CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01: Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan Kernen

Commissie Ruimte 19 maart 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Nota van Uitgangspunten omgevingsplan Kernen12.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan Beuningen deelgebied Kernen

Versie 2

19-02--2024

1

Inhoud 1.

2.

Inleiding................................................................................................................................................. 4 1.1.

Aanleiding Nota van Uitgangspunten..........................................................................................4

1.2.

Categorie 1: wijzigingen zonder rechtsgevolg........................................................................... 6

1.3.

Categorie 2: wijzigingen vanwege gemeentelijkbeleid of instructieregels................................7

1.4.

Categorie 3: wijzigingen vanwege de omgevingsplanactiviteit bouwenvan een bouwwerk . 7

1.5.

Categorie 4: wijzigingen vanwege gemeentelijkeafwegingsruimte op het gebied van milieu 8

Gemeentelijk beleid en instructieregels.............................................................................................. 9 2.1 2.1.1

Ruimtelijke kwaliteit en wonen...........................................................................................9

2.1.2

Openbare ruimte en landschap......................................................................................... 11

2.1.3

Milieu en duurzaamheid.................................................................................................... 12

2.1.4

Leefbaarheid en gezondheid............................................................................................. 13

2.1.5

Economie, recreatie en toerisme......................................................................................14

2.1.6

Omgevingsvisie .................................................................................................................. 14

2.2

4.

Instructieregels provincie...........................................................................................................17

2.2.1

Artikel 2.35 Nevenactiviteiten agrarische bedrijven in agrarisch gebied ...................... 17

2.2.2

Artikel 2.38 Intrekgebied .................................................................................................. 17

2.2.3

Artikel 2.64 Bescherming windvang molen...................................................................... 17

2.3

3.

Gemeentelijk beleid.....................................................................................................................9

Instructieregels rijk..................................................................................................................... 18

2.3.1

Slagschaduw van windturbines......................................................................................... 18

2.3.2

Cultureel erfgoed................................................................................................................19

2.3.3

Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................ 19

Omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk..................................................................... 21 3.1.

Bouwregels uit bestemmingsplannen.......................................................................................21

3.2.

Nota ruimtelijke kwaliteit...........................................................................................................21

3.3.

Omgevingsplan .......................................................................................................................... 21

3.3.1.

Hoofdgebouwen.................................................................................................................21

3.3.2.

Bijbehorende bouwwerken .............................................................................................. 21

3.3.3.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde............................................................................... 23

Afwegingsruimte milieuregels .......................................................................................................... 24 4.1.

Geluid ........................................................................................................................................ 26

4.2.

Trillingen......................................................................................................................................31

4.3.

Geur ............................................................................................................................................ 32

4.4.

Bodem ....................................................................................................................................... 37

4.5.

Externe veiligheid....................................................................................................................... 38 2

4.6.

Luchtkwaliteit............................................................................................................................41

4.7.

Lozingen..................................................................................................................................... 41

3

1. Inleiding 1.1.

Aanleiding Nota van Uitgangspunten

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Vanaf dat moment heeft de gemeente Beuningen van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijke omgevingsplan bestaat uit drie bestanddelen, namelijk: 1. Alle geldende ruimtelijke plannen (zoals bestemmingsplannen); 2. De bruidsschat (voormalige rijksregels); 3. De gemeentelijke verordening afvoer hemel- en grondwater.

Transitieperiode: verhuizing De Omgevingswet geeft gemeenten de gelegenheid om gedurende de transitieperiode (tot 1 januari 2032) de bestanddelen van het tijdelijke omgevingsplan te verhuizen naar het permanente omgevingsplan. Naast de genoemde bestanddelen die samen het tijdelijke omgevingsplan vormen, moeten ook de gemeentelijke verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving gedurende de transitieperiode verhuizen naar het permanente omgevingsplan. In 2021 heeft de gemeenteraad kennis genomen van het plan van aanpak voor de transitieperiode. Dit plan van aanpak beschrijft hoe de gemeente voor het einde van de transitieperiode een permanent omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente heeft.

Aanpak verhuizing Prioriteit: gebiedsgerichte verhuizing van bestemmingsplannen en planologisch relevante onderdelen bruidsschat In het plan van aanpak is bepaalt dat we prioriteit toekennen aan het verhuizen van de bestemmingsplannen en de planologisch relevante onderdelen van de bruidsschat (regels die zien op bouwen, milieunormering op het gebied van geluid, geur, trillingen, externe veiligheid, bodem, luchtkwaliteit, lozingen). Ook is bepaald dat de bestemmingsplannen gebiedsgericht verhuizen in drie tranches. Tranche 1 betreft de kernen. In de periode 2013 tot en met 2015 zijn de bestemmingsplannen voor de verschillende kernen geactualiseerd. Nadien zijn er bestemmingsplannen vastgesteld om ontwikkelingen mogelijk te maken en zijn enkele thematische parapluplannen (parkeren en archeologie) vastgesteld. Ten aanzien van de planologische regels en juridische actualiteit zijn de geldende kernplannen nog steeds 'bij de tijd' en behoeven dus geen inhoudelijke aanpassing. Dit uiteraard met uitzondering van het opnemen van daarna vastgesteld beleid en het feit dat de redactie van een omgevingsplan anders is dan die van een bestemmingsplan. Beleidsneutraal In het plan van aanpak voor de transitieperiode is verder vastgelegd dat we de verhuizing beleidsneutraal (één op één) oppakken.

Beleidsneutraal wil zeggen dat het opstellen van het permanente omgevingsplan niet wordt aangegrepen om zaken op een andere manier te reguleren, maar dat er aansluiting wordt gezocht bij het geldende beleid en de geldende regelgeving. Hierbij is van belang op te merken dat een omgevingsplan een dynamisch plan is dat geen planperiode kent van enkele jaren, zoals dat voorheen bij bestemmingsplannen wel het geval was. Mocht het beleid na vaststelling van het eerste (permanente) omgevingsplan wijzigen, dan kan dit daarna, mits concreet 4

geformuleerd, eenvoudig in het omgevingsplan worden verwerkt via een partiële herziening. Anders dan bij een bestemmingsplan kan men zo gemakkelijker het omgevingsplan op onderdelen wijzigen, waardoor het continu actueel is. Thematische verhuizing van verordeningen en niet-planologisch relevante onderdelen van de bruidsschat Bij gemeentelijke verordeningen is geen sprake van urgentie anders dan dat zij op 1 januari 2032 in het permanente omgevingsplan moeten staan. Gemeentelijke verordeningen worden daarom thematisch (per verordening) omgezet naar het permanente omgevingsplan. In het plan van aanpak is bepaald om de regels in de gemeentelijke verordeningen op een natuurlijk moment om te zetten naar het permanente omgevingsplan. Omdat het omzetten van verordeningen naar regels in het omgevingsplan specifieke aandacht vergt en het niet efficiënt is deze ad hoc toe te voegen, is er voor gekozen deze op een later moment en gebundeld om te zetten voor het gehele grondgebied van de gemeente Beuningen. Bovenstaande geldt ook voor de rest van de bruidsschat (d.w.z. de niet-planologisch relevante onderdelen). Deze laten we voorlopig even in de bruidsschat staan en verhuizen we op een gegeven moment (bij voorkeur aan de hand van een uniform regionaal voorstel) projectmatig naar het permanente omgevingsplan.

Geen nieuwe ontwikkelingen Aangezien de hierboven beschreven verhuizing al complex genoeg is en tijd vergt, nemen we bij de verhuizing geen nieuwe ontwikkelingen mee. Deze nieuwe ontwikkelingen volgen hun eigen ruimtelijke procedure en worden pas, indien ze juridisch onherroepelijk zijn, verwerkt in het omgevingsplan. Inventarisatiefase Om tot een omgevingsplan voor alle kernen in de gemeente Beuningen te komen, is de eerste stap het opstellen van een inventarisatienota geweest. Het doel van de inventarisatienota is geweest om scherp te krijgen wat de kaders voor het omgevingsplan zijn (zowel wettelijk als beleidsmatig op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau (beleidsinventarisatie) en in hoeverre de feitelijke situatie overeenkomt met de juridische situatie in bestemmingsplannen (veldinventarisatie). Bij de beleidsinventarisatie is zowel de input van de vakspecialisten binnen de gemeente als die van de ODRN benut. Op rijksniveau is stilgestaan bij: 1) de bestaande rijksregels die onder de noemer 'bruidsschat' naar gemeenten en waterschappen verhuizen en 2) de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij de instructieregels is een onderscheid gemaakt in regels die moeten worden geregeld in het omgevingsplan en regels die een keuze laten aan de gemeente.

Op provinciaal niveau zijn de instructieregels uit de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland uiteengezet en is verkend wat de relevantie is voor het omgevingsplan voor de kernen.

5

Op gemeentelijk niveau is bekeken: 1) hoe de eind 2021 vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie zich verhoudt tot het op te stellen omgevingsplan en 2) welke gemeentelijke sectorale beleidsdocumenten gelden en wat de relevantie is voor het omgevingsplan voor de kernen. Nota van Uitgangspunten De inventarisatienota is de opstap naar het opstellen van een Nota van Uitgangspunten. In deze Nota van Uitgangspunten wordt bepaald op welke wijze hetgeen geïnventariseerd is in de inventarisatienota doorwerkt in de regels van het omgevingsplan. Om bij de metafoor van het verhuizen te blijven: we gaan eerst verhuizen en daarna verbouwen.

Door de wijziging in de wet- en regelgeving is het niet mogelijk en wellicht soms niet wenselijk om de huidige regels één op één te verhuizen. Ten opzichte van de nu geldende regels zal het omgevingsplan wijzigingen bevatten. In deze Nota van Uitgangspunten wordt inzichtelijk gemaakt welke wijzigingen dit zijn en hoe we deze gaan verwerken in het omgevingsplan. Er zijn vier categorieën wijzigingen te onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Wijzigingen zonder rechtsgevolg; Wijzigingen vanwege gemeentelijk beleid of instructieregels; Wijzigingen vanwege de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk; Wijzigingen vanwege afwegingsruimte op het gebied van milieu.

1.2.

Categorie 1: wijzigingen zonder rechtsgevolg

Dit is veruit de grootste categorie. Aangezien het instrument omgevingsplan een ander instrument is dan het bestemmingsplan (zowel juridisch als technisch) worden de regels in het omgevingsplan op een andere wijze gegroepeerd en geformuleerd. Dit betekent dat het niet mogelijk is om de regels uit de bestemmingsplannen één op één over te nemen. Deze wijzigingen hebben echter geen rechtsgevolg voor de inwoners en bedrijven, zodat ze bestuurlijk ook weinig relevant zijn. Daarnaast is het vanwege het aantal wijzigingen in deze categorie ook niet mogelijk om hiervan een overzicht te geven. Deze categorie wijzigingen komt in deze Nota van Uitgangspunten dan ook niet terug.

6

1.3.

Categorie 2: wijzigingen vanwege gemeentelijk beleid of instructieregels

In de inventarisatiefase die aan deze Nota van Uitgangspunten vooraf is gegaan, is een inventarisatie van het gemeentelijk beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving gedaan. Daarnaast zijn de instructieregels die de provincie (in de provinciale omgevingsverordening) en het Rijk (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) voor het opstellen van een omgevingsplan hebben gesteld, in beeld gebracht. De instructieregels van het Rijk op het gebied van milieu worden in hoofdstuk 4 besproken. In deze Nota van Uitgangspunten zal per relevant gemeentelijk beleidsstuk en relevante instructieregel worden aangegeven of er aanleiding is om de regels uit de geldende bestemmingsplannen te wijzigen.

1.4.

Categorie 3: wijzigingen vanwege de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk

Waar nu één 'bouwvergunning' (omgevingsvergunning voor het bouwen) nodig is voor het bouwen van een bouwwerk kunnen er na inwerkingtreding van de Omgevingswet twee 'bouwvergunningen' nodig zijn. Dit komt omdat de rijkswetgever niet meer verantwoordelijk wil zijn voor de hele 'bouwvergunning', maar alleen voor de technische (constructieve veiligheid en brandveiligheid) kant van de 'bouwvergunning'. De ruimtelijke kant van de 'bouwvergunning' (welstand en toets aan het bestemmingsplan) vindt de rijkswetgever een verantwoordelijkheid van de gemeente. De Omgevingswet brengt daarom een knip aan in de 'bouwvergunning'. Waar de 'bouwvergunning' nu ziet op één activiteit, namelijk het bouwen van een bouwwerk, wordt de 'bouwvergunning' onder de Omgevingswet opgeknipt in de omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit (geregeld door het rijk) en de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk (te regelen door de gemeente). Beide omgevingsvergunningen worden verleend door het college van B&W als bevoegd gezag. Welstandsvrije gebieden ^ vergunningplicht

Een voorbeeld: De rijkswetgever heeft nu geregeld dat een dakkapel aan de voorkant van een woning 'bouwvergunningplichti'g' is. Onder de Omgevingswet heeft de rijkswetgever aangegeven dat er technisch geen redenen zijn om dergelijke bouwwerken vergunningplichtig te laten zijn. Een dakkapel aan de voorkant van een woning is voor de (technische) bouwactiviteit dan ook vergunningvrij. De gemeente (de gemeenteraad) moet in haar omgevingsplan bepalen of de dakkapel aan de voorkant van een woning ook in ruimtelijk opzicht vergunningvrij is. De argumenten voor de gemeenteraad om te bepalen of bouwwerken voor de activiteit 'omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk' vergunningplichtig moeten zijn of vergunningvrij kunnen zijn, zijn: 1.

Kunnen er in het omgevingsplan concrete regels worden opgenomen voor het toelaten van een bouwwerk? Bijvoorbeeld: een woning is alleen toegestaan in een bouwvlak of de bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 12 meter. en 2. Is er een toets aan het welstandsbeleid noodzakelijk?

7

Als vraag 1 met ja wordt beantwoord en vraag 2 met nee, dan is het mogelijk om het bouwen van een bouwwerk voor de activiteit 'omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk' vergunningvrij te maken. In deze Nota van Uitgangspunten zal per categorie bouwwerken: 1) gebouwen, 2) bijbehorende bouwwerken en 3) bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden aangegeven hoe er met de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk wordt omgegaan.

1.5.

Categorie 4: wijzigingen vanwege gemeentelijke afwegingsruimte op het gebied van milieu

Een belangrijk bestanddeel van het permanente omgevingsplan is de bruidsschat. Dit zijn rijksregels waarvan de wetgever heeft gezegd dat deze niet meer op rijksniveau worden geregeld, maar dat iedere gemeente deze moet opnemen in haar omgevingsplan. Het grootste deel van deze regels zijn milieuregels op het gebied van geluid, geur, trillingen, externe veiligheid, bodem, luchtkwaliteit en lozingen. De wetgever heeft in het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels aan gemeenten gegeven met daarin een open norm, namelijk zorg voor een aanvaardbare situatie in het omgevingsplan en een standaardregeling wanneer er in ieder geval sprake is van een aanvaardbare situatie. Verder bevatten de instructieregels voor gemeenten afwegingsruimte om af te wijken van de standaardregeling om op een andere manier invulling te geven aan de open norm. In deze Nota van Uitgangspunten zal er per milieuaspect: geluid, geur, trillingen, externe veiligheid, bodem, luchtkwaliteit en lozingen worden aangegeven hoe de regels van de bruidsschat en de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden vertaald in het omgevingsplan.

8

2. Gemeentelijk beleid en instructieregels In dit hoofdstuk worden aan de hand van twee vragen achtereenvolgens het relevante gemeentelijk beleid, de relevante instructieregels van de provincie en de instructieregels van het Rijk behandeld. Deze twee vragen zijn: 1. Waar gaat het over? 2. Leidt het nieuwe beleid tot een aanpassing van de regels en zo ja, hoe?

2.1

Gemeentelijk beleid

2.1.1

Ruimtelijke kwaliteit en wonen

Archeologisch beleid (2022) 1. Waar gaat het over? Dit beleidsstuk bevat het archeologisch beleid van de gemeente Beuningen. 2. Aanpassing regels? Nee, dit beleid is reeds vertaald in het Parapluplan Archeologie. Dit parapluplan nemen we één-op-één over in het omgevingsplan. 10 punten plan Wonen (2020) 1. Waar gaat het over? Deze motie is door de gemeenteraad aangenomen en dient als kader ('uitgangspunten') voor het woningbouwprogramma van de komende jaren. 2. Aanpassing regels? Nee, de uitgangspunten zoals genoemd in de motie moeten nog nader uitgewerkt worden om als concrete regels in het omgevingsplan opgenomen te kunnen worden. Bovendien ziet de motie op toekomstige ontwikkelingen die bij het opstellen van dit eerste omgevingsplan voor de kernen (de verhuizing) niet worden meegenomen. Beleidsregel afwijkingsbeleid dakopbouwen (2019) 1. Waar gaat het over? Deze beleidsregel is een aanvulling op de Nota Ruimtelijke kwaliteit en geldt voor enkele woningen aan het Beatrixplein. In deze beleidsregel worden nadere voorwaarden gesteld voor het plaatsen van dakopbouwen in deze buurt. 2. Aanpassing regels? Ja, voorstel is om het afwijkingsbeleid in het omgevingsplan te regelen via een omgevingsplanactiviteitvergunning. Reden: hiermee kun je de voorwaarden uit de beleidsregel juridisch borgen en kunnen ze in het kader van de omgevingsvergunning worden getoetst.

Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het beleid slechts op een zeer beperkt gebied ziet en er nauwelijks gebruik van wordt gemaakt.

9

Woonvisie 'Duurzaam, zorgzaam en vitaal wonen' (2018) 1. Waar gaat het over? Deze woonvisie bevat onder andere een indicatief woningbouwprogramma, uitgangspunten voor woningbouw (en zorg-)initiatieven, accenten per kern en regionale woningbouwafspraken. 2. Aanpassing regels? Nee, het is nu niet in een bestemmingsplan geregeld (onvoldoende concreet, enkel ambities) en zal ook niet worden opgenomen in het omgevingsplan. Beleidslijn 'kangoeroe- c.q. meergeneratiewoningen 2018' (2018) 1. Waar gaat het over? In dit beleidsstuk staan voorwaarden die de gemeente hanteert bij het besluit om wel/niet planologische medewerking te verlenen aan inwoning in de vorm van kangoeroe- c.q. meergeneratiewoningen. 2. Aanpassing regels? Ja. Het is nu niet in een bestemmingsplan geregeld (enkel mogelijk via een afwijkvergunning). Voorstel is om de beleidslijn in het omgevingsplan te regelen via een omgevingsplanactiviteitvergunning. Reden: hiermee kun je de voorwaarden uit de beleidsregel juridisch borgen en kunnen ze in het kader van de omgevingsvergunning worden getoetst. Dit is met name van belang vanwege de voorwaarden zoals dat het woon- en leefmilieu van de directe omgeving niet onevenredig mag worden aangetast en dat de stedenbouwkundige/ruimtelijke structuur van de omgeving niet onevenredig mag worden aangetast. Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2015) 1.

Waar gaat het over? Met deze nota legt de raad vast hoe het welstandstoezicht in de gemeente Beuningen inhoudelijk en procedureel is geregeld. Ook geeft deze nota uitgangspunten en kaders voor de beoordeling van aanvragen. 2. Aanpassing regels? Zie onder hoofdstuk 3. Beleidsregel kamerverhuur Beuningen (2012) 1. Waar gaat het over? In deze beleidsregel is vastgelegd hoe wordt omgegaan met verzoeken voor kamerverhuur en welke brandveiligheidseisen er gelden. 2. Aanpassing regels? Ja. Het is nu niet in een bestemmingsplan geregeld (enkel mogelijk via een afwijkvergunning en een gebruiksmelding). Voorstel is om het in het omgevingsplan te regelen via een omgevingsplanactiviteitvergunning. Reden: hiermee kun je de voorwaarden uit de beleidsregel juridisch borgen en kunnen ze in het kader van de omgevingsvergunning worden getoetst.

10

2.1.2 Openbare ruimte en landschap Groenbeleidsplan (2022) 1. Waar gaat het over? Het plan bevat onder meer een kaart met groene zones en er worden ambities voor vijf thema's, te weten 1) het gemeentelijk bomenbestand, 2) de biodiversiteit, 3) een klimaatadaptieve woonomgeving, 4) functioneel en hoogwaardig nieuw groen en 5) samenwerking met inwoners, genoemd. Aan het groenbeleidsplan is een uitvoeringsprogramma met bijbehorend budget gekoppeld. 2. Aanpassing regels? Groene zones Voor het overgrote gedeelte zijn de groenzones uit het groenbeleidsplan verwerkt in de groenbestemmingen in de geldende bestemmingsplannen. Zie bijvoorbeeld de afbeelding hieronder:

Fragment 'Groenbeleidsplan'

Fragment bestemmingsplan 'Kern Beuningen

Voorstel: we nemen alle groenzones uit het groenbeleidsplan over als functie 'Groen' in het omgevingsplan. Vijf thema's Ten aanzien van de vijf thema's genoemd in het groenbeleidsplan zijn met name ambities en streefwaarden genoemd. Deze zijn niet concreet genoeg om er regels van te maken in het omgevingsplan. Een voorbeeld: bij het thema 'functioneel en hoogwaardig nieuw groen' wordt de ambitie ('richtgetal') genoemd om per nieuwe woning 100 m2 openbaar groen in de directe omgeving te creëren. Deze ambitie dient nader te worden uitgewerkt om deze als concrete regel in het omgevingsplan op te kunnen nemen.

11

2.1.3

Milieu en duurzaamheid

Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027 (2022) 1. Waar gaat het over? In het beleidsplan wordt beschreven wat de gemeentelijke ambities en doelen zijn voor het watersysteem en hoe invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke watertaken en zorgplichten. Het doel is om een duurzame toekomstgerichte en klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte te behouden en te realiseren. 2. Aanpassing regels? Dit beleidsplan is reeds vertaald in de gemeentelijke hemelwaterverordening. Deze maakt per 1 januari 2024 van rechtswege onderdeel uit van het tijdelijk omgevingsplan. Indien de hemelwaterverordening gewijzigd gaat worden, dan moet dit in het omgevingsplan gebeuren. Transitievisie Warmte 1.0 (2022) 1. Waar gaat het over? De Transitievisie Warmte vormt het startpunt voor een aardgasvrij Beuningen. Een belangrijk uitgangspunt voor de warmtetransitie is dat het haalbaar en betaalbaar moet zijn voor de inwoners. Daarom zijn in de Transitievisie Warmte ambities voor 2030 vastgelegd. Deze ambities passen bij de afspraken in het Klimaatakkoord die als doel hebben dat Nederland in 2050 van het aardgas af is. De toekomstige Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten de bevoegdheden om hierin de regie te pakken.

Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten namelijk een aanwijsbevoegdheid: de mogelijkheid gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum overgaan op een duurzaam alternatief ter vervanging van aardgas. Dit leggen zij uiteindelijk vast in het omgevingsplan. Naar verwachting treedt deze wet in 2024 in werking. 2. Aanpassing regels? Nee, pas na inwerkingtreding van de Wgiw kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om in het omgevingsplan gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum overgaan op een duurzaam alternatief. Regionale Energiestrategie (RES) (2021) 1. Waar gaat het over? De RES is een document waarin de regio Arnhem-Nijmegen (waaronder de gemeente Beuningen) voor 2030 en 2050 opgaven uitwerken voor duurzame elektriciteitsopwekking en voor energiebesparing van warmte. Er wordt gewerkt aan de RES 2.0. 2. Aanpassing regels? Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in het omgevingsplan voor de kernen. In het kader van nieuwe ontwikkelingen zal de RES uiteindelijk wel moeten worden opgenomen in de provinciale omgevingsverordening en het gemeentelijk omgevingsplan om de juridische basis te kunnen vormen voor vergunningverlening.

12

Schone Lucht Akkoord (2020) 1. Waar gaat het over? Het Schone Lucht Akkoord is een akkoord tussen Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten, waaronder de gemeente Beuningen. Het doel is om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Samen is het streven naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. 2. Aanpassing regels? Nee, het is nu niet in een bestemmingsplan geregeld (onvoldoende concreet, enkel ambities) en zal ook niet worden opgenomen in het omgevingsplan. Energievisie Energiek Beuningen (2017) 1. Waar gaat het over? In deze visie wordt duidelijk gemaakt waar de gemeente staat, wat de opgave is om uiteindelijk in 2040 energieneutraal te worden en hoe de Beuningse gemeenschap de komende jaren meters wil maken op het gebied van energiebesparing en duurzame energie bij inwoners en bedrijven. 2. Aanpassing regels? Nee. Daar waar in de regels van de huidige bestemmingsplannen de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag is toegestaan worden deze overgenomen. Voorstel is om een eventueel verbod op houtstook en het vergunningvrij maken van de plaatsing van warmtepompen op dit moment niet mee te nemen in het omgevingsplan, maar dit eerst concreet te maken in beleid en vervolgens te borgen in de juridische regels van het omgevingsplan.

Het omgevingsplan heeft de uitwerking van beleid nodig om goed te kunnen functioneren. Geluidnota bedrijventerrein "De Schoenaker" (2010) 1. Waar gaat het over? In de nota wordt beschreven hoe de geluidruimte tussen de bedrijven op het bedrijventerrein eerlijk verdeeld wordt, met het oog op de bescherming van het woon en leefmilieu van nabij het bedrijventerrein gelegen woonlocaties. De nota is ook gekoppeld aan het bestemmingsplan om juridisch te kunnen afdwingen dat bedrijven zich houden aan de hen toegewezen geluidruimte. 2. Aanpassing regels? Nee, de geluidnota raakt niet het plangebied van het omgevingsplan voor de kernen. Voorstel is om de bestaande regeling op latere termijn over te nemen bij opname van de bedrijventerreinen in het plangebied van het Omgevingsplan.

2.1.4

Leefbaarheid en gezondheid

Evenementenbeleid 'Beleef het in Beuningen' (2020) 1. Waar gaat het over? Dit beleid is bedoeld om evenementen in de gemeente goed te regelen. Het beleid is afgestemd op de lokale ontwikkelingen en regionale en landelijke richtlijnen. Het beleid beschrijft de evenementencategorieën, het wettelijk kader en de specifieke regels voor evenementen. Daarnaast geeft het weer welke regels voor het geluid geldt bij evenementen en welke aanvullende regels zijn bij evenementen.

13

2. Aanpassing regels? Ja. Bepalend voor de invloed van een evenement op de omgeving zijn met name de aspecten: type evenement, locatie, aantrekkende werking/aantal bezoekers en geluid. Het voorstel is om alle aspecten, overeenkomstig met de regeling uit het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan voor het Centrum van Beuningen, in het omgevingsplan op te nemen. De vergunningplicht is dan geborgd in het APV en de toelaatbaarheid van een bepaald evenement op een bepaalde locatie is dan in het algemeen binnen het omgevingsplan geborgd.

2.1.5

Economie, recreatie en toerisme

Reclamebeleid (2014) 1. Waar gaat het over? De doelstelling van het reclamebeleid is verantwoorde en beheersbare reclame-uitingen in de openbare ruimte en op particulier terrein. Het nastreven van een balans tussen de ruimtelijke kwaliteit enerzijds en de belangen van de ondernemers anderzijds. Er wordt gebruik gemaakt van algemene regels waarop achteraf gehandhaafd wordt. 2. Aanpassing regels? Nee, het reclamebeleid is thans (hoofdzakelijk) opgenomen in de APV. Deze verhuist op een later, natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij herziening) naar het omgevingsplan.

2.1.6

Omgevingsvisie

1. Waar gaat het over? De omgevingsvisie is één van de instrumenten uit de Omgevingswet. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast, waarin op hoofdlijnen een samenhangende visie voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn wordt gegeven. Een gemeente moet bij het inzetten van instrumenten van de Omgevingswet, zoals het omgevingsplan, rekening houden met het beleid in de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie Beuningen zijn dertien concrete speerpunten van beleid uitgewerkt. 2. Aanpassing regels? In de omgevingsvisie wordt per speerpunt aangegeven wat de gemeente wil doen om de opgaven die horen bij de speerpunten aan te pakken. In haar aanpak wordt meermaals het omgevingsplan aangehaald als instrument om haar beleid nader uit te werken dan wel te borgen. Deze speerpunten bespreken we hieronder. Er wordt bekeken in hoeverre het wenselijk is om deze al mee te nemen in het eerste (permanente) omgevingsplan.

Speerpunt 2: behouden en versterken voldoende, bereikbare voorzieningen kernen ^ Kaders stellen en voorwaarden scheppen in het omgevingsplan voor detailhandel, horeca en overige functies. Voor de kaders en voorwaarden voor detailhandel, horeca en overige functies, zoals deze in eerste instantie in het omgevingsplan zullen worden opgenomen, wordt aansluiting gezocht bij de planologische mogelijkheden in de geldende bestemmingsplannen en na vaststelling ook het nieuwe bestemmingsplan voor het centrum van Beuningen. 14

fk We houden in het omgevingsplan ruimte vrij voor voorzieningen in nieuwe woonwijken. De planologische mogelijkheden uit de geldende bestemmingsplannen worden overgenomen in het omgevingsplan voor de kernen. Er worden in dit eerste (permanente) omgevingsplan nog geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

fk Voor nieuwe woonwijken worden in het omgevingsplan voorwaarden opgenomen voor voorzieningen voor welzijn en ontmoeting, servicediensten, sport en beweging. We versterken de sportzone Beuningen-Ewijk, en bieden zo mogelijk ruimte voor evenementen. De planologische mogelijkheden uit de geldende bestemmingsplannen worden overgenomen in het omgevingsplan voor de kernen. Er worden in dit eerste (permanente) omgevingsplan nog geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

Speerpunt 8: een veilige, schone en gezonde leefomgeving fk We bepalen in het omgevingsplan zo nodig omgevingswaarden per milieuaspect, per gebied en per activiteit. We gaan uit van een beleidsneutrale overgang en stellen geen strengere normen. De omgevingswaarden verschillen per milieuaspect, per gebied en per activiteit. Het uitgangspunt daarbij is zoveel mogelijk: een goed woon- en leefklimaat te behouden of realiseren. De wijze waarop de milieuregels in het omgevingsplan zullen worden verwerkt, is uitgewerkt in hoofdstuk 4. Uitgangpunt is inderdaad om dit beleidsneutraal om te zetten.

Speerpunt 12: behouden agrarische functie als drager landschap buitengebied fk We maken in het Omgevingsplan een regeling voor vergroting van agrarische erven in het kommengebied, en voor nevenactiviteiten en functieverandering van agrarische erven. Hiervoor stellen we eerst een visie op. Dit is nog niet van toepassing op het op te stellen omgevingsplan voor de kernen. Dit zal worden meegenomen in het omgevingsplan buitengebied.

fk We werken aan beleid voor functieverbreding en -verandering voor de oeverwallen en beleid hoe om te gaan met voormalige agrarische opstallen, met daarin aandacht voor beleidsregels in omgevingsplan of als kader voor buitenplanse OPA's (OmgevingsPlan Activiteiten). Dit is nog niet van toepassing op het op te stellen omgevingsplan voor de kernen. Dit zal worden meegenomen in het omgevingsplan buitengebied.

15

Speerpunt 13: kansen bieden voor recreatieve en toeristische ontwikkelingen We bieden in het omgevingsplan ruimte voor ontwikkeling. De planologische mogelijkheden uit de geldende bestemmingsplannen worden overgenomen in het omgevingsplan voor de kernen. Er worden in dit eerste (permanente) omgevingsplan nog geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

16

2.2

Instructieregels provincie

In deze paragraaf worden de instructieregels van de provincie behandeld welke in de beleidsinventarisatie zijn beoordeeld als relevant dan wel mogelijk relevant voor het omgevingsplan Kernen.

2.2.1 Artikel 2.35 Nevenactiviteiten agrarische bedrijven in agrarisch gebied 1. Waar gaat het over? Een nevenactiviteit binnen agrarisch gebied mag alleen mogelijk worden gemaakt indien er sprake is van verkoop van zelfgeteelde of -geproduceerde agrarische producten en op beperkte schaal aanverwante artikelen, eventueel aangevuld met agrarische producten afkomstig van bedrijven uit de omgeving. Daarnaast moet worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing. 2. Aanpassing regels? Nee. Binnen het plangebied zijn agrarisch gronden gelegen, waarvoor de huidige regeling die reeds recht doen aan de provinciale instructieregel wordt overgenomen. 2.2.2 Artikel 2.38 Intrekgebied 1. Waar gaat het over? Voor de gronden binnen een intrekgebied mag de winning van fossiele energie niet mogelijk gemaakt worden. 2. Aanpassing regels? Ja, binnen het plangebied is een intrekgebied gelegen. Het verbod op winning van fossiele energie wordt conform de provinciale instructieregel uitgewerkt. 2.2.3 Artikel 2.64 Bescherming windvang molen 1. Waar gaat het over? Voor gronden binnen een molenbiotoop mag geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk worden gemaakt als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. 2. Aanpassing regels? Ja, binnen het plangebied zijn molenbiotopen gelegen. De bescherming van de windvang van de molen wordt conform de provinciale instructieregel uitgewerkt.

17

2.3

Instructieregels rijk

In deze paragraaf worden de instructieregels van het Rijk behandeld welke in de beleidsinventarisatie zijn beoordeeld als relevant dan wel mogelijk relevant voor het omgevingsplan Kernen. De instructieregels die zien op de milieuthema's worden in hoofdstuk 4 besproken.

2.3.1 Slagschaduw van windturbines 1. Waar gaat het over? In het omgevingsplan staan regels voor de bescherming tegen slagschaduw door activiteiten, zoals een windturbine. De regels voor windturbines en windparken staan eerst in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit tijdelijke deel bestaat uit de bruidsschat en planologische regels. In de bruidsschat staan gebruiksregels over slagschaduw van windturbines met een rotordiameter van meer dan 2 meter. De gemeente kan daarna de regels voor slagschaduw van de windturbines en windparken op hun grondgebied aanpassen. Deze komen dan in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het beschermingsniveau bij windturbines en windparken in de bruidsschat is voor slagschaduw in de bruidsschat gelijk aan het beschermingsniveau uit het Activiteitenbesluit. Voor het nieuwe deel van het omgevingsplan bepaalt de gemeente zelf welke mate van hinder door slagschaduw aanvaardbaar is. Daarbij moet het omgevingsplan voldoen aan het evenwichtig toedelen van functies en aan de instructieregels uit het Bkl. De instructieregels bepalen dat een omgevingsplan erin voorziet dat de slagschaduw door een windturbine in verblijfsruimten van slagschaduwgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Uit artikel 5.89c en 5.89f Bkl volgt wanneer daar sprake van is.

Hieraan wordt in ieder geval voldaan als een omgevingsplan dat een windturbine toelaat bepaalt dat in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een afstand van minder dan twaalf maal de rotordiameter van de windturbine is gelegen ten hoogste gemiddeld zeventien dagen per jaar gedurende niet meer dan twintig minuten per dag slagschaduw door de windturbine kan optreden (artikel 5.89c en 5.89f Bkl). In artikel 5.80 Bkl staat omschreven wat wordt verstaan onder een slagschaduwgevoelig gebouw. Als een omgevingsplan regels bevat over de slagschaduw door een windturbine, bepaalt het omgevingsplan dat die regels niet van toepassing zijn op de slagschaduw in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die windturbine (artikel 5.89d Bkl). Naast voornoemde verplichte regelingen kan - wanneer een omgevingsplan regels bevat over de slagschaduw door een windturbine bij een activiteit in de agrarische sector, verricht op een bedrijventerrein of in de horecasector - het omgevingsplan bepalen dat die regels niet van toepassing zijn op de slagschaduw door die windturbine in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit of die windturbine (artikel 5.89e). 2. Aanpassing regels? Nee, in het plangebied voor de kernen worden geen windturbines mogelijk gemaakt.

Ook slagschaduw valt niet over het plangebied voor de kernen. Dit onderwerp zal bij het omgevingsplan buitengebied worden geregeld.

18

2.3.2 Cultureel erfgoed 1. Waar gaat het over? De gemeente moet voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen in het omgevingsplan. Hieronder wordt ook verstaan bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Er moet rekening worden gehouden met de volgende beginselen: 1) het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten; 2) het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; 3) het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; 4) het voorkomen van aantasting van de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd en van het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en 5) het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ (artikel 5.130 Bkl).

Daarnaast zijn er opties om nadere regels te stellen ten aanzien van onderzoekseisen en bepaalde oppervlakten. 2. Aanpassing regels? Ja, de verplichte regels uit artikel 5.130 Bkl worden uitgewerkt conform de instructieregel van het rijk. Omdat het beleid van de gemeente ten aanzien van archeologie zeer recentelijk is vertaald in het Parapluplan Archeologie en dit parapluplan één-op-één wordt overgenomen in het omgevingsplan zullen optionele regels niet worden opgenomen.

2.3.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Waar gaat het over? De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Er is één instructieregel die bepaalt dat in het omgevingsplan rekening gehouden met 1) de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en 2) als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 5.129g).

19

2. Aanpassing regels? Ja, de verplichte regels uit artikel 5.129g Bkl worden uitgewerkt conform de betreffende instructieregel. Hierbij moet opgemerkt worden dat in dit omgevingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.

20

3. Omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk 3.1.

Bouwregels uit bestemmingsplannen

De bouwregels in de geldende bestemmingsplannen zijn voor het overgrote deel geformuleerd als concrete normen. Uit de regeling blijkt duidelijk welk bouwwerk op welke plek in welke maatvoering is toegestaan. Het is dus niet noodzakelijk om vanwege de bouwregels in de bestemmingsplannen een nader beoordelingsmoment in het omgevingsplan op te nemen in de vorm van een vergunningplicht. Bouwregels in de vorm van afwijkingsbevoegdheden vragen wel om een nader afwegingsmoment, dus voor deze bouwregels blijft een nader afwegingsmoment en dus een vergunningplicht noodzakelijk.

3.2.

Nota ruimtelijke kwaliteit

Er is zowel in de Nota ruimtelijke kwaliteit als bij afzonderlijke raadsbesluiten een aantal welstandsvrije gebieden aangewezen. In deze gebieden is het dus vanuit een oogpunt van welstand niet noodzakelijk om een nader beoordelingsmoment in het omgevingsplan op te nemen in de vorm van een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit.

Voorstel Voor de welstandsvrije gebieden wordt er voor het bouwen van bouwwerken geen vergunningplicht opgenomen.

3.3.

Omgevingsplan

In deze paragraaf wordt een voorstel gedaan voor het regelen van bouwen in het omgevingsplan Kernen Beuningen.

3.3.1. Hoofdgebouwen Onder het begrip hoofdgebouw in de kernen worden met name woningen verstaan. Andere functies dan wonen kennen het begrip hoofdgebouw niet, maar hanteren het begrip gebouw. Hetgeen in deze paragraaf wordt voorgesteld voor het begrip hoofdgebouw geldt ook voor het begrip gebouw. De bouw (inclusief uitbreiding) van het hoofdgebouw blijft in principe vergunningplichtig. In deze zin wordt het woord 'blijft' gebruikt, omdat de bouw (inclusief uitbreiding) van het hoofdgebouw ook onder het huidige recht vergunningplichtig is. De woorden 'in principe' worden gehanteerd, omdat de bouw (inclusief uitbreiding) in het omgevingsplan vergunningvrij kan worden gemaakt indien het gebied waarin het hoofdgebouw staat welstandsvrij is verklaard. Vergunningvrij betekent niet dat er geen regels gelden. De bouwregels in het omgevingsplan zijn immers gewoon van toepassing. Daarnaast kan het zo zijn dat het hoofdgebouw vanwege de regelgeving voor het technisch bouwen van rijkswege vergunning- of meldingsplichtig is.1

3.3.2. Bijbehorende bouwwerken De regels rond het bouwen van bijbehorende bouwwerken (aanbouw, uitbouw of (vrijstaand bijgebouw) worden sterk versimpeld. Op dit moment is er door het rijk geregeld wanneer het bouwen van een bijbehorend bouwwerk vergunningvrij is.2 Dit is een ingewikkelde regeling die in de uitvoeringspraktijk vaak tot discussies leidt. Daarnaast heeft de gemeente in haar bestemmingsplan geregeld wat zij aanvaardbaar vindt op het gebied van het bouwen van bijbehorende bouwwerken. 1 Zie hiervoor onder 1.4 de uitleg van de 'knip'. 2 Zie Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). 21

Het rijk trekt zich onder de Omgevingswet volledig terug als het gaat om het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Dit betekent dat de gemeente dit volledig gaat regelen in haar omgevingsplan en daarmee ook bepaalt wat vergunningplichtig en wat vergunningvrij is. In het omgevingsplan Kernen Beuningen gaan we aangeven wat het gebied is waar bijbehorende bouwwerken vergunningvrij mogen worden gebouwd ('zone bijbehorende bouwwerken'). Dit is de zone op 1 meter achter de voorgevel. Indien de zijgevel van het hoofdgebouw grenst aan openbaar toegankelijk gebied wordt de grens van de zone evenwijdig aan de betreffende zijgevel gelegd. Deze situering sluit aan bij wat op grond van de huidige rijksregels op het gebied van vergunningvrij bouwen mogelijk is. Bij hele diepe achtertuinen wordt de grens van de zone per geval of rij van gevallen bepaald aan de hand van stedenbouwkundige richtlijnen.

Overigens geldt ook hier dat vergunningvrij niet betekent dat er geen regels gelden. De maximale oppervlakte en maximale bouwhoogte zijn namelijk opgenomen in de bouwregels van het omgevingsplan. Een bijbehorend bouwwerk buiten de 'zone bijbehorende bouwwerken' is vergunningplichtig.

Bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel (erkers) zijn altijd vergunningplichtig.

22

3.3.3. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Onder het begrip 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde' wordt verstaan een bouwwerk dat geen gebouw of een onderdeel van een gebouw betreft. Een gebouw is een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt (bijlage I, onderdeel A, Bbl). Veel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn vergunningvrij op grond van artikel 2.29 van het BBl. Deze bouwwerken hoeven niet in het omgevingsplan te worden opgenomen. Voor erfafscheidingen van maximaal 2 m hoog gaan wij in het omgevingsplan Kernen Beuningen aangeven wat het gebied is waar erfafscheidingen vergunningvrij mogen worden gebouwd ('zone erfafscheiding'). Dit is de zone op 1 meter achter de voorgevel. Indien de zijgevel van het hoofdgebouw grenst aan openbaar toegankelijk gebied wordt de grens van de zone op verzoek van het college op de perceelsgrens gelegd. Zie de afbeelding hieronder. Deze zone is ruimer dan hetgeen nu in het bestemmingsplan dan wel in de rijksregels voor het vergunningvrij bouwen is vastgelegd. De beoogde wijziging is dus op dit punt dus niet beleidsneutraal.

23

4. Afwegingsruimte milieuregels Hoe is het nu geregeld? Het opnemen van regels over milieuaspecten in een plan is nieuw voor gemeenten. De rijkswetgever heeft de keuze gemaakt om bepaalde milieuaspecten niet meer te regelen, maar dit over te laten aan gemeenten. Gemeenten moeten dit doen in hun omgevingsplan. De milieuaspecten die het betreft, worden op dit moment grotendeels geregeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de overgang van het huidige recht naar het omgevingsplan is van belang dat de wetgever de bedoelde milieuaspecten niet per 1 januari 2024 laat vervallen, maar bij wijze van overgangsrecht onderdeel laat worden van het tijdelijke omgevingsplan van gemeenten. Deze overgangsrechtelijke constructie wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De bruidsschat is beleidsneutraal ten opzichte van het huidige recht (voornamelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer). In het plan van aanpak voor de transitieperiode is gekozen voor de insteek om de planologisch relevante aspecten uit de bruidsschat mee te nemen bij de gebiedsgerichte verhuizing van de regels naar het permanente omgevingsplan. De overige delen van de bruidsschat worden op een later moment verhuisd. In deze Nota van Uitgangspunten wordt dit geconcretiseerd door aan te geven welke onderdelen van de bruidsschat in het nieuwe omgevingsplan Kernen worden opgenomen.

Is er nieuw beleid Z regelgeving? Onder het kopje Hoe is het nu geregeld? hierboven is al vermeld dat de wetgever bepaalde milieuaspecten niet meer gaat regelen, maar dit overlaat aan gemeenten om te regelen in het omgevingsplan. Dit betekent echter niet dat de wetgever helemaal geen regels over de bedoelde milieuaspecten stelt. De wetgever heeft wel instructieregels gemaakt aan de hand waarvan gemeenten hun omgevingsplan moeten maken. Deze instructieregels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De bruidsschat voldoet (op onderdelen) niet aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit betekent dat wij bij het opstellen van een nieuw omgevingsplan Kernen niet kunnen volstaan met het één op één overnemen van de regels uit de bruidsschat. In dit hoofdstuk worden de keuzes besproken die het Besluit kwaliteit leefomgeving over de betreffende milieuaspecten bevat en worden voorstellen gedaan over de wijze van regeling in het omgevingsplan. In tegenstelling tot de bespreking van de overige aspecten in de Nota van Uitgangspunten zullen de vragen Hoe is het nu geregeld? En Is er nieuw beleid / regelgeving? niet bij elk onderdeel worden herhaald. Voor elk onderdeel geldt namelijk hetgeen hierboven onder de betreffende vragen is aangegeven.

Uitgangspunt beleidsneutraal In de voorstellen die in dit hoofdstuk worden gedaan, is over het algemeen aangesloten bij de huidige regeling in met name het huidige Activiteitenbesluit milieubeheer en dus de bruidsschat per 1 januari 2024. Dit is ook logisch, omdat een andere keuze vaak zal vragen om een beleidsmatige grondslag dan wel een nader onderzoek naar de gevolgen van een keuze. Daar waar het beleidsneutraal overnemen van de huidige regels niet mogelijk is (vanwege de nieuwe (rijks)instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving) is dit uitdrukkelijk aangegeven.

24

Specifieke zorgplicht voor milieu Op verschillende plaatsen in dit hoofdstuk wordt verwezen naar een specifieke zorgplicht voor het milieu die in het nieuwe omgevingsplan Kernen wordt opgenomen. Deze zorgplicht in combinatie met een bevoegdheid voor het college van B&W om in een specifieke situatie op basis van die zorgplicht nadere eisen te stellen (zogenaamde maatwerkvoorschriften), zorgen ervoor dat er in het nieuwe omgevingsplan Kernen een flexibiliteitsmogelijkheid zit om in individuele overlastsituaties of in situaties waarin de regels van het omgevingsplan onnodig knellend zijn, maatwerk te kunnen bieden. De specifieke zorgplichtbepaling voor het milieu zal er als volgt uitzien: Artikel xx Specifieke zorgplicht Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen van het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu is verplicht: ^ alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; ^ voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; ^ als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Bovengenoemde verplichting betekent in ieder geval dat: ^ alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; ^ alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; ^ de beste beschikbare technieken worden toegepast; ^ geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; ^ alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; ^ afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; ^ voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit; ^ de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt; ^ de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden. De bevoegdheid om nadere eisen te stellen ziet er als volgt uit: Artikel yy Maatwerkvoorschrift 1 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel xx.

2 Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen van het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu. 3 Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 (instructieregels milieu) van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.________________________________________________________________________

25

4.1.

Geluid

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels (o.a. normen) voor: ^ ^

het geluid van geluidveroorzakende activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het geluidaandachtsgebied (van wegen, spoorwegen en industrieterreinen).

Geluidgevoelige gebouwen Het Bkl bevat een definitie van geluidgevoelige gebouwen. Hier vallen gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) en kinderopvang (met bedgebied) onder. Het Bkl bevat niet de mogelijkheid voor een gemeente om de definitie van geluidgevoelige gebouwen uit te breiden. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten gemeenten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel rekening houden met geluid op niet door het Bkl aangewezen gebouwen en locaties. Voorstel Definitie van geluidgevoelige gebouwen overnemen.

Voormalige bedrijfswoningen Het Bkl geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om in het omgevingsplan voormalige bedrijfswoningen aan te wijzen voor zover die voormalige bedrijfswoning met een agrarisch bedrijf, horecabedrijf of met een bedrijf op een bedrijventerrein functioneel verbonden was. De geluidnormen die in het omgevingsplan worden opgenomen zijn niet van toepassing op deze aangewezen voormalige bedrijfswoningen. De aanwijzing in het omgevingsplan dient per individueel geval gemotiveerd te worden.

Voorstel In het nieuwe omgevingsplan voor de kernen stellen wij voor geen voormalige bedrijfswoningen aan te wijzen. Indien in een individueel geval mocht blijken dat een dergelijke aanwijzing gewenst is, kan het omgevingsplan gewijzigd worden.

Geluidaandachtsgebieden (geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen) Het Bkl stelt dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een (spoor)weg of industrieterrein op een voor geluid gevoelig object in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Er wordt voldaan aan dit aanvaardbaarheidsvereiste indien het omgevingsplan de standaardwaarden van het Bkl overneemt. De geluidsaandachtsgebieden worden berekend op basis van de Omgevingsregeling en hoeven niet in het omgevingsplan opgenomen te worden. Het Bkl stelt dat in het omgevingsplan flexibiliteitsbepalingen kunnen worden opgenomen om ten behoeve van het toelaten van een geluidgevoelig gebouw af te wijken van de standaardwaarden (vergelijkbaar met het hogere grenswaardenbesluit zoals we dat nu kennen). 26

De Omgevingsdienst Regio Nijmegen (hierna: ODRN) gaat een Basis Geluid Emissie opstellen. Mogelijk dat op basis daarvan geluidaandachtsgebieden worden vastgesteld. Deze worden één keer per 5 jaar gemonitord. Als geluidstoename wordt geconstateerd, wordt nagegaan of en welke maatregelen genomen moeten worden. Deze aandachtsgebieden veranderen niet. De ODRN gaat nog na of deze Basis Geluid Emissie opgenomen moet worden in omgevingsplan. Op grond van de Omgevingswet moeten de aandachtsgebieden uiterlijk één jaar na inwerkingtreding worden vastgesteld. Indien de ODRN de geluidaandachtsgebieden tijdig heeft vastgesteld, kunnen deze worden meegenomen in het omgevingsplan Kernen. Voorstel Wij nemen in het nieuwe omgevingsplan Kernen de instructieregels van het Bkl (standaardwaarden en flexibiliteitsbepalingen) over.

Geluidveroorzakende activiteiten Het Bkl bepaalt dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een geluidveroorzakende activiteit op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Er wordt voldaan aan dit aanvaardbaarheidsvereiste indien het omgevingsplan de standaardwaarden van het Bkl overneemt. Onder geluidveroorzakende activiteiten vallen nagenoeg alle activiteiten (zoals activiteiten van bedrijven). Het Bkl wijst de activiteiten aan die er niet onder vallen. Zo bepaalt het Bkl dat de activiteit wonen geen geluidveroorzakende activiteit is. Het Bkl bevat zelf geen definitie van het begrip wonen, maar de toelichting bij het Bkl geeft aan dat een beroep of bedrijf aan huis en een 'uit de hand gelopen hobby' geen verband houden met de activiteit wonen. Dit is vergelijkbaar met het huidige recht waar de milieuregels ook van toepassing zijn op activiteiten die worden verricht in een omvang alsof zij bedrijfsmatig zijn. Voorstel Wij stellen voor om in het nieuwe omgevingsplan Kernen expliciet op te nemen dat een beroep of bedrijf aan huis en hobbymatige activiteiten die het niveau overstijgen dat tot woongedrag behoort niet onder de activiteit wonen vallen (en dus een geluidveroorzakende activiteit zijn).

Het Bkl bepaalt verder ook dat de regels over geluid niet van toepassing zijn op: ^

^

het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd;

Een activiteit die onder het huidige recht wel wordt uitgezonderd van de geluidsregels voor activiteiten, maar door het Bkl niet, betreft: ^

het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden. 27

Het Bkl geeft gemeenten de mogelijkheid om voor activiteiten geen waarde vast te stellen, maar te volstaan met andere regels. De activiteit bijwonen van godsdienstige bijeenkomsten etc. is een grondwettelijk recht. Op grond van de Wet openbare manifestaties kan de gemeente nadere regels stellen aan duur en geluid als dit vanwege ervaren overlast noodzakelijk zou zijn. Voorstel Wij stellen voor om het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden, overeenkomstig het huidige recht, in het nieuwe omgevingsplan Kernen uit te zonderen van de geluidsregels voor activiteiten.

Festiviteiten Onder het huidige recht is op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Beuningen (artikel 4:2 en 4:3) een regeling getroffen dat de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer niet gelden tijdens door het college aangewezen collectieve festiviteiten en aan het college gemelde incidentele festiviteiten. Op grond van het Bkl dient deze regeling in het omgevingsplan opgenomen te worden. In ons plan van aanpak voor de transitieperiode is als uitgangspunt vastgesteld dat de regels uit de gemeentelijke verordeningen, waaronder (delen van) de APV, op een later moment thematisch worden verhuisd. Voorstel Wij stellen voor om in de regeling voor geluid in het nieuwe omgevingsplan Kernen te verwijzen naar de huidige festiviteitenregeling uit de APV.

Gebieden met functiemenging Het Bkl bevat (zoals gezegd) standaardnormen om geluidgevoelige gebouwen te beschermen tegen geluidveroorzakende activiteiten. Deze standaardnormen van het Bkl zijn gelijk aan de waarden die in het huidige recht zijn opgenomen. Het Bkl geeft gemeenten de mogelijkheid om voor gebieden met functiemenging een soepelere norm of voor rustige gebieden een strengere norm te hanteren. Indien de gemeente een soepelere norm wil opnemen in het omgevingsplan, moet door middel van onderzoek vaststaan dat de binnenwaarde (het geluid binnen geluidgevoelige gebouwen) niet hoger is dan de normen die het Bkl daarvoor stelt. Indien de gemeente een strengere norm wil opnemen, moet aangetoond worden dat bestaande geluidveroorzakende activiteiten niet worden beperkt ten opzichte van het huidige recht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=e65dd8a9-45d8-4e8d-8ae4-02d30a407a86