CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

170 Nagekomen bijlage 2: beantwoording Commissievragen bp Anima Mundi.pdf

Raadsvergadering 23 maart 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Anima Mundi Winssen6.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente

Beuningen

Aan de leden van Commissie Ruimte

Datum Kenmerk Kenmerkcode Uw contact Telefoon Onderwerp

16 MRĨ 2021

UI21.01873

in min in in i mui i

Sander de Groot 14 024 Commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi

Geachte commissie, In de vergadering van de Commissie Ruimte op 9 maart 2021 zijn diverse commissievragen gesteld over het bestemmingsplan “Anima Mundi Winssen”. In de vergadering is toegezegd voorafgaand aan de raadsvergadering op 23 maart 2021 schríftelijk te reageren op deze vragen en extra informatie te verstrekken, zoals opgenomen in de besluitenlijst van de vergadering van de Commissie Ruimte. De beantwoording van deze vragen treft u onderstaand aan. Voor de leesbaarheid hebben wij de vragen herhaald. 1.

Hoe wil men bezoekers ‘dwingen ’ om de secundaire ingang te negeren en door te lopen naar de hoofdingang?

Reactie

De hoofdingang is de bestaande ingang aan de Haneman. De secundaire ingang is nog niet gerealiseerd, hiervoor dient eerst een omgevingsvergunning en watervergunning te worden verleend. De secundaire ingang zal worden voorzien van een afsluitbare poort. Bij overlast of situaties waarin de dijk niet toegankelijk is, kan de secundaire ingang worden gesloten, waarmee bezoekers gebruik moeten maken van de hoofdentree. 2.

Waarom verleent het college medewerking aan het kunstwerk binnen de aanduiding “Beeldend Kunstwerk” van de agrarische bestemming?

Reactie

De agrarische bestemming is nog steeds de meest geëigende bestemming op deze plek. De oppervlakte van het kunstwerk is ondergeschikt ten opzichte van de perenboomgaard. Met deze

Postadres: Gemeente Beuningen, Postbus 14, 6640 AA Beuningen Bezoekadres: van Heemstraweg 46, 6641AE Beuningen Telefoon: 14 024, Telefax: 024 - 6778078 E-mail: gemeente@beuningen.nl, Internet: www.beuningen.nl

IBAN: NL55 BNGH 0285 0010 78, BIC: BNGHNL2G

Gemeente

leuningen

bestemming blijven de agrarische gebruiksmogelijkheden ook in de toekomst behouden/mogelijk. De gemeente Beuningen kent in haar bestemmingsplansystematiek geen specifieke bestemming voor beeldende kunstwerken. Middels de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch met waarden beeldend kunstwerk” wordt alleen het kunstwerk mogelijk gemaakt. Daarmee is het gebruik voor andere (recreatieve) doeleinden dus niet mogelijk. In de bouwregels is de maatvoering van het kunstwerk gedetailleerd opgenomen, zodat het kunstwerk niet kan worden vergroot. Daarmee wordt het gebruik en uitbreiding in de toekomst dus zoveel mogelijk beperkt. 3.

Wordt in het bestemmingsplan aandacht besteed aan de parkeerplaatsen voor minder validen en parkeren buiten het van Ghentplein?

Reactie

In de toelichting van het bestemmingsplan zijn de parkeerplaatsen voor minder validen en fietsparkeren niet separaat aangeduid. Naast de hoofdentree van Anima Mundi, bij het beeld de Engelbloem, is plek voor twee minder valide parkeerplaatsen en fietsparkeren. In zijn algemeenheid wordt er voor de beperkte autobezoekers op het Admiraal van Ghentplein geparkeerd. Door op een centrale locatie te parkeren is gehoor gegeven aan bestaande geluiden van omwonenden omtrent verkeersoverlast van de Tempelhof. Initiatiefnemers zijn bereid om parkeren op eigen terrein te realiseren, maar vooralsnog is het uitgangspunt om dit op het Admiraal van Ghentplein onder te brengen om het autoverkeer voor Anima Mundi op de Haneman te minimaliseren. Indien het van Ghentplein wegens evenementen niet toegankelijk is, kan het geringe aantal autobezoekers elders in de openbare ruimte parkeren. 4.

Met de stichting af te stemmen of de raadsleden het ondernemings-Zbusinessplan kunnen inzien en zo ja, hoe;

Reactie Voor het inzien van het ondernemingsplan kunt u contact opnemen met het stichtingsbestuur van Anima Mundi via voorzitter(5) animamundi.nl.

5.

In overleg met de initiatiefnemers te onderzoeken ofsanitaire voorzieningen worden toegevoegd aan het bestemmingsplan.

Reactie Naar aanleiding van het voortraject, waarin omwonenden in de informatieavonden op het ontwerp van het kunstwerk hebben gereageerd, heeft de initiatiefnemer het ontwerp aangepast. Voorheen was de plint voorzien van faciliteiten (horeca/sanitair) ondersteunend aan het kunstwerk. Om een aanzuigende werking te voorkomen zijn de faciliteiten uit het ontwerp verwijderd. Daarmee wordt expliciet het kunstwerk mogelijk gemaakt. Om de gebruiksmogelijkheden van het terrein voor nu en de toekomst zoveel mogelijk te beperken worden er geen ondersteunende functies zoals sanitair in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt.

6. Antwoord geven op de vraag of de wijziging verwerkt kan worden zonder dat het bestemmingsplan opnieuw ter inzage gelegd moet worden. Reactie

Gezien de beantwoording op de vorige vragen is deze vraag niet meer relevant

2

Gemeente

7.

Beuningen

Zorgvuldig kijken of er aanvullende punten meegenomen moeten worden in de anterieure overeenkomst, m.b.t. exploitatie/beheer.

Reactie De anterieure overeenkomst voor de particuliere ontwikkeling is gesloten om een goede ruimtelijke ordening en het kostenverhaal voor de bestemmingsplanprocedure (en toekomstige omgevingsvergunningen) te borgen. Verdere afspraken omtrent exploitatie en beheer zijn hier geen onderdeel van. Het is bij particuliere ontwikkelingen niet gebruikelijk om dit vast te leggen in een overeenkomst; de gemeente is geen partner in de ontwikkeling. 8.

Terug te komen op mogelijkheden voor verkeersmaatregelen (verboden/ parkeervergunningen) op de Haneman tegenover de Tempelhof

Reactie Het verkeersonderzoek biedt diverse handvaten om parkeeroverlast tegen te gaan, als dit het geval is: “In praktijk is de locatie niet geschikt om te parkeren en daardoor is de verwachting dat niemand dit zal doen. Mocht in praktijk blijken dat dit toch wordt gedaan, dan kan overwogen worden om een parkeerverbod in te stellen op dit deel van de Dijk. Ook kan overwogen worden om een extra afsluiting op de Dijk (direct na de afslag Uiterwaard) te realiseren voor het gemotoriseerde verkeer conform de huidige afsluitingen op de Dijk. Deze afsluitingen zijn allen zo aangelegd dat het fietsverkeer wel direct de Dijk kan passeren en het autoverkeer alleen via een omweg de Dijk verder kan berijden.” Eventuele verboden/parkeervergunningen op de Haneman kunnen als optie worden overwogen, maar het is wenselijk om eerst te beoordelen in hoeverre overlast straks aan de orde is.

9.

Na te vragen waarom er wel ofgeen fundering nodig is voor het kunstwerk Anima Mundi.

Reactie

Het kunstwerk wordt niet gefundeerd, maar voorzien van een betonplaat. Er vindt dus geen aardroering plaats en indien noodzakelijk vanuit Waterschap kan elk beeld afzonderlijk verplaatst worden. Het college geeft los van deze brief een aparte schríftelijke beantwoording op de technische vragen van de fractie PvdA op de bestemmingsplanregels, waaronder de bestemming en strijdig gebruik. Zie hiervoor de brief met kenmerk UI21.01847. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders

Ŭyanne Koeken secretaris

•ergman ister

3

Bijlage 01 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi Memo cultuurhistorisch aspect Anima Mundi namens adviesbureau initiatiefnemer

'Verandering van ons landschap is van alle tijden. Samen voegen we steeds een nieuwe laag toe aan onze geschiedenis. Ons erfgoed en cultuurlandschap kunnen [....] een grote bron van inspiratie zijn. Niet om plannen tegen te houden, maar juist om plannen vorm te geven'. 'Kunst vormt een belangrijk deel van ons cultureel erfgoed. Denk daarbij aan bouwbeeldhouwwerken, vrijstaande sculpturen, omgevingskunst, herdenkingsmonumenten, Land Art, installaties en monumentale kunst in onze directe woon- en leefomgeving.' Bron: Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed

Wat zijn cultuurhistorische waarden?

Federatie Grote Monumentengemeenten De begrippen cultuurhistorie, cultureel erfgoed en cultuurhistorische waarden zijn containerbegrippen. Monumenten en archeologie maken er onderdeel van uit. De begrippen zijn tegelijkertijd veel breder. In algemene zin gaat het bij alle drie de begrippen om sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn. Dat kunnen voorwerpen zijn in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen. Maar ook de daaraan verbonden gebruiken, verhalen en gewoonten. Aldus wordt ook wel onderscheid gemaakt tussen het materieel en immaterieel cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet worden de begrippen als volgt gedefinieerd: *

cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden;

*

cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed;

De Memorie van Toelichting bij het Besluit ruimtelijke ordening zegt met betrekking tot artikel 3.1.6 het volgende: Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken.

Bijlage 01 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi Memo cultuurhistorisch aspect Anima Mundi namens adviesbureau initiatiefnemer

Het begrip cultuurhistorie heeft drie aspecten: *

Historische (stede)bouwkunde I bovengrondse monumentenzorg; bijvoorbeeld kastelen, kerken, oude boerderijen of landhuizen, maar ook stedenbouwkundige elementen als beschermde stads­ of dorpsgezichten.

*

Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding, graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'. Alle archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief'. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken.

*

Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen.

Er is geen 'minimumouderdom' voor cultuurhistorie. Bij de historische (stede)bouwkunde komen ook recente ontwikkelingen aan bod. Ook de wettelijke grens van 50 jaar die gold voor de aanwijzing van rijksmonumenten is inmiddels losgelaten. Rijksbeleid

"Behoud door ontwikkeling' was vanaf 1999 het credo (Nota Belvedère). Monumentenzorg was altijd gericht op behoud en nu moesten we de omslag maken naar ontwikkeling. Het gebouw zelf was niet langer het uitgangspunt, het ging er nu om hoe je het kunt gebruiken. Zo ontstond meer ruimte om het gebouw aan te passen aan de behoefte van de gebruiker. Het gebouw was niet meer alleen een hoop stenen, het ging leven, het ging stralen. Koffiedrinken in een voormalig fabrieksgebouw. Een museum in een bunker." Frank Buchner, adviseur Erfgoed en Ruimte van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed Het landschap bepaalt voor een groot deel het karakter van Nederland en is daarmee een essentieel onderdeel van ons cultureel erfgoed. Kenmerkend voor het landschap is dat het constant aan verandering onderhevig is. Het is de uitdaging om bij de transformatie van het landelijk gebied een nieuwe laag toe te voegen aan het cultuurlandschap. Zo kan het landschap blijven zorgen voor een aantrekkelijk(e) leefomgeving en vestigingsklimaat. De geschiedenis heeft geen eigen ruimte. We kunnen geen lijnen trekken op de kaart of in het veld, die markeren waar de geschiedenis ophoudt en waar het heden begint. Het verleden is nu eenmaal geen bestemming. Tegelijkertijd is er in Nederland geen ruimte zonder cultuurgeschiedenis. Het land is ermee doordesemd. Dat is geen last, maar een geluk.

Dat historische karakter is immers van grote waarde voor de samenleving: een unique selling point voor economie en toerisme, een rijke referentie voor sociale verbinding en identiteit en een onuitputtelijke bron voor onze culturele ontplooiing.

Bijlage 01 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi Memo cultuurhistorisch aspect Anima Mundi namens adviesbureau initiatiefnemer

De transitie naar een ontwikkelings- en gebiedsgerichte erfgoedzorg vraagt om richting. Die richting vinden we niet door ons enkel te richten op de smakelijkste krenten in de cultuurhistorische pap. We moeten het perspectief op de monumentenzorg verruimen. In de ruimte, door de cultuurhistorische waarde van gebieden te duiden en daarbinnen de betekenis van monumentale objecten en structuren. En in de tijd, door de ontwikkelingsgeschiedenis, de culturele biografie centraal te stellen, in plaats van alleen goed te zorgen voor de - door onze generatie - meest gewaardeerde stukken. De fysieke leefomgeving biedt kansen om vragen over de Nederlandse eigenheid op een overtuigende én ontspannen manier aan de orde stellen. De ruimtelijke werkelijkheid maakt onmiddellijk duidelijk dat een eendimensionale karakterisering van Nederland niet aan de orde kan zijn. Het gaat niet om het opplakken van een nationale identiteit. Het gaat om het voortdurend (re)vitaliseren van het culturele karakter van Nederland, om de ziel van ons land levend te houden. En om de noodzaak daarbij duidelijke keuzes te maken voor bepalende ontwikkelingsopgaven. Uit: Erfgoed en Ruimte, kiezen voor karakter (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) Provinciaal beleid

Eenheid en verscheidenheid De Kracht van Gelderland zit er (ook) in dat de verscheidenheid van de verschillende streken geen belemmering vormt om samen te werken. Integendeel. Eenheid en verscheidenheid: dat is wat de Gelderse cultuur kenmerkt en wat leidt tot creativiteit en vernieuwing. Samen optrekken en samenwerken aan en in de Gelderse gebieden. Dat is wat we doen. Natuur en water, de inrichting van het landschap, handel en onderwijs, cultuurhistorie, kunst, cultuur en sport, eenheid en verscheidenheid. Het beste van veel werelden komt hier samen. Dit maakt Gelderland aantrekkelijk om in te wonen, te werken, te leren en te recreëren. Dit maakt Gelderland, met recht, een Gaaf Gelderland. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Cultuur en cultuurhistorie hebben bij uitstek een verbindende functie. Ze verbinden mensen onderling en aan de plek waar ze wonen en werken. Ze zijn van grote betekenis voor de leefbaarheid in steden en dorpen, de identiteit van regio's en voor de vrijetijdseconomie.

De Gelderse steden kenmerken zich door een sterke historisch karakter en door een hoge ruimtelijke kwaliteit. Ook het gevarieerde Gelderse landschap kent bijzondere cultuurhistorische kwaliteiten. De culturele infrastructuur is goed ontwikkeld en het stedelijk gebied huisvest enkele topinstellingen. Al deze kwaliteiten dragen in belangrijke mate bij aan een aantrekkelijk woon-, werk- en vestigingsklimaat. Om deze redenen investeert de provincie in de verdere ontwikkeling van erfgoed en cultuur, kennisontwikkeling, cultureel ondernemerschap en innovatie. In alle regio's stimuleert de provincie samen met gemeenten kunst en cultuur die bijdragen aan een sterk vestigingsklimaat, regionale identiteit en vrijetijdseconomie.

Bijlage 01 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi Memo cultuurhistorisch aspect Anima Mundi namens adviesbureau initiatiefnemer

Gemeentelijk beleid

Ook de gemeente wil de toeristisch-recreatieve structuur verbeteren door onder andere de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het Beuningse landschap. De gemeente werkt zowel aan de kwaliteit van de verschillende landschapstypen (het rivierenlandschap, het Waaloeverwalgebied en het Beuningse Veld) als aan de onderlinge landschappelijke verbindingen. De aanleg van een nevengeul en het landschappelijk inpassen van de steenfabrieksterreinen vergroten de aanwezigheid van de 'genius of the place', de kenmerkende eigenheid van het Beuningse uiterwaardenlandschap. Door de binnendijkse ontwikkelingen (wandel- en fietspaden in het oeverwalgebied) goed aan te laten sluiten op de (struin)routes in de uiterwaarden nemen de recreatieve mogelijkheden verder toe. Uiteindelijk kunnen deze ontwikkelingen een aanzet vormen voor de realisatie van één lang, doorlopend Waalpad, dat een keten van uiterwaarden en binnendijks gelegen landgoederen/ rivierdorpen aan beide waaloevers met elkaar verbindt. Het gebied kan voor recreanten nog aantrekkelijker gemaakt worden door de bestaande 'beeldenroute' te versterken. Anima Mundi sluit aan bij recreatieve doelstelling uit de gemeentelijke structuurvisie "Groen en dynamisch", het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) en het onlangs vastgestelde Toeristischrecreatieve beleid.

De beleidsvisies beogen versterking van de recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente. Kunst levert daar een wezenlijke bijdrage aan en wordt in het toeristisch recreatieve beleid zelfs als één van de kernkwaliteiten van de gemeente gezien. Anima Mundi

Het kunstwerk roept op tot bezinning, dit wordt versterkt door het te plaatsen in een passende omgeving. Op de dijk van de Waal kijk je naar een landschap met landbouw, natuur, dorpen, boomgaarden, drukke scheepvaart, grootschalige infrastructuur in de vorm van de rivier en bruggen. Je kijkt ook naar 1000 jaar geschiedenis, in de eeuwigdurende stroming van het water, de kronkelingen van de dijk, en de doorbraakkolken. En je kijkt naar half Europa, want stroomopwaarts liggen de Alpen, en stroomafwaarts ligt de zee. Het is nu net de samenhang tussen al deze aspecten die de belevingswaarde van het rivierenlandschap bepaalt. Het is daarom bij uitstek ook de geschikte plaats om hier een symbolisch teken op te richten dat zijn wortels heeft in cultuur en natuur. Anima Mundi is een eigentijds conceptueel kunstwerk, een open toegankelijke universele tempel van de 21e eeuw met als doel een inspirerend verbindend platform te bieden voor de veranderingsprocessen in onze samenleving. Bij het ontstaan van het kunstwerk Anima Mundi kwam al snel naar voren dat het een riviergebonden locatie zou moeten zijn en kwam de Waalbanddijk al snel in beeld. Langs de dijk is sprake van een bijzondere relatie tussen mens/samenleving en omgeving.

De Waalbandijk vormt er de leesbare grens tussen het beschermde en veilige cultuurlandschap binnendijks en de dynamische natuurlijke processen in het robuuste buitendijkse landschap, waarmee het net als de Anima Mundi de relatie tussen cultuur en natuur op een bijzondere wijze verbeeldt. Bij de situering van het kunstwerk is tevens meegenomen, dat in de historie van de ontwikkeling van het hele oeuvre van het kunstenaarsduo, deze plek gezien kan worden als het sluitstuk daarvan. Immers hun verbondenheid met Winssen en de plek waar hun lange reis als beeldende kunstenaars begon liggen op nog geen steenworp afstand van de beoogde plaats van het kunstwerk.

Bijlage 01 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi Memo cultuurhistorisch aspect Anima Mundi namens adviesbureau initiatiefnemer

De plek nabij de Waalbandijk in Winssen bevat aan de ene kant de open uiterwaarden met de weidse rivier en aan de andere kant de beschutting en achtergrond van de bomen, beplanting, boomgaarden en het dorpssilhouette. Het kunstwerk reageert op beide landschapstypen. In de maatvoering en gebruik makend van een open structuur op de schaal en weidsheid van het rivierenlandschap. Maar de aard en de betekenis van Anima Mundi vraagt daarbij ook om een geborgen plek, wat wordt vormgegeven door de plaatsing in de boomgaard, de aanleg van de bomenlaan en andere (aanwezige) groenelementen, aansluitend op het binnendijkse landschap. Maat en schaal van het kunstwerk en omgeving zijn derhalve in harmonie met elkaar. De plaatsing van het kunstwerk is hiermee een ultieme integratie van kunstwerk en uniciteit van de plek (genius of place). Door het kronkelige verloop van de dijk, continue sprake van een wisselend perspectief zijn objecten, waaronder Anima Mundi, niet steeds zichtbaar. Ten aanzien van Anima Mundi wordt dit nog eens versterkt door: *

De hoogte van de beelden valt binnen het dorpssilhouette (lager dan de bomen en bebouwing in het dorp). Daarnaast heeft het kunstwerk een open structuur met veel ruimte tussen de objecten, waardoor de omgeving volledig beleefd wordt. Men kijkt er over en doorheen vanaf de dijk.

*

het specifieke materiaalgebruik, waardoor de kleurstelling zich voegt in de natuurlijke omgeving.

*

Vanaf oostelijke richting komende op de dijk is AM pas zichtbaar na de aansluiting met de Notaris Stephanus Roesstraat (ivm de aanwezige bebouwing daar).

*

Vanaf westelijke richting op de dijk is AM pas zichtbaar ver voorbij de aansluiting met de Haneman (ivm de aanleg van de bomenlaan en ander bestaand opgaand groen en percelen aan deze zijde).

Anima Mundi is daarmee een toevoeging dat zich voegt in de maat, schaal en kenmerken van de omgeving en dus geen nadelig effect heeft op de kwaliteiten van het omringende landschap en de directe omgeving van de plek.

Bijlage 02 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi CROW gegevens inzake parkeren

De parkeerkencijfers en kencijfers verkeersgeneratie A1.1 De kencijfers

De vraag naar parkeerplaatsen en de omvang van de verkeersgeneratie wordt bepaald door: de locatie van de functie; het aanbod en de kwaliteit van alternati.eve vervoerswijzen. Uit studies blijkt dat functies in het centrum resulteren in een lagere parkeervraag en een

14

Toekomstbestendig parkeren

Het aanbod en de kwaliteit van alternatieve ver­ voerswijzen en, als gevolg daarvan, ook de hoogte van het kencijfer, zijn niet alleen afhan­ kelijk van de stedelijke zone, maar ook van de stedelijkheidsgraad. Het aanbod van de alterna­ tieve vervoerswijzen in bijvoorbeeld het cen­ trum van Rotterdam is van een ander niveau dan in het centrum van Oosterhout. Daarom warden de kencijfers naar stedelijke zone onderscheiden, maar daarnaast ook naar ste­ delijkheidsgraad. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vier­ kante kilometer. Er warden vijf stedelijkheidsgraden onderscheiden. Aan elke Nederlandse gemeente is een stedelijkheidgraad toegekend. Binnen een gemeente kunnen echter meerdere stedelijkheidsgraden voorkomen, wanneer naar de omgevingsadressendichtheid in een afgeba­ kend gebied (wijk of buurt) wordt gekeken. Tabet Al toont deze vijf stedelijkheidsgraden.

Tabel Al. Stedelijkheidsgraad van Nederlandse gemeenten

Klasse

Omgevingsadressendichtheid (adressen perknŵ.

Zeer sterk stedelijk

» 2500

Sterk stedelijk

1500-2500

Matig stedelijk

1000-1500

Weinig stedelijk

500-1000

Nietstedelijk

oO

A1.2 Bereikbaarheidskenmerken van de locatie

lagere verkeersgeneratie dan functies van dezelfde aard elders in de bebouwde kom. Dit wordt veroorzaakt door het aanbod en de kwa­ liteit van andere vervoerswijzen, met name het openbaar vervoer in het centrum. Hierdoor komen niet alle gebruikers van die functie met de auto. Op een locatie buiten het centrum is het aanbod van alternatieve vervoerswijzen veelal lager en de kwaliteit minder. Hierdoor komen gebruikers eerder met de auto naar de functie. Ook is in een centrumgebied eerder sprake van een sturend parkeerbeleid dan in een gebied elders in de bebouwde kom. Deze bevinding is aanleiding geweest om de kencij­ fers te onderscheiden naar stedelijke zone. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: » centrum; schil/overloopgebied; * rest bebouwde kom; buitengebied.

«O V

Het bepalen van het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen kan gebeuren op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers die kunnen warden gebruikt als hulpmiddel bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen. Met de kencijfers verkeers­ generatie kan een inschatting gemaakt warden van de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer die gegenereerd wordt als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De in deze publicatie genoemde kencijfers zijn gebaseerd op (literatuur)onderzoek en praktijk­ ervaringen van gemeenten. De kencijfers geven een gemiddeld beeld van de situatie die tijdens een onderzoek is aangetroffen. Ze kunnen meestal geen kant-en-klaar antwoord geven op de vraag hoeveel parkeerplaatsen in een bepaalde situatie moeten warden gerealiseerd of hoeveel gemotoriseerd verkeer er gegene­ reerd wordt. Bij het gebruik ervan moet rekening warden gehouden met de volgende invloeden: bereikbaarheidskenmerken van de locatie; .. specifieke eigenschappen van de functie; * mobiliteitskenmerken van de gebruikers/ bezoekers van de functie; * het gemeentelijk parkeerbeleid of mobiliteits­ beleid. In de volgende paragrafen warden deze invloedsfactoren uitgewerkt.

Bron:CBS

A1.3 Specifieke eigenschappen van de functie(s) Eigenschappen als de aantrekkelijkheid, de kwaliteit en het invloedsgebied van een functie in verhouding tot concurrenten of alternatieven zijn medebepalend voor de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. Dit is bijvoorbeeld het geval bij winkelcentra: het ene winkelcentrum heeft een hoge kwaliteit en een grate regionale uit­ straling; het andere, met dezelfde vloeropper­ vlakte, heeft een geringere aantrekkingskracht. Als de overige omstandigheden vergelijkbaar zijn, zal het totale bezoek aan het eerste win­ kelcentrum grater zijn en daarmee ook het noodzakelijke aantal parkeerplaatsen en de totale verkeersgeneratie. Dergelijke verschillen zijn niet exact in kencijfers te vertalen. De gebruiker zal daarom een keuze moeten maken binnen de gegeven bandbreedtes. De kencijfers verkeersgeneratie gaan uit van een situatie met een 'normaal' draagvlak. Er is uitgegaan van een zodanige concurrentieposi­ tie dater sprake is van 'gewone' bezoekersaan­ tallen. Is er sprake van aanwezige concurrentie, dan zal binnen de gegeven bandbreedte een lager kencijfer gekozen moeten warden. Met de gepresenteerde kencijfers verkeersgeneratie

kunnen alleen effecten op locatieniveau war­ den geschat. Het voorbeeld maakt dit duidelijk. In een gemeente zijn twee bioscopen aanwe­ zig. Aan de rand van de gemeente wordt een grootschalige megabioscoop gebouwd. Op basis van kenmerken van deze nieuwe bio­ scoop kan warden ingeschat hoeveel bezoe­ kers de nieuwe bioscoop zal trekken en hoe­ veel verkeer dit zal genereren (effecten op locatieniveau). Omdat de bestaande bioscopen waarschijnlijk met omzetverlies te maken zullen krijgen, zullen echter ook daar verkeerseffecten merkbaar zijn. Dergelijke effecten kunnen niet warden ingeschat aan de hand van de informa­ tie uit deze publicatie. Ook andere bekende effecten in de betreffende branche, zoals het feit dat de vraag deels door het aanbod wordt bepaald, warden niet meegenomen. Deze publicatie biedt dus geen hulpmiddel voor het schatten van mobiliteitseffecten op stedelijk niveau.

A1.4 Mobiliteitskenmerken van gebruikers/bezoekers Mobiliteitskenmerken van (potentiële) gebrui­ kers van functies kunnen invloed hebben op de bepaling van het aantal parkeerplaatsen en de verkeersgeneratie. De voorbeelden illustreren deze stetting. Bij een bedrijf dat zijn personeel een abonne­ ment geeft voor het openbaar vervoer, warden minder autoverplaatsingen gemaakt en zijn minder parkeerplaatsen nodig dan gemiddeld. Bij een voorziening die is bestemd voor studen­ ten (die in het bezit zijn van een ov-kaart) is dit eveneens voor een deel het geval. Het gaat hierbij vaak om specifieke situaties waarvoor de kencijfers van geval tot geval moeten warden geïnterpreteerd.

Hoofdstuk A 1 - De parkeerkencijfers enkencijfers verkeersgeneratie

15

Bijlage 02 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi CROW gegevens inzake parkeren

;

het mogelijk is om van een vastgestelde parkeernorm af te wijken. De gemeente maakt dan met de betreffende aanvrager aanvullende afspraken; bijvoorbeeld een starting in het gemeentelijke parkeerfonds. Het is van belang om hiervoor op gemeentelijk niveau heldere procedures voorhanden te hebben.

Al.7 Mobiliteitsmanagement Mobiliteitsmanagement is het organiseren van slim reizen. Mobiliteitsmanagement leidt tot minder autogebruik. Dit is geen doel op zich, maar een middel om andere doelen te berei­ ken: zoals een betere bereikbaarheid, econo­ mie, haalbaarheid van milieueisen, leefbaarheid of veiligheid. Ook de aanleidingen om aan mobiliteitsmanagement te gaan doen, kunnen divers zijn. Denk aan parkeerproblemen, het ontbreken van collectief vervoer, graat onder­ houd aan wegen, het opvangen van verkeerspieken en imagovorming als een aantrekkelijke werkgever. Mogelijke maatregelen bij mobiliteitsmanage­ ment zijn: * mobiliteitsmaatregelen door werkgevers, zoals: * flexibilisering van de arbeidstijden; * aangepaste bedrijfstijden; * thuiswerken (het nieuwe werken); * het aanbieden van openbaarvervoerabonnementen. het stimuleren van het gebruik van de fiets, bijvoorbeeld door: * infrastructurele maatregelen: * fietscampagnes; * beschikbaar stellen van fietsen en douchegelegenheid door werkgevers. parkeermaatregelen: sturend parkeerbeleid “ in plaats van volgend: informatie en communicatie gedeeld autogebruik, carpoolen

Met een succesvol mobiliteitsmanagement kan het benodigde aantal parkeerplaatsen vermin­ derd warden. Ook kan het aantal autoverplaatsingen verminderen (bijvoorbeeld op piekmo­ menten).

lijke ontwikkeling van een gebied of de realisa­ tie van een voorzie'ning op een bepaalde loca­ tie. Het doel hiervan is om verkeers- en vervoersaspecten op een relatief eenvoudige wijze inzichtelijk te maken in een vroeg stadium van het proces van ruimtelijke ontwikkeling.

Al.8 Nauwkeurigheid en statistische betrouwbaarheid

Omdat het om een hulpmiddel gaat, mag van de gepresenteerde waarden warden afgewe­ ken. Het is wel aan te raden slechts af te wijken als hiervoor een gedegen onderbouwing is. Als deze niet gegeven kan warden, zijn de gepresenteerde kencijfers het beste uitgangs­ punt dat momenteel voorhanden is.

De gepresenteerde kencijfers zijn het resultaat van berekeningen op basis van onderzoeksge­ gevens uit diverse bronnen en/of uitgangspun­ ten getoetst aan veldwerk. Het is belangrijk dat de gebruiker zich realiseert dat een nauwkeurigheidsniveau wordt geboden dat soms niet geheel aansluit bij het nauwkeurigheidsniveau van de aan het getal ten grondslag liggende (aannames binnen) berekeningen. Alle kencijfers in deze publicatie zijn gebaseerd op praktijk- of literatuurgegevens of onder­ bouwde bewerkingen hiervan. Omdat deze werkwijze uitgaat van het principe van 'best practice' is het niet mogelijk om te spreken van statistische betrouwbaarheid. De parkeerkencijfers geven het benodigd aan­ tal parkeerplaatsen weer op een druk moment in een normale week. Het is immers niet effici­ ent om te dimensioneren op uitzonderlijke pie­ ken. Zo is ervan uitgegaan dater voldoende parkeerplaatsen moeten zijn voor het normaal functioneren van een supermarkt op een nor­ male zaterdag. De kencijfers geven niet de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie weer voor de dag voor Kerstmis.

Bij verschillende functies bleek het niet mogelijk te zijn om de bestaande parkeer­ kencijfers en de bestaande kencijfers verkeers­ generatie inhoudelijk aan elkaar te koppelen. De kencijfers van deze functies zijn globaler en dienen met een forse marge in acht genomen te warden.

«Ńř w

^u

.ĮįjŕAŠiļń

l.liįįģĮiŴ

āžtžįjfeįįuj í

Een met de kencijfers berekende waarde voor de verkeersgeneratie zal nooit (exact) overeen­ komen met de werkelijkheid. Dit is ook niet noodzakelijk. De kencijfers zijn ontwikkeld als hulpmiddel voor specialisten bij het opstellen of uitvoeren van ruimtelijke plannen, de ruimte­

WmmBåňA

lí 18

Toekomstbestendig parkeren

Hoofdstuk A 1 - De parkeerkencijfers enkencijfers verkeersgeneratie

19

Bijlage 02 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi CROW gegevens inzake parkeren

A4.5 Hoofdgroep sport, cultuur en ontspanning

[UI

ľ

[,

iąi į JV

De volgende functies worden onderscheiden: * Bibliotheek Bioscoop Filmtheater/filmhuis Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansge­ legenheid (met een ideele/culturele doel­ stelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een min­ der groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. * Theater/schouwburg * Musicaltheater Een musicaltheater is een grootschalig thea­ ter waar (vaak langlopende) theaterproduc­ ties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk 's avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2,000 bezoekers. * Casino ’ Bow/ingcentrum Een bowlingcentrum is gericht op zowel pro­ fessioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels endergelijke. Bi/jartcentrum/snookercentrum ' Dansstudio Fitnessstudio/sportschool Met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten.

training, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. ,. Wel/nesscentrum Hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna's, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowpar­ ken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar sauna baden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige thera­ pieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massageVbeautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. * Sauna/hammam - Sportha/ en sportzaa/ '" Tennishal ,. Squashhal Zwembad (overdekt) ,. Zwembad (open/ucht) * Zwembad (combi) Een combizwembad is een zwembad met zowel overdekte als openluchtzwembassins. * Kunstijsbaan Bij de kencijfers wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 x 60 meter (op het midden­

,. Go/foefencentrum (oak wet pitch á put genoemd) Aldan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers ofeen putting green). Go/fbaan (18 holes) Indicatief gesteld is voorde aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaats­ vindt, is dit 25-5007o meer. '" /ndoorspeeltuin/kinderspee/hal Indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functio­ nerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin eri een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening

* Fitnesscentrum Bij een fitnesscentrum gaat het om zoge­ noemde grotere multifunctionele centra ç» 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel indi­ vidueel trainen als groepslessen, diverse vor­

terrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra's, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijs­ hockey en kunstrijden op de schaats).

heeft overwegend een lokaal verzorgingsge­ bied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die beduidend grater zijn, zoals Kidzcity in Utrecht, met een grootte van 5.000 m2

men van fitness zoals cardiofitness, kracht­

í1.

ì,ŵ:

■èM,vw-.,yi-ŵl-i/ŴŵU, — in lí.

"' Volkstuin

:;ll ři[ 54

ľ/i

Toekomstbestendig parkeren

Hoofdstuk A4 - Kencijfers wonen, werken en voorzieningen

ċ * ÁU.Ţ,

,1 i.i

Van de volgende functies kunnen slechts glo­ bale parkeerkencijfers en/of globale kencijfers verkeersgeneratie gegeven worden. Bij het toe­ passen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. * Museum * Zwemparadijs .. Sportveld Stadion * Ski- en snowboardhal * Jachthaven .., Kinderboerderij (stadsboerderij) * Manege (paardenhouderij) "" Dierenpark * Attractie- en pretpark ' Plantentuin (botanische tuin)

Bijlage 02 bij brief commissievragen bestemmingsplan Anima Mundi CROW gegevens inzake parkeren

Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen

Mensen met een handicap kunnen in aanmer­ king komen voor een algemene gehandicaptenparkeerkaart. Deze kaart geeft hun enkele bijzondere rechten voor het gebruik van par­ keervoorzieningen.

A6.1 Gebruiksmogelijkheden De bezitter van een algemene gehandicaptenparkeerkaart mag op een algemene gehandi­ captenparkeerplaats parkeren. Daarnaast mag hij ook parkeren op de volgende plaatsen: * Op wegen met een parkeerverbod. Hier mag maximaal 3 uur aaneengesloten geparkeerd worden. In de auto moet een parkeerschijf duidelijk zichtbaar aanwezig zijn, waarop de aankomsttijd is aangegeven. In een erf buiten de aangegeven vakken. Hier mag maximaal 3 uur aaneengesloten gepar­ keerd worden. In de auto moet een parkeer­ schijf duidelijk zichtbaar aanwezig zijn, waarop de aankomsttijd is aangegeven. Op wegen of parkeerterreinen waar het gebruik van de parkeerschijf verplicht is. Hier mag zonder parkeerschijf worden geparkeerd. Hierbij moet wel de algemene regel in acht worden genomen dat men het overige ver­ keer niet mag hinderen of in gevaar brengen. De gehandicaptenparkeerkaart moet altijd duidelijk zichtbaar aanwezig zijn. Men mag met een algemene invalidenparkeerkaart niet parkeren: ,. op wegen en parkeerterreinen die zijn aan­ geduid als parkeervoorziening voor vergun­ ninghouders; * op ruimte bestemd voor noodhulpvoertuigen; voor uitritten (openbaar en particulier).

A6.2 Aantal en plaats Er moet een minimum van vijf procent aan algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zijn bij publieke voorzieningen zoals bioscoop, bibliotheek of gemeentehuis. Deze parkeer­ plaatsen dienen zo dicht mogelijk te liggen bij de ingang van het gebouw waarin de functie is gehuisvest. De afstand tussen parkeerplaats en ingang moet zo klein mogelijk zijn en minder dan 100 meter. Die afstand heeft te maken met de norm voor het verkrijgen van een gehandi­ captenparkeerkaart, namelijk "in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen" [w4], De ASW geeft als toepassing zelfs ten minste een aangepaste parkeerplaats op minder dan 50 meter van openbare gebouwen, van bestemmingen die voor mensen met een han­ dicap toegankelijk zijn en van aangepaste woningen [3]. Daarnaast geeft de ASW voor grote (openbare) parkeerterreinen en -garages een verhouding van een aangepaste parkeerplaats op vijftig gewone parkeerplaatsen. Bij een terrein kan er gezien de maatvoering voor gekozen worden om van drie gewone plaatsen twee gehandi­ captenparkeerplaatsen te maken. Hierdoorkan de terreinindeling gehandhaafd blijven.

mm

T oekomstbestendig parkeren

A7.1 Acceptabele loopafstanden Als maat voor situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de functies kan de accepta­ bele loopafstand tussen parkeerplaats en het bestemmingsadres dienen. De acceptatie van die loopafstand hangt af van de parkeerduur, van het motief van het bezoek aan het bestem­ mingsadres en van de verwachte kans op een parkeerplaats. De acceptatie van loopafstanden vertoont marges, evenals de kencijfers. Deze marges worden onder andere bepaald door: ’ de parkeerordening en prijsstelling; * de concurrentiekracht van de alternatieven. In tabel A13 zijn ter illustratie acceptabele loopafstanden voor de hoofdfuncties opgenomen.

WSSSBBk IfeAA ffSWSSį&üįiM -Ŭ

«He

«Mp i AWf íSW'Äflã sĘŞ3jš|pSţ|:

KmĚĚĒ

įŢSĄj - •tľirĩ1

ren op afstand spelen de loopafstanden uit tabel A13 geen rol maar gaat het om aspecten zoals: '" frequentie, beschikbaarheid en kwaliteit van het aanvullend vervoer; * kwaliteit parkeerfaciliteit; - reistijdwinst; * parkeerkosten. Parkeren op afstand als beleidsmaatregel vindt meestal plaats op een P+R-locatie. Wanneer ook fietsen beschikbaar zijn, wordt dat vaak met P+fiets aangeduid. P+R-locaties zijn in toe­ nemende mate succesvol. Dit kan komen door­ dat het publiek eraan gewerid raakt en door de verbeterde kwaliteit van de locatie en de voor­ zieningen.

TabelAB. Acceptabele loopafstanden

Hoofdfunctie

Acceptabele loopafstanden

Wonen

lOOmeter (100 - 250 meter voor bezoekers)

Winkelen------------- 200-600 meter— Werken

200-800 meter

Ontspanning

100 - 600 meter

Gezondheidszorg 100 meter_______________________ Onderwijs

A7.2 De ASW en CROW-publicatie 337'Richtlijn toe­ gankelijkheid' gaan uitgebreid in op de vorm­ geving van aangepaste parkeerplaatsen [3,4],

mmm 102

locatie parkeervoorzieningen

100meter

Parkeren op afstand

Naast het aspect van de acceptabele loopaf­ standen, speelt het te voeren parkeerbeleid een grote rol in de locatie van parkeerfaciliteiten. Binnen geïntegreerd parkeerbeleid worden steeds vaker parkeerfaciliteiten op een nietbeloopbare afstand gerealiseerd. Aanvullend vervoer zoals de People Movers op Schiphol en in Capelle aan den IJssel zorgen ervoor dat gebruikers op een snelle en comfortabele manier worden vervoerd van de parkeerlocatie naar de bestemming en vice versa. Ook kan de rfiets hier een rol spelen. Bij parke-

- v- m y .

W

Hoofdstuk A7 - Locatie parkeervoorzieningen

103

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=9508055c-906d-458d-bf69-54e65e518b93