at22000747 02. Regels en toelichting bestemmingsplan.PDF
Tekst van het document
3,0 m
(BOUW)HOOGTE
6,0 m
MINIMUM DAKHELLING
35 graden
MAXIMUM DAKHELLING
50 graden, met dien verstande dat deze bepaling alleen geldt voor symmetrische daken
BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
MAXIMUM
(BOUW)HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN ACHTERERFGEBIED
2,0 m
(BOUW)HOOGTE ERFAFSCHEIDINGEN BUITEN ACHTERERFGEBIED
1,0 m
(BOUW)HOOGTE CARPORTS C.Q. OVERKAPPINGEN
3,0 m
OPPERVLAKTE CARPORTS C.Q. OVERKAPPING
20,0 m2
(BOUW)HOOGTE OVERIGE BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
6,0 m
3.2.4
Ondergrondse gebouwen
Ondergrondse gebouwen zijn toegestaan, mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gebouwen; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds.
48
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
3.2.5
Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit
Op of in de in deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde in het beeldkwaliteitplan dat als bijlage 1 bij de regels is opgenomen.
3.2.6
Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging
Het bebouwen van de gronden met deze bestemming is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en het Gemeentelijk riool- en waterplan.
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag; b. een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. detailhandel; d. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; e. kamerbewoning; f. seksinrichtingen; g. meer dan 15 m2 aan bijbehorende bouwwerken voor het houden van dieren. 3.3.2
Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit
Binnen deze bestemming wordt het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 “/o van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer (Wm), is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteiten bes luit) toegestaan. 3.3.3
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruik van de woningen, zoals beschreven in deze bestemming, is pas toegestaan indien en zolang aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de landschappelijke inpassing zoals deze is opgenomen in bijlage 2 van deze regels moet binnen 1,5 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen voor de woning I het woongebouw zijn aangelegd en vervolgens in stand worden gehouden. 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1
Omgevingsvergunning publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.3.2 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of bijbehorende bouwwerken voor een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 “/o van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis;
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
49
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
b. c. d. e. f.
degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, moet tevens de bewoner van de woning zijn; het gebruik blijft ondergeschikt aan de woonfunctie; de noodzakelijke parkeervoorzieningen moeten op eigen terrein worden gesitueerd of in de directe omgeving, mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de wet Milieubeheer, is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan.
3.4.2
Omgevingsvergunning bed «S breakfast
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen als bedoeld in lid 3.1 onder c om een bed à breakfastvoorziening voor maximaal 8 personen in maximaal 4 kamers toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. deze nevenactiviteit is enkel in de (bedrijfs)woning en de daarbij behorende bijgebouwen toegestaan; b. de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; c. de voor bed à breakfast gebruikte oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2; d. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; e. er wordt een nachtregister bijgehouden; f. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feítelijke ontsluitingssituatie; h. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; i. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. 3.4.3
Omgevingsvergunning mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.3.1 onder d en toestaan dat een (vrijstaand) bijgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hieromtrent advies aan een onafhankelijk ter zake deskundige instantie; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken; d. de afstand van de achtergevel van de woning tot de tijdelijke mantelzorg unit mag maximaal 15 m bedragen. Van deze afstand kan door het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken zodra de omstandigheden op of de inrichting van het perceel plaatsing van een tijdelijke mantelzorg unit binnen een afstand van maximaal 15 m tot de woning niet mogelijk maakt; e. de afhankelijke woonruimte moet worden bewoond door degene(n) die de mantelzorg nodig heeft/hebben; f. de afhankelijke woonruimte mag geen eigen perceelsontsluiting hebben; g. parkeren moet op eigen erf plaatsvinden; h. er geen zelfstandige woning ontstaat; i.
de omgevingsvergunning kan worden ingetrokken indien de noodzaak vanuit oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, in verband waarmee ook een tijdelijke mantelzorgunit moet worden verwijderd.
50
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting, bekende vindplaatsen, oude woongronden en historische boerderijlocaties en zonering van 50 m rondom monumenten.
4.2
Bouwregels
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien één van de volgende situaties van toepassing is: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder een bestaande ondergrondse kelder), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,3 m onder het bestaande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c.
Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Omgevingsvergunningsplicht
Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uítte voeren, te doen ofte laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg van diepwortelende beplanting. b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. aanleggen van leidingen;
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
51
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
4.3.2
Uitzonderingen
Het in sublid 4.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een terzake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voorde Nederlandse Archeologie; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van normale onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, kabels, riolering, leidingen en beplantingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, zoals ploegen, zaai- en oogstklaar maken, vervangen van drainage, aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen en vervangen van boomgaarden; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,3 m onder het bestaande maaiveld; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 100 m2. f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; g. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; h. ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist. 4.3.3 Verlening a.
De in sublid 4.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 4.3.4
Voorwaarden
Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.
4.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, om: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
52
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1
Ondergeschikte bouwdelen
6.1.1
Overschrijding bouw- en bestemmingsgrenzen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, installaties, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,0 m bedraagt.
6.1.2
Overschrijding bouwhoogte
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen is overschrijding van de bouwhoogte toegestaan door ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1,0 m bedraagt.
6.2
Bestaande maatvoering
In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een bouw- of omgevingsvergunning voor het bouwen, het volgende: a. indien en voor zover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, danwel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum. 6.3
Parkeren
6.3.1 Parkeerregeiing bo uwen a. Een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, mag niet worden gebouwd of verbouwd, indien op het bijbehorende bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - rest bebouwde kom'; op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld onder b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel onder b in stand wordt gehouden.
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
53
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
6.3.2 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 6.3.1 onder a en b en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; 2. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. Afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sublid 6.3.1 onder a en b, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft.
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Parkeren
7.1.1 Parkeerregeling gebruik a. Indien voor de wijziging van het gebruik van gronden en bouwwerken een omgevingsvergunning is vereist, wordt deze omgevingsvergunning pas verleend als is verzekerd dat op het bijbehorende bouwperceel wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. Of er in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - rest bebouwde kom'; op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld onder b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel onder b in stand wordt gehouden. 7.1.2 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. er voldoende parkeergelegenheid in het openbaar gebied is, of; 2.
er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van de parkeernormering, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft.
54
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2,5 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 “/o worden vergroot. b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2,5 m en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 “/o worden vergroot. c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven.
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
55
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1 a.
b. c.
9.2 a. b.
c.
d.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de ínhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 “/o. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Koningstraat naast 16 Ewijk'.
56
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
57
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
Bijlagen bij regels
58
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
Bijlage 1
Beeldkwaliteitplan
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
59
Vfí? V
s*‘«a PF.%
tiŞŚĽ^ **»3Ì
tôŵ A r ÄN’äť v-**ÄY: Mţ *3ř ÍŴ
■**.j
fc. J »*v .V.' - 5*» ÇFiřrgM’iį^
■Eá*»*Mss l
m í.
K.
v /ra Jűc
—'
-
-í
r:v-V
IK
V«Eŗ
,
jflr
■Tl lí 1 I kp 11 ' HErfl
TĮfļ ,
M
festin.
T-
.V-'
.*í .
5*^*
x.^ *
t.
1
Ite --
Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk fsv.#'’'''* ’
buro WAAL BRUG ADVISEURS
VOOR
DE
LEEFOMGEVING
--A .-r
-
- /x ^fe^4Ĵ*Jļ»aHnpWff^dPŴa»
';Ą - .--ÏC-ŕ.:
..ŴÎįřfAŷĮŴ
ľţ í/,-
Februari 2020
^ ^ãŕx*jy»'
Tekst en beelden komen uit het Toetsingskader voor Historische Linten Ewijk, opgesteld door LOS stadomland B.V. en gemeente Beuningen, april 2019.
Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk
Inleiding Ten zuiden van Ewijk, als onderdeel van de randzone van Ewijk, ligt een aantrekkelijk en waardevol gebied met histo rische linten. In het Masterplan zijn deze oude linten aange wezen als belangrijke dragers die zowel nieuw als oud Ewijk dragen. Kenmerkend aan de oude linten is een doorgaande lijn met gevarieerde bebouwing waar nog heel wat gaten in zitten, doorzichten op het landschap en achterland. Binnen de gemeente Beuningen speelt de vraag omtrent verdichting van de oude linten met woningbouw, waarbij het karakter van de linten bewaard en versterkt dient te worden. Daartoe heeft de gemeente het toetsingskader 'Historische linten Ewijk' in 2019 vastgesteld, dat de initiatieven stroomlijnt, maar zeker ook inspireert.
Toetsingskader 'Historische linten Ewijk' Van nature hebben linten de eigenschap om te verdichten. In het geval van de historische linten van Ewijk willen we het hui dige kwalitatieve beeld als het ware "bevriezen". Dit doen we door vast te stellen welke doorzichten, zogenaamde vista's, vrij moeten blijven. Het toetsingskader stelt de kaders waarbinnen ontwikkeld mag worden en geeft kwaliteitsdoelen voor ruimte lijke en architectonische ontwikkeling langs de linten. Door enerzijds duidelijke kaders te stellen geven we anderzijds juist ruimte aan nieuwe ontwikkelingen. Het doel is om het historische karakter en de kwaliteit van de linten zoveel moge
lijk te bewaren en waarborgen door de bestaande bebouwing te handhaven en verspreid aan het lint mogelijkheden te bieden voor nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen worden verspreid, waardoor de natuurlijke groei wordt doorgezet. Het toetsingskader biedt een overzicht aan spelregels die dienen als leidraad voor bouwinitiatieven. Hiermee worden de duidelijk aanwezige kwaliteiten bewust geconserveerd en potentiële bouwers geïnspireerd. Het gaat hier echt om een inspiratiedocument dat laat zien hoe de linten ontwikkelt zouden kunnen worden. Het vastleggen als blauwdruk gaat voorbij aan het organische karakter en de spontaniteit en toevalligheid van de linten.
Waarom een beeldkwaliteitplan? Nu de stedenbouwkundige en landschappelijke randvoorwaar den zijn verankerd in het toetsingskader, kan begonnen worden met de uitwerking van de architectuur. En door het beeldkwa liteitplan, gelijktijdig bij vaststelling van het bestemmingsplan, als onderdeel van de welstandsnota vast te stellen, kunnen de beeldkwaliteitrichtlijnen ook daadwerkelijk als toetsingscriteria worden gehanteerd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het gewenste eindbeeld vraagt enerzijds om een zekere mate van flexibiliteit en diversiteit bij de nadere uitwerking van de ar chitectuur, maar vraagt anderzijds ook om duidelijke spelregels.
Het doel van het beeldkwaliteitplan Het beeldkwaliteitplan geeft in woord en beeld de uitgangspun ten voor de uitwerking van de architectonische plannen. Het beeldkwaliteitplan en de daarin gegeven richtlijnen moeten niet als keurslijf worden gezien, maar als aansporing en inspiratie voor de verschillende bij de planontwikkeling betrokken partij en. Het schept een kader voor de ontwikkeling van de locatie, garandeert samenhang in het uiteindelijke beeld en vormt een aanzet tot het leveren van een op kwaliteit gerichte inspanning. Het beeldkwaliteitplan is vooral een communicatiemiddel, dat met behulp van beelden en tekst aangeeft wat de 'doelstel lingen' zijn ten aanzien van de architectonische kwaliteit en samenhang en waar ruimte ligt voor eigen invullingen. Binnen dit kader is het de uitdaging voor de architect om tot creatie ve oplossingen te komen. Het beeldkwaliteitplan mag voor de betrokken partijen geen creatieve beperkingen oproepen, maar moet wel duidelijk randvoorwaarden stellen.
Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk Bouwmassa en dakvorm Het boerenerf wordt gekenmerkt door eenvoud en functiona liteit. Het hoofdvolume van de woningen heeft in principe een rechthoekige vorm met een kap met nok in de langsrichting. De volgende dakvormen zijn mogelijk: » Zadeldaken, met of zonder wolfseind » Schilddaken » Mansarde daken » Asymmetrische daken [voor de toepassing bij schuren en opstallen] Het hoofdvolume van een woning is langgerekt, zodat de rechthoekige vorm die we veel in dit gebied tegenkomen ge waarborgd wordt. Langgerekte volumes kunnen ook verkregen worden door bijvoorbeeld twee woningen te schakelen. De woningen liggen dan onder een gemeenschappelijke kap. Door middel van het toepassen van plastiek in de gevel kunnen de woningen onderbroken worden, mits de kap het volume bijeen houdt. De nok kan zowel dwars als parallel aan het lint liggen. Bouw volumes hebben in basis één laag met ruime kap en kappen bij voorkeur laag aan. Uitzondering hierop is het type van de T-boerderij, die vaak twee lagen met kap hebben. Bij voorkeur onderscheiden naastgelegen woningen (en opstallen) zich van elkaar door middel van goothoogte, nokhoogte en kapvorm.
In principe worden dakoverstekken beperkt, tenzij er wordt gekozen voor een gootloze kap (bijvoorbeeld bij een rieten kap) met infiltratiestrook van grind op maaiveld. Ook dan wordt het dakoverstek tot een minimum beperkt. Dakoverstekken die ont staan door het plaatselijk terugleggen van een gevel, binnen het hoofdvolume, zijn wel mogelijk. Goten zijn eenvoudig, bijvoorbeeld met een zinken mastof bakgoot en niet voorzien van een boeiboord. Kopgevels zijn ondergeschikt aan het dakvlak, een boeiboord op de kop past wel binnen de gebiedseigen kenmerken. Ter versiering van de topgevel zien we in de omgeving regelmatig houten details te rugkomen in de vorm van een gevelteken in de nok.
•V
ļ! I
De woningen hebben een langgerekt volume
Aan- en bijgebouwen Aanbouwen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het hoofd volume. Het maken van een holle knik in het dakvlak is mogelijk, waarbij de kap slepend vanuit het hoofddakvlak ontstaat. Een aanbouw is ondergeschikt aan het hoofdvolume, zowel in om vang als in positionering. Bijgebouwen en opstallen zijn altijd voorzien van een kap. Ook deze gebouwen kappen net als de woningen laag aan. Een bijge bouw is in de regel ondergeschikt aan de hoofdwoning.
Bouwmassa en dakvorm
Beeldkwaliteitplan historische linten Ewijk Dakramen, zonnepanelen en dakkapellen Dakopeningen en zonnepanelen worden vlak of verdiept in het dakvlak geïntegreerd. Dit betekent dat ze verzonken liggen in het dakvlak. De plaatsing en detaillering wordt al vroeg in het ontwerpproces meegenomen om verrommeling van de dakvlakken te voorkomen. Lichtstraten die van nok tot gootlijn of maaiveld lopen zijn in principe ook toegestaan, mits het dakvlak intact blijft. Verbijzondering van de kap en het verbeteren van de bruikbaarheid onder de kap kan door middel van de toepas sing van dakkapellen. Deze zijn integraal onderdeel van het dak, passend bij de bouwstijl, maar altijd onderschikt aan het dak vlak. Kijkt u vooral goed naar referenties in de directe omgeving. Hier zien we dat er vooral gebruikt gemaakt wordt van dakra men in plaats van dakkapellen, met als resultaat een rustig dak vlak. Wanneer wordt gekozen voor de toepassing van kleinere dakhuizen of grotere dakkapellen, is de compositie van belang. Dakkapellen zijn ondergeschikt aan het dakvlak en slepend van uit de nok of het dakvlak. Bij boerderijen zien we dat de gootlijn soms plaatselijk is verhoogd om de doorgang voor bijvoorbeeld landbouwvoertuigen mogelijk te maken of gewoon ter plaat se van een voordeur van een woning als de goot echt laag ligt.
Indien een gootlijn verspringt ligt deze maximaal 5 meter boven maaiveld. Materialisering van de daken Daken zijn voorzien van een dak van dakpannen (geen gegla zuurde pannen), riet of een ander duurzaam materiaal, zoals bijvoorbeeld hout of leisteen. Kunststoffen zijn uitgesloten. Mits strak gedetailleerd zijn grasdaken ook toegestaan. Een combina tie van twee materialen behoort ook tot de mogelijkheden. Gevels en gevelopeningen Gevels en daken van boerderijen zijn over het algemeen vrij gesloten. Een boerderij heeft vaak kleine ramen en op enkele
plaatsen bevindt zich een deur. In de kopgevels zien we vaak grote getoogde schuurdeuren, ooit bedoeld voor werktuigen. Uiteraard ligt de verhouding in gevelopeningen bij voor woning bestemde bebouwing anders. De compositie en grootte van de gevelopeningen blijft echter een belangrijk architectuurthema. Gezien de grote contrasten tussen beslotenheid aan de erfzijde en straatzijde en het vrije uitzicht over het landschap is er aan leiding om deze afweging mee te nemen in de keuze voor de gevelopeningen. Het ligt bijvoorbeeld voor de hand dat de ge velopeningen kleiner zijn aan de besloten zijden van het erf en juist groter waar vrij uitzicht mogelijk is. Het open maken van bijvoorbeeld een oude getoogde schuurdeur biedt interessante kansen voor daglichttoetreding en gevelcompositie.
î mm.
Booiboorden met gevelteken - plastiek in de gevel - gevellijn verspringt
wm
Een bijkomend architectuurthema dat we veel terug zien komen in de bestaande bebouwing langs de linten zijn luiken en deu ren. Met horizontale of verticale luiken kan het glasoppervlak, de warmtelast en het uitzicht gereguleerd worden. Ook bieden luiken en deuren kansen om karakteristieke kenmerken van oude boerderijen op een eigentijdse manier toe te passen.
WĒsk
________í Dakkapel ondergeschikt en slepend - dakramen en gootlijn verspringt zonnepanelen geïntegreerd
Materialisering van de gevels De keuze voor de materialisatie van de gevels gaat uit naar baksteen als basismateriaal, eventueel gecombineerd met gecementeerde plintvlakken. Aangezien de hoofdvorm van het bouwvolume eenvoudig en functioneel is, is de materiaalkeuze van groot belang. De baksteen is warm van kleur, een nuance van rood tot bruin zoals bij de oude boerderijtypes in het plan gebied, zo mogelijk rijk aan enige textuur. De keuze voor het formaat staat vrij. Naast de keuze voor een mooie steen speelt ook de detaillering een belangrijke rol, denk hierbij aan details (siermetselwerk) als een rollaag, boerenvlecht en muizentand. Hout en andere duurzame materialen (uitgezonderd kunststof) behoren ook tot de mogelijkheden mits de materiaalkeuze over tuigend wordt gecombineerd met baksteen.
Voorbeelden voor de materialisatie van daken
*U2i___ ì
Ë3S Voorbeelden voor de materialisatie van gevels
bestemmingsplan Koningstraat naast 16 Ewijk
Bijlage 2
60
Landschappelijke inpassing
bestemmingsplan "Koningstraat naast 16 Ewijk" (definitief)
ą
Koningstraat naast nr 16, Ewijk Landschappelijke inpassing Haag oostzijde optioneel, gebouwde erfafscheidingen en/of schutting
\
niet toegestaan Siertuin
te richten
Haag, evt. gemengd
—
hoogte: 1,5 tot 3 m, 5 st./ m, plontmaat min. 150-175 cm, streekeigen soorten: gewone beuk (Fagus syivatica), veldesdoorn (Acer compestre), meidoorn (Crotoegus monogyno), hondsroos (Rosa canina) en/of sleedoorn (Prunus spinosa) (Knot)bomen ter begeleiding vista
streekeigen soorten: schietwilg (Salix aiba), gewone es (Fraxinus excelsior) en/of zomereik (Quercus robur)
k Ja
Woning + bijgebouw langgerekt, met zadeldak, woning parallel aan het lint Rooilijn verspringend tov nummer 16
-
Geschoren, lage haag (optioneel)
-
breedte: 0,5-1 m; hoogte: 80 tot 120 cm, 5 st./ m, plantmaat min. 40-60 cm, streekeigen soorten: gewone beuk (Fagus syivatica) of veldesdoorn (Acer campestre) Bestaande bomenrij aanvullen
Soorten zoals: Prunus avium, Prunus domestica, Malus domestica of Pyrus communis. Plantmaat: min. 8-10 cm stamomtrek Groene voorruitme, behoudens oprit onverhard en onbebouwd Natuurvriendelijke inrichting Bestaande bomen behouden
L*; 1
Schaal: 1:500 (A3-formaat) Datum: 01-11-2021
buro
WAAL BRUG 1M A A I