18 Aanvullend ecologisch onderzoek, at20001986.pdf
Tekst van het document
Blom Ecologie b.v. Ecologisch advies 8z onderzoek
Onderzoek kleine marterachtigen, steenmarter en boombewonende
vleermuizen
Heemstraweg 62 te Beuningen Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming
aan
de
Van
Colofon
Status:
Definitief
Project:
BE/2019/708/r
Datum:
13 oktober 2020
Samensteller(s):
ir. ing. K.J. Rebergen
Collegiale toets:
ing. C.J. Blom
Opdrachtgever: hSjgfl buro ĮS^Să WAAL MASS BRUG
wnwil
M LIMPIH'1»
Buro Waalbrug Schoenaker 10 6641 SZ Beuningen Contactpersoon:
dhr. R. van den Oetelaar
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V. Z Buro Waalbrug Niets uit deze rapportage mag zonder schríftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
2
ínhoud
1 Inleiding............................................................................................................................4 1.1
Aanleiding
4
1.2
Planlocatie
4
1.3
Ecologie kleine marterachtigen
6
1.4
Ecologie steenmarter
6
1.5
Ecologie boombewonende vleermuizen
7
2 Methoden..........................................................................................................................8 2.1
Methode kleine marterachtigen en steenmarter
8
2.2
Methode boombewonende vleermuizen
9
2.3
Inventarisaties
10
2.4
Specifieke omstandigheden
11
3 Resultaten........................................................................................................................12 3.1
Resultaten kleine marterachtigen en steenmarter
12
3.2
Resultaten boombewonende vleermuizen
13
4 Conclusie.........................................................................................................................15 4.1
Conclusie
15
4.2
Vervolgstappen
15
5 Bronnen............................................................................................................................16 Bijlage 1 Overzicht waarnemingen.............................................................................. 17
3
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aan de Van Heemstragweg 62 is een voormalig evenemententerrein gesitueerd welke grotendeels verhard is. De initiatiefnemer is voornemens drie appartementencomplexen met bijbehorende parkeergelegenheden, openbaar groen en een evenemententerrein te realiseren op de planlocatie. De groenstructuren (c.q. kleine houtwal) aan de noordoostelijke zijde van de planlocatie dient hiervoor gerooid te worden. Voorafgaand aan de werkzaamheden is door Blom Ecologie B.V. een verkennend onderzoek uitgevoerd naar eventuele knelpunten ten aanzien van beschermde natuurwaarden. Uit dit verkennend onderzoek bleek dat de aanwezigheid van kleine marterachtigen en steenmarter niet volledig uit te sluiten is. Daarbij waren in enkele solitaire bomen potentiële openingen voor boombewonende vleermuizen aanwezig (Brinkbaumer, 2020). Onder de Wet natuurbescherming (Wet nb) zijn kleine marterachtigen (3.10 soorten) en boombewonende vleermuizen (3.5 soorten) beschermd. Uit het verkennend onderzoek bleek dat de beoogde ontwikkeling mogelijk kan leiden tot negatieve effecten op de soorten en derhalve tot overtreding van Wnb. Dhr. R. van den Oetelaar van de Buro Waalbrug heeft Blom Ecologie B.V. verzocht om aanvullend onderzoek middels een marterbox, wildcamera en sporenbuizen uit te voeren om de aan- dan wel afwezigheid van de kleine marterachtigen vast te stellen. Daarbij is t.a.v.
de boombewonende vleermuizen de planlocatie 5x bezocht in de periode april - september 2020. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven. Onderzoeksdoel
In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: ^
Zijn kleine marterachtigen, steenmarter en boombewonende vleermuizen aanwezig in het plangebied?
^
Op welke wijze maken de kleine marterachtigen, steenmarter en boombewonende vleermuizen
gebruik
van
het
plangebied?
Zijn
in
het
plangebied
vaste
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vorengenoemde soorten aanwezig? Is sprake van een essentiële migratieroute voor kleine marterachtigen en/of steenmarter? ^
Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen of essentiële migratieroute voor kleine marterachtigen en/of steenmarter?
1.2
Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Van Heemstraweg 62 te Beuningen (figuur 1). De planlocatie is hoofdzakelijk verhard door gravel en betonplaten. Aan de noordelijk en oostelijke zijde van de planlocatie is deze onverhard. Onverharde delen van de planlocatie bestaan uit grasveld en enkele groenwallen met kruidige en houtige begroeiing. Verder staan er verschillende bomen op de planlocatie. In figuur 2 en bijlage 1 zijn een aantal foto's opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.
4
De planlocatie is gelegen op de noordelijke grens van het stedelijk gebied van de gemeente Beuningen. Zuidelijk van de planlocatie ligt stedelijk gebied en noordelijk bevindt zich landelijk gebied met uitgestrekte agrarische percelen. De dichtstbijzijnde autosnelweg is gelegen op ca. 3 km westelijk. De dichtstbijzijnde waterpartij is aan de zuidelijke zijde van het perceel gelegen in de vorm van een kavelsloot.
Legenda — Plangebied
Figuur 1.1
De planlocatie (rood) aan de Van Heemstraweg 62 te Beuningen. De bebouwing aan de Van Heemstraweg 64 zal behouden blijven in de beoogde ontwikkeling. De bebouwing aan de Kloosterstraat 8 is reeds gesaneerd (Brinkbaumer, 2020).
.,
3 .-v.
; '
Şļ«SİS ' - -7—.
'V'-D. Vis' v-
V
mam Figuur 1.2
(links) De planlocatie bestaat voor een merendeel uit verharding (rechts) Aan de noordoostzijde van de planlocatie is een kleine houtwal gelegen. Deze houtwal kan dienen als (essentiële) migratieroute van kleine marterachtigen en steenmarter.
5
ï ĪÜBS
fâî ' -
,, 4^ . -y^\*aňiì
Figuur 1.3
mm
mi
Holtes in de walnoot en wilg op de planlocatie welke mogelijk verblijfplaatsen kunnen bevatten van boombewonende vleermuizen. 5
Legenda n onderzoeksgebied
Bilt fįí 'ļį'í
Figuur 1.4
Het onderzoeksgebied t.a.v. kleine marterachtigen, steenmarter en boombewonende vleermuizen.
1.3 Ecologie kleine marterachtigen De bunzing, hermelijn en wezel zijn kleine marterachtigen (figuur 1.3). Deze soorten zijn sterk verbonden aan kleinschalige landschappen met afwisselende structuren als houtwallen, bosschages, begroeide oevers, weides en parken. Afwisselende structuren bieden voldoende dekking en voedsel en zijn van groot belang bij de migratie. Alle drie de soorten zijn roofdieren die vaak dag en nacht actief opzoek zijn naar voedsel als kleine zoogdieren, amfibieën en (jonge) kleine vogels. Naast de belangrijke functies als dekking, voedsel en verspreiding moet een geschikt leefgebied ook voorzien in rust- en voortplantingsplaatsen. Droge plaatsen als oude holen, houtstappels, holle bomen, takkenrillen, strobalen, puinhopen en ook oude schuren en stallen bieden geschikte rust- en voortplantingsmogelijkheden. De voortplantingsperiode van de soorten liggen tussen circa medio april en juni, dit is dan ook een actieve periode van kleine marterachtigen en behoeft de voorkeur qua onderzoeksperiode (Bouwens, 2017; Zoogdiervereniging, 2020). ■TH
i
I
.1^
Figuur 1.5
De wezel, hermelijn en bunzing (bron: Google images).
1.4 Ecologie steenmarter Het voorkeurshabitat van de steenmarter betreft een kleinschalig parklandschap. De soort wordt met name aangetroffen nabij steden, dorpen en boerderijen. Geschikte leefgebieden bestaan voornamelijk uit kleinschalige landbouw met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. In het bijzonder heeft de steenmarter een voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. 6
Daarbij is de aanwezigheid van elementen als groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen die kunnen dienen als foerageer- en jachtgebied van belang (Zoogdiervereniging steenmarter, 2020).
j'fjk&ç
Figuur 1.5
De steenmarter (bron: Google images).
1.5 Ecologie boombewonende vleermuizen Voor bepaalde soorten vleermuizen bieden bomen belangrijke verblijfplaatsen. De periode van gebruik is afhankelijk van de vleermuissoort. Sommige soorten gebruiken boomholtes alleen als zomerverblijfplaats en andere soorten gebruiken de holtes ook als winterverblijf of baltsplaats. Verschillende soorten holtes kunnen aantrekkelijk zijn voor vleermuizen om te gebruiken als verblijfplaats. Scheuren, verlaten spechten holen en rottingen bij bijvoorbeeld een afgebroken tak zijn (mits naar boven uitgerot) ideale verblijfplaatsen voor vleermuizen. De holtes moeten naar boven uitgerot zodat de vleermuizen dan boven de opening kunnen hangen.
Typische
boombewonende
vleermuizen
zijn
watervleermuizen,
ruige
dwergvleermuizen, franjestaarten en rosse vleermuizen (vleermuis.net, 2014).
Figuur 1.7
Watervleermuizen,
ruige
dwergvleermuizen
en
rosse
vleermuizen
zijn
typische
boombewonende vleermuizen (bron: Google images).
7
2 Methoden 2.1
Methode kleine marterachtigen en steenmarter Voor de kleine marterachtigen zijn een marterbox en wildcamera uitgezet. Daarbij zijn een aantal sporenbuizen geplaatst. Voor de steenmarter is enkel de wildcamera een gevalideerd onderzoeksmethode. Marterbox
Hierbij wordt een cameraval in een marterbox gemonteerd die alleen te bereiken is door middel van een tunnel. De dieren hoeven dan hun dekking niet te verlaten. De marterbox wordt voorzien van een blik sardines. De wildcamera is voorzien van een lens ^2). De marterboxen zijn in de buurt van dekking geplaatst. j
V'
r-; ts AM
E&mżŕ-.
’'Msâ mm
____ Figuur 1.2
. ì&ŠĨ&ţtįģ
* V-i' 4*
_______
(links) De gebruikte marterbox (© Blom Ecologie B.V.). (rechts) De locatie binnen de planlocatie.
Wildcamera
De wezel en hermelijn worden zeer zelden vastgelegd door middel van een wildcamera. De kans op beelden van een bunzing en steenmarter is groter. De wildcamera's zijn geplaatst op mogelijke wissels van dieren. ļSfcsä, :}ĴR
~ Aí V. ^
4 X// -,
Figuur 1.5
De geplaatste wildcamera is gericht op een mogelijke wissel.
Sporenbuizen
De sporenbuizen zijn in de periode 30 april 2020 - 4 mei 2020 uitgezet. In totaal zijn er 14 sporenbuizen uitgezet. Deze zijn verdeeld over de planlocatie (met potentie voor marterachtigen). De sporenbuis is voorzien van een sporenplankje, waarop de pootafdrukken (prenten) worden vastgelegd. Sporenbuizen zijn voornamelijk gericht op het verkrijgen van prenten van wezel en hermelijn.
8
Er zijn 2 sporenbuizen met een diameter van 10 cm gebruikt en 1 sporenbuis van 15 cm. Deze grote sporenbuizen zijn gebruikt om de kans voor afdrukken van bunzing te verhogen. Deze sporenbuizen zijn verdeeld over de groenstructuur. «5
tJ--^śl
".‘vr
me
KTE «Sn swfcv.:;
dfķÿįfåti
jķşŕ-V Figuur 1.6
Voorbeelden van gebruikte sporenbuizen.
2.2 Methode boombewonende vleermuizen Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor vleermuizen geldt het Vleermuisprotocol (NGB, 2017) als richtlijn. De richtlijnen worden met enige regelmaat door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde boombewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn.
9
Tabel 2.1 Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van vleermuisonderzoek zoals deze zijn geformuleerd in het Vleermuisprotocol (NGB, 2017).
Vleermuizen (boombewonend) Kraamverblijfplaats:
Aantoonbaar door onderzoek in de periode mei - juli (2x veldbezoek). Indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Zomerverblijfplaats:
Aantoonbaar door onderzoek in de periode april - september (2x veldbezoek). De periode is sterk afhankelijk van de soort, indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Paarverblijfplaats:
Aantoonbaar door onderzoek in de periode augustus - september (2x veldbezoek). De periode is sterk afhankelijk van de soort, indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen, territoriaal gedrag en sociale geluiden. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Tabel 2.2 Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van vleermuisonderzoek zoals deze zijn geformuleerd in het Vleermuisprotocol per vleermuissoort (NGB, 2017).
'''\Soort Ruige Type"'\ dwergvleermuis Kraamver. (10 mei) 15 mei15 jul (1 aug) Zomerver. (1 apr) 15 apr-15 aug (1 nov) (15 jul) 15 aug-1 Paarver. okt (1 nov)
2.3
Rosse vleermuis
Franjestaart
Watervleermuis
15 mei-15 jul
(15 mei) 1 jun-15
(15 mei) 1 jun-15 jul
15 mei-15 aug (15 jul) 1 aug-15 sep (1 okt)
jul (15 apr) 15 mei15 aug 15 sep-15 okt
15 apr-15 sep 15 aug-15 sep
Inventarisaties Veldbezoeken
De planlocatie is 8x bezocht door medewerkers van Blom Ecologie B.V. (tabel 2.2). Tijdens deze bezoeken zijn de planlocatie en de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen. Tijdens het onderzoek is met name gelet op foeragerende/communicerende vleermuizen. Tevens is gelet op de veelgebruikte structuren door vleermuizen voor het bepalen van het functioneel leefgebied.
10
Tabel 2.2
Veldbezoeken op de planlocatie, met per veldbezoek welke functies onderzocht worden en het aantal waarnemers dat is ingezet. De weersomstandigheden voldeden aan de minimumcriteria zoals opgenomen in het Vleermuisprotocol (2017).
Veldbezoek
Functie
Aantal pers.
Vleermuizen 1 Vleermuizen 2 Vleermuizen 3 Vleermuizen 4 Vleermuizen 5 Marters 1.1*1
Kraam + zomer 1 Kraam + zomer 1 Kraam + zomer 1 Paar 1 Paar 1 Migratieroute/ 2 foerageergebied Marters 1.2*2 Migratieroute/ 1 foerageergebied Marters 2.1*3 Migratieroute/ 1 foerageergebied Marters 2.2 Migratieroute/ 1 foerageergebied Marters 2.3 Migratieroute/ 1 foerageergebied Marters 2.3*4 Migratieroute/ 1 foerageergebied * Op deze datum zijn de sporenbuizen uitgezet
Datum
Zon ^ A
Tijd
Weersomstandigheden
15-05-2020 01-06-2020 24-06-2020 10-08-2020 11-09-2020 30-04-2020
21.27 05.23 22.00 21.26 20.00 n.v.t.
21.15-23.30 02.30-05.30 22.00-00.15 22.30-00.30 21.00-23.00 n.v.t.
6/8, droog, 1-2 Bft, 12"C 2/8, droog, 1-2 Bft, 13"C 0/8, droog, 0-1 Bft, 24"C 2/8, droog, 0 Bft, 22"C 0/8, droog, 0-1 Bft, 14"C n.v.t.
04-05-2020
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
15-05-2020
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
01-06-2020
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
24-06-2020
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
17-07-2020
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
*2 Op deze datum zijn de sporenbuizen opgehaald *3 Op deze datum zijn de camera en marterbox geplaatst. *4 op deze datum zijn de camera en marterbox opgehaald
Gebruikte materialen vleermuisonderzoek
Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker en batdetector, type Petterson 240x. Dit type batdetector is heterodyne en heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige
analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND.
2.4 Specifieke omstandigheden Gedurende het onderzoek hebben zich naar inzicht van de onderzoekers geen noemenswaardige zaken voorgedaan die eventueel zouden kunnen leiden tot een vertekend onderzoeksresultaat
11
3 Resultaten 3.1
Resultaten kleine marterachtigen en steenmarter Op de camerabeelden (marterbox en wildcamera) zijn de volgende soorten waargenomen: Marterbox
Huismuis, bosmuis, woelmuis spec. en bruine rat. Wildcamera
Heggenmus, koolmees, zanglijster, merel, zwarte kraai, ekster, egel konijn, huismus, huiskat en steenmarter Sporenbuizen
Op de planken van de sporenbuizen zijn prenten aan muizen (soort onbekend) en egel aangetroffen.
Wip
tSr' 2|@TR0PHY cm
Figuur 3.1
12
59-F15Tľ(»
06-11-2020
02:04:26
įĮi' Hl Ŵ TROPHY cm
JHI 62-F16"CC)
De waargenomen steenmarter op 11 juni 2020 en 9 juli 2020.
07-09-2020
02:16:13
ĩūfSĵi«m
Figuur 3.2
De prent van muizen (soort onbekend) en egel.
3.2 Resultaten boombewonende vleermuizen Waarnemingen, soorten en aantallen
Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een drietal soorten waargenomen binnen of in de directe nabijheid van het plangebied (tabel 3.1). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis
(Pipistrellus
pipistrellus),
laatvlieger
(Eptesicus
serotinus)
en
ruige
dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. Tijdens piekmomenten tijdens de voorjaarsrondes zijn in totaal 7 individuen waargenomen, tijdens de najaarsrondes betrof dit circa 1 á 2 individuen.
13
Tabel 3.1
Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken.
Veldbezoek Vleermuis 1 15-5-2020
Soort Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis
Aantal 1 2
Foeragerend Overvliegend
Gedrag
Vleermuis 2 1-6-2020
Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis
3 1
Foeragerend Overvliegend
Vleermuis 3 24-6-2020
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger
7 1
Foeragerend Overvliegend
Vleermuis 4 10-8-2020
Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger
2 1 1
Vleermuis 5 11-9-2020
Ruige dwergvleermuis
1
Foeragerend Overvliegend Foeragerend Overvliegend
Verblijfplaatsen
Gedurende het onderzoek zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Vliegroutes en foerageergebieden
Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of foerageergebied vastgesteld. De waargenomen individuen verspreidden zich diffuus door het plangebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute. Gezien de (in)frequente aanwezigheid van foeragerende vleermuizen blijkt dat dit foerageergebied niet van essentieel belang is voor de soort. Legenda — Plangebied ŽŽ VL foerageergebied VL vliegroute
Figuur 3.3
Overzicht van gebruikte vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Deze structuren zijn niet essentieel voor de soortgroep (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS)
14
4
Conclusie
4.1
Conclusie Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat steenmarter gebruikt maakt van de groenstructuur ten noordenoosten van de planlocatie. De soort is op twee verschillende momenten tijdens het onderzoek waargenomen, wat duidt op een essentiële migratieroute. Tot vaste voortplantings- of rustplaatsen als bedoeld in artikel 3.10, lid 1, onder b van de Wnb worden locaties gerekend waarin zich overwinteringsplaatsen en voortplantingsplaatsen bevinden, afhankelijk van de soort. Essentiële migratieroutes en foerageergebied die van belang zijn voor de instandhouding van een vaste voortplantings- of rustplaats van de soort op populatieniveau, vallen hier ook onder. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient derhalve een beschikking in het kader van de Wet natuurbescherming ( artikel 3.10, lid 1b) voorhanden te zijn.
4.2
Vervolgstappen Voor de uitvoering van de beoogde ontwikkelingen is ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk t.a.v. de steenmarter. Voor het verkrijgen van een beschikking zijn de volgende voorwaarden benodigd: (i) er dient aangetoond te worden dat er geen andere bevredigende optie voor handen is, (ii) er is sprake van een wettelijk belang, (iii) er zal geen afbreuk gedaan worden aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Gezien het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden.
15
5
Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument Rosse vleermuis Nyctalus noctula, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument Watervleermuis Myotis daubentonii, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Brinkbaumer, M, 2020. Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan de Van Heemstraweg 62 te Beuningen Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en GaN, 2017. Vleermuisprotocol, versie maart 2017
Gebruikte websites
www.arcgis.nl www.soortenbank.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.vleermuisprotocol.nl www.verspreidingsatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl
16
Bijlage 1 Overzicht waarnemingen
< < -o 3 ĩ? 3 W
ro
Figuur 1
bĵ
cr
Overzicht van gebruikte vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Deze structuren zijn niet essentieel voor de soortgroep (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS) 17
fT
s n» «P®5
f/ÊPMt í - ^ ié
ř* íZ»r
Blom Ecologie Ecologisch advies Si onderzoek Zandweg 46,4181 PM Waardenburg
www.blomecologie.nl