12 Bodemonderzoeken, at20001981.pdf
Tekst van het document
VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 EN NEN 5707 Locatie Asdonck, Van Heemstraweg in Beuningen
ORTAGEO Noordoost B.V.
ORTAGEO Zuidoost B.V.
ORTAGEO West B.V.
ORTAGEO Asbest B.V.
TITELBLAD
Opdrachtgever:
Gemeente Beuningen Postbus 14 6640 AA Beuningen Gd
Rapportnummer:
211765/R01
Status rapport:
Definitief
Datum:
11 februari 2020
Projectomschrijving:
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 en NEN 5707 Locatie Asdonck, Van Heemstraweg in Beuningen
Rapport opgesteld door:
Ortageo Zuidoost B.V. Metaalweg 18 6551 AD Weurt Tel: +31 24 397 57 62 E-mail: info@ortageo.nl
STD_R070_v013_20181207
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Bronnen .................................................................................................................................................... 2 Algemene gegevens ................................................................................................................................. 2 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 5 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 6 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 9 Hypothese ................................................................................................................................................
9 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 9 Veldwerkzaamheden ..................................................................................................................................... 10 Opzet ...................................................................................................................................................... 10 Resultaten .............................................................................................................................................. 11 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 13 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 13 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 15 5.2.1 Chemische parameters ...................................................................................................................... 16 5.2.2 Asbest ................................................................................................................................................
19 5.2.3 Indicatief onderzoek halfverharding.................................................................................................... 19 Toetsing aan de gestelde hypothesen .................................................................................................... 19 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek .................................................................................... 19 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 21
Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie en uittreksel kadastrale kaart 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Gegevens vooronderzoek 7) Foto's Appendix Kader en verantwoording
211765/R01
1
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Beuningen is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd op de locatie ‘Asdonck’ gelegen langs de Van Heemstraweg tussen de Waarhuizenstraat en de Kloosterstraat in Beuningen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning (bestemmingswijziging en bouw) in verband met de realisatie van 3 appartementencomplexen met bijbehorende parkeervoorzieningen. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6). In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.
211765/R01
1/24
2
VOORONDERZOEK
Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.
Bron
Verwijzing/toelichting
1
Topografische kaart, kadastrale gegevens
Kadaster, opgenomen in bijlage 1
2
Mondelinge / schriftelijke informatie van Buro Waalbrug B.V.
Verwerkt in dit hoofdstuk
3
Gemeente Beuningen
Verwerkt in dit hoofdstuk
4
Internetbronnen: a.
Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten
www.google.nl/maps en pdokviewer.pdok.nl
b.
Historische topografische kaarten
www.topotijdreis.nl
c.
TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)
www.dinoloket.nl
d.
Bodemloket (dossiervermelding onderzoek / sanering)
www.bodemloket.nl
e.
Informatie hoogteligging
www.ahn.nl
5
Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie
Gecombineerd met uitvoering veldwerk en verwerkt in dit hoofdstuk. Foto’s opgenomen in bijlage 7
6
Eigen archief Ortageo
Verwerkt in dit hoofdstuk
7
Rapporten: a.
Verkennend bodemonderzoek plan De Asdonck te Beuningen
De Straat Milieu-adviseurs, projectnummer B01B0108, 26 november 2001
b.
Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740), Kloosterstaat ong. / Van Heemstraweg ong., Beuningen
EnviroPlan, rapportnummer P-20105850/R01, 20 augustus 2010
c.
Verkennend bodemonderzoek ‘De heeren van Asdonck’, hoek Kloosterstraat – Van Heemstraweg te Beuningen
Aeres Milieu, projectnummer AM07082, 26-09-2007
Algemene gegevens De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Van Heemstraweg in Beuningen
Kadastrale aanduiding
Beuningen, sectie H, 1891, 1893, 1889 (gedeeltelijk), 1849 en 1701 (gedeeltelijk)
Eigenaar
Gemeente Beuningen
Oppervlakte
Circa 15.300 m²
Bebouwing
Geen
Terreinverharding
Deels halfverharding (Graustabiel), verder onverhard
De situering van de onderzoekslocatie is globaal weergegeven op onderstaande afbeelding.
211765/R01
2/24
Afbeelding 1: Luchtfoto onderzoekslocatie (bron 4a)
Op onderstaande afbeeldingen is de situatie vóór 2016 weergegeven.
Afbeelding 2: Oude foto (Oudbeuningen.nl)
Afbeelding 3: Situatie 2016 (Google Street View)
Bodemgebruik In onderstaande tabel zijn de beschikbare gegevens weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: Beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch
211765/R01
Op grote delen van de onderzoekslocatie heeft tot in de jaren 1970 fruitteelt plaatsgevonden (bron 4b). Verder heeft er van oudsher, van vóór 1900, bebouwing gestaan en hebben er (onverharde) wegen over de onderzoekslocatie gelegen.
Gebruik organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de fruitteelt Diffuse verontreinigingen met metalen en PAK als gevolg van langdurige bewoning en gebruik.
3/24
Tabel 3: Beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Op de locatie bevond zich ook een brouwerij annex appelgeleifabriek (N.V. Verstraaten’s appelgeleifabriek) ‘De Asdonck’, zie onderstaande citaat:
Asbest als gevolg van voormalige bebouwing
“De statige fabrikanten VILLA "VINKENDAEL" is gelegen aan de noordzijde van de Van Heemstraweg, in het centrum van het dorp Beuningen. Bij de oprit aan de achterzijde van de villa bevindt zich een smeedijzeren INRIJHEK. De villa heeft een fraaie ligging. Tussen het huis en de grote doorgaande weg ligt een ruime tuin met monumentale bomen, waartussen de rijk uitgevoerde gevel van het huis oprijst. De villa is gebouwd in 1910 voor H.J.J. (Harrie) Verstraaten en A.H.A.M. Bolsius. H.J.J. Verstraaten was een broer van de jamfabrikant en bierbrouwer W.J. (Willem) Verstraaten. De eerste steen werd gelegd op 27 april 1910. Het beroep van zijn broer, W.J. Verstraaten, die zelf het gesloopte huis "De Asdonck" bewoonde, is ook afleesbaar aan het pand, want in een groot fraai glas-in-lood raam in de linker zijgevel komt naast een landelijke voorstelling met verwijzingen naar het verbouwen van gerst en hop de volgende tekst voor: "Uit gerst en hop wordt het edel nat gebrouwen Wie het met mate drinkt die zal het niet berouwen." De brouwerij, annex appelgeleifabriek "De Asdonck" (voluit "N.V. Verstraaten's Appelgeleifabriek "De Asdonck" geheten) stond enige tientallen meters westwaarts aan de Van Heemstraweg ten noorden van de R.K. Corneliuskerk. Het huis "De Asdonck" was in dit fabriekscomplex geïntegreerd.
De fabriek bleef voortbestaan tot in de jaren twintig van de 20ste eeuw.” (bron: rijksmonumenten.nl) Het complex bestond uit een fabriek en meerdere loodsen. Er zouden op het terrein ook twee schoonstenen aanwezig zijn geweest (bron 7a). De exacte locaties hiervan zijn niet bekend. Tot 2016 heeft alleen het rechthoekige pand er nog gestaan.Hierin was de laatste periode nog een sportschool gevestigd. Huidig
Omstreeks 2016 is de nog aanwezige bedrijfsbebouwing op de onderzoekslocatie gesloopt en is het evenemententerrein ingericht door het aanbrengen van een halfverhardingslaag (Graustabiel).
Voor zover bekend geen
Toekomstig
Herinrichting terrein: Nieuwbouw appartementen, aanleg (toegang)wegen, parkeerruimtes en groenvoorzieningen
Voor zover bekend geen
Directe omgeving Historisch
Van oudsher agrarische doeleinden (weiland) en fruitteelt. Op het terrein noordoostelijk van de onderzoekslocatie is een oude stortlocatie aanwezig, bekend als ‘moeras de Kerkeriet’. Op dit terrein is in de periode van 1955-1969 gestort. In de beginperiode zijn tuinafval en boomstobben gestort. Vanaf 1967 is eveneens huisvuil gestort. De stortactiviteiten zijn in 1969 beëindigd. De stortplaats is destijds afgedekt met grond en geëgaliseerd. Vanaf die tijd is de locatie in gebruik als weiland.
Gebruik organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de fruitteelt Diffuse verontreinigingen met metalen en PAK als gevolg van langdurige bewoning en gebruik en stortactiviteiten
Huidig
Noordelijke: grasland, bouwland, fruitteelt en enkele woningen Oostelijk: Waardhuizenstraat, woningen, grasland en fruitteelt Zuidelijk: Van Heemstraweg met aan de overzijde de dorpskern van Beuningen Westelijk: Bioscoop, Kloosterstraat met aan de overzijde café en zalencentrum ‘De Vrijboom’, woningen en (voormalig)klooster
Voor zover bekend geen
Toekomstig
Voor zover bekend onveranderd
Voor zover bekend geen
211765/R01
4/24
Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie Op de onderzoekslocatie zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: ‘Verkennend bodemonderzoek plan De Asdonck te Beuningen d.d. november 2001 (bron 7a) Dit onderzoek heeft betrekking op onderhavig onderzoekslocatie alsmede het terrein noordelijk, oostelijk en noordoostelijke hiervan. De aanleiding van het onderzoek werd gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie (woningbouw). Het onderzoek had betrekking op een gebied met een totale oppervlakte van 5,5 hectare. De onderzoekslocatie is verdeeld in 6 deellocaties te weten; voormalige stort, voormalig terrein ‘De Asdonck’, evenemententerrein, gedempte sloten, overig terreindeel en locatie Bruisten. Van bovengenoemde deellocaties vallen het voormalig terrein ‘De Asdonck’, en het evenemententerrein binnen onderhavige onderzoekslocatie. In het onderstaande zijn de resultaten uit de betreffende rapportage weergegeven. Resultaten stortlocatie: De oppervlakte van het voormalige stort bedraagt circa 4.500 m 2. De stort is afgedekt met een kleilaag met een laagdikte variërend van 0,25 – 0,6 meter. Tot een diepte van maximaal 3 m-mv is stortmateriaal aangetroffen. Het stortmateriaal bestaat voornamelijk uit huishoudelijk afval, boomstobben, bouw- en sloopafval, autobanden en lege jerrycans. Op basis van de beschikbare gegevens ligt er naar schatting 11.250 m3 stortmateriaal.
Uit de analyseresultaten blijkt het volgende: - afdeklaag: licht verontreinigd met zink, PAK (10 VROM) en minerale olie - stort (0,4 – 2,0 m-mv.) : licht verontreinigd met cadmium, kwik, nikkel , EOX en minerale olie. Matig verontreinigd met lood en sterk verontreinigd met koper, zink en PAK - oude venbodem : licht verontreinigd met cadmium, kwik, nikkel, PAK, minerale olie en EOX. Matig verontreinigd met lood en zink en sterk verontreinigd met koper. - grondwater : licht verontreinigd met xylenen, chroom, zink, minerale olie en naftaleen Resultaten terrein ‘Asdonck’ (voormalige appelgeleifabriek): - bovengrond : licht verontreinigd met koper, lood, zink en (plaatselijk) PAK - ondergrond : niet verontreinigd met de onderzochte componenten - grondwater : niet verontreinigd met de onderzochte componenten Resultaten evenemententerrein: - bovengrond : het aanwezige puingranulaat is oriënterend onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Hierbij is mogelijk asbesthoudend materiaal waargenomen.
Het ter plaatse aanwezige puingranulaat is daarna afgegraven, in een tijdelijk depot gezet en daarna afgevoerd van de locatie - ondergrond : plaatselijk licht verontreinigd met kwik - grondwater : plaatselijk (peilbuis 306) licht verontreinigd met benzeen, xylenen en naftaleen Resultaten gedempte sloten: - bovengrond : geen resultaten beschikbaar - ondergrond : niet verontreinigd met de onderzochte componenten - grondwater : geen resultaten beschikbaar Resultaten overig terreindeel Een groot gedeelte van het overig terreindeel is in het verleden opgehoogd met grond afkomstig van percelen elders uit de gemeente Beuningen. - bovengrond : licht verontreinigd met DDT/ DDD/ DDE. Plaatselijk licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, nikkel, zink, PAK (10 VROM), minerale olie en dieldrin. Plaatselijk (boring 618) sterk verontreinigd met PAK - ondergrond : niet verontreinigd met de onderzochte componenten. - grondwater : plaatselijk (peilbuis 604) licht verontreinigd met benzeen. Resultaten locatie Bruisten - bovengrond : licht verontreinigd met kwik, zink en PAK - ondergrond : licht verontreinigd met arseen, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK, minerale olie en EOX. - grondwater : geen resultaten beschikbaar.
211765/R01
5/24
Voor gedetailleerde historische informatie omtrent de 7 deellocaties wordt verwezen naar het verkennend bodemonderzoek , opgesteld door De Straat Milieu-adviseurs Arnhem (bron 7a) Verkennend bodemonderzoek Kloosterstraat ong./Van Heemstraweg ong, d.d. 20-08-2010 (bron 7b) Dit onderzoek heeft betrekking op het een klein deel van onderhavige onderzoekslocatie (zuidwesthoek) alsmede het terrein westelijk hiervan. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek werd gevormd door de voorgenomen overdracht van het onroerend goed, de voorgenomen bestemmingswijziging en de aanvraag van een bouwvergunning voor de bouw van het "Asdonck Center" ten behoeve van een bioscoop, horeca en kantoren. Het terrein was destijds ook al in gebruik als evenemententerrein. Op het terrein was toen ook al een puinlaag aanwezig welke in 1998-1999 aangebracht zou zijn. Bij de uitvoering van het veldonderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid van een relevante bodemverontreiniging. Er zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de opgeboorde grond en het puin waargenomen. De bovengrond op het westelijk deel van de onderzoekslocatie blijkt licht verontreinigd (gehalten > achtergrondwaarden) met DDD (som) en DDE (som). In de bovengrond van de overige terreindelen zijn in het geheel geen verontreinigingen aangetroffen.
In de ondergrond is een lichte verontreiniging met nikkel aangetroffen (gehalte > achtergrondwaarde). In het grondwater zijn lichte verontreinigingen (gehalten > streefwaarden) voor barium en molybdeen aangetroffen. Op basis van het bodemonderzoek waren er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goedtransactie. Er was evenmin bezwaren tegen de bestemmingswijziging en de voorgenomen bebouwing van de onderzoekslocatie c.q. het verlenen van een bouwvergunning. Directe omgeving In de directe nabijheid van de onderzoekslocatie zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: ‘Verkennend bodemonderzoek ‘De heeren van Asdonck’, hoek Kloosterstraat–Van Heemstraweg d.d. 26-09-2007 (bron 7c) Dit onderzoek had betrekking op een terrein westelijk van de onderzoekslocatie (oosthoek van de Kloosterstraat en de Van Heemstraweg). Dit betreft het terrein van het "Asdonck Center" (bioscoop). Het terrein was destijds in gebruik als evenemententerrein en was grotendeels voorzien van een Graustabiellaag. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond (dieptetraject 0 – 0,5 m-mv) ter plaatse van de groenstrook licht verontreinigd is met PAK (10 VROM). De bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) ter plaatse van het evenemententerrein is licht verontreinigd met PAK (10 VROM), EOX en minerale olie.
In de ondergrond (dieptetraject 0,5 – 2,0 m-mv) zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (berekende) streefwaarde. Het freatisch grondwater is niet verontreinigd met de onderzochte componenten.
Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geo(hydro)logische bodemopbouw is weergegeven in de volgende figuren.
211765/R01
6/24
Figuur 1: Situering dwarsdoorsnede (bron Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.c)
Figuur 2: Geohydrologisch model gebaseerd op REGIS II.1 (bron 4c)
Figuur 3: Landelijk model DGM v2.2 (bron 4c)
211765/R01
7/24
De grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op circa 6 m +NAP (circa 1,5 m -mv). Regionaal gezien is de stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerend pakket zuidwestelijk gericht.
211765/R01
8/24
3
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese
Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van het vooronderzoek is uitgegaan van een 'verdachte locatie', enerzijds omdat door de ligging in een van oudsher bebouwd en bewoond gebied (lichte) verontreinigingen met zware metalen en PAK niet kunnen worden uitgesloten en anderzijds omdat door de voormalige fruitteelt verontreinigingen met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) kunnen worden verwacht. Asbest (NEN 5707) De locatie is als ‘verdacht’ aangemerkt ten aanzien van verontreiniging met asbest in de bodem omdat puin in de bodem als gevolg van voormalige bebouwing en/of halfverharding kan worden verwacht.
Onderzoeksstrategie Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de hypothese is de locatie onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL). De bovengrond (oude maaiveld) is aanvullend geanalyseerd op OCB. Vanwege mogelijke ophogingen zijn alle boringen tot tenminste 1 m-mv uitgevoerd. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL). Dat betekent dat meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch wordt onderzocht. In verband met toekomstige lozing van grondwater is ook het gehalte ijzer in het grondwater bepaald. Het halfverhardingsmateriaal (Graustabiel) is indicatief onderzocht en getoetst aan de milieuhygiënische eisen zoals gesteld aan een niet-vormgegeven bouwstof (Bouwstoffenbesluit). Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. Asbest (NEN 5707) Op basis van de hypothese is de locatie conform NEN 5707 onderzocht volgens de strategie voor een ’verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ (VED-HE).
Naast de visuele inspectie, is (de fijne fractie van) de grond analytisch onderzocht op asbest. Omdat de strategie onderdeel is van een verkennend onderzoek asbest, dienen de analyseresultaten als indicatief te worden beschouwd. Het onderzoek naar asbest en chemische parameters is gecombineerd uitgevoerd.
211765/R01
9/24
4
VELDWERKZAAMHEDEN Opzet
Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De locaties van de onderzoekspunten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 4: Uitvoeringsgegevens Datum
Werkzaamheden
Beoordelingsrichtlijn/ protocol
Erkende organisatie
Verantwoordelijk medewerker
14, 15 en 17 januari 2020
Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Ortageo Metingen en Controle B.V.
R. van Eijken
Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
2000/2018
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Nemen van grondwatermonsters
2000/2002
Ortageo Metingen en Controle B.V.
27 januari 2020
R. van Eijken
Ter plaatse van het met Graustabiel verharde gedeelte van de onderzoekslocatie kon geen maaiveldinspectie worden uitgevoerd. Voor het overige terrein is het maaiveld geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht (plaat)materiaal. Vanwege begroeiing is de inspectie-efficiëntie van dit gedeelte laag geschat op 25%-50%. De monstername voor onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform specifieke eisen volgens veldwerk-protocol “bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater” vastgesteld door expertisecentrum PFAS (juli 2019). In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen die tot een aanpassing van het veldwerkprogramma heeft geleid. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 5: Overzicht veldwerkprogramma Onderdeel Boringen
Aantal
Diepte (m –mv)
22
1,0
02, 03, 05, 06, 07, 09, 10, 12, 13, 14, 16, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 29, 30 01, 08, 11, 17, 24, 28
6
2,0
Boringen met peilbuis
3
3,7 à 3,9
Proefgaten
18
0,5
1
Proefgaten zijn vanaf circa 0,5 m -mv dieper doorgeboord tot 1,0 m -mv
2
Proefgaten zijn vanaf circa 0,5 m -mv dieper doorgeboord tot 2,0 m -mv
Nummers
04, 15, 31 012, 021, 031, 061, 101, 112, 141, 172, 181, 191, 201, 211, 231, 251, 271, 282, 291, 301
De proefgaten en de boringen zijn op dezelfde locaties uitgevoerd. Ter plaatse van het met Graustabiel verharde terreindeel zijn machinale puinboringen uitgevoerd.
211765/R01
10/24
Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Het terrein is grotendeels verhard met een Graustabiellaag Ten behoeve van een goede verdeling van de proefgaten zijn ook enkele gaten in deze halfverharding uitgevoerd. Voor wat betreft asbestonderzoek van bodemlagen afgedekt door een duurzame verhardingslaag wordt hierbij opgemerkt dat boringen kunnen worden gebruikt met een minimale middellijn van 12 cm voor de inspectie van de bodem onder de betreffende (half)verhardingslaag. De boringen geven in dat geval alleen uitsluitsel over de mogelijke aanwezigheid van asbest. Behoudens het onvoldoende uit kunnen voeren van een maaiveldinspectie (vanwege halfverharding en begroeiing) is verder bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000.
Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw Het evenemententerrein is verhard met een Graustabiellaag met een dikte van 0,4 à 0,5 m. In de bodemlaag hieronder (tot circa 1,0 m-mv) is overwegend matig siltige klei aanwezig. De bovengrond van het overige terrein (groenstroken en braakliggend terrein), bestaat overwegend uit sterk zandige, zwak humeuze klei. Plaatselijk is in de bovengrond sterk siltig, matig fijn zand aangetroffen (boringen 17, 19, 20, 28, 29 en 30). In de ondergrond is afwisselend siltige en zandige klei aanwezig tot een diepte van circa 1,5 à 2,5 m -mv. In de bodemlaag hieronder (tot de maximale boordiepte van 3,9 m -mv) is matig fijn tot matig grof, zwak siltig tot sterk siltig zand aanwezig. Deze bodemlaag blijkt plaatselijk sterk grindig. Voor overige informatie met betrekking tot de bodemopbouw wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 3. Visueel waargenomen bijzonderheden Op het maaiveld en/of in de uitkomende grond is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op boorlocatie 31 is een puinlaag aangetroffen met een donkere/zwarte verkleuring. Dit betreft niet de Graustabiel. In de volgende tabel zijn de visueel waargenomen bijzonderheden weergegeven. Tabel 6: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt
Einddiepte (m -mv)
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
01
2,00
0,00 - 0,50
sporen puin
Klei
02
1,00
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
Klei
03
1,00
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
Klei
04
3,70
0,00 - 0,40
Graustabiel
-
05
1,00
0,00 - 0,40
Graustabiel
-
06
1,00
0,00 - 0,50
sterk puinhoudend
Klei
07
1,00
0,00 - 0,40
Graustabiel
-
08
2,00
0,00 - 0,45
Graustabiel
-
09
1,00
0,00 - 0,40
Graustabiel
-
10
1,00
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
Klei
11
2,00
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
Klei
12
1,00
0,00 - 0,40
Graustabiel
-
13
1,00
0,00 - 0,45
Graustabiel
-
14
1,00
0,00 - 0,60
sporen puin
Klei
15
3,80
0,00 - 0,14
Beton
-
0,14 - 0,50
Graustabiel
-
16
1,00
0,00 - 0,45
Graustabiel
-
211765/R01
11/24
Tabel 6: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt
17
Einddiepte (m -mv)
2,00
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
0,45 - 1,00
sporen puin
Klei
0,00 - 0,50
matig puinhoudend
Zand
0,50 - 1,00
zwak baksteenhoudend
Klei
1,00 - 2,00
sporen puin
Klei
18
1,00
0,00 - 0,50
sporen puin
Klei
19
1,00
0,00 - 0,50
matig puinhoudend
Zand
0,50 - 1,00
sporen puin
Klei
20
1,00
0,00 - 0,50
matig puinhoudend
Zand
0,50 - 1,00
sporen puin
Klei
21
1,00
0,00 - 0,50
sterk puinhoudend
Klei
0,50 - 1,00
sterk puinhoudend
Klei
22
1,00
0,00 - 0,50
Graustabiel
-
0,50 - 1,00
sporen puin
Klei
23
1,00
0,00 - 0,50
sporen puin
Klei
24
2,00
0,00 - 0,50
Graustabiel
-
0,50 - 1,00
sporen puin
Klei
25
1,00
0,00 - 0,50
sporen puin
Klei
26
1,00
0,00 - 0,45
Graustabiel
-
0,45 - 1,00
sporen puin
Klei
0,00 - 0,50
matig puinhoudend
Klei
0,50 - 1,00
sporen puin
Klei
0,00 - 0,50
sporen puin
Zand
1,00 - 2,00
sporen roest
Klei
27
28
1,00
2,00
29
1,00
0,00 - 0,50
sporen puin
Zand
30
1,00
0,00 - 0,50
matig puinhoudend
Zand
31
3,90
0,00 - 0,30
volledig puinlaag, donkere/zwarte kleur
-
0,30 - 1,50
sporen roest
Klei
Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Ondanks het lage afpompdebiet overschrijdt de troebelheid de maximaal gewenste waarde van 10 NTU. Als dit consequenties heeft voor de conclusie van het onderzoek, is dit in paragraaf 5.4 beschreven. Tabel 7: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis
Filterstelling (m –mv)
Monstercode
04-1
2,70 - 3,70
04-1-1
15-1
2,80 - 3,80
15-1-1
31-1
2,90 - 3,90
31-1-1
211765/R01
Waargenomen bijzonderheden
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidingsvermogen (µs/cm)
Troebelheid (NTU)
Geen
1,53
6,8
780
13,8
Geen
1,17
6,7
911
15,4
Geen
1,94
6,6
1012
14,8
12/24
5
LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma
Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In verband met een overschrijding van de tussenwaarde voor koper in een van de grondmengmonsters (M13 in onderstaande tabel) is een aanvullend laboratoriumonderzoek ingesteld waarbij de individuele deelmonsters uit mengmonster M13 separaat geanalyseerd zijn op koper. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven.
Tabel 8: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
Grond
M1
0,40 - 0,75
04-1, 07-1, 121, 13-1
Siltige kleilaag onder de Graustabiellaag westelijk terreindeel / geen bijzonderheden
OCB1
M2
0,45 - 0,80
15-1, 22-1, 241, 26-1
Zandige kleilaag onder de Graustabiellaag oostelijk terreindeel / sporen puin
OCB
M3
0,00 - 0,30
06-1, 14-1, 231, 25-1
Zandige kleilaag groenstrook zuidelijk terreindeel / sterk puinhoudend, sporen puin
OCB
M4
0,00 - 0,30
01-1, 02-1, 031, 10-1
Zandige kleilaag groenstrook noordwestelijk terreindeel / zwak puinhoudend, sporen puin
OCB
M5
0,00 - 0,30
11-1, 18-1, 211, 27-1
Zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / zwak tot sterk puinhoudend
OCB
M6
0,00 - 0,30
17-5, 19-3, 285, 30-3
Zandlaag noordoostelijk terreindeel / sporen puin, matig puinhoudend
OCB
M7
0,40 - 1,00
04-2, 05-2, 072, 08-2, 09-2, 13-2, 15-2
Siltige kleilaag onder de Graustabiellaag westelijk terreindeel / geen bijzonderheden
Standaardpakket grond2
M8
0,45 - 1,00
16-2, 22-2, 242, 26-2
Zandige kleilaag onder de Graustabiellaag oostelijk terreindeel / sporen puin
Standaardpakket grond + PFAS3
M9
0,00 - 0,50
14-2, 18-2, 232, 25-2
Kleiige bovengrond (sterk zandig) groenstroken / sporen puin
Standaardpakket grond + PFAS3
M10
0,00 - 0,50
02-2, 03-2, 102, 11-2
Kleiige bovengrond (sterk zandig) noordwestelijk terreindeel / zwak puinhoudend
Standaardpakket grond + PFAS3
M11
0,00 - 0,50
06-2, 21-2, 272
Kleiige bovengrond (sterk zandig) matig tot sterk puinhoudend
Standaardpakket grond
211765/R01
13/24
Tabel 8: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel
Uitsplitsing M13
Grondwater
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
M12
0,00 - 0,50
17-1, 19-1, 201, 30-1
Zandlaag noordoostelijk terreindeel / matig puinhoudend,
Standaardpakket grond + PFAS3
M13
0,00 - 1,00
17-2, 19-2, 202, 27-2
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / sporen tot matig puinhoudend, zwak baksteenhoudend
Standaardpakket grond
M14
0,50 - 1,50
01-4, 04-3, 063, 11-4, 23-3, 25-3, 28-2, 312
Zandige klei uit de ondergrond / sporen roest
Standaardpakket grond
M15
1,00 - 2,00
08-3, 11-5, 154, 17-4, 24-3, 28-4, 31-4
Siltige klei uit de ondergrond / sporen roest, sporen puin
Standaardpakket grond
17-2
0,50 – 1,00
-
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / zwak baksteenhoudend
Koper
19-2
0,50 – 1,00
-
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / sporen puin
Koper
20-2
0,50 – 1,00
-
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / sporen puin
koper
27-2
0,00 – 0,50
-
Sterk zandige kleilaag oostelijk terreindeel / matig puinhoudend, sporen kooldeeltjes
koper
27-3
0,50 - 1,00
-
Matig zandige kleilaag oostelijk terreindeel / sporen puin
koper
04-1
2,70 - 3,70
04-1-1
Westelijk terreindeel / geen bijzonderheden
Standaardpakket grondwater4
15-1
2,80 - 3,80
15-1-1
Centraal terreindeel / geen bijzonderheden
Standaardpakket grondwater4
31-1
2,90 - 3,90
31-1-1
Oostelijk terreindeel / geen bijzonderheden
Standaardpakket grondwater4
1
Organochloorbestrijdingsmiddelen
2
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte
3
PFAS-verbindingen conform Bodemplus advieslijst d.d. 12 juli 2019: PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFOA, PFOA-vertakt, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFDoA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFOS, PFOSvertakt, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, N-MeFOSAA, N-EtFOSAA, PFOSA, N-MeFOSA en 8:2 diPAP
4
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie
Asbest (NEN 5707) Op basis van de visuele waarnemingen en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn in het veld grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabel is het analyseprogramma voor asbest weergegeven.
211765/R01
14/24
Tabel 9: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5707 Monstercode
Onderzoekspunten
Traject (m -mv)
Visuele waarnemingen / omschrijving
Analysepakket
Asm 1-1
05 07 08 09
0,4 - 1,0 0,4 - 1,0 0,45 – 0,95 0,4 - 1,0
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Asm 2-1
12 16 24 26 22
0,4 – 0,7 0,45 – 1,0 0,45 – 1,0 0,45 – 1,0 0,5 – 1,0
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Asm-3-1
28, 29, 30, 17, 19, 20
0,0 – 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Asm-4-1
18, 11, 10, 03, 02, 01
0,0 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Ams-5-1
06, 14, 23, 25, 27, 21
0,0 – 0,5
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
31-Am
31
0,0 – 0,3
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Grond
Indicatief onderzoek halfverharding Van de Graustabiellaag is een representatieve mengmonster samengesteld dat indicatief is onderzocht op de samenstelling met betrekking tot organische parameters (PAK, minerale olie en PCB). Voor de bepaling van het uitlooggedrag van het materiaal is een beschikbaarheidstest uitgevoerd (indicatieve uitloging), waarna het eluaat is onderzocht op anorganische stoffen (15 metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Sb, Se, Sn, Va en Zn) en 4 anionen (Br, Cl, F en SO4)). Van het puin op boorlocatie 31 is tevens een monster genomen voor de bepaling van het asbestgehalte (zie tabel 9 monstercode 31-Am). In de volgende tabel is het analyseprogramma voor het indicatief halfverhardingsonderzoek weergegeven. Tabel 10: Samenstelling mengmonster en analyseprogramma halfverhardingsonderzoek Monstercode
Onderzoekspunten
Traject (m -mv)
Visuele waarnemingen / omschrijving
Analysepakket
Graustabiellaag en puinlaag t.p.v. boring 31 Mmg 2-1
12 16 24 26 22
0,0 - 0,4 0,0 – 0,45 0,0 – 0,45 0,0 – 045 0,0 – 0,5
Representatief mengmonster Graustabiellaag
Cryogeen malen, gehalten PAK + minerale olie + PCB, schudproef( L/S=10, pH=7) + analyse eluaat op anorganische stoffen (15 metalen en 4 anionen)
31-Gm
31
0,0 – 0,3
Puinlaag met een donkere / zwarte verkleuring t.p.v. boring 31
Cryogeen malen, gehalten PAK + minerale olie + PCB, schudproef( L/S=10, pH=7) + analyse eluaat op anorganische stoffen (15 metalen en 4 anionen)
Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4.
211765/R01
15/24
5.2.1 Chemische parameters Grond De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In de tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gemeten gehalte en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grond) en tussen de gemeten concentratie en de streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grondwater). Een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde. Hoe dichter de index in de buurt van de 1 komt, hoe dichter de interventiewaarde wordt benaderd. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven. Daarnaast zijn de grondanalyses indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ter bepaling van de indicatieve bodemkwaliteitsklasse. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5.
Tabel 11: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode
Traject (m -mv)
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de Achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
Tussenwaarde (index1 >0,5)
Interventiewaarde (index1 >1)
Indicatief oordeel Bbk2
M1
0,40 - 0,75
Siltige kleilaag onder de Graustabiellaag westelijk terreindeel / geen bijzonderheden
-
-
-
Altijd toepasbaar
M2
0,45 - 0,80
Zandige kleilaag onder de Graustabiellaag oostelijk terreindeel / sporen puin
DDD (som) (-)
-
-
Altijd toepasbaar
M3
0,00 - 0,30
Zandige kleilaag groenstrook zuidelijk terreindeel / sterk puinhoudend, sporen puin
-
-
-
Altijd toepasbaar
M4
0,00 - 0,30
Zandige kleilaag groenstrook noordwestelijk terreindeel / zwak puinhoudend, sporen puin
-
-
-
Altijd toepasbaar
M5
0,00 - 0,30
Zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / zwak tot sterk puinhoudend
-
-
-
Altijd toepasbaar
M6
0,00 - 0,30
Zandlaag noordoostelijk terreindeel / sporen puin, matig puinhoudend
-
-
-
Altijd toepasbaar
M7
0,40 - 1,00
Siltige kleilaag onder de Graustabiellaag westelijk terreindeel / geen bijzonderheden
-
-
-
Altijd toepasbaar
M8
0,45 - 1,00
Zandige kleilaag onder de Graustabiellaag oostelijk terreindeel / sporen puin
kwik (-)
-
-
Altijd toepasbaar
M9
0,00 - 0,50
Kleiige bovengrond (sterk zandig) groenstroken / sporen puin
zink (0,14)
-
-
Klasse Industrie
211765/R01
16/24
Tabel 11: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode
Traject (m -mv)
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de Achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
Tussenwaarde (index1 >0,5)
Interventiewaarde (index1 >1)
Indicatief oordeel Bbk2
M10
0,00 - 0,50
Kleiige bovengrond (sterk zandig) noordwestelijk terreindeel / zwak puinhoudend
-
-
-
Altijd toepasbaar
M11
0,00 - 0,50
Kleiige bovengrond (sterk zandig) matig tot sterk puinhoudend
koper (0,03) zink (0,04) kwik (-) lood (0,03) PAK (0,18)
-
-
Klasse industrie
M12
0,00 - 0,50
Zandlaag noordoostelijk terreindeel / matig puinhoudend,
kobalt (-) nikkel (0,18) koper (0,08) zink (0,16) cadmium (-) kwik (0,05) lood (0,1) PAK (0,05)
-
-
Klasse industrie
M13
0,00 - 1,00
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / sporen tot matig puinhoudend, zwak baksteenhoudend
zink (0,02) kwik (-) lood (0,05)
koper (0,54)
-
Klasse industrie
M14
0,50 - 1,50
Zandige klei uit de ondergrond / sporen roest
nikkel (0,06) PAK (0,08)
-
-
Klasse wonen
M15
1,00 - 2,00
Siltige klei uit de ondergrond / sporen roest, sporen puin
nikkel (0,11)
-
-
Altijd toepasbaar
Uitsplitsing M13 in verband met overschrijding tussenwaarde voor koper 17-2
0,50 – 1,00
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / zwak baksteenhoudend
-
-
-
Altijd toepasbaar
19-2
0,50 – 1,00
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / sporen puin
-
-
-
Altijd toepasbaar
20-2
0,50 – 1,00
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel / sporen puin
-
koper (0,53)
-
Klasse industrie
27-2
0,00 – 0,50
Sterk zandige kleilaag oostelijk terreindeel / matig puinhoudend, sporen kooldeeltjes
koper (0,09)
-
-
Klasse wonen
27-3
0,50 - 1,00
Matig zandige kleilaag oostelijk terreindeel / sporen puin
-
-
-
Altijd toepasbaar
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrondwaarde) / (interventiewaarde – achtergrondwaarde)
2
Bbk = Besluit bodemkwaliteit
Het verhoogde gehalte DDD (som) in M2 is te relateren aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het verleden (voormalige boomgaard). De verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de grond zijn te relateren aan antropogene invloeden op de bodem als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie.
211765/R01
17/24
Uit het aanvullend laboratoriumonderzoek van mengmonster M13 blijkt dat in de matig zandige kleilaag ter plaatse van boring 20 (grondmonster 20-2; bodemlaag van 0,5 – 1,0 m-mv) een marginale overschrijding van de tussenwaarde voor koper aanwezig is, waardoor sprake is van een matige verontreiniging met koper. Het kopergehalte ligt ruim beneden de interventiewaarde. In de sterk zandige kleilaag uit de bovengrond ter plaatse van boring 27 (grondmonster 27-2) blijkt een lichte verontreiniging met koper (overschrijding achtergrondwaarde). In overige deelmonsters is koper beneden de achtergrondwaarde aangetoond. PFAS in grond Opgemerkt wordt dat voor PFAS-verbindingen sprake is van tijdelijke landelijke achtergrondwaarden en (nog) geen interventiewaarden (en derhalve ook geen tussenwaarden) zijn vastgesteld. Wel zijn in het tijdelijke handelingskader (en de aanpassing daarop) voor hergebruik van PFAS-houdende grond voorlopige toepassingsnormen vastgesteld. De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. Tabel 12: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond PFAS Monstercode
Traject (m -mv)
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de bepalingsgrens
achtergrondwaarde2
maximale toepassingswaarde2
M8
0,45 - 1,00
Zandige kleilaag onder de Graustabiellaag oostelijk terreindeel / sporen puin
-
-
-
M9
0,00 - 0,50
Kleiige bovengrond (sterk zandig) groenstroken / sporen puin
Som PFOA (0,42) PFBA (0,14) Som PFOS (0,25)
-
-
M10
0,00 - 0,50
Kleiige bovengrond (sterk zandig) noordwestelijk terreindeel / zwak puinhoudend
Som PFOA (0,72) PFBA (0,16) Som PFOS (0,46)
-
-
M12
0,00 - 0,50
Zandlaag noordoostelijk terreindeel / matig puinhoudend,
Som PFOA (0,64) PFBA (0,19)
Som PFOS (0,99)
-
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
2
Voor PFAS zijn de waarden gebaseerd op de aanpassing van het tijdelijke handelingskader voor PFAS-houdende grond waarin de toepassingsnormen zijn vastgelegd. De tijdelijke landelijke achtergrondwaarde is voor PFOS 0,9 µg/kg d.s. en voor alle overige PFASverbindingen 0,8 µg/kg d.s. Voor de klasse wonen en industrie gelden (voor het toepassen van grond boven grondwaterniveau) voorlopig de volgende toepassingsnormen: 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s. voor PFOS en overige PFAS.
In mengmonster M8 zijn de gehalten aan PFOA en PFOS niet aangetoond bij een bepalingsgrens van 0,1 µg/kg d.s. In de mengmonsters M9 en M10 liggen de gehalten aan PFOA (som), PFBA en PFOS (som) beneden de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde. In mengmonster M12 ligt het gehalte PFOS net iets boven de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde. PFOA en PFBA liggen beneden de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde. De gehalten aan PFOA en PFOS liggen allemaal ruimschoots onder de maximale toepassingswaarden. Grondwater De toetsingsresultaten van de grondwateranalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven.
211765/R01
18/24
Tabel 13: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Monstercode
Traject (m -mv)
Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de streefwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
04-1
2,70 - 3,70
Westelijk terreindeel / geen bijzonderheden
barium (0,21)
-
-
15-1
2,80 - 3,80
Centraal terreindeel / geen bijzonderheden
barium (0,07)
-
-
31-1
2,90 - 3,90
Oostelijk terreindeel / geen bijzonderheden
barium (0,47)
-
-
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - streefwaarde) / (interventiewaarde - streefwaarde)
Aangezien er geen directe relatie is tussen de licht verhoogde concentraties aan barium en het gebruik van de locatie en er voor zover bekend geen bron aanwezig is in de directe omgeving, zijn de verhoogde concentraties waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig. In verband met toekomstige lozing van grondwater is ook het ijzergehalte in het grondwater bepaald. Het ijzergehalte in peilbuis 04 bedraagt 6.400 µg/l. In peilbuis 15 bedraagt het ijzergehalte 1.500 µg/ en in peilbuis 31 is een ijzergehalte van 14.000 µg/l gemeten. 5.2.2 Asbest In de analysemonsters Asm 1-1 t/m Asm 5-1 is geen asbest aangetoond. 5.2.3 Indicatief onderzoek halfverharding De analyseresultaten van het fundatieonderzoek zijn getoetst aan de normen voor niet-vormgegeven bouwstoffen (N-bouwstof) uit het Besluit bodemkwaliteit (zie bijlage 5). Uit de resultaten blijkt dat zowel de Graustabiellaag (monster Mmg 2-1) als de puinlaag ter plaatse van boring 31 (monster 31-Gm) voldoet aan de normen voor het toepassen als niet-vormgegeven bouwstof. In de puinlaag ter plaatse van boring 31 (monster 31-Am) is geen asbest aangetoond.
Toetsing aan de gestelde hypothesen Chemische parameters (NEN 5740) De hypothese 'verdachte locatie' is een correcte hypothese omdat er in de grond verontreinigende parameters zijn aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarde en tussenwaarde en in het grondwater in concentraties boven de betreffende streefwaarde. De hypothese 'verdachte locatie met betrekking tot bestrijdingsmiddelen’ is correct omdat in een van de mengmonsters een licht verhoogde gehalte voor DDD (som) is aangetoond. Asbest (NEN 5707) De hypothese ‘verdachte locatie’ is niet correct en wordt verworpen omdat geen asbest is aangetoond in de bodem.
Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Chemische parameters (NEN 5740) In de matig zandige kleilaag van 0,5 – 1,0 m -mv ter plaatse van boring 20 wordt voor koper de tussenwaarde marginaal overschreden. Gezien de gevolgde onderzoeksstrategie en de aanvullende individuele analyses is in voldoende mate vastgesteld dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit
211765/R01
19/24
houdt in dat er op basis van de Wet bodembescherming geen aanleiding is voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Asbest (NEN 5707) Omdat geen asbest is aangetoond in de bodem, is er geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen.
211765/R01
20/24
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Gemeente Beuningen is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd op de locatie ‘Asdonck’ gelegen langs de Van Heemstraweg tussen de Waarhuizenstraat en de Kloosterstraat in Beuningen. Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanvraag van een omgevingsvergunning (bestemmingswijziging en bouw) in verband met de realisatie van 3 appartementencomplexen met bijbehorende parkeervoorzieningen. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Behoudens het onvoldoende kunnen uitvoeren van een maaiveldinspectie vanwege halfverharding en begroeiing, is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000. Strategie Chemische parameters (NEN 5740) De locatie is onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL). De bovengrond (oude maaiveld) is aanvullend geanalyseerd op OCB.
Vanwege mogelijke ophogingen zijn alle boringen tot tenminste 1 m-mv uitgevoerd. Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL). Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht. In verband met toekomstige lozing van grondwater is ook het ijzergehalte in het grondwater bepaald. Het halfverhardingsmateriaal (Graustabiel) en een puinlaag op het oostelijke terreindeel is indicatief onderzocht en getoetst aan de milieuhygiënische eisen zoals gesteld aan een niet-vormgegeven bouwstof (Bouwstoffenbesluit). Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. Asbest (NEN 5707) Op basis van de hypothese is de locatie conform NEN 5707 onderzocht volgens de strategie voor een ’verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ (VED-HE). Resultaten Chemische parameters (NEN 5740) In onderstaande tabel zijn de resultaten van het bodemonderzoek samengevat weergegeven. Tabel 14: Samenvatting toetsingsresultaten chemische parameters NEN 5740 Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Traject (m -mv)
Overschrijding van de achtergrond- of streefwaarde
tussenwaarde
Interventiewaarde
Indicatieve kwaliteitsklasse (Bbk)
0,4 - 1,0
-
-
-
Altijd toepasbaar
Grond Siltige kleilaag onder de Graustabiellaag (M7) westelijk terreindeel / geen bijzonderheden
211765/R01
21/24
Tabel 14: Samenvatting toetsingsresultaten chemische parameters NEN 5740 Omschrijving / waargenomen bijzonderheden
Traject (m -mv)
Overschrijding van de achtergrond- of streefwaarde
tussenwaarde
Interventiewaarde
Indicatieve kwaliteitsklasse (Bbk)
Zandige kleilaag onder de Graustabiellaag (M2 en M8) oostelijk terreindeel / sporen puin
0,45 -1,0
Kwik DDD (som)
-
-
Altijd toepasbaar
Kleiige bovengrond (sterk zandig) groenstroken (M9)/ sporen puin
0,0 - 0,5
zink
-
-
Klasse industrie
Kleiige bovengrond (sterk zandig) noordwestelijk terreindeel (M10) / zwak puinhoudend
0,0 - 0,5
-
-
-
Altijd toepasbaar
Kleiige bovengrond (sterk zandig) (M11) / matig tot sterk puinhoudend
0,0 - 0,5
Koper, zink, kwik, lood, PAK
-
-
Klasse industrie
Zandlaag noordoostelijk terreindeel (M12) / matig puinhoudend,
0,0 - 0,5
Kobalt, nikkel, koper, zink, cadmium, kwik, lood, PAK
-
-
Klasse industrie
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel (M13) / sporen tot matig puinhoudend, zwak baksteenhoudend
0,0 - 1,0
Zink, kwik, lood
Koper
-
Klasse industrie
Zandige klei uit de ondergrond (M14) / sporen roest
0,5 - 1,5
Nikkel, PAK
-
-
Klasse wonen
Siltige klei uit de ondergrond (M15) / sporen roest, sporen puin
1,0 - 2,0
nikkel
-
-
Altijd toepasbaar
Uitsplitsing M13 in verband met overschrijding tussenwaarde voor koper Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel (boring 17) / zwak baksteenhoudend
0,5 – 1,0
-
-
-
Altijd toepasbaar
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel (boring 19) / sporen puin
0,5 – 1,0
-
-
-
Altijd toepasbaar
Matig zandige kleilaag noordoostelijk terreindeel (boring 20) / sporen puin
0,5 – 1,0
-
koper
-
Klasse industrie
Sterk zandige kleilaag oostelijk terreindeel (boring 27) / matig puinhoudend, sporen kooldeeltjes
0,0 – 0,5
koper
-
-
Klasse wonen
Matig zandige kleilaag oostelijk terreindeel (boring 27) / sporen puin
0,5 - 1,0
-
-
-
Altijd toepasbaar
Westelijk terreindeel (peilbuis 04)/ geen bijzonderheden
2,7 - 3,7
Barium
-
-
n.v.t.
Centraal terreindeel (peilbuis 15)/ geen bijzonderheden
2,8 - 3,8
Barium
-
-
n.v.t.
Oostelijk terreindeel (peilbuis 31) / geen bijzonderheden
2,9 - 3,9
barium
-
-
n.v.t.
Grondwater
-=
Geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
211765/R01
22/24
In de zandige kleilaag onder de Graustabiellaag op het oostelijke terreindeel is een verhoogd gehalte voor DDD (som) aangetoond. In de bovengrond (oude maaiveld/ toplaag) van het overige terrein zijn OCB beneden de achtergrondwaarden gemeten of zijn niet aangetoond bij de door het laboratorium gehanteerde rapportagegrenzen. In het mengmonster van de sterk zandige kleilaag op het noordoostelijke terreindeel (M13) is in eerste instantie een matige verontreiniging met koper aangetoond. Uit het aanvullend laboratoriumonderzoek waarbij de deelmonsters uit M13 separaat geanalyseerd zijn op koper blijkt dat alleen op boorlocatie 20 (bodemlaag van 0,5 – 1,0 m -mv) een marginaal verhoogd gehalte ten opzichte van de tussenwaarde aanwezig is. In de overige deelmonsters blijkt een licht verhoogde gehalte voor koper (overschrijding achtergrondwaarde) of is koper beneden de achtergrondwaarde gemeten. In verband met toekomstige lozing van grondwater is ook het ijzergehalte in het grondwater bepaald. Het ijzergehalte in het grondwater op het westelijke terreindeel (peilbuis 04) bedraagt 6.400 µg/l. In het grondwater op het centrale terreindeel (peilbuis 15) bedraagt het ijzergehalte 1.500 µg/ en in het grondwater op het oostelijke terreindeel (peilbuis 31) is een ijzergehalte van 14.000 µg/l gemeten.
Resultaten PFAS in grond In onderstaande tabel zijn de resultaten van het bodemonderzoek met betrekking tot PFAS samengevat weergegeven. Tabel 15: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond PFAS Omschrijving
Traject (m -mv)
Overschrijding van de bepalingsgrens
achtergrondwaarde2
maximale toepassingswaarde2
Zandige kleilaag onder de Graustabiellaag
0,45 - 1,00
-
-
-
Kleiige bovengrond (sterk zandig) groenstroken
0,00 - 0,50
Som PFOA, PFBA, Som PFOS
-
-
Kleiige bovengrond (sterk zandig) noordwestelijk terreindeel
0,00 - 0,50
Som PFOA, PFBA Som PFOS
-
-
Zandlaag noordoostelijk terreindeel
0,00 - 0,50
Som PFOA, PFBA
Som PFOS
-
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
2
Voor PFAS zijn de waarden gebaseerd op de aanpassing van het tijdelijke handelingskader voor PFAS-houdende grond waarin de toepassingsnormen zijn vastgelegd. De tijdelijke landelijke achtergrondwaarde is voor PFOS 0,9 µg/kg d.s. en voor alle overige PFASverbindingen 0,8 µg/kg d.s. Voor de klasse wonen en industrie gelden (voor het toepassen van grond boven grondwaterniveau) voorlopig de volgende toepassingsnormen: 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s. voor PFOS en overige PFAS.
In de zandige kleilaag onder de Graustabiellaag zijn de gehalten aan PFOA en PFOS niet aangetoond bij een bepalingsgrens van 0,1 µg/kg d.s. In de kleiige bovengrond van de groenstroken en het noordwestelijke terreindeel liggen de gehalten aan PFOA (som), PFBA en PFOS (som) beneden de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde. In de zandige bovengrond op het noordoostelijke terreindeel ligt het gehalte PFOS net iets boven de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde. PFOA en PFBA liggen benden de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde. De gehalten aan PFOA en PFOS liggen allemaal ruimschoots onder de maximale toepassingswaarden. Resultaten asbest (NEN 5707) Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en er is geen asbest aangetoond. Indicatief onderzoek halfverharding De analyseresultaten van het halfverhardingsonderzoek zijn getoetst aan de normen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit het Besluit bodemkwaliteit. Uit de resultaten blijkt dat zowel de Graustabiellaag als de puinlaag ter plaatse van boring 31 indicatief voldoet aan de normen voor het toepassen als niet-vormgegeven bouwstof. In de puinlaag ter plaatse van boring 31 is geen asbest aangetoond.
211765/R01
23/24
Conclusies In de matig zandige kleilaag van 0,5 – 1,0 m -mv ter plaatse van boring 20 (noordoostelijk terreindeel) wordt voor koper de tussenwaarde marginaal overschreden. Gezien de gevolgde onderzoeksstrategie en de aanvullende individuele analyses is in voldoende mate vastgesteld dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit houdt in dat er op basis van de Wet bodembescherming geen aanleiding is voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Omdat geen asbest is aangetoond in de bodem, is er geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie en bouwactiviteiten en herinrichting op het terrein. Aanbevelingen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken.
211765/R01
24/24
BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie en uittreksel kadastrale kaart
211765
Deze kaart is noordgericht
globale aanduiding onderzoekslocatie
75
225
375 meters
0 Titel:
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
NPA
Opdrachtgever:
X:
181630
Y:
430770
Gemeente Beuningen
O:\Ortageo\211765\Tekeningen\211765_V1.0.dwg
Schaal:
1:7500
Datum:
11-02-2020
150
300
Project:
Bijlage:
Formaat:
211765
1
A4
Kadastrale kaart
Uw referentie: 211765
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Beuningen H 1889
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 5 februari 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Situatietekening met onderzoekspunten
211765
Legenda proefgat asbest
rst raa t
boring tot 1,0 m-mv
Klo o
s te
boring tot 2,0 m-mv peilbuis onderzoekslocatie zichthoek foto 01
perceelnummer 02
kadastrale grens voorlopige kadastrale grens 03 F7
10
123
19
18
29
11
30
huisnummer gebouwcontouren
F3
hekwerk gras
04
17
split 20
09 12
waterloop
28
F6
1
31
F4
16
07
4e 0-6
F2
6
21
13
05
t izenstraa
15 F8
08
Waardhu
27
22
06 24 14 van Heem
straweg
26
F5
2
23 25
van Heemstraw
eg
7.5
22.5
37.5
a -77
meters
77
0 Titel:
75
Gecontroleerd:
Projectnaam:
Getekend:
NPA
Opdrachtgever: O:\Ortageo\211765\Tekeningen\211765_V1.0.dwg
X:
181630
Y:
430770
Gemeente Beuningen
Schaal:
1:750
Datum:
11-02-2020
15
30
Project:
Bijlage:
Formaat:
211765
2
A3
BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen
211765
Meetpunt: 01
Meetpunt: 02
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 17-1-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 17-1-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
gras
1 2
50
50
0
0
Klei, matig zandig, zwak grindig, zwak humeus, sporen puin, donkerbruin, 0,8kg > 20mm totaal: 61,3kg
gras Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, donkerbruin, 1,9kg > 20mm totaal: 64,5kg
1 2
50
50 Klei, zwak zandig, neutraalbruin
Klei, matig zandig, neutraalbruin
3
3
100
100
100
4
150 160
Zand, matig grof, sterk grindig, zwak siltig, lichtbruin 5
200
200
Projectlocatie: Van Heemstraweg, Beuningen
Projectcode: 211765
Opdrachtgever: Buro Waalbrug B.V.
Pagina:1 / 9
Meetpunt: 03
Meetpunt: 04
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 17-1-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 14-1-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,00 Breedte (m): 0,00 0
0
gras
0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, donkerbruin, 1,7kg > 20mm totaal: 68,2kg
1 2
split Grauweckelaag
40 50
50
50 Klei, matig zandig, neutraalbruin
Klei, matig siltig, sporen schelpen, neutraalbruin
1 2
3
100
100
100
100
Klei, matig zandig
3
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs 4
200
200
Zand, matig fijn, matig siltig, licht geelgrijs
240
Zand, matig fijn, sterk siltig, donkergrijs
250
300
350 370
Meetpunt: 05
Meetpunt: 06
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 14-1-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,00 Breedte (m): 0,00
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 17-1-2020 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
split
0
0
Grauweckelaag
gras Klei, sterk zandig, zwak humeus, sterk grindig, sterk puinhoudend, donkerbruin, 6,3kg > 20mm totaal: 66,3kg
1 2 40
50
Klei, matig siltig, neutraal grijsbruin 1
50
50
Klei, sterk zandig, grijsbruin 2 3
100
100
100
100
Projectlocatie: Van Heemstraweg, Beuningen
Projectcode: 211765
Opdrachtgever: Buro Waalbrug B.V.
Pagina:2 / 9
Meetpunt: 07