CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01 Omgevingsprogramma Woningbouw 2.0

Commissie Ruimte 4 oktober 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsprogramma 2.027.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De groene en blauwe dooradering: bomen, park en water • Burgemeester Sprengerlaan: deze weg behoudt het lommerrijke karakter met begeleidend groen, bomenrij en watergang. • Groene doorsteken/onderbrekingen: parkachtig ingerichte groenzones in het verlengde van groen- en waterstructuren binnen de bestaande woonbuurten. Ruimtes die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten met een overkoepelende paden- en beplantingsstructuur en eventueel een formele speelplek. • Watergang hofjes: de hofjes worden aan de westzijde begrensd door een watergang. Daarna volgt een nader in te vullen landschappelijke zone richting de snelweg, dit in samenhang met de geluidsvoorzieningen langs de snelweg.

Ruimtes die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten met een overkoepelende padenen beplantingsstructuur en eventueel een formele speelplek.

Woongebied hofprincipe 3

Woongebied hofprincipe 4

5

Woongebied hofprincipe 5

Thema 3: Omgevingskwaliteit In de thema’s hiervoor zijn al punten benoemd die ook met omgevingskwaliteit te maken hebben. Die herhalen we hier niet. Ook voor Ewijk-West geldt dat sprake moet zijn van een prettige en gezonde leefomgeving. In het kader van het bestemmings-/omgevingsplannen dienen hiertoe de wettelijk benodigde onderzoeken te worden uitgevoerd.

Thema 4 Bereikbaarheid Ontsluiting. In plangebied van Ewijk-West is rekening gehouden met zowel gemotoriseerd als langzaam verkeer. De hoofdontsluitingsweg voor gemotoriseerd verkeer bestaat uit twee delen. Het deel in Ewijk-West heeft een aansluiting op de van Heemstraweg. De hoofdontsluiting volgt de Burgemeester Sprengerlaan en buigt boven de plas van Melssen af in oostelijke richting.

Ewijk-Zuid: het eigen gezicht van Ewijk De ontwerpprincipes voor de ontsluiting zijn als volgt: • Hoofdontsluiting Burgemeester Sprengerlaan (onderdeel van rondweg): ontsluitingsstraat met scheiding tussen auto- en langzaam verkeer, bestemmingsverkeer, weg met begeleidende zone met groen en water. Extra aansluiting op de Van Heemstraweg is vanuit verkeerskundig oogpunt gewenst. • Straten binnen de hofjes, waaronder ook het gedeelte rondom De Luit: nadruk op verblijf (rustige woonstraatjes, hofje), groen in de straat (strook, bomen, op de hoek). Simpel en overzichtelijk, zowel op buurtniveau als voor het gehele nieuwe woongebied.

De langzaam verkeersroutes liggen in Ewijkwest parallel aan de hoofdontsluitingsweg en zijn daarmee gericht op een goede ontsluiting naar de van Heemstraweg.

Thema 5 Duurzaamheid Voor dit thema gelden de algemene uitgangspunten van gasloze wijken, energieneutraliteit en circulariteit zoals opgenomen wordt in het Omgevingsprogramma Woningbouw.

Thema 6 Haalbaarheid De gemeente heeft niet het eigendom tot alle gronden die benodigd zijn voor de ontwikkeling. Er zijn nog diverse particuliere eigenaren die grondbezit hebben. Op basis van de vastgestelde nota Grondbeleid wordt er in de gemeente Beuningen een faciliterend grondbeleid gehanteerd. Dit betekent dat de gemeente de randvoorwaarden schept waarbinnen de private partijen/grondeigenaren de gewenste ontwikkelingen kan uitvoeren. Deze randvoorwaarden moeten economisch uitvoerbaar zijn, zodat de ontwikkeling daadwerkelijk gerealiseerd kan worden, ongeacht wie de grondeigenaar is. De daadwerkelijke keuze om gronden aan te kopen, en het produceren en uitgeven van (bouw)grond wordt overgelaten aan de markt. De gemeente faciliteert de woningbouwontwikkelingen vanuit haar wettelijke (publieke) taak, door het maken van een omgevingsplan. De gemeente probeert de ruimtelijk gewenste situatie te realiseren, zonder daarbij de beschikking(smacht) over de grond te hebben. De gemeente schept randvoorwaarden waarbinnen de marktpartij de gewenste ontwikkeling

Inspiratiebeeld woningen hofvormen Ewijk-west

Ewijk-West moet een waardevolle aanvulling worden op het dorp. Een nieuwe dorpsrand die de Burgemeester Sprengerlaan meer status geeft en past bij Ewijk.

kan uitvoeren. Deze randvoorwaarden kunnen zowel ruimtelijk als programmatisch zijn. De gemeente is wel verantwoordelijk dat de gestelde randvoorwaarden economisch uitvoerbaar zijn zodat de ontwikkeling daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. De economische uitvoerbaarheid van Ewijk is dus een vereiste, ongeacht wie grondeigenaar is. Indien de gemeente bij vaststelling omgevingsplan niet alle gronden in eigendom heeft (waarbij kostenverhaal verzekerd is door gronduitgifte), dan wel een anterieure overeenkomst heeft gesloten met de grondeigenaren, is de gemeente verplicht om een kostenverhaalsbeschikking op te nemen in het omgevingsplan. Een kostenverhaalsbeschikking is vergelijkbaar met een exploitatieplan zoals deze in art 6.12 Wro wordt voorgeschreven indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd en/of het stellen van locatie-eisen of voorschrijven van een fasering noodzakelijk is. In de kostenverhaalsbeschikking wordt onderscheid gemaakt tussen ‘Gebiedseigen kosten’ (kosten binnen het ontwikkelgebied), ‘Bovenwijkse voorzieningen’ en ‘Financiële bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling’. De kosten binnen het ontwikkelgebied en bovenwijkse voorzieningen worden op basis van Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit toegerekend.

De Financiële bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling betreffen kosten buiten het plangebied en worden doorbelast op basis van de door de raad vast te stellen Nota Kostenverhaal.

In het concept panorama is Ewijk-Zuid als een logisch vervolg op de eerdere uitbreidingen van het dorp aangegeven. De locatie is onderdeel van een duidelijk afgebakend gebied tussen de snelwegen, de Koningstraat en De Steeg. De uitbreiding vindt plaats aansluitend op deze twee bestaande bebouwingslinten. Deze linten behouden hun historische en landelijke identiteit, geven structuur aan het dorp (grens tussen woonbuurten) en behouden de eenheid (verbinding tussen woonbuurten). In de Structuurvisie “Groen en Dynamisch” waren in het gebied Ewijk-Zuid ook al woningbouwontwikkelingen voorzien. Door de uitbreiding aan de zuidzijde krijgt het dorp eindelijk een gezicht bij het verkeersknooppunt Ewijk. In de huidige situatie bestaat het gebied uit weilanden/ akkerlanden en een gedeelte met gronddepots van de grondbank. Centraal in het gebied ligt de Plas van Melssen, een voormalige zandwinning die al gedeeltelijk gedempt is. Langs de bestaande linten Koningstraat en Steeg komt voornamelijk wonen voor en enkele agrarische bedrijven. Deze boerderijen zijn naast de A50 gesitueerd. Aan de andere zijde, aansluitend op de Steeg, ligt het bedrijventerrein Schoenaker. In het plangebied zelf zijn verder diverse watergangen en een houtopstand rondom de Plas van Melssen aanwezig. Bij kap van deze bomen, zullen de bomen elders gecompenseerd moeten worden volgens het Wnb.

Centraal in het gebied ligt de Plas van Melssen, een voormalige zandwinning die al gedeeltelijk gedempt is.

Legenda De aandachtspunten en aanknopingspunten van Ewijk-Zuid

Geluid snelweg Slagschaduw windmolens

De verschillende milieuzones (zoals geluid en veiligheid) van de functies in de omgeving zijn eerder als aandachtspunten aangegeven in de analyse die ten grondslag ligt aan het concept panorama. Tevens zijn daarin de aanwezige veehouderijen aangegeven. Naar verwachting beperken deze bedrijven de mogelijkheden voor ontwikkeling voor woningbouw zodanig dat verplaatsing noodzakelijk is. De historische linten en het Groene Hart zijn in de analyse als aanknopingspunten aangegeven.

Veiligheidszone InterCheM Ruimtelijke barrière Historische lijnen / klompenpaden Landschappelijke lijnen; oeverwal en komgronden Landschappelijk waardevolle zone

De historische linten en het Groene Hart zijn in de analyse als aanknopingspunten aangegeven. Voor het structuurmodel is het gebied verder bekeken met de volgende punten als resultaat: • Het water van de plas van Melssen komt in een nader te bepalen vorm terug in de nieuwe opzet. • Herstel van de oorspronkelijke verkavelingsstructuur met langgerekte noord-zuid gerichte stroken en enkele oostwest gerichte verbindingen tussen deze stroken. De bestaande watergangen en bomen worden zoveel mogelijk ingepast. • Bestaande bospad aan de Koningstraat handhaven en versterken als verbinding met het Groene Hart van Ewijk. • Met uitzondering van de voor woningbouw hinderlijke bedrijvigheid, blijft de bestaande bebouwing gehandhaafd. Vernieuwing, herontwikkeling of functieverandering van bestaande bebouwing blijft uiteraard mogelijk. Aan de hand van deze punten, de gebiedseigenschappen, de aansluiting op de omgeving en op Ewijk is een vlekkenplan opgesteld dat richting geeft aan de nieuwe invulling van het gebied.

Waardevol open gebied, buffer Bestaande bomenrijen Bestaande watergangen

Aandachtspunten locatie Veehouderij (geur) Verbinding Archeologische vindplaats

Aandachtspunten zoekgebied Geluidhinder van snelweg Hoge grondwaterstanden, kwel Zoekgebied aanvulling strategische watervoorraad Slagschaduw van windmolens tot 3.2

Milieucategorie bedrijven Hoge verkeersbelasting Koningstraat Mogelijk archeologische/ cultuurhistorische waarde Luchtkwaliteit vormt mogelijk beperking voor gevoelige functie

6

7

Specifieke randvoorwaarden Ewijk-Zuid In het Omgevingsprogramma Woningbouw (en eerder in het concept Panorama 2040) worden de algemene randvoorwaarden gesteld voor de woningbouwontwikkelingen in Beuningen. Hieronder worden per thema aanvullende specifieke randvoorwaarden voor het ontwikkelgebied Ewijk-Zuid beschreven.

Thema 1 Woonkwaliteit Ewijk (geheel)

1

Het bestaande bospad aan de Koningstraat wordt uitgebreid naar een centraal gelegen groene verbinding. Deze legt de koppeling met het Groene Hart en maakt vanuit het dorp nieuwe ommetjes mogelijk. Hiervoor worden aan de rand van het nieuwe woongebied groenstructuren aangelegd die weer in verbinding staan met de omgeving. Bijvoorbeeld richting de Steeg en de Goudwerf.

De stroken met woningen zijn gevarieerd opgezet met een mix van verschillende woningtypen.

Inspiratiebeeld gestapelde bouw

Inspiratiebeeld natuurlijk

Het toevoegen van woningen zorgt voor een groei aan inwoners. Dit is positief voor de voorzieningen binnen de kern Ewijk. Het toevoegen van een speelzone in de bosstrook aansluitend op het Groene Hart zorgt voor het toevoegen van bruikbaar groen dicht bij het hart van de kern. De kwaliteit wordt hiermee versterkt.

Legenda

Vlekkenplan Ewijk-Zuid: de Ewijkse Velden in ere hersteld

De kenmerkende langgerekte stroken met weilanden komen nu terug in de woningbouw. De structuur van oorspronkelijke sloten tussen de weilanden wordt hersteld.

Inspiratiebeeld eigentijds

De achtergronden en uitgangspunten voor de invulling van dit thema zijn te vinden bij de hiervoor behandelde uitwerking van Ewijk-West (zie specifieke randvoorwaarden op pagina 4).

2

In bovenstaande afbeelding is het vlekkenplan voor Ewijk-Zuid opgenomen. Anders dan bij de meeste eerdere uitbreidingen van het dorp is hier de oorspronkelijke landschappelijke structuur de basis voor de opzet van de woningbouw. De kenmerkende langgerekte stroken met weilanden komen nu terug in de woningbouw. De structuur van oorspronkelijke sloten tussen de weilanden wordt hersteld als straten met een naastgelegen groenstrook waarin bijvoorbeeld een bomenrij, riet, wadi of weer water kan komen. Enkele oostwest gerichte verbindingen met groenstrook verbinden deze langgerekte stroken. Zodoende is iedere woonstraat voorzien van groen.

Behoud en versterking voorzieningen

Samengevat bestaat de eerste fase uit circa 300 woningen. De verdeling is op basis van het woningbehoefteonderzoek, met extra accenten op sociale huur en een verschuiving naar duurdere koop vanwege de ontwikkelingen op de woningmarkt.

Voor woningbouw in de eerste en volgende fase van geheel Ewijk (<2030) gelden de volgende uitgangspunten: • Het totale programma is 50% levensloopgeschikt. • Het aandeel goedkope koop bestaat uit woningen voor starters. De sociale huurwoningen zijn allen levensloopgeschikt. • De invulling van de woongebieden voldoet aan de criteria voor de vitale wijk: mix van woningen voor verschillende doelgroepen en ruimte voor (informeel) ontmoeten • Binnen het plangebied wordt één locatie gereserveerd voor een bijzondere woonvorm met wonen en zorg. Het gaat dan om onzelfstandige woningen die niet meetellen voor het hierboven opgenoemde programma.

Woongebied met groene kwaliteit fase 1

(zuidkant) opgenomen. Deze markeren niet alleen de rand van de nieuwe woningbouw, maar zijn ook het gezicht van Ewijk naar buiten toe.

Woongebied met groene kwaliteit fase 2 Behouden en versterken huidige groen- en bebouwingslint

Ewijk-Zuid krijgt een eigen ontsluitingsweg die op een nader te bepalen wijze aansluit op de bestaande wegenstructuur. Er komt in ieder geval een verbinding richting de Schoenaker. De keuze voor een eigen ontsluiting komt voort uit het ontzien van de historische bebouwingslinten zodat hier het historische en landelijke karakter behouden blijft. De nieuwe ontsluiting zal opeen enkele plek de linten wel kruisen. Voor langzaam verkeer komen er meer koppelingen met de linten om zo samen met het groen de verbinding met het bestaande dorp te leggen.

Bijzondere woonvormen aan de rand van Ewijk (gestapelde bouw) Behoud van bestaande structuur (Koningstraat) Groene verbinding van het groene hart Ewijk Landschappelijk groen, nieuwe rafelende rand kern Ewijk. Bestaande watergang/wadi’s

De keuze voor een eigen ontsluiting komt voort uit het ontzien van de historische bebouwingslinten zodat hier het historische en landelijke karakter behouden blijft. Voor de verdere uitwerking van het vlekkenplan zijn ontwerpprincipes opgesteld die aan bod komen bij het thema ruimtelijke kwaliteit. Binnen beide linten (Koningstraat en Steeg) zijn nog enkele ontwikkelingsmogelijkheden voor woningbouw aangegeven. Hier zal aansluiting moeten worden gezocht bij de lintbebouwing. Enkele open plekken binnen het lint worden benut als ontsluitingspunten voor het nieuwe woongebied.

De stroken met woningen zijn gevarieerd opgezet met een mix van verschillende woningtypen. Dit zorgt, samen met het groen, voor een gevarieerd beeld in de lange lijnen van de woonstraten. Daarnaast worden deze noord-zuid lijnen af en toe doorbroken met een dwarsverbinding of een bijzonder bouwblok. Bij drie stroken is een appartementengebouw aan het einde

Nieuwe waterstructuur/verbinding water Nieuwe groenstructuur Nieuwe laanstructuur Nieuwe ontsluiting Ontsluitingsoptie zuidzijde zonnepark Ontsluitingsoptie over snelweg

1

Natuurlijk

2

Eigentijds

Totale woongebied ca. 24 ha Aantal woningen: ca. 650

8

9

Thema 2 Ruimtelijke kwaliteit

De groene-blauwe lijnen en stroken: park, water en natuur

Ewijk-Zuid moet het typische gevoel van wonen tussen groen en water oproepen

De situering en richting van de bebouwing ondersteunt het herstellen van de oorspronkelijke landschappelijke structuur. • Een strook bevat verschillende woningtypen, maar laat een samenhangend beeld zien. Zowel bij een langgerekte noord-zuid invulling als een invulling van een strook met kortere oost-west gerichte blokken. Onderling moeten de stroken van elkaar verschillen. • De uitstraling van het woongebied westelijk van de bosstrook is eigentijds Ewijks. De in het dorp aanwezige traditionele bouw met bakstenen en pannendaken vormt de inspiratie voor een eigentijdse stijl met bijzondere kapvormen.

De uitstraling van het woongebied westelijk van de bosstrook is eigentijds Ewijks. • De uitstraling van het woongebied oostelijk van de bosstrook is natuurlijk Ewijks. Met houtbouw wordt aangesloten op het gemoedelijke, groene en natuurlijke karakter van Ewijk-Oost. • De straten met begeleidend groen zijn strakke noordzuid lijnen. De begeleidende bebouwing heeft juist gevarieerde rooilijnen.

De uitstraling van het woongebied oostelijk van de bosstrook is natuurlijk Ewijks. • Groen-blauwe straten: in elke straat komt een gebiedseigen groene lijn met bijvoorbeeld een sloot, rietkraag of bomenrij. Ook de weg kan bijvoorbeeld als karrenspoor worden uitgevoerd.

• Zo min mogelijk auto’s in de groen-blauwe straat, parkeren wordt opgenomen in de woonvelden. • Kleinstedelijk: rijen van maximaal zes tot acht woningen aaneen, overwegend twee bouwlagen al dan niet met kap, maximaal drie bouwlagen voor grondgebonden woningbouw. • De drie bebouwingsaccenten aan de zuidrand zijn de ‘ogen’ van het nieuwe gezicht van Ewijk. Dit zijn hoogwaardig vormgegeven appartementengebouwen van maximaal één gebouw in acht bouwlagen, de andere twee zijn maximaal zes bouwlagen. In uitstraling sluiten de drie gebouwen aan op de achterliggende woongebieden (eigentijds of natuurlijk). De gebouwen zijn familie van elkaar, drie totaal verschillende gebouwen is uitgesloten. • Een woningdichtheid tussen de 25-30 woningen per hectare in de ontwikkelvlekken. Deze dichtheid is gebaseerd op de beoogde doelgroepen (vooral goedkoop, betaalbaar en levensloopbestendig) en de gewenste mix van woningtypen (rij, tweekapper, vrijstaand) in het gehele gebied. Straten met uitsluitend één woningtype of een enkele onderbreking van één woningtype komen dus niet voor.

Voorbeelden ontwikkelingen

Hoofdopzet Ewijk-Zuid

• Ontsluitingsweg: ontsluitingsweg met een doorgaand, eenduidig profiel. Overzichtelijk ingericht met op enkele punten een verbijzondering als markering van een entree of bijzonder kruispunt. • Groen-blauwe woonstraten: eenduidig, landelijk wegprofiel. Eenvoudige straten met veel groen. Landelijke ontwerpprincipes toepassen zoals een karrenspoor. Het onderscheid tussen rijbaan en voetpad is subtiel. Dus geen hoge stoepranden, duidelijk verschillend materiaalgebruik en formele parkeervakken. De ontwerpprincipes voor de verkeerstructuur zijn opgenomen in thema 2. • Voor het parkeren hanteren we de parkeernormen uit het ‘Parapluplan Parkeren’. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde waarde van het interval van de categorie ‘rest bebouwde kom’. Voor het parkeren gelden de volgende ontwerpprincipes: - Geen grootschalige parkeerterreinen (ook niet op binnenterreinen). - Zo veel mogelijk op eigen terrein. - Hoofdzakelijk geconcentreerd parkeren in een parkeerkoffer tussen woningen, zo min mogelijk parkeren in de straat. - Parkeren georiënteerd aan de voorzijde of zijkanten van woningen, niet aan achterzijde. - Goede spreiding parkeerplaatsen in relatie tot spreiding van de woningen.

• Groen-blauwe straten: de langgerekte groenzones met gebiedseigen groenelementen (natuur, riet, water) leggen de verbinding naar de landschapszone rondom Ewijk aan de rand van de nieuwe uitbreiding. • Centrale groenzone: de verbinding met het groene hart van Ewijk rond Den Elt. Bosstrook die uitnodigt tot bewegen met een overkoepelende paden- en beplantingsstructuur en eventueel een informele speelplek. Zoekzone voor een kunstwerk als verwijzing naar zandwinning (bijvoorbeeld uitkijktoren). • Groen-blauwe rand: nader in te vullen in samenhang met de landschapszone rondom Ewijk en geluidsvoorzieningen langs de snelwegen. Doorzetten van strokenstructuur in de woonvelden die overgaan in water, natuur, rietvelden en een enkele bosstrook. Uitloopgebied voor het hele dorp met mogelijkheid voor natuurlijk spelen, ommetjes en buitensport.

Zo wordt de woningbouw nieuw, maar ook vertrouwd Ewijks. Ewijk-Zuid moet het typische gevoel van wonen tussen groen en water oproepen, zoals ook aanwezig in de rest van de gemeente. In dichtheden en met goede verbindingen wordt aangesloten op het bestaande dorp.

Dit zijn de groen-blauwe ontwerpprincipes voor EwijkZuid: • De situering en richting van de bebouwing ondersteunt het herstellen van de oorspronkelijke landschappelijke structuur met overwegend langgerekte stroken in noord-zuid richting. Deze stroken worden een enkele keer ingevuld met oostwest gerichte blokken. Binnen een strook mag ook een enkele keer als onderbreking een bijzondere woonvorm voorkomen zoals een gesloten bouwblok.

De straten van Ewijk-Zuid

Hoofdvorm woongebieden

Variant hoofdvorm

Dorps ontmoeten en bewegen in de buitenruimte Binnen het plangebied moet voor jong en oud voldoende ruimte zijn om te bewegen en elkaar te ontmoeten. Concreet betekent dit dat we voor Ewijk- Zuid ca. 1 plek per 200 woningen willen realiseren, in totaal ca. 3 – 4 plekken. Dit is afhankelijk van typologie en doelgroep van de woningen. Inspiratiebeeld groen-blauwe lijnen en stroken

Thema 3: Omgevingskwaliteit In de thema’s hiervoor zijn al punten benoemd die ook met omgevingskwaliteit te maken hebben. Die herhalen we hier niet. Ook voor Ewijk-Zuid geldt dat sprake moet zijn van een prettige en gezonde leefomgeving. In het kader van het bestemmings-/omgevingsplannen dienen hiertoe de wettelijk benodigde onderzoeken te worden uitgevoerd.

Thema 5 Duurzaamheid Voor dit thema gelden de algemene uitgangspunten van gasloze wijken, energieneutraliteit en circulariteit zoals opgenomen wordt in het Omgevingsprogramma Woningbouw.

Variant onderbreking hoofdvorm

Variant onderbreking hoofdvorm

10

Variant onderbreking hoofdvorm

Inspiratiebeeld groen-blauwe rand

Thema 4 Bereikbaarheid Ontsluiting. In plangebied van Ewijk-zuid is rekening gehouden met zowel gemotoriseerd als langzaam verkeer. De hoofdontsluitingsweg voor gemotoriseerd verkeer bestaat uit twee delen. Het deel in Ewijk-Zuid buigt boven de plas van Melssen af in oostelijke richting. Vanaf dat punt worden twee varianten van de hoofdontsluiting verder onderzocht: • Via de Steeg, over de A73, waarna langs de Elsenpas wordt aangesloten op de Schoenaker. • Via de zuidzijde langs het zonnepark Lage Woerd, waarna in noordoostelijke richting wordt afgebogen en ter hoogte van de Koningstraat wordt aangesloten op de Schoenaker.

Thema 6 Haalbaarheid De gemeente heeft niet het eigendom tot alle gronden die benodigd zijn voor de ontwikkeling. Er zijn nog diverse particuliere eigenaren die grondbezit hebben. Op basis van de vastgestelde nota Grondbeleid wordt er in de gemeente Beuningen een faciliterend grondbeleid gehanteerd. Dit betekent dat de gemeente de randvoorwaarden schept waarbinnen de private partijen/grondeigenaren de gewenste ontwikkelingen kan uitvoeren. Deze randvoorwaarden moeten economisch uitvoerbaar zijn, zodat de ontwikkeling daadwerkelijk gerealiseerd kan worden, ongeacht wie de grondeigenaar is. De daadwerkelijke keuze om gronden aan te kopen, en het produceren en uitgeven van (bouw)grond wordt overgelaten aan de markt. De gemeente faciliteert de woningbouwontwikkelingen vanuit haar wettelijke (publieke) taak, door het maken van een omgevingsplan. De gemeente probeert de ruimtelijk gewenste situatie te realiseren, zonder daarbij de beschikking(smacht) over de grond te hebben. De gemeente schept randvoorwaarden waarbinnen de marktpartij de gewenste ontwikkeling

11

In Ewijk-Zuid zijn fietsverbindingen voorzien langs de Ecowieck het zonneveld. Deze fietsverbindingen zijn gericht op een goede ontsluiting in de richting van Beuningen en Nijmegen. De ontwerpprincipes voor de ontsluiting zijn als volgt: • Nieuwe hoofdontsluiting (onderdeel van rondweg): ontsluitingsstraat met scheiding tussen auto- en langzaam verkeer, bestemmingsverkeer. Rechtstand beperken door passend binnen de strokenstructuur op enkele plekken een verspringing in het tracé op te nemen. Een aansluiting op de Schoenaker is vanuit verkeerskundig oogpunt gewenst. • Straten binnen de woonbuurten: nadruk op verblijf (rustige woonstraatjes, hofje), groen in de straat (begeleidende stroken). Simpel en overzichtelijk, zowel op buurtniveau als voor het gehele nieuwe woongebied. • Bestaande linten: behoud huidig profiel.

kan uitvoeren. Deze randvoorwaarden kunnen zowel ruimtelijk als programmatisch zijn. De gemeente is wel verantwoordelijk dat de gestelde randvoorwaarden economisch uitvoerbaar zijn zodat de ontwikkeling daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. De economische uitvoerbaarheid van Ewijk is dus een vereiste, ongeacht wie grondeigenaar is. Indien de gemeente bij vaststelling omgevingsplan niet alle gronden in eigendom heeft (waarbij kostenverhaal verzekerd is door gronduitgifte), dan wel een anterieure overeenkomst heeft gesloten met de grondeigenaren, is de gemeente verplicht om een kostenverhaalsbeschikking op te nemen in het omgevingsplan. Een kostenverhaalsbeschikking is vergelijkbaar met een exploitatieplan zoals deze in art 6.12 Wro wordt voorgeschreven indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd en/of het stellen van locatie-eisen of voorschrijven van een fasering noodzakelijk is. In de kostenverhaalsbeschikking wordt onderscheid gemaakt tussen ‘Gebiedseigen kosten’ (kosten binnen het ontwikkelgebied), ‘Bovenwijkse voorzieningen’ en ‘Financiële bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling’. De kosten binnen het ontwikkelgebied en bovenwijkse voorzieningen worden op basis van Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit toegerekend.

De Financiële bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling betreffen kosten buiten het plangebied en worden doorbelast op basis van de door de raad vast te stellen Nota Kostenverhaal.

Ontdek het mooie Ewijk Nieuw gezicht Ewijk met bebouwingsaccenten

Historie, linten en groen hart verbinden west en oost

Uitbreiding Ewijk met compacte wijken in het groen

Landschapszone rond het dorp

Meer weten...?

Wilt u meer weten over het structuurmodel, het concept Panorama 2040 en andere onderdelen binnen het Omgevingsprogramma Woningbouw? Of wilt u nog iets anders kwijt? Dan kunt u terecht op de website: www.beuningen.nl/woningbouw

12

Bijlage 3B Opbrengst omgevingsdialoog

Reactienota informele omgevingsdialoog Ewijk De gemeente Beuningen bouwt voor de regionale woningnood en woningbehoefte. De regio ArnhemNijmegen heeft te maken met een behoorlijk woningtekort. In deze regio is de woningbehoefte groot, ruim 60.000 woningen tot 2040. Het is noodzakelijk dat naast de opgave om het tekort op te vangen in de steden Arnhem en Nijmegen, ook de omliggende gemeente een steentje bijdragen. Beuningen wil bijdragen aan het oplossen van dit tekort en heeft de ambitie uitgesproken gefaseerd door te willen groeien naar een gemeente met circa 30.000 inwoners. Van groot belang daarin zijn vitale en leefbare kernen, het behoud van een eigen DNA van Beuningen en een focus op de groei bij de kernen zelf.

De gemeente Beuningen heeft al geruime tijd de ambitie om Ewijk richting het zuiden en het westen uit te breiden. In 2000 is de gemeente al gestart met de planvorming voor de uitbreiding van Ewijk. In 2005 is de ‘gebiedsvisie Ewijk’ vastgesteld. De gebiedsvisie is vervolgens uitgewerkt in een ‘Masterplan Ewijk’, wat als basis diende voor het ‘structuurplan Ewijk’ dat in 2008 is vastgesteld. Het Omgevingsprogramma Woningbouw is een vervolg op deze ambities en plannen. In de periode van 1 november tot 21 december vond in Ewijk de omgevingsdialoog plaats over het concept Structuurmodel Ewijk. Tijdens de omgevingsdialoog hebben geïnteresseerden de gelegenheid gekregen om deel te nemen aan digitale gesprekstafels op 13 en 15 december 2021 en/of via de website een reactie te geven. Aan de digitale gesprekstafels hebben 51 mensen deelgenomen. Via het onlineformulier hebben 35 mensen een reactie gegeven. Daarnaast zijn er 10 reacties, al dan niet aanvullend op de gevoerde dialoog, of op een andere wijze aan de gemeente kenbaar gemaakt. Op 9 mei heeft de gemeente een extra gesprekstafel georganiseerd in een fysieke vorm, hier hebben 71 mensen aan deelgenomen. De opbrengst van de omgevingsdialoog is per thema samengevat en voorzien van een reactie. Ter illustratie van de reacties zijn enkele uitspraken vanuit de online reacties en gesprekstafels opgenomen.

De opbrengst van de omgevingsdialoog wordt ook gedeeld met ontwikkelaars/initiatiefnemers.

Noodzaak woningbouw wordt opgemerkt, maar aantal voor Ewijk te hoog Het begrip om woningen te bouwen in Ewijk is er, vooral gezien de woningnood. Er wordt verwacht dat door de bouw van woningen de voorzieningen kunnen blijven bestaan en er meer mogelijkheden zijn voor de inwoners in het dorp om in Ewijk te kunnen blijven wonen. Maar men geeft aan met gemengde gevoelens te kijken naar het geambieerde aantal van woningen. Een grote meerderheid van de mensen vindt het totaal aantal woningen, 1000 stuks, te veel om het dorpse karakter van Ewijk te behouden. De vraag werd gesteld: “gaan we voor kwaliteit of voor kwantiteit?“ Met 1000 nieuwe woningen zal het aantal woningen in Ewijk bijna verdubbelen. Men vraagt zich af waarom de gemeente zoveel woningen wilt ontwikkelen, men constateert dat regionaal een convenant is gesloten en de gemeente daar van afwijkt, waarom is dit?

Door meer dan de helft van de mensen is aangegeven dat er behoefte is aan “gecontroleerde groei”. Groei die past bij een goede woonkwaliteit, de vraag naar woningen en het behoud van het karakter van het eigen dorp. Daarnaast is er meermaals aangegeven dat er ook aandacht moet zijn en blijven voor het benutten van (woning)bouwlocaties in het dorpscentrum voordat er naar ‘buiten’ wordt gekeken.

Reactie Op dit moment is er in Nederland en dus ook in Beuningen, sprake van een groot woningtekort. In de regio’ Arnhem-Nijmegen is de behoefte aan woningen tot 2040 naar verwachting 60.000 woningen.

Uit het meest recente regionale woningbehoefte onderzoek (Companen BV, 2019) blijkt dat er in Beuningen behoefte is aan circa 1000 nieuwe woningen tot 2030. In het kader van de regionale Woondeal is afgesproken om voor het bouwen van de 1000 woningen een overcapaciteit van 30% te programmeren. Dat betekent voor Beuningen dat er ruimte moet worden gevonden voor circa 1300 woningen tot 2030. Van deze 1300 woningen moeten op dit moment nog circa 700 woningen worden gepland. Hiermee wordt zowel de eigen gemeentelijke als regionale woningbehoefte voorzien. Het woningbehoefte onderzoek geeft een behoefte weer tot 2030, het Omgevingsprogramma Woningbouw legt de woningbouwmogelijkheden tot 2040 weer. Op basis van het woningbehoefte onderzoek is er verder gerekend tot 2040. De woningbouw aantallen in het Panorama 2040 en het structuurmodel Ewijk geeft de woningbouwbehoefte aantallen weer tot 2040.

Uit een inventarisatie van de inbreidingsmogelijkheden blijkt dat, naast inbreiding, ook uitbreiding nodig is om in deze behoefte te voorzien. Dit gebeurt bij elke kern in de gemeente. Hierbij is zowel aandacht voor behoud van het karakter van ieder dorp, als voor vernieuwing die daarbij past. Om de ruimtelijke kwaliteit te borgen, zijn in het structuurmodel randvoorwaarden en uitgangspunten opgenomen. Vanuit deze insteek is een inschatting gemaakt van het aantal woningen dat in Ewijk gebouwd kan worden. Deze circa 1.000 woningen zullen niet in één keer aan het dorp worden toegevoegd, maar tot 2040 in verschillende fasen worden gerealiseerd.

Rekening houden met en bestaande bewoners Met name de aangrenzende bewoners uiten hun zorgen over de voorgenomen woningbouwuitbreiding. Het gaat daarbij om het verlies van uitzicht, zorgen over milieu (zoals geluid en fijnstof) en verkeer. Men vindt gezondheid en milieu een belangrijkpunt, en heeft zijn twijfels bij de locaties van de nieuwe woningbouw. Het wordt gezien als een druk en zeer belast punt waar de woningbouw gepland is. Men geeft aan dat et structuurmodel nog onvoldoende inzicht in geeft wat het effect gaat zijn op de bestaande bewoners. En hoe de woningbouw aansluit op de huidige bebouwing. Men geeft aan belang te hebben bij een andere fasering waarin de nieuwbouw niet meteen aansluit op de bestaande bebouwing.

Reactie Vanuit de woningbehoefte is er ruimte nodig voor nieuwe woningbouw. Het ligt daarbij voor de hand om aansluiting te zoeken bij de bestaande bebouwing en het dorp op een goede wijze af te ronden. Een goed woon- en leefklimaat voor zowel de bestaande als nieuwe bewoners staat daarbij voorop. Om dit te waarborgen zijn in het structuurmodel randvoorwaarden en uitgangspunten opgenomen die dienen als toetsingskader voor de verdere planuitwerking. Voor het Panorama 2040 is een Plan-m.e.r. (milieueffectrapport) beoordeling gedaan. Uit de beoordeling is gebleken dat het plan niet leidt tot belangrijke negatieve effecten voor het milieu. Ook leidt het plan niet tot ophoping met andere plannen leidt en er zijn geen belangrijke negatieve effecten voor het milieu te verwachten. Op basis van het stedenbouwkundig plan wordt ten behoeve van het Omgevings-/bestemmingsplan nader onderzoek uitgevoerd. Nadere onderzoeken naar de effecten van bijvoorbeeld geluid, fijnstof en de geluidswal zal moeten uitwijzen onder welke voorwaarden woningbouw gerealiseerd kan worden, of welke voorzieningen er getroffen moeten worden. Beseft wordt dat daarmee nu nog niet de gewenste duidelijkheid kan worden geboden, maar er staat wel vast dat omwonenden onderdeel zijn van de belangenafweging die bij de verdere uitwerking plaatsvindt.

Vanuit een goede afronding van het dorp gezien, is de voorgestelde fasering het meest logisch. Gefaseerd bouwen vanuit de kern, dit om versnippering van woningbouwgebieden te voorkomen en een eenheid van Ewijk te behouden.

Bouwen voor verschillende doelgroepen Hoofdzakelijk wordt de woningbehoefte van woningen voor jongeren en senioren genoemd. De meerderheid heeft echter aangegeven dat er gebouwd moet worden voor een combinatie van doelgroepen. “nu zijn er vooral eengezinswoningen”. Dit is een kans om het woningaanbod toekomstbestendig te maken. Toekomstbestendigheid is meermaals als term aan bod gekomen. Toekomstbestendigheid wordt door verschillende inwoners als aandachtspunt voor de uitwerking aangemerkt. Toekomstbestendigheid in de kwaliteit (in opzet woonwijken, kleine woningen, duurzame bouwmethodes etc.), kwantiteit en flexibiliteit van de woningbouwplannen. Daarnaast is er aandacht geschonken aan een goede doorstroming binnen Ewijk. Nieuwe woningbouw moet doorstroming in Ewijk zelf bevorderen.

Reactie In de regionale Woondeal is afgesproken dat 50% van de nieuwe woningen betaalbaar moet zijn. De bovengrens is regionaal bepaald op de NHG-grens. In het gemeentelijk beleid is opgenomen dat er minimaal 30% sociale huur en sociale koop moet worden gerealiseerd. In het structuurmodel voor Ewijk is hiermee rekening gehouden, zie hieronder het programma tot 2030 voor de ontwikkeling van Ewijk. Tot 2030

Woningbehoefte onderzoek Ewijk West fase 1 Ewijk Zuid fase 1

sociale huur

Koop <250.000

Midden huur

<355.000

>355.000 + dure huur

totaal

20%

15%

9%

23%

33%

100%

25

80

60

45

30

65

100

40

35

25

45

75

20

10

5

20

300 220

In het structuurmodel Ewijk worden deze betaalbare woningen niet expliciet toegewezen aan jongeren en ouderen. Dit laten we over aan de marktwerking. Daarnaast dient minimaal 50% van het totale programma levensloopgeschikt te zijn. Deze woonvormen zijn flexibel en toekomstgericht doordat ze geschikt zijn voor zowel jongeren als ouderen. Het structuurmodel per kern is een vervolg op het concept Panorama 2040 dat de gemeente Beuningen heeft opgesteld voor de toekomstige woningbouw. Het toekomstbestendig maken van de bestaande dorpen is daarin het uitgangspunt. Hogere druk op voorzieningen, meer behoefte aan groen Er zijn meerdere zorgen geuit over een mogelijke hogere druk op voorzieningen en onzekerheid over het behoud daarvan. Het gaat over zowel de maatschappelijke voorzieningen (druk op het MFA ’t Hart, scholen, huisartsen etc.) als niet essentiële winkels. Voornamelijk aan de gesprekstafels is er aangegeven dat men twijfels heeft bij de verhouding van de groei van het woningaantal ten opzichte van de huidige voorzieningen. Men geeft aan het huidige voorzieningencentrum als klein en sfeerloos te ervaren. Waar met name het missen van (kleine) horecagelegenheden wordt genoemd. Door een woningbouwuitbreiding van 1000 woningen zal de vraag naar voorzieningen toenemen. Daarnaast geeft men aan dat het huidige voorzieningencentrum ongunstig ligt, aan de noordkant van het dorp.

Daardoor zijn er zorgen geuit over de afstand tussen de huidige voorzieningen en de uitbreidingsgebieden. “De vraag naar seniorenwoningen is hoog, maar behoudt deze groep mensen wel hun bewegingsvrijheid richting het centrum en naar andere voorzieningen?” Gevraagd is of er in

de nieuwe woningbouwvlekken ook voorzieningen worden toegevoegd? De behoefte aan meer voorzieningen is ook juist als wens voor de huidige inwoners aangekaart, niet alleen bij nieuwe woningbouw. De meerderheid geeft aan meer diversiteit aan voorzieningen in het centrum te willen.

Naast gebouwde voorzieningen is de behoefte aan groene voorzieningen meermaals aan bod gekomen. De woning dichtheden in het structuurmodel Ewijk komen bij een meerderheid over als een stedelijke opzet. De huidige kern en omliggende wijken worden gezien als ‘versteende’ wijken. “Al het groen in het centrum is inmiddels steen geworden”. Er is aangegeven dat een ontwikkeling als ’t Hof van Campe/Keizershoeve/Hutgraaf een goede ontwikkeling kan zijn voor de nieuwe plannen. “Bouwen op een manier zoals op Keizershoeve is gebeurd, heeft de voorkeur”. De voornaamste aandachtspunten voor groene voorzieningen zijn: • een groene- en waterbuffer tussen de huidige bebouwing en de nieuwe bebouwing (i.v.m. privacy); • Belang van doorkijkjes naar buiten, groene veldjes/ weiden. • Een ruime opzet van woningen voor een goede omgeving en voldoende openbare groene ruimtes voor ontmoeting, speelvoorzieningen, uitloopgebieden, daarnaast ook aandacht voor biodiversiteit, en zoveel mogelijk behoud van huidige groene ruimtes/ agrarisch landschap.

Hierbij zijn veilige routes en een goed onderhouden groen als belangrijk aangemerkt. “Geef ruimte aan de woonomgeving”. Voornamelijk de concentratie van groen gebieden, het kunnen gebruiken en goed beleven van groengebieden wordt als belangrijk aangestipt. Het wat compacter bouwen zodat er meer agrarisch gebied overblijft aan de randen wordt als mogelijkheid gezien. Reactie Het gemeentelijke beleid is om voorzieningen in een kern zo veel mogelijk centraal te houden. Er zijn dan ook geen plannen om voorzieningen uit het centrum van Ewijk te verplaatsen naar de nieuwbouwlocaties. Overigens is de markt aanzet bij het ontwikkelen van nieuwe commerciële voorzieningen, vanuit de gemeente wordt hier niet actief op gestuurd. Zoals in de Omgevingsvisie is aangegeven, worden initiatieven hiertoe wel verwelkomd.

In het structuurmodel geven de randvoorwaarden en referentiebeelden richting aan de gewenste uitstraling van de openbare ruimte. Groen en water hebben daarin een prominente rol. Zowel bij Ewijk-West als Ewijk–Zuid zijn in het verlengde van bestaande groenstructuren parkachtige gebieden opgenomen met ruimte voor bewegen en ontmoeten. Daarnaast wordt gekeken naar de landschappelijke verbinding met het Groene Hart en Ewijk-Zuid. De daadwerkelijke uitwerkingen en vormgeving vinden plaats in een volgende fase van de planvorming. De genoemde aandachtspunten en suggesties worden meegegeven aan de initiatiefnemers. Leefklimaat Bijna alle reacties bevatten zorgen over de leefklimaat van zowel huidige bewoners als nieuwe bewoners, als gevolg van de snelweg (fijnstof, geluid), de windmolens, stikstof etc. Aan zowel de digitale/fysieke gesprekstafels, als in de online reacties, is het aandachtspunt leefklimaat als zorgelijk benoemd. Een meerderheid geeft aan momenteel al last te ervaren van geluid en fijnstof vanaf de omliggende snelwegen. Gevraagd is of er, wat de geluidsnormen betreft, naast de nieuwe woningbouw ook gekeken wordt naar de bestaande woningen. Ook worden de windmolens als mogelijke hinder aangemerkt. Men geeft aan meer transparantie te willen over de uitgevoerde onderzoeken en wanneer/ of er vervolg onderzoeken komen.

Maar voornamelijk ook wat voor een voorzieningen er getroffen worden om het leefklimaat te verbeteren.

Reactie In de gemeentelijke woningbouwambitie is uitgesproken om door te groeien naar een gemeente van 30.000 inwoners met vitale en leefbare kernen. Het leefklimaat is hierbij dus een belangrijk onderwerp. In de analyse voor het concept Panorama 2040 zijn de aandachtspunten daarvoor al in beeld gebracht. Als vervolg daarop is voor het structuurmodel Ewijk een plan-m.e.r. beoordeling verricht vanuit de aspecten geluid, luchtkwaliteit en veiligheid. Deze drie aspecten zijn het meest relevant voor nieuwe woningbouw in de nabijheid van drukke wegen. Uit deze eerste verkenning is gebleken dat weliswaar maatregelen nodig zijn (o.a. aanpassing geluidscherm), maar dat het plan uitvoerbaar is. In de uitwerking van de plannen zal nog aanvullend onderzoek plaatsvinden. Deze onderzoeksplicht geldt voor het nog op te stellen bestemmings- of omgevingsplan. Hierin komen ook eventuele effecten op de bestaande woningen en te nemen maatregelen aan bod voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.

Dorps Ewijk met een vleugje stad? Voor de uitbreiding van Ewijk, inclusief het toevoegen van stedelijke elementen, zijn er zowel voor- als tegenstanders. “Appartementen in Ewijk wel gewenst, nu voornamelijk eengezinswoningen, maar starters, senioren of alleenstaanden zijn opzoek naar appartementen.” Daarnaast geeft een meerderheid van mensen aan dat er een behoefte is aan diversiteit van woningen en woonsferen. “Geen eenheidsworst , verschillende woonsferen en grootte”. Daarentegen worden de woningbouwvlekken als stedelijk gezien. Ook wordt door verschillende mensen de hoogbouw aan de rand in twijfel getrokken. Men geeft aan de voorgestelde bouwwijze niet passend te vinden voor Ewijk en het dorpse karakter van Ewijk.

Reactie Het structuurmodel is een combinatie van het dorpse karakter van Ewijk met de toevoeging van een nieuw vleugje stad in de vorm van appartementen aan de rand van het dorp. Juist deze gebouwen zijn bedoeld om het eigen gezicht van Ewijk te versterken. De precieze maat en schaal volgt in de verdere uitwerking waarbij ook gekeken wordt naar appartementengebouwen elders in het dorp, zoals appartementencomplexen aan De Klef en in Keizershoeve I. In het structuurmodel geven de referentiebeelden richting aan de gewenste uitstraling. Daarin zijn verschillende deelgebieden opgenomen met een eigen woonsfeer. De sfeerbeelden zijn aan de hand van de ontvangen reacties aangepast. De daadwerkelijke uitwerkingen en vormgeving vinden plaats in de volgende fase van de planvorming.

Verkeer Een goede verkeersontsluiting is essentieel. Hierbij wordt ook aandacht gevraagd voor het verkeer tijdens het bouwproces. De zorgen over de verkeersafhandeling tijdens de bouw en de onduidelijkheid over de rondweg zijn groot. De linten worden momenteel als verkeersonveilig en te druk ervaren. Men verwacht dat de bouw van 1000 woningen niet alleen verkeersoverlast geeft in de gebruikssituatie, maar ook gedurende de bouwperiode tot 2040 wordt verkeersoverlast verwacht. Er zijn tijdens de gesprekstafels enkele suggesties gedaan om de rondweg niet op de Burgemeester Sprengerlaan aan te sluiten, maar te situeren rondom de ontwikkelgebieden (zo dicht mogelijk tegen de A50/A73 aan). Men geeft aan dit voor ogen te hebben om zo een goede verbinding binnen het dorp te behouden, en niet al het verkeer langs de woningen te laten rijden. Niet alleen gemobiliseerd verkeer maar ook het openbaar vervoer en het langzaam verkeer (wandelaars en fietsers) is onder de aandacht gebracht. De afstand tot de voorzieningen en de doelgroepen (starters, gezinnen en senioren) waarvoor gebouwd wordt, worden aangemerkt als

aandachtspunten voor de ontsluiting van langzaam verkeer en het openbaar vervoer. OV-lijn door Ewijk wordt aangegeven als mogelijkheid om Ewijk beter toegankelijk te maken.

Reactie Het structuurmodel is een eerste stap in de uitwerking van de woningbouwplannen. De daadwerkelijke uitwerking van de woningbouwvlekken, de invulling van ontsluiting en de afwikkeling van het bouwverkeer volgt in de volgende fases. Het aandachtspunt over bouwverkeer onderschrijft de gemeente en wordt meegenomen naar de initiatiefnemer/ ontwikkelende partij. Vervolgens zal de initiatiefnemer/ ontwikkelende partij in samenspraak met bewoners bekijken hoe de situatie kan worden geoptimaliseerd. De komende periode wordt de verkeerssituatie en de twee varianten voor een rondweg verder onderzocht. De langzaam verkeerroutes en OV verbindingen komen daarin ook aan bod. De suggestie voor een mogelijke andere plaats van de rondweg wordt ter overweging meegenomen.

Zelfbewoning De wens voor ‘zelfbewoning’ en voorrang voor inwoners uit de gemeente wordt door de meerderheid aangemerkt. Het liefst zien de meeste mensen dat bij de nieuwbouw voorrang wordt gegeven aan inwoners van Ewijk (die hier nog wonen, of vandaan komen). Daarnaast zijn er vele vragen gesteld over de mogelijkheden van het opleggen van zelfbewoningsplicht, omdat ook woningen in de gemeente Beuningen worden opgekocht door beleggers. Het bouwen voor de woningnood wordt aangemerkt als belangrijk voor zowel de doorstroming van huishoudens, als voor een groei van de eigen kern. Zoals eerder aangegeven is als doelgroep een ‘combinatie van’ gewenst. Dit houdt in een combinatie van verschillende doelgroepen. Maar verschillende mensen vragen zich ook af of de beoogde plannen wel een goede reflectie zijn van wat de inwoners in Ewijk willen?

Reactie In de Regio Arnhem Nijmegen hebben we afspraken gemaakt over het regionaal oplossen van de woningnood. Deze afspraken worden in de gemeente Beuningen nageleefd. Er wordt geen voorrang verleend aan eigen inwoners. Wel wordt onderzocht of doorstroming kan worden bevorderd mogelijk met instrumenten waardoor bewoners van een sociale huurwoning in de gemeente bijvoorbeeld voorrang krijgen op een andere woning. In overeenstemming met de door de raad aangenomen motie om zelfbewoning af te dwingen, wordt zelfbewoning in de contracten voor de nieuwe woningbouwontwikkelingen geregeld.

Betrokkenheid Aan de gesprekstafels is meermaals de wens geuit om als inwoner vaak betrokken te blijven bij verdere planvorming. Er is een sterke behoefte geuit voor de herhaling van de gesprekstafels. Verschillende omwonenden geven aan dat zij graag in een zo vroeg mogelijk stadium mee willen denken over de integrale invulling woningbouw in Ewijk en betrokken willen zijn bij de uitwerking van de plannen. Men is benieuwd naar hoe de nieuwe kavels en huizen straks aansluiten op de bestaande woningbouw, en waar men nog over mee kan praten? Daarnaast is er een verschil bij inwoners in van betrokkenheid van de planvorming. De ene helft geeft aan dat men graag al eerder betrokken te had willen zijn bij het opzetten van woningbouwlocaties. Aan de andere kant geeft men aan het fijn te vinden dat ze in dit stadium al op het plan kan reageren. Grondeigenaren die gronden hebben in woningbouwvlekken uitten hun verbazing dat de gemeente nog geen contact met hun had opgenomen. Men geeft aan graag in gesprek te willen gaan met de gemeente over hun positie en over wat er staat te gebeuren met hun perceel of bedrijf.

Een gering aantal mensen gaf aan dat zij zich in de online invulling van de gesprekstafels onvoldoende gehoord voelden, gestuurd voelden op reacties en niet genoeg tijd hadden om een reactie te geven.

Daarnaast geeft men aan behoefte te hebben aan meer en duidelijkere informatie. “wees transparant in de besluitvorming, laat aanpalende bewoners meepraten” en “structuur is erg abstract, waar is de inspraak als een en ander concreter wordt?”. Daarnaast zijn er meerdere reacties binnengekomen met vragen over de algemeenheid van de teksten binnen het structuurmodel, “wat houdt ‘zoveel mogelijk’ in?” “wie zorgt voor het onderhoud?” “hoe komt de groene buffer tussen ons huis en de nieuwbouw eruit te zien?” “waar gaat het bouwverkeer heen?”

Reactie gemeente Op vrijdag 12 november scherpte het kabinet de maatregelen rondom het coronavirus aan. De strengere maatregelen waren erop gericht om het aantal contactmomenten per dag te verminderen. Zo moesten horeca en ook dorpshuizen om 20.00 uur gesloten zijn. Door de aangescherpte maatregelen en de oplopende besmettingscijfers is besloten om fysieke bijeenkomsten niet door te laten gaan en digitaal te vergaderen. Daarop organiseerden we de gesprekstafels van Ewijk digitaal, om op een passende wijze het open gesprek te kunnen voeren. In mei 2022 heeft de gemeente nogmaals een fysieke gespreksavond georganiseerd. Het Omgevingsprogramma Woningbouw geeft de kaders en randvoorwaarden voor de woningbouw in Beuningen tot 2040. De omgevingsdialoog die is gevoerd over het concept structuurmodel, met digitale en fysieke gesprekstafels en de online reactieformulier past bij het schaalniveau van het Omgevingsprogramma.

Bij de volgende uitwerking van de plannen is het nadrukkelijk de bedoeling dat inwoners worden betrokken. Het is aan de initiatiefnemers om de mate van participatie te kiezen en inwoners te betrekken bij de ontwikkeling van de plannen. De gemeente zal in ieder geval kenbaar maken dat vroegtijdige participatie een belangrijk onderdeel is van de Omgevingswet en dat dit meeweegt in de besluitvorming over de plannen die initiatiefnemers indienen.

Daarnaast is het zeer begrijpelijk dat de verschillende documenten van visie, plannen, programma’s en het gebruik van nieuwe termen onduidelijkheid creëert. Daarom gaat de gemeente aan de slag met een verduidelijking van de communicatie, waaronder de website, om meer duidelijkheid te geven over de verschillende processen. Individuele verzoeken Een tiental mensen heeft de afgelopen periode de eigen wens tot woningbouw in Ewijk kenbaar gemaakt. Na vaststelling van het structuurmodel Ewijk kunnen de ingediende verzoeken worden getoetst aan het structuurmodel Ewijk en geleidelijk in behandeling worden genomen. Over kansrijke verzoeken kunnen we na vaststelling weer in gesprek gaan. De initiatiefnemers worden schriftelijk over het proces geïnformeerd.

Conclusie Uit de opbrengst van de omgevingsdialoog voor Ewijk blijkt dat er over het algemeen steun is voor het bouwen van woningen in Ewijk. Op verschillende thema’s zijn aandachtspunten benoemd en kanttekeningen geplaatst, in het bijzonder over het aantal woningen. Deels betreft het punten die al zijn opgepakt of in een later stadium worden meegenomen. Zoals het onderzoek naar de milieueffecten, het onderzoek naar zelfbewoningsplicht de inrichting tussen huidige bebouwing nieuwe bebouwing of de ontsluitingswegen. Een aantal zaken wordt specifiek naar aanleiding van de gevoerde omgevingsdialoog opgepakt of is verwerkt in het Structuurmodel Ewijk:

-

-

-

Nader onderzoek op basis van stedenbouwkundig plan naar de effecten van geluid, luchtkwaliteit en veiligheid, geluidswal Nader onderzoek van de bestaande en toekomstige verkeerssituatie (rondweg, langzaam verkeer, OV); Aanpassing van de referentiebeelden Aanpassing website, verduidelijken van informatie Het aandachtspunt over bouwverkeer wordt meegegeven aan de initiatiefnemer/ ontwikkelende partij. Vervolgens zal de initiatiefnemer/ ontwikkelende partij in samenspraak met bewoners bekijken hoe de situatie kan worden geoptimaliseerd.

Bijlage 3C Haalbaarheidsstudie woningbouw Ewijk

Woningbouwplannen gemeente Beuningen Haalbaarheidsstudie woningbouw Ewijk

Documentnummer: Datum: Contactpersoon:

M.2021.0897.01.R001 (KS|LVK) 13 oktober 2021 ing. J.D. (Jasper) Pondman | jpo@dgmr.nl | t 088 - 3467 817

Colofon Opdrachtgever

Inhoud Gemeente Beuningen

Contactpersoon opdrachtgever Project Betreft Uw kenmerk

Woningbouwplannen gemeente Beuningen Haalbaarheidsstudie -

Rapport Datum Versie Status

M.2021.0897.01.R001 13 oktober 2021 001 concept

Uitgevoerd door

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Van Pallandtstraat 9-11 6814 GM Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

ing. J.D. (Jasper) Pondman 088 346 78 17 jpo@dgmr.nl

Auteur

ing. J.D. (Jasper) Pondman 088 346 78 17 jpo@dgmr.nl

Projectadviseur

ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren 088 346 78 00 ks@dgmr.nl

2e lezer/secr.

KS|LVK

ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.

2|

Woningbouwplannen gemeente Beuningen | M.2021.0897.01.R001

Inleiding

3

Geluid

4

Luchtkwaliteit

6

Externe veiligheid

7

Inleiding Inleiding

Onderzoek

De Groene Metropoolregio heeft tot 2040 behoefte aan circa 60.000 woningen. Gemeente Beuningen wil bijdragen aan het oplossen van dit tekort. In het Panorama 2040 heeft gemeente Beuningen beschreven te willen doorgroeien van circa 26.000 naar meer dan 30.000 inwoners. Het Panorama schetst een toekomstbeeld met potentiële woningbouwlocaties tot 2040.

Een onderzoek om te bepalen of woningbouw hier mogelijk is en zo ja, onder welke voorwaarden een haalbaarheidsstudie is verricht. Deze studie is toegespitst op geluid, luchtkwaliteit en veiligheid. Deze drie aspecten zijn het meest relevant voor woningbouw in de nabijheid van drukke wegen.

Ewijk is één van deze locaties. De in de Panorama 2040 opgenomen uitbreiding sluiten de twee helften van het dorp op elkaar aan. Het Panorama 2040 gaat uit van woningbouw in twee fasen. In de eerste fase uitbreiding van het dorp met circa 525 woningen en 90 parkappartementen. In de tweede fase nog eens circa 370 woningen. Totaal komt dit neer op circa 985 woningen. Nabij de ontwikkellocatie ligt de rijksweg A50. Daarnaast ligt ook de A73 op relatief korte afstand van het gebied.

De drie deelonderzoeken zijn in dit document toegelicht. Dit betreft de belangrijkste uitgangspunten, methode van toetsing en conclusies. Het Panorama 2040 vormt het uitgangspunt voor de ontwikkelingen in het gebied in deze haalbaarheidsstudie. Voor de uiteindelijke ontwikkeling zijn uitgebreidere onderzoeken noodzakelijk, bijvoorbeeld voor de bestemmingsplanprocedures en uiteindelijke bouwaanvragen.

Ewijk 3|

Woningbouwplannen gemeente Beuningen | M.2021.0897.01.R001

Geluid

Onderzoeksmethode

Onderzoeksresultaten

Om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen voor de nieuwbouwwoningen is in een akoestisch onderzoek de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de rijkswegen A50 en A73 in kaart gebracht. Er is onderzocht of deze geluidsbelasting in de omgeving van het plangebied voldoet aan de eisen uit de Wet geluidhinder. In het gemeentelijk geluidbeleid worden geen aanvullende eisen gesteld.

In de afbeelding hiernaast zijn de rekenresultaten voor de huidige situatie te zien. De geluidsbelasting (in dB) is gekleurd op het plangebied weergegeven.

Voor gebieden binnen de geluidszone van rijkswegen stelt de Wet geluidhinder een voorkeurswaarde (48 dB) en een maximale waarde (53 dB) waaraan getoetst moet worden.

Uit de resultaten wordt duidelijk dat voor aan de rand van het plangebied een overschrijding van de grenswaarde plaatsvindt (paars aangegeven). Er zijn aanvullende maatregelen nodig om de geluidsbelasting te kunnen laten voldoen aan de eisen van de Wet geluidhinder en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Mogelijkheden voor maatregelen staan op de volgende pagina uitgewerkt.

De berekeningen van de geluidsbelasting zijn verricht met het door DGMR ontwikkelde computerprogramma Geomilieu (versie 2021.1). De modellen zijn gebaseerd op het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, standaardrekenmethode II. Brondata De verkeersgegevens voor de rijkswegen A50 en A73 zijn afkomstig uit het geluidregister van Rijkswaterstaat. Het register is geraadpleegd op 14 september 2021 (v2110) en is representatief voor het peiljaar 2032. De A50 heeft ter hoogte van het plangebied als wegdek 2-laags ZOAB. Ter hoogte van de kruising met de A73 en op de A73 zelf ligt 1-laags ZOAB. Het geluidregister bevat ook informatie over de aanwezige geluidsschermen langs de A50 en A73, deze schermen zijn in het rekenmodel opgenomen.

Geluidsbelasting op het plangebied op 4,0 meter hoogte 4|

Woningbouwplannen gemeente Beuningen | M.2021.0897.01.R001

Geluidmaatregelen Ophoging geluidsschermen A50

Toepassing aaneengesloten eerstelijnsbebouwing

Langs de A50 zijn al een aantal geluidsschermen aanwezig, variërend van 3 tot 5 meter hoogte. De afschermende werking van deze schermen is echter niet afdoende om de geluidsbelasting op het plangebied voldoende te reduceren tot de grenswaarde. Ter hoogte van het zuidelijk deel van het plangebied is nog geen scherm aanwezig.

De Wet geluidhinder stelt dat dove gevels, gevels zonder te openen delen, niet hoeven te worden getoetst op geluidsbelasting. De geluidsbelasting op deze gevels mag hoger zijn dan de grenswaarden, maar binnen is het akoestisch klimaat dan wel goed. Door de eerstelijnsbebouwing gesloten uit te voeren en te voorzien van dove gevels, kan dit als afscherming dienen voor het gebied erachter. Zo ontstaat een stiller binnengebied en is bij de woningen zelf ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Om de afschermende werking van de schermen dusdanig te verhogen dat de geluidsbelasting op het plangebied voldoet aan de gestelde grenswaarde (53 dB) moeten de schermen verhoogd en verlengd worden. De schermen moeten worden verlengd tot aan het knooppunt Ewijk (A50/A73). Met een scherm van 5 meter over dit tracé voldoet de geluidsbelasting in bijna het gehele plangebied. In de onderstaande figuur zijn de rekenresultaten weergegeven wanneer de schermen worden verlengd en verhoogd tot 5 meter. Uit de resultaten blijkt dat voor bijna het gehele plangebied in deze situatie voldaan wordt aan de maximale grenswaarde. Hiermee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5|

Woningbouwplannen gemeente Beuningen | M.2021.0897.01.R001

In de onderstaande figuur zijn de resultaten weergegeven wanneer gesloten bebouwing in de eerste lijn aan de zijde van de rijkswegen (zowel A50 als A73) komt. Deze moet dan doof uitgevoerd zijn. Uit de resultaten blijkt dat voor het gehele plangebied, achter de eerstelijns bebouwing, in deze situatie voldaan wordt aan de grenswaarde. Hiermee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Luchtkwaliteit

Onderzoeksmethode

Toetsing

Conclusies effect plan

Conclusies plangebied

Onderzocht is of het woningplan zelf leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit en of de concentraties luchtverontreinigende stoffen op deze locaties leiden tot beperkingen voor woningbouw op deze locatie.

Wettelijk moet de luchtkwaliteit voldoen aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Hierin staan concentraties voor verschillende stoffen opgenomen. Hieronder zijn de belangrijkste waarden benoemd. Dat zijn de waarden voor fijnstof, zeer fijn stof en stikstofdioxide.

Het plan voor Ewijk betreft maximaal circa 985 woningen. Momenteel krijgen woningen geen aansluiting meer op het gasnet. De enige relevante bron van luchtverontreiniging is daarmee het verkeer dat van en naar deze woningen rijdt.

De achtergrondconcentraties zijn in onderstaande tabel weergegeven voor de jaren 2022 en 2030.

Om te bepalen of het plan zelf leidt tot een belangrijke verslechtering van de luchtkwaliteit is aangesloten bij de NIBM-toets uit de Regeling niet in betekenende mate. Daaruit blijkt dat bij plannen voor minder dan 1.500 woningen geen relevante verslechtering van de luchtkwaliteit wordt verwacht. Om de luchtkwaliteit op de planlocatie te onderzoeken is de achtergrondconcentratie bepaald. Hiervoor is als worstcasesituatie het jaar 2022 gebruikt en het laatste jaar waarvoor de concentraties zijn bepaald is 2030. In deze periode is een afnemende trend zichtbaar. Daarnaast is onderzocht of nog relevante andere bronnen dan de snelweg aanwezig zijn in de directe omgeving. Deze kunnen zorgen voor een lokale verslechtering van de luchtkwaliteit.

Stof

Grens- Advieswaarde Advieswaarde waarde WHO 2015 2021 Wet / milieu- Schone Lucht beheer Akkoord 3 20 µg/m3 15 µg/m3 Fijn stof (PM10) 40 µg/m 3 25 µg/m 10 µg/m3 5 µg/m3 Zeer fijn stof (PM2,5) 3 40 µg/m3 10 µg/m3 Stikstofdioxide 40 µg/m (NO2)

Conclusies bijzondere bronnen omgeving

Het Schone Lucht Akkoord is een afspraak tussen het Rijk en verschillende provincies en gemeenten. Hierin wordt gestreefd om in 2030 te voldoen aan de advieswaarden van de WHO. Het gaat hierbij om de advieswaarden uit 2015. Deze waarden zijn ook in onderstaande tabel opgenomen. Beuningen is overigens geen deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord.

De achtergrondconcentraties bepaald men over een relatief groot oppervlak (1x1 km). Daardoor kan een lokale bron, zoals een bedrijf, zorgen voor lokaal hogere concentraties.

Recent heeft de WHO nieuwe advieswaarden gepubliceerd. Zij adviseren een verdere aanscherping van de eerder gepubliceerde grenswaarden vanwege nieuwe inzichten over het effect van luchtverontreiniging voor de volksgezondheid. Verwacht wordt dat al bij lagere concentraties dan eerder verwacht belangrijke negatieve effecten voor de gezondheid kunnen optreden. Deze nieuwe waarden hebben wij ook in de tabel opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=53570330-af83-4c4c-a804-442fe32e5d79