15 Spuitzoneonderzoek Adromi, at21000713.pdf
Tekst van het document
Resultaten EFSA De effecten van drift van de hiervoor genoemde gewasbeschermingsmiddelen zijn via het EFSA-model in beeld gebracht. Tabellen hierna tonen de resultaten van het EFSA-model voor omwonenden van spuitzones, gebruikmakende van de invoergegevens uit paragraaf 4.2. De Acceptable Operator Exposure Level (AOEL), in het EFSA-model gedefinieerd als 'Reference value non acutely toxic active substances', is in eerste instantie bedoeld voor de toepasser van gewasbeschermingsmiddelen, maar is ook gangbaar voor omwonenden, wat in het kader van dit onderzoek wordt gebruikt. Bij percentages onder de 100% wordt het blootstellingsniveau als acceptabel beschouwd. Het EFSA-model geeft resultaten voor zowel kinderen als volwassenen, maar omdat kinderen gevoeliger zijn voor blootstelling aan giftige stoffen (lager lichaamsgewicht, hogere opnamekans via
38 European Food Safety Authority (EFSA). (2015). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance bentazone. EFSA Journal, 13(4):4077. 39 Ctgb, gebruiksvoorschrift Basagran 6034N, 16 februari 2018
Adromi B.V.
wi^R202062^001m
Pagina 25 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
hand | objecten | mond), worden de AOEL-waarden voor kinderen als bepalend geacht voor een woonsituatie. 4.4.1. Laagstam boomgaard en boomkwekerijgewassen Onder het bestemmingsplan 'Buitengebied Beuningen' en de beheersverordening 'Centrum Beuningen' moet op de gronden ten noord(oosten) rekening worden gehouden met toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in de aanwezige laagstam perenboomgaarden. Verder moet rekening worden gehouden met bomenteelt op de gronden ten oosten van de beoogde woningbouw. Voor wat de bestrijding van schimmel en insecten is hierbij rekening gehouden met opwaarts spuiten. Voor wat betreft onkruidbestrijding is uitgegaan van neerwaarts spuiten tussen de bomenrijen. In de onderstaande tabel wordt het percentage weergegeven van de AOEL die ontstaat bij blootstelling aan drift. Ten aanzien van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de geldt, dat er op een afstand van 5 meter geen AOEL overschreden wordt. Tabel 1: Berekende percentages van de 'Acceptable Operator Exposure Level1 (AOEL) waaraan een omwonend kind van 3 jaar kan worden blootgesteld zonder schadelijke gezondheidseffecten
Gewasbeschermingsmiddel
Werkzame stof
Afstand 5m
10 m
Captosan
Captan
7,280Z
5,7ľZ
Teppeki
Flonicamid
10,440Z
9,980Z
Roundup
Glyfosaat
4,6ľZ
3,7907o
Op basis van het EFSA-model zal kortom vanaf een afstand van 5 meter uit het teeltperceel geen sprake zijn van een te hoge blootstelling. Voor het aangrenzende projectperceel voor de nieuwbouw ten zuid(west)en van de agrarisch bestemde gronden betekent dit dat, in principe een strook van 5 meter uit de perceelgrens dient te worden aangehouden waar beperkingen zouden moeten worden gesteld aan regulier menselijk verblijf. 4.4.2. (Eenjarige) akkerbouwgewassen In de onderstaande tabel wordt het percentage weergegeven van de AOEL die ontstaat bij blootstelling aan drift welke vrij kan komen bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toegepast bij de teelt van diverse akkerbouwproducten op de agrarisch bestemde gronden in het bestemmingsplan "Locatie Asdonck" zelf, maar ook met betrekking tot de eventuele sierteelt binnen bestemmingsplan "Buitengebied" ten oosten van de nieuwbouw (perceel 510 in figuur 7). Tabel 2: Berekende percentages van de 'Acceptable Operator Exposure Level' (AOEL) waaraan een omwonend kind van 3 jaar kan worden blootgesteld zonder schadelijke gezondheidseffecten
Gewasbeschermingsmiddel
Werkzame stof
Afstand 2-3 m
5m
10 m
Roundup
glyfosaat
7,020Z
4,6ľZ
3,790Z
MaisTer
iodosulfuron-methylnatrium + foramsulfuron
5,750Z
4,840Z
4,530Z
Adromi B.V.
wil|R202062|2001m
Pagina 26 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
Revus
mandipropamid
0,80^1
0,7r7o
0,690Zo
Alternet
difenoconazool
1,080^
0,890Zo
0,83yo
Basagran
bentazon
1,6307o
1,2807o
1,1707o
Zoals blijkt vindt vanaf een afstand van 2-3 meter geen overschrijding van de AOEL plaats. 4 5. Beoordeling overige factoren In deze paragraaf worden de uitkomsten van het EFSA-model nader geduid en in context geplaatst. 4.5.1. Cumulatie en interactie In de omgeving zullen verschillende bestrijdingsmiddelen kunnen worden gebruikt. Toekomstige bewoners zullen dan mogelijk blootgesteld worden aan al deze middelen. Ook vindt opname plaats van diverse gewasbeschermingsmiddelen via reguliere etenswaren, waarover het RIVM in 2018 een rapport heeft gepubliceerd40. Het onderzoek bepaalt de cumulatieve blootstelling door stoffen op te tellen die op hetzelfde orgaan werking hebben. Hier werd opgemerkt dat bij de bepaling van cumulatieve blootstelling aan alle in de teelt voorkomende gewasbeschermingsmiddelen eerst een overzicht benodigd is van op alle aangrijpingspunten in het lichaam. Hetzelfde geldt uiteraard ten aanzien van het aspect interactie/synergisme bij blootstelling aan diverse stoffen. In de vastgestelde Acceptable Exposure Levels (maximaal toelaatbaar blootstellingsniveau) is niet specifiek rekening gehouden met cumulatieve of elkaar versterkende effecten. Tegelijkertijd wordt bij het vaststellen van het maximaal toelaatbare blootstellingsniveau uit voorzorg wel rekening gehouden met een extra onzekerheidsmarge.
Hoewel cumulatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, hebben de verschillende bestrijdingsmiddelen vaak een ander aangrijpingspunt op het metabolisme van een insect, een schimmel of een plant. In lijn daarmee ligt niet voor de hand dat er sprake zal zijn van (volledige) cumulatieve effecten op het menselijke organisme. Onderzoek naar cumulatieve blootstelling is in zeer beperkte mate beschikbaar, onder meer vanwege de complexiteit van de onderlinge werkingen van de actieve stoffen ook al zou gelden dat voor iedere individuele stof het maximaal toelaatbare blootstellingsniveau niet zou worden overschreden. Het aspect cumulatie kan daarbij worden beschouwd als een aspect dat ook deels de problematiek van blootstelling aan drift overstijgt, aangezien cumulatie een rol kan spelen in relatie tot blootstelling aan tal val stoffen (uitlaatgassen, depositie van industriële bedrijvigheid, uittredende stoffen van bouwmaterialen, voedingsmiddelen, medicijnen, cosmetica, bekleding, verpakkingen, op zichzelf niet schadelijke stoffen die in combinatie met andere stoffen leiden tot verhoogde schadelijkheid etc.). Van belang is hierbij, dat er geen wetenschappelijke consensus bestaat over een aanvaardbaar cumulatief blootstellingsniveau.
Op basis van de uitkomsten van de berekeningen met het EFSA-model is wel duidelijk dat de blootstelling aan individuele stoffen ver onder het maximale blootstellingsniveau zullen liggen. Om een indicatie te verkrijgen van cumulatieve effecten, is het niet ongebruikelijk dat maximale blootstellingswaarden worden opgeteld. 40 RIVM, 2018. Cumulative exposure to residues of plant protection products via food in the Netherlands Adromi B.V.
wi!7R20206272001m
Pagina 27 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
In de onderhavige situatie zou dat betekenen dat op een afstand van 10 meter tot de boomgaard cq. een bomenteeltperceel sprake zou zijn van een overschrijding van de AOEL indien jaarlijks meer dan 10 driftrelevante gewasbeschermingsmiddelen zouden worden ingezet met een effect dat gelijk is aan Flonicamid (meer dan 10 maal 9,98%). Voor de akkerbouwpercelen zou dit betekenen dat de AOEL op 3 meter zou worden overschreden als meer dan 14 driftrelevante gewasbeschermingsmiddelen zouden worden toegepast met een aan glyfosaat vergelijkbaar effect (meer dan 14 maal 7,02%). Gelet op de omstandigheid dat gewasbeschermingsmiddelen niet in dergelijke hoeveelheid/potentiële schadelijkheid en omvang zullen worden toegepast, zal cumulatie in deze zin dus niet leiden tot overschrijding van de AOEL voor wat betreft blootstelling aan drift voor kinderen jonger dan 3 jaar maar ouder dan 1 jaar. 4.5.2. Kinderen jonger dan 1 jaar Het EFSA-model biedt niet de directe mogelijkheid om conclusies te trekken voor wat betreft de blootstelling van kinderen jonger dan 1 jaar en ongeboren kinderen. Voor de kinderen jonger dan 1 jaar kan er echter wel van worden uitgegaan dat blootstelling primair plaatsvindt door inhalatie en in beperkte mate via directe blootstelling van de huid Z mond.
Dit omdat kinderen jonger dan drie jaar beperkt zelfstandig mobiel zijn en buiten in principe worden vervoerd in kinderwagen of vergelijkbaar. Blootstelling via hand-mondbewegingen (speelgoed, vegetatie en andere objecten welke aan drift hebben blootgestaan en die worden aangeraakt met hand en eventueel aansluitend mond) kan in principe meer worden uitgesloten dan bij oudere kinderen die zelfstandig mobiel zijn. Kinderen jonger dan 1 jaar hebben daarbij een kleinere longinhoud, waardoor blootstelling via inhalatie ook lager zal zijn. Tegelijkertijd is wel sprake van hogere kwetsbaarheid vanwege het lagere gemiddelde lichaamsgewicht. Uitgaande van een woonsituatie zullen kinderen jonger dan 1 jaar die ter plaatse worden geboren maximaal 1 jaar en 9 maanden blootgesteld staan aan drift, waarna v.w.b. langdurige blootstelling wordt voldaan aan de uitkomsten van het Efsa-model. Als voor wat betreft de beoordeelde gewasbeschermingsmiddelen bij wijze van indicatie geen rekening wordt gehouden met opname via de mond en alleen rekening wordt gehouden met blootstelling via inhalatie en de huid, dan is sprake van een ruime marge tot aan de maximaal toegelaten blootstellingsnormen. Hierbij speelt verder een rol dat deze normering is gebaseerd op de inhalatiewaarden van kinderen van 1 tot 3 jaar, dus kinderen met een al grotere longinhoud, ondanks het lagere lichaamsgewicht.
Voor wat betreft ongeboren kinderen geldt dat het lichaam van de moeder in eerste instantie bescherming biedt tegen blootstelling. De maximale blootstelling overschrijdt daarbij hoe dan ook niet de AOEL omdat de blootstelling van de foetus kan worden beschouwd als een klein percentage van de blootstelling die de moeder ondervindt. 4 6. Voorzorg Op basis van het Efsa-model kan worden gesteld dat de blootstelling aan individuele gewasbeschermingsmiddelen als gevolg van drift op een afstand van 5 meter uit de perceelgrens van de perenboomgaard en een afstand van 3 meter uit de agrarische gronden in het plangebied zelf geen onaanvaardbare gezondheidsrisico's met zich brengt.
Adromi B.V.
wil7R20206272001m
Pagina 28 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
Tegelijkertijd is sprake van een onzekerheidsfactor als het gaat om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen voor wat betreft mogelijke cumulatie alsook als het gaat om kinderen jonger dan 1 jaar. Immers op dit vlak kunnen alleen indicatieve conclusies worden getrokken. Ten einde uit voorzorg driftblootstelling zo veel mogelijk te minimaliseren, dient bij voorkeur te worden gekozen voor het toepassen van aanvullende afscherming. Immers, zoals ook uit de rekenresultaten blijkt, neemt de driftblootstelling niet evenredig af met de toegenomen afstand tot een gewasperceel. Een en ander laat onverlet dat het bij toepassing van het voorzorgbeginsel gaat om het bereiken van een acceptabele blootstelling: blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen vanwege het wonen in/nabij agrarisch gebied zal nu eenmaal hoger kunnen zijn dan bij het wonen in stedelijk gebied, waarbij een persoon alleen (residuen van) gewasbeschermingsmiddelen kan binnenkrijgen via voedsel. Blootstelling aan drift als een individuele bron van (potentieel) schadelijke stoffen dient in principe teruggebracht tot een maatschappelijk aanvaardbaar gezondheidsrisico, vergelijkbaar met andere individuele gezondheidsrisico's waaraan iemand kan zijn blootgesteld in zijn of haar al dan niet toevallige woon- en werkomgeving (zoals op het vlak van arbeidsomstandigheden, blootstelling aan uitlaatgassen in de file en dergelijke).
4 7. Verschil in uitkomsten Zoals uit de onderzoeksresultaten blijkt, wordt met het Efsa-model een veel kortere afstand berekend waarbinnen niet langer sprake kan zijn van een overschrijding van de AEL. Extrapolatie op basis van het PRI onderzoek, zoals is gedaan in de rapportage van SPA, laat veel grotere afstanden zien. De reden hiervoor is gelegen in de verschillende weging van de blootstelling aan drift. Het gaat hier om de weging van de mate van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen voor wat betreft: - Duur; - Frequentie; - Concentratie. Deze weging wordt uitgedrukt als percentiel. Efsa hanteer^/schrijft) een 75e percentiel41 (voor) als het gaat om de risicobeoordeling van blootstelling van omwonenden, aangezien dat representatief is voor blootstelling op de lange termijn. Voor de beoordeling van blootstelling van medewerkers die werkzaam zijn bij toepassing van gewasbescherming, bij oogsten etc. hanteert Efsa het 95e percentiel. PRI corrigeert niet voor deze factor, maar extrapoleert een eenmalige blootstelling naar de acceptabele blootstellingswaarde. Het verschil in afstand heeft kortom te maken met een andere risico-inschatting. Als in het PRI model op vergelijkbare wijze rekening zou worden gehouden met een correctie voor langetermijn blootstelling, dan zal ook dat model uitkomen op kortere afstanden die waarschijnlijk vergelijkbaar zijn met die van Efsa.
41 Zie Guidance on the assessment of exposure of operators, workers, residents and bystanders in risk assessment for plant protection products (wiley.com) https:77efsa.onlinelibrary.wiley.com7doi7epdf710.29037j.efsa.2014.3874
Adromi B.V.
wil7R20206272001m
Pagina 29 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
5.
Conclusie en aanbevelingen
In de context van de vaststelling van het bestemmingsplan "Locatie Asdonck" heeft een aanvullend spuitzone onderzoek plaatsgevonden naar de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen door drift vanwege aan de nieuwe woonbestemming grenzende agrarisch bestemde gronden waarop teelt in boomgaarden plaatsvindt dan wel akkerbouw of boomteelt plaats kan vinden. Er is gebruik gemaakt van het EFSA-model om de blootstelling aan drift van een aantal representatieve gewasbeschermingsmiddelen in beeld te brengen. In voorgaand spuitzone onderzoek door SPA WNP ingenieurs is het PRI-model toegepast. Uit de berekeningen van onderhavig onderzoek blijkt dat conform EFSA, in tegenstelling tot de conclusie vanuit het spuitzone onderzoek door SPA WNP waarin is geconcludeerd dat conform PRI een minimale afstand van 30 meter is benodigd, bij een afstand van 5 meter uit de boomgaard en 3 meter uit de agrarisch bestemde percelen wordt voldaan aan de maximaal acceptabele blootstellingsnormen. Binnen deze afstanden dienen in principe beperkingen te worden gesteld aan regulier menselijk verblijf. 5.1. Nieuwe woonbestemming 5.1.1. Laagstam boomgaarden en boomkwekerijgewassen De bestaande perenboomgaard (binnen het bestemmingsplan "Buitengebied" en binnen de beheersverordening "Centrum Beuningen") is aanwezig op een afstand van minimaal circa 17 meter tot de nieuwe woonbestemmingen.
De agrarisch bestemde gronden waar sprake kan zijn van sier- en boomteelt, zijn gelegen op een afstand van minimaal circa 22 meter ten oosten van de nieuwe woonbestemmingen. Gelet op de omstandigheid dat reeds op een afstand van 5 meter tot deze agrarisch bestemde percelen geen sprake meer is van een overschrijding van de acceptabele individuele blootstellingswaarden, zijn er voor deze agrarische gronden uit voorzorg in principe geen verdere afschermende maatregelen noodzakelijk om een ruimtelijk aanvaardbare situatie te creëren voor de nieuwe woningen. Het is uiteraard niet bezwaarlijk indien de thans in het bestemmingsplan 'Locatie Asdonck' opgenomen maatregelen toch worden getroffen. 5.1.2. (Eenjarige) akkerbouwgewassen De overige agrarisch bestemde percelen in het bestemmingsplan "Locatie Asdonck" zelf zullen aan de nieuwe woonbestemming grenzen. Gelet op de omstandigheid dat op basis van het EFSA-model enkel kan worden geconcludeerd dat vanaf een afstand van 2-3 meter sprake zal zijn van een aanvaardbare situatie, dienen driftafschermende en/of -beperkende maatregelen te worden getroffen. Er kan hierbij worden gekozen voor een jaarrond groenblijvende haag met een hoogte van 3,00 meter (uitgaande van de maximaal voorstelbare hoogte van akkerbouwgewassen zoals mais of zonnebloemen, vermeerderd met 50 centimeter).
Bedoelde haag dient daarbij uit voorzorg te worden doorgetrokken tot aan de punten waar de afstand tussen de woonbestemming en die delen van de
Adromi B.V.
wil7R20206272001m
Pagina 30 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
agrarische bestemming waar toepassing van gewasbescherming niet is verboden meer dan 10 meter bedraagt. Verder is van belang dat beperkingen dienen te worden gesteld aan de realisatie van te openen ramen, deuren en balkons aan deze zijde van het betreffende appartementengebouw, eveneens als het gaat om posities welke op minder dan 10 meter tot de agrarische bestemming zijn gelegen. Aangezien met het EFSA-model geen uitsluitsel kan worden gegeven over de verspreiding van drift in de hoogte en/of de invloed van gebouwen op drift, geldt deze beperking uit voorzorg voor alle bouwlagen van het pand, inclusief eventuele luchtinlaten op het dak (alleen op een afstand van minder dan 10 meter tot die delen van het gewasperceel waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is verboden). 5.2 Verkeersbestemmingen De gronden ten westen van de woonbestemming, behalve in een zone van 10 meter van de bestemming 'Agrarisch met waarden', zijn in het bestemmingsplan "Locatie Asdocnk" bestemd voor 'Verkeer - 1'. De gronden in de '10 m zone', ten westen van de woonbestemming, en de gronden ten oosten daarvan zijn bestemd voor 'Verkeer - 2'. De gronden met de bestemming 'Verkeer - 1' zijn onder meer bestemd voor de realisatie van speelvoorzieningen.
In lijn met het voorgaande ligt voor de hand om op dit punt te kiezen voor afscherming en/of gebruiksbeperkingen welke ervoor zorgen dat geen sprake is van menselijk verblijf op deze gronden welke relevant kan zijn in relatie tot driftblootstelling. In de context van deze verkeersbestemmingen kan hierbij worden gedacht aan verblijf in een speeltuin c.q. op een zitbankje o.i.d.. Verblijf met een kortstondig en meer incidenteel karakter, zoals dat plaatsvindt op een parkeerterrein of op een wandel- of fietspad leidt in principe niet tot relevante blootstellingsrisico's.
Adromi B.V.
wi!7R20206272001m
Pagina 31 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
6.
Voorgestelde aanpassing bestemmingsplan 'Locatie Asdonck'
De bevindingen van het vorige hoofdstuk zijn gedeeld en besproken met de gemeente. Op grond hiervan is een voorstel geformuleerd om het bestemmingsplan Asdonk gewijzigd vast te stellen. In onderhavig hoofdstuk worden de beoogde wijzigingen in het bestemmingsplan nader beoordeeld in het licht van de bevindingen van hoofdstuk 5. 6 1. Beoogde aanpassingen In het gewijzigde bestemmingsplan zal het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op gronden die reeds agrarisch zijn bestemd worden gerespecteerd. Echter op gronden die eerder een andere bestemming hadden en thans met dit bestemmingsplan agrarisch bestemd zijn, zal het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen worden verboden. Verder zullen door middel van een vrijwaringszone beperkingen worden gesteld aan bebouwing en gebruik van gronden welke zich op een afstand van 10 meter en minder bevinden van agrarisch bestemde percelen waar toepassing van gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten (met uitzondering ter plaatse van een locatie waar zich een scherpe hoek bevindt in het gewasperceel waar gewasbescherming niet is verboden). Deze beperkingen houden in, dat in deze vrijwaringszone geen bouwwerken met te openen delen mogen worden gerealiseerd en evenmin voorzieningen gericht op verblijf mogen worden gerealiseerd (zoals terrassen, speelvoorzieningen en dergelijke).
Daarbij wordt ook bepaald dat de gronden niet mogen worden gebruikt voor regulier verblijf. Kortstondig verblijf met het oog op bijvoorbeeld groenonderhoud (van een tuin bij de appartementen) of parkeren (in de verkeersbestemmingen) blijft hier mogelijk zonder dat sprake zal zijn van onacceptabele driftblootstelling. Tot slot wordt uit voorzorg voorzien in extra afscherming op de grens tussen de woonbestemming en de agrarische bestemming op posities waar de afstand tot aan locatie(s) waar gewasbescherming niet is verboden minder dan 10 meter bedraagt. In figuur 9 is in rood de zone weergegeven waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zal worden verboden en waar bedoelde bouw- en gebruiksbeperkingen zullen gelden. Verder is met groen de positie van de aanvullende afschermende haag aangeduid aan de westzijde van de woonbestemming.
Adromi B.V.
wi^R202062^001m
Pagina 32 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
WR-A2
Figuur 9: verbeelding van de beoogde gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan 'Locatie Asdonck'
6.2. Beoordeling aanpassingen Middels de beschreven aanpassingen zal kunnen worden voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarbij de bestaande, niet wederrechtelijke situatie ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gerespecteerd wordt. Dit wordt bereikt door de beschreven vrijwaringszone met de daarin beoogde beperkingen ten aanzien van bebouwing en gebruik (verblijf) alsook het verbod op toepassing van gewasbeschermingsmiddelen bij agrarische teelten op gronden waar dat eerder ook nog niet was toegestaan. De aanvullende afschermende haag zal daarbij uit voorzorg onverhoopte blootstelling op de voor woondoeleinden bestemde percelen minimaliseren. Daarbij is van belang dat de al in het bestemmingsplan opgenomen afscherming ten oosten van de woonbestemming ook nog steeds zal worden gerealiseerd (op basis van de rapportage SPA). Specifiek punt van aandacht in deze context is de beoordeling van de begrenzing van de vrijwaringszone op de locatie waar sprake is van een scherpe hoek ten opzichte van de gronden waar gewasbescherming mag worden toegepast (zie figuur 10). Op deze locatie bedraagt de minimale breedte van de vrijwaringszone circa 5 meter in plaats van 10 meter.
Adromi B.V.
wi^R202062^001m
Pagina 33 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
174 graden
53 graden
Figuur 10: detail begrenzing vrijwaringszone
Op dit punt is het volgende van belang. Driftblootstelling op basis van het Efsa-model is gebaseerd op en situatie waarin sprake is van driftblootstelling langs een rechte perceelgrens. Toepassing van gewasbeschermingsmiddelen vormt hierbij als het ware een lijnbron (180o) van waaruit driftblootstelling kan optreden. In de onderhavige situatie zal daar geen sprake van zijn. Zoals aangegeven in figuur 10, is sprake van een vrijwel rechte perceelgrens (174o), maar zal grenzend aan de woonbestemming enkel sprake mogen zijn van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op gronden die in een hoek van 53o toelopen in een punt met de woonbestemming. Bij wijze van indicatie: als blootstelling aan een lijnbron als 100% wordt beschouwd, zou dit neerkomen op een aandeel van circa 30% daarvan. Hierbij is verder relevant dat het vanwege de logistiek ongunstige begrenzing lastig is om tot op de grens van het gewasperceel te telen en tevens gewasbescherming toe te passen. Bij machinale bewerkingen kan om die reden in de representatieve situatie rekening worden gehouden met een vrije ruimte van enkele meters in deze punt tussen de grens van het gewasperceel en de daadwerkelijke teelt van gewassen.
Zou desalniettemin sprake zijn van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen tot in deze punt, dan is dat enkel voorstelbaar met handapparatuur voor bijvoorbeeld onkruidbestrijding waarbij in de regel sprake is van zeer geringe spuithoogtes en spotsgewijze toepassing in plaats van integrale behandeling van de gewassen. Samenvattend: - Er is geen sprake van een lijnbron (waar de rekenresultaten van Efsa wel van uitgaan); - Er zal in de punt de facto een afstand van enkele meters tot de perceelgrens moeten worden aangehouden bij machinale bespuitingen vanwege de omvang en manoeuvreerbaarheid van die machines;
Adromi B.V.
wi^R202062^001m
Pagina 34 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
-
Toepassing van gewasbescherming in de punt zal enkel kunnen plaatsvinden met handapparatuur.
Het risico op driftblootstelling vanwege toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in deze punt zal dus aanzienlijk lager zijn dan in geval van een doorlopende akker. Om die reden is het gerechtvaardigd hier een minder brede vrijwaringszone aan te houden. Zoals beschreven in 5.1.2 volgt uit de rekenresultaten dat op een afstand van 2 tot 3 meter uit het gewasperceel geen sprake meer is van te hoge driftblootstelling aan individuele middelen. Uitgaande van enkele meters teeltvrij gebied in de punt, zal ook hier per saldo nog steeds sprake zijn van een veiligheidszone welke minimaal 6 meter breed is, dus minimaal tweemaal zo breed. Nu aanvullend ook nog wordt voorzien in een afschermende haag waarmee driftblootstelling wordt geminimaliseerd, is het gerechtvaardigd om ter plaatse van deze punt uit te gaan van deze smallere vrijwaringszone, zonder dat dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Adromi B.V.
wi^R202062^001m
Pagina 35 van 36
Spuitzone onderzoek Asdonckterrein
Bijlagen 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7)
Berekening op basis van het EFSA-model voor Captosan Berekening op basis van het EFSA-model voor Teppeki Berekening op basis van het EFSA-model voor Glyfosaat Berekening op basis van het EFSA-model voor MaisTer Berekening op basis van het EFSA-model voor Revus Berekening op basis van het EFSA-model voor Alternet Berekening op basis van het EFSA-model voor Basagran
In het overzicht zijn de berekeningen opgenomen als .pdf. Echter de tot deze rapportage behorende berekeningen zijn aangeleverd / bijgevoegd als Excel-bestand.
Adromi B.V.
wi^R202062^001m
Pagina 36 van 36
Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
captan Captosan spuitkorrel 80 WG 0,25 mg/kg bw/day 0,9 mg/kg bw/day Stone fruit
Wettable granules, soluble granules 1500 L/ha 1,44 kg a.s. /ha 5,7 days 3 |igZcm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 0,80% 12,00% 100,00% 100,00% low volatile substances having a vapour pressure of ^*10 3Pa
Outdoor Upward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 10 m 15 7 days early (without leaves)
Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
flonicamid TEPPEKI 0,025 mg/kg bw/day 0,025 mg/kg bw/day Stone fruit
Wettable granules, soluble granules 500 L/ha 0,07 kg a.s. /ha 2,6 days 3 |igZcm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 7,46% 13,00% 100,00% 100,00% low volatile substances having a vapour pressure of ^*10 3Pa
Outdoor Upward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 5 m 3 21 days early (without leaves)
Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
glyfosaat Roundup Power 0,1 mg/kg bw/day 0,5 mg/kg bw/day Bare soil
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc. 200 L/ha 2,88 kg a.s. /ha 500 days 3 ^/cm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 1,00% 1,00% 20,00% 20,00% low volatile substances having a vapour pressure of ^*10 3Pa
Outdoor Downward spraying Manual-Hand held 5 m 2 1 days not relevant
Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
foramsulfuron MaisTer 0,1 mg/kg bw/day 0 mg/kg bw/day Cereals
Wettable granules, soluble granules 200 L/ha 0,045 kg a.s. /ha 9,2 days 3 |igZcm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 75,00% 75,00% 100,00% 100,00% low volatile substances having a vapour pressure of ^*10 3Pa
Outdoor Downward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 10 m 1 365 days not relevant
Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
iodosulfuron-methyl-natrium MaisTer 0,05 mg/kg bw/day 3,15 mg/kg bw/day Cereals
Wettable granules, soluble granules 200 L/ha 0,0015 kg a.s. /ha 23,1 days 3 |igZcm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 0,20% 5,00% 100,00% 100,00% low volatile substances having a vapour pressure of ^*10 3Pa
Outdoor Downward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 10 m 1 365 days not relevant
Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
mandipropamid Revus 0,17 mg/kg bw/day 0,34 mg/kg bw/day Root and tuber vegetables
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc. 150 L/ha 0,15 kg a.s. /ha 29,2 days 3 ^/cm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 0,20% 0,60% 70,00% 100,00% low volatile substances having a vapour pressure of ^*10 3Pa
Outdoor Downward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 2-3 m 6 7 days not relevant
Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
difenoconazool Alternet 0,16 mg/kg bw/day 0,16 mg/kg bw/day Root and tuber vegetables
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc. 200 L/ha 0,125 kg a.s. /ha 235 days 3 ^/cm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 2,00% 4,00% 90,00% 90,00% low volatile substances having a vapour pressure of ^*10 3Pa
Outdoor Downward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 2-3 m 4 7 days not relevant
Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
bentazon Basagran 0,13 mg/kg bw/day 1 mg/kg bw/day Cereals
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc. 200 L/ha 0,96 kg a.s. /ha 26,4 days 3 |igZcm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 0,20% 0,90% 90,00% 90,00% low volatile substances having a vapour pressure of ^*10 3Pa
Outdoor Downward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 2-3 m 1 365 days not relevant