at22000757 04. Bijlagen bij toelichting_Bijlage 1 Diverse bodemonderz.PDF
Tekst van het document
N ^
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bodemonderzoek Bodemsanering Bouwstoffenkeuring
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken Houtduiflaan ong. (perceel B3922)te Beuningen
PROJECTNUMMER: B20.7752 Versie: 01
I------ H
Van Voordenpark 16 5301 KPZaltbommel T: 0418-572060 info@verhoevenmilieu.nl www.verhoevenmilieu.nl
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen
PROJECTNUMMER: B20.7752 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: Chitekt
DATUM: 22 april 2020
Auteur:
Autorisatie:
J.P.G. Boerakker Proj ectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B20.7752/R7752-01/JB Normec
■ ■VA AM BB BRLS1KB 2000
De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2
SAMENVATTING Chitekt heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een onderzoek naar asbest, inclusief historisch onderzoek, voor de Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740/AE2016 en de NEN 5707:2015/02:2017. Het doel van de diverse onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplan wijziging. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historische gegevens Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: » Van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit; » Ten westen van de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd.
Hierbij zijn in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond; » Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat op de locatie naar verwachting één watergang en één weg aanwezig zijn geweest. » Nabij de onderzoekslocatie zijn boomgaarden aanwezig geweest, waardoor de verdacht is voor wat betreft bestrijdingsmiddelen (OCB); » De diverse boven-, ondergrondse tanks en vaten met (smeer)olie die volgens de ODR op de onderzoekslocatie aanwezig zijn (geweest), liggen volgens www.bodemloket,nl en de opdrachtgever op het naastgelegen perceel; » Op de locatie is (asbestverdachte) bebouwing aanwezig geweest, waardoor de grond verdacht is op de aanwezigheid van asbest. Derhalve dient ter plaatse van de onderzoekslocatie een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. ~ » Momenteel is onbekend of grond zal worden afgevoerd, waardoor op aangeven van de opdrachtgever vooralsnog geen onderzoek op PFAS wordt uitgevoerd. In verband met de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging dient op basis van bovengenoemde gegevens een verkennend bodemonderzoek, inclusief teeltlaagonderzoek, uitgevoerd te worden conform de NEN5740, om de actuele bodemkwaliteit vast te leggen.
Daarnaast dient een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 te worden uitgevoerd om vast te stellen dat er geen asbest in de bodem aanwezig is. Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor wat betreft een bodemverontreiniging met de NEN parameters, is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten voor kobalt en nikkel zijn aangetoond. In de ondergrond en in Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
3
het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondVstreefwaarden. Zintuiglijk en analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang en voormalige weg. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. Teeltlaagonderzoek In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Op basis hiervan wordt de gestelde verdachte hypothese voor het teeltlaagonderzoek eveneens verworpen. Alle aangetoonde verhoogde gehalten op de onderzoekslocatie betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en/ streefwaarden. Aangezien de interventiewaarden niet worden overschrijden, zijn ons inziens geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft het onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetoond ^ 2,0 mg/kg d.s.).
Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging ter plaatse van de Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen, in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingswijziging, rekening houdend met onderstaande aanbeveling. Eventueel vrijkomende grond kan op de onderzoekslocatie worden hergebruikt met inachtneming van de regels uit het Besluit bodemkwaliteit. Bij eventuele afVoer van grond van de locatie is het naar verwachting noodzakelijk een aanvullend onderzoek naar PFAS uit te voeren. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd worden bepaald of voorliggend onderzoek in combinatie met een aanvullend onderzoek naar PFAS afdoende is voor de acceptatie van de grond. Indien dit niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
4
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING....................................................................................................................................................5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN................................................................................... 5
3.
LOCATIEGEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.1. Algemene gegevens.......................................................................................................................................... 5 3.2. Historisch onderzoek (NEN 5725)....................................................................................................... 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE............................................................................................ 7 4.1. BODEMOPBOUW............................................................................................................................................7 4.2. GEOHYDROLOGIE.........................................................................................................................................7
5.
HYPOTHESE.................................................................................................................................................7
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK............................................................................................................. 8 6.1. Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken......................................................................................... 8 6.2. Veldwerkzaamheden...................................................................................................................................... 8
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE......................................................................... 11 7.1. Grond/grondwater........................................................................................................................................11 7.2. Asbest..................................................................................................................................................................12
8.
LABORATORIIIMWERKZAAIV1HEDEN EN RESULTATEN............................................................ 13 8.1. Zintuiglijke waarnemingen........................................................................................................................13 8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten................................................................... 13 8.3. Interpretatie analyseresultaten........................................................................................................... 16
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.................................................................................................. 17 9.1. Verkennend bodemonderzoek................................................................................................................... 17 9.2. Verkennend onderzoek naar asbest........................................................................................................17 9.3. Algehele conclusie en aanbevelingen.................................................................................................. 17
10.
REFERENTIES.....................................................................................................................................................18
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Situering in de regio Situatieschetsen met geplaatste boringen, peilbuizen en proefgaten Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest Relevante historische gegevens
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
5
1.
INLEIDING Chitekt heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een onderzoek naar asbest, inclusief historisch onderzoek, voor de Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/AE2016 [2] en de NEN 5707:2015/02:2017 [3], Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. H.M.W. van der Donk en J.P.G. Boerakker.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN Het doel van de diverse onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplan wijziging.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De locatie betreft het toekomstige woningbouwproject 'De Hutgraaf 2', gelegen op de hoek van de Houtduiflaan en de Burgemeester van Suchtelenstraat en ten zuiden van het zwembad De Plons in Beuningen. De onderzoekslocatie staat kadastraal bekend als gemeente Beuningen, sectie B, nummer 3922. De locatie is momenteel braakliggend en heeft een oppervlakte van circa 9.118 nr. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Historisch onderzoek (NEN 5725)
Voorafgaand aan het actualiserend bodemonderzoek is in februari-april 2020 een historisch onderzoek uitgevoerd door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) conform de NEN 5725. Bij de gemeente Beuningen zijn historische gegevens opgevraagd en verkregen (d.d. 1 april 2020). De aangeleverde stukken zijn door VMT bestudeerd. Tevens zijn door VMT de websites www.topotiidreis.nl en www.bodemloket.nl bekeken. De relevante historische gegevens zijn opgenomen in bijlage 7. Voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik De locatie heeft in het verleden een agrarische functie gehad en is vervolgens bebouwd geweest en heeft later dienst gedaan als midgetgolfbaan. Momenteel is de onderzoekslocatie geheel braakliggend en zal in de toekomst naar verwachting worden herontwikkeld voor woningbouw. Bodemkwaliteitsgegevens Van de locatie zijn, zover als bekend, geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit. In de omgeving zijn diverse onderzoeken uitgevoerd en/of activiteiten bekend zoals hieronder beschreven. Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapporto, B20.7752 versre: 01 datum: 22 april 2020 “
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
6
Houtduiflaan 30 Ten westen van de onderzoekslocatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Willems Milieutechniek, kenmerk 9706.36/VO 1. d.d. juli 1997). Hieruit blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten voor chroom en lood aangetoond. Houtduiflaan Tevens ten westen van de onderzoekslocatie heeft de houtduiflaan deel uitgemaakt van een grootschalig indicatief bodem- en asfaltonderzoek ten behoeve van diverse riooltracés (Haskoning, kenmerk H2543.A0/R001/FH/SH0P, d.d. augustus 2000). In de boringen, dichtstbijzijnde van de onderzoekslocatie, zijn licht verhoogde gehalten voor cadmium, nikkel, PAK en minerale olie in de bovengrond aangetoond. In de ondergrond is maximaal een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zink en trichlooretheen aangetoond. Het asfalt is niet teerhoudend en kan indicatief zowel koud als warm worden hergebruikt als categorie 1 bouwstof. Patrijslaan (ong.) Ten westen van de onderzoekslocatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Econsultancy, kenmerk 3013.001, d.d. 30 januari 2017).
Hieruit blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond met bodemvreemde bijmengingen licht verhoogde gehalten voor nikkel, lood, zink, PCB, PAK en minerale olie zijn aangetoond. In de zintuiglijk schone boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond. Historisch kaartmateriaal Op basis van het historisch kaartmateriaal op www.topotiidreis.nl zijn op de onderzoekslocatie één watergang en één weg aanwezig geweest. Daarnaast zijn nabij ^ 25 m) de onderzoekslocatie boomgaarden aanwezig (geweest), waardoor de teeltlaag op een deel van de onderzoekslocatie verdacht is op bestrijdingsmiddelen (OCB). (Voormalige) bodembedreigende activiteiten (o.a. bovenVondergrondse brandstoftanks) Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest). Ten noordoosten van de onderzoekslocatie is op basis van www.bodemloket.nl een bovengrondse HBO-tank aanwezig (geweest) en werd ten noorden van de onderzoekslocatie zuren en basen opgeslagen (1973-1986). Asbest Op de onderzoekslocatie is, op basis van www.topotiidreis.nl. voormalige (asbestverdachte) bebouwing aanwezig geweest. Daarnaast is volgens de opdrachtgever op de locatie een midgetgolfbaan aanwezig geweest.
Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, zijn op de locatie, geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen of overige waarnemingen gedaan, die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. PFAS Op 8 juli 2019 de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX. Voorliggend plangebied is sowieso niet verdacht op het voorkomen van Genx. Momenteel is onbekend of grond zal worden afgevoerd, waardoor op aangeven van de opdrachtgever vooralsnog geen aanvullend grondonderzoek op PFAS wordt uitgevoerd. Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapporto, B20.7752 versre: 01 datum: 22 april 2020 “
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
7
Conclusies historische gegevens Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken: » Van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit; » Ten westen van de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond; » Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat op de locatie naar verwachting één watergang en één weg aanwezig zijn geweest. » Nabij de onderzoekslocatie zijn boomgaarden aanwezig geweest, waardoor de verdacht is voor wat betreft bestrijdingsmiddelen (OCB); » De diverse boven-, ondergrondse tanks en vaten met (smeer)olie die volgens de ODR op de onderzoekslocatie aanwezig zijn (geweest), liggen volgens www.bodemloket.nl en de opdrachtgever op het naastgelegen perceel; » Op de locatie is (asbestverdachte) bebouwing aanwezig geweest, waardoor de grond verdacht is op de aanwezigheid van asbest. Derhalve dient ter plaatse van de onderzoekslocatie een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. ~ » Momenteel is onbekend of grond zal worden afgevoerd, waardoor op aangeven van de opdrachtgever vooralsnog geen onderzoek op PFAS wordt uitgevoerd.
In verband met de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging dient op basis van bovengenoemde gegevens een verkennend bodemonderzoek, inclusief teeltlaagonderzoek, uitgevoerd te worden conform de NEN5740, om de actuele bodemkwaliteit vast te leggen. Daarnaast dient een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 te worden uitgevoerd om vast te stellen dat er geen asbest in de bodem aanwezig is.
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 4 meter dikke deklaag aanwezig van Holocene afzettingen. Deze complexe eenheid bestaat uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerende pakket is circa 18 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden tot grof zand van de Formatie van Kreftenheye. Het eerste watervoerende pakket wordt van het tweede watervoerende pakket gescheiden door een circa 5 meter dikke scheidende laag bestaande uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich een tweede watervoerend pakker tot circa 54 m-mv [4]. 4.2.
Geohydrologie
De onderzoeklocatie heeft naar verwachting een noordelijk gerichte grondwaterstroming in het (ondiepe) grondwater richting de Waal. De stromingsrichting van het oppervlakte grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De onderzoekslocatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie wordt momenteel voor de locatie de hypothese gesteld voor een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Hierbij betreffen de voormalige watergang, voormalige weg en de voormalige boomgaarden (OCB) in de omgeving een aandachtspunt. Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
8
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken
Algemene kwaliteit Voor de algemene bodemkwaliteit is uitgegaan van de NEN 5740/Al voor een verdachte nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) met een maximale oppervlakte van 1 ha. Hierbij worden de boringen minimaal doorgezet tot 1,0 m-mv. Voormalige watergang en voormalige weg Aanvullend worden 2 dwarsraaien van ieder 3 boringen tot 2,0 m-mv per raai verricht ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergang en voormalige weg. Hiervoor is vooralsnog geen extra NEN-pakket opgenomen. Teeltlaagonderzoek Daarnaast wordt de teeltlaag afzonderlijk bemonsterd en zijn aanvullende grondanalyses op OCB opgenomen in verband met de voormalige boomgaarden nabij de locatie. Onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt uitgegaan van de NEN 5707/C2 voor een diffuse locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging (maximaal 1 ha). Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarbij enkele proefgaten dieper worden doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd.
Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten, worden diverse mengmonsters samengesteld voor analyses op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). De veld- en laboratoriumwerkzaamheden voor de diverse onderzoeken worden zoveel mogelijk gecombineerd. 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen ļ certificering Bodem Expert B.V. (certificaatnummer: K97733/01, afgegeven door Kiwa) en Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificatienr: EC-SIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification) zijn gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6) en protocol 2002 (versie 6): het nemen van grondwatermonsters. De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest zijn eveneens uitgevoerd conform de geldende NEN/NPRnormen, BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). Tevens is Bodem Expert B.V. gecertificeerd voor het plaatsen van machinale boringen (i.v.m. het aanwezige grind) conform de BRL SIKB 2101, protocol 2101-A: mechanische boringen zonder waterdruk (versie 4) volgens certificaatnummer K97734/02 (geldig vanaf 17-02-2018). " ~ "
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
9
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een machinale boorinstallatie, schop en Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
2 april 2020
Bodem Expert B.V.
3 april 2020 10 april 2020
Bodem Expert B.V. Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker(s) De heer M. Scholten De heer A. Beunk De heer D.W. Sluis De heer M.A.E1. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2101-A (v. 4) 2002 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. en Bodem Expert B.V. hebben op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 26 boringen (B01 t/m B22) geplaatst. Ten behoeve van het grondwateronderzoek zijn de boringen PB03 en PB 14 machinaal dieper doorgezet en beiden afgewerkt met een peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 1,0 m-mv B01. B02. B04. B05. B07. B09 t/m B13. B15 t/m B17. B19. B21. B22
Boringen! peilbuizen Circa 2,0 m-mv B06A-C. B08. B18A-C. B20
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB03 (2.00 - 3.00) PB 14 (2.00 -3.00)
De boringen B06A-C en B18A-C zijn ter plaatse van de voormalige watergang en/of voormalige weg gesitueerd. Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB03 en PB 14 is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 10 april 2020 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie gedeeltelijk is bedekt met vegetatie ^ 2 cm, circa 50 0Zo). Derhalve heeft een efficiënte maaiveldinspectie ^ 25 % zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 22 proefgaten (B01 t/m B22) met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond. Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie ^ 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten.
Er is geen asbestverdacht plaatmateriaal (fractie > 20 mm) in de grond aangetroffen.
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
10
In het veld zijn vier grondmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie ^ 20 mm). Een overzicht van het samengestelde grondmonster en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyse is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven. Met de plaatsing van de boringen, peilbuizen en proefgaten is rekening gehouden met de bekende historische gegevens. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuizen en gegraven proefgaten is opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 6.
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
11
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5], De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) I (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: u Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. u Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [5] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (meest recente versie 29 november 2019), worden gehanteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
12
In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse "landbouw/ natuur’ (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 0,9 pg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 0,8 pg/kg d.s. Voor de functieklassen "wonen” en "industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 pg/kg d.s. voor PFOA en 3 pg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RFVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV's kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV's blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico's voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie ^ 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 pm, wordt in de NEN 5898 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.
De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van "onaanvaardbare risico's buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
13
8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld tot maximaal 1,8 m mv hoofdzakelijk uit matig tot sterk siltig, zwak tot sterk zandige klei, waarvan tot circa 0,5 zwak humeus en plaatselijk met sporen grind. Lokaal bestaat de bodem vanaf circa 0,5 m-mv tot circa 0,8 m-mv hoofdzakelijk uit matig grof, zwak siltig en grindig zand. Vanaf maximaal 1,6 m-mv tot de maximaal geboorde diepte van 3,5 m-mv bestaat de bodem hoofdzakelijk matig grof, matig tot sterk grindhoudend zand, lokaal matig siltig. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuig įjke waarnemingen per boring! proe Fgat Boring B01 B02 B04 B05 B06A B06B B06C B07 B08 B09 B10 Bil B12 B13 PB 14 B15
Proefgat Ja Ja Ja Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Diepte boring (m -mv) 1.00 1.00 1.00 1.00 2.00 2.00 2.00 1.00 2.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 3.50 1.00
B16
Ja
1.00
B17 B18B B18C B19 B20 B21
Ja Nee Nee Ja Ja Ja
1.00 2.00 2.00 1.00 2.00 1.00
B22 Ja 1.00 Toelichting bij de tabel: Sporen < 1 %.
Traject (m -mv) 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.50 - 1.00 0.00 - 0.50 0.50 - 1.00 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.50 - 1.00 0.00 - 0.50
Grondsoort Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei
Waargenomen bijzonderheden sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond geen overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging (bijvoorbeeld olie-waterreacties en asbestverdacht (plaat)materiaal > 20 mm). De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics Sc Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Op de analysecertificaten zijn de in tabel 8.2 opgenomen opmerkingen geplaatst. Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapporto, B20.7752 versre: 01 datum: 22 april 2020 “
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
14
Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat nummer Asbest 13227868
(Meng)monster
Para meter
Opmerking
Toelichting
MMASB02
Asbest
Het aangeleverde analysemonster voldoet niet aan de minimaal vereiste hoeveelheid volgens de eisen in NEN5898 (hoofdstak 5).
Er is minder dan 10 kg droge stof aan monstennateriaal aangeleverd (9,0 kg), waardoor de analyseresultaten mogelijk minder representatief zijn. Aangezien in het mengmonster geen asbest 1 mg/kg d.s.) is aangetoond, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden, zijn de onderstaande grondmengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Aangezien zintuiglijk de voormalige watergangen en de voormalige weg niet zijn aangetroffen, zijn de grondmonsters van de raaiboringen meegenomen in de grondmengmonsters van de algemene bodemkwaliteit. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster
Omschrijving
Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MM02 MM03
Bovengrond, klei Zintuiglijk: Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MM04
Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MM05
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
MM06
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
Teeltlaagonderzoek naar bestrijdingsmiddelen MMOCB01 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MMOCB02
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MMOCB03
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
MMOCB04
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
Boringen (traject in (m -mv)
Analysepakket
B01 (0.00-0.50) B04 (0.00 - 0.50) B10 (0.00-0.50) B12 (0.00-0.50) B18A (0.00-0.50) PB03 (0.00 - 0.50) B06B (0.00 - 0.50) B08 (0.00-0.50) B16 (0.00-0.50) B17 (0.00-0.50) B13 (0.00-0.50) B20 (0.00 - 0.50) B22 (0.00 - 0.50) PB14 (0.00-0.50) B01 (0.50- 1.00) B06B (1.00- 1.50) B08 (0.50 - 1.00) B13 (0.50- 1.00) B18A (1.00- 1.50) B20 (1.00- 1.50) PB03 (1.00 - 1.30) PB14 (0.80 - 1.30) B06B (1.80-2.00) B08 (1.70-2.00) B18A (1.50-2.00) B20 (1.70-2.00) PB03 (1.80 - 2.00) PB14 (0.50-0.80) PB14 (1.60-2.00)
NEN, L en H
Co. Ni
NEN, L en H
-
NEN. L en H
Ni
B01 (0,00-0,30) B02 (0.00 - 0.30) B04 (0.00 - 0.30) B12 (0.00-0.30) B06B (0.00 - 0.30) B07 (0.00 - 0.30) B09 (0.00 - 0.30) B10 (0.00-0.30) B16 (0.00-0.30) B17 (0.00-0.30) B19 (0.00-0.30) PB 14 (0.00 -0.30) B13 (0.00-0.30) B20 (0.00 - 0.30) B21 (0.00-0.30) B22 (0.00 - 0.30)
OCB en H
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
Resultaten >l
-
NEN. L en H
NEN. L en H
NEN. L en H
OCB en H
OCB en H
OCB en H
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
15 Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen; L Lutum; H Organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuizen met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
GWS (m -mv)
PH
EC (pS/cm)
Troebelheid (NTU)
Analysepakket
Resultaten >l
PB03 2.50 - 3.50 168 6.5 379 2.7 NEN PB 14 2.50 - 3.50 160 6.7 393 3.8 NEN Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOC1) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Asbest Op het maaiveld en in de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn vier grondmonsters samengesteld. Alle grondmonsters zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). De samenstelling van het grondmonsters met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyse is in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling grondmonsters asbest Monstercode
Proefgaten
Zintuiglijke waarnemingen
Traject (m -mv) 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50 0.00 - 0.50
MMASB01 B01, B04 t/m B07 Sporen baksteen MMASB02 B02, B12, B13, B21 Sporen baksteen MMASB03 B10, Bil. PB 14, B19, B20 Sporen baksteen MMASB04 B08, B09, B15 t/m B17 Sporen baksteen Toelichting bij de tabel: Sporen < 1" Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.
Soort
Analysepakket
Grond Grond Grond Grond
Asbest in grond (s 10 kg)1 Asbest in grond (s 10 kg)1 Asbest in grond ('e 10 kg)1 Asbest in grond Çe 10 kg)1
De resultaten van de geanalyseerde grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest ^ 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
MMASB01 MMASB02 MMASB03 MMASB04 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.
Hechtgebonden
Type
-
-
-
-
-
-
-
-
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapporto.: B20.7752 versre: 01 datum: 22 april 2020 “
Gemeten <20 mm (mg/lśg d.s.) <2 <2 <2 o.2
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) ■^2 <2 <2
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
16
8.3.
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In de mengmonsters MMO1 en MM03 van de sporen baksteen in de bovengrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt en/of nikkel aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven beneden de interventiewaarden alsmede de index van 0,5 voor nader onderzoek. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden aangetoond. In mengmonster MM02 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei), in mengmonster MM04 van de bovengrond met sporen baksteen (klei) en in de mengmonsters MM05 (klei) en MM06 (zand) van de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Teeltlaagonderzoek In de mengmonsters MMOCBOl t/m MMOCB04 van de teeltlaag met sporen baksteen (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater In de grondwatermonsters uit de peilbuizen PB03 en PB 14 zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Tijdens het onderzoek naar asbest is zintuiglijk (fractie > 20 mm) op het maaiveld en in de opgeboorde en opgegraven grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
In de grondmengmonsters MMASB01 t/m MMASB04 van de bovengrond met sporen baksteen is analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetoond ^ 2 mg/kg d.s.).
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
17
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Verkennend bodemonderzoek
Algemene kwaliteit Voor wat betreft een bodemverontreiniging met de NEN parameters, is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten voor kobalt en nikkel zijn aangetoond. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondVstreefwaarden. Zintuiglijk en analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang en voormalige weg. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. Teeltlaagonderzoek In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Op basis hiervan wordt de gestelde verdachte hypothese voor het teeltlaagonderzoek eveneens verworpen. Alle aangetoonde verhoogde gehalten op de onderzoekslocatie betreffen overschrijdingen van de achtergrond- en/ streefwaarden. Aangezien de interventiewaarden niet worden overschrijden, zijn ons inziens geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. 9.2.
Verkennend onderzoek naar asbest
Voor wat betreft het onderzoek naar asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetoond ^ 2,0 mg/kg d.s.). 9.3.
Algehele conclusie en aanbevelingen
Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging ter plaatse van de Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen, in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingswijziging, rekening houdend met onderstaande aanbeveling. Eventueel vrijkomende grond kan op de onderzoekslocatie worden hergebruikt met inachtneming van de regels uit het Besluit bodemkwaliteit. Bij eventuele afvoer van grond van de locatie is het naar verwachting noodzakelijk een aanvullend onderzoek naar PFAS uit te voeren. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd worden bepaald of voorliggend onderzoek in combinatie met een aanvullend onderzoek naar PFAS afdoende is voor de acceptatie van de grond. Indien dit niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
18
10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2017. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/AE2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/02:2017, Norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Langbein, J.B.M., 1975. Grondwaterkaart van Nederland, Dienst Grondwaterverkenning TNO, Delft. 5. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen Rapportnr.: B20.7752 versie: 01 datum: 22 april 2020
s!W
S’ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 1
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 1
f Ślijķ-Ėwijķ tŗ.iVUHiiťíttf
O.ņsterhņuť
1 ')
âĠŮnin’ġen
;ir
ÿf
'
atsgp*
Vi ‘
'Jř'ws-
Mŵ3ĩ
V7
SeuniVrļříiŕiiï
;0*
MS íįíŵ'r-į/ y:*-'' , ÍBCvņltJf\.ļ
ÏhSŴ
-èïířvl :
'•Vi' ÿä^WUCHEN jĵį-^ f .’-.f
. I-.'. „
^
r'
SwwndanďN.
Tekening: B20.7752
Ki
ÿ^'Mį'í’iįlļ' ■"'Ŵr^ŵ; . «Tďlïujü'v ŵV ^ .U^/ţjļļta. ŵ^iiīk'īìi .7İ«!mİ@İ
t'-.
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2016) Onderdeel: Situering in de regio
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 2
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
.BNGOŨB 03543G0000
■B06A-C
LEGENDA: BNGOŨB 04019G0000 BNGOŨB 03629GŨ000
@
Boring met peilbuis Boring tot 1,0 m-mv
\
Boring tot 2,0 m—mv Boring met dwarsraai tot 2,0 m-mv
BNGOŨB 03922G0000
D
Proefgat Onderzoeksgrens Voormalige watergang
------- Bebouwing Voormalige bebouwing Voormalige weg
BNGOOF 02876G0000
Situatieschets met boringen, peilbuizen en proefgaten bij de diverse bodemonderzoeken voor de locatie aan BNGOŨB 01016G0000
de Houtduiflaan ong. (perceel B3922) te Beuningen opdrachtgever: Chitekt get. MH
voorafgaand projector. Schaal 1 : 500
gez. HD
formaat
projector.B20.7752 bijlage 2 VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. » ADVISERING » BODEMONDERZOEKEN
» SANERINGEN
A3
Bijlage 3
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
2
A
braak
braak
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sterk wortelhoudend, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen plantenresten, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen plantenresten, sporen grind, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Boring:
PB03
Boring:
B04
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
GWS:
200
o
braak
braak
Klei, matig siltig, sterk zandig, zwak humeus, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen wortels, sporen roest, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen plantenresten, sporen grind, donker cremebruin, Edelmanboor
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, neutraal roestbruin, Edelmanboor
loo-; Klei, sterk siltig, uiterst roesthoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
150—z
-180
-200
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, sterk grindhoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, sterk grindig, uiterst grindhoudend, sterk keien, neutraal cremebruin, Edelmanboor
F II’ II’ II’
250-
300-
iľ h! ^50.
Projectcode: B20.7752 getekend volgens NEN 5104
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B05
Boring:
B06A
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
GWS:
180
o
braak Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
2
^
Klei, matig siltig, zwak zandig, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
A
braak Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen grind, sporen roest, neutraal roestbruin, Edelmanboor
^
Klei, sterk siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
-170
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, sporen klei, sporen roest, sterk grindhoudend, licht roestbruin, Edelmanboor
Boring:
Boring:
B06B
B06 C
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
GWS:
180
GWS:
180
ň
hraak
o
braak Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
^
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen grind, sporen roest, neutraal roestbruin, Edelmanboor
^
mmm Klei, sterk siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
1 50—z -170
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, sporen klei, sporen roest, sterk grindhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor
Projectcode: B20.7752 getekend volgens NEN 5104
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, sporen klei, sporen roest, matig grindhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B07
Boring:
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
B08
X:
181629,10
GWS:
180
Y:
429788,57
o
braak
2
A
braak
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, zwak siltig, matig zandig, sporen roest, neutraal cremebruin, Edelmanboor
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen grind, sporen roest, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Klei, sterk siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
150— -170
-200
Boring:
B09
Boring:
B10
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, sporen klei, sporen roest, sterk grindhoudend, licht roestbruin, Edelmanboor
braak
braak
Klei, matig siltig, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, sporen wortels, donker zwartbruin, Schep
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
-50
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen grind, sporen baksteen, neutraal roestbruin, Edelmanboor
A
2
A
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen grind, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
-100
Projectcode: B20.7752 getekend volgens NEN 5104
^ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B11
Boring:
B12
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
2
A
braak
braak
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker zwartbruin, Schep
Klei, matig siltig, uiterst zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen grind, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen grind, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Boring:
B13
Boring:
PB14
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
GWS:
200
braak
o
Klei, matig siltig, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
braak Klei, matig siltig, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
-50
2
A
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen grind, neutraal roestbruin, Edelmanboor
-80
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, matig grindhoudend, sporen klei, neutraal cremebruin, Edelmanboor Klei, sterk siltig, sporen grind, sporen roest, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
-160
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, matig kleihoudend, sterk grindhoudend, Edelmanboor -200
Zand, matig grof, sterk grindig, sterk keien, uiterst grindhoudend, neutraal cremebruin, Edelmanboor
-350
Projectcode: B20.7752 getekend volgens NEN 5104
^ VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B15
Boring:
B16
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
2
A
braak
braak
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, sporen wortels, donker zwartbruin, Schep
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen grind, sporen wortels, donker zwartbruin, Schep
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen grind, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen grind, sporen baksteen, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Boring:
B17
Boring:
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
B18A
GWS:
160
braak
braak
I
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen grind, sporen wortels, sporen baksteen, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, zwak zandig, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Projectcode: B20.7752 getekend volgens NEN 5104
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
2
A
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, neutraal roestbruin, Edelmanboor
3
A
Klei, sterk siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
4
A
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, sporen roest, matig grindhoudend, laagjes klei, licht grijsbruin, Edelmanboor
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B18B
Boring:
B18C
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
GWS:
160
GWS:
160
o
A
A
braak Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen grind, sporen wortels, sporen baksteen, donker cremebruin, Schep
0 ť i ij
o
A
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, neutraal roestbruin, Edelmanboor
braak Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen grind, sporen wortels, sporen baksteen, sporen roest, donker cremebruin, Schep
:.ľi
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, neutraal roestbruin, Edelmanboor
A
Klei, sterk siltig, sterk roesthoudend, sporen klei, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Klei, sterk siltig, sterk roesthoudend, sporen klei, neutraal roestbruin, Edelmanboor
-170
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, sporen roest, matig grindhoudend, sporen klei, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, sporen roest, matig grindhoudend, laagjes klei, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Boring:
B19
Boring:
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
GWS:
190
braak
2
A
B20
o
braak
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen grind, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen grind, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Klei, sterk siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
-170
-200
Projectcode: B20.7752 getekend volgens NEN 5104
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, matig grindhoudend, sporen klei, sporen roest, licht cremebruin, Edelmanboor
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Bijlage 3
Boring:
B21
Boring:
B22
Datum:
2-4-2020
Datum:
2-4-2020
A
braak
braak
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, matig zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, sporen grind, sporen wortels, donker cremebruin, Schep
Klei, matig siltig, zwak zandig, sporen roest, sporen grind, sporen baksteen, neutraal roestbruin, Edelmanboor