CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

09. Bijlagen bij toelichting_Bijlage 6 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek.pdf

Raadsvergadering 7 juni 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Hutgraaf II, Beuningen9.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transect-rapport

2752

w*Mi

Beuningen, Hutgraaf II Gemeente Beuningen (GD)

mm

Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

ADVIES

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

UI

WĮļļįjK».w^y- rŵ.v

ŵ* - A

.

.

»3ři'ŵ

transect: archeologie } erfgoed, ruimte

T: 030-7620705

Overijsselhaven127

F: 030-7620706 E: informatie(5)transect.nl

Auteur

J.G.E. Melman MSc

Versie

Conceptversie

Projectcode

19100008

Datum

17-05-2020

Opdrachtgever

CHITEKT Hogewaldstraat

11

6641 KD Beuningen Transect

Uitvoerder

Overijsselhaven127 3433 PH Nieuwegein Onderzoeksmelding

4859089100

Bevoegde overheid

Gemeente Beuningen

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

Fotovan het plangebied ten tijde van het veldonderzoek(13-05-2020)

Autorisatie Naam

Datum

Drs. T. Nales Seniorprospector

Paraaf

10-04-2020

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/ofopenbaar gemaakt door middel van druk, fotokopieof op welkewijzedan

ookzonder voorafgaande

Transect aanvaardt

geenaansprakelijkheid

schríftelijketoestemmingvan de uitgevers.

vooreventuele schade voortvloeienduit de toepassing van de

adviezen of hetgebruik van de resultaten van dit onderzoek.

transect archeologie, erfgoed,ruimte

transect

archeologie, erfgoed, ruimte

V

Samenvatting In opdracht van CHITEKT heeftTransect in mei 2020 eenarcheologisch vooronderzoek uitgevoerdin plangebied 'Hutgraaf II' aan

de Houtduiflaan

in Beuningen(gemeente Beuningen).De aanleiding

voor

hetonderzoekvormt de beoogde bestemmingsplanwijziging om de realisatie van eenwoonwijk mogelijkte maken. Hetarcheologisch vooronderzoek bestaat

uit eengecombineerd onderzoek,teweteneen

archeologisch Bureauonderzoek(BO) en eenInventariserend Veldonderzoek(IVO), verkennendefase. Hetdoel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificerenvan de archeologische verwachting. Hetdoel van hetinventariserend veldonderzoekis hettoetsenen waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologischeverwachting. Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op de oeverwalvan de Waal, naar

op de overgang

het komgebied ten zuiden. De oeverafzettingen van de Waal dekken pleistocene

beddingafzettingen

af. In de omgevingvan het plangebied zijn op de oeversvan de Waal vindplaatsen

bekend uit voornamelijk de Ijzertijd en Romeinsetijd. Ook zijn erenkelevindplaatsen

uit de

Middeleeuwenen huisplaatsen uit de Nieuwetijd bekend. In hetplangebied geldt op basis van het bureauonderzoek eenmiddelhoge archeologischeverwachting voor de periodeLaat-Paleolithicum Bronstijd en eenhogearcheologischeverwachting op de periodeIjzertijd - Late Middeleeuwen.Voor de Nieuwetijd is eenlage archeologischeverwachting afgegeven.In het plangebied ontbreekt bebouwing op historisch kaartmateriaal

en ookzijn erop hetAHN geenverhogingente zien die duiden

op de aanwezigheid van eenterp. Hetveldonderzoekheeftde archeologischeverwachting bevestigd. In het plangebied zijn nagenoeg intacte oeverafzettingen van de Waal waargenomen. In de top van de oeverafzettingenis een donkere,humeuzelaag aanwezig, dat

eenoud oppervlakteof cultuurlaag betreft en indicatief is voor

de aanwezigheid van archeologischewaarden. verband

Ook is houtskoolwaargenomen in deze laag, dat

in

kan worden gebracht metmenselijkeactiviteit. Er geldt hieromeenhogearcheologische

verwachting op de top van de oeverafzettingen voorde periode Ijzertijd - Late Middeleeuwen. Advies

In het plangebied bestaat

hetvoornemenom het bestemmingsplan tewijzingen en eennieuwe

woning te realiseren.Er is sprake van eenhogearcheologischeverwachting vanaf 30 cm -Mv. Wij adviseren deze verwachting op tenemenin het nieuwebestemmingsplan. In het kader van de aanvraag

van eenomgevingsvergunningadviseren wij om, indien er bodemingrepen dieper dan

30 cm

-Mv zullen plaatsvinden,

de archeologischeverwachting aanvullend

karterend en waarderend

archeologisch onderzoek.Dit kan het beste worden uitgevoerdin de vorm

tetoetsendoor middel van een

van eeninventariserend proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Hetonderzoekkan zich beperkentot de delen van het plangebied waar daadwerkelijk

bodemverstoringenzullen plaatsvinden

bij de realisatie

van de woningen. Vooreengravend onderzoek,zoals eenproefsleuvenonderzoek, is vooraf een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat

door de bevoegdeoverheidgoedgekeurd is.

Bovenstaande vormt eenadvies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Beuningen)eenbesluit nemenoverde daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologischewaarden

transenarcheologie, erfgoed,ruimte

binnen het plangebied.

ínhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van hetarcheologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan-en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstiggebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschap,

geomorfologie en bodem

7

7.

Archeologische verwachting en bekende waarden

10

8.

Historischesituatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

14

9.

Gespecificeerde archeologischeverwachting

19

10.

Resultaten veldonderzoek

21

11.

Beantwoording onderzoeksvragen

23

12.

Conclusieen Advies

24

13.

Geraadpleegde bronnen

25

Bijlage 1: Archeologische beleidskaart

van de gemeente Beuningen

27

Bijlage 2: Archeologische verwachtingskaart

28

Bijlage 3: Paleogeografie

29

Bijlage 4: Stroomruggen

30

Bijlage 5: Geomorfologie

31

Bijlage 5: Maaiveldhoogte

32

Bijlage 6: Maaiveldhoogte - detail

33

Bijlage 7: Bodem

34

Bijlage 8: Archeologie

35

Bijlage 9:Cultuurhistorie

36

Bijlage 10: Boorpuntenkaart

38

Bijlage 11: Foto'svan de boringen

39

Bijlage 12: Boorbeschrijvingen

41

1 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

1. Aanleiding In opdracht van CHITEKT heeftTransect 1 in mei 2020 eenarcheologischvooronderzoek uitgevoerdin plangebied 'Hutgraaf II' aan

de Houtduiflaan

in Beuningen(gemeente Beuningen).De aanleiding

voor

hetonderzoekvormt de beoogde bestemmingsplanwijziging om de realisatie van eenwoonwijk mogelijkte maken. Volgenshetvigerendebestemmingsplan 'Kern Beuningen'uit 2013 geldt voorhet plangebied een Waarde

- Archeologie 2. Een archeologisch onderzoekis verplicht bij bodemingrepen meteen

oppervlaktegroterdan

100 m2en dieper dan

30 cm -Mv. Geziende omvang van hettewijzigen gebied

(circa 1,0 ha) geldt voorhet plangebied eenarcheologischeonderzoeksplicht. Hetonderzoekis uitgevoerdin overeenstemming metde eisenvan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie4.1 en het Plan van Aanpak

1 Transect b.v. voldoetaan

(Melman, 2020).

de eisenzoals gesteld in de kwaliteitsnorm 'BRLSIKB 4000', versie4.1, en is gecertificeerd door

middel van eenprocescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgendeprotocollen:'KNA Protocol4001 Programma van Eisen', 'KNA Protocol4002 Bureauonderzoek','Protocol4003 Inventariserend Veldonderzoek,variant Overig', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek,variant

Proefsleuven' en 'Protocol4004 Opgraven', en staat

geregistreerd bij het RCE en

deSIKB. 1 tt ranseci:archeologie, erfgoed, ruimte

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Hetarcheologisch vooronderzoek bestaat

uit eengecombineerd onderzoek,teweteneen

archeologisch Bureauonderzoek(BO) en eenInventariserend Veldonderzoek(IVO), verkennendefase. Hetdoel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificerenvan de archeologische verwachting, dat wil zeggenhet aan

de hand

van beschikbare en nieuweinformatie overde

archeologie,cultuurhistorie,geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen hetplangebied archeologischerestenkunnen voorkomen.Hiervooris onder andere het centraal ArcheologischInformatiesysteem(Archis) van de Rijksdienst voorhetCultureelErfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin

de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen.Aanvullende

(cultuur)historischeinformatie is verkregenuit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. inzicht tekrijgen in de opbouw en ontwikkelingvan het landschap en beschikbaar

geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal

Om

zijn onder andere de bodemkaart

geraadpleegd.

Hetdoel van het inventariserend veldonderzoekis hettoetsenen waar

mogelijkbijstellen van de

archeologischeverwachting, door hetverzamelenvan informatie overde feítelijke gespecificeerde bodemopbouw, bodemreliëfen bodemintactheid landschapsvormende

in het plangebied.

Hiermee ontstaat inzicht in de

processenen landschappelijke eenhedenuit hetverleden.Op basis hiervan kan

eenoordeelworden gegevenoverwaar, wanneer en in hoeverre hetgebied in hetverledengeschikt was voorde mens. Het inventariserend veldonderzoekis uitgevoerdin de vorm van een booronderzoek(IVO-O). Hetonderzoekprobeerthiermee aan

de hand

van feítelijke informatie

antwoord tegevenop de volgendevragen: *

Hoeheefthet plangebied oorspronkelijkin het natuurlijk landschap

gelegen?

»

Zijn erbinnen de bodemopbouw archeologisch relevanteniveaus teonderscheiden en hoediep liggen deze?

»

In hoeverre zijn de archeologisch relevanteniveaus nog intact (verstoring,erosie,afdekkend substraat)?

»

Wat is de archeologischeverwachting van hetplangebied en in hoeverre is deze te differentiërenin laag, middelhoog en hoog?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport meteenconclusieomtrenthet risico dat eventueel aanwezige archeologischewaarden

in het plangebied worden verstoord als gevolgvan

de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemthet bevoegd gezag eenbeslissing in het kader van de vergunningverleningof planprocedure. Het rapport bevat waar de - verwachte - aan-

of afwezigheid, aard,

kwaliteit van archeologischewaarden.

omvang, ouderdom, gaafheid,

mogelijkgegevensover

conserveringen (relatieve)

Hetvooronderzoek is uitgevoerdconform protocollen4002

(bureauonderzoek) en 4003 (inventariserend veldonderzoek)van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie4.1 (KNA 4.1).

2

ttransect archeologie, erfgoed,ruimte

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Beuningen

Plaats

Beuningen

Toponiem

Hutgraaf II

Kaartblad

40C

Centrumcoördinaat

181.649/429.745

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied.Het plangebied is hetgebied waarin plaatsvinden.

de geplande bodemingrepen zullen

Hetonderzoeksgebiedomvat hetplangebied en eendeel van hetdirect omringende

gebied en wordt bij het onderzoekbetrokkenom tot eenbeter inzicht te komenin de archeologische, (cultuur)historischeen bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebiedbeslaat

een

straal van circa 500 meterrond het plangebied. Het plangebied omvat eenbraakliggend

terreinaan

de Houtduiflaan

Beuningen).De ligging ervan is weergegeven in figuur 1. Kadastraal

in Beuningen(gemeente gezienomvat het plangebied het

perceelBNG00 sectieB nummer 3922.Het plangebied wordt in hetwestenbegrensd door de gehele Houtduiflaan,

in hetzuiden door de Burgemeester van Suchtelenstraat en de overigegrenzenworden

gevormd door de grenzenmetaanliggende percelen.Ten tijde van onderhavig onderzoekis het plangebied onbebouwd en braakliggend.

In totaal beslaat

heteenoppervlaktevan 9000m2.

3 transect archeologie, erfgoed,ruimte

182000 ^

ļi‘1

'V* t* 182000

Legenda plangebied

300 m

Beuņingen

transect

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven; kaart: www.pdok.nl).

transenarcheologie, erfgoed,ruimte

bron

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Wijziging bestemmingsplan

Planvorming

Nieuwbouw woonwijk

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

De aanleiding

voorhetonderzoekwordt gevormd door eenbeoogde bestemmingsplanwijziging die de

realisatie van eenwoonwijk in het plangebied mogelijkmoetmaken. Het bestemmingsplan zal gewijzigd worden van 'horeca' naar

'wonen'. Het huidige plan omvat het realiserenvan circa 19

woningen in hetplangebied. Hierbij zal circa 2000 m2 van het plangebied bebouwd worden. De rest van het plangebied wordt ingericht als tuin, openbare weg of parkeerplaats. De plannen zijn echter nog in eenvroegstadium beschikbaar

waaraan

en kunnen nog wijzigen. Ook zijn er nog geentechnischebouwtekeningen

kan worden vastgesteld wat voorbodemverstoringen erzullen plaatsvinden.

Zwurnbad

wSb ^-7 !

mm

terreinindelngHutgraalll Beurvrgen gQ

Figuur 2: Beoogde toekomstige indeling in het plangebied (bron: Chitect Architecten).

5

ttransect archeologie, erfgoed,ruimte

5. Beleidskader Onderzoekskader

Wijziging bestemmingsplan

Beleidskader

Bestemmingsplan 'Kern Beuningen'

Onderzoeksgrens

100 m2 en dieper dan

30 cm -Mv

In 1992 heeftNederland het EuropeesVerdrag inzake de bescherming van hetarcheologisch erfgoed ondertekend; ookwel hetVerdrag van Malta

ofValletta genoemd,naar

heteiland en de plaats waar

het is ondertekend. HetVerdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september2007 via de Wetop de Archeologische Monumentenzorg(Wamz) geïmplementeerd. DeWamz is eenwijzigingswet en omvat eenwijziging van de Monumentenwet 1988,de Wet Milieubeheer,de Ontgrondingenwet en de Woningwet,op grond waarvan

overhedenonder andere bij bodemingrepen verplicht rekening

moetenhouden methet behoud van archeologischewaarden.

Sinds juli 2016 (Erfgoedwet)is het

behoud en beheervan het Nederlandse erfgoedgeregelddoor één integrale Erfgoedwet. De omgang metarcheologiein de fysiekeleefomgeving zal in de nieuweOmgevingswetworden geregeld,die in 2021 in werking zal treden. Hetarcheologiebeleidvan de gemeente Beuningeninzake het plangebied staat verwoord in het vigerendebestemmingsplan 'Kern Beuningen'uit 2013, waarin Archeologie 2 heeft.Dezeis gebaseerd op de beleidskaart vastgelegd welkeverwachting eenbepaalde

hetplangebied eenWaarde

-

van de gemeente Beuningen.Hieropstaat

gebieden hebben. Het plangebied bevindt zich volgensde

archeologischebeleids- en verwachtingskaarten van de gemeente in eenzonemeteenhoge archeologischeverwachting (bijlage 1 en 2). Aan deze zonezijn in het bestemmingsplan planregels geformuleerdten behoevevan de herontwikkelingin dergelijkegebieden. In het plangebied geldt aan de hand

hiervan eenarcheologischeonderzoekplichtvoorbodemingrepen meteenomvang vanaf

100

m2 en 30 cm -Mv. Dit betekentdat geziende omvang van hettewijzigen gebied (circa 9000m2) een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is.

6

ttransect archeologie, erfgoed,ruimte

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Midden-Nederlands

rivierengebied

Geomorfologie

Stroomrugglooiing

Maaiveld

7,5 m +NAP

Bodem

Poldervaaggrond

Grondwater

VI

Landschap

Het plangebied ligt in het Midden-Nederlandse

rivierengebiedin hetstroomgebied van de Maas en de

Rijn (Berendsen,2005). Reeds in hetmidden van de laatste ijstijd (hetWeichselien,50000 tot 15000 jaar geleden)maakte dit gebied deel uit van eenbrede riviervlakte, waarbinnen

de riviergeulenin een

verwilderd ("vlechtend") patroon verspreid lagen. In deze geulenwerd grof zand

en grind afgezet, dat

geologischgezienwordt gerekendtot de Formatie van Kreftenheije (De Mulder e.a., 2003). De aanwezigheid van grof zand

en grind wijst op hogestroomsnelhedenen sterkevariaties in de

(piek)afvoer(als gevolgvan grotehoeveelheden (smelt)water). Op andere momentenlag de bedding van de riviervlakte langere perioden droog. Op basis van eengeologische boring, gezetop 130 m ten oostenvan hetplangebied, bevinden deze afzettingen in het plangebied zich op eendiepte van circa 1,3 m -Mv (bron: www.dinoloket.nl, boring B40C1072, 181840, 429710 (RD)). Vanuit de drooggelegen vlakte kon fijner rivierzand door sterkewinden worden verstoven,dat vervolgenslangs de randen van de riviervlakte werd afgezet. Hierdoorkonden op groteschaal rivierduinen ontstaan (Berendsenen Stouthamer, 2001). Vanaf

15000 jaar geledenbegon dit beeld enigszins teveranderen onder invloed van eenwarmer

wordend klimaat.

In eersteinstantie was sprake van enkelerelatiefkortdurende warmere perioden

(respectievelijk het B0lling- en Aller0d-interstadiaal,

15900tot 15000 v. Chr. en 14800 tot 13400 v.

Chr.). Gedurende deze periodesnam de vegetatietoeen werd de afvoer van rivierwater beter verdeeld. De riviergeulenbegonnen te meanderen en sneden zich in de riviervlakte in, waardoor langzamerhand

eenrivierdal ontstond. In het dal werd tijdens overstromingenzogenaamd

"Hochflutlehm"afgezet, ookwel bekend als het Laagpakket van Wijchen (De Mulder e.a., 2003; Bennema en Pons, 1952).Pas vanaf klimaatomstandigheden rivierzand aan

banden

10000 jaar geleden,in het Holoceen,zettede warmere

definitief door, waardoor de toenemende vegetatiede verstuivingenvan legde en de oeversvan de rivierendoor de alsmaar

verschillenin afvoer zich stabiliseerden. Doordeze stabilisatie

kleinerwordende

traden de rivierenalleen nog bij

hoogwaterbuiten de oevers.De klei, die bij hoogwater buiten de rivierenwerd afgezet, wordt eveneens gerekendtot het Laagpakket van

Wijchen.

De zich insnijdende meanderende rivierengingen onder invloed van eenvoortdurend stijgende zeespiegel in het Holoceenoverin accumulerende meanderende rivieren,die meermalenhun loop verlegdenen daardoor

verschillendestroomgordelsontwikkelden. Hierdoorvond in hetgrootstedeel

van het rivierengebiedafzetting plaats

van zand

(beddingafzettingen),

zandige klei (oeverafzettingen)

en zware klei (komafzettingen), die werden afgewisseld door veen.Daarbij

werden de oudere

afzettingen door jongerebegraven. Het momentwaarop dit optreedt,hangt af van de ligging van de zogenaamde terrassenkruising (Berendsenen Stouthamer, 2001). De terrassenkruising is hetpunt waarop de nettoinsnijding overgaat in eennettoaccumulatie van sediment (Berendsen,2005). De ligging van dit punt ligt niet vast maar is afhankelijk van het debiet, de sedimentlast van eenrivieren de stijging c.q. daling

van de zeespiegel. Berendsenen Stouthamer (2001) vermoedendat de 7

transect archeologie, erfgoed,ruimte

terrassenkruising rond 4000 v. Chr. in de omgevingvan Beuningenheeftgelegen.Daarna

raakten de

Laat-Pleistoceneen Vroeg-Holocene afzettingen afgedekt metholocenerivierafzettingenen kon veenvormingoptreden op de plekkendie verderverwijderd van de rivierlagen. Uiteindelijk raakte het volledigelaat-pleistocene dal opgevuld metholoceensediment en konden rivierenbuiten hetoude rivierdal treden. Geomorfologie

Volgensde geomorfologische kaart 3H43; bijlage 5). Een boring nabij bestaat

bevindt het plangebied zich op eenstroomrugglooiing(kaartcode het plangebied laat zien dat de ondergrond van het plangebied

uit klei op zand. Tot 1,3 m -Mv is ersprake van klei, waaronder zand

m -Mv (bron: dinoloket.nl; boring B40C1072, 181840, 429710 (RD)). Het zand van Kreftenheije en betreffendus pleistocene beddingafzettingen.

gelegenis tot minimaal

8

behoorttot de Formatie

Ten noorden van het plangebied is

de nog steeds watervoerendeWaal gelegen(bijlage 4). Dezerivierkent zijn oorsprongvanaf circa 200 v.Chr. en heeftactief sedimentenafgezet totdat deze bedijkt werd in de llde en 12de eeuw(Cohen e.a., 2012). Naar verwachting bevindt het plangebied zich op de oeversvan deze rivier, nabij

de

overgang tot hetkomgebied ten zuiden. Vanuit archeologischeoptiekzijn met name de oeversvan eenstroomruggeninteressantelocaties, aangezien deze van oudsher vestigingsplaatsen zijn voor(pre)historischesamenlevingen.Ook na hetinactief worden van de riviervormende oeverslange tijd een relatiefhogergelegendeel in het landschap De oeveris mogelijkvanaf

en zijn daarmee aantrekkelijke plaatsen voorbewoning.

het begin van het ontstaan van de rivierbewoonbaar

geweest,tot en met

het heden. Dit betekentdat de omgevingvan hetplangebied vanaf de Ijzertijd eenaantrekkelijke plek is geweest voorbewoning. Deverhoogdeligging van hetplangebied is tezien op hetActueelHoogtebestand Nederland (AHN; bijlage 4). Het plangebied bevindt zich op eenhoogtevan circa 8 m +NAP. Binnen het plangebied zijn geen(grote)hoogteverschillen tezien. Wel oogthet maaiveld

rommelig,wat mogelijkveroorzaakt is

door sloop- en rooiwerkzaamheden in het plangebied.

De rivieroeverwalligt hogerdan

achtergelegenland

op eenhoogtevan circa 6,5 m +NAP gelegenis

(ten zuiden van het plangebied) dat

het

en onderdeel is geweest van het komgebied van de Waal. Een ander belangrijk aspect in hetrivierengebiedzijn dijkdoorbraken.

Sinds de bedijking vanaf circa

1200 na Chr., heeftmen hiermee te maken gehad. Doorde kracht van hetoverstromende water ontstaat bij dijkdoorbraken

in het binnendijkse gebied eendiep uitkolkingsgat, dat

ookwel eenwiel of

waai genoemdwordt. Tegelijkmetwielenwerden in eenwaaiervorm sterkzandige sedimenten afgezet. Morfologischnoemtmen dit "overslagen". In de dijk ten noorden van het plangebied is een duidelijke kromming meteenwielte zien in de dijk. Dit zijn typische overblijfselenvan dijkdoorbraken. Ook op de geomorfologische kaart is rondom dit gebied eendoorbraakwaaier 3G7). Hetvermoedenbestaat

dat

aanwezig kunnen zijn, bestaande

gekarteerd (kaartcode

hiermee in hetplangebied ookzogenaamde overslagafzettingen uit eenmengselvan zand

en klei. Vanwege het ontbrekenvan

bodembeschrijvingen terplaatse van het plangebied zijn hieroverechtervooralsnog geenuitspraken tedoen. Bodem

Op de bodemkaart

ligt het plangebied in eenzone,waar kalkloze poldervaaggronden worden

verwacht (bodemkaartcode:

Rn67C, bijlage 5). Poldervaaggronden zijn kleigronden meteengrijze,

roestigegevlekte ondergrond, die overhetalgemeenniet slap is. Daarbij

kenmerkenze zicht door een

grijze humusarme bovengrond. Poldervaaggronden zijn wijd verbreid en komenoverhetalgemeen veelin westelijkNederland voor(De Bakker, 1966). In eenpoldervaaggrond

kunnen begraven

bodemniveaus aanwezig zijn, zogenaamde vegetatiehorizonten, die eenindicatie vormenvooroudere

transenarcheologie, erfgoed,ruimte

bodemvorming. Een dergelijk niveau heeftzich kunnen vormenop het momentdat er sprake was van eenverminderde afvoer en eenafgenomen opslibbing van sediment. Hierdoortrad

begroeiingop

waardoor zich eenhumeusniveau kon vormen.Op hetmomentdat ersprake was van eentoenamein rivierafvoer,raakte dit niveau begraven. Het kenmerktzich door eenlicht tot matig humeuzekleilaag in de bodem. Grondwatertrap

Binnen het plangebied is GTW-VI gekarteerd. Dit betekentoverhet algemeendat ersprake is van relatiefwat drogeregronden, waarbij

de gemiddeld hoogstegrondwaterstand

-Mv wordt aangetroffen en de gemiddeld laagste grondwaterstand bevindt. Dit betekentdat

tussen de 40 en 80 cm

zich onder de 120 cm -Mv

onverbrande organische restenals gevolgvan oxidatie (grotendeels)zullen

zijn gedegradeerd ofverdwenen.

transenarcheologie, erfgoed,ruimte

7. Archeologische verwachting en bekende waarden Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Archeologische verwachting

Het plangebied heeftvolgenshetcentraal archeologisch informatiesysteem(Archis3) van de Rijksdienst voorhetCultureelErfgoed (RCE) geenarcheologischwettelijkbeschermde status. Ook staat

het niet opgenomenop de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Op de gemeentelijke

verwachtingskaart

is aan

hetterreineenhogearcheologischeverwachting toegekendvanwege de

ligging op eenrivieroeverwal(Heunks en Van Hemmen,2007). De hogearcheologischeverwachting in het plangebied is verder deels gebaseerd op de ligging ervan 'nabij

bekende woonheuvels' (Heunks en

Van Hemmen,2007). Bekende waarden

In het plangebied zijn voorzoverbekend in hetverledengeenarcheologischewaarnemingen gedaan en heeftin hetverledenniet eerderonderzoekplaatsgevonden. In de omgevingvan het plangebied zijn enkeleonderzoeksmeldingenen vondstmeldingen bekend. De resultaten hiervan worden in dit hoofdstuk besproken. »

Bij sportveldencomplexde Hutgraaf, 40 meterten noorden en 20 m ten oostenvan het plangebied, is eenarcheologisch booronderzoekuitgevoerd.Hieruitblijkt dat,

onder eenpakket

bouwvoor, in hetnoorden van hetplangebied oeverafzettingen aanwezig zijn die richting het zuiden overgaan in komafzettingen. Onder deze afzettingen zijn beddingafzettingen

aangetroffen

(als onderdeel van de Formatie van Kreftenheije). Er zijn geenarcheologischeindicatoren aangetroffen. Geconcludeerdwordt dat

hetplangebied onderdeel is van eenlegezone,tussen

enkelebekende nederzettingsterreinen in (onderzoeksmelding2222286100; Vossen,2008). »

20 meterten westenvan het plangebied, aan

de Patrijslaan

25 - 27, is eenarcheologisch

vooronderzoek uitgevoerd.Uit hetvooronderzoek blijkt dat de ondergrond bestaat zandpakket

vanaf

140 cm -Mv, dat

uit een

door de auteurs is geïnterpreteerd als

ijssmeltwaterafzettingen. Dezezandige afzettingen worden afgedekt door eenpakket oeverwalafzettingenuit de Waal. waarin

Er is eenverstoringvan 45 tot 120 cm -Mv waargenomen,

puinrestenuit de 19de en 20ste eeuwaanwezig is. In de onverstoordeondergrond zijn geen

archeologischeindicatoren aangetroffen. Hetgebied is grotendeelsvrijgegeventen aanzien van archeologie,metuitzondering van hetzuidwestelijkedeel waar

mogelijknog restenvan een

historischewoonboerderijaanwezig zijn (Ten Broeke,2019;onderzoeksmelding4031689100 en 4031680100). »

8 meterten oostenvan het plangebied, aan

de Burgemeester van Suchtelenstraat 17, is

eveneens in het kader van woningbouw eenarcheologisch onderzoekuitgevoerd.Hieruitbleek dat de bodem bestond uit een85 cm dikke verstoordelaag, waaronder komkleigelegenwas. De verstoringis vermoedelijkveroorzaakt door agrarische bewerking van de grond. Hieronder bevinden zich de afzettingen van Kreftenheije, op circa 150 cm -Mv. Het booronderzoekheeft geenarcheologischeindicatoren opgeleverd(Van der Kuijl en Anker, 2017; onderzoeksmelding 4556431100). »

200 m ten oostenvan hetplangebied, aan en aanvullend

de Lindestraat

11 is eenarcheologisch vooronderzoek

proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.Uit hetvooronderzoek blijkt dat ereenhoge 10

transect archeologie, erfgoed,ruimte

archeologischeverwachting geldt in het plangebied vanwege de aanwezigheid van een cultuurlaag vanaf 50 cm -Mv. In de cultuurlaag is houtskoolen verbrand op de Kadastrale

leemaanwezig. Ook is er

Minuut bebouwing aanwezig (Melman en Nales, 2019;onderzoeksmelding

is één spooren één vondst uit de 4721388100). Bij hetaanvullende proefsleuvenonderzoek Ijzertijd aangetroffen. Het complexwaar deze vondst en spoorbij horenkon niet worden vastgesteld aan

de hand

aangetroffen, waarin

van het onderzoek.Ook is ereenvindplaats

uit de Nieuwetijd

eenperceleringssloot en antropogeenophoogpakketzijn aangetroffen.

Vermoedelijkzijn er bebouwingsresten in het nog niet onderzochtedeel in het plangebied te verwachten (Van Bussel, 2020; onderzoeksmelding4753059100). 160 meterten zuidoosten van het plangebied, aan

de Burgemeester van Suchtelenstraat 26, os

eenarcheologisch vooronderzoek uitgevoerdin het kader van de voorgenomen realisatie van tweewoningen. Uit het booronderzoekis geblekendat er sprake is van eenbodemopbouw bestaande

uit eenantropogeenopgebrachte en tevensgeroerdelaag, op komafzettingen, op

oever-of crevasseafzettingen. Hieronderbevindt zich pleistoceen zand

en grind op eendiepte

van circa 160 cm -Mv. In één van de boringen is eenRomeinsescherfaangetroffen. Dezebevond zich op circa 60 cm -Mv in de top van de komafzettingen (Spanjaard,

2013; onderzoeksmelding

2394055100).In vervolghieropis eenproefsleufonderzoek uitgevoerd.Op eendiepte van circa 60 cm -Mv, dezelfde diepte als de Romeinsescherf, is inderdaad

eenarcheologisch niveau met

sporenaangetroffen. Het betreffenechterjongeresporen, uit de Nieuwetijd. Ze worden geïnterpreteerd als natuurlijke sporendie mogelijkgerelateerdzijn aan

de boomgaard

die hier

ooitgestaan heeft.Op eendieper niveau, circa 100 m -Mv, in eenlaag met zwakzandige roestvlekken zijn eenaantal

greppelsen eengrillig gevormdebaan

klei en

van circa tweemeterbreed

aangetroffen. Het laatste spoorbetreft mogelijkeennatuurlijke geul. Vanwege het ontbreken van archeologischevondsten niet gedateerd, maar verwacht wordt dat

hetgaat om

randfenomenen van bewoning ten noordoostenvan hetgebied, uit de prehistorieof Romeinse tijd. De site is echterniet behoudenswaardig

geacht en vervolgonderzoek is niet uitgevoerd

(Weterings,2014; onderzoeksmelding2421676100). 270 meterten zuidoosten van het plangebied, aan booronderzoeken aanvullend

de Burgemeester Suchtelenstraat (ong.) is een

proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.Uit hetbooronderzoekblijkt

dat eroeverafzettingen van de Waal aanwezig zijn in hetgebied, die wordt afgedekt door een mogelijkecultuurlaag (Melman, 2018; onderzoeksmelding4650115100). Bij het aanvullende proefsleuvenonderzoek is inderdaad en bouwmateriaal

eencultuurlaag waargenomen waarin

gedraaid

aardewerk

uit de Late Middeleeuwenen Nieuwetijd aanwezig, maar sporenontbreken

(Hoegen,2020; onderzoeksmelding4004861100). 300 m ten zuidoosten van hetplangebied zijn in het kader van de realisatie van en watergang en fietsbrug eenarcheologischvooronderzoek,in de vorm van boringen en proefsleuven, uitgevoerd.Tijdens het booronderzoekis eencultuurlaag aangetroffen op 55 - 110 cm -Mv, waarin

archeologischeindicatoren zijn aangetroffen. Hetgaat om houtskool,verbrande leem,

puin, aardewerk en fosfaat. Vermoedwordt dat

eenarcheologischevindplaats

uit de Late

Middeleeuwenaanwezig is binnen hetplangebied, al kan eenouderevindplaats

ookniet

uitgeslotenworden. In hetwestelijkdeel van hetplangebied is de cultuurlaag het meest ontwikkeld. De bodem bestaat verder uit oever-op-geul-op-terrasafzettingen. Het pleistocene grindterras (formatie van Kreftenheye) is aangetroffen op 115-145 cm -Mv. In het noordwesten van het plangebied heeftmogelijkeengeulgelopen,aangezien deze afzettingen hierdieper liggen; namelijk op circa 190cm -Mv (Flokstra, 2012; onderzoeksmelding2355418100). Geziende hogeverwachting is eenproefsleuvenonderzoek uitgevoerd.Tijdens het onderzoekzijn voornamelijk kuilen en greppelsuit de 17 de en 18de eeuwaangetroffen. Daarnaast middeleeuwsecultuurlaag aangetroffen metdaarin

is een

middeleeuws aardewerk. Vermoedelijkwerd

11 transect, archeologie, erfgoed,ruimte

hetterreingebruikt als agrarische grond, al is eendeel (recentelijk)verstoord en kan bewoning nietworden uitgesloten(Hesselink,2017; onderzoeksmelding4023167100). »

600 m ten noordoostenvan het plangebied zijn twee terreinen van archeologischewaarde aanwezig. Het betreffeneenbeschermd terreinvan zeerhogewaarde terreinvan zeerhogearcheologischewaarde

(AMK-terrein302) en een

(AMK terrein15996).Binnen hetzuidelijk gelegen

terrein(AMK-terrein15996)zijn enkele vondstmeldingen bekend van gedraaid

en handgevormd

aardewerk uit de Ijzertijd en Romeinsetijd (vondstmelding 3109033100).Daarnaast

zijn

vondsten uit de Midden Ijzertijd aangetroffen, zoals eenijzerenmes, bot en handgevormd aardewerk (vondstmelding 3109130100).De vindplaats

bevindt zich op eenhogestroomrug

tussen tweegeulen.Binnen AMK-terrein302 zijn enkelevondstmeldingen bekend, zoals van Ijzertijd en Romeinsetijd aardewerk (vondstmelding 2840454100), keramiek, bot en bouwmateriaal

uit de Ijzertijd, Romeinsetijd en VroegeMiddeleeuwen(vondstmelding

3059551100),Romeinsetijd bouwmaterialen, metstandgreppel van grind en tuf (vondstmelding 2840649100), en enkeleglazen La Tenearmbanden

uit de Late Ijzertijd (vondstmelding

3083754100). Ten westenvan deze terreinenzijn daarnaast

nog tweevondstmeldingen bekend,

namelijk de vondst van eenoude woongrond uit de Late IJzertijd/Romeinsetijd, waarbij aardewerk uit deze periodesaan Daarnaast

hetmaaiveld

is aangetroffen (vondstmelding 2841012100).

is bij hetgraven van eenwatersingel om de dorpskern van Beuningeneenoude

woongrond metoude stroomgeuldie is gevuld metafval. bestaat »

Het afval

komt uit de Ijzertijd en

uit bot en aardewerk (onderzoeksmelding310916100).

Er zijn geenonderzoeksmeldingenbekend die zich op bovengenoemdeterreinenhebben gericht. Wel zijn ze onderdeel geweest van eentracé dat

onderzocht is. Er is eenbureauonderzoek en

verkennend booronderzoekuitgevoerd,dit heeftechtergeenarcheologisch relevanteresultaten opgeleverdin hetgebied terhoogtevan het plangebied (Goossensen Heunks, 2007; onderzoeksmeldingen2179770100 en 2158361100). »

In eenonderzoeksgebieddirect ten zuiden van de AMK-terreinen,op circa 450 meterten noordoostenvan hetplangebied, is eenarcheologisch booronderzoeken aanvullende opgraving uitgevoerd.Uit hetbooronderzoekkwam naar vorendat de ondergrond bestaat en lichte klei waarin

eenpoldervaaggrond

uit zware zavel

is ontwikkelt.Dit zijn de oeverafzettingenvan de

Distelkamp-Afferden stroomrug.Onder deze oeverafzettingen zijn zandige Kreftenheye afzettingen aangetroffen. In de top van de oeverafzettingenis eencultuurlaag aangetroffen uit de Ijzertijd. In deze laag zijn fosfaatvlekken, brokjes verbrande leemen schervenaangetroffen. Er is vastgesteld dat

ereenzeerhogekans is op het aantreffen van eenarcheologischevindplaats

in

hetgebied (De Groot,2005; onderzoeksmelding2064628100). Er is vervolgenseenarcheologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd,die is uitgemond in eenarcheologischeopgraving. Uit de opgraving is naar vorengekomendat ereengrootaantal

nederzettingssporenuit voornamelijk

de Ijzertijd aanwezig zijn. Hetgaat om metname paalsporen, die niet naar

eenstructuur herleid

kunnen worden. Mogelijkgaat hetom afrastering van hetgebied. Daarnaast

zijn erenkele

voorraadkuilen en waterputten aangetroffen, die ookgedateerd zijn uit in Ijzertijd. Hetgaat waarschijnlijk

om meerderefasen van bewoning. Dejongstesporen bestaan

uit greppelsuit de

Late Middeleeuwenen Nieuwetijd (Hermsen,2104; onderzoeksmelding2380900100). Op basis van de beschikbare informatie valt goed eenuitspraak tedoen overde teverwachten archeologischerestenen heteromheen gelegenlandschap. van eenglooiiend oeverwallandschap, waarvan

dat

Uit de onderzoekenontstaat de indruk

doorsneden is met enkelehoogwatergeulen.Op de oevers,

de top zich direct onder de bouwvoor (circa 40-60 cm -Mv) bevindt, zijn bewoningssporen

gevonden uit de Ijzertijd, Romeinsetijd en landgebruikssporen uit de Middeleeuwen.De bewoningssporenconcentreren zich metname in hetgebied ten oostenvan de Verbindingsweg, waar op basis van onderzoekeneennederzettingheeftgelegen.In de directe omgevingvan het plangebied 12 transenarcheologie, erfgoed,ruimte

zijn vooralsnog geensporenvan nederzettinggevonden, maar uitsluitend randzones en cultuurlagen die lijken samen te hangen metagrarisch

transenarcheologie, erfgoed,ruimte

landgebruik

in de Middeleeuwenen Nieuwetijd.

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historische bebouwing

Nee

Historisch gebruik

Boomgaard

Huidig gebruik

(gerooide)boomgaard

Bodemverstoringen

Mogelijkdoor landbewerking

Historische achtergronden

De cultuurhistorischesituatie van hetplangebied wordt bepaald randgebied

door de ligging ervan op een

tussen hogergelegenoeversen lagergelegenkomgebieden. Ten noorden van het

plangebied, bevinden zich hogergelegenoevers,die droog genoegwaren voorbewoning vanaf de prehistorie.Dezeoeverszijn in iedergeval vanaf de Ijzertijd intensiefbewoond geweest, getuigeook de veelheidaan vindplaatsen

die in de omgevingvan hetplangebied zijn aangetroffen. In de vroege

Middeleeuwenis dit gebied intensiefin gebruik genomenals bouwland

en werd erbewoond. Volgens

de cultuurhistorischekaart van de gemeente Beuningenbevindt het plangebied preciestussen deze Suchtelenstraat (direct ten zuiden) wordt begrensd. De gebieden, die door de huidige Burgemeester weg waaraan

het plangebied gelegenis, is vermoedelijkin de 9e tot 10e eeuwontstaan als

achterwende van het oude cultuurland. vanuit het achterland gebrachte land.

Dezewende is aangelegd als bescherming tegenwater dat

de akkers bedreigde. Het plangebied ligt daarmee binnen het in cultuur

Ten zuiden van deze achterwende bevinden de natte komgronden, die ongunstig

waren voorbewoning. Dit gebied is ná bedijking van de Waal, waarmee hetgebied niet meer overstroomde,in de 10de of llde eeuwin cultuur gebracht en in gebruik genomenals akkerland. ontginning startten vanaf de bestaande

achterwende en zo werd hetgebied naar

Deze

hetzuiden in cultuur

gebracht (Heunks en Hemmen,2007). Op historischekaarten is tezien dat

het plangebied zich in een'leeg'agrarisch

perceelbevindt,

ingeklemd tussen meerderehistorischehuisplaatsen. Volgensde OorspronkelijkAanwijzende Tafels bij de kadastrale

Minuut uit 1811-1832 is het plangebied in gebruik als bouwland

blijft gehandhaafd

tot en meteenkaart uit 1955.Op eentopografische kaart

(figuur 3). Dezesituatie uit 1880 is het

plangebied ookleeg,maar er zijn wel drie ronde verhogingeningetekendin het plangebied. De aard hiervan is niet bekend. Vanaf

1997is hetgebied in gebruik genomenals midgetgolfbaan.

Er is

beplanting en wegenaangebracht. Huidig gebruik en bodemverstoringen

Het plangebied is ten tijde van onderhavig onderzoekeenbraakliggend gerooid van de bestaande

terrein.Het is relatiefrecent

bomen en beplanting. Hierdoor is de bovengrond mogelijkomgewerkt.In

het plangebied zijn verstoringenteverwachten door hetgebruik van het plangebied als bouwland later als minigolfbaan.

Er zijn geentekeningenof foto'svan de golfbaan

en

te achterhalen. Hierdooris

nietvast testellenoferten behoevevan de aanleg ervan grondverstoringenhebben plaatsgevonden. In het plangebied zijn voorzoverbekend geenkabels- en leidingen aanwezig, die vooreenverstoring hebben gezorgd. In het Bodemloketzijn ten aanzien van het plangebied geengegevensbekend (bron: www.bodemloket.nl). Er zijn geenvervuilingenbekend en erworden geenverstoringendoor saneringen verwacht.

14 transect archeologie, erfgoed,ruimte

ibisoo

181750

181500

181750

Figuur 3: Uitsnede van de kadastrale Minuutplan uit 1811-32. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: Beeldbank RCE.

181500

181500

181750

■/mm,] 181750

Figuur 4: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl. transeci archeologie, erfgoed,ruunte

181500

181750

250 m 181500

181750

Figuur 5: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1900. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

181500

181750

puin.

100/150 181500

200X250 m 181750

Figuur 6: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1930. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

transeci archeologie, erfgoed,ruimte

181500

181750

o urn

V/

100y 150

y

200X250 m

A

181500

181750

Figuur 7: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1955. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

181500

181750

250 m 181500

181750

Figuur 8: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1980. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

trameer archeologie, erfgoed,ruimte

181500

181750

Figuur 9: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1997.Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

181750

ąpriB

A. ' Ui 181750

Figuur 10: Recente luchtfoto van het plangebied. Bron: www.pdok.nl.

transeci archeologie, erfgoed,ruu/ite

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Middelhoog

Kans op archeologische waarden

Hoog Laat-Paleolithicum - Bronstijd

Periode

Ijzertijd t/m Late Middeleeuwen Nederzettingen,sporenvan landgebruik, grafvelden Vanaf maaiveld

Complextypen Stratigrafische positie

In de top van de afzettingen van Kreftenheye of Wijchen

Aanwezigheid en dichtheid

Het plangebied bevindt zich op eenovergangsgebied tussen hogergelegenoeversvan de Waal

en

laagggelegen, natte komgebieden. Ten oostenvan het plangebied, op de hooggelegen oevers,zijn vele vindplaatsen

en vondsten bekend uit voornamelijk de Ijzertijd en Romeinsetijd, en het eenen ander

uit de Middeleeuwen.Dit gebied werd intensiefbewoond en gebruikt in deze periode. De verwachting op vindplaatsen

uit deze periodesbinnen hetplangebied is daarmee ookhoog. Hetgebied is mogelijk

al eerderbewoonbaar

geweest,vanaf

het Paleolithicum. Er zijn nog geenrestenbekend uit de periode

Paleolithicum tot en metde Bronstijd in de omgevingvan het plangebied, maar dit sluit de aanwezigheid ervan niet uit. De verwachting hieropis dan

ookmiddelhoog, dergelijkerestenzullen

zich op de top van de Kreftenheye afzettingen bevinden. De verwachting op restenuit de Nieuwetijd is laag.

Het plangebied bevindt zich op historischekaarten binnen eenagrarisch

perceelen er is geen

bebouwing aanwezig terplaatse van hetplangebied. Stratigrafische positie

Hetarcheologisch relevanteniveau wordt gevormd door de top van eventuele oeverwalafzettingenof komafzettingen en de top van de pleistocene afzettingen. Mogelijkbevindt erzich eenantropogene ophooglaag boven dat

bestaat

uit eenoude woongrond. De oever-of komafzettingen van de Waal

zullen zich bevinden op pleistocene rivierterrasafzettingenvan Kreftenheye. Dezekunnen vanaf

1,4 tot

circa 1,8 m -Mv verwacht worden. Complextypen

In het plangebied worden in principe nederzettingsterreinen, sporenvan landgebruik

en grafvelden

verwacht. Nederzettingsterreinen in het rivierengebiedzouden zich kunnen kenmerkendoor een cultuurlaag of dichte vondstenstrooiing, hetgeenmet name tedanken is aan bewoning op eenbepaalde

de langdurigheid

van

plek. In eenvochtigeomgevingals die van het rivierengebiedwas de

bewegingsruimtevoornederzettingennamelijk niet al te groot,waardoor

bewoning vaak

geconcentreerdbleefop vaste plekken.Daarentegen zullen sporenvan landgebruik

(waaronder ook

grafvelden) zich juist kenmerkendoor grondsporen en verkleuringenin de bodem en in veelmindere mate door de aanwezigheid van vondstmateriaal.

Derhalve kan overde aanwezigheid van

laatstgenoemde complexenenkeluitspraken gedaan

worden op basis van de mate van intactheid van

de bodem. Overde aanwezigheid van laatstgenoemde complexenkan enkeluitspraak gedaan

worden op basis

van de mate van intactheid van de bodem. Dezeis naar verwachting in delen van het plangebied door landbouwwerkzaamheden

aangetast,

maar in hoeverre daardoor

eventueel aanwezige archeologische 19

transenarcheologie, erfgoed,ruimte

restenverdwenenzijn, is niet bekend. Hieromis eenverkennendbooronderzoekin het plangebied uitgevoerdom hierovermeeruitspraken te kunnen doen.

transenarcheologie, erfgoed,ruimte

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek

Hetdoel van het booronderzoekis hettoetsenvan de gespecificeerde archeologischeverwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9.Hiertoeis in het plangebied eenverkennend booronderzoekuitgevoerd(conform het Plan van Aanpak;

Melman, 2020). De boringen zijn daarbij

gebruikt om de landschappelijke ligging, de bodemopbouw en de mate van intactheid hiervan te bepalen. Hiermee wordt inzicht verkregenin de gebruiksmogelijkhedenvoorde mens in hetverleden. Op basis van deze gegevenswordt antwoord gegevenop de onderzoeksvragenzoals opgesteld in hoofdstuk 2 van dit rapport. In totaal zijn in het plangebied zes boringen gezet(boringen 1-6). De boringen hebben eendiepte van maximaal

200 cm -Mv en zijn handmatig

gezetmetbehulp van

eenEdelmanboor meteendiameter van 7 cm. De boringen zijn gefotografeerden beschrevenvolgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard

Boorbeschrijvingsmethode(ASB; SIKB 2008). Foto'svan

de boringen zijn opgenomenin bijlage 11, de beschrijvingen in bijlage 12. Na beschrijving zijn de monstershandmatig

doorzocht op de aanwezigheid van archeologischeindicatoren. De locatie van de

boringen is meteenmeetlintbepaald

aan

hoogteliggingvan de boringen is bepaald

de hand aan

van de bestaande

de hand

topografie in het plangebied. De

van hetAHN (bijlagen 5 en 6).

Veldwaarnemingen

Het plangebied is ten tijde van hetveldonderzoekbraakliggend. doorwoeld. Er is daarnaast

puin aan

Het maaiveld

oogtrommeligen recent

de oppervlakteaanwezig. Er zijn geennatuurlijke

maaiveldhoogteverschillenwaargenomen in het plangebied.

Een oppervlakteverkenningheeftgeen

archeologischeindicatoren opgeleverd.Tweefoto'svan het plangebied zijn weergegeven in figuur 11.

Figuur 11. Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek.

21

ttrameer archeologie, erfgoed,ruimte

Ondergrond en lithologie

De bodemopbouw in het plangebied is relatiefeenduidig: »

Onder in de boringen, vanaf eendiepte van 140 - 16 cm -Mv (7,0 tot 7,5 m +NAP) tot de maximaal

geboorde diepte van 200 cm -Mv, is eenzwak siltige, zwak tot matig grindige, matig

grovetot zeergrovezandige afzetting aangetroffen. Dezezandlaag beddingzand »

is geïnterpreteerd als

(Formatie van Kreftenheye).

Bovenopde zandafzettingen

is in elkeboring (metuitzondering van boring 4) eenpakket matig

zandige tot sterk siltige klei aangetroffen. Dit kleipakket is donkergrijs tot grijsbruin van kleuren het is kalkloos. Het is overhet algemeenstevigvan structuur. Dezeafzettingen zijn geïnterpreteerd als oeverafzettingen van de Waal.

In hetoeverpakketzijn roestvlekken aanwezig.

In de top van de oeverafzettingenis in sommigeboringen eendonkere, humeuzelaag aanwezig (boring 1, 2 en 6). Dit betreft mogelijkeenoud oppervlak of cultuurlaag.

De donkerekleuren

humeuzebijmenging wijzen eropdat dit niveau voorlange periodeaan

hetoppervlakte heeft

gelegen.Daarnaast

oogthet rommeligen is er houtskoolin aanwezig. Dit is eenindicatie voor

menselijkeactiviteit in hetgebied. De oeverafzettingenlijken dus in eengrootdeel van het plangebied intact te zijn. De top van de oeverafzettingenis waargenomen op eendiepte van 35 tot 70 cm -Mv (7,9 - 8,5 m +NAP). »

De top van de ondergrond bestaat

uit zwak siltig zand

of zwak zandige klei meteen

grindbijmenging. In het pakket is puin aanwezig en erzijn plantenrestenvastgesteld. Dit pakket betreft eenrecentebouwvoor. In het midden van hetplangebied is daarnaast

ophoogzand

aanwezig. Archeologische indicatoren

Er zijn geenarcheologischeindicatoren waargenomen. Wél is er mogelijksprake van eendunne cultuurlaag op de oeverafzettingen van de Waal

in boring 1, 2 en 6.

Archeologische interpretatie

Op basis van hetveldonderzoekkan worden vastgesteld dat ermogelijkarcheologischerestenbinnen het plangebied aanwezig zijn. De verwachting uit hetbureauonderzoek is bevestigd door het booronderzoek.Binnen hetplangebied zijn oeverafzettingen van de Waal aanwezig, die van oudsher eenaantrekkelijke plek hebben gevormd voorbewoning en/ofandere vormenvan landgebruik.

De top

van deze oeverafzettingenkan worden aangemerkt als archeologisch relevant niveau, hierkunnen restenvanaf de Ijzertijd tot en metde Late Middeleeuwenaanwezig zijn. In het plangebied ontbreken daarnaast

antropogeneophooglagendie mogelijkduiden op eenaanwezige huisplaats

in het

plangebied uit de Nieuwetijd. De lage archeologischeverwachting op de nieuwetijd is hiermee bevestigd. Op basis van de resultaten van hetverkennendbooronderzoekkan de gespecificeerde verwachting uit hoofdstuk 9worden gehandhaafd.

22 transenarcheologie, erfgoed,ruimte

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen?

Op basis van hetverkennendbooronderzoekis vastgesteld dat er binnen het plangebied oeverafzettingenaanwezig zijn, deze zijn afgezet op pleistoceenbeddingzand.

De top van de

oeverafzettingenis direct vanaf de bouwvoor of recenteophoging aanwezig. 2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

De top van de oeverafzettingenis als archeologisch relevant niveau te onderscheiden. Deze bevindt zich op eenhoogtevan 35 tot 70 cm -Mv (7,9 - 8,5 m +NAP). 3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?

De oeverafzettingenin boring 1, 2 en 6 lijken nagenoeg intact te zijn, aangezien de top donker van kleuren humeusis. In boring 3 en 5 ontbreektdeze donkerelaag en is eendeel van de oeverafzettingenafgetopt. Hetgaat hierbij om eenaftopping van circa 30 cm -Mv. Hierkunnen zich nog wel middeldiepe sporenaftekenen. 4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

Op basis van hetbureau- en booronderzoekgeldt eenhogearcheologischeverwachting voor de periodeIjzertijd - Late Middeleeuwenop de nagenoeg intacte oeverafzettingenvan de Waal stroomrug.

23

JĒtk| ttransect archeologie, erfgoed,ruimte

12. Conclusie en Advies Conclusie

Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op de oeverwalvan de Waal, naar

op de overgang

het komgebied ten zuiden. De oeverafzettingen van de Waal dekken pleistocene

beddingafzettingen

af. In de omgevingvan het plangebied zijn op de oeversvan de Waal vindplaatsen

bekend uit voornamelijk de Ijzertijd en Romeinsetijd. Ook zijn erenkelevindplaatsen

uit de

Middeleeuwenen huisplaatsen uit de Nieuwetijd bekend. In hetplangebied geldt op basis van het bureauonderzoek eenmiddelhoge archeologischeverwachting voor de periodeLaat-Paleolithicum Bronstijd en eenhogearcheologischeverwachting op de periodeIjzertijd - Late Middeleeuwen.Voor de Nieuwetijd is eenlage archeologischeverwachting afgegeven.In het plangebied ontbreekt bebouwing op historisch kaartmateriaal

en ookzijn erop hetAHN geenverhogingente zien die duiden

op de aanwezigheid van eenterp. Hetveldonderzoekheeftde archeologischeverwachting bevestigd. In het plangebied zijn nagenoeg intacte oeverafzettingen van de Waal waargenomen. In de top van de oeverafzettingenis een donkere,humeuzelaag aanwezig, dat

eenoud oppervlakteof cultuurlaag betreft en indicatief is voor

de aanwezigheid van archeologischewaarden. verband

Ook is houtskoolwaargenomen in deze laag, dat

in

kan worden gebracht metmenselijkeactiviteit. Er geldt hieromeenhogearcheologische

verwachting op de top van de oeverafzettingen voorde periode Ijzertijd - Late Middeleeuwen. Advies

In het plangebied bestaat

hetvoornemenom het bestemmingsplan tewijzingen en eennieuwe

woning te realiseren.Er is sprake van eenhogearcheologischeverwachting vanaf 30 cm -Mv. Wij adviseren deze verwachting op tenemenin het nieuwebestemmingsplan. In het kader van de aanvraag

van eenomgevingsvergunningadviseren wij om, indien er bodemingrepen dieper dan

30 cm

-Mv zullen plaatsvinden,

de archeologischeverwachting aanvullend

tetoetsendoor middel van een

karterend en waarderend

archeologisch onderzoek.Dit kan het beste worden uitgevoerdin de vorm

van eeninventariserend proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Hetonderzoekkan zich beperkentot de delen van het plangebied waar daadwerkelijk

bodemverstoringenzullen plaatsvinden

bij de realisatie

van de woningen. Vooreengravend onderzoek,zoals eenproefsleuvenonderzoek, is vooraf een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat

door de bevoegdeoverheidgoedgekeurd is.

Bovenstaande vormt eenadvies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Beuningen)eenbesluit nemenoverde daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologischewaarden

binnen het plangebied.

24

ttransect archeologie, erfgoed,ruimte

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden

»

Archeologische MonumentenKaart (AMK), Rijksdienst voorCultureelerfgoed(RCE), Amersfoort, 2007.

»

ArcheologischInformatie SysteemIII (Archis3), Rijksdienst voorCultureelerfgoed(RCE), Amersfoort,2016.

»

Beleidskaart van de gemeente Beuningen

»

Verwachtingskaart

»

Paleogeografischekaart van de gemeente Beuningen

»

www.ahn.nl

»

www.ruimtelijkeplannen.nl

»

www.bodemloket.nl

»

www.dinoloket.nl

van de gemeente Beuningen

»

bagviewer.kadaster.nl

»

topotijdreis.nl

Afbeeldingenlijst

Figuur 1: Ligging van het plangebied (metrode lijnen aangegeven; bronkaart:

www.pdok.nl) ................ 4

Figuur 2: Beoogdetoekomstige indeling in het plangebied (bron: ChitectArchitecten) ...........................5 Figuur 3: Uitsnede van de kadastrale

Minuutplan uit 1811-32. Het plangebied is metrode lijnen

weergegeven. Bron: Beeldbank RCE....................................................................................................... 15 Figuur 4: Detailuitsnede van eentopografische kaart

uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen

weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.................................................................................................15 Figuur 5: Detailuitsnede van eentopografische kaart

uit 1900.Het plangebied is metrode lijnen

weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.................................................................................................16 Figuur 6: Detailuitsnede van eentopografische kaart

uit 1930.Het plangebied is met rode lijnen

weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.................................................................................................16 Figuur 7: Detailuitsnede van eentopografische kaart

uit 1955.Het plangebied is met rode lijnen

weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.................................................................................................17 Figuur 8: Detailuitsnede van eentopografische kaart

uit 1980.Het plangebied is met rode lijnen

weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.................................................................................................17 Figuur 9:Detailuitsnede van eentopografische kaart

uit 1997.Het plangebied is met rode lijnen

weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.................................................................................................18 Figuur 10: Recenteluchtfotovan het plangebied. Bron: www.pdok.nl ................................................... 18 Figuur 11. Foto'svan het plangebied ten tijde van hetveldonderzoek................................................... 21

Literatuur

»

Bakker, H. de, 1966. De subgroepenvan hetsysteemvoorbodemclassificatie voorNederland. In: Booren Spade

»

Bennema, J. en L.J. Pons, 1952,Donken,fluviatiel Laagterras en Eemzee-afzettingen in hetwestelijk gebied van de groterivieren.Booren Spade 5:126-137

»

Berendsen,H.J.A., 2005. Landschappelijk

Nederland, Assen

»

Berendsen,H.J.A. en E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical developmentofthe RhineMeusedelta, the Netherlands. Assen.

25

ttransect archeologie, erfgoed,ruimte

»

Berkel,G. van, en K. Samplonius, 2006. Nederlandse plaatsnamen

en herkomsten historie.

Utrecht: HetSpectrum »

Broeke,E.M., ten, 2019.Archeologischbureauonderzoek en gecombineerdverkennenden karterend booronderzoek,Patrijslaan

»

25 en 27 te Beuningen.Econsultancy rapport.

Bussel, A.T.L.E. van, 2020. Beuningen,Lindenlaan

11. Gemeente Beuningen(GLD). Een

inventariserend veldonderzoekd.m.v. proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase in de variant »

archeologischebegeleiding (AB). Transect-rapport 2627

Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal de Rijn-Maas

»

Basisbestand

Paleogeografievan

Delta. Dept. Fysische Geografie. UniversiteitUtrecht. Digitale Dataset

Flokstra, LM., 2012. Plangebied Oude Reekstraat, gemeente Beuningen,archeologisch vooronderzoek:eenbureau- en inventariserend veldonderzoek(karterende fase). RAAP-notitie 4203.

»

Goossens,E. en E. Heunks, 2007. Aardgastransportleidingtracé

Angerlo-Hernen(A-663);

archeologisch vooronderzoek:eeninventariserend veldonderzoeken aanvullend bureauonderzoek. RAAP-Rapport 1588 »

Hermsen,I.C.G., 2014. Een archeologischeopgraving aan

de Verbindingsweg 5 te Beuningen(Gld).

Archeodienst Rapport 353 »

Hesselink,H.J., 2017. Plangebied Oude Reekstraat te Beuningen,gemeente Beuningen; archeologisch vooronderzoek:eeninventariserend veldonderzoekproefsleuven. RAAP-notitie5888

»

Heunks, E., en F. van Hemmen,2007. Gemeente Beuningen;eenarcheologischeen cultuurhistorischeinventarisatie. RAAP-rapport 1603.

»

Hoegen,R.D., 2020. Archeologischproefonderzoek (IVO-P) Burgemeester van Suchtelenstraat, gemeente Beuningen.Ex-Situ Archeologierapport5.

»

Kuijl, E.E.A. van der, en E.F.A. Anker, 2017. Bureauonderzoeken verkennendbooronderzoek archeologieplangebied Burgemeester Van Suchtelenstraat 17 te Beuningen,Gemeente Beuningen. Hamaland

»

advies.

Melman, J.G.E., 2018. Beuningen.Burg. Van Suchtelenstraat (ong.), Gemeente Beuningen(GD), archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek,verkennendefase. Transectrapport 1947.

»

Melman, J.G.E., 2020. Plan van Aanpak.

Inventariserend veldonderzoek,verkennendefase.

Beuningen,Hutgraaf II. Transect, Nieuwegein. »

Melman, J.G.E. en T. Nales, 2019.Beuningen,Lindenstraat

11, gemeente Beuningen(GD),

archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek,verkennendefase. Transectrapport 2281. »

Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L Ritsema, W.E. Westerhof,en T.E. Wong. De ondergrond van Nederland. Houten,2003.

»

Spanjaard,

G.W.J., 2013. Archeologischbureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Burgemeester van Suchtelenstraat 26 te Beuningen,in de gemeente Beuningen.Econsultancy rapport 12123772 *

Stichting voorbodemkartering (stiboka), 1973. Toelichtingbij de kaartbladen

39West Rhenenen

39Oost Rhenen.Wageningen. »

Vossen, I., 2008. Bureauonderzoeken Inventariserend Veldonderzoekplangebied 'De Hutgraaf' te Beuningen(GLD.) ArcheologischRapporten Oranjewoud 2008/124.

»

Weterings,P., 2014. Beuningen,Burgemeester van Suchtelenstraat 26. Inventariserend veldonderzoekdoor middel van proefsleuven (IVO-P). BAAC rapport A-13.0199.

26 transenarcheologie, erfgoed,ruimte

Bijlage 1: Archeologische beleidskaart van de gemeente Beuningen 181000

181500

182000

182500

8 tn O

Beleid

Beuningen , Hutgraaf II Gemeente Beuningen

Legenda plangebied Beleidszone Vrijstellingsgrens —

0bH

L 8.

I

30cnl

Om*

I

I

bfinenbeooLWMkoTiSOcm toom*

3

buitö'

bebouwde kom 30 cm

120 m1

L 4

i

30 ™

2000 m*

I

.I

S®00 wůcísclntan

geervoofscvtten

^

Overig -------------gemeente grens Bejningen

flfêr«bćtoumde komman

181000

0

200

181500

400

600

182000

800

1000 m

182500

transect ARCHEOLOBlSCH ONDERZOEK

» ADVIES

Bijlage 2: Archeologische verwachtingskaart 181000

181500

182000

182500

De Hosĩërri; 1214®

Verwachting 'Si®M

a

Beuningen, Hutgraaf II Gemeente Beuningen

WSā'

kurk

■ S t/'fl» Ll\

Legenda

DeTinnegieter!

o 8o rc,

plangebied

legenda

Ie Heuvej

tóPS

jithwloglsdM v*f ■Mhtlria (ptňwlf »íKini-lij. va» d.ilr'ŵg.strrl'ingrn (;fc*k»rttiijl(||F1)

H ’OXj __

______

fiHAMnatiţ

fooflt.av. •ítmj-itlitKriİpnrin»lp«īsAřobřttm

5»n

«asm

jftliwlogkc*»a«4iwhi ųutiíudm f 7JA r

F77I

ݻMfS

unaln vai m t-cqa arcbwUgltilia

«aiiila

. . . - tesretnwnhoņehcfie*«tr.cf«rwianle tcircńivan ■xticplngńrhc «wít

I ,'/', 1 t*Mlńv*ii«ti*oloļl9cftilie»kţnl9

De Lienden

terreinloader statut Įpuíitk:*atlt metjtterrtlerjiiř ' 5ōmeterroodomj vindplaats

Urmen nDnwntntalctidemionļpnnfl

tulenomiyrorti

MstcŕisrneniifsMK*0t •inrtplMts Knier arthcolpjscf»:- tKlrfccnts

13

talakņjiajtiitti

6770 MK-nurma —— ļ^aneenteflMrs A R.k.

O ce C' fM

«î

W'%. 181000

0

200

182000

181500

400

600

800

1000 m

182500

transect

Bijlage 3: Paleogeografie 181000

182000

181500

n» - .í-ŵ

iDe Hcsfêrcì' ^ V:.-

îSSSSŞ ś«S»s?«Ë^Si

w^įjiirmįġz* ŴšvSSfVĵŕ/* - ^,-w»^ĴĚĒmŵìšÊšŵí

SBeunir.ger*

^să^Ěmimapjt^m^mamíå iimaumiĘmsi n*isw*r*S3g

SSÄţ* wwflJŴHl 0*»í

HÏPti'ihĚēBą msf’ìtiìm**

m

•M

Beuningen, Hutgraafll Gemeente Beuningen

iSUH9aH(Įlįn

5v@*Ä mm»

De Tinnegieter

plangebied

ŵăįfíWä

uneMwaterafiettia gen (untfr)

Ĵ9@ snaar

srá»

)38ttis*m

*va

I vUkU

I

I opduikingm ífzettfnqen (Fermaflí va» Krefter» tvey*)

I

I geultnsmjűfogen

I

I tertavuggeti/opdulàingen

I

I terras* lakte

eolisctwjfĩetťnqen| formatie van Kreftenlteye)

iVAV, WVvV

ÜSf'i

spmŝ

I

Huviatlřfa

V33

\v’V NA

mmmm

"m-irn

Legenda

JĻJĮsJĒHSEal

aiaw mļm&šĚ

ftįļğį).

,WSB' ♦X.13 ie Heuve:

fcSŠHB®:

Paleogeografie

Įa 5 y'm Ai

- vVaţi~ ŕfŞte.

8

.-i O

^9»

ssrj

:T nįSj

182500

3í?.tílJ

I

I afgedekte terranuggen met stulfrand

1

I dagzomaide

{rlvrlerittiln«a )

terrasruggen netstuifaard

I rivseïdutrteiil

Halspeen (formatie van čchlattf) maandafgoïMs

WBmm

ļJįļr^Toe

meardergonfelvan Wlnssetr (ca. 5391-3Ô91 voorChr.)

Lienten

meandergordel van de Waal.

isPtkaiKŕ^w:

oude fase (ca. 210 voorChr-500 na Chr. i

meendefgcrdelvan de Waal (ca. 210 voorChr -treden)

s\Wï'

grotedGOftcţende restgeul

'tìf&ŕ&ļP

smalte {•err»«dell]he) «estijeull restant) i itranş ;.:W«a*dtn|

ŵäŝìs

vMtnoedellJtestrang

İSĨ

v*ngeafzettingen "I oeverafzettingen en crevasse*

wŞhdįj

1 Voerafrertingo-i overloopgeul d^kdoodKaakafzettlngen

A.R.M.

O., B

1 «*el ——J oeverwaldoeftiraalcgeiil

ĶwJĚm ~-v v

rv-ŵ/iř

'fiŵIA». 181000

182000

181500

1000 m

182500

transect ADVIES

Bijlage 4: Stroomruggen 181000

181500

182000

Stroomruggen

Beuningen, Hutgraaf II Gemeente Beuningen

Legenda plangebied

Stroomgofdeis (begindatenng in járen BP)

181000

181500

182000

1000 m

transect

Bijlage 5: Geomorfologie 181ŪOO

182000

181500

ěľů

182SOÖ iťif.lll r-^-JSOĮļ

Geomorfologie

mm 3B44

vtsroţfį-

Beuningen, Hu tg raaf II Gemeente Beuningen ,Ö»G?

■®^:r iüįá;ľ ;

į

Legenda ~S jî«

plangebied Wanden Hoge heuvelsen ruggen Terpen Hoge duinen Plateaus Terrassen Plate au-achtige vormen Waaiervormige gloaiingen

s 01

Niet-waaiervormigeg looiingers Lage ruggen en heuvels Welvingen Vlakten

:’4’íşi

Laagten Ondiepe dalen 2M48

2M42

Matig diepe dalen Diepedalen Water

o o ćřlC' •Ĵ

Bebouwing lSlOOO

iäiůūū

lSlbŪŪ

ïsibun

Overig (Dijken etc)

N 0

200

400

600

800

1000 m

transect

Bijlage 5: Maaiveldhoogte TT-'' \ÇT

181000

181500

182000

182500

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

imļřìHrrļij,

ĩ.yïiŚMĢ*.

SM*!

E^İ BS

RHft

teţçîifcí įl!'

Beuningen, Hutgraaf II Gemeente Beuningen

Legenda plangebied Hoogte (in m NAP)

■H 7 8

9

10 11

«Bi

Ki ļfflřws 'm

'íyş A,w*'

ľl'fíl.,.‘."'"l?

200

400

600

800

1000 m

transect

Bijlage 6: Maaiveldhoogte - detail

AHN - detail

Beuningen, Hutgraaf II Gemeente Beuningen

Legenda plangebied Hoogte(in m MAP)

»āl7 Hl e

a

9

____ I io i n

100 m

transect

ARCHEOLOGISCH END E RZO E K » ADVIES

Bijlage 7: Bodem 181000

o

o Lfl

181500

182000

182500

J—LİLJ

O

Bodem Rd90A] Rd90A'

Beuningen, Hutgraaf II Gemeente Beuningen

Rn95ü

Legenda plangebied Associaties I Brìkgronden .

Bebouwng

Dijk, bovenlandstrook I Dikke eerdgronden

Rn95G;

Rn67G

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=be29c67a-9fed-49ef-8e34-b740a3b1fddc