CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Bijlage K - Nota inspraak en vooroverleg VOBP Windpark Beuningen.pdf

Commissie Ruimte 2 november 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Windpark Beuningen23.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De commissie voor de m.e.r. wordt wel degelijk betrokken bij de beoordeling van de milieueffectrapportage. Omdat het hier een voorlopig MER betreft (waarin het voorkeursalterna­ tief en het ecologisch onderzoek nog ontbreken) zal de bij­ drage van de commissie-m.e.r. pas plaatsvinden in de fase van het ontwerpbestemmingsplan en het concept-MER.

Nee

Het betreft een uitgebreide m.e.r.-procedure. De commissiem.e.r. zal zeker de definitieve MER gaan beoordelen.

Nee

Terecht wordt benoemd dat alle toekomstige windturbines binnen de inrichtingsalternatieven moeten voldoen aan de harde veiligheidseisen die door het bevoegd gezag worden gesteld. De reden om het aspect "externe veiligheid" als cri­ terium in de effectbeoordeling mee te nemen is dan ook niet geweest om te stellen dat het ene alternatief veiliger zou zijn dan het andere, daar alle toekomstige windturbines vol­ doende veilig moeten zijn.

Nee

Wel geldt dat de nabijheid van objecten met relevantie op het gebied van externe veiligheid mogelijk van invloed zal zijn op de plaatsingsmogelijkheden van windturbines binnen de on­ derzochte inrichtingsalternatieven. Om deze reden is een inrichtingsalternatief waartoe deze objecten op kortere afstand zijn gelegen vanuit het oogpunt van de ontwikkelaar of ge­ meente minder aantrekkelijk dan een inrichtingsalternatief waartoe deze objecten op grotere afstand zijn gelegen.

6

Zo wordt ook in de bijlage als toelichting op de boordeling on­ der NatuurNetwerk, geen harde gegevens genoemd maar gesp­ roken in termen van "mogelijk" en "hoogstwaarschijnlijk".

Het Gelders natuurnetwerk (GNN) kent verschillende be­ schermingsregimes als het gaat om de plaatsing van windtur­ bines binnen de begrenzing van het GNN. De toetsing aan dit beleid vindt plaats in de paragraaf 'ecologie'. Echter is op dit moment het ecologisch onderzoek nog niet afgerond. De eindresultaten van het ecologisch onderzoek worden in het najaar van 2020 verwacht. Dan zal tevens de beoordeling op het aspect Gelders natuurnetwerk worden toegevoegd aan de beoordeling.

Over de planMER alternatieven:

Een aanpassing aan alternatief E zou geen verandering van de keuze voor de zoekzone tot gevolg hebben. Doel van de plan­ MER is niet om de milieutechnisch beste locatie te selecteren, maar om de milieueffecten van de verschillende locaties (op hoofdlijnen) in beeld te brengen, zodat het milieubelang op de juiste manier kan meewegen in het besluit om de windtur­ bines binnen de zoekzone te plaatsen. Het planMER geeft geen aanleiding om te constateren dat op basis van de mili­ eueffecten niet tot een passende keuze voor de situering van windturbines in de zoekzone kan worden gekomen.

De verschillende planMER-alternatieven worden op een rij ge­ zet. De vergelijking is echter niet reëel. In het verleden is door diverse inwoners van Beuningen aangegeven dat het gebied als Alternatief E de beste locatie is voor het plaatsen van windmo­ lens. Dit alternatief is zodanig ingetekend dat het op diverse cri­ teria een negatievere beoordeling krijgt dan andere alternatieve doordat het gebied van alternatief E tot aan de gemeente grens van Nijmegen is getekend en er meer windmolens in geplaatst zijn dan in andere alternatieven. De positionering tot aan de gemeente grens van Nijmegen le­ vert op dat een deel van een woonwijk in Nijmegen binnen de contouren van dit alternatief valt. Zou alternatief E worden in­ gekort vallen de negatieve beoordelingen voor een groot deel weg. Zo ook bijvoorbeeld de interferentie met andere windmo­ len opstellingen. Onze vraag aan de gemeente is maak van alternatief E een seri­ eus alternatief en beoordeel dit alternatief daarna opnieuw te­ gen de gestelde criteria en maak daarna een nieuwe objectieve vergelijking.

Nee

7

Over de projectMER alternatieven: In de MER worden drie project-alternatieven genoemd, ook wel opstellingsalternatieven. Deze beoordeling roept veel vragen op. Ook al zijn de criteria van de 3 alternatieven beoordeeld, hier wordt in het rapport geen conclusie geformuleerd. Voor de wijk de Heuve zijn belangrijk de zorgen rondom geluid, slagschaduw en horizonvervuiling.

8

9

In het hoofdstuk over cumulatie van geluid wordt aangegeven dat er naast de snelweg weinig geluidsbronnen zijn. De aanwe­ zige industrie wordt genoemd maar niet wat de effecten op het geluid zijn. Deze effecten zijn aanzienlijk en niet continu van aard. De opmerking dat het geluid van windmolens wegvalt ach­ ter andere geluidsbronnen is van toepassing als de betreffende geluidsbron continu aanwezig is, maar dit is niet het geval. Ook het geluid van de snelweg A73 is niet continu aanwezig, zeker niet nu de maximumsnelheid naar 100 km/u is gegaan. Dit zien wij niet meegenomen in de berekeningen evenals de invloed van de windrichting (in Nederland meestal ZuidWest) zeer van invloed is op de woonwijk. Verzoek aan de gemeente om de aanwezige geluidsbronnen van de industrie (met name aircoinstallaties) mee te nemen in de geluidsberekeningen. Verzoek aan de gemeente om, indien de alternatieven dit toela­ ten, niet alleen te kiezen voor "voldoet het aan de wet" maar ook te gaan voor de minste overlast voor haar inwoners.

Omdat de gepubliceerde documenten betrekking hebben op een voorontwerpbestemmingsplan is een aantal zaken nog niet helemaal duidelijk. Zo is er bijvoorbeeld nog geen voor­ keursalternatief gekozen. Als dat eenmaal gebeurd is (door een initiatiefnemer die hiervoor een vergunningaanvraag zal indienen) worden de milieueffecten van deze opstelling on­ derzocht en toegevoegd aan het MER. Die nieuwe versie van het MER wordt, samen met een ontwerpbestemmingsplan, (waarin de uiteindelijke windturbineposities staan verbeeld) opnieuw ter inzage gelegd.

Nee

Zoals beschreven in het cumulatieonderzoek (bijlage G bij het akoestisch onderzoek) is industrielawaai wel degelijk meege­ nomen.

Nee

In Nederlandse geluidsonderzoeken wordt gerekend met jaargemiddelde waarden. Daarbij gaat het om decibelwaarden. Subjectieve beoordeling ('het geluid van windturbines valt weg tegen andere geluidsbronnen') wordt niet toege­ past. Het effect van de overheersende windrichting is meegeno­ men in de berekening (zoals ook wettelijk voorgeschreven in het Reken- en Meetvoorschrift windturbines). De keuze voor het definitieve windturbinetype wordt ge­ maakt door de initiatiefnemer van het windpark. Wel zal de gemeente zorgdragen dat deze keuze een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat door een duidelijke band­ breedte aan te geven waarbinnen een keuze voor de defini­ tieve windturbinetype moet worden gemaakt.

Nee

10

11

In diverse eerder rapportages, zoals van de gebiedsraad, maar ook latere verslagen van de gemeente wordt uitgegaan van een stilstandsregeling waarbij de slagschaduw tot nul wordt terug­ gebracht. Dat wil zeggen dat hiermee ruim binnen de wettelijke norm wordt gebleven. Verzoek aan de gemeente om dit nog­ maals te herhalen als harde eis binnen de MER en het bestemmingsplan. Horizonvervuiling. Dit aspect is waarschijnlijk het meest subjec­ tief. Wel willen we de gemeente erop wijzen dat uit onderzoek blijkt dat dit wel een aspect is wat bij de inwoners van Neder­ land steeds gevoeliger ligt. De invloed hiervan is terug te vinden in een verhoogde planschade die te verwachten is. Als inwoners zullen we dit dan ook nader gaan bestuderen. We willen de ge­ meente en toekomstige projectontwikkelaars er op wijzen dat dit van invloed kan zijn op het rendement van het betreffende windmolenpark.

Zie artikel 4, regel 4.4.2 van de voorontwerp planregels.

Nee

De gemeente Beuningen neemt dit ter kennisgeving aan. Een relatie tussen eventuele horizonvervuiling en planschade is de gemeente niet bekend.

Nee

Er kan sprake zijn van waardevermindering (planschade) in­ dien het nieuwe planologische regime nadeliger wordt ten opzichte van het eerdere regime voor de omwonenden. Dit kan zich voordoen wanneer er sprake is van vermindering van het woon- en leefgenot of wanneer nieuwe planologische be­ perkingen worden gesteld aan het gebruik of de bouwmoge­ lijkheden van het onroerend goed. Voor het bepalen van de vraag of voor individuele gevallen sprake is van planschade, en (zo ja) hoe groot de omvang van deze schade is, kent de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een aparte procedure. Indien men denkt in aanmerking te komen voor planschade kan men binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan bij het college van Burge­ meester en Wethouders van Beuningen een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade doen. Meer informatie is te vinden op de gemeentelijke website httpsV/www.beuningen.nl/bouwen en wonen/vergoeding planschade. Verder heeft de gemeente reeds aan initiatiefnemers ver­ zocht tijdig een planschadeanalyse te maken. Daarnaast ver­ wacht de gemeente van de initiatiefnemers een proactieve

houding wanneer het aankomt op afspraken over de vergoe­ ding. Het onderzoek waarnaar indiener verwijst kan niet in de be­ antwoording worden betrokken omdat een verwijzing ont­ breekt. 12

Over het voorontwerp bestemmingsplan: In hoofdstuk 2, dat ingaat op de aanduiding van het gebied waar de windmolens geplaatst mogen worden, wordt geen onder­ bouwing gegeven waarom het zoekgebied niet is uitgebreid tot aan de westgrens van de gemeente zoals in het raadsbesluit is aangenomen op basis van figuur 2 zoals op bladzijde 12 ver­ meld. Verder wordt er geen onderbouwing gegeven om het ge­ bied te beperken zoals aangegeven in figuur 1. Hier kunnen bur­ gers geen goede afweging maken als deze keuzes niet onderbouwd zijn. Vraag aan de gemeente om hier een onderbouwing bij te leveren.

Figuur 3 op pagina 13 van (de toelichting op) het voorontwerp bestemmingsplan toont de zoekzone inclusief de uitbreiding in westelijke richting zoals deze is vastgesteld door de ge­ meenteraad. Verdere uitbreiding tot aan de gemeentegrens is geen onderdeel van het amendement geweest. Overigens liggen daar een gasleiding en diverse woningen die plaatsing van windturbines onwaarschijnlijk maken. De nadere begrenzing van zoekzone naar (voorontwerp) plan­ gebied is gedaan op basis van diverse ruimtelijke beperkin­ gen. Zo doorkruisen de A50 en een gasleiding het gebied in de noord-zuidrichting, waardoor er drie losse deelvlakken ont­ staan. Andere belemmeringen zijn bijvoorbeeld de hoogspanningsverbinding die ten oosten van het knooppunt zuidelijk van de A73 komt te lopen en de diverse verspreid liggende woonbebouwing en gasleidingen die plaatsing op grotere af­ stand van de A73/N322 onrealistisch maken. Zie ook figuur 10 van het MER. Aangezien in het ontwerp bestemmingsplan de grenzen nog nader zullen zijn teruggebracht op basis van de definitieve windturbineposities is deze plangrens voornamelijk ingete­ kend om al in dit vroege stadium zo veel mogelijk duidelijk te maken binnen welk gebied het windpark komt te liggen.

Nee

13

Over het voorontwerp bestemmingsplan en het voorlopige MER: Een van de randvoorwaarden die genoemd wordt voor het zoekgebied (blz 12) is de volgende: o Geluid op burgerwoningen voldoet minimaal aan de wettelijke Lden norm van 47 dB(A), bovenwettelijke maatregelen worden in de MER-procedure on­ derzocht. In de MER kunnen wij niet terugvinden waar de "bo­ venwettelijke maatregelen" genoemd worden of nog aan de orde komen.

Het voorlopige MER beschouwt enkele mogelijke opstellingen binnen het projectgebied om de milieu-effecten in beeld te brengen. De toegevoegde waarde van eventuele bovenwet­ telijke maatregelen op het gebied van geluid wordt onder­ zocht ten behoeve van het voorkeursalternatief.

Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.

Nee

R13 - Particuliere indiener Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03281

Datum inspraakreactie:

6 juli 2020

Inspraakreactie: Nr.

Tekst uit inspraakreactie

Beantwoording

Aanpassing MER/VOBP?

1

Naar aanleiding van de voorlichtingsbijeenkomst wil ik de vol­ gende inspraakreactie indienen op de MER en wel op de land­ schappelijke beoordeling. Een onderdeel wat m.i. nadrukkelijk missend is bij de beoordeling en bij de visualisaties is hoe veel woningen de windturbines kunnen zien vanuit hun woning - en wat de beoordelingscriteria hiervoor zijn. Bij de visualisatie is wel een beeld gemaakt vanaf de A73 maar niet vanuit de wijk die achter de A73 ligt (Beuningse plas).

Er zullen een of meer visualisaties worden toegevoegd aan het MER vanuit de Beuningse woonwijk(en) ten noorden van de A73.

Ja

2

Gezien de enorme hoogte van de voorgestelde molens in een van de scenario's is het belangrijk om te zien en te toetsen wat de gevolgen zijn voor de bewoners in de wijken grenzend aan de A73 - hoe zichtbaar zijn de molens vanuit de bebouwde kom en wat betekent dat voor de woonkwaliteit, het woongenot en de waarde van de woningen. Ik verzoek dan ook om dit op te

Het is echter niet mogelijk om vanuit alle woningen een visu­ alisatie op te stellen. De gekozen locaties zijn beoordeeld en uitgekozen door een landschapsdeskundige om te beoorde­ len wat het effect op het landschap is. Daarnaast is gepro­ beerd om bebouwingsclusters in acht te nemen zodat omwo­ nenden een zo realistisch mogelijk beeld kunnen scheppen van het initiatief. Zie voor de aanvullende visualisaties het antwoord op punt 1 van deze inspraakreactie. De beoordelingscriteria zijn vastgesteld voordat de MER-onderzoeken werden uitgevoerd en worden in deze fase niet meer aangepast. Het effect van windturbines op het woonge-

Nee

nemen in de MER en te toetsen aan duidelijke, vooropgezette criteria.

not is niet te kwantificeren. Wel geven de beoordelingscrite­ ria voor geluid en slagschaduw een redelijke indicatie van de impact op de leefomgeving.

Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP. Er zal een visualisatie worden toegevoegd aan het MER vanuit de Beuningse woonwijk(en) ten noorden van de A73.

R14 - Particuliere indiener Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03539

Datum inspraakreactie:

16 juli 2020

Inspraakreactie: Nr.

Tekst uit inspraakreactie

Beantwoording

Aanpassing MER/VOBP?

1

Elektriciteitsproductie dient niet te worden meegewogen omdat het geen milieu-effect is (pagina 7, concept MER, tabel 1).

De opwekking van duurzame elektriciteit is in die zin een mi­ lieueffect dat het direct uitstootvermindering van broeikas­ gassen tot gevolg heeft. Het is gebruikelijk om in een MER voor windenergie ook in te gaan op de energieproductie.

Nee

2

Er ontbreken essentiële onderzoeksresultaten op het gebied van ecologie en natura-2000 gebieden, waardoor nog geen voorkeursalternatieven kunnen worden bepaald.

Het is correct dat essentiële onderzoeksresultaten op het ge­ bied van ecologie (incl. Natura 2000-gebieden) missen in het voorlopige combiMER, in het projectMER-deel. Deze resulta­ ten worden in de komende weken verwacht en zullen in ieder geval uitgewerkt zijn voorafgaand aan de keuze van het defi­ nitieve voorkeursalternatief zodat ook ecologie als volwaar­ dig milieueffect kan worden meegewogen bij de keuze van een definitief voorkeursalternatief.

Nee

3

Bij de keuze van het type windturbine dient het criterium 'mini­ male geluidsemissie' allesbepalend te zijn, gezien de recente aanbevelingen van het RIVM op dit gebied.

De keuze voor het definitieve windturbinetype wordt ge­ maakt door de initiatiefnemer van het windpark. Wel zal de gemeente zorgdragen dat deze keuze een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat.

Nee

4

Gelet op de milieuschade verdient zonne-energie in alle geval­ len de voorkeur boven windenergie.

Opwek van duurzame elektriciteit door zonneparken kent an­ dere voor- en nadelen dan door windturbines. Voorliggend bestemmingsplan en onderbouwend MER gaan niet over zonneparken.

5

De geluid overlast welke nu reeds aanwezig is van de A50 en de A73 plus de geluid overlast van het gronddepot langs de A73 welke veroorzaakt wordt door klepperende en klapperende graafmachines en achterkleppen van vrachtwagens is nu al bo­ venmatig daar boven nog het geluid van windmolens is voor mij als direct aanwonende maar ook voor andere direct aanwo­ nende volstrekt on aanvaar baar.

De cumulatie van geluid van het windpark met andere bron­ Ja nen is beschouwd.

In het bijzonder verzoek ik u om de gezondheidsaspecten van de inwoners van onze gemeente én van omliggende gemeenten het zwaarst te laten wegen in deze ruimtelijk zeer ingrijpende plannen

Het thema gezondheid heeft een eigen plaats in het MER. Omdat de gemeente de zorgen over gezondheidsaspecten se­ rieus neemt wordt voor dit thema bovendien een Gezondheidseffectscreening (GES) uitgevoerd. Tegelijk wijst de ge­ meente indiener erop dat de Nederlandse milieunormen voor windenergie voldoende bescherming bieden tegen nadelige gezondheidseffecten.

6

Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen heeft de ge­ meente besloten om de geluidseffecten van de ontzanding mee te nemen in het geluidsonderzoek voor het definitieve MER.

Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP. De geluidseffecten van de ontzanding van de Geertjesgolf zullen worden meegenomen in het geluidsonderzoek voor het definitieve MER.

Nee

R15 - Stichting TegenWind Naam instantie/indiener:

Stichting TegenWind (IN20.03540)

Datum inspraakreactie:

14 juli 2020

Inspraakreactie: Nr.

Tekst uit inspraakreactie

Beantwoording

Aanpassing MER/VOBP?

1

Nog steeds blijkt dat winstgevendheid een belangrijk criterium is bij het kiezen van alternatieve zoekgebieden. Naar onze mening moet het niet alleen maar gaan om kosten (juist niet in een MER), maar om het milieueffect en het effect op mens en dier. Het gaat hier nota bene om langjarige trajecten waar mens en dier dagelijks de gevolgen van zullen ondervinden. Dat is be­ paald een belasting te noemen, maar dat is kennelijk geen reden om na te denken: laat de ontwikkelaars van de windparken zor­ gen dat het een profijtelijk project wordt.

Het MER is juist de plek waar milieueffecten tot hun recht ko­ men. De effecten op de omgeving (zowel mens als dier) worden naast elkaar gezet, zodat het bevoegd gezag de nadelen op waarde kan schatten en een goed geïnformeerde belangenafwe­ ging kan maken.

Nee

2

Dat de gemeente nog steeds zwaar inzet op windenergie (in de verhouding 2:1 wind en zon) en de plaatsing van grote windtur­ bines. Zelfs de RES hanteert een verhouding van 1:1. En landelijk wordt inmiddels teveel windenergie geproduceerd en de verwachting is dat de scheven verhouding (teveel wind) nog verder toeneemt. De gemeente zou daarom veel meer moeten in zetten op zonneparken, een optie die beter past bij de omgeving en die veel minder hinderlijk zijn voor mens en dier. Uit niets blijkt dat de gemeente zich ook maar iets gelegen laat liggen aan de bezwaren van inwoners van Beuningen en omliggende dorpen.

Opwek van duurzame elektriciteit door zonneparken kent andere voor- en nadelen dan door windturbines. Voorliggend bestem­ mingsplan en onderbouwend MER gaan niet over zonneparken. Het is een eerdere (beleids)keuze geweest om zowel zon als wind mogelijk te maken. De verhouding komt voort uit een gebiedsproces waarin zowel ruimtelijke als technische argumenten zijn afgewogen

Nee

1 windturbine met een tiphoogte van 240 meter wekt evenveel elektriciteit op als een zonnepark van ca. 20 hectare.

3

4

5

Blijft een feit dat windturbines beter renderen op zee en aan de kust maar veel minder in het windluwere binnenland, waardoor zeer hoge exemplaren dienen te verrijzen (de gemeente houdt nog altijd vast aan turbines met een tiphoogte van ca 240m) om een bepaald rendement te kunnen halen. Kortom: Los van de MER eisen wij dat gemeente haar beleid aanpast aan wat de meeste Beuningenaren willen: Geen grote windturbines plaatsen!!

Beoordeling locatiealternatieven is methodisch en qua uitvoe­ ring ver onder de maat. Onze cruciale vraag is nu: "Hoe valide (betrouwbaar, bewijsbaar) zijn die ++jes, de +jes, de -tjes en de - -tjes in de tabel en de conclusie die daar uit volgt?" Onze stel­ ling luidt: de toerekening van ++ en - - is uiterst arbitrair...en dus ook de conclusie.

De gemeente neemt de opmerking van indiener voor kennisge­ ving aan.

Het voorontwerp bestemmingsplan en het voorlopig MER heb­ ben ter inzage gelegen, en daarop konden inspraakreacties wor­ den ingediend. Deze inspraakreactie valt buiten de reikwijdte en wordt daarom niet beantwoord.

Nee

De beoordeling van de verschillende milieuthema's met de be­ schreven beoordelingscriteria is in het MER op transparante wijze uitgevoerd. Allereerst wordt in paragrafen 6.1 en 10.1 de gehan­ teerde methodiek toegelicht. Vervolgens is in Hoofdstuk 10 per milieuthema het wettelijk (toetsing)kader en de gebruikte beoor­ delingscriteria beschreven. Per beoordelingscriterium is aangege­ ven welk resultaat leidt tot welke score. Tenslotte worden de uit­ werking, de resultaten en de daaruit volgende conclusies be­ schreven en geïllustreerd.

Nee

Het is uit de inspraakreactie niet duidelijk op welke wijze de in­ diener de beoordeling onvoldoende acht. 6

Bovendien is meer dan de helft van de criteria volkomen subjec­ tief, doordat de waarde ervan is bepaald op grond van een (per­ soonlijke) beoordeling "of een windturbine op een bepaalde lo­ catie een meer of minder storende factor binnen de beleving van ruimtelijke kenmerken of inrichting van het landschap oplevert". Waarom dat in het ene geval een "0" en in het andere geval een "-" of zelfs een "- - " oplevert wordt nergens in het MER rapport verantwoord.

Wat betreft het onderdeel 'Landschap', binnen de beoordelingssystematiek van de MER is deze kwalitatief. De kwalitatieve be­ oordelingscriteria komen voort uit het beleid van de provincie Gelderland en beoordelingen van dergelijke criteria zijn subjec­ tief. Om hier een kwalitatief hoogwaardig antwoord/beoordeling op te geven is er door een landschapsdeskundige een analyse uit­ gevoerd waarbij rekening is gehouden met het vigerend beleid en landschappelijke documenten van de gemeente en de provincie.

Nee

Voor een uitgebreide toelichting op de beoordeling van het mili­ eueffect landschap verwijzen wij naar Bijlage E van het MER (Landschappelijke beoordeling). In het MER is hiervan een sa­ menvatting opgenomen. 7

8

Ook is de vraag relevant: "Is ieder effect even belangrijk? Ofte­ wel, kunnen die ++ en - - bij elkaar worden opgeteld, of hebben ze verschillende gewichten (is "beleving van windpark" bijvoor­ beeld net zo belangrijk als "elektriciteitsproductie"?). We moeten er vanuit gaan dat gezien de druk van uit de ge­ meente en met name wethouder de Klein maar op dat de alter­ natieven B en C voor belanghebbenden (ontwikkelaars, grondei­ genaren, etc) het voorkeursalternatief zal zijn. En dan blijkt dat de ++jes en --tjes daar "iteratief" naar worden gemodelleerd. Dit is geen objectieve (en zelfs geen poging daartoe) om tot een ge­ wogen beoordeling te komen van de beschikbare alternatieven. De vraag wat nu de voorkeur verdient wordt in deze concept MER nog niet beantwoord. Want: "zodra het VKA bekend wordt zal dit aan het MER worden toegevoegd, en worden ook daarvan de milieueffecten in beeld gebracht." (p 14). Dit is een valse voorstelling van zaken? Het VKA is al lang be­ kend, want "Het planMER biedt geen reden om aan te nemen dat de zoekzone op milieutechnische gronden ongeschikter is voor de ontwikkeling van een windpark dan andere plekken bin­ nen de gemeente" (p 71). Hetgeen bewezen moest worden!

Er wordt geen onderlinge weging toegekend aan de verschillende milieuthema's; noch in het planMERdeel (locatiealternatieven), noch in het projectMERdeel (inrichtingsalternatieven).

Nee

De keuze voor de zoekzone volgt niet uit de beoordeling in hoofd­ stuk 6 van het MER. Wel is het zo dat deze beoordeling van alter­ natieve locaties een steviger onderbouwing voor deze locatiekeuze biedt.

Als gesproken wordt over een voorkeursalternatief dan gaat het over een inrichting van de zoekzone. Reeds vooraf stond vast dat de zoekzone de locatie is waar mogelijkheden voor windenergie worden geboden.

Het VKA gaat over het aantal windturbines binnen de zoekzone, de afmetingen en de posities daarvan. Deze is nog niet bekend. In het voorontwerp is een plangebied opgenomen wat op basis van de milieueffecten is verkleind. Nu volgt de fase waarin het VKA moet worden bepaald, deze zal binnen de grenzen van het plangebied liggen zoals is opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan.

Nee

9

Een ecologisch onderzoek is nog niet beschikbaar, verwijzing naar een basisnotie ontbreekt. De onderbouwing van de afwe­ ging inzake Natura-2000 gebieden ontbreekt volledig, ook daar ontbreekt iedere verwijzing naar een basisnotie.

Het is correct dat essentiële onderzoeksresultaten op het gebied van ecologie (incl. Natura 2000-gebieden) missen in het voorlo­ pige combiMER, in het projectMER-deel. Deze resultaten worden in de komende weken verwacht en zullen in ieder geval uitge­ werkt zijn voorafgaand aan de keuze van het definitieve voor­ keursalternatief. Zodat ook ecologie als volwaardig milieueffect kan worden meegewogen bij de keuze van een definitief voor­ keursalternatief. Wel heeft adviesbureau Econsultancy reeds de locatiealternatieven beoordeeld t.b.v. het planMERdeel (bijlage F bij het MER).

Nee

10

Het type windturbine is nog niet bekend, de keuzecriteria daar­ voor worden niet geformuleerd (bijvoorbeeld dat minimale ge­ luidsemissie het belangrijkste keuzeaspect dient te zijn). Maar kennelijk was er zoveel haast om maar vast iets te publice­ ren en om het Voorontwerp Bestemmingsplan vast in gang te kunnen zetten, dat daar allemaal niet op gewacht kon worden.

De gemeente Beuningen is van mening dat de landelijke milieu­ normen voldoende bescherming bieden voor de omgeving en is derhalve niet voornemens om aanvullende keuzecriteria op te leggen aan de initiatiefnemer. Wel zal ten behoeve van het voor­ keursalternatief gekeken worden of bovenwettelijke milieunor­ men voor geluid toegevoegde waarde hebben en juridisch haal­ baar zijn.

Nee

11

Bijzondere aandacht vraagt alternatief E. Dit alternatief is in de kaart getekend omdat deze vanuit de kaart met harde belem­ meringen veel mogelijkheden heeft om windmolens te plaatsen (witte vlekken).

Een aanpassing aan alternatief E zou geen verandering van de keuze voor de zoekzone tot gevolg hebben. Doel van de planMER is niet om de milieutechnisch beste locatie te selecteren, maar om de milieueffecten van de verschillende locaties (op hoofdlij­ nen) in beeld te brengen, zodat het milieubelang op de juiste ma­ nier kan meewegen in het besluit om de windturbines binnen de zoekzone te plaatsen. Het planMER is een verplichte stap in de m.e.r.-procedure.

Nee

Dit alternatief is getekend vanaf de A50 tot aan de Bijsterhuizenstraat (de grens met de gemeente Nijmegen). Dit is een afstand van 4,88 km. Van alle andere alternatieven is de lengte bedui­ dend kleiner. Op diverse criteria scoort alternatief E negatief omdat het is doorgetrokken tot aan de grens van Nijmegen. Hierdoor valt er een woonwijk binnen de contouren, hierdoor vallen de twee windmolens van Nijmegen binnen de 5 km grens.

12

13

Als het gebied aan de Oostkant in wordt geperkt en de lengte nog altijd voldoende is voor 5 a 6 windmolens zoals aangegeven bij B en C ipv 7 zullen verschillende criteria van rood naar geel of groen veranderen. Pas alternatief E aan door het gebied enkele 100-en meters te verkorten aan de kant van Nijmegen. Elektriciteitsproductie als criterium moet worden geschrapt (mag bij beoordeling alternatieven in MER geen rol spelen).

PlanMER en ProjectMER niet combineren. De combinatie van 2 rapporten in één is onduidelijk. Het verschil tussen beide rap­ porten is vaag zowel qua doel en inhoud. We stellen voor om eerst de PlanMER op te stellen en dan daarna de ProjectMER. We vinden het jammer dan de gemeente heeft gekozen voor een zogenaamde CombiMER. Hierdoor gaan beoordelingen de MER rapportage door elkaar heen lopen en wordt het voor burgers nog moeilijker om te reageren. Waarom niet eerst een PlanMER en daarna een projectMER.

14

Ons inziens is een projectMER dadelijk niet alleen van toepas­ sing op een het zogenaamde VoorkeursAlternatief maar op de exacte positie van de molens, zo niet, per te plaatsen windmo­ len moet worden uitgevoerd. De overheid heeft een onafhankelijke CommissieMER geïnstal­ leerd om gemeentes en burgers van dienst te zijn bij het goed uitvoeren van een MER . Haar betrokkenheid geeft burgers ook een basis van vertrouwen in de gevolgde methoden, de wijze van rapporteren en de gebruikte argumenten. De gemeente dient gebruik te maken van de Commissie MER bij

De opwekking van duurzame elektriciteit is in die zin een milieu­ effect dat het direct uitstootvermindering van broeikasgassen tot gevolg heeft. Het is gebruikelijk om in een MER voor windenergie ook in te gaan op de energieproductie.

Nee

Het voorlopige MER dat ter inzage heeft gelegen bestaat uit een algemene hoofdstukken (hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 12), een planMERdeel (hoofdstuk 5 en 6) en een projectMERdeel (hoofdstuk 7 t/m 11).

Nee

Het feit dat beide 'MERren' samen in een combiMER zijn opgeno­ men wil niet zeggen dat de beoordeling door elkaar gaan lopen. Het projectMER deel wordt nog aangevuld met (de milieueffec­ ten van) het voorkeursalternatief. Vervolgens dient het ter on­ derbouwing van de vergunningaanvraag en heeft het dus betrek­ king op de concrete windturbineposities. Voor het VKA worden alle milieuonderzoek opnieuw uitgevoerd.

De commissie voor de m.e.r. wordt wel degelijk betrokken bij de beoordeling van de milieueffectrapportage. Omdat het hier een voorlopig MER betreft (waarin het voorkeursalternatief en het

Nee

15

het beoordelen van de uitgevoerde MER.

ecologisch onderzoek nog ontbreken) zal de bijdrage van de commissie-m.e.r. pas plaatsvinden in de fase van het ontwerpbestemmingsplan en het concept-MER.

Zonder op de details van het bestemmingsplan in te gaan, is het wat de stichting TegenWind betreft te prematuur om nu al een bestemmingsplanwijziging voor te stellen. Het zoekgebied is im­ mers nog niet definitief vastgesteld hangende de uitkomsten van de MER waar het gaat om het voorkeursalternatief.

De zoekzone waarin de windturbines mogen komen is reeds in april 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Er lijkt bij indiener verwarring te bestaan over wat met een 'voorkeursalternatief' wordt bedoeld. Zie hiervoor ook de reactie van de gemeente op punt 8.

Ons voorstel is om nu eerst de MER-resultaten af te wachten, vooraleer een bestemmingsplanwijzigingsprocedure te starten. Dat is wel zo zuiver qua proces, haalt de "druk" van het MER onderzoek om per se bij de locatievoorkeur van de ge­ meente uit te komen en geeft meer transparantie naar de be­ woners van Beuningen.

Voor het verder gaan in de m.e.r.-procedure zijn de eerste resul­ taten van de milieuonderzoeken juist afgewacht. Op basis daar­ van is de zoekzone verfijnd. Nu wordt toegewerkt naar het VKA, hierbij spelen de milieueffecten, haalbaarheid en (politieke) draagvlak een rol.

Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.

Nee

R16 - Particuliere indiener Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03552

Datum inspraakreactie:

16 juli 2020

Inspraakreactie: Nr.

Tekst uit inspraakreactie

Beantwoording

Aanpassing MER/VOBP?

1

Zoals u weet de is genoemde locatie een waardevol open gebied. Juist in het kader van duurzaamheid dient dit open karakter bewaard te blijven. Het plaatsen van windturbines tast dit open karakter aan.

Het landschap van de komgronden (waardevol open gebied) kent een open en grootschalige karakter. Door de openheid van het land­ schap zullen windturbines eerder waarneembaar zijn voor diegene die zich in dit landschap bevinden. De windturbines tasten de bele­ ving van openheid gedeeltelijk aan doordat ze onderdeel uitmaken van de horizon. Wegens de openheid en grootschaligheid van dit landschap zal de hoogte van de windturbines minder effect hebben. Door de rationele verkaveling en de afwezigheid van veel opgaande beplanting of kenmerkende cultuurhistorische elementen, worden de komgronden vaak ervaren als grootschalig productielandschappen. Hierin 'passen' windturbines beter dan bij gebieden die als na­ tuurlijk of cultuurhistorisch waardevol worden ervaren.

Nee

De gemeente erkend dat windturbines als een aantasting kunnen worden ervaren. Desondanks is het in het kader van duurzame ont­ wikkeling belangrijk om dergelijke initiatieven in te passen in het landschap. Binnen de komgronden is daar ruimte voor.

2

Windturbines geven een horizon vervuiling. Waar ik ook sta in het buurtschap Wezel, de windturbines zullen het uitzicht belemmeren.

Windturbines zijn vanwege hun grootte goed zichtbaar in het land­ schap. Om de landschappelijke impact te beperken is gekozen voor een lijnopstelling parallel aan de Rijksweg. Dit neemt niet weg dat de windturbines vanuit bepaalde woningen en tuinen zichtbaar zijn. Hierdoor kan, in beperkte mate, vanuit bepaalde waarnemingspunten het zicht worden belemmerd. Om een beeld te krijgen van de landschappelijke impact zijn fotovisualisaties gemaakt. Vanuit de woonomgeving van de indiener is fotovisualisatie D gemaakt (zie bijlage E van het CombiMER).

Nee

3

Ik verwacht geluidsoverlast te ondervinden, zeker 's nachts als het relatief stil is zal het gezoem van de windturbines juist versterkt hoorbaar zijn. De vaak stevigere wind in ho­ gere luchtlagen zorgt ervoor dat de wieken van de windtur­ bines 's nachts vaak sneller draaien dan overdag. Het geluid dat de stroming van de wind langs de wieken veroorzaakt wordt daardoor luider. Mijn woning zal in waarde dalen. Indien de gemeente het initiatief doorzet.

Voor windturbinegeluid geldt zowel een geluidsnorm over het hele etmaal (47 dB Lden) alsook een geluidsnorm specifiek voor de nachtperiode (41 dB Lnight). De geluidsbelasting per woning is in het onderzoek berekend. Woningen die niet in het onderzoek ge­ noemd zijn ondervinden dermate weinig geluidsbelasting dat van significante hinder geen sprake kan zijn.

Nee

Er kan sprake zijn van waardevermindering (planschade) indien het nieuwe planologische regime nadeliger wordt ten opzichte van het eerdere regime voor de omwonenden. Dit kan zich voordoen wan­ neer er sprake is van vermindering van het woon- en leefgenot of wanneer nieuwe planologische beperkingen worden gesteld aan het gebruik of de bouwmogelijkheden van het onroerend goed.

Nee

4

Voor het bepalen van de vraag of voor individuele gevallen sprake is van planschade, en (zo ja) hoe groot de omvang van deze schade is, kent de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een aparte procedure. Indien men denkt in aanmerking te komen voor planschade kan men binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan bij het college van Burgemeester en Wethouders van Beuningen een aan­ vraag voor een tegemoetkoming in schade doen. Meer informatie is

te vinden op de gemeentelijke website httpsV/www.beuningen.nl/bouwen en wonen/vergoeding planschade. Verder heeft de gemeente reeds aan initiatiefnemers verzocht tijdig een planschadeanalyse te maken. Daarnaast verwacht de gemeente van de initiatiefnemers een proactieve houding wanneer het aan­ komt op afspraken over de vergoeding. 5

Verder wil ik ook nog onder u aandacht brengen dat er het huidige gebied meerdere activiteiten ontplooid worden om windmolens te plaatsen. Indien de huidige bekende locaties, te weten windpark Bijsterhuizen en windpark Beuningen tot ontplooiing komen zal buurtschap Wezel/ Ficarystraat inge­ sloten raken door de beide windmolenparken. Dit is uiter­ aard niet wenselijk en volgens mij ook wettelijk verboden.

Zoals beschreven in paragraaf 5.6.4. van het voorlopige MER zijn de plannen voor een windpark in Wijchen nog niet ver genoeg gevor­ derd om met deze voornemens rekening te houden. Mocht gedu­ rende de procedure voor windpark Beuningen een formele planolo­ gische procedure gestart worden voor WP Bijsterhuizen zal deze au­ tonome ontwikkeling alsnog worden beschouwd. Er bestaat geen wettelijk verbod tegen het 'insluiten' van woningen, buurtschappen of woonkernen tussen meerdere windparken.

Conclusie Bovenstaande inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.

Nee

R17 - Particuliere indiener Naam instantie/indiener:

Particuliere indiener (geanonimiseerd) IN20.03515

Datum inspraakreactie:

14 juli 2020

Inspraakreactie: Nr.

Tekst uit inspraakreactie

Beantwoording

Aanpassing MER/VOBP?

1

Heb begrepen dat er in de omgeving van de Elsenpas en de Schoenaker plannen zijn om enkele windmolens te plaatsen. Ik woon in de gemeente Wijchen maar op een zodanige afstand van de molens dat ik daar last van ga krijgen. Naar mijn idee is er langs de Maas en Waalweg richting Deest op Beunings grondge­ bied (Winssen) nog ruimte genoeg om de molen van Elzenpas Schoenaker naar daar te verplaatsen. Wij worden ook in Wij­ chen grens Beuningen langs de wetering al opgezadeld met 3 molens. De inwoners van Beuningen Ficarystraat worden door deze plannen ingesloten door de windmolens. En zullen aan de achter en voorkant hinder ondervinden.

Zoals blijkt uit de belemmeringenkaart (figuur 10 van het MER, en bijlage A bij het MER) is er geen ruimte voor windenergie westelijk van de zoekzone.

Nee

Zoals beschreven in paragraaf 5.6.4. van het voorlopige MER zijn de plannen voor een windpark in Wijchen nog niet ver genoeg gevorderd om met deze voornemens rekening te houden. Mocht gedurende de procedure voor windpark Beuningen een formele planologische procedure gestart worden voor WP Bijsterhuizen zal deze autonome ontwikkeling alsnog worden beschouwd.

Conclusie De inspraakreactie van indiener leidt niet tot aanpassing van het voorlopige MER of het VOBP.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=4447bfa2-e020-4f50-a67a-b110a59617f9