at22000753 BP Veluwstraat 16A Ewijk - Bijlagenboek.PDF
Tekst van het document
De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Pagina 3 van 17
De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn in de noordwesthoek van de tuinbouwkas diverse mogelijk asbesthoudende platen aangetroffen. Bij de sloop van de tuinbouwkas dient hier rekening mee gehouden te worden. In het opgeboorde bodemmateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er heeft echter geen asbestonderzoek conform NEN 5707 plaatsgevonden.
Pagina 4 van 17
Verkennend bodemonderzoek Veluwstraat 16 Ewijk/ AM09259
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Gemeente Beuningen heeft Aeres Milieu in februari-maart 2010 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Veluwstraat 16 Ewijk. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd, rekening houdend met het aantreffen van verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen. Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0-0,5 m-mv.) licht verontreinigd is met som DDT, som DDE en som Drins (chloorbestrijdingsmiddelen). Grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0-0,5 m-mv) is licht verontreinigd met kwik en som Drins. In het ondergrond mengmonster MM3 (dieptetraject 0,5-2,1 m-mv.) zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (berekende) achtergrondwaarde. De aangetoonde licht verhoogde gehalten aan chloorbestrijdingsmiddelen (som DDT, som DDE en som Drins) zijn mogelijk te relateren aan het voormalig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de tuinbouwkas. In het grondwater benedenstrooms van de onderzoekslocatie zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn in de noordwesthoek van de tuinbouwkas diverse mogelijk asbesthoudende platen aangetroffen. Bij de sloop van de tuinbouwkas dient hier rekening mee gehouden te worden. In het opgeboorde bodemmateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er heeft echter geen asbestonderzoek conform NEN 5707 plaatsgevonden.
Pagina 17 van 17
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Veluwstraat 12 (A) te Ewijk
PROJECTNUMMER: B19.7512 Versie 01
OPDRACHTGEVER: De Lorijn Makelaars
DATUM: 11 september 2019
Auteur:
Autorisatie:
J.P.G. Boerakker Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.
M. Schimmel MSc. Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B19.7512/R7512-01/JB
2 SAMENVATTING De Lorijn Makelaars heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een onderzoek naar asbest in de grond, inclusief historisch onderzoek, ter plaatse van de Veluwstraat 12 (A) te Ewijk. Het verkennend bodemonderzoek en het onderzoek naar asbest wordt uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740:2009/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie vast te leggen teneinde vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historische gegevens Uit de beschikbare historische gegevens komen de volgende punten naar voren: • Er zijn geen recente gegevens bekend van de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie.
Derhalve is een volledig onderzoek noodzakelijk van de algemene bodemkwaliteit (bovengrond, ondergrond en grondwater); • Ten westen van de onderzoekslocatie, aan de Veluwstraat 16, is een nulsituatie en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond; • Op basis van de Asbestkansenkaart provincie Gelderland is er een grote kans op het voorkomen asbest in de bodem op de naastgelegen percelen. Daarnaast is diverse (mogelijk asbestverdachte) bebouwing, waaronder een kassencomplex aanwezig geweest; • Op de locatie zijn, naar verwachting, boomgaarden en kassen aanwezig (geweest); • Er is naar verwachting één sloot demping op de onderzoekslocatie aanwezig. Op basis van bovengenoemde conclusies dient een verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest uitgevoerd te worden, waarbij de gedempte sloot en oorspronkelijke teeltlaag (OCB) aandachtspunten vormen. Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond.
De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Teeltlaag In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB parameters aangetoond.
Diverse (bodem)onderzoeken, Veluwstraat 12 (A) te Ewijk Rapportnr.: B19.7512 versie: 01 datum: 12 september 2019
3 Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest werd eveneens de hypothese gesteld van een verdachte locatie. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese aangenomen. Zowel zintuiglijk als analytisch is asbest aangetoond. Ter plaatse van de proefgaten B03 en B09 is in de zwak puinhoudende bovengrond zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) asbest aangetroffen. De berekende totaal gewogen asbestconcentraties voor de proefgaten B03 (58,4 mg/kg d.s.) en B09 (83,1 mg/kg d.s.) overschrijden de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek, maar blijven onder de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. In de overige geanalyseerde grondmonsters (MMASB04; 0,5-1,0 m-mv; ondergrond van proefgat B09 en MMASB05; 0,0-0,5 m-mv; bovengrond overig terrein) is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk elders toch ook wordt overschreden.
Algehele conclusie en aanbeveling Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem aan de Veluwstraat 12 (A) te Ewijk formeel gezien in onvoldoende mate vastgesteld. In de proefgaten B03 en B09 is een zwak puinhoudende laag met asbest (plaat)materialen aangetroffen, waarbij de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek wordt overschreden. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan derhalve belemmeringen tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Voorafgaand aan de herontwikkeling dient formeel gezien eerst een nader onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd middels proefsleuven om vast te stellen of sprake is van een ernstige verontreiniging met asbest. Ons inziens is een nader onderzoek naar asbest, mogelijk in overleg met het bevoegd gezag, niet noodzakelijk op basis van de onderstaande argumentatie: • In de onderliggende bodem en in de bodem rondom is zintuiglijk en/of analytisch geen asbest aangetroffen. Derhalve wordt ervan uitgegaan dat in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • Het aangetroffen asbest betreft hechtgebonden asbest.
Aanvullend onderzoek naar respirabele vezels is niet noodzakelijk en er is geen sprake van spoedeisendheid (geen actuele risico’s); • De opdrachtgever is reeds van plan het gehele terrein op te hogen met toepasbare grond met een laagdikte van 1,0 meter, waardoor direct kan worden gesproken van een sanering en eventuele risico’s worden weggenomen. Aanbevolen wordt om eerst voorliggende rapportage te laten beoordelen door het bevoegd gezag om na te gaan of afgezien kan worden van een nader onderzoek naar asbest, op basis van bovengenoemde argumentatiepunten, en direct gesaneerd mag worden. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft enkel een adviserende rol. Het bevoegd gezag dient uiteindelijk een definitieve uitspraak te doen over de te nemen vervolgstappen. Voor wat betreft het grond en grondwater bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt, ons inziens, verder geen belemmeringen tegen de tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.
Diverse (bodem)onderzoeken, Veluwstraat 12 (A) te Ewijk Rapportnr.: B19.7512 versie: 01 datum: 12 september 2019
17
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Conclusies verkennend bodemonderzoek
Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Teeltlaag In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB parameters aangetoond.
9.2. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest werd eveneens de hypothese gesteld van een verdachte locatie. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese aangenomen. Zowel zintuiglijk als analytisch is asbest aangetoond. Ter plaatse van de proefgaten B03 en B09 is in de zwak puinhoudende bovengrond zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) asbest aangetroffen. De berekende totaal gewogen asbestconcentraties voor de proefgaten B03 (58,4 mg/kg d.s.) en B09 (83,1 mg/kg d.s.) overschrijden de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek, maar blijven onder de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. In de overige geanalyseerde grondmonsters (MMASB04; 0,5-1,0 m-mv; ondergrond van proefgat B09 en MMASB05; 0,0-0,5 m-mv; bovengrond overig terrein) is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk elders toch ook wordt overschreden.
9.3. Algehele conclusie en aanbeveling Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem aan de Veluwstraat 12 (A) te Ewijk formeel gezien in onvoldoende mate vastgesteld. In de proefgaten B03 en B09 is een zwak puinhoudende laag met asbest (plaat)materialen aangetroffen, waarbij de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek wordt overschreden. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan derhalve belemmeringen tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.
Diverse (bodem)onderzoeken, Veluwstraat 12 (A) te Ewijk Rapportnr.: B19.7512 versie: 01 datum: 12 september 2019
18 Voorafgaand aan de herontwikkeling dient formeel gezien eerst een nader onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd middels proefsleuven om vast te stellen of sprake is van een ernstige verontreiniging met asbest. Ons inziens is een nader onderzoek naar asbest, mogelijk in overleg met het bevoegd gezag, niet noodzakelijk op basis van de onderstaande argumentatie: • In de onderliggende bodem en in de bodem rondom is zintuiglijk en/of analytisch geen asbest aangetroffen. Derhalve wordt ervan uitgegaan dat in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • Het aangetroffen asbest betreft hechtgebonden asbest. Aanvullend onderzoek naar respirabele vezels is niet noodzakelijk en er is geen sprake van spoedeisendheid (geen actuele risico’s); • De opdrachtgever is reeds van plan het gehele terrein op te hogen met toepasbare grond met een laagdikte van 1,0 meter, waardoor direct kan worden gesproken van een sanering en eventuele risico’s worden weggenomen. Aanbevolen wordt om eerst voorliggende rapportage te laten beoordelen door het bevoegd gezag om na te gaan of afgezien kan worden van een nader onderzoek naar asbest, op basis van bovengenoemde argumentatiepunten, en direct gesaneerd mag worden. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft enkel een adviserende rol.
Het bevoegd gezag dient uiteindelijk een definitieve uitspraak te doen over de te nemen vervolgstappen. Voor wat betreft het grond en grondwater bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt, ons inziens, verder geen belemmeringen tegen de tegen de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.
Diverse (bodem)onderzoeken, Veluwstraat 12 (A) te Ewijk Rapportnr.: B19.7512 versie: 01 datum: 12 september 2019
24
Ingenieur
van Stuiven bergweg
611
5
12a
775
12
58
55
774
2093
14
u Vel
t ra a wst
1126
1235 2102
16
9
56
117 11
609 1227
a 11
1466
52 18
a
2101
11b
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Veluwestraat 16, Ewijk
De Milieuadviseur Datum: 13 mei 2020 Projectnummer: 20026
Samenvatting De geluidsbelasting afkomstig van de snelweg A50 bedraagt 53 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh wordt overschreden, echter wel wordt voldaan aan de hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 53 dB uit de Wgh. De realisatie van de woningen is mogelijk na de verlening van hogere waarden.
Colofon
De Milieuadviseur Amsterdamseweg 86 6814 GG Arnhem 06 - 29 33 43 53 info@milieuadviseur.nl
Project: Gemeente: Projectnummer: Datum
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Veluwestraat 16, Ewijk Beuningen 20026 13 mei 2020
Opdrachtgever: Contactpersoon:
Buro Waalburg Niels Spierings
Inhoud 1 1.1 1.2 2 2.1 2.2 3 3.1 3.2 4 4.1 4.2 4.3 4.4 5 5.1 5.2
Inleiding Aanleiding Doel van het onderzoek Wettelijk kader Toetsingskaders Rekenmethodiek Uitgangspunten Selectie van geluidsbronnen Uitgangspunten en verkeersgegevens Resultaten Onderzoeksopzet Geluidsbelastingen Onderzoeken naar geluidsreducerende maatregelen Berekening van de cumulatieve geluidsbelastingen Conclusie Toetsing aan de Wet geluidhinder Toetsing aan het Bouwbesluit 2012
3 3 3 4 4 6 7 7 7 10 10 10 13 14 15 15 16
Bijlagen Bijlage A: Geluidsbelastingen, in tabelvorm Bijlage B, Overzichtstekening 1: Grafische weergave van het model Bijlage C: Invoergegevens van het model
1
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In Ewijk wordt een twee-onder-één-kapwoningen op het perceel Veluwstraat 16 gerealiseerd. In de onderstaande figuur is de globale ligging van de nieuwe woningen weergegeven:
Figuur 1: Globale ligging van de nieuwe woning
1.2
Doel van het onderzoek De nieuwe woningen kunnen op basis van het huidige bestemmingsplan niet worden gerealiseerd. Om de bouw van de nieuwe woningen mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het kader van het nieuwe bestemmingsplan moet akoestisch onderzoek de akoestische haalbaarheid van de woningen aantonen ten opzichte van de omliggende geluidsbronnen (wegen, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen). Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te geven in het akoestisch klimaat van de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen ten gevolge van wegverkeerslawaai.
3
2
Wettelijk kader
2.1
Toetsingskaders In het akoestisch onderzoek wordt getoetst op basis van verschillende toetsingskaders, te weten: Wet geluidhinder (Wgh) Gemeentelijk geluidbeleid Bouwbesluit 2012 De Wet geluidhinder (Wgh) en het Bouwbesluit 2012 zijn landelijke wetgeving. Gemeentelijk geluidbeleid is beleid dat gemeenten kunnen opstellen voor het vaststellen van hogere grenswaarden. In onderstaande paragrafen staat een beknopte samenvatting weergegeven van de drie toetsingskaders.
2.1.1 Wet geluidhinder (Wgh) De Wet geluidhinder (Wgh) heeft als doel het beschermen van de mens tegen geluidhinder. In de Wgh worden twee soorten grenswaarden genoemd: Voorkeursgrenswaarde1: deze waarde garandeert een goed woon- en leefklimaat. Voor woningen waarbij de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden zijn op basis van de Wgh geen aanvullende maatregelen noodzakelijk, zoals de verlening van hogere grenswaarden. Hoogste toelaatbare geluidsbelasting: deze waarde geeft de hoogste gevelbelasting weer waarvoor op basis van de Wgh een hogere waarde kan worden vastgesteld. De hoogte van de grenswaarden varieert, afhankelijk van het type geluidsbron, de ligging van de geluidsgevoelige bestemming (binnen of buiten de bebouwde kom) en het soort geluidsgevoelige bestemming. In onderstaande tabel staan de voorkeursgrenswaarde en de hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor de nieuwe woningen weergegeven. De nieuwe woningen ligt in de bebouwde kom van Ewijk (stedelijk gebied).
Overzicht van de normen uit de Wgh Snelwegen Voorkeursgrenswaarde Hoogste toelaatbare geluidsbelastingen
Wegverkeer Overige wegen
Railverkeer
Industrie
48 dB (art. 82 Wgh)
48 dB (art. 82 Wgh)
55 dB (art. 4.9 lid 1 Bgh)
50 dB(A) (art. 44 Wgh)
53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
63 dB (art. 83 lid 2 Wgh)
68 dB (art. 4.10 Bgh)
55 dB(A) (art. 59 lid 1 Wgh)
Tabel 1: Overzicht van de grenswaarden
2.1.2 Gemeentelijk geluidbeleid Eventuele verlening van hogere grenswaarden bij de realisatie van nieuwe woningen vindt plaats door de gemeente. Door middel van gemeentelijk geluidbeleid kan de gemeente aanvullende eisen vastleggen voor de verlening van hogere grenswaarden. De gemeente Beuningen heeft geen gemeentelijk geluidbeleid vastgesteld in het kader van de verlening van hogere grenswaarden. Door het ontbreken van gemeentelijk geluidbeleid wordt bij de verlening van hogere waarden alleen getoetst aan de normen uit de Wgh.
1
4
Formele term in de Wgh: ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting
2.1.3 Bouwbesluit 2012 Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh dreigt ook een overschrijding van de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012. Bij verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen (voorheen: bouwvergunning) wordt de binnenwaarde getoetst aan het Bouwbesluit 2012. Bij weg- en railverkeerslawaai mag de binnenwaarde 33 dB bedragen. Bij industrielawaai bedraagt de binnenwaarde 35 dB(A). Wanneer de nieuwe woningen worden gerealiseerd nabij diverse geluidsbronnen, dient de geluidsbelasting van de verschillende geluidsbronnen bij elkaar te worden opgeteld (gecumuleerd). Bij de bepaling van de cumulatieve geluidsbelasting mag geen gebruik worden gemaakt van de aftrek op grond van artikel 110g van de Wgh (aftrek van 2 of 5 dB). Bij woningen waarvoor hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder zijn toegestaan, is aanvullend bouwakoestisch onderzoek noodzakelijk voor de bepaling van eventueel noodzakelijke gevelisolatie, zodat de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012 wordt behaald. Wegen met een 30 km-regime hebben op basis van de Wgh geen onderzoeksplicht. Voor deze wegen kunnen op basis van de Wgh ook geen hogere waarden worden verleend. Doordat geen hogere waarde wordt vastgesteld is een formele toetsing aan de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012 niet noodzakelijk.
Echter om een goed woon- en leefklimaat bij nieuwe woningen te garanderen is toetsing aan de binnenwaarde uit Bouwbesluit 2012 ook bij 30 km-wegen wenselijk.
2.1.4 Wegverkeer De zone van een weg bevindt zich aan beide zijden van de weg en is afhankelijk van het aantal rijbanen en de ligging van de weg. Er wordt gemeten vanuit de rand van de weg. De grootte van de zones staat beschreven in artikel 74 van de Wgh. In onderstaande tabel staan de zones weergegeven:
Zones langs wegen Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 en 2 3 en 4 5 en meer
200 meter 350 meter 350 meter
250 meter 400 meter 600 meter
Tabel 2: Overzicht van zones langs wegen
Uit artikel 74 lid 2 van de Wgh blijkt dat 30 km-wegen en woonerven geen zone kennen. Daarom hoeven ze niet te worden onderzocht op basis van de Wgh. Echter ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening wordt voor drukkere 30 km-wegen wel akoestisch onderzoek uitgevoerd.
5
2.1.5 Railverkeer Langs landelijke spoorwegen liggen referentiepunten, waarvoor is vastgelegd hoeveel geluid de spoorlijn mag produceren, zogenaamde geluidsproductieplafonds (GPP’s). De hoogte van de geluidsproductieplafonds is vastgelegd in het geluidsregister. De grootte van de zone van een spoorweg is afhankelijk van het geluidsproductieplafond en is vastgelegd in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh). De zone van een spoorweg ligt aan beide zijden van de spoorweg en wordt gemeten van de buitenste spoorstaaf. De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister. De zones van spoorlijnen zijn weergegeven in onderstaande tabel:
Zones langs spoorwegen Geluidsproductieplafond
Zone
Kleiner dan 56 dB Tussen de 56 en 61 dB Tussen de 61 en 66 dB Tussen 66 en 71 dB Tussen 71 en 74 dB Groter dan 74 dB
100 meter 200 meter 300 meter 600 meter 900 meter 1.200 meter
Tabel 3: Overzicht van zones langs spoorwegen
Naast de landelijke spoorlijnen zijn er in Nederland ook niet-landelijke spoorlijnen, zoals RandstadRail en de sneltram in Utrecht. De zones van deze spoorlijnen zijn vastgelegd in de ‘Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder’.
2.1.6 Industrielawaai Rondom een bedrijventerrein waar ‘grote’ lawaaimakers zijn toegestaan, ligt een geluidszone. De grootte van de geluidszone is vastgelegd in het zonebeheersplan van het gezoneerde bedrijventerrein en in het bestemmingsplan rondom het gezoneerde bedrijventerrein.
2.2
Rekenmethodiek Met behulp van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ (RMG 2012) zijn de geluidsbelastingen berekend voor weg- en railverkeer en de cumulatieve geluidsbelastingen. De geluidsbelasting voor weg- en railverkeer is berekend met Standaardrekenmethode 2, met behulp van het computerprogramma GeoMilieu, versie 5.21. De cumulatieve geluidsbelasting is berekend op basis van Bijlage I, hoofdstuk 2: ‘Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting’ uit het RMG 2012. Hierbij wordt de gezamenlijke geluidsbelasting van de relevante geluidsbronnen (wegen, spoorwegen en industrielawaai) bepaald.
6