at22000755 02. Toelichting en regels bestemmingsplan Hutgraaf II_ Beun.PDF
Tekst van het document
4.6.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Onderstaand is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen.
26
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Gw»»Slo»,
Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) Inrichtingen c.q. bedrijven Er zijn binnen het plangebied geen inrichtingen aanwezig met een veiligheidsrisico als bedoeld in het Bevi. Daarnaast zijn er ook geen bedrijven in de directe omgeving van het plangebied aanwezig waarvan het invloedsgebied tot in het plangebied reikt. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een transportroute voor gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Bevt. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een transportroute voor gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Bevt. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een buisleiding met een veiligheidsrisico als bedoeld in het Bevb. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.7
Waterhuishouding
4.7.1
Regelgeving
Algemeen Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing:
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
27
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
»
Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2016 - 2021, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water; » Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Gelderland; » Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Koers houden en kansen benutten', Nota riolering 'Samen door één buis' (2019) en de Keur voor waterkeringen en wateren; » Gemeente: Gemeentelijk riool- en waterplan 2018 - 2022. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water: Doordat een toename van het verhard oppervlak ertoe leidt dat het afvoerverloop niet meer natuurlijk is, is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogelijk te infiltreren naar het freatisch grondwater, waardoor een meer natuurlijk afvoerverloop ontstaat. Dit vertaalt zich in de volgende richtlijnen: 1. Nieuwe plannen moeten voldoen aan het principe van het 'hydrologisch neutraal' bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreft de afvoer van hemelwater, minimaal gelijk blijven aan de oorspronkelijke situatie. De oorspronkelijke landelijke afvoer (naar het oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. 2. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht moet worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. 3.
Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld. Het schone en vuile water worden daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer moeten zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodem- en oppervlaktewatersysteem worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht: uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen moeten worden vermeden om watervervuiling te voorkomen. Uitgangspunten Waterschap Rivierenland De uitgangspunten die door het waterschap worden gehanteerd in het kader van de watertoets kunnen worden verwoord als: a. Waterneutraal inrichten. Om te voorkomen dat door de aanleg van nieuw verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang om het verlies aan waterberging in de bodem te compenseren. b. Schoon inrichten. Om te voorkomen dat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater negatief wordt beïnvloed. Binnen het stedelijk gebied zal daarom schoon hemelwater van nieuwbouwprojecten gescheiden van het vuilwater moeten worden afgevoerd: afkoppelen.
Het waterschap streeft naar 100 /o afkoppeling van schoon hemelwater van verharde oppervlakken (gebouwen, wegen en ander terreinverharding). c. Veilig inrichten. Door nieuwbouwplannen mag de veiligheid van een (primaire) waterkering, het waterkerend vermogen, niet worden aangetast. Dit geldt niet alleen voor de dijk zelf, maar tevens voor de beschermingszones ter weerszijden van de dijk. Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaande of een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerpbuien ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit: » De 1=10+10/0 neerslag. Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. » De T=100+10%-neerslag. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm.
Deze vuistregel geldt vooral voor droogvallende voorzieningen. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui 1=100+10/0 het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur bedragen. Volgens de Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland geldt vanaf nieuw verhard oppervlak een
28
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
vrijstelling van de compensatieplicht voor toename tot 500 m2 voor stedelijk gebied en 1.500 m2 voor het buitengebied. Als peildatum voor het eenmalig gebruik is 1 januari 2010 aangehouden, Dit betekent dat alleen aanspraak gemaakt kan worden op de vrijstelling als hier in het verleden (na 1 januari 2010) nog geen gebruik van is gemaakt. Uitgangspunten gemeente Gemeentelijk riool- en waterplan 2018 - 2022 De gemeenteraad heeft het Gemeentelijk Riool- en waterplan in januari 2018 vastgesteld. Hierin is het beleid voor de zorgplicht voor het afvalwater, het afvloeiend hemelwater en het grondwater vastgelegd. Samengevat hieruit het volgende: In 2020 moeten gemeenten verankerd hebben hoe ze omgaan met waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hittestress. Rioolsystemen (ondergronds) hebben bij hevige buien niet altijd voldoende capaciteit voor de afvoer en berging van het hemelwater. Voor het borgen van een adequate afvoer en berging van het hemelwater moet ook gebruik worden gemaakt van de inrichting van de openbare ruimte (bovengronds). Daarmee wordt de gemeentelijke zorgplicht meer bovengronds zichtbaar in wegen en groen en is de relatie met ruimtelijke ordening, openbare ruimte en vergunningverlening cruciaal. Het klimaatbestendig maken van stedelijk gebied vergt bewuste keuzes bij stedelijke inrichting en stedelijke activiteiten.
Bij nieuwe ruimtelijke plannen is een klimaatbestendige en water robuuste inrichting van groot belang. Ruimtelijke functies moeten onderling op elkaar afgestemd zijn en de ruimtelijke effecten op waterhuishouding (en vice versa) moeten vastgelegd worden in een bestemmingsplan of omgevingsplan. Het uitgangspunt is dat de perceelseigenaar zelf het regenwater moet verwerken. Hierdoor komt er minder regenwater in het riool terecht, wat ten goede komt aan de werking van de zuiveringsinstallatie. Als verwerking op eigen terrein in redelijkheid niet mogelijk is, dan kan het overtollige regenwater afgevoerd worden naar het openbare terrein, al waar het afvoeren de verantwoordelijkheid van de gemeente is.
4.7.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is een watertoets uitgevoerd voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Deze watertoets is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. In deze notitie is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Rivierenland en de gemeente Beuningen). Het plangebied ligt momenteel braak en is volledig onbebouwd en onverhard. De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 22 patiowoningen, inclusief ontsluiting en inrichting van de openbare ruimte. Conform het beleid van waterschap Rivierenland is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak dat toeneemt met circa 4.724 m2 een compenserende berging benodigd. Hierbij gaat het om circa 206 m3 bij T=10+10% en 314 m3 bij T=100+10%. Voor het creëren van het benodigde bergingsvolume is de bestaande watergang aan de oostzijde van het plangebied verbreed. Bij een stijghoogte van 7.60 m +NAP ontstaat door deze verbreding een bergingsvolume van 495 m3. Bij een grondwaterstand rond de GHG is hiervan 52 m3 reeds gevuld met grondwater, hierdoor blijft een volume van 443 m3 over, dit is een extra volume van 322 m3, waarmee aan de bergingseis van het Waterschap Rivierenland wordt voldaan.
Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. Het onderdeel 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
29
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
4.8
Ecologie
4.8.1
Regelgeving
De Wet natuurbescherming (Wnb) kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen.
De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
4.8.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Soortenbescherming Het plangebied ligt op dit moment braak en er is geen sprake van opgaande beplanting. In het plangebied komen geen beschermde planten- en diersoorten voor en er zijn geen (volgens de Wnb geldende) houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Op de afbeeldingen in paragraaf 2.1 is dit duidelijk te zien. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Gelders Natuurnetwerk. In het stikstofdepositieonderzoek, in bijlage 5 van de toelichting, is de stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Significante gevolgen kunnen daarmee op voorhand worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming.
Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.9
Archeologie & cultuurhistorie
4.9.1
Regelgeving
30
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt bepaald dat in de toelichting ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal in 2021 opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Hierbij wordt als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden.
De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.
4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Archeologie Ter plaatse is een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het kader van de nieuwbouwontwikkeling. De belangrijkste resultaten worden hieronder besproken, de volledige rapportage is als bijlage 6 bij de toelichting opgenomen. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op de oeverwal van de Waal, op de overgang naar het komgebied ten zuiden. De oeverafzettingen van de Waal dekken pleistocene beddingafzettingen af. In de omgeving van het plangebied zijn op de oevers van de Waal vindplaatsen bekend uit voornamelijk de IJzertijd en Romeinse tijd. Ook zijn er enkele vindplaatsen uit de Middeleeuwen en huisplaatsen uit de Nieuwe tijd bekend. In het plangebied geldt op basis van het bureauonderzoek een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum Bronstijd en een hoge archeologische verwachting op de periode IJzertijd - Late Middeleeuwen. Voor de Nieuwe tijd is een lage archeologische verwachting afgegeven. In het plangebied ontbreekt bebouwing op historisch kaartmateriaal en ook zijn er op het AHN geen verhogingen te zien die duiden op de aanwezigheid van een terp. Het veldonderzoek heeft de archeologische verwachting bevestigd. In het plangebied zijn nagenoeg intacte oeverafzettingen van de Waal waargenomen.
In de top van de oeverafzettingen is een donkere, humeuze laag aanwezig, dat een oud oppervlakte of cultuurlaag betreft en indicatief is voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Ook is houtskool waargenomen in deze laag, dat in verband kan worden gebracht met menselijke activiteit. Er geldt hierom een hoge archeologische verwachting op de top van de oeverafzettingen voor de periode IJzertijd - Late Middeleeuwen. Er is sprake van een hoge archeologische verwachting vanaf 0,3 m -mv. Transect adviseert deze verwachting op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. In het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning adviseert zij om, indien er bodemingrepen dieper dan 0,3 m -mv zullen plaatsvinden, de archeologische verwachting aanvullend te toetsen door middel van een karterend en waarderend archeologisch onderzoek. Dit kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Het onderzoek kan zich beperken tot de delen van het plangebied waar daadwerkelijk bodemverstoringen zullen plaatsvinden bij de realisatie van de woningen. Voor een gravend onderzoek, zoals een proefsleuvenonderzoek, is vooraf een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat de bevoegde overheid moet goedkeuren. Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen monumenten gelegen. Ook zijn er geen monumenten direct grenzend aan het plangebied gesitueerd.
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
31
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. Ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden blijft de archeologische dubbelbestemming uit het geldende bestemmingsplan gehandhaafd, totdat het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd.
4.10 Leidingen 4.10.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: » gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; » aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18”; » defensiebrandstoffen; » warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, gas, brandstof en/of hoogspanningsleidingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.
4.11
Vormvrije MER-beoordeling
4.11.1 Regelgeving In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: » belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; » belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan
32
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen activiteiten in het plan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is: het totale aantal geplande woningen bedraagt maximaal 22. Gelet hierop, kan worden geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij kan worden geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
33
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk van de regels komen de verschillende bestemmingen aan de orde.
5.1.2
Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels.
34
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent parkeren, ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat regels voor parkeren. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
Het bestemmingsplan kent drie enkelbestemmingen en één dubbelbestemming: Groen Deze bestemming is bestemd voor 'Groen' en bijbehorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, kunstwerken, voet- en fietspaden et cetera. Binnen de bestemming mogen uitsluitend gebouwen van openbaar nut (uitsluitend binnen een bouwvlak) en andere bouwwerken worden gebouwd, zoals speeltoestellen, prullenbakken, wegwijzers, banken en degelijke. Verkeer De openbare ruimte in het plangebied is voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Ter plaatse zijn de gronden bestemd voor onder andere wegen, paden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
35
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Wonen De beoogde woonpercelen zijn voorzien van de bestemming 'Wonen'. De bestemmingsregeling sluit zoveel mogelijk aan bij de standaardregeling in de gemeente Beuningen. Ter plaatse zijn de gronden bestemd voor de bouw van patiowoningen. Binnen de woonfunctie worden onder voorwaarden nevenactiviteiten toegelaten, die qua functie ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. In dit plan is ervoor gekozen om de mate van publieksaantrekkende werking van de activiteiten als relevant onderscheid te hanteren tussen activiteiten die wel gewenst zijn in een woonomgeving en activiteiten die onder omstandigheden gewenst kunnen zijn in een woonomgeving. De 'niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit' is rechtstreeks mogelijk, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De 'publieksaantrekkende beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis' is mogelijk indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. Het onderscheid richt zich zoals vermeld op het al dan niet publieksaantrekkend zijn van de activiteit. Hierbij is ervan uitgegaan dat een niet-publieksaantrekkende activiteit (geen verkeersaantrekkende werking/ geen parkeerdruk) doorgaans zonder problemen in een woning zal kunnen plaatsvinden. Het betreft activiteiten met een introvert karakter, die inherent zijn aan de woonfunctie, zoals kantoorfuncties en ateliers.
Om de beperkte omvang van het aan huis verbonden beroep/ bedrijf te waarborgen is deze gemaximeerd op 45 /o van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 45 m2. Tevens is in de regels opgenomen dat de bewoner het beroep of bedrijf aan huis zelf dient uit te oefenen. Uitgangspunt is dat geen milieuvergunningplichtige bedrijven worden toegestaan. Dit is van belang om te voorkomen dat activiteiten kunnen plaatsvinden, die weliswaar geen publieksaantrekkend karakter hebben, maar die in verband met milieuaspecten niet bij de woonfunctie passen. De aan huis verbonden functies zijn toegestaan in de woning en de bijbehorende bouwwerken. De publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis kunnen wel verkeersaantrekkend zijn en zijn daarom enkel toegestaan indien hiervoor door burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning is verleend. De activiteiten dienen kleinschalig te zijn en in te passen in de woonomgeving. Voorbeelden zijn persoonlijke dienstverlening (kapper/ pedicure), medische/ therapeutische dienstverlening en ambachtelijke bedrijvigheid. Waarde - Archeologie 2 De gemeente Beuningen heeft een archeologische verwachtingenkaart laten vervaardigen.
De gebieden met hoge archeologische verwachtingswaarde, bekende vindplaatsen, oude woongronden en historische boerderijlocaties evenals een zonering van 50 m rondom de monumenten zijn op de verbeelding opgenomen middels de dubbelbestemming 'Waarde archeologie 2'. Voor bodemingrepen met een diepte van meer dan 0,3 m beneden maaiveld in gebieden die vallen binnen de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 2' (hoge archeologische verwachtingswaarde) wordt bij een omvang van meer dan 100 m2 nader archeologisch onderzoek verplicht gesteld.
36
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
In de anterieure overeenkomst die gesloten is met de ontwikkelaar zijn tevens afspraken gemaakt over kostenverhaal gebaseerd op Afdeling 6.4 Grondexploitatie van de Wro. Dit betreffen o.a. kosten voor inbreng van gronden, civieltechnische kosten en plankosten. Kostenverhaal volgt de demarcatie van het bestemmingsplan, dit betekent dat alle kosten die gemaakt worden binnen het bestemmingsplangebied op basis van de criteria Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit toegerekend worden. Voorwaarde is wel dat er meer opbrengsten gegenereerd worden dan dat er kosten verhaald worden, anders is de economische uitvoerbaarheid niet geborgd. Ofwel een initiatief moet de kosten wel kunnen dragen.
6.2
Inspraak
De initiatiefnemer heeft de omgeving via een brief en aankondigingsspandoeken vroegtijdig geïnformeerd over de plannen.
6.3
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg wordt het plan besproken met de Provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland. Te zijner tijd zullen de ingediende vooroverlegreacties hier of in een separate nota van een reactie worden voorzien.
6.4
Zienswijzen
Gelet op het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening, wordt het ontwerpbestemmingsplan voor iedereen zes weken ter visie gelegd. Te zijner tijd zullen de ingediende zienswijzen hier of in een separate nota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
37
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
38
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
39
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Bijlage 1
40
Diverse bodemonderzoeken
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
41
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Bijlage 3
42
Akoestisch onderzoek industrielawaai
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Bijlage 4
Watertoets
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
43
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Bijlage 5
44
Stikstofdepositieonderzoek
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Bijlage 6
Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
45
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
46
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Regels
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
47
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen met identificatienummer NL.IMRO.0209.BPHutgraaf2Beuning-ow01 van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1,0 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen 1.6 archeologische waarden waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk in de bodem bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 bed & breakfast een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, met een absoluut maximum van zeven overnachtingen, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan
overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.9 begane grondbouwlaag de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder; 1.10 bestaand » t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; » t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden. 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
48
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
1.14 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheidt; 1.15 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23 bouwwijze de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, te weten vrijstaand, twee-aaneen, aaneengebouwd, gestapeld of specifieke bouwaanduiding - patio, waarbij: a.
onder 'vrijstaand' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen; b. onder 'twee-aaneen' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd; c. onder 'aaneengebouwd' wordt verstaan dat het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdgebouwen, die naar twee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdgebouwen zijn begrensd, met uitzondering van de hoofdgebouwen die de aldus gevormde rij beëindigen; d. onder 'gestapeld' een gebouw wordt verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; e.
onder 'specifieke bouwaanduiding - patio' wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning is voorzien van een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij aan weerszijden van de zijdelingse perceelsgrens aaneengesloten mag worden gebouwd; 1.24 coffeeshop een bedrijf dat tot hoofdzaak heeft het verstrekken van verdovende en/of hallucinerende stoffen voor consumptie al dan niet ter plaatse, met eventueel als nevenactiviteit het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide kleine etenswaren en niet-alcoholische dranken;
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
49
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit alsmede anders dan voor verbruik ter plaatse; 1.26 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen; 1.27 evenementen een georganiseerde gebeurtenis, (openlucht)manifestatie, themadag of -week in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/ verrichting van vermaak.
1.28 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29 geluidzoneringsplichtige inrichtingen bedrijven die op grond van de Wet geluidhinder zijn aangewezen als categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken; 1.30 geliberaliseerde woning voor middenhuur geliberaliseerde woning voor middenhuur als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 sub j van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.31 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.32 huishouden één of meerdere personen die in vast verband samenleven (eventueel met (hun) kinderen) waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid; 1.33 kamerbewoning het gebruik van een hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen door meer dan twee onzelfstandige huishoudens; 1.34 kamerverhuur het aanbieden of verhuren van kamers voor bewoning; 1.35 langzaamverkeersroutes routes voor ongemotoriseerd verkeer, scootmobielen, wandelaars, skeeleraars, en dergelijke, daarbij behorende bermen en straatmeubilair; 1.36 levensloopbestendige woning een zelfstandige woning met alle primaire
voorzieningen op één verdieping of zonder traplopen bereikbaar. Primaire voorzieningen zijn woonkamer, keuken, toilet, badkamer en minimaal één slaapkamer; 1.37 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
50
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
1.38 niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.39 publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan; 1.40 seksinrichting een gelegenheid waarin beroepsmatig of bedrijfsmatig voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk pornografische aard plaatsvinden, en/of verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van pornografische en/of erotische aard plaats heeft, en/of tegen vergoeding seksuele diensten worden verricht dan wel bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot seksuele handelingen; 1.41 voldoende parkeergelegenheid van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de
gemiddelde parkeernormering zoals opgenomen in de rij 'weinig stedelijk', aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Op het moment dat het CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 1.42 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw; indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel; 1.43 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning, zoals bedoeld in 1.44; 1.44 woning / wooneenheid een complex van ruimten, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
51
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.; 2.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 2.7 peil de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten
beschouwing blijven.
52
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. kademuren; c. keerwanden; d. kunstwerken; e. langzaamverkeersroutes; f. in- en uitritten; g. nutsvoorzieningen en telecommunicatie; h. parken; i. plantsoenen; j. speelplekken; k. moestuinen; l. dierenweiden m. voorzieningen voor de verkeersgeleiding; n. water, waterafvoer en waterbeheer; o. hondenuitlaatplaatsen; p. geluidwerende voorzieningen; één en ander met bijbehorende voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 1,0 m; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt 9,0 m; c. de maximum bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken bedraagt 5,0 m; d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,5 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
53
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Artikel 4 4.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bedoeld voor: a. fiets- en voetpaden; b. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; c. kademuren; d. keerwanden; e. kunstwerken; f. nutsvoorzieningen g. oeververbindingen (bruggen); h. verblijfsgebied; i. parkeer- en verkeersvoorzieningen; j. evenementen; k. speelvoorzieningen; l. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. wegen, straten en paden; n. wegverkeer; o. hondenuitlaatplaatsen; p. geluidwerende voorzieningen; één en ander met bijbehorende voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt 9,0 m; b. de maximum bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken bedraagt 5,0 m; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,5 m. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
54
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inachtneming van het bepaalde in sublid 5.4.2; c. al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen; d. fiets- en voetpaden; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen. één en ander met bijbehorende voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Situering van bo uwwerken
Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met inachtneming van het volgende: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' zijn uitsluitend patiowoningen en levensloopbestendige woningen toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aaneengebouwd' zijn uitsluitend aaneengesloten woningen toegestaan; 3. indien meerdere aanduidingen zijn opgenomen, zijn ter plaatse alle aangeduide bouwwijzen toegestaan; 4. minimaal 30 /o van de woningen de eerste 15 jaar na afronding van de bouw van de woningen uitsluitend is toegestaan in de vorm van geliberaliseerde woningen in de middenhuur; b. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak of in het achtererfgebied; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 5.2.2
Maatvoering van hoofdgebouwen
Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' per woning en over een breedte van maximaal 3 m van de voorgevel de goothoogte niet meer mag bedragen dan 6 m; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', met dien verstande dat het totaal aantal woningen in het plangebied niet meer mag bedragen dan 22; 5.2.3
Maatvoering van bijbehorende bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. het bebouwingspercentage in het achtererfgebied mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 60 /, tot een maximum van 50 m2; b. de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied bedraagt 3,2 m; c. de maximum bouwhoogte van aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken mag in het achtererfgebied niet meer bedragen dan 0,3 m boven de begane grondbouwlaag van het hoofdgebouw, tot een maximum van 4,0 m; d. voor erkers, balkons en entreepartijen aan de voorgeve l van het hoofdgebouw geldt het volgende: 1. de maximum oppervlakte bedraagt 4,0 m2;
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
55
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
2. 3. 4.
5.2.4
de maximum bouwhoogte bedraagt 3,2 m; de maximum bouwdiepte bedraagt 1,0 m, gerekend vanuit de gevel waaraan gebouwd wordt; voor zover de afmetingen van een bestaande, legaal gebouwde, bouwwerken reeds meer bedraagt geldt de bestaande maatvoering als maximum. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen buiten het bouwvlak en/of het achtererfgebied bedraagt 1,0 m; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het bouwvlak en/of het achtererfgebied bedraagt 2,0 m; c. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt dat de maximum bouwhoogte van pergola's 2,75 m bedraagt. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Omgevingsvergunning erfafscheidingen
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 5.2.4 onder a, om buiten het bouwvlak en het achtererfgebied erfafscheidingen met een maximum bouwhoogte van 2,0 m toe te staan, mits voldaan wordt aan het volgende: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; b. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag; b. een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. detailhandel; d. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; e. kamerverhuur en -bewoning; f. aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken voor een dakterras; g. meer dan 15 m2 aan bijbehorende bouwwerken voor het houden van dieren. 5.4.2
Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit
Binnen deze bestemming wordt het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 /o van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de wet Milieubeheer, is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan.
56
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
5.4.3
Voorwaardelijke verplichting
Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende waterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland.
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Omgevingsvergunning publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 onder b ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of bijbehorende bouwwerken voor een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 /o van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. het gebruik blijft ondergeschikt aan de woonfunctie; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen moeten op eigen terrein worden gesitueerd of in de directe omgeving, mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; e. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; f. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de wet Milieubeheer, is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan.
bestemmingsplan "Hutgraaf 2, Beuningen" (ontwerp)
57
bestemmingsplan Hutgraaf 2, Beuningen
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting, bekende vindplaatsen, oude woongronden en historische boerderijlocaties en zonering van 50 m rondom monumenten.
6.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien één van de volgende situaties van toepassing is: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder een bestaande ondergrondse kelder), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,3 m onder het bestaande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c.
Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1
Omgevingsvergunningsplicht
Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg van diepwortelende beplanting. b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het aanleggen van leidingen;