30 Bijlage 30: Schoenaker ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
De aanleg van kruidenrijk grasland want wilde bijen, vlinders en vele andere bloembezoekende insecten zijn gebaat bij een hoge variatie aan bloemen in het grasland door het jaar heen.
»
De plaatsing van 3-5 grote bijenhotels, zie Figuur 25. De helft van de in Nederland voorkomende inheemse wilde bijensoorten wordt bedreigd. Dit kan een bijdrage leveren aan de voortplantingscyclus van de verschillende soorten wilde bijen.
-
TT-ĵtŵ* v ‘WSşäÊÍ;
Figuur 25: Bijenhotels van TPSolar, links een gevuld bijenhotel en rechts een bijenhotel op het zonnepark Hoogveld-Zuid Uden van TPSolar. Bron: TPSolar
»
Het aanbrengen van een aantal speciale bijenheuveltjes in de struweelranden van het park, waar inheemse wilde bijensoorten zich kunnen nestelen, zie Figuur 26. De inheemse bijen kunnen ook goed aan de randen van het half verharde lemen pad nestelen.
4 https://www.groenegewasbescherming-bestuivers.nl/upload mmZ6Z9AVb7cc0c89-ad2a-4f93-b214-9197623bfdll 2018 3 Helpdesk'Xi20kennisimpuls'Xi20bestuivers TP'Xi20SOLAR'Xi20Zonnepark definitief 11072018.pdf
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
32
ř*v* 1 If
ļRgm? ,-drt -
- ļţr
Figuur 26: Voorbeeld natuurlijke steilrand. Bron: Kennisimpuls bestuivers
»
Het creëren van een microklimaat ten behoeve van de insecten. Door middel van sinusbeheer ontstaan
veel
mozaïekpatronen die de gewenste structuurvariatie en verschillen
in
microklimaat aanbrengen in de vegetatie. Door dit te hanteren en deze jaarlijks te verleggen wordt meer (ecologische) randlengte en meer structuurvariatie gecreëerd, waarvan wilde inheemse bijensoorten profiteren. »
In het groenonderhoud is specifiek aandacht voor bloembeheer om ervoor te zorgen dat bloemensoorten aanwezig blijven die de bijen nodig hebben om te overleven (wilde inheemse bijensoorten vinden hun voedsel vaak maar op een paar plantensoorten).
»
Binnen
het zonnepark zal voldoende
ruimte vrijgehouden worden tussen de
rijen
zonnepanelen. Hierdoor krijgt de grond voldoende licht. Tevens is gekozen voor een minimale hoogte van 75 cm om de grond voldoende lucht te geven. Deze maatregelen dragen bij aan een betere regenwaterverdeling en bevorderen de natuurontwikkeling. Daarnaast zullen er keverbanken, bloemenblokken en patrijzenhagen aangelegd worden. Dit ter ondersteuning van het internationale PARTRIDGE-project. Dit project stimuleert het herstel van het aantal patrijzen en andere akkervogels5. Patrijzen blijven het hele jaar door in hetzelfde gebied. Het is daarom van belang de juiste samenhang tussen de verschillende maatregelen binnen het leefgebied van de patrijs te treffen. Door deze aanpak in het plangebied toe te passen, kunnen patrijzenpopulaties zich herstellen. Patrijzen nestelen bij voorkeur onder dekking van ruige grasachtige vegetaties. Bijvoorbeeld langs hagen en in sloottaluds, bermen en oeverhoekjes. Als het met patrijzen goed gaat, dan profiteren andere natuurelementen in deze gebieden daarvan mee. Denk aan zoogdieren zoals de haas, vogels zoals de veldleeuwerik en aan insecten, bijen en vlinders. Door ruimte te geven aan natuurontwikkeling levert het zonnepark een bredere bijdrage aan een duurzaam landschap. Bescherming in het kader van de natuur is op te delen in gebieds- en soortenbescherming.
De soortenbescherming is sinds 1 januari 2017 geregeld in de nieuwe Wet Natuurbescherming. De gebiedsbescherming is geregeld in de Wet Natuurbeschermingen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarbinnen onder meer de Natura 2000-gebieden vallen.
5 https://northsearegion.eu/partridge/
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
33
4.1.1 Gebiedsbescherming »
Natura 2000 Er liggen geen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Dichtstbijzijnde gebied is het Rijntakken, ongeveer 4 kilometer ten noorden van de planlocatie. Gezien de aard en schaal van de ingreep is een AERIUS-calculatie nodig, zie Bijlage VI: AERIUS-calculatie. Het resultaat van de AERIUS-calculator luidt als volgt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat het aanleggen van zonnepark Schoenaker aan de Ficarystraat en Schoenaker in Beuningen in gemeente Beuningen van 11,1 MWp geen effect zal hebben op omliggende Natura 2000 gebieden.
»
Natuur Netwerk Nederland (NNN) De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Gelders Natuur Netwerken de Groene ontwikkelingszone (GO). De dichtstbijzijnde gebieden liggen op circa 1.400 meter ten zuiden van de planlocatie. De ingrepen vinden plaats buiten deze provinciaal beschermde gebieden en hebben geen effect op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig.
»
Weidevogelgebied Met betrekking tot het weidevogelgebied en beschermde landschapselementen geldt dat de planlocatie niet ligt binnen het beschermde gebied. Negatieve effecten zijn niet te verwachten naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling.
Kortom, de ingrepen behorend tot het project leiden niet tot effecten op beschermde natuurgebieden, zoals aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van het Natuurnetwerk Nederland of externe effecten op Natura 2000-gebieden. Dit is geconcludeerd in de QuickScan flora en fauna die TPSolar heeft laten uitvoeren door het ecologisch bureau Otte Groenadvies. 4.1.2
Soortenbescherming
Om te beoordelen of het voorgenomen plan voldoet aan de Wet Natuurbescherming is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd door Otte Groenadvies, op basis van een veldbezoek. De conclusies zijn als volgt: »
Er komen geen beschermingswaardige bomen voor op het perceel en de directe omgeving.
»
Tijdens het veldbezoek werden geen beschermde of bedreigde plantsoorten of resten hiervan op het plangebied aangetroffen, het voorkomen van strikter beschermde plantsoorten is daarmee uit te sluiten.
»
In- en rondom de planlocatie zijn geen sporen aangetroffen die duiden op aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten. Het ontbreekt binnen het gebied aan geschikte leefomgeving voor zwaarder beschermde zoogdiersoorten en dergelijke soorten komen dan ook niet voor op de voorgestelde planlocatie.
»
De planlocatie biedt geen geschikte mogelijkheden als verblijfplaats voor vleermuizen. Het valt niet te verwachten dat het zonnepark negatieve invloed heeft op eventueel aanwezige vlieg- en foerageerroutes van vleermuizen. Er wordt gewerkt met vleermuisvriendelijke verlichting en de verlichting is dynamisch. Te allen tijde moet de verlichting naar beneden gericht zijn om verstoring door middel van strooilicht te voorkomen.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
34
»
Om schade aan broedsels te voorkomen, wordt geadviseerd om buiten het broedseizoen te werken. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen komen voor. Het is mogelijk om tijdens het broedseizoen te werken wanneer maatregelen zijn genomen om broedgevallen te voorkomen of wanneer een inspectie uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn.
»
Het inrichten van een zonnepark heeft op de genoemde locatie geen negatieve invloed op amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden.
4.2
Archeologie
In het bestemmingsplan heeft een deel van de planlocatie 'Waarde - Archeologie 3' gekregen. Deze bestemming is ingericht voor de bescherming van terreinen met een relatief hoge archeologische verwachting. Indien op het perceel over een totale oppervlakte van 2000 m2 of meer, dieper dan 30 cm in de grond wordt geroerd, is een archeologisch vooronderzoek verplicht. Er moet worden aangetoond dat met alle andere werkzaamheden en installaties minder verstoord wordt dan 2000 m2. 4.2.1 »
Algemene werkwijze
Er wordt gebouwd op het perceel zoals dat nu is. Er wordt niet afgegraven, geëgaliseerd of opgehoogd.
»
Aan de ingang komt een (1) cameramast te staan.
»
De bekabeling van de paneelrijen loopt door kabelgoten aan de bovenzijde van de panelen tot aan een verzamelkast, er wordt voor deze bekabeling dus niet gegraven.
»
De verzamelkasten (kast waarin alle bekabeling van een paneelrij samenkomt) worden aan de onderconstructie van de panelen bevestigd en staan dus niet op/in de grond.
»
Aan de kant van de onderhoudsweg loopt per paneelrij één kabel ondergronds van de verzamelkast naar de trafostations. Hiertoe wordt aan beide zijden van de centrale onderhoudsweg met een sleuvenfrees een smalle geul gegraven van 60 cm diep en 10 cm breed, die ter hoogte van de trafostations onder de weg door met elkaar in verbinding staan. De lengte van deze sleuven is ca. 200 meter, met ca. 60 zijsleuven van 2 meter naar de verzamelkasten. Eveneens komt er een aparte sleuf van ca. 175 meter naar het inkoopstation
»
De totale afstand van het hekwerk rondom zal 1.430 meter bedragen, waarvoor circa 500 palen gezet worden. Deze worden ca. 55 cm in de grond gedrukt, zonder te graven of funderen. Alleen bij de beide poortstaanders wordt een betonfundering van 80 x 80 x 80 gebruikt.
»
Er worden circa 22.000 panelen geplaatst op gegalvaniseerd stalen frames, die ongeveer per 16 panelen op twee stalen H-profielen worden gemonteerd. Deze worden elk 1,5 tot 2 meter de grond in gedrukt. De H-profielen hebben een oppervlakte van 7,24 cm2. De palen staan onderling (voor en achter) 3,7 meter uit elkaar, en in de lengterichting ca. 4 meter. In totaal worden er dan ongeveer dan 2.750 funderingspalen gezet. Ook hierbij wordt verder niet gegraven en geen betonfundering gebruikt.
»
De H-profielen van de paneelconstructie worden in de grond getrild/gedrukt met een speciaal apparaat dat het formaat heeft van een kleine vorkheftruck en dat op rupsbanden staat. De profielen worden aangevoerd met een kleine loader/trekker. Deze zullen hooguit bij aanhoudende neerslag spoorvorming in de grasmat veroorzaken, minder dan 30 cm diep.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
35
»
De transformatorstations met interne omvormers, zie Bijlage VIII: Technische specificaties en afmetingen transformatorstation, worden geplaatst met een kraan, vanaf de half verharde onderhoudsweg, die dit gewicht goed aankan. De transformatorstations worden gefundeerd met 3 balken die gezamenlijk 3,25 m2 dieper dan 30 cm verstoren.
In Tabel 2 zijn alle werkzaamheden opgenomen die voor grondverstoring zorgen. Tabel 2: Verstoorde m2 zonnepark Schoenaker
Betreft
Werkzaamheden
Werkdiepte
Verstoorde m2
Bekabeling
700 meter sleuf van 10 cm breed
60 cm
70
Poort
Betonfundering 2 poortstaanders (80x80 cm)
80 cm
1,3
Hekwerk
500 palen
55 cm
1,4
Paneelconstructie
2.750 H-constructies
150 cm
2,0
Transformatorstations
Fundering 2 trafostations
80 cm
6,5
Overige funderingen
Hoekpalen 4x (1 m2), inkoopstation (5 m2), cameramast (0,5 m2)
60 cm
6,5
Totaal aantal te verstoren m2
87,7
Voor het realiseren van het zonnepark wordt naar schatting 87,7 m2 verstoord tot een diepte van meer dan 30 cm, hetgeen ruim binnen de grens van 2000 m2 blijft. Hierdoor is er geen archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Het aspect archeologie levert op deze locatie geen belemmering op voor de aanleg van een zonnepark.
4.3
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast archeologische ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een bestemmingsplanwijziging. Het landschap is zeer dynamisch door de vele (ruimtelijke) ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden. Deze aanpassing hangt samen met de veranderende betekenis die aan het landschap wordt toegekend. Tot in de járen na de Tweede Wereldoorlog werd het landschap met name als agrarisch productiegebied gezien, nu wordt het landschap in toenemende mate beschouwd als uitloopgebied voor de stedeling, als cultuurhistorisch erfgoed en leefgebied voor flora en fauna. Tot op heden leggen grootschalige ontwikkelingen zoals nieuwe industrieterreinen en woonwijken hun claim op het landschap. Ook door ruilverkaveling neemt de verscheidenheid in maatvoering van het landschap af. Ondanks de vele ruimtelijke ontwikkelingen, is de structuur en functie van het plangebied daarentegen nauwelijks aan invloed onderhevig geweest. Openheid en het oorspronkelijke karakter van het landschap is nog duidelijk zichtbaar in het plangebied. Figuur 27 en Figuur 28 laten de ruimtelijke ontwikkelingen vanaf 1880 van het kommengebied zien.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
36
Jŕfrç'sA
Figuur 27: Plangebied en omgeving rond 1880. Bron: Gemeente Beuningen
\
\
7 'fìU
r* l ' J
/
mm» JW.e
‘
Figuur 28: Plangebied en omgeving rond 1950. Bron: Gemeente Beuningen
Binnen het plangebied bevinden zich geen historische nederzettingslocaties. De verkavelingsstructuur blijft
als
gevolg
van
landschapselementen
het
blijven
zonnepark gehandhaafd.
ongewijzigd. De
opstelling
De van
cultuurhistorische de
waardevolle
zonnepanelen
volgt
de
verkavelingsstructuur, zodat deze herkenbaar blijft. Met dit plan worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.
4.4
Bodem 4.4.1
Bodemonderzoek
Uit het bodemloket moet blijken of er al bodemonderzoeken zijn uitgevoerd op de planlocatie. Er zijn geen gevallen van bodemverontreiniging bekend. Er kan dus worden geconcludeerd dat de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect bodemverontreiniging levert op deze locatie daarom geen belemmering op voor de voorgenomen bestemmingswijziging. 4.4.2
Bodemkwaliteit
Het zonnepark wordt gebouwd op agrarische grond. Na afloop van de exploitatietermijn wordt het park opgeruimd en de materialen gerecycled waarna de grond weer voor agrarische toepassingen kan worden gebruikt. Dat de bodemkwaliteit na 25 jaar gebruik als zonnepark veranderd is, is te verwachten. De agrarische grond bestaat uit natte, zware klei. Elierdoor zijn de percelen vooral geschikt voor de productie van gras en veeteelt en in mindere mate voor het verbouwen van gewassen. De percelen kunnen daardoor goed ingepast worden als zonnepark in combinatie met agrarische productie die gedijt onder vochtige schaduwrijke omstandigheden. Dit zorgt voor het behoud van de agrarische functie in combinatie met duurzame energieproductie.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
37
Er zijn een aantal factoren bekend die invloed hebben op de bodemkwaliteit6: licht, lucht, water en organische stof. Op basis hiervan worden de volgende maatregelen genomen: -
De panelen staan hoger dan normaal (ca. 75 cm voor, ca. 150 cm achter), zodat er meer ruimte is voor directe en indirecte lichtinval en indirecte neerslag (regen die door de wind wordt meegevoerd) om de bodem onder de panelen te bereiken.
-
De panelen worden in een zuidopstelling geplaatst (dus niet oost-west, omdat daarbij de grond
-
vrijwel volledig wordt afgedekt). Tussen elke paneelrij is circa 2,5 meter vrije ruimte.
-
De panelen worden niet strak tegen elkaar aan gemonteerd, maar met een kleine tussenruimte zodat regenwater niet alleen aan de voorzijde maar ook tussen de panelen door op de bodem terecht komt. Dit vermindert de kans op gronderosie aan de voorzijde van de paneelrijen (er valt veel minder water op één plek) en voorkomt verdroging van de bodem onder de panelen. Het vocht in de bodem onder de panelen verdampt minder door de schaduwwerking waardoor het ook met minder neerslag toe kan.
-
Er worden maar twee panelen per kolom gemonteerd. Dit bevordert de lucht-, water- en licht-
-
doorlaatbaarheid van de opstelling. Onder en tussen de panelen wordt bijgezaaid met bloemrijk/kruidenrijk grasland. Op die manier voorkomen we het dichtslaan en uitdrogen van de bodem, en bodemerosie.
-
Uitgebloeide bloemen, zaadhulzen, afgevallen boombladeren en ander organisch materiaal kan zich door de wind goed over het park verspreiden. Dat zorgt er in elk geval voor dat er ook nieuwe toevoer van organische stof naar de bodem plaatsvindt.
Voldoende licht, lucht en vocht onder de panelen houdt niet alleen het gras in stand, maar is ook belangrijk voor het leven in de bodem dat weer van invloed is op de bodemkwaliteit. Uit Nederlands onderzoek door CLM-onderzoek en advies7 blijkt dat zuidgeoriënteerde zonneparken de negatieve effecten van panelen op de bodem kunnen compenseren. In een zuidopstelling ontstaan verschillende microklimaten. Dit zorgt voor een rijk biodiversiteitsaanbod op het gebied van flora. Deze verschillende soorten vegetatie hebben baat bij verschillende omstandigheden en zorgen vooreen diepe beworteling over het gehele plangebied. Hierdoor wordt er meer organische stof vastgelegd in de bodem. Het uitblijven bewerking en bemesting van de bodem leidt tot verbetering van de bodemkwaliteit door een toename aan micro-organismen, schimmels en regenwormen. Regenwormen houden namelijk niet van felle zon en zullen dus onder de panelen juist nog beter kunnen gedijen dan op open land. Dit verbetert de structuur van de bodem en daardoor neemt de bodem meer organische stof op. Daarnaast zorgt de toename aan biodiversiteit in de bodem voor minder uitspoeling, een beter ziektewerend vermogen en een groter herstellend vermogen bij een eventuele verstoring.
Met als gevolg dat de voorgestelde gevarieerde beplanting onder een zuidopstelling, een vergelijkbaar bodemkwaliteitsevenwicht bereikt als een perceel met dezelfde beplanting zonder panelen.
6 prof.dr. W.H. van der Putten et al (2017) 'Zonneparken en bodemafdekking', Bodem, 4, p.18-21 7 Keuskamp, J. A. (2018). Zonneparken in agrarisch gebied: effecten op bodemkwaliteit Zonneparken in agrarisch gebied: effecten op bodemkwaliteit.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
38
De kleigrond van deze planlocatie is bovendien minder gevoelig voor verdichting door zwaar machinegebruik, dan andere grondsoorten. Hierdoor zal de grondkwaliteit snel herstellen van eventuele schade toegebracht bij de aanlegfase van het park. Door de gekozen opstelling van de installatie blijft de bodem even goed in staat hemelwater te verwerken als vóór de aanleg van het park. Hierdoor is er ook geen (extra) afstroming naar de omliggende percelen te verwachten.
4.5
Milieueffectrapportage
In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan
m.e.r.-plichtig,
project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordeling-plichtig zijn.
Een
zonnepark komt niet voor in bijlage C en D, maar kan wel worden beschouwd als een energiecentrale. In onderdeel D 22.1 van het Besluit m.e.r. is daarvoor als grenswaarde een opgewekt vermogen van 200 megawatt opgenomen. In dit project betreft het een zonneveld dat circa 11 MW opwekt en dat ook qua 'uiterlijke verschijningsvorm' niet gelijk is te stellen aan een elektriciteitscentrale. Het project blijft dus ruimschoots onder de drempelwaarde van de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de verrichte onderzoeken blijkt ook dat het plan geen negatieve milieueffecten op de omgeving heeft. Gezien de afwezigheid van die effecten is een m.e.r.-beoordeling dan ook niet nodig.
4.6
Milieuzonering
Om hinder en gevaar te voorkomen, bepaalt de overheid minimale afstanden tussen woningen en bedrijfsactiviteiten. Hiervoor wordt meestal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin per bedrijfscategorie richtafstanden voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Dit zonnepark zal ongeveer 11 MW aan elektriciteit opwekken. De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformators en omvormers geplaatst. Deze worden echter niet aan de randen van het plangebied gesitueerd. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' valt dit onder de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA'. Het betreft hier een milieucategorie 3.1-inrichting met een richtafstand van 50 meter vanwege geluid. Voor de omvormers is de vergelijking gemaakt met de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. Voor deze activiteit is de richtafstandentabel voor het aspect geluid 30 meter. In dit plan liggen de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen op een grotere afstand. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden.
4.7
Luchtkwaliteit
Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van NIBM, zijn vastgelegd in de AMvB-NIBM. In de AMvB-NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 30Zo verslechtering
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
39
van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Ng/m3 N02 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Voorliggend plan beoogt het realiseren van een zonnepark. Een dergelijke functie heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden, geen verkeer aantrekkende werking. De verkeersgeneratie van de nieuwe functie is dan ook nihil. Het project moet derhalve worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.
4.8
Water
Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder en gemeente. Het project is op 22 januari 2020 voorgelegd aan het waterschap Rivierenlanden via de digitale watertoets. Hieruit blijkt dat de normale procedure van toepassing is. Op basis hiervan heeft het waterschap een automatisch gegenereerde uitgangspuntennotitie gestuurd. 4.8.1
Watertoets
Thema veiligheid Het plangebied ligt niet in een keurzone van de waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Grondwater (algemeen) Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen. In gebieden waar grondwateroverlast bekend is of gebieden met hoge grondwaterstanden, wordt er geadviseerd door het waterschap om hier nader onderzoek naar te doen. Bij hoge rivierwaterstanden kunnen gebieden gelegen nabij de rivieren overlast ondervinden van kwel. Er zal geen (grote) verandering zijn ten opzichte van de huidige situatie. De paneelrijen staan circa 2,5 meter uit elkaar en de panelen staan op een minimale hoogte van 75 cm. Tussen de individuele panelen is bovendien rondom een ruimte van 2 cm, zodat het afstromende water steeds beperkt blijft tot de hoeveelheid die opgevangen wordt door één paneel. Onder de panelen blijft groene bodembedekking, en door de genoemde opstelling komt er in de praktijk voldoende licht, lucht en water onder de panelen om de kwaliteit van deze bodembedekking te handhaven. Daardoor zal er ook niet of nauwelijks sprake zijn van gronderosie daar waar het water van de panelen afstroomt. Ook wordt er gebouwd met relatief licht rollend materieel met veelal rupsbanden, dus de grond wordt niet meer verdicht dan het geval is bij landbouwtrekkers.
Het terrein wordt niet opgehoogd, noch afgegraven. Waterberging Voor dit plan is de toename van verhard oppervlak kleiner dan 500 m2. Hierdoor kan gebruik gemaakt worden van een eenmalige vrijstelling. Watergangen Binnen het plangebied ligt een A-watergang en een beschermingszone van een A-watergang van minimaal 4 meter. Tevens ligt binnen het plangebied een B-watergang en een beschermingszone van
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
40
een B-watergang van minimaal 1 meter. In de plannen wordt te allen tijde een minimale afstand van 4 meter gehouden tussen belemmerende landschappelijke inpassing en de A-waterwegen en minimaal 2 meter afstand van de B-waterwegen. Waardoor de minimale afstand van de verschillende beschermingszones in acht genomen worden.
# Figuur 29: Schematische weergave watergangen in en rondom het plangebied (blauw). Bron kaart legger Waterschap Rivierenlanden
Waterkwaliteit Binnen dit project worden geen wooneenheden gerealiseerd. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd en er is geen hemelwateropvang. Het regen- of smeltwater kan dus vrij in de grond weglopen. Compensatie van verharding is daardoor ook niet aan de orde. De panelen en de constructie worden uitgevoerd met materialen die geen afvalstoffen afscheiden (niet-uitlogend). Er komt geen afvalwater vrij, ook niet tijdens het bouwproces. Er worden geen nieuwe watergangen aangelegd en er is geen sprake van uitstoot van stikstof en/of fosfaat. Riolering en zuiveringswerken In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het waterschap.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
41
4.8.2
Geldende regels water gerelateerde bouwwerken
Duikers Binnen het plangebied zullen twee duikers worden aangelegd, zie Bijlage V: Technische tekening voor de precieze locaties. Hiervoor worden de geldende regels conform 1/1/77. Dam met Duiker van het waterschap Rivierenlanden gevolgd. De duikers zullen 6 meter lang zijn en de diameter van de gebruikte buizen zal boven de 47 cm zijn.
4.9
Verkeer en parkeren
Er zal in de bouwperiode van ca. 3 maanden periodiek vracht/bouwverkeer via afslag 4 van de A73, N847 (Schoenaker) en Ficarystraat naar het terrein rijden. Geschat wordt dat er tijdens de bouwpiek (2 maanden) dagelijks enkele vrachtwagenladingen naar het bouwterrein gaan en 5-10 busjes en personenwagens van de instaIlatieploeg. Tijdens de bouw zal er geparkeerd worden op het plangebied. De verwachting is dat dit niet zal leiden tot verkeers- of geluidsoverlast voor omwonenden. Voor de aansluiting van het zonnepark op het openbare elektriciteitsnetwerk zal de netbeheerder een aparte stroomkabel moeten trekken naarde percelen. Hiervoor zal klein graafmaterieel worden ingezet, en deze werkzaamheden zullen lokaal mogelijk enkele dagen beperkte verkeershinder opleveren. Het zonnepark is een beveiligde energiecentrale. Dat betekent dat er geen vrije toegang is voor het publiek en dat toegang voor onderhoud, en eventuele rondleidingen strikt geregeld zal zijn. Naar verwachting zal het aantal verkeersbewegingen in de omgeving door het zonnepark niet toenemen.
4.10
Elektromagnetische velden
Uitsluitend bij de omvormers en de transformatoren zullen enige elektromagnetische velden vrijkomen. De rest van de installatie is gelijkstroom en daarbij komen er geen elektromagnetische velden vrij. Voor elektromagnetische velden bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een grens van 0,4 microTesla (pT). De GGD-en adviseren om ook bij andere bronnen van ELF-EM-velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand van een zonnepark tot woningen en gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 pT (wat voor hoogspanningslijnen overeenkomt met een afstand van circa 70 m) te laten komen. De opgewekte straling in het zonnepark blijft hier zeer ver onder. Bovendien staan de omvormers en transformatoren midden in de installatie, dus op flinke afstand van de randen. Het aspect elektromagnetische velden levert geen belemmering op voor het zonnepark.
4.11
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) vormt een belangrijk juridisch kader voor het Nederlandse geluidbeleid. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Voor de geluidgevoelige objecten moeten bepaalde grenswaarden in acht worden gehouden. Er zijn enkele woningen in de buurt van het zonnepark.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
42
Bij het zonnepark is nauwelijks sprake van geluidsproductie. Er is bijna alleen laagspanning op de gehele installatie
^l.OOOV),
waardoor
de
geluiden
zoals
bekend
van
hoogspanningsinstallaties
(brommen/zoemen) alleen voorkomen bij de trafostations, die midden op het park staan. Dit geluid is op een paar meter afstand al niet meer hoorbaar. De gebruikte omvormers, trafostations en regelapparatuur worden niet actief gekoeld en zijn dus stil. Er zal dan ook buiten het zonnepark geen geluid te horen zijn. Er is ook geen sprake van geluidsreflectie van bijvoorbeeld weg-, trein of vliegverkeer naarde omgeving. Eloewel de panelen wel geluid reflecteren, zal dit door de hellingshoek naar de lucht zijn gericht (zie ook 4.13). Elierdoor-en door het omringende groen (demping) - zal er geen waarneembare geluidsreflectie voor de omgeving zijn. Het aspect geluid levert dus geen belemmering op voor het zonnepark.
4.12
Externe veiligheid
Bij het plan moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen. Een KLIC-melding leverde op dat er een gasleiding tussen het plangebied en de Oude Wetering loopt. De richtafstanden voor deze gasleiding zijn aangehouden. Met Gasunie zijn de plannen vooraf afgestemd, zij hebben geen bezwaar omtrent de aanleg van Zonnepark Schoenaker: Op basis van de aangeleverde plantekeningen, heeft Gasunie geen bezwaar tegen uw plannen omtrent de aanleg van beide zonneparken. Wel van belang richting detaillering fase is dat de aanleg van beide parken voldoet aan de richtlijnen van Gasunie, VELIN-voorwaarden en NEN3564. Zonder schríftelijk akkoord van Gasunie mogen beide zonneparken niet in bedrijf genomen worden. TPSolar zal Gasunie, tijdens de detailleringsfase de benodigde informatie aanleveren. Zodat Gasunie zonnepark Schoenaker kan goed keuren, en het zonnepark in gebruik kan worden genomen. Er zijn nabij de planlocatie geen Bevi-inrichtingen gelegen.
4.13
Lichtreflectie
Er zijn twee verklaringen waarom de omgeving van het zonnepark geen last zal hebben van spiegeling/ weerkaatsing van het zonlicht in de panelen: natuurkundig en technisch. Natuurkundig Als er al reflectie is, dan is deze bij een zonnepark altijd naar de hemel gericht. Dit kan met een beetje natuurkunde worden uitgelegd. Bij reflectie op gladde oppervlakken, zoals op zonnepanelen, geldt in de natuurkunde dat de hoek van inval gelijk is aan de hoek van uitval. Op 21 juni staat de zon op zijn hoogst en heeft dan een instralingshoek van 61,2C. De panelen worden geplaatst onder een hoek van circa 10o richting het zuiden, zie Figuur 30. De hoek van inval is in de zomer dan 61,2” + 10o = 71,2” ten opzichte van het zonnepaneel. De hoek van uitval is dan ook 71,2” ten opzichte van het zonnepaneel (bijna recht omhoog). Op 21 december staat de zon op zijn laagst, en dan valt het licht onder een hoek van 14” op de panelen, wat een invalshoek en uitvalshoek van 14” + 10o = 24” oplevert (schuin omhoog).
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
43
Omdat de zon opkomt in het oosten, en dan via het zuiden weer ondergaat in het westen, komt het zonlicht overdag vooral uit zuidelijke richting. Daardoor zal de reflectie dus het hele jaar door omhoog en naar het noorden zijn gericht. Zon op hoogste punt (zomer)
reflectierichting (zomer)
Zon op laagste punt
reflectierichting (winter)
reflectie
(winter)
'door het jaar heen
y
Figuur 30: Lichtw eer kaats ing op zonnepanelen
Technisch Er is met de huidige generaties zonnepanelen niet echt sprake meer van reflectie. Zonnepanelen nemen zoveel mogelijk (meer dan 950Zo) van het invallende zonlicht op, om dit te kunnen omzetten in energie. Weerkaatst zonlicht zou ten koste gaan van de productie en wordt dus op alle mogelijke manieren voorkomen. Hiervoor zorgt allereerst een antireflectie coating op het bovenglas dat door een chemisch proces met het glas wordt 'versmolten' en daardoor even lang meegaat als het glas zelf. Daarnaast is er een bewerking aan de binnenzijde van het bovenglas, dat een beetje hetzelfde effect oplevert als een doorkijkspiegel: het licht kan er in één richting vrij doorheen, maar als het wordt teruggekaatst (door de fotocellen) kan het er niet meer uit. Een modern zonnepaneel reflecteert dan ook nog minder dan een mat tv- of laptopscherm en verstrooit bovendien het kleine beetje weerkaatste licht, waardoor er geen schittering optreedt. Ook de frames van de panelen zijn mat en schitteren niet. Verder is er ook bij neerslag of condensatie er geen schittering. De panelen worden al snel enigszins warm in de zon waardoor ochtenddauw geen kans krijgt; neervallend regenwater zal direct van de panelen afdruipen (zelfs bij motregen) en het eventuele restant zal bij een beetje zonneschijn al snel verdampen (bij bewolkt weer is er natuurlijk sowieso geen schittering).
In de praktijk Dat een zonnepark geen spiegeling oplevert is ook in de praktijk bewezen. Voor de bouw van Zonnepark Hoogveld Uden, naast luchtmachtbasis Volkel, zijn op verzoek van Defensie reflectietesten uitgevoerd. Hierbij is op zonnige dagen een groot aantal testvluchten uitgevoerd boven een proefopstelling van zonnepanelen, waarbij onder verschillende hoeken over droge en bevochtigde panelen werd gevlogen. De uitkomst van deze testen was dat er geen waarneembare reflectie werd geconstateerd voor de militaire laagvliegroute, waarna Defensie goedkeuring verleende aan de bouw van het zonnepark.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
44
Het enige zichtbare effect op zeer zonnige dagen is dat de van dichtbij donkerblauw of zwart gekleurde panelen door het kleine beetje strooilicht van een afstand van kleur veranderen en lichtgrijs lijken. Het aspect lichtreflectie speelt dus geen rol bij dit initiatief.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
45
5. Uitvoerbaarheid 5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1
Vooroverleg
Provincie Gelderland Het voeren van vooroverleg met de provincie Gelderland is, gelet op het feit dat het gaat om een lokale ontwikkeling die in overeenstemming is met provinciaal beleid, niet noodzakelijk. Echter zal eventueel vooroverleg met de provincie plaatsvinden, als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro en artikel 6.18 Bor, mocht de gemeente Beuningen dat nodig achten. Waterschap Rivierenlanden Er is inhoudelijk overleg geweest
met waterschap Rivierenlanden. Waarna
er een
aantal
verduidelijkingen en aanpassingen naar aanleiding van de betrokken watergangen aan het plan zijn gedaan. Gasunie Er is reeds overleg geweest met Gasunie, zij hebben het plan goedgekeurd en er zijn verdere afspraken gemaakt over het vervolgtraject, zie paragraaf 4.12. 5.1.2
Omgevingsdialoog en participatie
TPSolar onderhoudt communicatie met de omgeving. De landeigenaren en initiatiefnemers zijn in contact met de buren nabij het perceel aan de Schoenaker. In het kader van de maatschappelijke betrokkenheid betekent de initiatiefnemer graag wat voor de omgeving, nadere uiteenzetting hiervan is opgenomen in Bijlage I: Omgevingsdialoog en participatie Zonnepark Schoenaker, van deze toelichting. Zo is de buurt in een vroeg stadium geïnformeerd, en wordt zij tevens blijvend op de hoogte gehouden omtrent de voortgang. Daarnaast zal er een gebiedsfonds opgericht worden die voor en door de buurt besteed mag worden aan duurzaamheid gerelateerde projecten in het gebied.
5.2
Zienswijzen
De ontwerp omgevingsvergunningen ontwerpverklaring van geen bedenkingen wordt voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van deze terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.
5.3
Economische uitvoerbaarheid
In het Bro is vastgelegd dat ruimtelijke plannen economisch uitvoerbaar moeten zijn. De gemeente Beuningen zal een anterieure overeenkomst met de aanvrager sluiten, waarin wordt vastgelegd dat de kosten voor de procedure, de landschappelijke inpassing en eventuele kosten voor planschade volledig voor hun rekening komen.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
46
5.3.1
Financiering zonnepark
De initiatiefnemer heeft de te verwachten kosten en inkomsten verwerkt in een businesscase en deze is positief. Voor de realisatie van een zonnepark is in Nederland ondersteuning met SDE-subsidie noodzakelijk. Deze subsidie kan worden aangevraagd nadat de Wabo-vergunning onherroepelijk is verleend. De financiering is vooraf al geregeld, dus als de SDE-subsidie wordt toegekend, is het ook zeker dat het zonnepark gaat komen. TPSolar werkt samen met nationale en internationale investeerders om de financiering voor haar projecten rond te krijgen. Deze zorgen samen met TPSolar voor het benodigde eigen vermogen. De rest van het benodigde geld wordt bij voorkeur geleend bij een 'groene' bank (zoals Triodos Bank). Dankzij het feit dat TPSolar al meerdere parken heeft gefinancierd en er ook al drie heeft gebouwd, is het krijgen van een lening voor volgende projecten zoals het Zonnepark Schoenaker, vrij eenvoudig. De financiering wordt in 15 jaar afgelost. De inkomsten om dat te kunnen doen, bestaan uit de verkoop van elektriciteit aan een energiemaatschappij (tegen een vast tarief voor 15 jaar), en de SDE-subsidie (eveneens een vast tarief voor 15 jaar).
Doordat de hoeveelheid zon in Nederland al tientallen járen wordt gemeten, en de gebruikte panelen een constante kwaliteit en opbrengstgaranties hebben, is vooraf nauwkeurig in te schatten hoeveel energie er per jaar gemiddeld wordt opgewekt. Op die manier is er geen twijfel dat de financiering altijd kan worden afgelost.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
47
6. Conclusie De voorgaande afwegingen hebben duidelijk gemaakt dat het bouwen en 25 jaar lang exploiteren van een zonnepark op de voorgestelde projectlocatie: »
past binnen nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid;
»
past binnen de ruimtelijke structuur;
»
vanuit omgevingsaspecten geen beperkingen of belemmeringen oplevert;
»
economisch en maatschappelijk realiseerbaar is;
»
een bijdrage levert aan gemeentelijke en nationale energiedoelstellingen.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
48
7.
Bijlagen 7.1
Bijlage I: Omgevingsdialoog en participatie Zonnepark Schoenaker
7.2
Bijlage 11: Landschappelijke tekening
7.3
Bijlage III: Landschappelijk Adviesrapport, Inpassings-, Beplantings- en Beheerplan
7.4
Bijlage IV: QuickScan flora- en fauna Beuningen - Schoenaker
7.5
Bijlage V: Technische tekening
7.6
Bijlage VI: AERIUS-calculatie
7.7
Bijlage VII: Technische uitwerking landelijk hekwerk
7.8
Bijlage VIII: Technische specificaties en afmetingen TRANSFORMATORSTATION
7.9
Bijlage IX: Technische specificaties en afmetingen zonnepanelen
7.10
Bijlage X: Technische specificatie Camera
7.11
Bijlage XI: Technische tekening huidige percelen
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING | Zonnepark Schoenaker
49