden en de waterplassen. 'Dynamisch' omdat Beuningen een ontwikkelgemeente is. Een gemeente die niet stil staat, maar juist vooruit denkt en initiatief neemt. In essentie is het ruimtelijk beleid er op gericht om ruimte te geven aan dynamiek, waarbij de groene kwaliteiten van het gebied gerespecteerd en deze waar dat kan versterkt worden.

In de structuurvisie wordt het motto 'Groen en dynamisch' verder uitgewerkt via zes kernambities: I. Beuningen: groene flank van de stadsregio; II. Beuningen woongemeente: gedoseerde groei, oog voor kwaliteit; III. Versterken en verbinden van landschappen; IV. Ruimte voor water en recreatie; V. Toekomstgerichte basisvoorzieningen in elke kern; VI. Doorstroming én oversteekbaarheid Van Heemstraweg. De tweede ambitie heeft betrekking op onder andere de groei van het aantal woningen, en is voor dit bestemmingsplan de meest relevante. Beuningen wil zich, binnen de regio, onderscheiden als woongemeente in een sterke groene setting. Het streven is tweeledig. Enerzijds gaat de gemeente voor een gedoseerde groei van het aantal woningen, waarbij gedifferentieerd wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen (senioren, starters, kleine huishoudens). De gemeente biedt een gevarieerd aanbod aan woonmilieus: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Elke kern heeft een eigen karakter en de sociale structuur binnen de kern is een groot goed. Hiermee voegt Beuningen echt iets toe aan het regionale woningaanbod (vooral grootstedelijke milieus) en wordt geanticipeerd op de vraag uit de markt naar deze woonmilieus. De gemeente bouwt woningen om invulling te geven aan de eigen woningbehoefte. Anderzijds zet de gemeente in op de versterking van de kwaliteit van de bestaande bebouwing en omgeving.

Binnen de plancapaciteit die Beuningen nu heeft, maakt de gemeente keuzes op basis van kwaliteit en geld. Sommige ontwikkelingen worden in tijd naar achteren geschoven. De gemeente vindt het belangrijk dat er de komende jaren in iedere kern gebouwd wordt en dat daarbij sprake is van organische groei, passend bij de ontwikkeling van de kern. Geen grootschalige uitbreidingen, maar kleinschalige impulsen, passend bij de bestaande sfeer en identiteit. Daar waar mogelijk geeft de gemeente voorkeur aan inbreidingslocaties boven uitbreidingslocaties Linten Ewijk De Vordingstraat, de Klaphekstraat, de Hoogstraat en de Koningstraat zijn nog duidelijk herkenbaar als oude verbindingswegen. Deze historische linten bestaan uit een samenstelling van historische, vaak agrarisch getinte gebouwen, afgewisseld met onbebouwde ruimtes in gebruik als weide of boomgaard, en later tussengevoegde woonbebouwing (burgerwoningen), met name dichterbij de kern van Ewijk.

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

17

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Planspecifiek Het plangebied is gelegen in Ewijk aan de Klaphekstraat. De linten vormen de dragers van Ewijk. Historische linten dragen zowel de bestaande kern als de nieuwe ontwikkelingen. Om de nieuwe wijken te dragen worden nieuwe linten ontwikkeld. Om het karakter en kwaliteit van de historische linten te behouden en te versterken worden deze linten zoveel mogelijk ontzien van (auto)verkeersdruk. Voor de linten die liggen in het hart van het dorp (in het groene hart) wordt gekozen voor een beheerstrategie. Hier wordt niet nieuw gebouwd. Alleen vervangende nieuwbouw is hier mogelijk. Voor de historische linten buiten het Groene Hart is enige verdichting mogelijk. Tussen de bebouwingsclusters moet voldoende open ruimte en doorzicht aanwezig zijn. Blijkens de structuurvisie is enige verdichting van de historische linten buiten het Groene Hart van Ewijk mogelijk, mits voldoende open ruimte en doorzichten aanwezig zijn. Om hier nadere invulling aan te geven heeft de gemeente een specifiek toetsingskader opgesteld voor de bouw van een beperkt aantal extra woningen in de historische linten van Ewijk, rekening houdend met voldoende open ruimte en doorzichten. In de volgende paragraaf wordt dit nader uitgewerkt.

3.3.3

Toetsingskader Historische Linten Ewijk

In de vergadering van 19 december 2017 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om bouwen in de linten van Ewijk mogelijk te maken, waarbij de uitgangspunten door het college worden uitgewerkt in een toetsingskader. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit toetsingskader met spelregels op 16 april 2019 vastgesteld. Op basis van het toetsingskader zijn de bestaande en mogelijk toekomstige bouwinitiatieven nader uitgewerkt. Het gaat daarbij zowel om de stedenbouwkundige opzet, de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten alsmede de beeldkwaliteit. Het toetsingskader biedt een overzicht aan spelregels die dienen als leidraad voor bouwinitiatieven. Hiermee wil de gemeente duidelijk aanwezige kwaliteiten bewust conserveren en potentiele bouwers inspireren. Het toetsingskader is een inspiratiedocument dat laat zien hoe de linten ontwikkelt zouden kunnen worden. Het vastleggen als blauwdruk gaat voorbij aan het organische karakter en de spontaniteit en toevalligheid van de linten. Van nature hebben linten de eigenschap om te verdichten. In het geval van de historische linten van Ewijk wil de gemeente Beuningen het huidige kwalitatieve beeld als het ware "bevriezen". Dit doen ze door vast te stellen welke doorzichten vrij moeten blijven.

Het toetsingskader stelt de kaders waarbinnen ontwikkeld mag worden en geeft kwaliteitsdoelen voor ruimtelijke en architectonische ontwikkeling langs de linten. Planspecifiek Onderstaande verbeelding geeft de grenzen aan projectgebied Historische Linten Ewijk weer.

Plangebied is rood omkaderd, bron: Toetsingskader Historische Linten Ewijk

18

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Het doel van het toetsingskader is om het historische karakter en de kwaliteit van de linten zoveel mogelijk te bewaren en waarborgen door de bestaande bebouwing te handhaven, en verspreid aan het lint mogelijkheden te bieden voor nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen worden verspreid, waardoor de natuurlijke groei wordt doorgezet. Het toetsingskader biedt een overzicht aan spelregels die dienen als leidraad voor bouwinitiatieven. Hiermee wilt de gemeente Beuningen de duidelijk aanwezige kwaliteiten bewust conserveren en potentiële bouwers inspireren. Het gaat hier dus om een inspiratiedocument dat laat zien hoe de linten ontwikkelt zouden kunnen worden. Het vastleggen van de ontwikkelingsmogelijkheden als blauwdruk gaat namelijk voorbij aan het organische karakter en de spontaniteit en toevalligheid van de linten. Het doel van het toetsingskader is om het historische karakter en de kwaliteit van de linten zoveel mogelijk te bewaren en waarborgen door de bestaande bebouwing te handhaven, en verspreid aan het lint mogelijkheden te bieden voor nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen worden verspreid, waardoor de natuurlijke groei wordt doorgezet. Het toetsingskader biedt een overzicht aan spelregels die dienen als leidraad voor bouwinitiatieven. Hiermee wilt de gemeente Beuningen de duidelijk aanwezige kwaliteiten bewust conserveren en potentiële bouwers inspireren.

Het gaat hier dus om een inspiratiedocument dat laat zien hoe de linten ontwikkelt zouden kunnen worden. Het vastleggen van de ontwikkelingsmogelijkheden als blauwdruk gaat namelijk voorbij aan het organische karakter en de spontaniteit en toevalligheid van de linten. Planspecifiek Bij het uitwerking van dit bestemmingsplan is het beeldkwaliteitsplan gehanteerd wat gebaseerd is op het toetsingskader Historische Linten Ewijk en de reeds bestaande kwalitatieve kaders. Dit beeldkwaliteitsplan is als bijlage 1 bij de regels toegevoegd. Dit beeldkwaliteitsplan is reeds bij andere bestemmingsplannen in de linten van Ewijk opgenomen. In het toetsingskader Historische Linten Ewijk zijn belangrijke kenmerken aan het plangebied opgenomen, welke in acht dienen te worden genomen bij het ontwerpen van nieuwe bestemmingsplannen en daar aan gekoppelde beeldkwaliteitsplannen. Deze belangrijke kenmerken zijn onder andere: » Gevarieerde bebouwing waar de nodige gaten ("lucht") in zitten; » Behoud van belangrijke doorzichten (vista's) op het landschap en achterland; » Beperkt mogelijkheden voor verdichting; » Behoud van zogenaamde 'groene kamers', de afwisseling tussen bebouwing en "lucht"; » Behoud van bufferzones, gebieden die volledig leeg blijven en als overgang dienen tussen Ewijk en Beuningen, en de bedrijvigheid aan de Goudwerf.

Planspecifiek In het toetsingskader Historische Linten Ewijk is onderstaand plangebied opgenomen met de ruimtelijke strategie van de historische linten van Ewijk.

Plangebied rood omkaderd, bron: Toetsingskader Historische Linten Ewijk

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

19

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Over het besef van kwaliteit van de oude linten van Ewijk is geen discussie. Met het bevriezen van deze fase van de linten wil de gemeente de huidige kwaliteiten behouden; namelijk het spel tussen gevarieerde bebouwing en 'lucht', de doorzichten op het landschap. Hierbij zijn de huidige kenmerken uitgangspunt voor verdere ontwikkeling van het gebied. Er is ruimte voor enige verdichting, maar in beperkt mate. Om de kwaliteiten te kunnen behouden en tegelijkertijd ontwikkeling mogelijk te maken zijn de belangrijkste doorzichten op het achterland vastgelegd, de zogenaamde vista's. Deze vista's verankeren de linten met zijn omgeving door op een aantal plaatsen zicht te geven op het bestaande Ewijk, nieuw te ontwikkelen gebieden van Ewijk en het agrarische 'lege' achterland. Als contramal van de vista's is in de oude linten daarnaast ook een bepaalde 'dikte' van de verkaveling met bouwpercelen en boerenerven te zien. Achter deze verkaveling met de oorspronkelijke boerenerven en tal van bijbehorende gebouwen liggen de open velden. Deze dikte en de daarachterliggende openheid maken het karakter van het landelijke lint. Samen vormen deze zaken het groene raamwerk. Planspecifiek De onderstaande kaart is een contramal van het groene raamwerk rond de linten en de daarin vastgestelde kaders met betrekking tot het landschap en vista's.

Op de westelijke zijde van het plangebied is sprake van een kleine groene kamer:

Plangebied met rood omkaderd, bron: Toetsingskader Historische Linten Ewijk Tussen de vista's en binnen de gestelde dikte is ruimte voor bebouwing die een bijzondere compositie kent. Deze compositie ontleent zijn karakter direct aan de gebiedseigen ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken. In de huidige situatie is er vrij compact rondom bestaande boerderijen en erven gebouwd. Het effect hiervan is dat delen van het lint onbebouwd zijn gebleven, wat resulteert in de vista's. De lintenstructuur van Ewijk is kwetsbaar, daarom moet er zorgvuldig worden omgegaan met het toevoegen van extra woningen. Het handhaven van de belangrijkste vista's betekent dat er slechts een beperkt aantal woningen kan worden toegevoegd langs de linten. Door kritisch naar de dikte van de linten te kijken ontstaan her en der mogelijkheden om bijvoorbeeld achter een bestaande woning (die al aan het lint staat) te bouwen, en soms ernaast.

20

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Planspecifiek De rode contramal hieronder geeft de ontwikkelvlekken weer en de maximum breedte en dikte waar het lint langzaam naartoe mag groeien. Binnen de gestelde spelregels die volgen is hier in de toekomst eventueel nieuwe bebouwing mogelijk. Van oorsprong zijn vrij grote woningen in dit gebied terug te vinden. Om hierbij aan te sluiten kan het soms interessant zijn om twee woningen in één volume onder te brengen. Of dit passend en gewenst is wordt per aanvraag getoetst. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een nieuwe toegevoegde dikte van het lint, in lijn met het naastgelegen woningerf dat de afgelopen jaren op een deel van het voormalige agrarische perceel aan de Klaphekstraat 27 te Ewijk is gerealiseerd:

Plangebied geel omkaderd, bron: Toetsingskader Historische Linten Ewijk De kaart hierna toont of de ontwikkelvlekken in particulier of gemeentelijk eigendom zijn. Daarbij laat de kaart ook zien hoeveel woningen er maximaal per locatie ontwikkeld mogen worden. Het betreft een eindbeeld; om de organische groei te waarborgen zal een locatie waarop bijvoorbeeld ^2' staat, in twee fasen ontwikkeld dienen te worden, dus als twee losse aanvragen.

Plangebied met rood omkaderd, bron: Toetsingskader Historische Linten Ewijk

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

21

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Het onderhavige plangebied is in eigendom van de initiatiefnemer en er is een proefverkaveling met één woning uitgewerkt door de gemeente Beuningen voor deze locatie:

Impressie proefverkaveling met globale aanduiding plangebied (rode omkadering), bron: Toetsingskader Historische Linten Ewijk De proefverkaveling laat een mogelijke opzet zien met een open ruimte ten westen en ten oosten van de nieuwe woning (binnen het plangebied) in de vorm van een groene kamer. Dit betreffen open ruimten aan de linker en rechter zijde van het perceel, voor en achter de nog te realiseren woning waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld.

3.3.4

Woonvisie Gemeente Beuningen

Op 19 december 2017 is de Woonvisie voor 2018-2023 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze Woonvisie is het woonbeleid voor de komende jaren vastgelegd. Deze woonvisie vormt onder andere de basis voor nieuwbouwprogramma's in de komende jaren tot en met 2023. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. Volgens de woonvisie bestaat de gemeente in de toekomst (waarbij de stip op de horizon circa 2030 is) uit dorpen waarin het fijn wonen is voor iedereen, ongeacht leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk, en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht.

Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. Planspecifiek De voorgenomen bouw van 1 woning in het plangebied past kwantitatief zowel binnen de woonvisie alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma van 950 woningen (en daarmee binnen de sub-regionale woonagenda). Kwalitatief sluit de bouw van deze woning aan bij de behoefte om op eigen grond een woning te kunnen bouwen (particulier opdrachtgeverschap) en met de ontwikkeling van de linten wordt voorzien in een specifiek woonmilieu. Hiermee is het initiatief passend binnen de gemeentelijke woonvisie

22

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

3.3.5

Landschapsontwikkelingsplan

In het landschapsontwikkelingsplan 'Landschap in beweging' (december 2006) voor de gemeente Beuningen, Druten en Wijchen wordt voor het deelgebied 'Waaloeverwal', waarbinnen het plangebied valt, een uitvoerige lijst met richtlijnen voor beeldkwaliteit van erven gegeven. Navolgend is een relevante selectie van deze richtlijnen opgenomen: » Het streven naar een erf met een landelijk karakter; » Het creëren van samenhang tussen bebouwing en beplanting op het erf; » Het gebruiken van streekeigen, inheemse beplantingen, met royale afmetingen en voldoende ruimte om te groeien, die passen bij de maat en schaal van de bebouwing en het betreffende landschapstype; » Het niet gebruiken van coniferen als erfafscheiding. Dit is geen inheemse beplanting, heeft weinig natuurwaarden en draagt niet bij aan de beleving van verschillende seizoenen; » Het beperken van harde materialen zoals verharding, verlichting, hekwerken en paardenbakken; » Het rond woonhuizen gebruikmaken van traditionele verhardingen, zeker waar deze in het oog springen, zoals grind en klinkers. Het kleinschalige samenspel van bebouwingslinten, dorpen, weiden en boomgaarden in onregelmatige patronen is uitgangspunt bij ontwikkelingen, evenals de zeer groene uitstraling door erfbeplantingen, hagen en wegbeplantingen.

Doelstellingen op de Waaloeverwal zijn daarbij onder andere: » Het behouden en versterken van kleinschaligheid; » Het toestaan van kleinschalige bebouwing; » Het handhaven van groene zones tussen dorpen. Planspecifiek Vanwege de ligging van het plangebied op de overgang van de bebouwde kom naar het buitengebied vindt er een extra kwaliteitsimpuls plaats op het gebied van landschappelijke inpassing. In aansluiting op het landschapsontwikkelingsplan bestaat alle nieuwe beplanting in het plangebied uit streekeigen, inheemse soorten en past de inpassing binnen de uitgangspunten van het beleid.

3.4

Conclusie

Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de landelijke en regionale overheden zoals provincie Gelderland en gemeente Beuningen

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

23

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Hoofdstuk 4

Milieu- & omgevingsaspecten

4.1

Verkeer S parkeren

4.1.1

Verkeer

Omdat het aantal woningen in de toekomstige situatie in het plangebied met één woning toeneemt, is er slechts sprake van een beperkte toename van het aantal voertuigbewegingen van 1 x 8,2 = 8,2 extra voertuigbewegingen per weekdag. Dit aantal voertuigbewegingen is gemakkelijk op te vangen op de Klaphekstraat. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.1.2

Parkeren

Bij de bouw van een vrijstaande woning moeten in aansluiting op het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' in de zone 'rest bebouwde kom' minimaal 2,3 parkeerplaatsen per woning gerealiseerd worden. Er is voldoende ruimte op eigen erf aanwezig voor 3 parkeerplaatsen (zie bijlage 1). Omdat het te ontwikkelen woonperceel ruim van formaat is, kan gemakkelijk in het benodigde aantal parkeerplaatsen voorzien worden. Het daadwerkelijk moeten voldoen aan de parkeernormen is geborgd in de algemene regels van dit bestemmingsplan. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).

4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is een verkennend bodemonderzoek inclusief historisch onderzoek en onderzoek naar PFAS uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Voor het onderzoek is de locatie van het plangebied opgesplitst in 2 deellocaties: 1. Deellocatie A: toplaag gehele locatie (voormalige boomgaard); 2. Deellocatie B: gehele terrein. De conclusies van het onderzoek zijn als volgt:

24

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Algemeen De bovengrond van de onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit matig humus, sterk zandige klei. De ondergrond bestaat voornamelijk uit zwak ziltige klei. Plaatselijk komt op een diepte van circa 1,5 m -mv een sterk zandige, fijne grindlaag voor. Deellocatie A: toplaag gehele locatie (voormalige boomgaard) Op basis van het milieu hygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie wisselende gehalten aan stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn organochloorbestrijdingsmiddelen. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is in combinatie met deellocatie B onderzocht. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie A: toplaag (voormalige boomgaard) als "heterogeen verdacht" dient te worden beschouwd, wordt verworpen. Deellocatie B: gehele terrein Op basis van het milieu hygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV).

Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Zintuiglijk zijn in de bovengrond en ondergrond geen verontreinigingen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt en nikkel. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. De lichte grondwaterverontreiniging met barium is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan een van nature verhoogd gehalte aan barium in het grondwater. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie B als "onverdacht" dient te worden beschouwd, wordt gezien de lichte verontreiniging in de bovengrond, formeel verworpen. Echter, gelet op de mate en ernst van de verontreiniging bestaat er geen reden tot nader onderzoek. Asbest Er zijn op basis van het milieu hygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. PFAS Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden.

Voor zover bekend zijn er op de onderzoekslocatie nimmer werkzaamheden of calamiteiten geweest die kunnen leiden tot een PFASverontreiniging. Er is dan ook geen reden voor onderzoek naar PFAS. Eindconclusie In het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw van een woonhuis op de onderzoekslocatie kan gesteld worden dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bij ongewijzigd gebruik niet tot gebruiksbeperkingen of gezondheidsrisico's zal leiden. Ook bij het aanvragen van een bouwvergunning in de nabije toekomst zullen, met het huidige beleid en de huidige normen, de aangetoonde verontreinigingen geen bezwaar vormen. Derhalve bestaan er met betrekking tot de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw van een woonhuis op de onderzoekslocatie.

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

25

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

4.3

Stikstofdepositie

4.3.1

Regelgeving

De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aan­ gemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer gehanteerd worden als toestemming voor activiteiten die zorgen voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In beginsel mag ten gevolge van de uitspraak geen sprake meer zijn van een significante toename. Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000 gebieden. Met het programma Aerius Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Wanneer het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar dient een vergunning te worden aangevraagd en is nader aanvullend onderzoek noodzakelijk.

De vergunning kan alleen worden verleend indien de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Dit kan worden aangetoond met een verschilberekening tussen de referentiesituatie en de toekomstige situatie (interne saldering). Wanneer blijkt dat het projecteffect van het beoogde plan kleiner dan of gelijk is aan de referentiesituatie, dan kan de ontheffingsvergunning verleend worden.

4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' ligt op circa 1 kilometer afstand het meest nabij het plan. In de directe omgeving, binnen 10 km afstand, liggen geen andere Natura 2000-gebieden. De berekeningen van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase zijn verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Het aspect 'stikstof vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4

Geluid

4.4.1

Regelgeving

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.

26

bestemmingsplan "Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk" (definitief)

bestemmingsplan Klaphekstraat ong. kad. nr. 2439 Ewijk

Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft.

Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie:\ » waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; » waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. Regelgeving n de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=b58468f5-9406-43d8-b556-7dcffe3a7e0c