14 Legesverordening 2022 Beuningen DROP.pdf
Tekst van het document
at21002893
iiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiuiiiiiiiiiiiiiiiiiii
Verordening op de heffing en de invordering van leges 2022 De raad van de gemeente Beuningen in openbare vergadering bijeen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 november 2021; gelet op de artikelen 1 56, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229 , eerste lid, aanhef en on derdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet.
BESLUIT:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van leges 2022 (Legesverordening 2022)
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder: a.
‘dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag
als een hele dag wordt aangemerkt; b.
‘week’; een aaneengesloten periode van zeven dagen;
c.
‘maand’; het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-
1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-l)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d.
‘jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1 )e
dag in het volgende kalenderjaar; e.
‘kalenderjaar’; de periode van 1 januari tot en met 31 december.
ï
Artikel 2
Belastbaar feit
Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a.
het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
b.
het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een
Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3
Belastingplicht
Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.
Artikel 4
Vrijstellingen
Leges worden niet geheven voor: a.
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke
ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moet worden verleend; c. diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d.
het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets);
2
e.
het aanvragen van een vergunning voor het innemen van en niet-commerciële
standplaats; f.
het aanvragen van een niet-commerciële ventvergunning of een
collectevergunning van een vereniging I stichting, die opgenomen is in het CBFregister. g.
het aanvragen van een niet-commerciële ventvergunning of een
collectevergunning van een vereniging I stichting, die niet is opgenomen in het CBFregister.
Artikel 5
1.
Maatstaven van heffing en tarieven
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij
deze verordening behorende tarieventabel. 2.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een
projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet, bedraagt het tarief de som van de bedragen, die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid van de Crisis- en herstelwet. 3.
Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel
genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6
Wijze van heffing
1. De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schríftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schríftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt. 2.
Indien het bedrag dat vermoedelijk gevorderd zal worden dit rechtvaardigt, kan
een bedrag voorlopig gevorderd worden. 3
Artikel 7
1.
Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1 990 moeten de
leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6. a.
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
b.
schríftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan
wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving. c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen zeven dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen zeven dagen na dagtekening van de kennisgeving; 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8
Kwijtschelding
Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9
1.
Vermindering of teruggaaf
Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges ter zake van een in bij deze
verordening behorende de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. 2.
Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1 990 wordt
de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag.
4
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a.
van zuiver redactionele aard zijn;
b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving, die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of in de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieven tabel betreft: 2.
hoofdstuk 2
(reisdocumenten)
3.
hoofdstuk 3
(rijbewijzen)
4.
onderdeel 1.4.2
(verstrekkingen uit de basisregistratie personen)
5.
onderdeel 1.9.1
(verklaring omtrent het gedrag)
6.
hoofdstuk 14
(kansspelen)
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11 Overgangsrecht en slotbepalingen
1.
De “Legesverordening 2021 ”, vastgesteld bij raadsbesluit van 1 5 december 2020,
wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 12 Inwerkingtreding
5
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Artikel 1 3 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: “Legesverordening 2022”.
Beuningen,21 december 2021
De raad voornoemd,
de griffie
6