19 Stikstofdepositieonderzoek, at20001987.pdf
Tekst van het document
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
ASDONCK TE BEUNINGEN
Omgeving
Onderzoek stikstofdepositie Asdonck te Beuningen Opdrachtgever
Buro Waalbrug Schoenaker 10 6641 SZ Beuningen
Rapportnummer Versienummer Datum
Vestiging
11369.001 D2 2 juni 2020
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
L.R. Pastoors MSc 06-89971392 l.pastoors@econsultancy.nl
Paraaf
ĹP
Kwaliteitscontrole Paraaf
R.M.P. Bouten MSc
Eco/nsultancy
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................. 1 1
INLEIDING...................................................................................................................................2
2
TOETSINGSKADER....................................................................................................................3
3
UITGANGSPUNTEN...................................................................................................................4 3.1
3.2 3.3
Aanlegfase.........................................................................................................................4 3.1.1 Verkeersbewegingen............................................................................................ 4 3.1.2 Mobiele werktuigen................................................................................................4 Gebruiksfase......................................................................................................................7 3.2.1 Verkeersbewegingen........................................................................................... 7 Beuningen on Ice............................................................................................................... 8
4
BEREKENINGSRESULTATEN EN TOETSING.......................................................................10
5
CONCLUSIE..............................................................................................................................10
11369.001
Eco/nsultancy
SAMENVATTING De initiatiefnemer is voornemens 64 appartementen te realiseren op het Asdonck-terrein te Beuningen. Daarnaast zal er ook een keer per twee jaar een evenement (Beuningen on Ice) plaatsvinden. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan en het evenement kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Hierdoor is een onderzoek naar de stikstofdepositie noodzakelijk. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten.
De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aan- en afvoer van materialen en personen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie ten behoeve van de realisatie van het plan De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De relevante emissies van stikstofoxiden als gevolg van het evenement zullen worden veroorzaakt door de inzet van mobiele werktuigen ten behoeve van de opbouw en afbraak van het evenement en als gevolg van de aan- en afvoer van materialen en personen/bezoekers. De berekening van het projecteffect van zowel de aanlegfase, gebruiksfase en het evenement Beuningen on Ice met respectievelijk peiljaar 2020, 2021 en 2021 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is, indien er tijdens de aanlegfase rekening gehouden wordt met de inzet van een elektrisch aangedreven kraan of een NoNox filter, kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof.
11369.001 versie D2
Pagina 1 van 10
Eco/nsultancy
1
Inleiding
De initiatiefnemer is voornemens 64 appartementen te realiseren op het Asdonck-terrein te Beuningen. Daarnaast zal er ook een keer per twee jaar een evenement (Beuningen on Ice) plaatsvinden. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan en het evenement kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Hierdoor is een onderzoek naar de stikstofdepositie noodzakelijk. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven. HērvēTčFZūīa
sassen ÜOO:Vt
ilijk-Ewijk Ht
nssen
Oosierhout
Lent
Plan
ningen weurt
Befŭharen
Biezen
Staűscũntrum Neert)osch-West Hemen
i ihũ i
Galgenveld Nijmegen
K Mal
Hazenkamp
Groenewot
Lr u
ri:ikanŕm:n Figuur 1.1
Brakkenstem
Situering plangebied
Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 1 kilometer afstand het meest nabij het plan.
11369.001 versie D2
Pagina 2 van 10
Eco/nsultancy
2
Toetsingskader
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer gehanteerd worden als toestemming voor activiteiten die zorgen voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In beginsel mag ten gevolge van de uitspraak geen sprake meer zijn van een significante toename. Geen significante toename Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000gebieden. Met het programma Aerius Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Vergunning Wet natuurbescherming Bij een projecteffect > 0,00 mol/ha/jaar dient een vergunning te worden aangevraagd.
Afhankelijk van de situatie zijn nog aanvullende oplossingsrichtingen zoals in- en extern salderen mogelijk, of kan het stikstofregistratiesysteem uitkomst bieden.
11369.001 versie D2
Pagina 3 van 10
Eco/nsultancy
3
Uitgangspunten
Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan en het evenement kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. 3.1 Aanlegfase Met het plan wordt de bouw van 64 appartementen mogelijk gemaakt. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aan- en afvoer van materialen en personen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie ten behoeve van de realisatie van het plan. De aanlegfase betreft een tijdelijke ontwikkeling. Als worstcase uitgangspunt is er van uitgegaan dat alle werkzaamheden in één jaar (2020) zullen plaatsvinden. 3.1.1 Verkeersbewegingen Tijdens de aanlegfase zullen er verkeersbewegingen plaats vinden voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Econsultancy verwacht dat er voor de gehele aanlegfase 3000, 2000 en 500 verkeersbewegingen met respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen plaatsvinden. De ontsluiting van het verkeer vanaf de bouwlocatie vindt plaats richting de Van Heemstraweg. Hier kan het verkeer zich zowel in westelijke als oostelijk richting verplaatsen. In onderhavig onderzoek is het totale verkeer gelijk verdeeld over beide richtingen.
Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie1, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer.’ Het bevoegd gezag voor de Natura 2000-gebieden (provincie Gelderland) hanteert de vuistregel dat het verkeer binnen de bebouwde kom opgenomen is na 50 meter en 150 meter voor respectievelijk licht en (zwaar) vrachtverkeer. De etmaalintensiteit op de Van Heemstraweg ligt met circa 9.000 motorvoertuigen2 vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie van de aanlegfase. Het verkeer ten gevolge van de aanlegfase zal na maximaal 150 meter op de Van Heemstraweg derhalve volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 3.1.2 Mobiele werktuigen In het onderhavige onderzoek wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot de inzet van materieel zonder dat de drempelwaarde met betrekking tot stikstofdepositie wordt overschreden.
In eerste instantie zal worden gekeken of het haalbaar is om met materieel te werken dat diesel als brandstof gebruikt, indien uit deze berekening blijkt dat de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar wordt overschreden dan zal worden gekeken welke maatregelen genomen moeten worden om geen overschrijding te veroorzaken. In alle scenario’s zullen de aantallen en ontsluiting qua verkeersbewegingen gehanteerd worden zoals beschreven in paragraaf 3.1.1.
1 Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019A. BIJ12 d.d. 17 januari 2020. 2 Gemeente Beuningen, Verkeersmodel Beuningen, peiljaar 2018, d.d. 30 maart 2020.
11369.001 versie D2
Pagina 4 van 10
Eco/nsultan^
Berekening A - volledig diesel
In een scenario waarbij het in te zetten van het materieel volledig op diesel draait zullen de in tabel 3.1 weergegeven voertuigen met daarbij behorende specificaties ingezet worden. De benodigde gegevens (bouwjaar, brandstof, vermogen en draaiuren) voor de aanlegfase zijn gebaseerd op invoergegevens van projecten van gelijke omvang. De emissiefactoren van de werktuigen zijn tevens gebaseerd op het in AERIUS Calculator opgenomen kentallen voor een gemiddelde belasting bij reguliere werkzaamheden. Tabel 3.1 Mobiele werktuigen aanlegfase werktuig laadschop graafmachine kraan kraan betonmixer betonpomp
bouwjaar va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015
brandstof diesel diesel diesel diesel diesel diesel
vermogen [kW] 150 200 250 150 100 100
belasting
m 60 60 50 50 50 50
draaiuren [uur] 16 16 350 150 24 24
emissiefactor [g/kWh] 0,4 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4
Indien deze voertuigen ingezet worden dan zal dit resulteren in een stikstofdepositiewaarde van maximaal 0,01 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Rijntakken. In een scenario waar alleen materieel ingezet wordt wat op diesel draait wordt dus de drempelwaarde met betrekking tot stikstofdepositie overschreden. Berekening B - elektrische hijskraan
In een scenario waarbij alleen de hijskraan elektrisch is zullen de volgende voertuigen met daarbij behorende specificaties ingezet worden. Er is er van uitgegaan dat de hijskraan van 250 kW elektrisch aangedreven zal worden. De overige mobiele voertuigen zullen in dit scenario wel diesel als brandstof gebruiken. Tabel 3.2 Mobiele werktuigen aanlegfase werktuig laadschop graafmachine kraan (elektrisch) kraan betonmixer betonpomp
bouwjaar va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015
brandstof diesel diesel elektrisch diesel diesel diesel
vermogen [kW] 150 200 250 150 100 100
belasting 60 60 n.v.t. 50 50 50
draaiuren [uur] 16 16 350 150 24 24
emissiefactor [g/kWh] 0,4 0,3 0,0 0,4 0,4 0,4
Indien deze voertuigen ingezet worden dan zal dit resulteren in een stikstofdepositiewaarde van maximaal 0,00 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Rijntakken. In een scenario waar alleen de hijskraan (van 250 kW) elektrisch aangedreven wordt zal de drempelwaarde met betrekking tot stikstofdepositie niet worden overschreden. Berekening C - gebruik GTL-fuels
GTL-fuel is gemaakt van aardgas en te gebruiken als vervanger voor traditionele diesel. Het voordeel van deze brandstof is dat tijdens het gebruik er minder stikstofoxiden worden uitgestoten, namelijk 120Zo minder vergeleken met het gebruik van diesel3. In een scenario waarbij alle mobiele voertuigen GTL-fuel als brandstof gebruiken zullen de volgende voertuigen met daarbij behorende specificaties ingezet worden.
3 Shell GTL Fuel, Vermindert lokale uitstoot, OQ value, geraadpleegd op 10 april 2020, https://www.oqvalue.nl/brandstoffen/shell-gtl-fuel/
11369.001 versie D2
Pagina 5 van 10
Eco/nsultan^
Tabel 3.3 Mobiele werktuigen aanlegfase werktuig laadschop graafmachine kraan kraan betonmixer betonpomp
bouwjaar va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015
brandstof GTL-fuel GTL-fuel GTL-fuel GTL-fuel GTL-fuel GTL-fuel
vermogen [kW] 150 200 250 150 100 100
belasting
m 60 60 50 50 50 50
draaiuren [uur] 16 16 350 150 24 24
emissiefactor [g/kWh] 0,352 0,264 0,352 0,352 0,352 0,352
Indien deze voertuigen ingezet worden dan zal dit resulteren in een stikstofdepositiewaarde van maximaal 0,01 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Rijntakken. In een scenario waar het materieel GTL-fuel gebruikt als brandstof dan zal de drempelwaarde met betrekking tot stikstofdepositie worden overschreden. Berekening D - gebruik NoNox filter
In het kader van de stikstofproblematiek heeft VolkerWessels Bouwmaterieel een duurzame technologie ontwikkelt waarmee de stikstofuitstoot tijdens realisatiefase wordt verlaagd: het NoNox filter. Deze NoNOx filterunit kan aangesloten worden op de uitlaat van bestaand diesel materieel. Hierdoor zal de stikstofemissie afnemen met minimaal 9007o4. Het nadeel van het NoNox filter is dat met de huidige technologie het filter alleen te gebruiken is voor vaststaande en beperkt bewegende mobiele overtuigen. Daarnaast is het vooralsnog onbekend wanneer dit filter voor particulieren op de markt komt. In een scenario waarbij dit filter wordt toegepast op de kraan met een vermogen van 250 kW dan zullen de volgende voertuigen met daarbij behorende specificaties ingezet worden. Tabel 3.4 Mobiele werktuigen aanlegfase werktuig laadschop graafmachine Kraan (NoNox filter) kraan betonmixer betonpomp
bouwjaar va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015 va. 2015
brandstof diesel diesel diesel diesel diesel diesel
vermogen [kW] 150 200 250 150 100 100
belasting
m 60 60 50 50 50 50
draaiuren [uur] 16 16 350 150 24 24
emissiefactor [g/kWh] 0,4 0,3 0,04 0,4 0,4 0,4
Indien deze voertuigen ingezet worden dan zal dit resulteren in een stikstofdepositiewaarde van maximaal 0,00 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Rijntakken. In een scenario waar het NoNox filter wordt aangesloten op de hijskraan van 250 kW zal de drempelwaarde met betrekking tot stikstofdepositie niet worden overschreden. Conclusie
Scenario’s met verschillende maatregelen zijn onderzocht. Uit de resultaten blijkt dat om de drempelwaarde niet te overschrijden er 2 scenario’s mogelijk zijn: een scenario waarin de hijskraan van 250 kW elektrisch wordt aangedreven en een scenario waarbij de hijskraan van 250 kW wordt aangesloten op een NoNox filter. De overige onderzochte scenario’s leiden wel tot een overschrijding van de drempelwaarde.
4 Factsheet NoNox, VolkerWessels Bouwmaterieel, 5 februari 2020, https:Wwww.materieeldienst.nlAdynamics^odules^FIL0200Mew.php?fiL^6526
11369.001 versie D2
Pagina 6 van 10
Eco/nsultan^
In figuur 3.1 zijn de emissiebronnen voor de mobiele voertuigen (bron 1) en het verkeer (bron 2 tot en met 5) weergegeven.
| zo m | Figuur 3.1
© OSM b Kadasti
Emissiebronnen aanlegfase
3.2 Gebruiksfase Met het plan wordt de bouw van 64 woningen mogelijk gemaakt. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. 3.2.1 Verkeersbewegingen Gegevens met betrekking tot de verkeersgeneratie zijn aangeleverd door de opdrachtgever5. Het betreft 394 lichte verkeersbewegingen per weekdag. Voor de ontsluiting van het verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1.
5 Parkeren en verkeersgeneratie nieuwbouw Asdonck Beuningen, Goudappel Coffeng, d.d 26 maart 2020.
11369.001 versie D2
Pagina 7 van 10
Eco/nsultancy
In figuur 3.2 zijn de emissiebronnen voor het verkeer (bron 1 en 2) weergegeven.
| zo m | Figuur 3.2
Emissiebronnen gebruiksfase
3.3 Beuningen on Ice Naast de appartementen zal er een keer per twee jaar een evenement plaatsvinden op het Asdonckterrein, namelijk Beuningen on Ice. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) als gevolg van dit evenement zullen worden veroorzaakt door de inzet van mobiele werktuigen ten behoeve van de opbouw en afbraak van het evenement en als gevolg van de aan- en afvoer van materialen en personen/bezoekers. Voor de berekening zal als worstcasescenario peiljaar 2021 worden gehanteerd. Voor de opbouw en afbraak van het evenement is de inzet van de in tabel 3.5 weergegeven mobiele werktuigen voorzien. Tabel 3.5 Mobiele werktuigen opbouw en afbraak evenemententerrein vermogen werktuig bouwjaar brandstof [kW] kraan va. 2015 diesel 150 kraan va. 2005 diesel 150 hoogwerker va. 2015 diesel 50 hoogwerker va. 2005 diesel 50 verreiker va. 2015 diesel 150 verreiker va. 2005 diesel 150
belasting
m 50 50 60 60 78 78
draaiuren [uur] 13 13 19 19 13 13
emissiefactor [g/kWh] 0.4 3.6 0.3 3.6 0.3 3.1
Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Verwacht wordt dat er voor de opbouw en afbraak van het evenemententerrein in totaal 250, 200 en 40 verkeersbewegingen met respectievelijk lichte, middelzware en zware motorvoertuigen zullen plaatsvinden.
11369.001 versie D2
Pagina 8 van 10
Eco/nsultan^
Daarnaast zullen er ten behoeve van de aan- en afvoer van bezoekers van het evenement6 dagelijks 480 lichte verkeersbewegingen plaatsvinden gedurende het evenement. Ervan uitgaande dat het evenement 26 dagen duurt zal dit resulteren in 12.480 lichte verkeersbewegingen. Voor de ontsluiting van het verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.1. In figuur 3.3 zijn de emissiebronnen voor het verkeer (bron 1,2, 4 en 5) en mobiele voertuigen (bron 3) weergegeven.
©OSM&Kada
Figuur 3.3
Emissiebronnen evenement Beuningen on Ice
6 Parkeren en verkeersgeneratie nieuwbouw Asdonck Beuningen, Goudappel Coffeng, d.d 26 maart 2020.
11369.001 versie D2
Pagina 9 van 10
Eco/nsultan^
4
Berekeningsresultaten en toetsing
De berekening van het projecteffect van zowel de aanlegfase, gebruiksfase en het evenement Beuningen on Ice met respectievelijk peiljaar 2020, 2021 en 2021 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Onderstaand zijn de screenshots van de berekeningsresultaten weergegeven. Het screenshot van de aanlegfase betreft het scenario waar de hijskraan (250 kW) elektrisch is ingezet of waar een NoNox filter is aangesloten op de hijskraan (250 kW). aanlegfase t
'ebruiksfase
Er zijn geen rekenresultaten hoger dan o,oo mol/ha/j.
Er zijn geen rekenresultaten hoger dan o,oo mol/ha/j.
evenement t Er zijn geen rekenresultaten hoger dan o, o o mol/ha/j. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is, indien er tijdens de aanlegfase rekening gehouden wordt met de inzet van een elektrisch aangedreven kraan of een NoNox filter, kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. 5
Conclusie
Uit het onderzoek is gebleken dat de drempelwaarde met betrekking tot stikstofdepositie niet zal worden overschreden. Hiermee kan de zekerheid worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Om overschrijding van de drempelwaarde te voorkomen dient er tijdens de aanlegfase echter wel rekening gehouden te worden met de inzet van een elektrische kraan. Een andere optie is om de hijskraan (250 kW) aan te sluiten aan een NoNox filter.
11369.001 versie D2
Pagina 10 van 10