CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

1C Uitgangspunten Regionale Woonzorgvisie Groene Metropoolregio

Informatiebijeenkomst 12 maart 2024, gemeente BeuningenBij agendapunt: Woon/Zorg visie (20:45 - 21:45 uur)1.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten regionale woonzorgvisie Groene Metropoolregio Vertrekpunt Woondeal De Groene Metropoolregio is één van de koplopers in het kader van het programma Een thuis voor iedereen. Dit betekent dat zij vooroploopt als het gaat om het maken van een regionale woonzorgvisie en regionale afstemming over de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen. De regionale woonzorgvisie is verankerd in afspraak 14 van de woondeal 2.01. Daarin zijn afspraken gemaakt over het huisvesten van aandachtsgroepen en is ingestemd met een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. In het kader van de koploperregio werken gemeenten, samen met woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en bewonersorganisaties de regionale woonzorgvisie uit. Regionale Woonzorgvisie Als regiogemeenten binnen de Groene Metropoolregio willen we mensen, die zich in een kwetsbare positie bevinden of een specifieke huisvestingsvraag hebben, een thuis bieden. Hiervoor is naast een woning soms ook zorg of begeleiding nodig. Dit is een uitdaging vanwege krapte op de woningmarkt, krapte qua zorgpersoneel en een toename van de doelgroepen. Gemeenten en corporaties maken keuzes over hoe zij kwetsbare inwoners huisvesten en ondersteunen. Het beleid van de ene gemeente heeft echter invloed op andere gemeenten in de omgeving.

Ook zien we dat bepaalde voorzieningen niet goed lokaal georganiseerd kunnen worden, bijvoorbeeld specialistisch aanbod van een regionale zorgpartner of geclusterde woningen voor specifieke behoeften. Het is belangrijk dat we hierover als gemeenten in de regio, samen met betrokken partners, afspraken maken. Hiervoor stellen we een regionale woonzorgvisie op. In de regionale woonzorgvisie formuleren we uitgangspunten en leidende principes die gemeenten vertalen naar lokale keuzes of beleid. In elk geval komen aan de orde: • Een evenwichtige verdeling van aandachtsgroepen over de regio (extra huisvesting, woonruimteverdeling en aansluiten bij afspraken over uitstroom). • Eenduidige definities in de regio. • Handvatten voor samenwerking tussen partijen in de regio • Handvatten voor realisatie van huisvesting voor aandachtsgroepen (innovatieve voorbeelden, ook in de marktsector en bestaande voorraad). Lokale woonzorgvisie Alle gemeenten stellen in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ ook lokaal een integrale woonzorgvisie op. Uitgangspunt hierbij is dat elke gemeente haar fair-share neemt in de huisvestingsopgave van aandachtsgroepen (zie afspraak 14 woondeal). De regionale woonzorgvisie bestaat naast de lokale woonzorgvisie. Deze trajecten kunnen samen oplopen en er vindt wisselwerking plaats.

Er zijn gemeenten, die al een woonzorgvisie hebben vastgesteld en gemeenten, waar dit nog moet plaatsvinden. Ook bestaande prestatieafspraken blijven doorlopen. Zodra de regionale woonzorgvisie is vastgesteld en er nieuw beleid of prestatieafspraken worden gemaakt, houden gemeenten rekening met de gemaakte regionale afspraken.

1

februari 2023 vastgesteld door alle gemeenteraden; maart 2023 ondertekend door regio, provincie en Rijk. Een thuis voor iedereen

Uitgangspunten

1

Koploperregio We sluiten aan bij landelijke regelgeving en geven invulling aan de twee Rijksprogramma’s “Een thuis voor iedereen” (huisvesting aandachtsgroepen) en “Wonen en zorg voor ouderen”. Dit doen we als één van de 6 koploperregio’s in Nederland. • Als koploperregio lopen we voorop met de regionale woonzorgvisie. • We hebben hierdoor ondersteuning van BZK, VNG en Platform 31 bij de totstandkoming van de regionale woonzorgvisie. • We kunnen invloed uitoefenen op de Wet inzake Versterking regie volkshuisvesting, de definitie van aandachtsgroepen en urgentiecategorieën, subsidiemogelijkheden etc. • Nadeel is dat we het risico lopen te werken met informatie en definities die straks anders kunnen uitpakken dan nu gedacht en alsnog vragen om een aanpassing van de regionale visie na invoering van de nieuwe wet. • Vooroplopen betekent ook een extra tijdsinvestering op dit moment, pionieren en soms een doodlopende weg ingaan, die ons tijd kost, maar waar wij zelf en anderen van kunnen leren.

Impact demissionair kabinet • Het uitgangspunt voor de komende periode vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is dat ze de inzet op de volkshuisvesting en de bouwopgave continueren, zo goed als mogelijk gezien de nieuwe omstandigheden. • Dat betekent concreet dat ze verder gaan met de activiteiten die met de Nationale Woon- en Bouwagenda en de volkshuisvestingsprogramma’s in gang zijn gezet. Ook het uitwerken van financiële instrumenten zoals de regeling zorggeschikte woningen voor ouderen gaat gewoon door. • Wij gaan daarom als koploperregio ook door met regionale afspraken over aandachtsgroepen, die we vastleggen in een regionale woonzorgvisie.

Een thuis voor iedereen

Uitgangspunten

2

Principes regionale woonzorgvisie Voor de regionale woonzorgvisie hanteren we de volgende principes: 1. Het fair share principe zoals afgesproken in de Woondeal 2.0 voeren we uit. Dit betekent voldoende woningen realiseren in de sociale huur, middenhuur en betaalbare koop, zodat onder andere aandachtsgroepen gehuisvest kunnen worden. 2. De door het Rijk gewenste urgentieregeling voor de huisvesting van aandachtsgroepen is geregeld in de regionale Huisvestingsverordening, die door alle regiogemeenten is vastgesteld. Dit continueren we met een nieuwe regionale Huisvestingsverordening 2024. Eventueel passen we dit aan als uit de behandeling van de nieuwe wet blijkt dat dit nodig is. 3. We werken met dezelfde definities voor aandachtsgroepen en woningtypes zoals door het Rijk gedefinieerd. Zie voor beschrijving van de definities van de aandachtsgroepen de bijlage (volgt). 4. Als regio willen we voldoende huisvesting bieden voor de verschillende aandachtsgroepen. De tabel hieronder laat zien dat we niet voor alle doelgroepen regionale afspraken hoeven te maken. Maar alle aandachtsgroepen samen geven de totale opgave weer. Door het in zijn totaliteit te bekijken, zien we de omvang van de opgave. Aandachtsgroep

Mate van afstemming

Mensen met een lichamelijke, verstandelijke, of zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid die wegens ernstige chronische medische redenen andere huisvesting nodig hebben. (Dreigend) dakloze mensen

Vraagt om regionale afstemming.

Vraagt om regionale afstemming

Uitstromers beschermd wonen en klinische GGZ Onderdeel van (sub)regionale uitstroom afspraken BW-regio’s Uitstromers MO (maatschappelijke opvang) en VO (vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel) Uitstromers jeugdzorg

Vraagt om regionale afstemming

Uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg

Vraagt om regionale afstemming

Uitstappende sexwerkers

Vraagt om regionale afstemming

Een thuis voor iedereen

Uitgangspunten

Vraagt om regionale afstemming

3

Aandachtsgroepen met een specifieke woonbehoefte, die wel in de woonzorgvisie worden meegenomen, in principe geen zorg nodig hebben en geen wettelijke urgentie kennen: Arbeidsmigranten

Separaat traject vanuit GMR Onderzoek naar regionale werk- en woonlocaties.

Studenten

Lokale opgave.

Woonwagenbewoners

Lokale opgave vanwege wonen in familieverband.

Ouderen

Lokale opgave.

Vergunninghouders (statushouders)

Wettelijke taakstelling per gemeente

5. De huisvesting voor ouderen zien we als een lokale opgave per gemeente, omdat elke gemeente zijn eigen ouderen passende huisvesting wil bieden. Tegelijkertijd is er een schaalvraagstuk in de zorg waarvoor regionale afstemming wenselijk is. Op regionaal niveau moet er voldoende aanbod komen. De optelsom van de lokale ambities moet minimaal voldoen aan de regionale opgave. 6. De doelgroepen uittredende sexwerkers en ex-gedetineerden laten we vanwege de beperkt bekende aantallen vallen onder de meer algemene doelgroep uitstromers VO en MO. 7. Voor de doelgroep studenten heeft het de voorkeur om ze in de betreffende stad (lokaal) te huisvesten. Maar gezien de enorme krapte aan huisvesting ligt er een behoefte van de studentensteden om ook naar omliggende gemeenten te kijken naar mogelijkheden. 8. In de zogenoemde IJktabel is de totale opgave voor de regio inzichtelijk gemaakt aan de hand van cijfers. Hierin zijn de cijfers uit het regionale woonbehoefteonderzoek van Companen als uitgangspunt genomen. Om een beeld te krijgen van de opgave per gemeente zijn de cijfers uitgesplitst op basis van inwonertal. Bij ouderen is rekening gehouden met de mate van vergrijzing per gemeente. De IJktabel wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de opgave per aandachtsgroep en het gesprek te voeren hoe elke gemeente evenwichtig aan deze opgave kan bijdragen.

Dat cijfers niet 100% nauwkeurig zijn is evident, voor het regionale gesprek zijn de grote lijnen van belang. 9. Elke gemeente onderbouwt waar kansen liggen om meer dan de fair share te doen en waar het juist lastig wordt. Hierbij wordt rekening gehouden met de zwaarte van de doelgroepen. Dit wordt nog verder uitgewerkt. Uitgangspunt van het regionale gesprek hierover is dat de regionale opgave voor alle aandachtsgroepen wordt bereikt. Woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen worden hierbij betrokken en de afspraken worden vastgelegd in de regionale woonzorgvisie.

Een thuis voor iedereen

Uitgangspunten

4

10. Regionaal monitoren we jaarlijks de realisatie van de huisvestingsopgave. De huidige regionale woningmarktmonitor moet hiervoor worden uitgebreid. En het vraagt van gemeenten om de huisvesting van aandachtsgroepen beter in beeld te krijgen. Bij de uitwerking maken we keuzes op welke manier de verschillende aandachtsgroepen het beste gemonitord kunnen worden. Bij een achterblijvende realisatie wordt dit bestuurlijk besproken in de regio. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Conform de aanpak versnelling woningbouw uit de Woondeal afspraak 39. 11. Er is een duidelijke relatie tussen het aantal woningen dat ingezet wordt voor aandachtsgroepen en voldoende zorg en begeleiding. Dit vraagt om een goed samenspel tussen gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en het zorgkantoor. Zij spannen zich gezamenlijk in om voldoende passende zorg én begeleiding te kunnen bieden. Het beter stroomlijnen en ontschotten van de financieringsstromen in wonen, zorg en welzijn is hierbij een belangrijk uitgangspunt. 12. Als regio ondersteunen we gemeenten bij het stimuleren van woonzorginitiatieven.

We onderzoeken de mogelijkheden voor compensatie voor gemeenten die een groter deel van de opgave invullen. Bijvoorbeeld via of een vereveningsfonds tussen gemeenten. Dit vraagt nog om nadere uitwerking. We leren graag van de recente woonzorginitiatieven die door de gemeente zijn omarmd maar juist ook van de initiatieven die zijn afgewezen. Hierin delen we kennis.

Een thuis voor iedereen

Uitgangspunten

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=c406f910-ccb6-421b-914f-9b6853fec76a