CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01: Toelichting bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

Raadsvergadering 5 maart 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Elzenpas 1111.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De gemeente Beuningen heeft aangegeven in beginsel geen probleem te hebben met de voorgenomen verbreding van de watergang aan de oostzijde van de watergang. Het onderhoud van de watergang wordt momenteel steeds door de gemeente zelf uitgevoerd vanaf het naastgelegen particuliere weiland, dus er komt geen onderhoudslast extra bij voor de naastgelegen particulier. Met de voorgenomen verbreding blijft de watergang voldoende smal voor onderhoud vanaf één waterkant (c 5 m). De veiligheidsregio is zelf verantwoordelijk voor de uitvoer van de werkzaamheden, maar dient dit in samenspraak te doen met de groenbeheerder van de gemeente, waarbij de gemeente randvoorwaarden kan stellen aan de manier van uitvoer. Eén en ander zal te zijner tijd ook worden geregeld in een op te stellen anterieure overeenkomst.

De C-watergang, inclusief de bestaande inrit ten noorden van het plangebied behoeft niet te worden gewijzigd.

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

Het afvalwater wordt conform de reeds bestaande rioolaansluiting op het perceel naar het gemeentelijk (druk)rioolsysteem afgevoerd.

Het bestemmingsplan heeft geen nadelige gevolgen voor en door (grond)water in de omgeving.

Watertoets Voor onderhavig plan is de watertoets uitgevoerd. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl).

Uit de ingeleverde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. Er kan worden volstaan met het automatisch gegenereerd wateradvies.

Bij de nadere uitwerking van het ruimtelijk plan kan voor de uitvoering van het plan een watervergunning of melding bij het waterschap vereist zijn, waarin nadere technische eisen kunnen worden gesteld aan het plan.

De digitale watertoets is als Bijlage 2 opgenomen bij deze toelichting.

Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.9

Ecologie

Voor de planologische procedure dient te worden vastgelegd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de geldende natuurwetgeving.

Gebiedsbescherming Het plangebied bevindt zich niet in of direct nabij Natura-2000 gebieden of het nationaal natuurnetwerk. Het plangebied ligt op ca. 3,5 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied de Rijntakken. Dit natuurgebied omvat onde rmeer stikstofgevoelige habitats en leefgebied.

Doordat het plangebied buiten een Natura 2000-gebied ligt, kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Gezien de relatief grote afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en de kleinschalige aard van de voorgenomen plannen is het uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebied als gevolg van geluid, licht en trilling.

Als gevolg van het planvoornemen is sprake van enige stikstofuitstoot. Een toename van de depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden kan negatieve effecten tot gevolg hebben op de aangewezen natuurwaarden binnen de Natura 2000-gebieden. Om uit te sluiten dat als gevolg van de voorgenomen plannen negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden in de omgeving, is een notitie beoordeling stikstofeffecten opgesteld met behulp van het rekenprogramma AERIUS-calculator om de eventuele

32

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken. Deze notitie is als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd.

Hierin wordt geconcludeerd dat ten aanzien van het planvoornemen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden zowel in de realisatiefase als de gebruiksfase kunnen worden uitgesloten. Een vergunningsaanvraag Wet natuurbescherming is dan ook niet vereist.

Soortenbescherming Indien een planvoornemen strekt tot sloop-, nieuwbouw danwel andersoortige wijziging van de ruimtelijke structuren van een plangebied dient te worden aangetoond dat eventueel aanwezige beschermde soorten in het plangebied niet worden geschaad, danwel verstoord. Onderhavig planvoornemen voorziet slechts in een beperkte uitbreiding van bebouwing (50m2) en verharding (1.000 m2) , aansluitend aan de bestaande bebouwing en verharding. Het plangebied bestaat iuit een weide met kort gras zonder bijzondere landschapselementen. Het plangebied herbergt geen bijzondere beschermde soorten en er hoeft geen beplanting te wijken voor de ontwikkeling.

Nader onderzoek naar aanwezige beschermde soorten in het gebied wordt niet noodzakelijk geacht.

Wel geldt altijd het algemene zorgplichtartikel. Dat wil zeggen dat bij nieuwbouw altijd zorgvuldig gehandeld moet worden, er bij de bouw geen wezenlijke invloed is op beschermde diersoorten en dat schade aan soorten zoveel mogelijk moet worden voorkomen.

Conclusie Vorenstaande houdt in dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.

4.10 Cultureel erfgoed 4.10.1 Archeologie In Europees verband is als wettelijk toetsingskader het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.

In de Erfgoedwet is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen.

De planlocatie is gelegen in een gebied met lage tot middelhoge archeologische verwachting. Deze archeologische verwachting is in de geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied' respectievelijk 'Ambulancepost Elsenpas Beuningen' beschermd door middel van een dubbelbestemming ('Waarde-Archeologie 3'). Er geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een omvang van meer dan 2.000 m2.

Het onderhavige bestemmingsplan voorziet niet in wijziging van de bestaande bebouwing. De beoogde

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

uitbreiding blijft ruimschoots onder de onderzoeksplicht norm. Voor het voornemen is derhalve geen nader onderzoek noodzakelijk.

Ter bescherming van de mogelijke archeologische waarden van het gebied voor toekomstige bodemingrepen is in dit bestemmingsplan opnieuw een archeologische dubbelbestemming opgenomen, waarvoor is aangesloten bij het gemeentelijk beleid met betrekking tot de bescherming van archeologische waarden.

Hiertoe is in onderhavig bestemmingsplan de geldende dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' opgenomen om toekomstige aantasting van mogelijke archeologische waarden te voorkomen.

4.10.2 Cultuurhistorie Per 1 september 2017 is de Erfgoedwet in werking getreden. In een bestemmingsplan dient op grond van het Bro artikel 3.1.6 een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

De gemeente heeft een zogenaamde cultuurhistorische kenmerkenkaart opgesteld (RAAP-rapport 1603, kaartbijlage 3). Het plangebied behoort tot de gebiedscategorie "jong cultuurland, de velden (Volle Middeleeuwen)". Er zijn geen cultuurhistorische elementen of objecten op of in de directe omgeving van de planlocatie aangeduid.

Het voornemen leidt niet tot aantasting van historische structuren of elementen. Als gevolg van het plan worden geen cultuurhistorische waarden aangetast of geschaad.

Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.

4.11

Leidingen

In het plangebied zijn geen leidingen met een planologisch relevante beschermingszone gelegen, noch overlapt een beschermingszone van een planologisch relevante leiding met het plangebied.

34

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

4.12

M.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.- beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling.

Uit de resultaten van de notitie beoordeling stikstofeffecten (zie ook Bijlage 3) blijkt dat het voornemen niet leidt tot effecten op omliggende op Natura 2000 gebieden. Het opstellen van een passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. Ter plaatse van het plangebied is geen sprake van uitbreiding van een bedrijventerrein of toevoeging van woningen. Ter plaatse van het plangebied vindt slechts uitbreiding plaats van een bestaande ambulancepost, waarbij het ruimtebeslag van de toe te voegen voorziene bebouwing zeer beperkt is. Derhalve is geen sprake van een project Z activiteit waarvoor een m.e.r. beoordeling noodzakelijk is, zoals omschreven in de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.. Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen een 'gevoelig gebied' zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r. In hoofdstuk 4 van de toelichting is reeds aangegeven dat het plan gelet op de aard, omvang en ligging geen negatieve effecten heeft ten opzichte van dergelijke gevoelige gebieden. Daarnaast zijn in hoofdstuk 4 van deze toelichting de verschillende milieuaspecten afgewogen. Daaruit is gebleken dat onderhavig plan geen negatieve effecten heeft ten aanzien van deze aspecten. De locatie, aard en omvang van het voornemen leiden niet tot dusdanige omstandigheden of milieueffecten, op basis waarvan alsnog een nadere m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is.

Gelet op de hierboven beschreven beoordeling is het niet nodig een nadere m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding zijn een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het plangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de bestemmingen met kleuraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen.

5.1

Algemeen

Voor de planopzet van de juridische regeling is aangesloten op de regels uit het geldend bestemmingsplan 'Ambulancepost Elsenpas Beuningen'.

De regels zijn opgedeeld in 4 hoofdstukken: »

» » »

5.2

Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en een bepaling over de wijze van meten (artikel 2); deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde aangegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. Hoofdstuk 2 bevat een uitleg over de bestemmingen. Deze artikelen hebben een vaste opbouw. Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de antidubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels. Hoofdstuk 4 bevat tenslotte het overgangsrecht en de slotregel, met daarin de titel van het bestemmingsplan.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1: Inleidende regels

Begrippen In artikel 1 is een aantal begrippen nader gedefinieerd teneinde onduidelijkheid te voorkomen.

Wijze van meten In artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Verder is ook een bepaling opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen, zoals regenpijpen, luifels, balkons et cetera. Voor het toepassen van de wijze van meten worden deze buiten beschouwing gelaten.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen:

Maatschappelijk Het gehele plangebied is voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. Binnen deze bestemming wordt de ambulancepost met bijbehorende voorzieningen, zoals paden, inritten, parkeer- en parkeervoorzieningen mogelijk gemaakt. Daarnaast is ook de realisatie van waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen binnen deze bestemming mogelijk.

Conform de systematiek van het voorgaande bestemmingsplan 'Ambulancepost Elsenpas Beuningen', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Beuningen op 19 november 2013, is in de verbeelding

36

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

geen bouwvlak opgenomen, maar wordt het bouwen van gebouwen ingekaderd door maatvoeringsregels. Ten behoeve van de uitbreiding van de ambulancepost is de maximale oppervlakte aan gebouwen binnen het bestemmingsplan vastgesteld op 350 m2. Daarnaast worden er soortgelijke regels gesteld aan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen en lantaarnpalen.

Waarde - Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden. Bescherming van de archeologische waarden is geregeld doordat voor een aantal grondverstorende werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning benodigd is. De dubbelbestemming kent een ondergrens van 2.000 m2. Indien de oppervlakte van de grondverstoring onder deze oppervlakte blijft, is geen archeologisch onderzoek nodig. Dit geldt tevens voor bodemingrepen, die niet dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel is rechtstreeks overgenomen uit het Bro.

Algemene bouwregels - en gebruiksregels In dit artikel is een regeling opgenomen m.b.t. het parkeren.

Hoofdstuk 4: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan. De regels voor het overgangsrecht zijn overgenomen uit het Bro, waarin standaard overgangsrecht voor bestemmingsplannen is opgenomen.

Slotregel De slotregel bevat de titel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet onderzocht worden of het plan economisch uitvoerbaar is. In een aantal gevallen moet een exploitatieplan worden vastgesteld.

Algemene (procedure)kosten die uit het project en de ruimtelijke procedure voorvloeien worden ten laste gebracht van initiatiefnemer. De gemeente sluit daarnaast met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst af waarin wordt vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten betreffende exploitatiekosten en eventuele planschade bij de initiatiefnemer ligt. De exploitatie is op deze manier anderszins verzekerd.

Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Het plan is economisch uitvoerbaar en heeft verder geen financiële consequenties voor de gemeente.

38

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Elsenpas 11 Beuningen

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg Ä inspraak

Overleg

In het kader van een goede informatie voorziening is de naburige hondenvereniging voor de formele publicatie reeds persoonlijk geïnformeerd over de voorgenomen plannen. De hondenvereniging had daarop aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de plannen.

Daarnaast is in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan navolgende partijen: » »

Provincie; Waterschap.

De provincie geeft in haar vooroverlegreactie dd. 26 januari 2023 aan dat de provinciale belangen goed zijn meegewogen in het plan en het ontwerpplan niet aan de provincie toegestuurd behoeft te worden.

Het waterschap geeft in haar vooroverlegreactie dd. 26 januari 2023 aan, dat met het plan geen aanspraak kan worden gemaakt op de eenmalige vrijstelling ten behoeve van waterbergingscompensatie en dat het plan dient te voorzien in realisering van een voorziening ten behoeve van watercompensatie van de toename aan verharding. In afstemming met het waterschap en de gemeente is besloten tot verbreding van de westelijk gelegen B-watergang in oostelijke richting met ca 85 cm, om daarmee de verhardingstoename van 1.050 m2 te kunnen compenseren, zie hiervoor ook paragraaf 4.8 van de toelichting.

7.2

Inspraak

Het ontwerp-bestemmingsplan heeft op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de zienswijzen vanaf 12 oktober 2023 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen.

Tijdens de termijn van terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingediend.

Het bestemmingsplan zal op de raadsvergadering van 5 maart 2024 ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.

bestemmingsplan "Elsenpas 11 Beuningen" (vastgesteld)

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=863a9c2c-3d54-49b4-97e2-50eacc069aab