CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01: Nota van Uitgangspunten omgevingsplan Kernen

Raadsvergadering 14 mei 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Nota van Uitgangspunten omgevingsplan Kernen12.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

28

Voorstel Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen geen rustige gebieden of gebieden met functiemenging aan te wijzen. Indien dit in de toekomst nodig of wenselijk wordt geacht, zal dit, na onderzoek, leiden tot een wijziging van het omgevingsplan.

Piekgeluid Naast de normen voor het continue geluid bevat het Bkl ook normen voor piekgeluid. Piekgeluiden zijn plotselinge en harde geluiden (bijvoorbeeld dichtslaan van autodeuren of laden en lossen met een vrachtwagen). Het Bkl bevat, in tegenstelling tot het huidige recht, geen normen voor het maximale piekgeluid in de dagperiode (periode tussen 07.00 - 19.00). Het Bkl bevat dus alleen normen voor het piekgeluid in de avondperiode (19.00 - 23.00) en de nachtperiode (23.00 - 07.00). Aan deze wijziging ligt ten grondslag dat de wetgever normen voor het piekgeluid alleen maar noodzakelijk acht met het oog op het voorkomen van slaapverstoring. Voorstel Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen, overeenkomstig de instructieregels van het Bkl, geen normen voor het piekgeluid in de dagperiode op te nemen. Indien dit in de toekomst nodig of wenselijk wordt geacht, zal dit, na onderzoek, leiden tot een wijziging van het omgevingsplan. Onder het huidige recht worden de twee onderstaande activiteiten uitgezonderd van de normen voor het piekgeluid: ^ ^

het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.

In het Bkl worden deze twee activiteiten niet meer uitgezonderd. Het verrichten van sportactiviteiten in de open lucht en het komen en gaan van bezoekers kan gepaard gaan met maximale geluidsniveaus die hoger liggen dan de toegestane maximale geluidsniveaus (het gaat dan wel alleen maar om de avond- en nachtperiode). Onder het geluid door het komen en gaan van bezoekers wordt onder meer begrepen het dichtslaan van autoportieren en het starten en gas geven bij het wegrijden van voertuigen. Voor beide uitzonderingen geldt dat het redelijkerwijs niet mogelijk is deze pieken te beheersen op basis van een geluidsnorm. Verder is de zorgplicht met bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften (zoals beschreven in het begin van dit hoofdstuk onder het kopje Specifieke zorgplicht milieu) ook op deze activiteiten van toepassing, zodat in individuele overlast gevende situaties ingegrepen kan worden door het stellen van nadere regels.

29

Voorstel Wij stellen voor om het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen en het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan, overeenkomstig het huidige recht, in het nieuwe omgevingsplan Kernen uit te sluiten van de normen voor piekgeluid.

Tankstations Voor tankstations hanteert het huidige recht (Activiteitenbesluit milieubeheer) een andere dagindeling dan het Bkl. Deze andere indeling heeft tot gevolg dat: ^ ^ ^

er in de tijd tussen 07.00 en 19.00 uur onder het Bkl geen norm voor piekgeluid geldt; de norm voor het piekgeluid in de tijd tussen 19.00 en 21.00 onder het Bkl een lagere norm voor het piekgeluid gaat gelden; in de tijd tussen 19.00 en 21.00 is de norm voor het geluid onder het Bkl lager en in de tijd tussen 21.00 en 23.00 is de norm van het Bkl hoger.

Het Bkl geeft gemeenten de mogelijkheid om de dagindeling en bijbehorende normering van het huidige recht te blijven hanteren voor bestaande tankstations. Voor nieuwe tankstations is dit eerst mogelijk indien vast is komen te staan dat met de andere dagindeling en bijbehorende normering voldaan kan worden aan de normering voor de binnenwaarde (het geluid binnen geluidgevoelige gebouwen). Dit is pas mogelijk indien daar onderzoek naar gedaan is. Het omgevingsplan maakt de vestiging van nieuwe tankstations echter niet mogelijk. Indien de vestiging van een tankstation gewenst is, zal het omgevingsplan gewijzigd moeten worden. Voorstel Wij stellen voor om voor bestaande tankstations de dagindeling met bijbehorende normering van het huidige recht te hanteren.

30

4.2.

Trillingen

Het Bkl bevat een instructieregel om er in het omgevingsplan zorg voor te dragen dat trillingen (in een frequentie van 1 tot 80 Hz) veroorzaakt door een activiteit (anders dan wonen en doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen) in trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Trillinggevoelig gebouw Onder een trillinggevoelig gebouw wordt door het Bkl, met uitzondering van woonschepen en woonwagens, hetzelfde verstaan als een geluidgevoelig gebouw (zie hiervoor). Voormalige bedrijfswoningen Bedrijfswoningen met een voormalige functionele binding met een trillingveroorzakende activiteit kunnen in het omgevingsplan worden uitgezonderd van de bescherming tegen trillinghinder. Dit geldt voor voormalige bedrijfswoningen in de agrarische sector, op een bedrijventerrein of in de horecasector. De aanwijzing in het omgevingsplan dient per individueel geval gemotiveerd te worden. Voorstel In het nieuwe omgevingsplan voor de kernen stellen wij voor vooralsnog geen voormalige bedrijfswoningen aan te wijzen. Indien in een individueel geval mocht blijken dat een dergelijke aanwijzing gewenst is, kan het omgevingsplan gewijzigd worden.

Het Bkl stelt dat er sprake is van aanvaardbaarheid indien de standaardwaarden uit het Bkl in het omgevingsplan worden opgenomen. Ten opzichte van de huidige regelgeving (Activiteitenbesluit) is de normering voor herhaald voorkomende trillingen nieuw. De gemeente kan in het omgevingsplan gemotiveerd (na onderzoek) afwijken van de standaardwaarden uit het Bkl en voor rustige gebieden kiezen voor een strengere norm en voor bijvoorbeeld bedrijventerreinen voor een soepelere norm. De instructieregels over trillingen (en dus ook de normering) zijn niet van toepassing op trillingen veroorzaakt door activiteiten die samenhangen met wonen (wel op beroepen en bedrijven aan huis en 'uit de hand gelopen hobby's') en doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. De gemeenteraad kan in het omgevingsplan echter wel regels over trillingen veroorzaakt door deze activiteiten stellen. Dit moet dan wel gemotiveerd worden. Bij nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid van (spoor)wegen moet, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onderzoek worden gedaan naar hinder vanwege trillingen en eventueel te nemen maatregelen. Voorstellen - Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen de standaardwaarden uit het Bkl op te nemen. - Wij stellen voor om op dit moment voor de activiteiten die niet onder de instructieregels vallen geen regels op te nemen.

31

4.3.

Geur

Het Bkl bevat een instructieregel om er in het omgevingsplan zorg voor te dragen dat de geur veroorzaakt door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Het Bkl maakt als het gaat om geurveroorzakende activiteiten onderscheid in: ^ ^ ^ ^

het houden van landbouwhuisdieren; andere agrarische activiteiten; zuiveringstechnische werken; overige bronnen van geurhinder (vaak betiteld als industriële geurhinder).

Cumulatie van geurhinder De cumulatie van geurhinder (geurhinder door meerdere geurveroorzakende activiteiten op één geurgevoelig gebouw) valt blijkens de toelichting op het Bkl ook onder de 'aanvaardbaarheidsinstructieregel'. Hoewel cumulatie in het huidige recht (Activiteitenbesluit en Wet geurhinder en veehouderij) niet betrokken hoeft te worden bij de vergunningverlening van bedrijven, is in jurisprudentie over bestemmingsplannen bepaald dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel degelijk rekening moet worden gehouden met cumulatie. Voorstel Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen een expliciete bepaling over cumulatie van geurhinder op te nemen in de vorm van een bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften in situaties waar cumulatie van geurhinder tot overlast kan leiden.

Geurgevoelige gebouwen Het Bkl bevat een definitie van het begrip geurgevoelig gebouw. Als geurgevoelige gebouwen worden aangemerkt: gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) en kinderopvang (met bedgebied). Met het begrip geurgevoelig gebouw heeft de rijkswetgever aansluiting gezocht bij het begrip geluidgevoelig gebouw. Het begrip is beperkter dan het huidige begrip geurgevoelig object. Onder een geurgevoelig object werden ook kantoren, recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen, zoals chalets, begrepen. De gemeenteraad kan in het omgevingsplan het begrip geurgevoelig gebouw, zoals gehanteerd door het Bkl, uitbreiden en ook locaties als geurgevoelig aanmerken. Voorstel Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen het begrip geurgevoelig gebouw van het Bkl te hanteren, dit begrip niet uit te breiden en ook geen geurgevoelige locaties aan te wijzen.

32

Voormalige bedrijfswoningen Het Bkl geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om in het omgevingsplan voormalige bedrijfswoningen aan te wijzen voor zover die voormalige bedrijfswoning met een agrarisch bedrijf, horecabedrijf of met een bedrijf op een bedrijventerrein functioneel verbonden was. De geurnormen die in het omgevingsplan worden opgenomen zijn niet van toepassing op deze aangewezen voormalige bedrijfswoningen. Voorstel In het nieuwe omgevingsplan Kernen stellen wij voor vooralsnog geen voormalige bedrijfswoningen aan te wijzen. Indien in een individueel geval mocht blijken dat een dergelijke aanwijzing gewenst is, kan het omgevingsplan gewijzigd worden.

Geurveroorzakende activiteiten Onder geurveroorzakende activiteiten vallen nagenoeg alle activiteiten (waaronder bijvoorbeeld (agrarische) bedrijfsmatige activiteiten en horeca). Het Bkl wijst de activiteiten aan die er niet onder vallen. Zo bepaalt het Bkl dat de activiteit wonen geen geurveroorzakende activiteit is. Het Bkl bevat zelf geen definitie van het begrip wonen, maar de toelichting bij het Bkl geeft aan dat een beroep of bedrijf aan huis en een 'uit de hand gelopen hobby' geen verband houden met de activiteit wonen. Voorstel Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen expliciet op te nemen dat een beroep of bedrijf aan huis en hobbymatige activiteiten die het niveau overstijgen dat tot woongedrag behoort geurveroorzakende activiteiten zijn en dus niet onder de activiteit wonen vallen.

Hoewel de activiteit wonen dus in beginsel niet onder de geurregels valt, heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om hier in het omgevingsplan van af te wijken. Bijvoorbeeld door het stellen van regels over de geur van het stoken van hout in kachels en open haarden. Voorstel Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen geen regels op te nemen voor geurhinder ten gevolge van de activiteit wonen. In het nieuwe omgevingsplan Kernen wordt een zorgplicht opgenomen met daaraan gekoppeld een bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Via deze weg kan in een individuele overlastsituatie worden ingegrepen.

33

Agrarische geurhinder Het Bkl werkt voor het houden van landbouwhuisdieren en overige agrarische activiteiten (o.a. opslag van mest, substraat en voer) uit wat er in ieder geval wordt begrepen onder een aanvaardbare geurhinder. Agrarische geurhinder speelt echter met name in het buitengebied. De agrarische geurhinder zullen we dan ook regelen in het nieuwe omgevingsplan Buitengebied. Tot die tijd kunnen we voor de kernen volstaan met het overgangsrecht, zoals dat in de bruidsschat (het tijdelijke omgevingsplan) is opgenomen. Voorstel Wij stellen voor om het aspect agrarische geurhinder niet mee te nemen in het nieuwe omgevingsplan Kernen.

Zuiveringstechnisch werk Net als bij het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten werkt het Bkl voor geurhinder ten gevolge van een zuiveringstechnisch werk uit wat er in ieder geval wordt begrepen onder een aanvaardbare geurhinder. In het huidige recht is dit opgenomen in het Activiteitenbesluit. Regels over de geurhinder van een zuiveringstechnisch werk hoeven alleen in een omgevingsplan te worden opgenomen indien het omgevingsplan de vestiging van een zuiveringstechnisch werk mogelijk maakt. De geurregels voor een zuiveringstechnisch werk zijn met name van toepassing op en in het buitengebied. De geurhinder vanwege een zuiveringstechnisch werk zullen we dan ook regelen in het nieuwe omgevingsplan Buitengebied. Tot die tijd kunnen we voor de kernen volstaan met het overgangsrecht, zoals dat in de bruidsschat (het tijdelijke omgevingsplan) is opgenomen. Voorstel Wij stellen voor om het aspect geurhinder bij een zuiveringstechnisch werk niet mee te nemen in het nieuwe omgevingsplan Kernen, gezien het feit dat er geen zuiveringstechnische werken zijn gelegen binnen het plangebied.

Bebouwingscontour geur Het Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan de begrenzing van de bebouwingscontour geur wordt vastgelegd. De bebouwingscontour is de opvolger van het begrip bebouwde kom, zoals dat in de huidige regelgeving wordt gehanteerd. Onder de huidige regelgeving betreft het niet de bebouwde kom, zoals we die kennen uit de verkeerswetgeving, maar de stedenbouwkundige bebouwde kom. De rijkswetgever wilde een eind maken aan de begripsverwarring (wat is nu bebouwde kom in het kader van geurhinder?) en heeft in het Bkl de verplichting opgenomen tot het aanwijzen van een bebouwingscontour geur. Binnen de bebouwingscontour geur gelden voor de geurbronnen (agrarische geurhinder en geurhinder door een zuiveringstechnisch werk) strengere geurnormen dan buiten de bebouwingscontour geur.

34

Wij nemen in het nieuwe omgevingsplan Kernen geen geurregels op voor de bronnen agrarische geurhinder en geurhinder door zuiveringstechnische werken. Omdat het overgangsrecht, zoals opgenomen in de bruidsschat, verwijst naar de bebouwde kom is het niet noodzakelijk om in het nieuwe omgevingsplan Kernen een bebouwingscontour geur op te nemen. Op het moment dat wij een nieuw omgevingsplan Buitengebied gaan opstellen, zullen we ook een bebouwingscontour geur vastleggen. Dit zal expliciet aan de gemeenteraad worden voorgelegd in de Nota van Uitgangspunten voor het nieuwe omgevingsplan Buitengebied. Voorstel In het nieuwe omgevingsplan Kernen nemen wij geen regels op over agrarische geurhinder en geurhinder door een zuiveringstechnisch werk. We hoeven dan ook geen bebouwingscontour geur aan te wijzen. Dit zal worden meegenomen in het nieuwe omgevingsplan Buitengebied.

Waar waarden gelden De normen die in de instructieregels van het Bkl zijn opgenomen, gelden op de gevel van gevoelige gebouwen. De gemeente mag in het omgevingsplan ook vastleggen dat de waarde geldt op een punt dichterbij de geurveroorzakende activiteit. De gemeente kan dit gebruiken om bijvoorbeeld de geurruimte van veehouderijen te beperken. Niet door uit te gaan van de gevel van het dichtstbijzijnde gevoelige gebouw, maar door geurnormen op te nemen die gelden op een referentiepunt op een vaste afstand van de veehouderij. Dit is denkbaar in een situatie waar het dichtstbijzijnde gevoelige gebouw op een grote afstand van een veehouderij staat. Indien de gemeente(raad) hiertoe zou besluiten, is wel een op de individuele situatie(s) gericht onderzoek en onderbouwing nodig. Voorstel In het nieuwe omgevingsplan Kernen nemen wij geen regels op over agrarische geurhinder en geurhinder door een zuiveringstechnisch werk. Wij zullen dan ook geen regeling opnemen over 'waar waarden gelden'.

Industriële geurhinder Het Bkl heeft voor andere dan de hiervoor genoemde bronnen (agrarisch en zuiveringstechnisch) niet uitgewerkt wat er wordt begrepen onder een aanvaardbare geurhinder. Voor enkele geurbronnen (o.a. restaurants) zijn er specifieke voorschriften opgenomen in de bruidsschat zoals een ontgeuringsfilter of een afvoerpijp (2 meter boven de daklijn). Deze specifieke voorschriften uit de bruidsschat (tijdelijk omgevingsplan) nemen wij niet mee in het nieuwe omgevingsplan Kernen. Overeenkomstig het bepaalde in het plan van aanpak voor de transitieperiode zullen wij deze voorschriften op een later moment thematisch en voor het hele grondgebied overzetten naar het permanente omgevingsplan. De specifieke zorgplicht voor geurhinder die in het huidige recht (Activiteitenbesluit milieubeheer) is opgenomen, komt in het Bkl niet meer terug, omdat de rijkswetgever van oordeel is dat de specifieke zorgplicht voor geurhinder weinig toevoegt aan de algemene zorgplicht voor milieu. De specifieke zorgplicht voor geurhinder sluit echter goed aan op de aanvaardbaarheidseis van het Bkl en is kenbaarder dan een algemene zorgplicht voor het milieu en dus ook makkelijker te handhaven. Dit, 35

omdat de specifieke zorgplicht voor geurhinder zich specifiek richt op activiteiten die geurhinder veroorzaken, terwijl de algemene zorgplicht voor milieu zich richt op alle activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Daarnaast biedt een specifieke zorgplicht voor geur de mogelijkheid om een verwijzing naar het Gelderse Geurbeleid (van de provincie) op te nemen. Voor industriële geur volgt de gemeente Beuningen in principe het Gelders geurbeleid om met behulp van specifiek onderzoek aan te tonen dat er sprake is van (on)aanvaardbare geurhinder. Hoe dit is vastgelegd, is echter onduidelijk. Specifieke zorgplicht geur uit het huidige recht:

Artikel 2.7a 1

38 <

0

O

Q

e

±

Indíén bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.

2

Het bevoegd gezag kan, indien het redelijk vermoeden bestaat dat niet aan het eerste lid wordt voldaan, besluiten dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd. Een geuronderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de NTA 9065.

3

Bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder wordt ten minste rekening gehouden met de volgende aspecten: a.

de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid;

b.

de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten;

c.

de aard, omvangen waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende inrichting;

d.

de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking geurhinder;

e.

de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting, en

f.

de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting.

4

Het bevoegd gezag kan, indien blijkt dat de geurhinder ter plaatse van een of meer geurgevoelige objecten een aanvaardbaar hinderniveau kan overschrijden, bij maatwerkvoorschrift: a.

geuremissiewaarden vaststellen;

b.

bepalen dat bepaalde geurbelastingen ter plaatse van die objecten niet worden overschreden, of

c.

bepalen dat technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht of gedragsregels in de inrichting in acht worden genomen om de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

5

Indien een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het vierde lid wordt vastgesteld, kan het bevoegd gezag besluiten dat door degene die de inrichting drijft een rapport van een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan het eerste lid wordt voldaan.

Voorstel Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen de specifieke zorgplicht voor geurhinder, zoals die is opgenomen in het huidige recht, over te nemen. De specifieke zorgplicht voor geurhinder wordt gekoppeld aan een bevoegdheid tot het nemen van een maatwerkvoorschrift, zodat in een eventuele individuele overlastsituatie concretere maatregelen kunnen worden voorgeschreven. Daarnaast zal voor de vraag wat (on)aanvaardbaar is, een verwijzing worden opgenomen naar het Gelderse Geurbeleid.

36

4.4.

Bodem

De Omgevingswet geeft voor bodem een aantal randvoorwaarden mee, maar het is primair aan de gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan het bodembeleid. Het Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan: ^ ^ ^ ^

regels worden opgenomen over het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie; moet worden gewaarborgd dat sanerende en beschermende maatregelen in stand worden gehouden; bodembeheergebieden kunnen worden aangewezen; de landbodem wordt ingedeeld in bodemfunctieklassen.

Naast deze instructieregels in het Bkl zijn er in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels opgenomen over: ^ • • ^ ^ ^

graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit; graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit; saneren van de bodem; het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie; het toepassen van bouwstoffen; het toepassen van grond of baggerspecie.

In het omgevingsplan kan de gemeenteraad door middel van een maatwerkregel afwijken van de regels, zoals die in het Bal zijn opgenomen. In het huidige recht zijn de regels over deze onderwerpen opgenomen in de Woningwet, de gemeentelijke bouwverordening (bouwen op een bodemgevoelige locatie) en met name de Wet bodembescherming, het Besluit uniforme saneringen en het Besluit bodemkwaliteit. Voor de toepassing van het huidige recht is in de regio MARN (Milieusamenwerking en Afvalverwerking Regio Nijmegen), waartoe ook Beuningen behoort, recent een Nota bodembeheer opgesteld. Deze Nota bodembeheer kent de volgende doelen: ^ ^

het bieden van een regionaal beleidskader waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder grond en baggerspecie op of in de landbodem binnen de regio mag worden toegepast; het bieden van een regionaal beleidskader voor de gemeentelijke taken op het gebied van het stellen van regels voor bouwen op verontreinigde locaties en voor melding en sanering van alle gevallen van bodemverontreiniging die onder het bevoegd gezag van de gemeente vallen.

De gemeente heeft in de nieuwe Nota bodembeheer regio MARN op een aantal onderwerpen specifieke beleidsafspraken gemaakt. Daar waar deze afspraken betrekking hebben op ander bodembeleid dan gebiedsspecifiek beleid voor het toepassen van grond en baggerspecie, vervallen deze afspraken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet kunnen deze afspraken, mits niet in strijd met de wet, worden behouden door ze op te nemen als maatwerkregel in het omgevingsplan. In Tabel 4-1 van het rapport 'Bodembeleid regio Marn - Opstap naar de Omgevingswet' van Royal HaskoningDHV (10 november 2023) is een overzicht opgenomen van het specifieke beleid in de Nota bodembeheer. Tevens is aangegeven waar dit beleid een plaats zou kunnen krijgen in het 37

omgevingsplan. Er wordt op dit moment op regionaal niveau gewerkt aan een uniforme regeling voor bodem. Voorstel Wij stellen voor om voor het aspect bodem de nog door een adviesbureau uit te werken maatwerkregels op te nemen in het nieuwe omgevingsplan Kernen. Deze regels gaan gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente Beuningen. Indien deze niet tijdig gereed zijn stellen wij voor om het aspect bodem niet mee te nemen in het nieuwe omgevingsplan Kernen. De regels kunnen dan later worden toegevoegd door een wijziging van het omgevingsplan.

4.5.

Externe veiligheid

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden eisen aan het omgevingsplan gesteld ten aanzien van aangewezen risicobronnen en de bescherming van gevoelige objecten. De gevoelige objecten worden opgesplitst in 1) zeer kwetsbare gebouwen, 2) kwetsbare gebouwen en locaties en 3) beperkt kwetsbare gebouwen en locaties. De risicobronnen worden aangewezen in bijlage VII van het Bkl. De categorieën kwetsbare gebouwen en locaties worden aangewezen in bijlage VI van het Bkl. Zeer kwetsbare gebouwen De categorie zeer kwetsbare gebouwen is nieuw ten opzichte van het huidige recht. De gebouwen in deze categorie vielen eerder onder de categorie kwetsbare objecten. Een gebouw is 'zeer kwetsbaar' als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gaat om de volgende gebouwen: ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

woonfunctie voor 24-uurszorg; basisscholen; scholen voor minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking; dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; gezondheidszorg met bedgebied (ziekenhuizen en verpleeghuizen); kinderopvang; gevangenissen.

Kwetsbare gebouwen en locaties Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing). Kwetsbare locaties zijn locaties bestemd voor grote evenementen met meer dan 5.000 bezoekers of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om: ^ ^ • • • • •

woonfunctie; bijeenkomstfunctie; kantoorfunctie; sportfunctie; middelbare scholen ; gezondheidszorg zonder bedgebied; locatie voor evenementen in de open lucht voor ten minste 5.000 personen.

38

Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties De overige gebouwen en locaties zijn beperkt kwetsbaar. De instructieregels van het Bkl voor (beperkt) kwetsbare gebouwen zijn inhoudelijk vergelijkbaar met die in het huidige recht (Besluit externe veiligheid inrichtingen). De gemeenteraad kan in het omgevingsplan andere categorieën van gebouwen of locaties aanmerken als zeer kwetsbaar, kwetsbaar of beperkt kwetsbaar en gebouwen of locaties meer bescherming bieden. Voorstel Wij stellen voor om voor het nieuwe omgevingsplan Kernen gebruik te maken van de indeling van gebouwen en locaties zoals het Bkl die voorstelt.

Plaatsgebonden risico In het Bkl worden instructieregels gegeven over het plaatsgebonden risico bij risicoactiviteiten. Voor zeer kwetsbare en kwetsbare gebouwen en locaties moet het plaatsgebonden risico in acht worden genomen en bij beperkt kwetsbare gebouwen en locaties moet er rekening worden gehouden met het plaatsgebonden risico. Dit betekent dat binnen een plaatsgebonden risicocontour van een risicobron geen zeer kwetsbare gebouwen of kwetsbare gebouwen en locaties mogen worden toegestaan en dat beperkt kwetsbare gebouwen of locatie pas na een beoordeling (dus vergunning) mogen worden toegestaan. Dit komt overeen met het huidige recht. Voorstel Wij stellen voor om overeenkomstig de huidige systematiek in het nieuwe omgevingsplan Kernen de plaatsgebonden risicocontour van risicoactiviteiten aan te duiden, voor zover deze is gelegen buiten de grens van het perceel waarop het bedrijf is gelegen, en te regelen dat binnen de contour geen nieuwe zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn toegestaan.

Groepsrisico Het Bkl introduceert zogenaamde aandachtsgebieden rond risicobronnen. Deze aandachtsgebieden zijn nieuw ten opzichte van het huidige recht. Als aandachtsgebied externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied. De aandachtsgebieden gelden op grond van de Omgevingswet en het Bkl en hoeven niet in het omgevingsplan aangewezen te worden. Uitgangspunt voor het nieuwe omgevingsveiligheidsbeleid is dat personen in gebouwen buiten een aandachtsgebied (brand, explosie of gifwolk) voldoende zijn beschermd. Binnen die aandachtsgebieden, of voor personen die verblijven op een locatie in de buitenlucht, zal bij nieuwe 39

initiatieven moeten worden gekeken of en welke aanvullende beschermende maatregelen nodig en te treffen zijn. Een (deel van een) aandachtsgebied kan in het omgevingsplan worden aangewezen als voorschriftengebied. Binnen het voorschriftengebied gelden op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) aanvullende bouwvoorschriften (verbeteren van de veiligheid) voor de nieuwbouw of vervangende nieuwbouw (en dus niet voor bestaande bouw) van zeer kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare gebouwen. Er geldt een plicht tot het aanwijzen van een voorschriftengebied als in een aandachtsgebied een zeer kwetsbaar gebouw wordt toegelaten. In Beuningen is nog niet in beeld gebracht waar zich zeer kwetsbare gebouwen bevinden/worden toegelaten. De aandachtsgebieden in en nabij de kernen zijn - voor zover bekend - zichtbaar op de Atlas leefomgeving. Voor het toestaan van nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties binnen een aandachtsgebied wordt een vergunningplicht opgenomen in het omgevingsplan. Een nieuwe (beperkt) kwetsbaar gebouw of locatie is dan pas mogelijk nadat het college van B&W een vergunning heeft verleend en daarbij, na advies te hebben ingewonnen van de veiligheidsregio, een beoordeling heeft uitgevoerd van: ^ ^ ^ ^

de mogelijkheden van risicocommunicatie; of er voldoende bluswater voorhanden is; of er opstelplaatsen voor brandweervoertuigen zijn; of er verbetering mogelijk is in de alarmering of de vluchtroutes.

Voorstellen - Wij stellen voor om binnen de aandachtsgebieden in het omgevingsplan geen nieuwe zeer kwetsbare gebouwen toe te staan. - Wij stellen voor om voor nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties binnen aandachtsgebieden een vergunningplicht in het nieuwe omgevingsplan Kernen op te nemen.

Toelaten en uitbreiden risicobronnen De instructieregels op het vlak van externe veiligheid hebben naast de bescherming van kwetsbare gebouwen ook betrekking op het toelaten van nieuwe of de uitbreiding van bestaande risicobronnen. In de systematiek van de bestemmingsplannen (zowel die van de kernen als die voor de bedrijventerreinen) worden de bestaande risicovolle inrichtingen aangeduid en toegestaan. Uitbreiding van deze bestaande risicovolle inrichtingen is binnen de bestemmingsplannen niet toegestaan indien het plaatsgebonden risico daarmee groter wordt dan het bouwperceel of dan is aangeduid op de verbeelding. Het begrip risicovolle inrichting komt onder de Omgevingswet niet terug. In bijlage VII van het Bkl is aangegeven wat er onder een risicobron wordt verstaan. Deze opsomming van risicobronnen is ruimer dan het begrip risicovolle inrichting zoals dat in de bestemmingsplannen wordt gehanteerd.

40

Voorstel Wij stellen voor om in het omgevingsplan geen nieuwe risicobronnen toe te staan en de uitbreiding van bestaande risicobronnen alleen direct (dus zonder vergunning) toe te staan indien het aandachtsgebied binnen het eigen perceel is gelegen.

4.6.

Luchtkwaliteit

Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor luchtkwaliteit als het gaat om: ^ ^

de aanleg van een auto(snel)weg en een wegtunnelbuis, en de aanleg van wegen, spoor- en vaarwegen of het mogelijk maken van activiteiten die gevolgen hebben voor de verkeersintensiteit en het toestaan van bepaalde bedrijven in de aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof.

Deze instructieregels zijn niet relevant voor het nieuwe omgevingsplan Kernen, omdat de gemeente niet is aangewezen als aandachtgebied luchtkwaliteit (in de Omgevingsregeling) en het nieuwe omgevingsplan Kernen niet de aanleg van een auto(snel)weg en een wegtunnelbuis mogelijk maakt. De gemeente kan maatwerkregels stellen in het omgevingsplan over de luchtemissie van activiteiten. Voorbeelden zijn particuliere vuurkorven of het stoken van houtkachels. Deze activiteiten gaan we in het omgevingsplan onder een zorgplichtbepaling laten vallen met daaraan gekoppeld een bevoegdheid om in individuele gevallen van overlast maatwerkvoorschriften te kunnen nemen. Voorstel Wij stellen voor om in het omgevingsplan een zorgplichtbepaling op te nemen gekoppeld aan een bevoegdheid tot het nemen van maatwerkvoorschriften.

4.7.

Lozingen

De regels over het lozen van (huishoudelijk) afvalwater staan in het huidige recht in het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah), het Activiteitenbesluit (voor zover uit een inrichting wordt geloosd) of in het Besluit lozingen buiten inrichtingen (Blbi). De wetgever gaat dit thema niet meer landelijk regelen, zodat de regels uit deze AMvB's moeten worden overgezet naar het gemeentelijke omgevingsplan. Per 1 januari 2024 maken deze regels dan ook onderdeel uit van de bruidsschat en daarmee het tijdelijke Omgevingsplan van de gemeente Beuningen.

Voorstel Wij stellen voor om deze regels in een thematische wijziging in één keer voor het hele grondgebied van de gemeente over te zetten naar het permanente omgevingsplan. De regels over lozing worden niet meegenomen in het nieuwe omgevingsplan Kernen.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=846e8509-311d-4fbe-87e1-b147494a8be5