1. Verslag commissie Ruimte 15 maart 2021
Tekst van het document
Verslag van de openbare vergadering van de commissie Ruimte van 15 maart 2021 mandaatvoorstel Kenmerk : CONCEPT Kenmerkcode : CONCEPT* Aanwezig de voorzitter de raadsgriffier de gemeentesecretaris de leden
: : : :
E. van Ewijk A.V. Dewkalie D. Kocken R.A. Arians (BN&M) N. Avastia (SP) N.P.J. Bannink (BN&M) W.A. Bijmans (BN&M) S.G.M. van den Broek (D66) P.J.W. Cobussen (BN&M) H. Crezee (PvdA) T. Dikkerboom (GL) G.J.P. Groenen (BN&M) K.C. van den Heuvel (VVD) J.J.M. Janssen (BN&M) J.G.Th.M. Kersten (BN&M) R.M. Martinus (CDA) J.G. Meijer (CDA) E. Smith (PvdA) A.M. Steeg (D66) F. van Teeseling (GL) W.H.M. van Teffelen (CDA)
de genodigde (spreker)
:
G. Yntema
de wethouders
:
S. Versluijs (PvdA) P.J.M. de Klein (BN&M) F.M.H.P. Houben (GL)
Ambtenaren
:
W. van Hal L. de Ruiter
1. Opening De voorzitter opent de besloten commissievergadering om 22.10 uur en herinnert de aanwezigen aan het besloten karakter van deze commissievergadering. Om die reden wordt geen digitale opname gemaakt. Het verslag is niet openbaar en zal bij de Griffie ter inzage worden gelegd. 2. Vaststelling agenda De agenda wordt conform vastgesteld. 3. Vervolg omgevingsprogramma woningbouw De voorzitter geeft aan, dat tijdens de extra vergadering van de agendacommissie op 10 maart jl. is besloten tot het organiseren van een besloten vergadering van de commissie Ruimte. De gedachte hierachter was dat het college de commissie wil meenemen in de toekomstbeelden voor potentiële woningbouw, die het college op basis van de uitkomsten van de analyse ziet.
Deze toekomstbeelden werkt het college in de komende maanden nader uit en de resultaten hiervan worden opgenomen in het Omgevingsprogramma Woningbouw. De voorzitter meldt dat staande de vergadering een presentatie wordt verzorgd door de stedenbouwkundige, de heer Yntema. Wethouder Versluijs verwijst naar zijn presentatie van de resultaten van de uitgevoerde analyse tijdens de openbare vergadering op 15 maart jl. Het college heeft inderdaad de intentie om de raad zoveel mogelijk mee te nemen in het ontwikkelproces om zodoende tot een woningbouwprogramma te komen. In de analyse is gekeken naar de grootte van belemmeringen. De heer Yntema zal dit nader toelichten. Spreker verwacht dat de presentatie tot vragen zal leiden. Er is vanavond ruimte om hierover te discussiëren. De heer Yntema licht de toekomstbeelden toe aan de hand van een presentatie. De getoonde presentatie, getiteld ‘Omgevingsprogramma woningbouw Beuningen’, zal in bijlage bij het verslag worden toegevoegd. Er is een panorama gemaakt om over de volle breedte van de gemeente te kunnen laten zien wat de mogelijkheden zijn op het gebied van woningbouw, uitgaande van alle doelgroepen en een duurzame versterking van de gemeente Beuningen. Het panorama toont een blik in de toekomst met potentiële woningbouwlocaties, waarbij de raad samen met marktpartijen en inwoners gaat bepalen waar daadwerkelijk gebouwd gaat worden.
Deze afwegingen zullen plaatsvinden op basis van vraag en aanbod en de afwegingscriteria die eerder zijn gepresenteerd. Bij de ontwikkeling van het panorama is binnen de ontwikkelmogelijkheden de focus gelegd op de kwaliteit en de identiteit van de gemeente Beuningen. Zo zijn de kwaliteiten duurzaamheid, groen, dorpsidentiteit en landschap in het panorama verwerkt. Echter, in de blik op de toekomst is al het bestaande niet heilig verklaard. Hierachter zit de gedachte dat Beuningen zich boven het maaiveld mag gaan verheffen en mag laten zien waar de gemeente voor staat. In een historische terugblik, wordt stilgestaan bij het jaartal 1940 en een regionaal beeld met de stad Nijmegen en de Van Heemstraweg met daarlangs een aantal kleine kernen, die eigenlijk meer als buurtschappen getypeerd konden worden. In 1980 was het gebied nog steeds landschappelijk en dorps. Deze termen hoorde spreker vaak de afgelopen tijd noemen bij het beschrijven van Beuningen. In de jaren na 1980 groeiden de kernen, maar is landschap en historie verloren gegaan. Dit leidde uiteindelijk tot het huidige beeld van een gebied waarin grote kernen zijn ontstaan, zoals Nijmegen, Wijchen, Beuningen, Ewijk en het Waalspronggebied. Winssen is klein gebleven. Weurt is bijna aan Nijmegen vastgegroeid. De vraag is wat de beste volgende stap is voor Beuningen.
Eén optie is uitbreidingswijken blijven ‘uitrollen’ in lage dichtheden, waarmee uiteindelijk de huidige kwaliteiten van Beuningen verdwijnen en het hele gebied zich vult met woningbouw. Het kan echter ook anders door dorps te houden wat dorps is en te focussen op kwaliteit. Dit principe is herkenbaar in met name Winssen, dat nog een erg dorps karakter heeft en is omgeven door landschap. De andere kant van deze keuze is verbreding van het gezichtsveld door te verstedelijken wat al stedelijk is. Kortom: compacte bebouwing in combinatie met groen en inachtneming van actuele thema’s zoals klimaat en landschap. Het eerste panorama noemt de heer Yntema ‘Authentiek Beunings met een vleugje stad’. De kernen blijven afzonderlijk herkenbaar met groene landschapsparken, waaraan bebouwing wordt geconcentreerd. Winssen is het enige dorp waar de oorspronkelijke historie en het kleinschalige nog voelbaar is. Een beperkte groei is nog mogelijk, maar de aanbeveling is om Winssen los te houden van de Van Heemstraweg om de oorspronkelijke kwaliteit te behouden. Het voormalig zorgcentrum in Winssen is verouderd. De aanbeveling is om dáár het bestaande dorp met een kleine uitbreiding te verbeteren, zodat het dorp overzichtelijk blijft. Een andere mogelijkheid is om aan de linten nog een aantal woningen te ontwikkelen zonder daarmee de
landschappelijke kwaliteiten te verliezen. In totaal gaat het in dit panorama om ongeveer 190 woningen bij Winssen. De heer Smith vraagt of dat voldoende is. Het gevaar bestaat dat er onvoldoende draagvlak is voor het behoud van de voorzieningen die Winssen heeft. Spreker meent dat een aantal van tweehonderd woningen krap is om bijvoorbeeld een goede supermarkt te behouden. Hij benadrukt dat Winssen een toekomst moet hebben. De voorzitter merkt op, dat dit komt bóvenop de inbreiding en het lopende programma. Wethouder Versluijs geeft aan, dat inbreiding is gepland bij de Overmars en bijvoorbeeld op de hoek van de Kennedysingel. De heer Yntema legt uit, dat het panorama is opgesteld op basis van de eerdergenoemde kwaliteiten van Beuningen die behouden zouden moeten blijven. Van daaruit is gekeken waar en wat de uitbreidingsmogelijkheden zijn. Zo wordt gedacht aan ruimere woonmilieus, landelijk, agrarisch, dorps, wat traditioneler. In Ewijk is een stukje verstedelijking te zien. Het ‘verkeersknooppunt Ewijk’ is bij iedereen bekend, maar dat geldt niet voor de kern Ewijk als zodanig. Aan de westkant en bij de voormalige ‘Plas van Melssen’ liggen mogelijkheden om Ewijk een ander gezicht te geven door water én bebouwing toe te voegen. Dit maakt het mogelijk om aan het water te wonen in wat dichtere bebouwing met appartementen.
Aan de andere kant van Ewijk zijn ruimer opgezette woonmilieus. Vanuit de lintenstudie zijn er mogelijkheden om beperkte bebouwing toe te voegen in eenzelfde ruim opgezette sfeer. Zo ontstaan er twee bogen: een wat dichter bebouwde boog en een ruimer opgezette boog met daartussen een groen hart. De voorzitter vraagt over welke verdichting het gaat. De heer Yntema legt uit, dat wordt gedacht aan 25 woningen per hectare aan de westkant van Ewijk en vijftien tot twintig woningen per hectare aan de andere kant van Ewijk. In Winssen is gerekend met vijftien woningen per hectare. Dat gebied is dus duidelijk ruimer opgezet. De heer Groenen vraagt zich af wat er met de bedrijven moet gebeuren die nu in de gemarkeerde gebieden zijn gevestigd. De heer Yntema antwoordt dat deze vraag aan de orde komt bij de volgende stap. In het panorama wordt een eerste beeld geschetst waar nieuwe woningbouw mogelijk is op basis van de eerder geschetste visie. De volgende stap is om te kijken of woningbouw in die gebieden daadwerkelijk haalbaar en mogelijk is. De heer Cobussen denkt dat er wellicht mogelijkheden zijn aan de Veluwstraat. Spreker vraagt of lintbebouwing daar een optie kan zijn. De heer Yntema antwoordt dat hij op deze vraag terugkomt in relatie tot het oeverwallengebied. De heer Steeg vraagt zich af of de focus vooral lag op wat kán of wat de vraag is.
De heer Yntema antwoordt dat er verschillende typologieën en woonmilieus horen bij de verschillende dichtheden en het streven om het zo divers mogelijk te maken. De volgende stap is om te kijken wie waar het beste bediend kan worden. Het gaat in totaal om 985 woningen. In eerste instantie wordt ingezet op het ingekleurde gebied en daarna volgt de Sprengerlaan. Voor de geluidsoverlast van de snelweg zullen aan de Sprengerlaan maatregelen genomen moeten worden.
De heer Yntema schetst het volgende beeld voor Ewijk, uitgaande van compacte appartementenbebouwing aan het water met dichter bebouwde woonmilieus aan het verlengde van de Sprengerlaan en aan de oostzijde een ruimere opzet met meer erfsfeer en meer groen tussen de woonclusters. Verder naar het oosten ligt het gebied tussen Beuningen en Weurt. Stedenbouwkundig is dit een interessant gebied met nog meer verstedelijking en bedrijven. Dit gebied groeit steeds dichter naar Nijmegen. Er is gekeken naar de landschappelijke betekenis van het gebied. Hier ligt een mogelijkheid voor het creëren van een nieuw soort landschap dat gaat zorgen voor groen en behoud van ruimte tussen de kernen. Dit geeft voor omwonenden de mogelijkheid om dichtbij de woonomgeving te recreëren. Het basisidee voor het gebied tussen Beuningen en Weurt is daarom om een landschapspark te ontwikkelen waarbij de historische structuur wordt benut in de vormgeving van het park. Momenteel bestaat het gebied uit weilanden. Door te investeren in het herstel van het oorspronkelijke landschap, ontstaat een groen uitloopgebied vanuit Beuningen, Weurt en Nijmegen. Dit past ook bij de gedachte van de groene metropoolregio. Aan Beuningse zijde kan aan de rand van het landschapspark een aantal compacte hogere appartementsgebouwen worden gerealiseerd.
Zodoende is er enerzijds een royale groene ruimte en anderzijds is woningbouw mogelijk. Aan Weurtse zijde kan met grondgebonden woningbouw worden uitgebreid richting het landschapspark. De entree naar de gemeente via het authentieke deel van Weurt moet behouden blijven. Aan de andere kant liggen de sportvelden. Deze kunnen in het landschapspark worden gesitueerd waarbij de entree van de gemeente ook aan die kant een goed gezicht krijgt. Dicht bij Nijmegen, is dit een uitgelezen vestigingsplek voor mensen die in de stad werken. Het gaat hier in totaal over ongeveer zeshonderd woningen, waarbij voornamelijk wordt gericht op éénen tweepersoonshuishoudens die op korte afstand van Nijmegen willen wonen. Aan de rand bij Weurt is de mogelijkheid om een nieuw landgoed of kasteel te realiseren, dat past binnen de oeverwallenzone waar aan de andere zijde Slot Doddendael is gelegen. Daarnaast biedt dit gebied een mogelijkheid voor nieuwe erfontwikkelingen, uitgaande van tien à vijftien woningen. Mevrouw Van den Heuvel stelt vast, dat er zoekgebieden worden gepresenteerd. De reden waarom de gemeente wil uitbreiden, is onder andere vanwege het grote woningtekort in Nederland. Het lijkt spreker relevant om eerst te onderzoeken waar precies de behoefte ligt. De gemeente bouwt in de eerste plaats om een probleem op te lossen en om daarmee de positie van de gemeente Beuningen te verstevigen.
Ze vraagt of hiernaar wordt gekeken. De heer Yntema legt uit, dat er een gemeentebreed woningbehoefteonderzoek is uitgevoerd. Vervolgens wordt meer specifiek naar de behoefte per kern gekeken. Mevrouw Van den Heuvel verwijst naar het idee om één- en tweegezinswoningen in Weurt te bouwen voor personen die in de stad werkzaam zijn. Ze attendeert op de woningbouw bij De Oversteek in Nijmegen; hier is speciaal voor deze doelgroep gebouwd en bleek weinig animo. Vanuit die ervaring adviseert zij om woonbehoefteonderzoek breder te richten dan uitsluitend op de gemeente Beuningen. De heer Yntema is het hiermee eens. Waar het nu om ging, is het woonmilieu. In het appartementencomplex kunnen naar behoefte ruimere appartementen worden gerealiseerd. De beelden moeten nog verder verfijnd worden. Mevrouw Van den Heuvel vindt de woningbehoefte een leidend thema. De heer Yntema legt uit, dat wordt ingezet op een duurzame versterking. De behoeften zullen gaan verschuiven in de loop der tijd en het meebewegen met verschuivingen, vraagt flexibiliteit. De woonbehoefte zal zeker sturend zijn.
De heer Van Teeseling ziet ook risico’s in de plannen. Hij vreest dat Weurt als het ware wordt ‘weggegeven’ aan Nijmegen. Hij vraagt of dit soort risico’s worden meegewogen. De heer Yntema antwoordt dat risico’s zeker worden meegenomen. De insteek is nadrukkelijk om de identiteit en de kwaliteiten van de gemeente te behouden. De zuidkant van Weurt is inmiddels meer verstedelijkt dan de noordkant. Het oude dorpje aan noordkant moet blijven bestaan. De zuidkant is momenteel erg versteend; dit kan verfraaid worden. Spreker pleit er daarom voor om het hele zuidelijke gebied met nieuwbouw op te waarderen, waar mogelijk, maar dan wel op de ‘Beuningse manier’. De heer Steeg informeert naar het aantal woningen dat in het toekomstbeeld is voorzien in het gebied tussen Beuningen-Oost en Weurt. De heer Yntema meldt dat hij gaande zijn presentatie een totaaloverzicht zal tonen van het aantal woningen per afzonderlijk gebied. Spreker benadrukt dat dit een referentiebeeld is en dat het uiteindelijk niet precies zo zal worden. Waar het hem op dit moment vooral om gaat, is te laten zien wat mogelijk is. Zo kan Beuningen bijvoorbeeld in het gebied waar de sportvelden liggen, tot uitdrukking brengen dat groen en duurzaamheid hoog in het Beunings vaandel staan door bebouwing in verbinding te brengen met natuur.
Als voorbeeld voor dit gebied is het sfeerbeeld van Park Lingezegen gekozen, al zal de vormgeving anders zijn. De heer Yntema gaat in op de insteek om de landschappelijke kwaliteit van het oeverwallengebied te behouden. Er wordt niet grootschalig verstedelijkt, maar er is wel een mogelijkheid om nieuwe kastelen of landgoederen te bouwen in de rand aan de Van Heemstraweg waar ook slot Doddendael ligt. Er kan een mix gecreëerd worden van grondgebonden appartementen met daaromheen water en groen en hier en daar erfontwikkeling. Het wordt dan een recreatief uitloopgebied richting Waal. In feite vormt dit een aanvulling op de landschapsparken in de stedelijke uitloper aan de zuidkant. In dit gebied zullen 210 tot 265 compacte woningen worden gebouwd met een bijzondere architectuur. Samengevat wordt in het panorama ‘Authentiek Beunings met een vleugje stad’ het groen en het landschap behouden. Er zullen veel rustige plekken in het gebied zijn. Het authentieke van Winssen blijft behouden, maar krijgt ook een vleugje stad. Ewijk krijgt een gezicht bij het knooppunt en Weurt bij de entree, samen met de kastelen aan de oeverwallen. In totaal gaat het om ongeveer tweeduizend woningen. Het panorama kan worden ingepast met behoud van de kwaliteiten van Beuningen. De heer Groenen valt het op dat per gebied reeds concrete woningaantallen worden genoemd.
Fractie BN&M vraagt of het gesprek met de ondernemers in het plangebied wordt aangegaan vóórdat dit plan naar buiten wordt gebracht. De bedrijven die nu in het gebied gevestigd zijn, moeten niet het gevoel krijgen dat ze door de gemeente ‘uitgerookt’ worden. Wethouder Versluijs acht dit een terecht verzoek. Op dit moment is sprake van een ontwikkelproces dat nog verder uitgewerkt moet worden. Als uiteindelijk een plan voorligt waarin de doelen gerealiseerd kunnen worden, dan betekent dit onherroepelijk dat sommige bedrijven moeten verdwijnen. In het kader van het faciliterend grondbeleid spelen ook ontwikkelaars een rol. Ontwikkelaars zijn waarschijnlijk reeds met betrokken bedrijven in gesprek. Er moet rekening worden gehouden met een aantal woningbouwbelemmeringen, zoals de geurcontour van de ARN en de invloed van de snelweg bij Ewijk. Dit betekent een inperking van de zoekgebieden. In volgende stappen zullen de plannen tijdens een openbare vergadering worden besproken en vindt participatie plaats. Het is uiteindelijk aan de raad om een besluit te nemen op basis van de voorstellen van het college en de resultaten uit de tweede participatieronde.
De heer Steeg vraagt of de woningbouwopgave een vast onderdeel uitmaakt van de Omgevingsvisie die de raad gaat vaststellen. Hij vraagt hoe beide onderdelen gaan samenkomen. Wethouder Versluijs wijst op het gegeven, dat de gemeente Beuningen ook heeft te maken met de groene metropoolregio. Op dat niveau wordt hard gewerkt aan het opstellen van een verstedelijkingsstrategie. De gemeenteraad van Beuningen zal hier de komende maanden de resultaten van gepresenteerd krijgen. Uiteindelijk gaat het hierbij om een wisselwerking. Iedere gemeente kan autonoom een eigen visie ontwikkelen. Als dit leidt tot een confrontatie tussen de Omgevingsvisie en de visie van de groene metropool, dan moet hierin een keuze gemaakt worden. Het College is voornemens om de gemeenteraad in de periode september/oktober een besluit te laten nemen over de Omgevingsvisie. De ontwikkeling van het woningbouwprogramma en de Omgevingsvisie loopt min of meer parallel en in samenhang met de verstedelijkingsstrategie. Daarbij is cruciaal dat de gemeente Beuningen op basis van haar eigen argumenten en wensen een plan ontwikkelt. De heer Yntema erkent dat de plannen vragen om afstemming. De Omgevingsvisie is gebaseerd op hoofdlijnen, terwijl het Omgevingsprogramma in feite een uitwerking hiervan is. Deze twee moeten daarom wel matchen.
De gemeente Beuningen heeft de ambitie om 3.000 woningen te bouwen voor meer dan 30.000 inwoners. In het eerste panorama worden 2.000 nieuwe woningen geschetst. Ook de mogelijkheid voor 3.000 woningen is onderzocht. De mogelijkheid daartoe bestaat, maar dat betekent wel dat aan kwaliteiten moet worden ingeleverd. Dit is met name het geval in Winssen. Het tweede panorama is het ‘Nieuw stedelijk panorama met een Beunings karakter’. Winssen gaat in dat geval mee in de verstedelijking richting het water; dat gebeurt “op de Ewijkse manier” of als “nieuw-Druten”. Binnen de stedelijke uitloper zitten er ook nog wat mogelijkheden, zoals Beuningen-Oost richting het landschapspark en Weurt. Beide gebieden liggen dan wel in de geurcontour. Daarnaast zijn er mogelijkheden aan de Veluwstraat in Ewijk. Momenteel staan daar kassen en zijn er wat bedrijven gevestigd. Binnen de Ruimte voor Ruimte-regelingen bestaat de mogelijkheid om bijvoorbeeld een kas of schuur in te ruilen voor het creëren van een erfontwikkeling, echter zonder te verstenen. De heer Cobussen vraagt hoeveel extra woningen in Winssen gebouwd kunnen worden. De heer Yntema antwoordt dat het in panorama 2 gaat om 800 extra woningen, bovenop de 200 nieuwe woningen die in het eerste panorama zijn geschetst. De heer Martinus denkt dat in de planvorming kan worden ingezet op hoogbouw in alle kernen.
Als plannen reëel blijken, zal ook naar andere mogelijkheden moeten worden gekeken, zoals naar Winssen ten zuiden van de Van Heemstraweg en naar het Beuningse Veld. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Bijvoorbeeld moet worden nagedacht over de vraag in hoeverre Beuningen een voornamelijk agrarische gemeente wil blijven. De heer Cobussen wijst erop, dat de Ingenieur van Stuivenbergweg in Winssen richting Ewijk niet is ingetekend. De heer Yntema legt uit, dat vanuit de landschappelijke analyse is gekozen voor een stuk openheid ten behoeve van landschappelijke kwaliteiten. Individuele lintontwikkeling in dat gebied is vooral landschappelijk. In het tweede panorama vormt de plas wel aanleiding om in die richting te verstedelijken, maar dat betekent ook verlies van het dorpse en de landschappelijke kwaliteit.
Wethouder Versluijs vindt het van belang dat Beuningen een landschappelijke gemeente blijft. Hij is geen voorstander van het verdichten van de bebouwing aan de Ingenieur van Stuivenbergweg omdat dat betekent dat de huidige landschappelijke kwaliteit verloren zal gaan. De Ingenieur van Stuivenbergweg vergt een fijnmazige blik. Hij is het met de heer Cobussen eens, dat er duidelijk verschil bestaat tussen de noordkant en de zuidkant van de Ingenieur van Stuivenbergweg. Hier kan kwaliteitsverbetering ontstaan, zij het weliswaar met lage woningbouwdichtheden. In de presentatie heeft de heer Yntema het uitgangspunt benoemt dat Winssen haar dorpse karakter blijft behouden. Een mogelijkheid is om de oversteek te maken over de Van Heemstraweg, richting Geertjesgolf. De vraag hierbij is of de gemeente een soortgelijke ontwikkeling in Winssen wil bewerkstellingen zoals Ewijk die ook heeft doorgemaakt. Deze discussie moet gevoerd worden. Het gaat daarbij ook over het tempo waarin ontwikkelingen plaatsvinden. De boodschap van de wethouder is vooral dat iedereen zelf moet nadenken wat hij of zij op de lange termijn wil voor Beuningen. De heer Martinus stelt dat de gemeente Beuningen haar stip op de horizon al heeft geplaatst. Het college heeft de ambitie van 30.000+ inwoners gelanceerd. Deze ambitie leidt tot de behoefte aan 3.000 woningen.
De vraag is hoe de ambitie gerealiseerd kan worden. Wethouder Versluijs stelt dat er geen 3.000 nieuwe woningen nodig zijn om het streven van 30.000+ inwoners te bereiken. Er wordt nu van uitgegaan dat in de regio 60.000 extra woningen moeten worden gebouwd. Het is niet voorspelbaar of dit uitgangspunt ongewijzigd blijft. De heer Smith geeft aan, dat er enkele suggesties zijn gedaan waar de duizend extra woningen gebouwd zouden kunnen worden. Spreker vindt deze suggesties beperkt. Hij is van mening dat in Winssen-oost honderd tot 150 woningen gebouwd kunnen worden zonder het landschap aan te tasten. Door wat creatiever naar de hele gemeente te kijken, kunnen zijns inziens met gemak locaties gevonden worden voor duizend extra woningen, met een betere woonkwaliteit dan bijvoorbeeld in Winssen-zuid, grenzend aan de plas. Naar mening van spreker moet dit gebied ‘Het park van Winssen’ worden. Spreker pleit ervoor het college suggesties te laten doen voor mogelijke locaties voor duizend extra woningen. Persoonlijk meent hij dat dit pas aan de orde is na 2040. De voorzitter denkt dat de bijdrage van de heer Smith procesmatig bijdraagt aan het geheel. De heer Martinus heeft het dringende advies gedaan om echte keuzes te maken. Het kiezen voor de agrarische gemeenschap heeft consequenties voor de mogelijkheden voor woningbouw. Op dat niveau moet de gemeenteraad nog de discussie voeren.
De heer Martinus stelt, dat de richting waarvoor de gemeente kiest, van groot belang is voor het ontwikkelproces. De heer Van Teeseling vindt het plan er goed uitzien, maar hij ziet geen keuzes, afwegingen of alternatieven. Er is geen plan a, b of c. Dit is juist wat spreker graag zou zien, samen met de voor- en nadelen van elk alternatief. Hij vraagt het college dit in overweging te nemen. Mevrouw Van den Heuvel pleit voor een realistisch tijdspad en niet zozeer voor een plan a, b of c. Het leren gebeurt gaandeweg, meent spreker. Het gaat uiteindelijk over de stip op de horizon, waar de gemeente naartoe wil. Wanneer je nu reeds alles wilt uitwerken, werkt dat vertragend op de realisatie van de plannen. De heer Smith vindt de suggestie dat in Beuningen-Noord grootschalige landgoederen kunnen worden gerealiseerd, een idee-fixe. Het betreft een kleinschalig landschap en dit moet kleinschalig blijven.
Spreker wijst erop, dat Ewijk-Oost geen verbinding heeft met het winkelcentrum. Om de winkelvoorziening in Ewijk toekomst te bieden, is een verbinding tussen Ewijk-Oost en het winkelcentrum nodig. Dit zou in het ontwikkelprogramma van Ewijk moeten worden meegenomen. De heer Cobussen kan zich – als zijnde inwoner van Ewijk-Oost – niet vinden in de mening van de heer Smith over de verbinding met het winkelcentrum. Hij zou het liever gescheiden houden. Wel kan De Hekkeslag verbeterd worden. De voorzitter verwijst naar de opmerking van de heer Smith en adviseert alle commissieleden het landgoederenplan te lezen dat in 2009/2010 is opgesteld. De heer Groenen stelt vast dat de gemeente Beuningen momenteel bijna 26.000 inwoners heeft. Met toevoeging van ongeveer 2.000 woningen stijgt het aantal inwoners naar 30.000. Na 2035 wordt een geringe krimp verwacht. Tegen die tijd is het dus van belang om opnieuw te kijken naar de woningbehoefte in relatie tot de demografische ontwikkeling. De voorzitter stelt vast dat er twee pleidooien worden uitgesproken. Het eerste pleidooi is om de raad in het proces de ruimte te geven om keuzes te kunnen maken en dus ook, om te zorgen voor alternatieven. Het tweede pleidooi is om te voorkomen dat het proces vertraging oploopt. De voorzitter is verrast over de getoonde presentatie. Zij informeert bij de commissieleden naar hun mening.
De heer Avastia spreekt waardering uit over de presentatie. De heer Crezee had bepaalde nieuwe elementen niet verwacht. Dat maakte voor hem de presentatie verrassend. De plannen moeten nu “gaan gisten en borrelen”. Spreker meent dat op zich wel in de goede richting wordt gedacht. De PvdA neemt aan, dat de raad regelmatig wordt meegenomen in de plannen. Echter moeten de planoloog, de stedenbouwkundige en andere betrokkenen op een bepaald moment wel aan de slag kunnen gaan. Mevrouw Van den Heuvel vindt het prettig dat gemeentebreed wordt gedacht in plaats van sec gericht op de kernen. Wat de VVD betreft, ligt er geheimhouding op de stukken van deze besloten vergadering. De heer Groenen ziet de presentatie van heden als een eerste stap in een proces. Het gaat hier over plannen met een langetermijnperspectief. Voordat deze plannen daadwerkelijk worden gerealiseerd, is de gemeente Beuningen wellicht drie of vier colleges verder. BN&M pleit voor tussenstappen in de fasering, waarbij de raad tussentijdse besluiten neemt over de verdere invulling. De heer Cobussen vindt de presentatie helder en dankt de aanwezigen. BN&M kijkt uit naar het vervolg. De heer Martinus dankt de heer Yntema voor zijn presentatie. Het CDA is blij dat de diepte wordt gezocht. De plannen gaan nu concreter worden. Er is vanavond cruciale informatie gedeeld.
De fractie begrijpt waarom geheimhouding is voorgesteld. Het CDA is blij met de conclusies en hoopt meer van dit soort sessies te kunnen meemaken. De heer Steeg vindt de presentatie niet verrassend. De zoekgebieden waren reeds duidelijk en zijn nu deels ingevuld. Het is wel verhelderend om te zien over hoeveel woningen het ongeveer gaat. De fractie pleit voor een gefaseerde aanpak. Spreker kijkt uit naar de volgende bijeenkomst.
De heer Dikkerboom vindt de presentatie wèl verrassend. GroenLinks is verheugd om te horen dat ook naar alternatieven wordt gekeken. De fractie is van mening dat het plan ten aanzien van landgoederen ten noorden van de Van Heemstraweg goed in het oog moet worden gehouden, met name wat betreft de schaal. De schaal moet beperkt blijven, passend binnen het betreffende gebied. Al met al vindt de fractie het een mooie aanzet voor het woningbouwprogramma. Ook de heer Van Teeseling vindt de presentatie verrassend. GroenLinks vindt het mooie plannen. De fractie meent dat het uitwerken van meer alternatieven niet hoeft te leiden tot vertraging. Liever zou de fractie eerst alternatieven onderzoeken, inclusief afwegingen, voordat alles in detail wordt uitgewerkt. De heer Van den Broek vindt het een mooi plan met enkele verrassende elementen. D66 wenst regelmatig op de hoogte te worden gehouden, zodat de raad kan controleren of de richting nog steeds draagvlak vindt. De fractie wil het eigen DNAD van Beuningen zoveel mogelijk bewaken en behouden, waar mogelijk. Het is een mooie eerste opzet. De heer Van Teffelen vindt het plan op zich prima. Wél is spreker van mening dat de raad niet moet afdalen tot een zeker uitvoeringsniveau. De tijd zal leren of het geschetste beeld bewaarheid wordt. Over vijf jaar kan het zomaar anders zijn en zullen de plannen moeten worden bijgesteld.
De contouren zijn vanavond in beslotenheid met elkaar gedeeld. In bepaalde gebieden zijn echter wel bedrijven gevestigd. Het zou bedroevend zijn als deze ondernemers via de krant moeten vernemen dat hun bedrijf wellicht moet wijken voor woningbouw. Dit moet uiteindelijk organisch gebeuren. Hetzelfde geldt voor het Beuningse Veld, voor zover dit nog ter discussie komt. Het CDA hecht erg aan de beslotenheid over dit onderwerp en vindt dat zeer zuiver moet worden omgegaan met de belangen van de ondernemers die in de aangeduide gebieden zijn gevestigd. De voorzitter onderschrijft de zorgvuldigheid wat de ondernemersbelangen betreft. Mevrouw Meijer vindt het een heldere presentatie. Spreker vindt het mooi om in de plannen te zien, dat Beuningen één geheel gaat worden, maar tegelijkertijd alles de eigen identiteit blijft behouden binnen dat geheel. De heer Arians memoreert, dat eerder vanavond een scala een belemmeringen is gepasseerd. Spreker vindt het daarom knap dat in de gepresenteerde plannen een balans is gevonden tussen genoemde belemmeringen en de waarden en kwaliteiten die de gemeente Beuningen bezit. Spreker twijfelde nog of er veel alternatieven voorhanden zijn die recht doen aan de afwegingen. Persoonlijk is spreker erg gecharmeerd van de balans tussen enerzijds de openheid en natuur en anderzijds de toename in bebouwing.
De heer Kersten stelt dat deze mooie presentatie aansluit bij het ambitieniveau van de gemeenteraad. Spreker pleit ervoor in de interactie met de raad en de commissie de vaart erin te houden. De wethouder gaf aan, dat ontwikkelaars waarschijnlijk al in gesprek zijn met ondernemers. Spreker is daarom van mening dat het niet over een lange tijdspanne moet worden uitgerekt. BN&M vindt vertrouwelijkheid en beslotenheid zeer belangrijk in dezen. Mevrouw Bannink vindt het een mooi plan en ziet hierin ook enkele creatieve elementen. Ze sluit zich aan bij de inbreng van de voorgaande sprekers. De heer Bijmans wil van Winssen zeker geen tweede kern maken, wat volgens spreker zal leiden tot een gescheiden dorp. Liever zou hij uitbreiden naar de Ingenieur van Stuivenbergweg. Hij
wijst erop, dat de Kennedysingel in 2021 in uitvoering zou komen. Eigenlijk zouden deze plannen al klaar moeten liggen. De heer Smith vindt dat er een goede uitwisseling van ideeën heeft plaatsgevonden. Spreker geeft aan, dat de 2.000 woningen echt nodig zijn. Hij pleit ervoor te zoeken naar mogelijkheden voor méér woningen en deze mee te nemen als wisselgeld in fase 1. Spreker heeft bijvoorbeeld Winssen-Oost genoemd. Als er dan tegenvallers zijn, zijn er in ieder geval meer keuzemogelijkheden. De voorzitter wijst op het advies in de provinciale Woondeal om dertig procent méér te plannen dan dat je als gemeente denkt te kunnen realiseren. Spreker stelt, tot slot, dat het ontstaan van een bestuurlijke gezamenlijkheid erg mooi zou zijn in deze ontwikkeling. Wethouder Versluijs complimenteert de ambtelijke werkgroep en de externe adviseurs. De positieve reacties van de commissie bieden een stimulans om de ingeslagen weg te vervolgen. De inbreng wordt meegenomen in de verdere uitwerking. De behoefte aan het nogmaals organiseren van een soortgelijke sessie is uitgesproken. Het college verwacht tijdens de commissievergadering van 25 mei een openbaar stuk te kunnen voorleggen. Voor die tijd kan wellicht een soortgelijke sessie in beslotenheid georganiseerd worden om de commissie te informeren over de voortgang en te discussiëren over alternatieven.
De voorzitter dankt de heer Yntema en de portefeuillehouder. 4. Vaststellen afspraken geheimhouding De voorzitter legt de afspraken inzake de geheimhouding voor. De beslissing over het opleggen van geheimhouding moet in dezelfde vergadering worden genomen als waarin tot beslotenheid is besloten. Over de geheimhouding moet helder zijn welke informatie geheim is en tot wanneer, maar ook wie tot de kring behoort van raads- en commissieleden die de informatie mag inzien. Voor het eerste punt geldt dat de geheimhouding rust op elementen wat betreft specifieke potentiële ontwikkellocaties, grondposities en de financiële haalbaarheid. Voor het tweede punt geldt het volgende: met het college is de afspraak gemaakt, dat na vanavond verder gewerkt wordt aan het uitwerken van het proces, waarbij de inbreng tijdens de bijeenkomst van vanavond wordt meegenomen. Het college zal naar verwachting op dinsdag 25 mei kunnen besluiten tot opheffing van de geheimhouding. De formele opheffing van de geheimhouding kan dan plaatsvinden tijdens de vergadering van de commissie Ruimte op diezelfde datum. Daarna kan ieder vrijuit in het openbaar spreken over hetgeen vanavond is gedeeld. Natuurlijk kan in deze periode alle openbare informatie op normale wijze met elkaar worden gedeeld. Denkbaar is, dat in de komende periode de woningbouwprogrammering wordt geagendeerd.
De voorzitter vraagt of de commissieleden ermee in kunnen stemmen dat de geheimhouding geldt voor ieder die vanavond aanwezig is, alsmede voor alle raads- en commissieleden die vandaag niet aanwezig zijn. Door dit te besluiten, kunnen ook vandaag niet aanwezige raadsen commissieleden kennisnemen van het verslag en de sheets van de presentatie die in bijlage bij het verslag worden gevoegd. De heer Martinus wijst op het verzoek van de CDA-fractie om ook de leden van de commissie Samenleving hierbij te betrekken. Dit is geaccordeerd. Spreker constateert dat de voorzitter over álle commissieleden spreekt en vraagt of dit wordt uitgebreid naar de leden van de commissie FAZ? De voorzitter bevestigt dat het inderdaad gaat over álle commissieleden.
Besluit: De commissie stemt unaniem in met de opgelegde geheimhouding, zoals staande de vergadering is verwoord door de voorzitter. De voorzitter geeft aan, dat van deze vergadering een verslag wordt opgesteld door een notuliste. Er is geen digitale beeldopname gemaakt. Het verslag zal bij de Griffie ter inzage worden gelegd voor alle raads- en commissieleden. Het verslag wordt vastgesteld tijdens de eerstvolgende commissievergadering. Tijdens deze vergadering staat het vaststellen van het verslag en het bekrachtigen van de geheimhouding op de openbare agenda geagendeerd. Indien een lid van de commissie het woord wenst te voeren over het verslag van de vergadering van heden, dan dient het commissielid dit vooraf bij de Griffie te melden. Hierover kan immers uitsluitend tijdens een besloten deel van de vergadering worden gesproken. Tijdens de commissievergadering op 25 mei neemt de commissie naar verwachting een formeel besluit om de geheimhouding op te heffen. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen zijn over de procedure. 5. Sluiting Daar er niets meer aan de orde is, sluit de voorzitter de vergadering om 23.35 uur. Aldus vastgesteld tijdens de vergadering van de commissie Ruimte op 25 mei 2021.
de griffier, M. Hermans
de voorzitter, E. van Ewijk