at22000751 02. Regels en toelichting bestemmingsplan.PDF
Tekst van het document
In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht moet worden hoe met het schone hemelwater omgegaan kan worden. 3. Bij alle nieuwbouwplannen moet (vuil) afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden worden behandeld. Het schone en vuile water worden daarbij apart aangeleverd aan de riolering of, indien mogelijk, wordt het schone water aan de natuur teruggegeven. Dit is ook het geval als in openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is. Bij de inrichting, het bouwen en het beheer moeten zo min mogelijk vervuilende stoffen aan het bodem- en oppervlaktewatersysteem worden toegevoegd. Hierbij verdient het materiaalgebruik speciale aandacht: uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen moeten worden vermeden om watervervuiling te voorkomen. Uitgangspunten Waterschap Rivierenland De uitgangspunten die door het waterschap worden gehanteerd in het kader van de watertoets kunnen worden verwoord als: a. Waterneutraal inrichten. Om te voorkomen dat door de aanleg van nieuw verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang om het verlies aan waterberging in de bodem te compenseren.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
25
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
b.
Schoon inrichten. Om te voorkomen dat de waterkwaliteit van het oppervlaktewater negatief wordt beïnvloed. Binnen het stedelijk gebied zal daarom schoon hemelwater van nieuwbouwprojecten gescheiden van het vuilwater moeten worden afgevoerd: afkoppelen. Het waterschap streeft naar 100 “/o afkoppeling van schoon hemelwater van verharde oppervlakken (gebouwen, wegen en ander terreinverharding). c. Veilig inrichten. Door nieuwbouwplannen mag de veiligheid van een (primaire) waterkering, het waterkerend vermogen, niet worden aangetast. Dit geldt niet alleen voor de dijk zelf, maar tevens voor de beschermingszones ter weerszijden van de dijk. Voor het lozen van overtollig hemelwater op het oppervlaktewater, hetzij rechtstreeks, hetzij via een bestaande of een nieuwe inrichting (zoals een regenwaterriool), is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast moeten in die gebieden die onderhevig zijn aan rivierkwel de effecten van de voorgenomen plannen op de kwel in beeld worden gebracht. Indien compensatie vereist is hanteert Waterschap Rivierenland de volgende twee ontwerpbuien ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit: » De T^O+10% neerslag. Hierbij mag het peil (van het oppervlaktewater) niet meer dan 0,2 of 0,3 m stijgen, afhankelijk van het deelgebied waarin de ontwikkeling plaats vindt.
Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 43,6 mm. » De 1=100+10%-neersiag. Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak, overeenkomend met een neerslag van 66,4 mm. Deze vuistregel geldt vooral voor droogvallende voorzieningen. Indien de waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van droogvallende retentie, wordt onderscheid gemaakt tussen systemen waarbij infiltratie naar de ondergrond wel en niet mogelijk is. In dat laatste geval moet de bodem van de voorziening zich gelijk of hoger dan de GHG bevinden en mag bij een ontwerpbui 1=100+10oZo het systeem tot aan maaiveld gevuld zijn. De ledigingstijd van het systeem moet 48 tot 96 uur bedragen. Uitgangspunten gemeente Gemeentelijk riool- en waterplan 2018 - 2022 De gemeenteraad heeft het Gemeentelijk Riool- en waterplan in januari 2018 vastgesteld. Hierin is het beleid voor de zorgplicht voor het afvalwater, het afvloeiend hemelwater en het grondwater vastgelegd. Samengevat hieruit het volgende: In 2020 moeten gemeenten verankerd hebben hoe ze omgaan met waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hittestress. Rioolsystemen (ondergronds) hebben bij hevige buien niet altijd voldoende capaciteit voor de afvoer en berging van het hemelwater.
Voor het borgen van een adequate afvoer en berging van het hemelwater moet ook gebruik worden gemaakt van de inrichting van de openbare ruimte (bovengronds). Daarmee wordt de gemeentelijke zorgplicht meer bovengronds zichtbaar in wegen en groen en is de relatie met ruimtelijke ordening, openbare ruimte en vergunningverlening cruciaal. Het klimaatbestendig maken van stedelijk gebied vergt bewuste keuzes bij stedelijke inrichting en stedelijke activiteiten. Bij nieuwe ruimtelijke plannen is een klimaatbestendige en water robuuste inrichting van groot belang. Ruimtelijke functies moeten onderling op elkaar afgestemd zijn en de ruimtelijke effecten op waterhuishouding (en vice versa) moeten vastgelegd worden in een bestemmingsplan of omgevingsplan. Het uitgangspunt is dat de perceeleigenaar zelf het regenwater moet verwerken. Hierdoor komt er minder regenwater in het riool terecht, wat ten goede komt aan de werking van de zuiveringsinstallatie. Als verwerking op eigen terrein in redelijkheid niet mogelijk is, dan kan het overtollige regenwater afgevoerd worden naar het openbare terrein, al waar het afvoeren de verantwoordelijkheid van de gemeente is.
4.8.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Bestaande situatie In de huidige situatie is de beoogde locatie van de vervangende woning in gebruik als weide. Er is geen oppervlakteverharding aanwezig. Waterkeringen In het voorliggende plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig.
26
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Watergangen Aan de westzijde van het plangebied is sprake van een C-watergang, zie navolgende afbeelding. Deze grenst aan het plangebied. C-watergangen hebben geen beschermingszone. Het onderhoud vindt plaats door de perceeleigenaren. Een C-watergang hoeft niet op de verbeelding weergegeven te worden. Dit bestemmingsplan brengt geen wijzigingen aan in de C-watergangen.
yjm si.Wveobergi
Uitsnede legger Waterschap Rivierenland
Watercompensatie Er is een verhardingsbalans opgesteld om te laten zien hoe de bestaande situatie en de toekomstige situatie zich tot elkaar verhouden: Dakoppervlak (m2) Terreinoppervlak (m2) Onverhard (m2) Totaal (m2) Bestaande situatie
0
0
2026
2026
Toekomstige situatie
282
208
1536
2026
Verschil
282
208
490
0
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
27
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Uit de verhardingsbalans blijkt dat de hoeveelheid verhard oppervlak met 490 m2 toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Uitgaande van de vrijstellingsoppervlakte van 500 m2 voor ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied (daar heeft de initiatiefnemer nog niet eerder gebruik van gemaakt) hoeft er op basis van het beleid van het waterschap geen compensatie plaats te vinden. Wel zal het hemelwater op basis van het gemeentelijke beleid zoveel mogelijk op eigen terrein worden verwerkt. Het plangebied biedt hiervoor ruimschoots de mogelijkheden. Grondwater Het plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Ingrepen voorkomend uit dit plan zullen het functioneren van het grondwatersysteem niet beïnvloeden. Riolering Aansluiting van de riolering uit het plangebied wordt in een later stadium in overleg met de gemeente Beuningen uitgedetailleerd. Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen.
Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het Waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater. Het Waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkeringen. Het onderhoud van de waterkeringen en hoofdwatergangen is tevens de verantwoordelijkheid van het Waterschap. Het onderhoud van de overige watergangen ligt bij particulieren, de gemeente en andere instanties. Conclusie Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.9
Ecologie
4.9.1
Regelgeving
De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voorde dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afŵijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb.
Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.
28
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Artikel 3.1. Verboden m.b.t. van nature in Nederland in het wild levende vogels.
Het is verboden om: 1. 2. 3. 4.
Levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Nesten, rustplaatsen en eieren opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. Vogels opzettelijk te storen.
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5. Verbodsbepalingen ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn.
Het is verboden om: 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden ofte vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen ofte rapen. Het is verboden de voortplantíngsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten uit de Habitatrichtlijn of het Verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.
Artikel 3.10. Verbodsbepalingen t.a.v overige soorten (plant- er diersoorten).
Het is verboden om: c) d) e)
Ir het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A1, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Vaatplanten van de soorten, geroemd in de bijlage, onderdeel B2. bij deze wet, ín hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voorde vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen, in het kort de bouwvrijstelling. Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk. De milieubelasting tijdens de bouw is tijdelijk, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft. Vanwege de vrijstelling is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies te toetsen op stikstof.
Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. De vrijstelling geldt expliciet alleen voor stikstof en niet voor andere negatieve effecten die tijdens de bouwfase als gevolg van geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden kunnen optreden.
4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Er is een quickscan ecologie uitgevoerd in het plangebied. Deze is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Soortenbescherming Het plangebied heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. Het plangebied is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
29
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken' op circa 340 m van het plangebied. Vanwege de kleinschalige aard van de ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied, worden geen significante nadelige effecten, als gevolg van verstoring door geluid, licht, trillingen en dergelijke, op de aangewezen habitatypen en doelsoorten van dit Natura 2000-gebied verwacht. Voor deze storingsfactoren is daarom geen verdere toetsing aan de natuurwetgeving nodig. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn op voorhand niet uit te sluiten. Vandaar dat ten aanzien van de stikstofdepositie naarstikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden een AERIUS-berekening is uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 4 bij de toelichting. Voorde aanlegfase wordt aangesloten bij de in de Wet stikstofreductie en natuurbescherming (Wsn) opgenomen vrijstelling. Voor de gebruiksfase is doormiddel van de AERIUS calculator vastgesteld of er sprake is van een melding- of vergunningplicht. Uit de berekeningen blijkt dat voor de planologische toevoeging van één woning geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Zodoende is er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd voor het aspect stikstof.
Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt, mits er enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht (zie hierna onder te treffen maatregelen), niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. De conclusie is dan ook dat de beoogde ontwikkeling uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro (artikel 3.1.6 Bro). Te treffen maatregelen » Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). » Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een terzake deskundige. » Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. » Het plangebied tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktoberde werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). » De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli voor algemene soorten en huismus.
Medio maart t/m eind juli voor ooievaar). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voorde aanvang door een terzake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.10 Archeologie Sc cultuurhistorie 4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige ofte verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging is de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker.
30
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 1 januari 2022. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussengelegen periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afŵegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burgeren van de gemeente.
4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie In het kaderde vaststelling van het geldende bestemmingsplan 'Veluwstraat 16 te Ewijk' heeft in 2010 een archeologisch onderzoek plaatsgevonden (Bureauonderzoeken Karterend Veldonderzoekd.m.v. boringen, Veluwstraat 16 te Ewijk, 19-02-2010, projextnummer S100010 ). Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de zeer lage archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor vuurstenvindplaatsen en vroeg- neothicum op grond van de resultaten uit het veldonderzoek kan worden gehandhaafd en dat zowel de middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit het midden-neolithicum tot en met de late ijzertijd, als de hoge verwachting voorde Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag kan worden bijgesteld. Op basis van de resultaten van het onderzoek is voor het plangebied geadviseerd dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Ook behoeven de gronden binnen het plangebied geen extra bescherming in het kader van archeologische waarden, aangezien sprake is van een zeer lage archeologische waarde. Zodoende is bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan geen dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ opgenomen in de regels en op de verbeelding en daarom hoeft ook in het onderhavige bestemmingsplan geen dubbelbestemming opgenomen te worden.
Cultuurhistorie Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische kenmerkenkaart is het plangebied gelegen binnen de aanduiding 'jong cultuurland, voormalige uiterwaarden (Volle Middeleeuwen)'. Rondom de beoogde locatie van de vervangende woning zijn verschillende historische huislocaties (1932) aanwezig, zoals de bestaande woningen aan de Veluwstraat 12(A), Veluwstraat 14 en Ingenieur van Stuiven bergweg 5. Deze huislocaties bevinden zich echter niet op de beoogde positie van deze woning zelf. De bouw van het nieuwe woongebouw heeft geen consequenties voorde cultuurhistorische waarden in het gebied.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
31
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Bleek
-
waai
Uitsnede gemeentelijke Cultuurhistorische kenmerkenkaart
4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voorde vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.11
Leidingen
4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: » gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; » aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; » defensiebrandstoffen; » warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.
32
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
4.12 Vormvrije MER-beoordeling 4.12.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplichť. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: » belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; » belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Met dit bestemmingsplan wordt planologisch 1 extra woning mogelijk gemaakt, gezien het kleinschalige karakter van dit plan, is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
33
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente Beuningen. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en ínhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde.
5.1.2
Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden vooralle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afŵijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afŵijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
34
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels In deze bepaling is een verwijzing naar het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' opgenomen.
5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voorde activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingen
Het bestemmingsplan kent twee bestemmingen: Groen - Landelijk groen De bestemming 'Groen-Landelijk groen' wordt in de gemeente Beuningen vaak toegepast op gronden die een open karakter hebben (weilanden, voormalige agrarische gronden en tuinen e.d.), in particulier eigendom zijn, maar niet (meer) beroepsmatig worden gebruikt voor agrarische doeleinden. De gronden met deze bestemming zijn veelal gelegen op de overgang van een dorpskern of bebouwingslint naar het buitengebied. De bestemming 'Groen-landelijk groen', wordt gegeven aan de groene kamer aan de noordzijde van het plangebied.
Wonen Deze bestemming is op hooflijnen gelijk aan de actuele regeling voor bestemmingsplannen in het buitengebied van de gemeente Beuningen. De twee halfvrijstaande woningen in de vorm van een woongebouw moeten gerealiseerd worden binnen het aangeduide bouwvlak. Conform het functieveranderingsbeleid 'Gemeentelijke uitwerking Notitie functieverandering Buitengebied' waarin het spoor wordt gevolgd tot de mogelijkheid van de bouw van één vrijstaande woning óf woongebouw tot maximaal 1200 m3. Tevens zijn in de regels enkele verbale voorwaarden opgenomen. Dit betreffen de zogenaamde bouw- en gebruiksregels. Maar ook een voorwaardelijke verplichting die het gebruik van het nieuwe woongebouw pas toestaat indien de opgenomen landschappelijke inpassing is aangebracht en in stand wordt gehouden. Tevens moet de bebouwing voldoen aan enkele beeld kwaliteitscriteria.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
35
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Om te voorkomen dat er aan de noordzijde van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak en de aanduiding 'bijgebouwen' vergunningvrij nog bijgebouwen gebouwd mogen worden, is de aanduiding 'landschap' op de verbeelding opgenomen. In de bestemming is verder een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze regelt dat het te realiseren woongebouw niet in gebruik mag worden genomen voordat de landschappelijke inpassing is aangelegd en in stand wordt gehouden.
36
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Alle kosten die gemaakt moet worden het opstellen van het ruimtelijke plan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente afdoende geregeld.
6.2
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de volgende partijen: » Provincie Gelderland; » Waterschap Rivierenland.
6.3
Maatschappelijke haalbaarheid
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 26 november 2021 tot en met 6 januari 2022 voor iedereen ter visie gelegen. Er zijn binnen deze termijn geen zienswijzen ingediend.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
37
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Regels
38
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk met identificatienummer NL.IMR0.0209.Veluwstraat16A-vadf van de gemeente Beuningen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 afhankelijke woonruimte een voor huisvesting van een (zelfstandig) huishouden geschikt gebouw, dat ruimtelijk ondergeschikt is aan en/of ruimtelijke een geheel vormt met het hoofdgebouw en blijvend onderdeel uitmaakt van de kavel van het hoofdgebouw. Het betreft een aangebouwd of vrijstaand bijgebouwen of een tijdelijke mantelzorgunit met een eigen toegang en eigen voorzieningen, maar wel gelegen op hetzelfde perceel en in de nabijheid van de woning waarin de zorgverlener of zorgvrager woont. De afhankelijke woonruimte is ten behoeve van mantelzorg (verlenen of ontvangen).
Het bijgebouw of de tijdelijke unit blijft een onderdeel van de bestaande woning en er is geen sprake van een nieuwe woonbestemming; 1.6 archeologische waarden waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk in de bodem bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voorde wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.7 autogerelateerd bedrijf een bedrijf dat is gericht op de fabricatie, reparatie en/of handel in auto's; 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bed 8t breakfast een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, met een absoluut maximum van zeven overnachtingen, ter plaatse verblijft; onder bed à breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.10 bestaand » t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; » t.a.v.
gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden; 1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning often aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
39
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
1.14 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheid; 1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.16 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.17 bouwlaag een begane grond of hoger gelegen verdieping, waarbij ruimten in de kap zonder zelfstandige functie niet worden meegerekend; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.22 bouwwijze de wijze van bouwen van een woning, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt een woning verstaan, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b.
onder gestapeld wordt een gebouw verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd; c. onder twee-aaneen wordt een woning verstaan, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); d. onder vrijstaand wordt een woning verstaan, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd; 1.23 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegen patroon en/of de architectuur; 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26 hoofdgebouw een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel door
zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken;
40
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
1.27 hooischelf een bijgebouw ofschuilstal bestaande uit twee delen, te weten een overdekte en geheel doorwanden omsloten onderbouw met daarop een losse, langs een aantal geleiders, in hoogte beweegbare kap. De ruimte tussen de onderbouw en de beweegbare kap mag niet worden dichtgebouwd en dient enkel ten behoeve van de opslag van stro, hooi en vergelijkbare producten; 1.28 huishouden één of meerdere personen die in vast verband sámenleven (eventueel met (hun) kinderen) waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid; 1.29 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.30 seksinrichting een gelegenheid waarin beroepsmatig of bedrijfsmatig voorstellingen en/of vertoningen van hoofdzakelijk pornografische aard plaatsvinden, en/of verkoop en/of uitstalling van hoofdzakelijk goederen van pornografische en/of erotische aard plaats heeft, en/of tegen vergoeding seksuele diensten worden verricht dan
wel bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot seksuele handelingen; 1.31 voldoende parkeergelegenheid van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormering zoals opgenomen in de rij 'weinig stedelijk', aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in CROW publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Op het moment dat de CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 1.32 waterhuishoudkundige doeleinden doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.; 1.33 watergang een voorde oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang; 1.34 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning als bedoeld in 1.35; 1.35 woning/wooneenheid een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voorde huisvesting van één huishouden;
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
41
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de ínhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naarde aard daarmee gelijkte stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 2.6 het peil » voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; » in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
42
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen - Landelijk groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - Landelijk groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grasvelden; b. weilanden; c. groenvoorzieningen; d. tuinen; e. instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden; f. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Situering van bo uwwerken
Voorde situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn niet toegestaan, met dien verstande dat: 1. deze gronden niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
43
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Artikel 4
Wonen
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met bedrijvigheid als bedoeld in sublid 4.1.2 onder a; b. na een omgevingsvergunning ex 4.5.2: een bed à breakfast; c. ter plaatse van de aanduiding 'landschap': uitsluitend voor instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden; d. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonne-energie alsmede warmte-koude opslag; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven en overeenkomstig de in sublid 4.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving.
4.1.2
Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in sublid 4.1.1: a Toegestane bedrijvigheid In combinatie met wonen is uitsluitend bedrijvigheid toegestaan in de categorieën 1,2 en 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals deze in Bijlage 1 bij deze regels is opgenomen, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. het (mede) ten behoeve van een bedrijfsactiviteit in gebruik te nemen maximum vloeroppervlak van de woning en/of de bijgebouwen bedraagt 80 m2; 2. degene die de bedrijfsactiviteit in de woning en/ of de bijgebouwen uitoefent dient tevens de bewoner van de woning te zijn; 3. buitenopslag en stalling is niet toegestaan; 4. detailhandel en/ of groothandel is niet toegestaan, met uitzondering van detailhandel in de vorm van een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en in verband met de bedrijfsactiviteit en handelsactiviteiten via het internet; 5. horeca is niet toegestaan; 6. autogerelateerde bedrijven zijn niet toegestaan. b Aantal woningen Per bestemmingsvlak zijn maximaal twee woningen toegestaan, met dien verstande dat twee vrijstaande woningen niet zijn toegestaan.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Toegestane bebouwing
Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, zoals woningen met vrijstaande bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat voldaan wordt aan het bepaalde in 4.2.2 tot en met 4.2.6 en waarbij: a. ter plaatse van de aanduiding 'landschap' geen bebouwing is toegestaan, met dien verstande dat: 1. deze gronden niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.
44
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
4.2.2
Situering van bouwwerken
Voorde situering van bouwwerken geldt het volgende: a. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de de aanduiding 'landschap' geen bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan. 4.2.3
Maatvoering
Met betrekking tot de maatvoering en situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dient aan het volgende te worden voldaan: DE WONING
MAXIMUM
GOOTHOOGTE
6,0 m
(NOK)HOOGTE
10,0 m
GEZAMENLIJKE INHOUD VAN ALLE WONINGEN
1.200 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande ínhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke ínhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de ínhoud van het hele bestaande boerderijlichaam/ bouwmassa daarvan als maximum geldt.
VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN BIJ WONINGEN
MAXIMUM
GEZAMENLIJKE OPPERVLAKTE VAN ALLE WONINGEN
120 m2, indien de bestaande oppervlakte groter is dan 120 m2, geldt de bestaande oppervlakte als maximum.
GOOTHOOGTE
3,0 m
(NOK)HOOGTE
6,0 m
HOOGTE ONDERBOUW VAN EEN HOOISCHELF
2,5 m
GOOTHOOGTE VAN EEN HOOISCHELF
6,0 m
BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
MAXIMUM
HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN
2,0 m
HOOGTE VAN CARPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN
3,0 m
OPPERVLAKTE VAN EEN CARPORTS C.Q. OVERKAPPING
20,0 m2
HOOGTE OVERIGE BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
6,0 m
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
45
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
4.2.4
Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging
Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en het Gemeentelijk riool- en waterplan.
4.2.5
Herbouw
Aanvullend gelden voor herbouw van bestaande woningen de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt grotendeels plaats op de (voor zover aanwezig) bestaande fundamenten van de woning; b. de voorgevel van de te herbouwen woning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn van de woning; c. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en). 4.2.6
Ondergrondse gebouwen
Ondergrondse gebouwen zijn toegestaan, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gebouwen; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds tot maximaal 4,0 m onder peil. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Omgevingsvergunning m.b.t. herbouw
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 4.2.5 onder b om de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b. er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; c. door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende bedrijven, voortvloeiende uit milieuregelgeving; e. er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; f. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; g. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; b. bedrijfsactiviteit anders dan bedoeld in sublid 4.1.2 onder a.
46
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
4.4.2
Voorwaardelijke verplichting
Het gebruik van de gronden, zoals beschreven in deze bestemming, is pas toegestaan indien en zolang aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de landschappelijke inpassing zoals deze is opgenomen in Bijlage 2 van deze regels moet binnen 1,5 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen voor de woning I het woongebouw zijn aangelegd en in stand worden gehouden. b. indien tussen de percelen van de woningen in dit bestemmingsplan een erfafscheiding wordt gerealiseerd, dient hier een hoge ligusterhaag dan wel een lage beukenhaag te worden aangelegd conform de hagen in de landschappelijke inrichting zoals deze is opgenomen in Bijlage 2 en dient deze in stand te worden gehouden. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Omgevingsvergunning Staat van bedrijfsactiviteiten - lijst en categorie
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 4.4.1 onder b om bedrijven toe te staan, die niet zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals bedoeld in sublid 4.1.2 onder a, danwel bedrijven in een hogere categorie dan maximaal is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarde: a. het bedrijf qua aard en omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk te stellen is met de toegestane bedrijfsactiviteiten. Omtrent de vergelijkbaarheid van de invloed op het milieu en de omgeving advies wordt gevraagd aan een onafhankelijke terzake deskundige. 4.5.2
Omgevingsvergunning bed «S breakfast
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen als bedoeld in sublid 4.1.1 onder b om een bed à breakfastvoorziening voor maximaal 8 personen in maximaal 4 kamers toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. deze nevenactiviteit is enkel in de (bedrijfs)woning en de daarbij behorende bijgebouwen toegestaan; b. de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; c. de voor bed à breakfast gebruikte oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2; d. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; e. er wordt een nachtregister bijgehouden; f. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feítelijke ontsluitingssituatie; h. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; i. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
47
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
4.5.3
Omgevingsvergunning mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 4.4.1 onder a ten behoeve van de bewoning als afhankelijke woonruimte in een bijgebouw of de realisatie van een tijdelijke mantelzorg unit, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hieromtrent advies aan een onafhankelijk ter zake deskundige instantie; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken; d. de afstand van de achtergevel van de woning tot de tijdelijke mantelzorg unit mag maximaal 15 m bedragen. Van deze afstand kan door het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken zodra de omstandigheden op of de inrichting van het perceel plaatsing van een tijdelijke mantelzorg unit binnen een afstand van maximaal 15 m tot de woning niet mogelijk maakt; e. de afhankelijke woonruimte moet worden bewoond door degene(n) die de mantelzorg nodig heeft/hebben; f. de afhankelijke woonruimte mag geen eigen perceelsontsluiting hebben; g. parkeren moet op eigen erf plaatsvinden; h.
er geen zelfstandige woning ontstaat; i. de omgevingsvergunning kan worden ingetrokken indien de noodzaak vanuit oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, in verband waarmee ook een tijdelijke mantelzorgunit moet worden verwijderd.
48
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1
Ondergeschikte bouwdelen
6.1.1
Overschrijding bouw- en bestemmingsgrenzen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, installaties, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,0 m bedraagt.
6.1.2
Overschrijding bouwhoogte
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen is overschrijding van de bouwhoogte toegestaan door ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1,0 m bedraagt.
6.2
Bestaande maatvoering
In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een bouw- of omgevingsvergunning voor het bouwen, het volgende: а. indien en voor zover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, danwel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum. 6.3
Parkeren
б. 3.1 Parkeerregeiing bo uwen a. Een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, mag niet worden gebouwd of verbouwd, indien op het bijbehorende bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - centrum'; 2. 'overige zone - schil centrum'; 3. 'overige zone - rest bebouwde kom'; 4. 'overige zone - buitengebied'; op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld onder b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel onder b in stand wordt gehouden.
bestemmingsplan "Veluwstraat 16A Ewijk" (Definitief)
49
bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk
6.3.2 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 6.3.1 onder a en b en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; 2. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. Afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sublid 6.3.1 onder a en b, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft.
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Parkeren
7.1.1 Parkeerregeling gebruik a. Indien voor de wijziging van het gebruik van gronden en bouwwerken een omgevingsvergunning is vereist, wordt deze omgevingsvergunning pas verleend als is verzekerd dat op het bijbehorende bouwperceel wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. Of er in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - centrum'; 2. 'overige zone - schil centrum'; 3. 'overige zone - rest bebouwde kom'; 4. 'overige zone - buitengebied'. op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld onder b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel onder b in stand wordt gehouden. 7.1.2 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1.