CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

20 Bijlage 20: Ficary landschappelijke inpassing.pdf

Commissie Ruimte 12 januari 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen voor de aanleg van 4 zonnevelden in het buitengebied6.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Landschappelijke inpassing analyse - inrichting en beheer Beuningen - Ficarystraat

OLOfON

Door:

Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd

LabelTIEN Bosrandweg la 7722 KB Dalfsen 06 555 72 233 info@labeltien.nl www.labeltien.nl 2002643 ing. L. Grote Gansey - landschapsontwerper 20 oktober 2020

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of LabelTIEN

1.

Introductie

1.1. 1.2.

Opgave Uitgangspunten

2.

Vigerend beleid

2.1. 2.2. 2.3.

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

3.

Visie

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.

Identiteit van het verleden Landschappelijke opbouw Visie Beplanting Beheer

* 1« '

*

jms

.j a

i

7/

r f/ĝ

A

.

\ ,

afbeelding 1. Topografische ligging zonnepark contour zonneweide (rood)

1.1. Opgave TPSolar is voornemens een zonnepark te realiseren ten zuiden van de bebouwde kom van Beuningen. Het zonnepark bestaat uit een veldopstelling van zonnepanelen met bijbehorende infrastructuur. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan de duurzaamheidsdoelstellingen van gemeente Beuningen. Momenteel wordt het ontwikkelingsplan verder uitgewerkt. Onderdeel van de benodigde bescheiden vormt het landschappelijke inventarisatie en visie. LabelTIEN staat met uitgebreide kennis van actueel beleid en het landschap, waarin het zonnepark is gelegen, opdrachtgevers bij met een landschappelijke inpassing. Per definitie wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt advies gegeven, passend bij het landschap en passend binnen het beleid van gemeente en provincie. LabelTIEN varieert in het geven van aanwijzingen ten aanzien van de uitstraling van het zonnepark, tot ruimtelijke inpassing, ontwerp en beplantingsplan van een zonnepark. De kenmerken van het omliggende landschap vormt de inspiratie voor de visie en/of inpassing van een zonnepark. Hierbij gaat het om een eigentijdse invulling, passend bij nieuwe functies, rekening houdend met oorspronkelijke cultuurhistorische waarden.

1.2. Uitgangspunten Dit plan bestaat uit een plankaart van het landschap. Er wordt duidelijk gemaakt waar en hoe investeringen in het landschap vorm krijgen en hoe de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd na inpassing. Middels een korte onderbouwing op basis van een analyse van het landschap, het toetsen van beleid en het analyseren van de streekeigen kenmerken worden handvaten gepresenteerd die fungeren als leidraad voor een inpassingsplan. De visie zou moeten aansluiten op het beleid (Omgevingsvisie Gelderland - Provincie Gelderland, Landschapsontwikkelingsplan en Structuurvisie 2012 - 2020 - gemeente Beuningen) en de streekeigen kenmerken van het landschap.

.VIGEREND BELEID 2.1. Rijksbeleid De minister van Infrastructuur en Ruimte heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De visie stelt het (integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de nota staat dat de verstedelijkings- en landschapsbeleid wordt overgelaten aan gemeenten en provincies.

2.2. Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gelderland De provincie Gelderland legt in deze omgevingsvisie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid vast. De provincie kiest in de omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij de dragen aan gemeenschappelijk, maatschappelijke opgaven: » een duurzame economische structuur; » het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Natuur in Gelderland De provincie staat voor de opgave om de diversiteit van het Gelderse landschap te behouden en te versterken. Landschap is van groot belang voor Gelderland, als motor voor de vrijetijdseconomie en voor een aantrekkelijk woon-, werk- en vestigingsklimaat.

natuurlandschap te geven. In de Groene Ontwikkelingszone is het de ambitie om de natuurdoelen te verbinden met de versterking van het landschappelijke raamwerk en van de landschappelijke karakteristieken. Toename duurzame energie In Nederland is het draagvlak voor zonnepanelen groot, maar er zijn nog weinig grote zonneparkengerealiseerd. De ervaring leert dat voor het behouden van draagvlak een goed ontwerp en betrokkenheid van omwonenden van groot belang is. Bij het ontwerp dient rekening gehouden te worden met de specifieke kenmerken van de plek en de omgeving en dient een goede landschappelijke inpassing plaats te vinden. De betrokkenheid van omwonenden kan worden vergroot door het ruimtelijk ontwerp van het park te visualiseren en rekening te houden met hun wensen. Maar ook door financiële participatie van omwonenden mogelijk te maken en door te kijken of bij de aanleg ook andere wensen van omwonenden gerealiseerd kunnen worden, zoals het mogelijk maken van recreatief (mede) gebruik van het zonnepark. Het combineren van grote zonneparken met andere functies in een gebied heeft de voorkeur. Hierbij valt te denken aan een combinatie met luchthaven (zonnepanelen onder aanvliegroute vliegtuigen), defensieterreinen, stortplaatsen, wegen (eventueel op geluidsschermen), grondwaterbeschermingsgebieden en als drijvende panelen op plassen en waterbergingsgebieden.

Als uitgangspunt voor duurzame energie, heeft de provincie Gelderland een kaartbeeld opgesteld waar zonne-energie mogelijk is. Op de planlocatie is een zonnepark mogelijk, onder voorwaarden.

/y' HAREM

\

JU m

/M

Getneentf Beuntngen J

f

J

f

Actuele ontwikkelingen die sterk verweven zijn met het landschap zijn de diversificatie en schaalvergroting van de agrarische sector, transitie naar duurzame energie en de krimp in het buitengebied. Dit zijn provinciale en regionale opgaven waar de provincie met bouwmeesterschap stuurt op realiseren van kwaliteit. Waar zich kansen voordoen in het Gelders Natuurnetwerk om cultuurhistorische relicten zichtbaar te maken, is het de ambitie van de provincie die kansen te verzilveren en zo een extra dimensie aan het

afbeelding 2. Uitsnede duurzame energie bron: provincie Gelderland

IW.FN

»

canmyi ’I BERj I

» »

» IURf*H

afbeelding 3. Uitsnede landschap bron: provincie Gelderland

Landschap De provincie en haar partners streven naar de openheid van karakteristieke open landschapseenheden als kernkwaliteit te behouden. Dat zijn de grootste open gebieden in Gelderland of gebieden waar bebouwing ontbreekt en gaafheid en herkenbaarheid kenmerkend zijn. Openheid en ook het ontbreken van bebouwing is een kwetsbare kernkwaliteit, want ook kleine ingrepen kunnen de openheid al aantasten. Binnen dit waardevol open gebied is het van belang dat het landschap zijn open karakter behoudt. Voor de ontwikkeling van grote zonneparken is daarom een extra ontwerpeis van kracht; het grote zonnepark mag de openheid van het landschap niet aantasten. Rivierenland De regio Rivierenland is vormgegeven door grote rivieren en heeft een sterke oriëntatie op de omringende gebieden en steden. Het kwaliteitsdenken concentreert zich op een gezonde landelijke en groene leefomgeving, met een demografisch evenwichtige opbouw, waarin de mensen zo veel mogelijk zelfredzaam en weerbaar zijn en waarin actief en creatief wordt gewerkt aan het verder ontwikkelen van het gebied, met als pijlers: de vrijetijdseconomie, agrobusiness en logistiek.

De volgende kwaliteitsambities zijn van belang voor de regio Rivierenland: » Streven naar goede omgang met landschappelijke, cultuurhistorische en natuurkwaliteiten vanuit de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in logistiek, agrobusiness en vrijetijdseconomie, met aandacht voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie; » Positief stimuleren van ruimtelijke gevolgen van wateropgaven, zoals nu worden uitgewerkt in WaalWeelde en in het regioproces voor het Deltaprogramma; » Versterking van een samenhangende regio met geconcentreerde centrumfuncties, vitale dorpen en duurzame

land- en tuinbouwclusters; Faciliteren en positioneren van burgerparticipatie bij het leefbaar houden van kernen, met aandacht voor het voorzieningenniveau, de sociale cohesie en de ouderenzorg; Verbetering van het ondernemersklimaat voor logistieke en logistiek gerelateerde bedrijvigheid en voor vrijetijdseconomie; Streven naar een positie in de top-5 van Europese tuinbouwregio's voor fruit, door voortdurende innovaties, productontwikkeling en het vergroten van concurrentiekracht door kwaliteit en efficiëntie; Initiëren, stimuleren en faciliteren van lokale en regionale initiatieven voor de opwekking van duurzame energie en aandacht voor een duurzame A15.

2.3. Gemeentelijk beleid Landschapsontwikkelingsvisie De gemeenten Beuningen, Druten en Wijchen hebben gezamenlijk een landschapsontwikkelingsplan op laten stellen (december 2006, DLV, Brons 8i Partners). Het plan geeft inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden en keuzen in het landschap voor de komende 10 jaar. Daarnaast zijn een aantal projecten benoemd voor de komende 10 tot 15 jaar. Het LOP vormt een vervolg op en herziening van de bestaande landschapsbeleidsplannen. Het LOP geeft vanuit landschappelijk oogpunt aan welke functies in de deelgebieden gewenst zijn. Voor nieuwe ontwikkelingen en functieveranderingen geeft het LOP de landschappelijke randvoorwaarden aan. Het vormt een beleidskader om de bestaande waarden te behouden en daarnaast dient het plan als toetsingskader voor ontwikkelingen in het landschap. Het landschap van de 3 gemeenten is opgedeeld in 8 landschapstypes. Het plangebied ligt in het gebied Waalkommen.

Identiteit landscbapstypen

JūdtļVjor ŗļ

Ojtŝãn ttesirtcn

QntnffhfSft

GLMttH nflUTFN EįŕUľinņoľ GEMEENTF BEUNtNGEM ótMfcfcN I İ

fc Imogen

WllJt MS Ēstaneum,

Dteīiŕn

W fit»

SdVKlįlWl

afbeelding 4. Identiteit landschapstypen bron: Landschapsontwikkelingsvisie - Gemeente Beuningen

Voor het landschapstype Waalkommen staat centraal op het behouden van het grootschalig, samenhangend en open gebied met rationele verkaveling en groene erven in een strak ritme. Structuurvisie Groen en dynamisch De structuurvisie heeft tot doel om de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Beuningen in hoofdlijnen vast te leggen en de programmatische keuzes te onderbouwen. De structuurvisie biedt ook een duidelijk toetsingskader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente wil een groen en dynamische gemeente zijn. In essentie is het ruimtelijk beleid gericht op ruimte te geven aan dynamiek, waarbij de groene kwaliteiten van het gebied gerespecteerd worden en deze waar dat kan verwerken. Het motto 'Groen en dynamisch' is uitgewerkt in een zestal kernambities: » Beuningen: Groene flank van de stadsregio; » Beuningen: Woongemeente gedoseerde groei, oog voor kwaliteit; » Versterken en verbinden van landschappen; » Ruimte voor water en recreatie; » Toekomstige basisvoorzieningen in elke kern; » Doorstroming en oversteekbaarheid van Heemstraweg. Opgave landschap De opgave voor landschap is er één van behoud en versterking. De gemeente wil inzetten op behoud van de natuurlijke uitstraling en dynamiek van de rivier in de uiterwaarden en op behoud van het open kommenlandschap.

Vooral in het oeverwalgebied en in een aantal overgangsgebieden van bebouwing naar open gebied liggen kansen voor

versterking van het landschap. Hier liggen ook kansen voor het verbinden van de verschillende landschapstypen. Opgave milieu en duurzaamheid De opgave in gemeente Beuningen ligt in het scheppen van een goede milieu- en sociaaleconomische omgeving, die duurzaam in stand kan worden gehouden. Deze structuurvisie doet daar diverse voorstellen toe, de gemeente richt zich hier op klimaat 81 energie. Het streven is 20/4 C02 reductie en 20/4 duurzame energie in 2020 (ten opzichte van 2005). Hoofdopgave Beuningen In de kern Beuningen is de laatste járen al veel geinvesteerdgeïnvesteerd. Daardoor kent de kern Beuningen op structuurniveau momenteel een beperkt aantal opgaven. De hoofdopgaven voor Beuningen zijn: » Aandacht voor cultuurhistorie; » Versterken van de relatie met het omliggende landschap; » Gebiedsopgave Asdonck; » Herontwikkeling Hutgraaf, de vitale wijk; » Afronding van het centrum; » Evenemententerrein Beuningen. Op diverse plekken wil de gemeente de bereikbaarheid van het omliggende landschap verbeteren. Het zou een meerwaarde zijn als de A73 op meer plaatsen oversteekbaar is, waarmee het Beuningseveld en Personnenbos beter bereikbaar worden.

Structuu rvisiekűQ rt

afbeelding 5. Structuurvisiekaart bron: Gemeente Beuningen

3.1. Identiteit van het verleden De ontwikkelingslocatie ligt op de komgronden - waalkom. Deze relatief laaggelegen polder is open, grootschalig en wordt gekenmerkt door een zeer regelmatig, rationeel, rechtlijnig verkavelingspatroon. De ruimtelijke opbouw wordt bepaald door de grootschalige openheid, de smalle slagenverkaveling, waterlopen en boerderijen. De openheid is zeer kenmerkend en is het gevolg van de regelmatige overstromingen tijdens de werking van de Beerse overlaat. Sinds de overlaat buiten werking is gesteld, is de openheid in het komgebied afgenomen.

Historie Het landschap is zeer dynamisch door de vele (ruimtelijke) ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden. Deze aanpassing hangt samen met de veranderende betekenis die aan het landschap wordt toegekend. Werd tot in de járen na de Tweede Wereldoorlog het landschap met name als agrarisch productiegebied gezien, nu wordt het landschap in toenemende mate beschouwd als uitloopgebied voor de stedeling, als cultuurhistorisch erfgoed, leefgebied voor flora en fauna. Tot op heden leggen grootschalige ontwikkelingen zoals nieuwe industrieterreinen en woonwijken hun claim op het landschap. Ook door ruilverkaveling neemt de verscheidenheid in maatvoering van het landschap af. Ondanks de vele ruimtelijke ontwikkelingen, is de functie van het plangebied is daarentegen nauwelijks invloed van diverse ruimtelijke ontwikkelingen onderhevig geweest aan veranderingen. Onderstaande afbeeldingen geven in tijd de ruimtelijke ontwikkelingen neer. De oorspronkelijke openheid is tot op heden duidelijk zichtbaar in het landschapsbeeld.

Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: Het plangebied maakt onderdeel uit van het waalkom; Een regelmatige rationeel rechtlijnig verkavelingspatroon; Openheid en het oorspronkelijk karakter zichtbaar in het landschap.

í-iŵ r^fífa/ĄÄVÄť bet

. ttfitmi

jĥ'r^lwrrn

HHÇX)

ŴäİİUjS

Wmymm

ĮĮiķjfĩŢŞ

afbeelding 6. Plangebied en omgeving rond 1880

38 ľrl IţţMįirain^oļï

/..rt., I

iĚ'jMSJ/íít

afbeelding 7. Plangebied en omgeving rond 1950

L a míf w

; -ís

:'“W s,

*

«2^

-

** -V",

Beuni'nġen

n

.

/'Beunìríg'i

WhäSi

Beunţngėrí

mä» ÃÎpļÇ1

yîļ-r-—ŗį.

-ŵş i

■"■■■- l.í.'-*- ~

afbeelding 8. Plangebied en omgeving anno nu

3.2. Landschappelijke opbouw

afbeelding 9. Landschapstype

afbeelding 10. Zichtbaarheid

afbeelding 11. AHN

Landschapstype

Zichtbaarheid

Hoogteverschillen

Door de ontginningswijze is een kenmerkende verkavelingspatroon ontstaan: de strokenverkaveling. Dit is kenmerkend voor de waalkommen. Het landschap is open en rationeel verkaveld.

De zichtbaarheid van het zonnepark wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ligging van de openbare weg. Over het algemeen geldt dat het gehele plangebied, al met mindere mate vanaf de noordzijde, zichtbaar is vanaf de openbare wegen.

In het plangebied zijn geen benoemingswaardige grote hoogteverschillen waarneembaar. De hoogtepeilen variëren van 6.46 tot 6.71m NAP.

Enkele bebouwingsenclaves liggen verspreid in het gebied. Het betreft met name agrarisch gerelateerde bebouwing. De zichtbaarheid op het zonnepark wordt enigzins beperkt door de plaatsing van de boerenbedrijven met haar opstallen in het landschap.

3.3. Visie In het voorgaande hoofdstuk zijn de randvoorwaarden vanuit het overheidsbeleid in beeld gebracht. Vanuit de analyse en ontstaansgeschiedenis van het plangebied worden de gebiedswensen weergegeven. Het beleidskader en de gebiedswensen samen leveren een ambitierichting voor het plangebied. In de visie worden deze elementen verbeeld en verwoord. De ambitie is verwerkt in een set van aanbevelingen voor de ontwikkelingsvisie. Algemeen: » Draag bij aan een goede overgang naar het omliggende landschap; » Het zonnepark dient bij voorkeur uitgevoerd moeten worden als een aaneengesloten ontwikkeling. Hierdoor blijft het herkenbaar als een grootschalig project voor duurzame energie. Meerdere kleine veldjes zou de uitstraling van wildgroei en verrommeling van het gebied met zich meebrengen. Bestaande waarden: » Behoud en versterk bestaande karakteristieken/kwaliteiten van het open waalkommen; » Versterk kwaliteiten die bijdragen aan de (bio)diversiteit; » Behoud van de overheersende slagenverkavelrichting, de hoogteverschillen/lijnen; » Integreer bestaande natuurwaarden in het plan met gebiedseigen natuurdoeltypen; » Behoud de iconen in en rondom het plangebied; » Bestaande maaiveldhoogtes blijven gerespecteerd; » Behoud van het functionerende watersysteem.

Ontwikkel het landschap: Inrichtingselementen » Ten aanzien van de inrichtingselementen, hekwerken en infrastructuren is het kleurgebruik ingetogen en sober, materiaalgebruik is afgestemd op, maar altijd ondergeschikt aan de omgeving. In nader overleg met de welstand zal het materiaal- en kleurgebruik worden vastgesteld; » Paneeloppervlakte vanuit de lucht mag niet een te grote vlek vormen. Als het mogelijk is zou het de voorkeur hebben om de donkere vlakken van de panelen visueel te onderbreken; » Hekwerk en poorten dienen zoveel mogelijk vrij te blijven van borden; » Onderzoek of er mogelijkheden bestaan om (deels) geen hekwerk te plaatsen en de functie overgenomen kan worden door aanwezige landschappelijke elementen; » Onderzoek of er mogelijkheden bestaan om de hoogte van de panelen af te stemmen op het open landschap, zonder verlies van combinatiegebruik.

Landschap » Versterken en eventueel aanvullen van bestaande karakteristieken/kwaliteiten van het waalkommen; » De aanwezige landschappelijke (kenmerkende) elementen en de ruimtelijke structuren zijn het uitgangspunt voor de inrichting; » Pas gebiedseigen (erf)beplanting toe passend bij het landschap. Al dient het landschap zoveel mogelijk open te blijven; de kernkwaliteit respecteren; » Ontwikkel nieuwe natuurwaarden met gebiedseigen natuurdoeltypen, het habitat al dan niet vergroten van de gebiedseigen natuurdoeltypen. Uitgangspunt vormt de quickscan flora en fauna; » Onderzoek of kansen bestaat tot lokale natuurontwikkeling nabij Oude Wetering; » Randen van het park en tussen de panelen inzaaien met een lokaal passende bloemzadenmengsel, akkermengsel; » Het vergroten van het leefgebied van de Patrijs. » Onderzoek of een combinatie van functies mogelijk is. Te denken valt aan agrarische en/of recreatieve functies. Creëer mogelijkheden voor combinatiegebruik/dubbele functie.

m bi.

D

Ä*«

I

CĽ

I— ul yOĹ c O

OPDRACHTGEVER TPSolar Melbournestraat 9 1175 RM Lijnden info (STPSolar.nl

û:

o M

GETEKEND DOOR L. Grote Gansey

hL*

B rtdlt dčfìÇJ

Bloemrijk grasland '

Zonneweide

Weide

Bloemrijke vegetatit

Zonneweide,

9.50 tot werkgrent Profiel

Profiel B-B' 1,65 tot kavelgrent

V' '

Struweel rr bomen

Zonneweide

Zonneweide

~ í 9i

^ 7.1

Struweel. .1300.

Profiel C-C’

.Zonneweide,

Breedte divers tot kavelgrent

diverse breedte tot kavelgrent

Bloem

L^water

.Zonneweide, Bloemrijk

ifi'el ETE'

.150^1 OPDRACHTGEVER TPSolar Melbournestraat 9 1175 RM Lijnden inío@TPSolarnl

PROJECTNAAM

Kever

PVoftd F-F*

i Wetering A-watergang 27 00, «11.25 tot Oude Wetering

GETEKEND DOOR

Landschappelijke inrichting Schaal van het landschap Het zonnepark aan de Ficarystraat ligt in het open landschap van Beuningen. De openheid is een kwaliteit. Daarom zal de ontwikkeling van het zonnepark een zo laag mogelijke impact op de openheid van het landschap nastreven. De Oude Wetering grenst ten noorden aan het plangebied. Deze Wetering biedt kansen voor natuurontwikkeling. De precieze vormgeving van dit gebied zal in samenspraak met het Waterschap later in het planproces worden bepaald. Dit hangt onder meer af van de gewenste uitgangspunt om het gebied in te richten voor natte natuur die mogelijk aansluiten op de (water)opgaven die spelen rondom de Oude Wetering. Indien natte natuur niet mogelijk is, liggen er kansen om de oevers van de onderliggende watergang te verbeteren. Daarnaast vinden in deze zone ontwikkelingen plaats die ten goede komt aan de Patrijs.

rietkragen lijken met name een kansrijke bouwsteen voor de inpassing van de relatief lage zonnevelden. Zij ontnemen niet het zicht op het zonneveld maar filteren wel het zicht op deze velden, zij brengen als het ware een vitrage om de zonnevelden aan. Vergroten biodiversiteit en natuurwaarde Door de ontwikkeling van het zonnepark blijft de waterafvoer rondom het park intact. Op het zonnepark zelf wordt het hemelwater zo lang mogelijk vastgehouden. Door mogelijke natte natuurontwikkeling langs de Oude Wetering wordt het plangebied vernet. Dit draagt eveneens bij aan het vasthouden van water binnen het plangebied. Onder en tussen de panelenzal een variatie aan drogere en nattere delen ontstaan. Dit microgradient is interessant voor verschillende soorten vegetatie, insecten en patrijzen. Daarmee draagt het vasthouden van het water ook bij aan de biodiversiteit.

Patrijzen blijven het hele jaar door in hetzelfde gebied. Het is daarom van belang de juiste samenhang tussen de verschillende maatregelen binnen het leefgebied van de patrijs te treffen. Door deze aanpak in het plangebied toe te passen kunnen patrijzenpopulaties zich herstellen. Patrijzen nestelen bij voorkeur onder dekking van ruige grasachtige vegetaties. Bijvoorbeeld langs hagen en in sloottaluds, bermen en overhoekjes. In het plangebied en in de zone voor natuurontwikkeling worden meerdere keverbanken, bloemenblokken en patrijzenhagen aangelegd. Als het met patrijzen goed gaat, dan profiteert andere natuur in deze gebieden daarvan mee. Denk aan zoogdieren zoals de haas, vogels zoals de veldleeuwerik en aan insecten, bijen en vlinders. Door ruimte te geven aan natuurontwikkeling levert het zonnepark een bredere bijdrage aan een duurzaam landschap. Schaal van de directe omgeving Er wordt een landschappelijke ingreep gedaan om te voorkomen dat vanaf de Ficarystraat en enkele aangrenzende omwonenden het zonnepark kunnen ervaren. Gezien de openheid van het landschap is daarom gekozen om de panelen niet hoger dan 1,50 m (inclusief constructie) boven maaiveld uit te laten komen. Aan de zuidzijde ligt het zonnepark op circa 130 meter vanaf de openbare weg. Op de overgang van het zonnepark en grasland ligt een bloemrijke ruigte buffer van 10 meter breed.

Langs de watergangen worden rietbermen ontwikkeld. Deze voegen extra kleur, tekening en seizoensdynamiek aan het landschap toe. Daarbij versterken zij de milieudiversiteit. Deze

Door ruimte te geven aan natuurontwikkeling levert het zonnepark een bredere bijdrage aan een duurzaam landschap.

w*m afbeelding 14. Artist impression vanaf zuid-oostzijde Ficarystraat 1

9

■Ń '«Vhi. ■r,

., ^É^rtíĶ». . '’ f

. Vi.'u :.r« r‘.ļ

r

’ 'cv

:,-«ľ ļ

«ţ ss *ľä..* •w»s ” '^ťWļĩiŕi.-r-.;

;^...

j4 ..

\;

■V

- \V '.-. «

:VKĨ. ,v..

-;wí: . 1

iB ;

?6;

. ii ċt*

'.■■'■.■v'k/'ĩü ŴT«V;

vï. fé'

;«ìé

v**.

ĥ.v ŕ

•\*Á- v v

•- :.v

afbeelding 15. Artist impression vanaf zuidzijde Ficarystraat 3

KSPR r

lí

' .V . «ï: ''CÍI c'Kr^ J^L

.

-

ViV^ r:'vA 'KêĽ VÍ

&Ŵ/-;

'Ċ'.ví - ii 1

ļv íŵį

^K-ťţ

!

m

.:"

,\KìF

i

ĩ// 1’\

___ 1 .

Ŵ^Tu^vĄV , .

.‘

'l Aİ

I

ť.' »i*ţ«į, -.,,

».-‘r'V-i; .r gjįįţ^ „v.

v.

m mm

älí á í. j

1 ļïř-íį.v'

___

'wS. -

v

3.4. Beplantingsplan Plantvak A Plantvak A ligt langs de oost- en zuidzijde van het perceel. De groenstrook heeft een minimale breedte van 5 ml uitlopend naar 15 ml. Hierdoor voorziet deze in een goede inpassing gezien vanaf de Ficarystraat. Tevens zorgt deze breedte in combinatie met de reeds bestaande houtsingel voor voldoende volume om te kunnen dienen voor het verblijf van vogels en als transportroute voor kleinwild. De toepassing van verschillende soorten beplanting die zowel bes- als nootdragend zijn, maakt deze strook uitermate geschikt als foerageergebied.

Vak

Lat. Naam

Ned. Naam

Procent

Plantafstand

Plantmaat

Eindhoogte

Verband

Aantal

Alnus glutinosa

Zwarte els

100oZo

ca. 8 m h.o.h.

10-12.

ca. 20 m

Lijnverband

30

Alnus glutinosa

Zwarte els

10

1.25x1.25 m

80-100 1+1

ca. 20 m

Verschoven, in groepen van 5

280

Prunus avium

Zoete kers

10

1.25x1.25 m

60-100 1+2

ca. 15 m

Verschoven, in groepen van 5

280

Prunus padus

Gewone vogelkers

10

1.25x1.25 m

80-100 1+2

ca. 12 m

Verschoven, in groepen van 5

280

Salix cinerea

Grauwe wilg

10

1.25x1.25 m

80-120 1+1

ca. 8 m

Verschoven, in groepen van 5

280

Tilia cordata

Winterlinde

10

1.25x1.25 m

80-100 1+2

ca. 25 m

Verschoven, in groepen van 5

280

Corylus avellana

Hazelaar

10

1.25x1.25 m

100-120 1+1

ca. 4 m

Verschoven, in groepen van 7

280

Crataegus monogyna

Eenstijlige meidoorn

15

1.25x1.25 m

40-60 1+1

ca. 1 m

Verschoven, in groepen van 7

420

Euronymus europaeus

Kardinaalsmuts

15

1.25x1.25 m

80-100 1+1

ca. 5 m

Verschoven, in groepen van 7

420

Viburnum opulus

Gelderse roos

10

1.25x1.25 m

80-100 1+1

ca. 4 m

Verschoven, in groepen van 7

280

HOUTSINGEL

Plantvak B Plantvak B ligt langs de noord- en westzijde van het perceel. Tevens staat een patrijzenhaag in het plangebied. Dit betreft de patrijzenhaag. De patrijzenhagen hebben takken die als een paraplu boven de grond hagen, waardoor ze veel dekking en nestgelegenheid voor patrijzen bieeden. Ook de ruige grasstroken aan weerszijden aan de noordzijde van de haag bieden dekking en nestgelegenheid. De bloeiende en besdragende struiken en kruiden trekken ook tal van andere vogelsoorten aan. Ook lokken ze bijen, vlinders en allerlei nuttige insecten die kunnen bijdragen aan bestuiving. Vanwege de ligging van de panelen aan de noordzijde biedt de patrijzen voldoende afscherming om het zicht te beperken van de passanten van de Ficarystraat.

Vak

Lat. Naam

Ned. Naam

Procent

Plantafstand

Plantmaat

Eindhoogte

Verband

Aantal

Acer campestre

Veldesdoorn

10

4 per meter

80-100 1+1

ca. 2 m

Lijnverband

260

Cornus sanguinea

Kornoelje

10

4 per meter

80-100 1+1

ca. 2 m

Lijnverband

260

Crataegus monogyna

Eenstijlige meidoorn

30

4 per meter

80-100 1+1

ca. 2 m

Lijnverband

780

Ligustrum vulgare

Liguster

20

4 per meter

60-80 1+1

ca. 2 m

Lijnverband

520

Mespilus germanica

Mispel

5

4 per meter

60-80 1+1

ca. 2 m

Lijnverband

130

Prunus spinosa

Sleedoorn

15

4 per meter

100-120 1+1

ca. 2 m

Lijnverband

390

Rosa arvensis

Bosroos

10

4 per meter

40-60 1+1

ca. 1 m

Lijnverband

260

PATRIJZENHAAG

Plantvak C Plantvak C betreft de keverbanken. Een keverbank is een verhoogde strook (akker)land begroeid met ruige grassen en kruiden. Deze strook ligt een kleine 70 cm hoger dan de omliggende grond en is minimaal 2 meter breed. Dor de verhoogde ligging is een keverbank warmer en droger dan het omringende (akker)land, waardoor insecten zoals loopkevers zich er thuis voelen. Voor de patrijs beidt een keverbank warmte, dekking, insecten als voedsel voor de kuikens en een veilige plek om te nestelen. De keverbank wordt met een specifieke zaadmengsel ingezaaid. Met een zaaidichtheid van 12,5 kilo per hectare.

Vak

Lat. Naam

Ned. Naam

Procent

KEVERBANKEN

Plantafstand 12,5 k/ha

Achillea millefolium

Duizendblad

1,5

Cenaureajaca

Knoopskruid

1,4

Dactylis glomerata

kropaar

12

Deschapsia cespitosa

Ruwe smele

1,4

Eupatorium cannabinum

Koninginnekruid

1,4

Festuca pratensis

Ruwbeemdgras

1,5

Festuca rubra

Roodzwenkgras

20

Lotus corniculatus

Rolklaver

1,5

Medicago sativa

Luzerne

1,4

Pastinaca sativa

Pastinaak

1,4

Phleum pratense ssp pratense

Timpthee

36

Poa trivialis

Beemdlangbloem

12

Prunella vulgaris

Gewone brunelk

1,4

Raphanus sativus

Bladrammenas

1,4

Rumex acetosella

Schapenzuring

1,5

Plantmaat

Eindhoogte

Verband

Aantal 0,85 kg

Plantvak D Plantvak D betreft de bloemenblokken. Bloemenblokken bieden een veilige broedgelegenheid en voedsel voor de kuikens. In de eerste twee weken van hun leven eten patrijzenkuikens en jongen van andere boerenlandvogels voornamelijk insecten. Dit eiwitrijke voedsel is essentieel voor hun groei. Bloemenblokken met een grote variatie aan bloeiende kruiden trekken grote aantallen insecten aan. Daarnaast is er volop zaad te vinden in de herfst en winter en bladgroein aan het einde van de winter als de kruiden op raken. Bovendien biedt de begroeiing dekking tegen predatoren en slechte weersomstandigheden.

Vak

Lat. Naam

Ned. Naam

Procent

BLOEMENBLOKKEN Avena sativa

Haver

8

Brassica oleracea

Bladkool

7

Cichorium intybus

Chicorei

6

Dipsacus fullonum

Grote kaardebol

7

Fagopyrum esculentum

Boekweit

20

Helianthus annuus

Zonnebloem

8

Linum usitatissimum

Vlas

19

Medicago sativa

Medicago sativa

4

Melilotus officinalis

Honingklaver

5

Raphanus sativus

Bladrammenas

8

Plantafstand

Plantmaat

Eindhoogte

Verband

Aantal

Zaaidichtheid 7 kilo per hectare

3,40 kg

Plantvak E Plantvak E ligt ten zuiden van het zonnepark op de overgang van zonnepark - openbare ruimte (Ficarystraat) en waterafvoersloten. Naast de reeds aanwezige waterafvoersloten wordt een strook ingezaaid ingezaaid met een wilde bloemen grasmengsel t.b.v. bijen, andere insecten en fauna. Langs de sloten is ruimte voor (semi-) aquatische beplanting. Dit zijn bloemrijke extensief beheerde vegetaties langs waterkanten. Het betreft de vegetatie op het droge talud. Door de aanwezige gradiënten - nat/droog en zon/schaduw - kan zich hier een bloemrijke droge oever ontwikkelen met een hoog soortenrijkdom Het inzaaien van oeverplanten en het aanplanten van waterplanteblijkt in de praktijk weinig succesvol te zijn. Dit resulteert dan ook in de voorkeur voor een spontane ontwikkeling van oevervegetatie en waterplanten .

Vak

Lat. Naam

Ned. Naam

Procent

Plantafstand

zaden

150 gr/1 are

Plantmaat

Eindhoogte

Verband

Aantal

100-120

Evenredig verspreid

7,8 kg

OVERIG Wildbloem/grasmengsel

De kruidenmengsel is een breed inzetbaar bloemenmengsel voor bloemrijk grasland. Dit mengsel heeft een ingetogen karakter en is zeer aantrekkelijk voor bijen, vlinders en vogels. Een bloemrijk resultaat kan vanaf het tweede of derde jaar verwacht worden. Soorten in mengsel: Achillea millefolium - Barbarea vulgaris - Centaurea jacea - Crepis biennis - Daucus carota - Echium vulgare - Erodium cicutarium - Galium mollugo - Hieracium laevigatum - Hieracium umbellatum - Hypericum perforatum - Hypochaeris radicata - Jasione montana - Leontodon autumnalis - Leucanthemum vulgare - Luzula campestris - Malva moschata - Oenothera biennis - Plantago lanceolata - Prunella vulgaris - Ranunculus acris - Rhinanthus minor - Silene dioica - Tragopogon pratensis subsp. pratensis - Trifolium arvense

3.5. Beheer 3.5.1. Introductie TPSolar draagt verantwoordelijkheid voor haar zonneparken, zowel voor de technische installatie als de groene inrichting. In het beheerplan is beschreven welke maatregelen voor onderhoud in de komende járen worden uitgevoerd. Dit beheerplan vormt de basis voor langdurige afspraken - over de werkprocessen - voor het beheer en onderhoud van het zonnepark. Het geeft niet alleen de beheerders, maar ook de gemeente, buurtbewoners en TPSolar helderheid over het te plegen niveau van onderhoud. Het doel is daarnaast te voorkomen dat tussentijdse inzichten, ad-hoc afspraken en kortzichtig beheer regeren. Dit beheerplan omvat de beheerelementen die tot het groen behoren, behorend tot het zonnepark.

3.5.2. Jaarlijks onderhoud Beheerelementen Om tot een werkbaar beheermodel te komen, is het groen opgedeeld in beheerelementen. TPSolar kent 6 beheerelementen. Voor elk beheerelement wordt in de volgende paragraven het door TPSolar uit te voeren beheer en onderhoud beschreven. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende kenmerken. Definitie Voor elk beheerelement is beschreven welk groen hiertoe behoort. Doel en visie Hierin wordt de gewenste visie op het eindbeeld besproken. Jaarlijks onderhoud Hier worden puntsgewijs de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen genoemd. Er is sprake van jaarlijks en groot onderhoud. Het groot onderhoud wordt periodiek uitgevoerd. Door het groot onderhoud gefaseerd uit te voeren, is het onderdeel gemaakt van de jaarlijkse cyclus en zo van het jaarlijks onderhoud. Per beheerelement worden indien aanwezig nog specifieke aandachtspunten beschreven. Indien sprake is van inspectie dan wordt dit ook beschreven. Alle onderhoudsmaatregelen zijn erop gericht het gewenste eindbeeld te realiseren.

HOUTSINCEL - BOSSCHAGE Definitie Een houtsingel is een lijnvormige beplanting van verschillende soorten inheemse bomen en struiken. Houtsingels zijn waardevol voor de natuur. De breedte en de lengte maar ook de opbouw in lagen van een houtsingel zijn sterk bepalend voor de aanwezige natuurwaarden. Een combinatie van een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag is het meest ideaal. Het bestaat voornamelijk uit bes- en doorndragende inheemse struiken, die voedsel en bescherming bieden.

Doel en visie Door variatie in het landschap ontstaat een ideale situatie voor flora en fauna. Idealiter is hier sprake van een goede horizontale opbouw van het plantsoen. Deze horizontale opbouw kenmerkt zich als een overgang van mantel naar kern. In de mantel bevindt zich de heestervormende soorten. In de kern bevindt zich de boomlaag. Hier is de verticale opbouw waarneembaar. Het geheel bestaat uit een goed ontwikkelde boom- en struiklaag. Het doel is variatie in de vorm en gelaagdheid van het plantsoen te creëren. Zo kunnen er inhammen ontstaan, plekken met meer licht, etc. Een aandachtspunt bij vervanging is het gebruik van inheems en gebiedseigen materiaal. De soorten dienen bij te dragen op het overleven van soorten zoals vlinders en bijen in de natuur. Oppervlakte 3480 m2

Jaarlijks onderhoud Het beheer van de horizontale laag verschilt. Voor het onderhoud wordt onderscheid gemaakt tussen de mantelzone en de kernzone. » Mantal lx per 4 jaar afzetten van een groep aanplant. Altijd 20/4 van deze groep laten staan; » Bij voorkeur de aangeplante zwarte eisen ongemoeid laten en zonodig rondom de els dunnen; » Alleen selectief snoeien en kappen. Gefaseerd werken, kleinschalig werken heeft de voorkeur; » Bij grote hoeveelheden snoeiafval is het mogelijk een houtril aan te brengen.

Werkpakket jaarlijks onderhoud

Bewerking

Frequentie per jaar 1

Zomersnoeí randen Onkruid maaien met bosmaaïer

50^ 2514

1

Inboet

m

1

Papier en afval ruimen

1ũũũZū

1

Dunnen plantsoen

1

PAT RIJZENHAAG Definitie Een patrijzenhaag is een lijnvormige beplanting van verschillende soorten inheemse struiken. Het bestaat voornamelijk uit bes- en doorndragende inheemse struiken, die voedsel en bescherming bieden.

Doel en visie Het ontwikkelen van een patrijzenhaag is de ideale manier om op een eenvoudige manier de biodiversiteit te verhogen. Er zijn snel allerlei soorten dieren te verwachten die er gebruik van maken.

Jaarlijks onderhoud Het beheer van de horizontale laag verschilt. Voor het onderhoud wordt onderscheid gemaakt tussen de mantelzone en de kernzone. » De eerste 2 jaar na aanplant moet de ondergroei van graskruiden gemaaid worden om verstikking van jonge struiken te voorkomen; » Vanaf het derde jaar wordt onder de haag niet meer gemaaid of geklepeld om een ruige begroeiing van gras en kruiden te laten ontstaan » Vanaf jaar 4 mag cyclisch worden gesnoeid; » Als de haag groter wordt dan 2 meter, mag deze worden teruggezet naar een tot anderhalve meter hoogte; » Bij grote hoeveelheden snoeiafval is het mogelijk een houtril aan te brengen. Oppervlakte 915 ml

Werkpakket jaarlijks onderhoud

Bewerking

Frequentie per jaar 1

Zomersnoeí randen Onkruid tnaaîen met bosmaaïer

5ŪŴ

1

Inboet

m

1

Papier en afval ruimen

1ũũũZū

1

Dunnen plantsoen

1

KEVERBANKEN Definitie Een keverbank is een verhoogde strook (akker)land begroeid met ruige grassen en kruiden. Deze strook ligt een kleine 70 cm hoger dan de omliggende grond en is minimaal 2 meter breed. Dor de verhoogde ligging is een keverbank warmer en droger dan het omringende (akker) land, waardoor insecten zoals loopkevers zich er thuis voelen. Voor de patrijs beidt een keverbank warmte, dekking, insecten als voedsel voor de kuikens en een veilige plek om te nestelen.

Doel en visie De keverbanken hebben veel waarde voor TPSolar en de biodiversiteit. De kleurenpracht zorgt in het voorjaar en zomer voor een belangrijke beleefwaarde. Daarnaast heeft het een ecologische waarde. Het doel is het stimuleren van bloemrijke kruidensoorten, voor het belang van vlinders, bijen en andere fauna.

Jaarlijks onderhoud Het ontwikkelen en in stand houden van de keverbanken kent een aantal aandachtspunten: » Het is de bedoeling dat er op de keverbank een ruige, grasachtige begroeiing ontstaat. Bemesting, onkruidbestrijding en andere gewasbescherming zijn ongewenst; » In het eerste jaar na inzaaien moet de keverbank een of twee maal worden gemaaid om niet-ingezaaide onkruiden te onderdrukken. Indien nodig kunnen probleemonkruiden pleksgewijs bestreden worden; » Daarna is het ingezaaide mengsel meestal goed ontwikkeld en moet de keverbank juist niet meer gemaaid worden; » De onbegroeide strook naast de keverbank dient jaarlijks een of twee maal met een frees of eg weer kaal worden gemaakt.

Oppervlakte: 660 m2 Werkpakket jaarlijks onderhoud

Bewerking Papier en afval prikken Maaien (met maaier of schapen)

Frequentie per jaar 3

90fā

2

IO^ū

2

1ŪŨ9& 50^

2

Maaisel verzamelen en op hoop zetten Ruimen en afvoeren gras

lŨOţā

2

Maaien gras met bosmaaier Maaien gras met bosmaaier rond obstakels

2

BLOEMENBLOKKEN Definitie Bloemrijk grasland betreft de grotere graslanden met een kruidachtige begroeiing en een hoge soortenrijkdom.

Doel en visie Bloemrijke graslanden hebben veel waarde voor TPSolar en de biodiversiteit. De kleurenpracht zorgt in het voorjaar en zomer voor een belangrijke beleefwaarde. Daarnaast heeft het een ecologische waarde. Het doel is het stimuleren van bloemrijke kruidensoorten, voor het belang van vlinders, bijen en andere fauna. Het is gewenst een zo lang mogelijk bloeiperiode na te streven.

Jaarlijks onderhoud De bloemrijke graslanden worden op natuurlijke wijze door middel van schapenbegrazing onderhouden, indien benodigd wordt het gemaaid. Middels de schapenbegrazing wordt een natuurlijke verspreiding van soorten bewerkstelligd. Het ontwikkelen en in stand houden van bloemrijk grasland kent een aantal aandachtspunten: » Het voorkomen van grassen. Grassen hebben een grotere concurrentiekracht; » Het tijdstip van maaien/grazen heeft invloed op de momenten van bloei; » Volg elk jaar hetzelfde maairegime en dezelfde route » Al het maaisel moet worden afgevoerd om verschraling te bewerkstelligen; » Behoud voortplanting en ontwikkeling van flora en fauna » Grassen maaien/begrazen in de bloeiperiode, zodat zij zich minder goed kunnen voortplanten; » Bloemrijke kruiden maaien na de zaadperiode, zodat zij zich goed kunnen voortplanten; » Laat jaarlijks J.0% in de winter van de bloemrijke kruiden staan voor insecten e.d. » Door het extensief schapenbegrazing ontstaat ruimte voor ontwikkeling van ruigteplekken en vestiging van enkele pionierssoorten, dit mag niet meer dan 596 van de gehele oppervlakte zijn.

Oppervlakte: 4820 m2 Werkpakket jaarlijks onderhoud

Bewerking Papier en afval prikken Maaien (met maaier of schapen) Maaien gras met bosmaaier Maaien gras met bosmaaier rond obstakels Maaisel verzamelen en op hoop zetten Ruimen en afvoeren gras

Frequentie per jaar

33īá

3

9096 fa.0%

2

lŪŨŖÊi

2

50^ hjM-%

2

2

2

BLOEMRIJK GRASLAND Definitie Bloemrijk grasland betreft de grotere graslanden met een kruidachtige begroeiing en een hoge soortenrijkdom.

Doel en visie Bloemrijke graslanden hebben veel waarde voor TPSolar en de biodiversiteit. De kleurenpracht zorgt in het voorjaar en zomer voor een belangrijke beleefwaarde. Daarnaast heeft het een ecologische waarde. Het doel is het stimuleren van bloemrijke kruidensoorten, voor het belang van vlinders, bijen en andere fauna. Het is gewenst een zo lang mogelijk bloeiperiode na te streven.

Jaarlijks onderhoud De bloemrijke graslanden worden op natuurlijke wijze door middel van schapenbegrazing onderhouden, indien benodigd wordt het gemaaid. Middels de schapenbegrazing wordt een natuurlijke verspreiding van soorten bewerkstelligd. Het ontwikkelen en in stand houden van bloemrijk grasland kent een aantal aandachtspunten: » Het voorkomen van grassen. Grassen hebben een grotere concurrentiekracht; » Het tijdstip van maaien/grazen heeft invloed op de momenten van bloei; » Volg elk jaar hetzelfde maairegime en dezelfde route » Al het maaisel moet worden afgevoerd om verschraling te bewerkstelligen; » Behoud voortplanting en ontwikkeling van flora en fauna » Grassen maaien/begrazen in de bloeiperiode, zodat zij zich minder goed kunnen voortplanten; » Bloemrijke kruiden maaien na de zaadperiode, zodat zij zich goed kunnen voortplanten; » Laat jaarlijks J.0% in de winter van de bloemrijke kruiden staan voor insecten e.d. » Door het extensief schapenbegrazing ontstaat ruimte voor ontwikkeling van ruigteplekken en vestiging van enkele pionierssoorten, dit mag niet meer dan 596 van de gehele oppervlakte zijn.

Oppervlakte: 52 are Werkpakket jaarlijks onderhoud

Bewerking Papier en afval prikken Maaien (met maaier of schapen) Maaien gras met bosmaaier Maaien gras met bosmaaier rond obstakels Maaisel verzamelen en op hoop zetten Ruimen en afvoeren gras

Frequentie per jaar

33īá

3

9096 fa.0%

2

lŪŨŖÊi

2

50^ hjM-%

2

2

2

BLOEMRIJKE (DROGE) OEVERS Definitie Dit zijn bloemrijke extensief beheerde vegetaties langs waterkanten. Het betreft de vegetatie op het droge talud. Door de aanwezige gradiënten - nat/droog en zon/schaduw - kan zich hier een bloemrijke droge oever ontwikkelen met een hoog soortenrijkdom

Doel en visie Bloemrijke droge oevers worden onderhouden met een ecologische doelstelling. Doordat de droge oevers niet worden betreden, bieden zij een goede mogelijkheid voor de ontwikkeling van een hoog soortenrijkdom. Een hoge soortenrijkdom (biodiversiteit) vormt een voedselbron en voorplantingsgelegenheden aan tal van insecten.

Jaarlijks onderhoud Het ontwikkelen of in stand houden van bloemrijk taluds kent een aantal regels: » Teveel riet is ongewenst » Gebiedseigen grassoorten zijn gewenst i.v.m. vereiste draagkracht zode voor beheer en het leveren van bijdrage aan ecologie » Zaad valt voornamelijk in de zomermaanden juni en juli

Werkpakket jaarlijks onderhoud

Bewerking Papier en afval prikken Maaien (met maaier of schapen) Maaien gras met bosmaaier Maaien gras met bosmaaier rond obstakels

3 90fā fa.0%

2

1ŪŨ9&

2

IV"aaiseJ verzamelen en op hoop zetten Ruimen en afvoeren gras

Frequentie per jaar

2 2

10Q?’ĥ

2

------------------

Ŵ ------------------

LABELTIEN TUIN 8t LANDSCHAP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=9166325d-4cfd-4a65-948c-d348e053e096