CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01: Beleidsnotitie Sociaal Domein 2024-2028 “Vitaal Beuningen”

Raadsvergadering 9 april 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vitaal Beuningen - Beleidsnotitie Sociaal Domein 2024-20286.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsnotitie Sociaal Domein 2024-2028 Vitaal Beuningen!

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Terugblik Hoofdstuk 3 Data en ontwikkelingen Hoofdstuk 4 Sociale basis Hoofdstuk 5 Terugdringen gezondheidsachterstanden Hoofdstuk 6 Gezonde leefstijl (mentaal en fysiek) Hoofdstuk 7 Voortgang Bijlage 1 Toelichting beleidsontwikkelingen

3 5 7 9 12 13 15 17

2

Hoofdstuk 1 Inleiding De beleidsnotitie voor het sociaal domein is een document waarin we de visie, doelstellingen en acties beschrijven die gemeente Beuningen wil gaan realiseren. De laatst vastgestelde beleidsnotitie Sociaal Domein 2018-2022 met 14 actiepunten liep tot 2023. Met de opgaven in de arbeidsmarkt, de Hervormingsagenda Jeugd en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) passen we het bestaande beleid aan in deze beleidsnotitie. We sluiten met deze periode aan op de coalitieperiode, de beleidsduur van GALA en de Hervormingsagenda Jeugd. De Adviesraad Sociaal Domein is bij het opstellen van deze notitie betrokken. Zij geven aan “evalueer en

bestendig wat er goed gaat en stel bij waar het programma dit behoeft en organiseer vooral overzicht”. De adviezen voor het gemeentelijk sociaal domein zijn hierin verwerkt. Dit is een notitie op hoofdlijnen aangesloten op de bestaande jaarlijkse programma’s en terugkerende activiteiten.

Huidige ontwikkelingen We leven in een complexe digitale wereld met de gevolgen van coronatijd, oorlogen, de opvang van vluchtelingen, social media, de woningcrisis en energietekorten. Deze zijn van invloed geweest (en nog steeds) op het lokale beleid en de uitvoering in het sociaal domein. Voorbeelden hiervan zijn de mentale impact van corona op jongeren, de sluiting van het onderwijs en kinderopvang in coronatijd, het inrichten van de crisisnoodopvang bij de Tinnegieter en tenslotte de inrichting van de noodopvang op de Asdonck. De vraag naar zorg in Nederland groeit en de kosten stijgen. Dat maakt de zorg met name voor mensen in kwetsbare situaties met een lage sociaaleconomische status (SES) minder toegankelijk. Achterliggende oorzaken als armoede en een onzekere inkomenssituatie kunnen leiden tot chronische stress. Een integrale benadering van preventie is nodig, met aandacht voor achterliggende factoren die invloed hebben op gezondheid. Dat kunnen individuele factoren zijn, maar ook de fysieke en sociale omgeving, zoals de voedselomgeving of een beweegvriendelijke omgeving op school of op het werk, of factoren als bestaanszekerheid en sociale veiligheid.

Deze brede blik op gezondheid en het bevorderen van gezondheid noemen we ‘Health in all Policies’: diverse domeinen (publieke gezondheid, gezondheidszorg, sociaal domein, fysieke inrichting) dragen bij aan gezondheid van inwoners. Bij een integrale samenwerking werken verschillende partijen uit het sociaal en medisch domein (gemeente, buurtwerk, GGD, vrijwilligersorganisaties, huisartsen etc.) intensief samen met elkaar aan preventie. Zo’n integrale benadering is een vliegwiel dat moet bijdragen aan het lokaal terugdringen van gezondheidsachterstanden, dat als rode draad door het GALA loopt. Op deze manier zetten we de Beuningse aanpak voort waarbij we blijvend aandacht hebben voor de menselijke maat : we doen wat nodig is !

Gemeentelijke opgave en focus Inwoners hebben te maken met hogere lasten en druk op bestaanszekerheid. We streven als gemeente ernaar om inwoners van jong tot oud mee te laten kunnen doen aan onze samenleving. Om de zorg en ondersteuning voor iedereen toegankelijk, kwalitatief en betaalbaar te houden, leggen we de focus op de versterking van de sociale basis in de wijk, gezonde leefstijl (fysiek en mentaal) en het tegengaan van gezondheidsachterstanden.

Visie en uitgangspunten Gemeente Beuningen is een gezonde gemeente met vitale inwoners in een aantrekkelijke woonomgeving; met een sterke sociale basis en een sociaal hart. Iedereen kan meedoen in- en aan onze inclusieve samenleving. Centraal staan daarbij de eigen mogelijkheden, het omkijken

3

naar elkaar en iets voor een ander betekenen. We bieden gerichte ondersteuning en zorg aan de inwoners die het niet op eigen kracht kunnen. Kortom: Vitaal Beuningen !

Het werken aan de opgaves binnen het sociaal domein kunnen we niet alleen als lokale overheid. Dit doen we samen met onze inwoners, verenigingen, ketenpartners, stakeholders en andere overheden. Hierbij werken we met de eerdere bekende uitgangspunten in het Sociaal Domein.

Toegankelijkheid :

 

 

Onze inwoners staan centraal in de eigen omgeving. We bieden zorg en ondersteuning aan diegenen die het nodig hebben en het niet op eigen kracht en/of met het sociaal netwerk redden. We doen wat nodig is. Gezond zijn is meer dan niet ziek zijn. We denken en werken daarom vanuit de gedachte positieve gezondheid. Het accent ligt niet op ziekte, maar op mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenis geeft. Mentaal welbevinden is de mate waarin je je goed in je vel voelt, de mate waarin je je gelukkig voelt. Iedereen benut de eigen mogelijkheden en neemt eigen verantwoordelijkheid waarbij we streven naar optimale zelfregie en samenredzaamheid; We gaan uit van normalisering. Normaliseren betekent in deze context accepteren dat tegenslag en verdriet onderdeel zijn van het leven. Niet alles is op te lossen en ‘oké is ook goed genoeg’.

Kwaliteit : 

 

We werken met een plan & een optimale samenhang tussen zorg en welzijn door professionele en informele zorg en ondersteuning; Het gesprek en het kijken naar mogelijkheden is de kern van de werkwijze van de professional; We proberen mee te doen(participatie) binnen de optimale mogelijkheden in een inclusieve samenleving;

Betaalbaarheid :   

We maken gebruik van data en kwalitatieve gegevens. Bij het opstellen, monitoren en evalueren van beleid gebruiken we informatie zoals de GGD monitor, cliëntervaringsonderzoeken, gebruik maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdwet; Een verschuiving in de keten van zwaar naar licht: preventie voor curatie (voorkomen is beter dan genezen); Betaalbare zorg en ondersteuning.

Kortom, het sociaal domein maken we samen !

Hoofdstuk 2 Terugblik We werken in de regio Nijmegen samen met de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen en in de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. We realiseren ons dat grip krijgen op het sociaal domein een langdurig en lerend proces is. We

4

voeren steeds nieuwe interventies uit om de effectiviteit en de samenhang van dit complexe stelsel te verbeteren. Het bewaken van de focus op de hoofddoelen en de lange termijn blijft essentieel in dit proces. Het blijft een lerend programma met een open eind; het is nooit af !

Actiepunten blijven van toepassing Wij zetten ons beleid in het sociaal domein voort met de eerder door onze gemeenteraad aangegeven 14 actiepunten in het beleidsnotitie Sociaal Domein 2018-2022. Gesteld is toen extra aandacht te schenken aan de volgende punten :  In algemeenheid (gerichte) preventie-activiteiten en algemene voorzieningen (via GALA).  Het tegengaan van armoede en schulden (via GALA)  Gezondheid, bewegen en ontspanning voor verschillende doelgroepen (18-45 jaar en ouderen) om o.a. eenzaamheid te voorkomen (via GALA) Deze punten zijn grotendeels ook expliciet in beeld gekomen na Corona en de armoede- en energiecrisis, deels ontstaan door oorlog.  Passende woonvoorzieningen en (beschermde) woonvormen in de wijken (via Regionale en lokale Woonzorgvisie en te plannen woningbouw). De overige actiepunten zijn grotendeels opgenomen in de huidige programma’s. Zo is het Sociaal Team doorontwikkeld en volgen we de productiegegevens en financiën via het Regionale Ondersteunings Bureau (ROB). De accommodatievraagstukken worden opgepakt en bewonersbetrokkenheid is via een aparte (inwoners)participatienotitie organisatiebreed opgepakt. De punten voor algemeen (preventief) jeugdbeleid , minder dure jeugdhulp en onderwijs zijn grotendeels gekoppeld aan de Hervormings-agenda Jeugd.

De aansluiting onderwijs -en arbeidsmarktketen komt terug in het regionale plan voor de arbeidsmarkt. Wmo is een blijvend onderdeel en aandachtspunt in onze beleidsplannen, mede door de ingezette vergrijzing en wat dit betekent voor ons gemeentelijk beleid. Zo komen woonzorg vraagstukken terug in de te realiseren lokale woonzorgvisie en worden aanpalende beleidsterreinen zoals de aansluiting met veiligheid vastgesteld in veiligheidsplannen. Duidelijk is ook dat onze programma’s in het Sociaal Domein sterk afhankelijk zijn van landelijke ontwikkelingen. Indien zich een crisis voordoet heeft dat invloed op de ontwikkeling van onze gezinnen op gebieden zoals inkomen, wonen, zorg, welzjjn en gezondheid.

Wat hebben we de afgelopen jaren bereikt? De voortgang is in de afgelopen jaren beschreven in de diverse onderdelen van de reguliere P&C cyclus, zoals we dit ook blijven beschrijven in de volgende programma’s:

Werk en Inkomen  Voor het tegengaan van armoede en schulden is in 2023 de Klavervierpas ingevoerd;  De inkomensgrens minimaregelingen is naar 120% van de bijstandsnorm verhoogd;  Er is een participatiecoach ingezet voor het actief benaderen van moeilijk bemiddelbare inwoners voor de arbeidsmarkt, om toe te leiden van vrijwilligerswerk tot betaald werk;  Sinds 2021 is gestart met de vroegsignalering van betalingsachterstanden bij onze inwoners. Jeugd  Er is meer ingezet op schoolmaatschappelijk werk binnen de kindcentra;  Door Kansrijke Start is de samenwerking in de geboortezorgketen versterkt, met als resultaat de start van het Ouder-Kind café en de Baby-Oudergroepen;  Er heeft binnen het jongerenwerk een verschuiving plaatsgevonden van locatiegebonden jongerenwerk naar ambulant jongerenwerk;  Vanuit de geïndiceerde jeugdhulp is de afgelopen jaren ingezet op de ondersteuners jeugd ggz bij alle huisartsenpraktijken in gemeente Beuningen;  Er is één uniforme overeenkomst voor jeugdbescherming op Gelders niveau gerealiseerd.

5

Maatschappelijke ondersteuning  Het Sociaal Team is doorontwikkeld om meer grip te krijgen op de toegankelijkheid; complexe casuïstiek is belegd bij procesregisseurs. De reguliere indicaties worden uitgevoerd bij consulenten. MEE en Sterker voeren de laagdrempelige en vrij toegankelijk hulp uit.  Het Buurtvervoer Beuningen (BVB) wordt op lokaal niveau uitgevoerd door Stichting Perspectief.  In 2023 is gestart met een team WijkGGZ, voor vragen te beantwoorden en advies te geven rondom mensen met een psychische kwetsbaarheid voor Sociaal Team en andere ketenpartners.  In 2021 is de woonzorglocatie voor mensen met dementie, het Zanddonkhuis gerealiseerd.  In 2022 is de dagbesteding voor jong dementerenden bij het Odensehuis gestart.  Rondom lokaal gezondheidsbeleid is er ingezet op de gecombineerde leefstijlinterventies, acties op het gebied van rookvrije generatie en het bevorderen van gezonde voeding op scholen.  In 2022 zijn we gestart met de implementatie van de Wet inburgering. Educatie en Welzijn  Op het gebied van onderwijshuisvesting is in 2021 het gebouw van de Vuurvlinder uitgebreid met een speellokaal en heeft de kinderopvang onderdak gevonden in het gebouw.  In 2022 is de eerste schakelklas voor de kinderen uit Oekraïne gestart. In 2023 is een tweede schakelklas in het gebouw van SBO de Klavervier gerealiseerd.

 In het najaar van 2023 is het nieuwe kindcentrum de Dromedaris opgeleverd.  Via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) werken we met de kindcentra vanaf 2022 aan achterstanden veroorzaakt door Coronaperiode, via schoolmaatschappelijk werk, naschoolse beweegactiviteiten en taalbevorderingsprogramma gericht op het jonge kind.  Er is een raadsbesluit genomen voor de bouw van een nieuw zwembad in Beuningen.  Er is gestart met een plan van eisen en locatieonderzoek voor een nieuw sociaal-cultureel centrum (de Lèghe Polder) in Beuningen.  Verenigingen zijn ondersteund bij het verduurzamen van de buitensportaccommodatie.  De toegankelijkheid van de maatschappelijke accommodaties zijn in beeld gebracht.  Op het gebied van sport en bewegen zijn verschillende beweeg- en sportinitiatieven tot stand gekomen (nieuw sportaanbod zoals fitvoetbal, fithockey en peutergym).  Begin 2022 is de Kadernota Kunst, Cultuur en Erfgoed 2022-2030 vastgesteld, als basis voor de Uitvoeringsagenda Cultuur.  Voor het gezondheidsbeleid is in 2023 een regioplan en regiobeeld IZA (integraal zorg Akkoord) opgeleverd.

Hoofdstuk 3 Data en ontwikkelingen Sinds de invoering van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet is de vraag naar hulp en ondersteuning voortdurend toegenomen. Hier zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen, zoals corona, vergrijzing en de druk op jeugd en jongeren om maximaal te presteren. Tegelijkertijd zien we een toename van het aantal niet te vervullen vacatures in de zorg en een afname van mantelzorgpotentieel.

Beleidsontwikkelingen • Hervormingsagenda Jeugd • Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) • Regioprogramma Jeugd • Integraal Zorgakkoord (IZA) • Sportakkoord 2.0 • Inclusief onderwijs • Een thuis voor iedereen • Wonen, Ondersteuning en Zorg voor ouderen (WOZO) • Wet Inburgering • Doordecentralisatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang

6

Dit maakt dat inwoners steeds vaker moeten wachten voor ze de zorg krijgen die ze nodig hebben. De toegankelijkheid van zorg staat steeds verder onder druk en blijft ook toenemen komende jaren. Naast de noodzaak hulp en ondersteuning duurzaam beschikbaar te houden, dwingen een aantal landelijke ontwikkelingen1 ons preventieve en voorliggende voorzieningen beter en soms anders in te richten. Allereerst de Hervormingsagenda Jeugd, die eisen stelt aan preventieve voorzieningen en aan de toegang tot jeugdzorg. Daarnaast vraagt de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis om een sociale infrastructuur, waarin inwoners met een psychische kwetsbaarheid terecht kunnen met hun vragen en behoeften. Ook de taakstelling van statushouders zorgt er voor dat er meer sociaal infrastructuur en maatschappelijke begeleiding nodig is na het inburgeringstraject voor nieuwkomers. Data Voor het GALA en IZA is op regionaal niveau data op verschillende leefdomeinen in kaart gebracht. De gemeente Beuningen heeft daarvoor diverse databases en monitors tot de beschikking. De belangrijkste die voor de analyse van het GALA plan gebruikt zijn: ● het Regiobeeld Rijk van Nijmegen ● de gezondheidsmonitors GGD Gelderland Zuid voor Beuningen (kindmonitor; gezondheidsmonitor jeugd; gezondheidsmonitor jong volwassenen; gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen).

● Beuningen in Cijfers Als we kijken naar wat de data zegt over het lokale beeld van gemeente Beuningen, zijn er een aantal zaken die opvallen.

Samenlevingsopbouw Voor de bevolkingssamenstelling zien we dat verreweg de grootste groep inwoners een leeftijd heeft tussen de 45 en 65 jaar. Daarna respectievelijk gevolgd door de groepen 25-45 jaar en 65+. De bevolking is overwegend autochtoon van afkomst (87% in 2022). Er is een kleine groep (circa 6%) inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond, die wel licht groeiend is (3.23% in 2002, 3,77% in 2012, 5,77% in 2022). Het opleidingsniveau is verdeeld over laag 26,3%, middelbaar 43,5% en hoog 30,2%. Op het gebied van woningen is 70% koopwoning met een gemiddelde WOZ waarde van €377.000,- (2023). Van alle woningen zijn 84,4% eengezinswoningen (de rest is meergezinswoningen). Het aandeel huishoudens met 'een voorziening in het sociaal domein' ligt met 18,3% onder het landelijke gemiddelde (20,2%). Hetzelfde geldt voor het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering (3.3% in Beuningen versus 4.9% landelijk gemiddelde).

Sociaal Domein Specifieke aandachtspunten voor de gemeente Beuningen (ten opzichte van bekende trends en ontwikkelingen die herkenbaar in het hele land spelen) zijn:  Binnen Beuningen zal de vergrijzing de komende jaren verder toenemen. Het percentage inwoners (regionaal bekeken) van 65 jaar en ouder stijgt van 20,1 % in 2023 naar 25,7% in 2040. Ook neemt de procentuele hoeveelheid ouderen toe omdat de jongvolwassenen gaan studeren in de nabijgelegen stad Nijmegen. De ouderen (65+) uit de stad bewandelen de omgekeerde weg en zoeken juist de rust op in omliggende dorpen zoals Beuningen. Het percentage inwoners van 65 jaar en ouder in het Rijk van Nijmegen ligt naar verwachting in 2040 met 0,4 procentpunt hoger dan het landelijk gemiddelde. 1 Zie bijlage 1 van deze notitie voor uitleg over deze verschillende ontwikkelingen en wetten.

7

  

In 2040 bevindt zich de piek wat betreft de vergrijzing in deze regio. Een sterke afname van het 'mantelzorg potentieel' is hier tevens aan gerelateerd. In Beuningen heeft een relatief groot percentage van de inwoners (13%) moeite met rondkomen. Dit percentage ligt ook hoger dan het landelijke gemiddelde (12,7%). In Beuningen geeft 19,3% van de inwoners aan in de afgelopen vier weken (heel) veel stress gehad te hebben. Dit percentage is het op een na hoogste in de regio (na Nijmegen) en ligt hoger dan het landelijk gemiddelde (17,7%). Daarnaast blijkt dat in Beuningen 7,7% van de inwoners een hoog risico heeft op een angststoornis of een depressie (tevens het hoogste in de regio). Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde (6,4%). Gekeken naar de trend in overgewicht is er in Beuningen een stijging zichtbaar, van 49,4% in 2012 naar 53,1% in 2020. Binnen de regio staat de gemeente Beuningen op de tweede plek (na Druten) qua hoogste percentage overgewicht in 2020, en tevens boven het landelijk gemiddelde. Beuningen scoort goed op de beweegvriendelijkheid van de omgeving. De beweegvriendelijkheid is bepaald aan de hand van de inrichting van de omgeving voor het sporten en bewegen. Denk bij beweegvriendelijkheid ook aan de hoeveelheid sportaccommodaties, sport- en speelplekken, de afstand tot voorzieningen en de hoeveelheid recreatief groen en water.

Binnen de regio staat de gemeente Beuningen op de tweede plek (na Nijmegen). Wat de zorgkosten in de vorm van WLZ betreft heeft de gemeente Beuningen relatief lage kosten. De kosten aan WLZ van iedere inwoner, ongeacht de levensfase, zijn relatief erg laag kijkende naar de omliggende gemeenten.

Samengevat kunnen we bovenstaande zaken ordenen tot volgende afbeelding.

8

Beweegvriendelijkheid van de omgeving

13% van de inwoners heeft (het gevoel dat ze) moeite met rondkomen

Aantal kwetsbare ouderen met WLZ zorg lager ten opzichte van regio

19,3% van de inwoners geeft aan (heel) veel stress te ervaren

Sterk netwerk van partijen Er wordt veel gedaan door verschillende partners

Overgewicht is in de afgelopen 8 jaar met 4% toegenomen Vergrijzing; aantal 65-plussers neemt 5% toe in de komende 17 jaar.

Dit betekent dat het merendeel van inwoners zichzelf weet te redden. In eerste instantie geven mensen dus zelf invulling aan een zo gezond mogelijk leven. Daardoor hebben ze toegang tot ondersteuning in eigen netwerk en doen ze mee in de samenleving. Om te zorgen dat alle inwoners zo lang mogelijk zo gezond mogelijk blijven, loont het om vanaf jonge leeftijd en gedurende de hele levensloop te investeren in gezondheid en een gezonde leefstijl. Bovenstaande data en ontwikkelingen vragen dan ook om een focus in gemeente Beuningen op drie thema’s: sociale basis, terugdringen gezondheidsachterstanden en gezonde leefstijl (mentaal en fysiek).

Hoofdstuk 4 Sociale basis Belangrijk is dat professionele zorg alleen wordt ingezet als dat echt nodig is. Het doel is om een sterke sociale basis te organiseren waarin mensen omzien naar elkaar en vragen (niet direct zorg gerelateerd) met- en voor elkaar oplossen. We leven in een tijd waarin problemen die horen bij opvoeden en ouder worden ‘opgelost’ moeten worden, liefst zo snel mogelijk. De focus ligt daarbij sterk op het diagnosticeren en definiëren van problemen. Echter sommige hobbels horen nu eenmaal bij opgroeien of ouder worden. Het opvoeden van peuters of van pubers is soms lastig en als je ouder wordt, krijg je te maken met beperkingen. Het is wel prettig als er dan iemand in de buurt is die je om raad of om ondersteuning kunt vragen. Dat hoeft niet altijd een professionele hulpverlener te zijn. Natuurlijk is het wel belangrijk dat we op tijd in de gaten hebben wanneer professionele ondersteuning nodig is, zodat onze inwoners niet onnodig lang blijven rondlopen met problemen.

Definitie sociale basis Door in te zetten op het versterken van de sociale basis houden we zorg en ondersteuning beschikbaar voor inwoners die dat echt nodig hebben. Het is belangrijk af te bakenen waar het over gaat als we het over het versterken van de sociale basis hebben. Movisie geeft een mooie voorzet door de sociale basis te verdelen in drie verschillende, overlappende sferen : de persoonlijke sociale basis, de gemeenschappelijke sociale basis en de institutionele sociale basis.

9

Mensen willen meedoen in de maatschappij, het liefst op eigen kracht. En als dat niet meer (helemaal) lukt, kunnen mensen in hun eigen omgeving (familie, vrienden, buren) daarbij ondersteunen. Dit is de persoonlijke sociale basis. Mensen zoeken elkaar op. Ze delen een passie. Willen zich inzetten voor iets, of willen leuke dingen doen. Dat begint bij een idee van een of enkele mensen. Dat kan groeien tot een groter verband. Inwoners worden lid van formele netwerken (zoals verenigingen en clubs) en nemen deel aan informele verbanden (denk aan bewonersinitiatieven). Hiervoor gebruiken ze vaak ruimtes om samen te komen bijv. de dorpshuizen. Inwoners zetten zich in als vrijwilliger, incidenteel of structureel. Dit is de gemeenschappelijke sociale basis. Ook wel het sociaal weefsel genoemd. De institutionele sociale basis bestaat uit collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen, zoals een vrijwilligerssteunpunt, mantelzorgondersteuning, maatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg, opbouwwerk, etc. Deze gemeenschappelijke sociale basis wordt ondersteund met tal van georganiseerde, professionele inzet en voorzieningen. Dit is de institutionele sociale basis. Deze basis is ondersteunend aan de gemeenschappelijke sociale basis: bijvoorbeeld de opbouwwerker kan een inwoner toeleiden naar deelname aan een vereniging.

De institutionele sociale basis komt voor een belangrijk deel tot stand door de inzet van de gemeente en organisaties bijvoorbeeld Stichting Perspectief, MEE, Sterker. Zij investeren in de institutionele sociale basis en faciliteren de gemeenschappelijke sociale basis. Maar ook andere ‘institutionele’ organisaties zijn actief in onze gemeente. Denk aan voorbeelden zoals:  Woningcorporatie Woonwaarts biedt ontmoetingsruimten aan in hun complexen;  De kerk stelt het gebouw open voor ontmoeting. Of initiëren vrijwillige inzet om mensen te ondersteunen.  Scholen en kinderopvanglocaties bieden een plek waar mensen elkaar ontmoeten en kunnen bouwen aan hun eigen netwerk en daarmee aan de persoonlijke sociale basis. Dit bestaat allemaal naast de individuele (geïndiceerde) ondersteuning, die de gemeente en andere partijen kunnen aanbieden. Daarbinnen is het streven om verbinding tussen

10

institutionele- en gemeenschappelijke sociale basis verder te versterken. Ondersteunde bewoners kunnen verwezen worden naar activiteiten in de gemeenschappelijke sociale basis. Of gestimuleerd worden om daar als vrijwilliger actief te worden. De verwachting is dat inwoners dan beter zijn geholpen, omdat steun vanuit de (persoonlijke en gemeenschappelijke) sociale basis een andere kwaliteit heeft en minder snel verdwijnt. De kwaliteit van de sociale basis is omgekeerd ook gebaat bij een goede individuele ondersteuning. Om bijvoorbeeld mede-inwoners naar door te verwijzen/toe te geleiden, als inwoners tijdens een verenigingsactiviteit zien dat het minder gaat. En om mensen die actief zijn in de sociale basis waar nodig tijdelijk te ondersteunen als het in hun leven tegenzit. De beleidstheorie is dan ook als volgt: als we investeren in een sterkere institutionele sociale basis, dan komt de gemeenschappelijke sociale basis verder tot bloei. Dat versterkt vervolgens de persoonlijke sociale basis, waardoor inwoners minder professionele ondersteuning nodig hebben. De gemeenschappelijke sociale basis heeft echter ook een eigen, intrinsieke waarde voor de inwoners die daaraan bijdragen.

Witkamp en Waltz (2022) beschrijven in hun essay ‘Wat is vrijwilligerswerk waard’ drie niveaus van waarde die in balans moeten zijn:  Voor de ‘ontvanger’ van vrijwilligerswerk (bijvoorbeeld een betere taalbeheersing door het taalmaatje, of hulp bij de boodschappen).  Voor de vrijwilliger zelf (bijvoorbeeld betere (mentale) gezondheid, zingeving, structuur in de dag).  Voor de samenleving (waarbij waarde ontstaat in een sfeer die tegenwicht biedt tegen de sferen van overheid of markt). Doelstellingen en acties  We ontwikkelen een visie sociale basis o We willen de gemeenschappelijke sociale basis verder versterken. We gaan daarom aan de slag met een gebiedsgerichte uitvoering. Per dorpskern of op wijkniveau onderzoeken we wat er nodig is om de gemeenschappelijke sociale basis verder te versterken en hoe de institutionele sociale basis zich hier toe verhoudt (zorg coöperatie). Dit verschilt per wijk en/of dorpskern; immers in sommige wijken/dorpskernen met een bestaande gemeenschappelijke sociale basis vraagt om een andere versterking, dan een plek waarbij de gemeenschappelijke sociale basis nog in opbouw is.

o o

o

In deze gebiedsgerichte uitvoeringsplannen komen de volgende thema’s in ieder geval terug:  Sociale samenhang of samenlevingsopbouw  Mantelzorg  Tegengaan van eenzaamheid  Inzet en ondersteuning van vrijwilligerswerk  Netwerk in de wijk: formeel- en informeel We gaan aan de slag met de doorontwikkeling welzijnswerk om zich te positioneren binnen het sociaal domein en in de sociale basis. In elke kern binnen de gemeente is een kindcentrum. We formuleren ontwikkelpunten die aansluiten bij inclusief onderwijs. We denken voor kinderopvangorganisaties mee binnen de wettelijke ruimtelijke kaders in (nieuw)bouwplannen, gekoppeld aan een behoefte component. Met onze maatschappelijke accommodaties richten we ons op versterking van formele en informele sociale netwerken en het bieden van ontmoetingsmogelijkheden voor inwoners.

11

Hoofdstuk 5 Terugdringen gezondheidsachterstanden Iemand die opgroeit in een gezin met een hoog inkomen en een hoog opleidingsniveau heeft meer kans om langer te leven in een goede gezondheid, dan iemand die opgroeit in een gezin met een laag inkomen en een laag opleidingsniveau. Mensen met een lager opleidingsniveau leven gemiddeld ruim 4 jaar korter en krijgen bovendien ruim 14 jaar eerder te maken met een slechter ervaren gezondheid dan hoogopgeleiden. De aanpak van gezondheidsachterstanden vergt meer dan alleen de inzet op (mentale en fysieke) gezondheid. Er is vaak sprake van achterliggende problematiek zoals bestaansonzekerheid, armoede en kansenongelijkheid, een ongezonde leefomgeving en zwakke gezondheidsvaardigheden. 13% van de inwoners in gemeente Beuningen geeft aan moeite te hebben met rondkomen. Mensen met geldzorgen, zonder baan en/of zorgen over hun woning kunnen het zich niet veroorloven om gezond te leven of hebben hier geen mentale ruimte voor. Een bredere blik op gezondheid en een integrale langdurige aanpak gericht op de wijken en mensen die kampen met gezondheidsachterstanden is nodig met oog voor gezondheidsvaardigheden en cultuursensitiviteit. Deze blik moet gericht zijn op verschillende factoren zoals de financiële situatie, de huisvesting, het sociaal netwerk, onderwijs, de gezinssituatie en de arbeidsmarkt.

Doelstellingen en acties  We versterken de bestaanszekerheid van inwoners o We stimuleren middels de Klavervierpas een gezonde leefstijl voor Beuningse inwoners (jong en oud), door deelname aan sport-, culturele en educatieve activiteiten te vergoeden. Ook breiden we het aanbod van de Klavervierpas verder uit. o In samenwerking met de gemeenten Druten en Berg en Dal onderzoeken we de behoefte en het draagvlak voor de oprichting van een stichting voor urgente noden. Hierbij betrekken we lokale partners om gezamenlijk de beste aanpak te bepalen. o We verhogen de jaarlijkse subsidie voor de Voedselbank Beuningen tot 2026 om hun belangrijke werk te steunen. o We verhogen de inzet op preventieve schuldhulpverlening. o We beschikken over een lokale woonzorgvisie, waarbij we ook oog hebben voor het onderdeel bestaanszekerheid. o Het nieuwe beleidsplan regionale arbeidsmarkt 2024-2028 speelt in op de veranderende arbeidsmarkt in Rijk van Nijmegen. Dit beleidsplan stelt een nieuwe visie op de dienstverlening aan werkzoekende voor, en probeert de mismatch tussen werkgevers en onze cliënten te verkleinen. Ook schetsen we een nieuw toekomstbeeld voor de regionale arbeidsmarkt, met intensievere samenwerking met onderwijs, UWV en vakbonden. o We gaan onderzoeken hoe we jongeren die moeite hebben met rondkomen en problematische schulden hebben beter kunnen ondersteunen.

Dit willen we doormiddel van saneringskredieten en een persoonlijke benadering organiseren.  We leggen focus op kwetsbare inwoners en het vergroten van hun

gezondheidsvaardigheden Statushouders die in de gemeente komen wonen krijgen maatschappelijke ondersteuning en nemen deel aan het inburgerings- en participatieaanbod om hen zo snel mogelijk te laten integreren, zodat zij daarna kunnen deelnemen aan de bestaande algemene voorzieningen op het gebied van participatie. o We passen het algemene participatieaanbod aan op het speciale ondersteuningsen inburgeringsaanbod en op de mogelijkheden van de statushouders. o We versterken (digitale) basisvaardigheden. De bibliotheek ontwikkelt een sterke verbindende uitvoerdersrol in het lokale netwerk op het gebied van lezen o

12

o o

o

en voorlezen. De bibliotheekvestiging in Beuningen wordt uitgebouwd tot een (Digi)Taalhuis. We bevorderen de onderlinge verbondenheid in kwetsbare wijken o.a. via de doorontwikkeling van Waarde van Welzijn (methodiek HAN). We doen onderzoek naar de wensen en ideeën van kwetsbare ("vergeten") inwoners in relatie tot de directe omgeving o.a. via een “zorgcoöperatie”. We stellen acties op voortvloeiend uit het project omgeving Aalsterveld en Olden Tempel (inclusieve wijk) om de onderlinge verbondenheid te bevorderen. We zetten in op het verbinden van de ketenaanpak Kansrijke Start met armoedebeleid, volwasseneneducatie en de gezinsaanpak laaggeletterdheid.

 We stimuleren dat mensen actief mee kunnen doen aan de Beuningse samenleving o We ontwikkelen een digitaal platform waarbij inwoners inzicht hebben in goed toegankelijk (preventie- en zorg)aanbod in de wijk. o We gaan werken met Buurtverbinders in relatie tot het digitaal platform. Buurtverbinders zijn buurtbewoners die inwoners, initiatieven en organisaties met elkaar weten te verbinden. o De Uitvoeringsagenda Cultuur zet in op een vernieuwing in het cultuuraanbod. Bijzondere aandacht gaat uit naar jongeren. Samen met de scholen en andere culturele en sociale netwerken versterken we cultuureducatie en muziekonderwijs.

Hoofdstuk 6 Gezonde leefstijl (mentaal en fysiek) Ongezond gedrag (in een ongezonde leefomgeving) is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de ziektelast. Daarom is het van belang om gezond gedrag en gezonde keuzes te stimuleren vanuit een integrale aanpak. In Beuningen zien we uit meerdere gegevens dat de mentale druk op jongeren groot is. Mentale gezondheid en weerbaarheid zijn belangrijke voorwaarden om gezond te leven en gezond op te groeien. Mensen met een goede mentale gezondheid hebben een 15 tot 20 jaar langere levensverwachting dan mensen met een slechte mentale gezondheid, onder meer omdat mensen met een goede mentale gezondheid sneller herstellen van lichamelijke ziekten. Daarmee is er een intrinsieke, maatschappelijk en economische waarde om in te zeten op mentale gezondheidsbevordering. Met het Nationaal Preventieakkoord is gericht op het stoppen met roken, terugdringen van problematisch alcoholgebruik en tegengaan van overgewicht zijn belangrijke ambities gesteld en afspraken gemaakt. De recente cijfers over roken, overgewicht, alcoholgebruik, bewegen en mentale gezondheid onder volwassenen en kinderen onderstrepen de urgentie om blijvend in te zeten op de doelen van het Nationaal Preventieakkoord. Gekeken naar de trend in overgewicht is er in Beuningen een stijging zichtbaar, van 49,4% in 2012 naar 53,1% in 2020.

Een ongezonde leefstijl speelt vaak een rol bij het ontstaan van overgewicht, maar er zijn eerdere factoren die afvallen kunnen tegenwerken en het overgewicht daarmee in stand houden. Het kan hierbij gaan om factoren op het (maatschappelijk) sociale vlak, zoals stress en financiële schulden, maar ook medische of biologische factoren. Daarom is voor succesvol overgewichtbeleid een goede verbinding nodig tussen het zorg- en sociaal domein. Een op de vijf Nederlanders is nu boven de 65 jaar. Dat gaat in 2040 naar één op de vier Nederlanders. Bovendien leven we langer en hebben we soms te maken met een combinatie van chronische ziekten. Het is een groot goed dat ook ouderen met een combinatie van chronische aandoeningen een goede kwaliteit van leven kunnen behouden. Tegelijkertijd neemt de zorgvraag extra toe.

13

Vanwege het groeiend aantal ouderen met een zorgvraag, staat de zorg onder druk op verschillende plekken: de Wmo voor gemeenten; de eerste lijn en medisch specialistische zorg; en de verpleeg(huis)zorg. De mogelijkheden om aan de toenemende vraag te voldoen nemen juist af (door bijvoorbeeld kostenstijging en vergrijzing van de beroepsbevolking). Belangrijk is dat mensen ook bij het vorderen van de leeftijd zo lang mogelijk vitaal blijven. Vitaal ouder worden gaat over lichamelijke vitaliteit, waar voldoende bewegen en goede voeding aan bijdragen. Maar ook over vitaal blijven op sociaal en mentaal gebied, met een sociaal netwerk waar je deel van uitmaakt en door activiteiten te ondernemen waardoor je je zinvol voelt. Het gaat erom dat mensen, samen met hun naasten, in regie blijven over hun eigen leven. Doelstellingen en acties  We stimuleren ouderen om zich voor te bereiden op vitaal ouder worden o Het ontwikkelen en implementeren een ketenaanpak Valpreventie. o We zetten in op meer activiteiten rondom gezonde voeding (in verbinding met eetpunten en dagbesteding). o Het ontwikkelen van een aanpak rondom zingeving bij kwetsbare ouderen die vragen hebben over eenzaamheid, rondom het levenseinde en andere levensvragen. o We versterken het respijtzorg aanbod, in samenspraak met de mantelzorgers, zodat er beter aangesloten wordt op de vraag en behoefte van de mantelzorgers.

o Het onderzoeken van de mogelijkheden om de doelgroep ouderen te betrekken bij ontwikkelingen en beleid.  Mentaal welbevinden van inwoners wordt vergroot o We dragen zorg voor een goed sluitende (en laagdrempelige) ondersteuning afgestemd op de behoefte van de eigen inwoners. In het bijzonder wordt gekeken naar de groepen jongeren (16-24 jaar) en mensen in een kwetsbare positie. o We ontwikkelen een ketenaanpak Welzijn op Recept (WoR) waarbij deze-aanpak verder wordt versterkt. o We werken conform Regioprogramma Jeugd (vastgesteld 30 januari 2024). o We vergroten de samenhang tussen kinder- en jongerenwerk, buurtsportcoachen cultuurcoachwerk, jeugdgezondheidszorg, scholen, kinderopvang en verenigingen. o We ontwikkelen een ketenaanpak kansrijk opgroeien.  Meer inwoners hebben een gezonde leefstijl o We ontwikkelen een ketenaanpak2 tegengaan overgewicht Jeugd en Volwassenen. o We sluiten aan bij de regionale preventie-activiteiten om het lokaal en regionaal gezondheidsbeleid op elkaar aan te laten sluiten via IZA en GALA. o We beschikken over een vangnet van maatwerkvoorzieningen die aansluiten op de situatie en ondersteuningsvraag van onze inwoners. o We faciliteren laagdrempelig beweeg- en sportaanbod voor kwetsbare groepen en ondersteunen verenigingen en stichtingen bij beleidsvraagstukken. o We herijken de inzet van de buurtsportcoaches.

2 Samenwerkingsverbanden van verschillende organisaties gebaseerd op gelijkwaardigheid en erkenning van onderlinge

afhankelijkheid bij het verbeteren van de zorg-, hulp- en/of dienstverlening aan een cliënt

14

Hoofdstuk 7 Voortgang De looptijd van deze beleidsnotitie is 2024-2028. We verantwoorden de ontwikkelingen en financiën binnen het Sociaal Domein in de reguliere P&C cyclus. Het jaar 2026 is een belangrijk ijkmoment. Er zijn gemeentelijke verkiezingen en de looptijd van GALA loopt af. Ook is naar alle waarschijnlijkheid meer duidelijkheid over de financiële toekomst van de Hervormingsagenda Jeugd en de consequenties van het ‘ravijnjaar’. In 2026 wordt daarom een tussentijdse rapportage opgeleverd. We rapporteren over de stand van zaken van de genoemde acties, beschrijven ontwikkelingen en trends en kijken vooruit naar de jaren 2027-2028.

Bijlage 1 – Toelichting beleidsontwikkelingen Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028

Het gebruik van de jeugdzorg is de afgelopen jaren enorm toegenomen. In Beuningen ontving 11,1% van de jongeren tot 23 jaar in 2022 jeugdzorg. Landelijk was dit aandeel in 2022 gemiddeld 10,5%. Om het jeugdzorgstelsel financieel en kwalitatief houdbaar te krijgen zijn er door het Rijk een groot pakket afspraken gemaakt met als doel tot een hervorming van het jeugdstelsel te komen: de Hervormingsagenda Jeugd. Met deze agenda wordt t/m 2028 ingezet op de volgende opgaven:  Aanpassing reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen  Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid  Stevige lokale teams en toegang  Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk  Kwaliteitsverbetering en blijvend leren  Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg

15

 

Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Met de Hervormingsagenda Jeugd wordt gewerkt aan een breed maatschappelijke agenda gericht op het structureel verbeteren van de kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdhulpverlening en de lange-termijnhoudbaarheid van het jeugdstelsel. Preventie is hierbij echter een belangrijke sleutel. Daarom zijn in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) specifieke afspraken gemaakt gericht op preventie rondom jeugd. Om de gezonde generatie in 2040 te realiseren ligt de focus bij de jeugd op meer sporten, gezonde voeding en veel bewegen. Het verminderen van gezondheidsachterstanden via begeleiding en ondersteuning, vraagt daarbij extra aandacht. De afspraken in het GALA gaan over onder meer een kansrijke start in de eerste duizend dagen van een kind, het bevorderen van een gezonde leefstijl en mentale gezondheid, de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) en versterking van de sociale basis. Partners zoals het kinder- en jongerenwerk, buurtsportcoaches, jeugdgezondheidszorg, kinderopvang en onderwijs zijn belangrijke schakels in het verbinden en versterken van de jeugdpreventieketen.

Regioprogramma Jeugd We werken in de regio Nijmegen samen met de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. Tot 2022 hebben we de taken waaraan we werken vastgelegd in een regionaal werkprogramma. Echter vragen de opgaven voor jeugd door de Hervormingsagenda om een stevigere sturing, zowel inhoudelijk als financieel. Daarbij zijn veel partners met verschillende belangen betrokken en worden meerdere domeinen doorkruist zoals onderwijs, jeugdzorg, en gezondheidszorg. Ook het Rijk stuurt in de Hervormingsagenda aan op stevige regionale sturing. Daarom is besloten de samenwerking verder te professionaliseren en door te groeien naar een regionale programmasturing op jeugd. Een eerste stap daarin is dat er vanaf 2023 gewerkt wordt vanuit een Regioprogramma Jeugd met in de aansturing een regionale programmamanager.

IZA, GALA Gezonde en gelukkige mensen dragen positief bij aan de samenleving, en andersom blijken goede sociale verbindingen van groot belang voor ons mentaal welbevinden. Als je mentaal vitaal bent, zit je lekker in je vel, sta je positiever in het leven, heb je minder last van stress en kun je beter omgaan met tegenslagen. Uit cijfers blijkt inwoners problemen ervaren met het omgaan met stress, het opbouwen van een netwerk en het hebben van betekenisvolle relaties. Gezondheidsachterstanden staan niet op zichzelf. Ze hangen samen met andere problemen. Denk aan armoede, schulden, leefomgeving, eenzaamheid of stress. Daarnaast vergrijst Beuningen. Al deze problemen vragen om een preventieve en integrale aanpak om ondersteuning en zorg betaalbaar en bereikbaar te houden voor iedereen. Dit is ook het doel van het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Integraal Zorg Akkoord. Deze akkoorden hebben als stip op de horizon een gezonde generatie in 2040 via een samenhangende aanpak op het gebied van gezondheid, sport en sociale basis. Een van de belangrijke partners bij de sociale basis is Stichting Perspectief.

Sportakkoord 2.0 Het lokaal sportakkoord is in 2023 herijkt. Gemeenten krijgen voor de periode 2023 t/m 2026 nieuw uitvoeringsbudget om de ambities uit het lokaal sportakkoord te realiseren. Voor de looptijd van de huidige Brede Regeling Combinatiefuncties geldt er een afbouwregeling t/m 31 december 2026 voor inzet in het primair onderwijs. De regeling combinatiefuncties wordt vanaf 2026 alleen ingezet voor stimulering van sporten, bewegen en cultuur in de wijk.

Inclusief onderwijs

16

Op landelijk niveau is er een werkagenda ‘Route naar inclusief onderwijs 2035’ opgesteld. Het uitgangspunt van inclusief onderwijs is dat zoveel mogelijk leerlingen ‘thuisnabij’ naar dezelfde school gaan, en hier onderwijs en ondersteuning op maat krijgen. Scholen voor speciaal onderwijs gaan zich uiteindelijk ontwikkelen naar specialistische netwerken die hun expertise in reguliere scholen inzetten.

Een thuis voor iedereen Er is in Nederland sprake van een wooncrisis. Dit is van invloed op de uit- en doorstroom vanuit maatschappelijke opvang, intramurale jeugdzorgvoorzieningen en Beschermd Wonen. Daarnaast is er druk op de woningmarkt door de toestroom van statushouders, vluchtelingen vanuit Oekraïne en het tekort aan geschikte woningen voor ouderen. De vraag naar kleine, geschikte appartementen in de sociale huursector is groot en het aanbod loopt achter bij deze behoefte. Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Binnen de Groene metropoolregio wordt gewerkt aan de regionale woonzorgvisie die kaders geeft voor een lokale woonzorgvisie.

Wonen, Ondersteuning en Zorg voor ouderen (WOZO) Door de vergrijzing gaan de komende jaren steeds meer mensen een beroep doen op de zorg. Tegelijkertijd hebben we in de zorg te maken met een steeds krapper wordende arbeidsmarkt en een afname van het aantal mantelzorgers. Met het WOZO-programma wordt erop ingezet dat ondersteuning en zorg zich aanpassen aan de voorkeur van ouderen om zo lang mogelijk regie op het eigen leven te houden en dat zware, complexe zorgvragen zo lang mogelijk worden uitgesteld of zelfs worden voorkomen.

Wet Inburgering Sinds 2022 is het inburgeringsstelsel veranderd. Gemeenten hebben nu een belangrijke rol bij de begeleiding van nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn. Het doel van de Wet inburgering is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland. De gemeente gaat inburgeringsplichtige nieuwkomers begeleiden bij hun inburgering. Voor asielstatushouders doen zij dit vanaf het moment van koppeling aan een gemeente. Iedereen krijgt een inburgering op maat. Dit gebeurt aan de hand van een brede intake. Op die manier wordt bepaald welke leerroute het beste aansluit bij de inburgeringsplichtige. Er zijn vervolgens drie leerroutes om in te burgeren: de B1 route, de onderwijsroute en de zelfredzaamheidsroute. De huisvestingstaakstelling van statushouders blijft er naar verwachting hoog en er is een groot gebrek aan kleinschalige opvang voor alleenstaande minderjarige statushouders. Daardoor is er een grote vraag naar geschikte woningen en bestaat er grote behoefte aan ondersteuning, begeleiding, inburgeringsvoorzieningen en onderwijs. Er vindt op het gebied van vluchtelingenopvang, huisvestingstaakstelling en opvang AMV-ers regionale afstemming plaats, bijvoorbeeld bij het onderzoeken naar mogelijkheden om een doorstroomlocatie voor statushouders te organiseren of koppelingen van statushouders onderling uit te ruilen.

Doordecentralisatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Op dit moment loopt de toegang tot beschermd wonen via centrumgemeente Nijmegen. Door invoering van een woonplaatsbeginsel wordt de herkomstgemeente van de cliënt verantwoordelijk voor de verstrekking van beschermd wonen. Dit betekent een langzame afbouw van beschermd wonen in instellingen in vooral de centrumgemeenten naar meer preventie en (ambulante) lokale voorzieningen voor de eigen inwoners.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=ababe16d-2f05-41af-9e12-2cbbf5c4a34a