CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Bijlage 9: Het Broek advies natuurbank.pdf

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel: Verklaring van geen bedenkingen voor de aanleg van 4 zonnevelden in het buitengebi1.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ATU UR BANK

Postadres Aladnaweg 1 8 7122 RRAalten

Telefoon

Info

0614-435700

lnfo@natuurbankoverijssel.nl www.natuurbankoverijssel.nl

0543-451142

Bank NL48 RABO 0121 5795 73 BTW 10.1 5.30.766.B.01

OVERIJSSEL'

ROM3D Dhr. J. Besten Dorshorst 1 a 721 7PH | Harfsen Datum: Ons kenmerk: Betreft:

20 2-2020 2424 advies voor duurzaam medegebruik van zonnepark voor de das -

Geachte heer Besten, dag Jochem, Er zijn concrete plannen voor de ontwikkeling van een zonnepark in het buitengebied van Beuningen (Gld.) Uit bronnen is vernomen dat de das (Meles meles) een vaste verblijfplaats bezet in een bosperceel (Personnenbos genaamd), direct ten oosten van het plangebied. U hebt ons om advies gevraagd, hoe de bouw en gebruik van het zonnepark plaats kan vinden zonder dat de verblijfplaats van de das verstoord kan worden? Tot het verstoren van de das, behoort ook het dusdanig negatief beïnvloeden van het foerageergebied, zodat de das schade ondervindt (verminderde reproductie, lagere levensverwachting, verlaten burcht, etc.) In deze briefnotitie geven wij concrete adviezen die moeten leiden tot het duurzaam voortbestaan van de huidige dassenburcht. Ligging plangebied Het voornemen is een zonnepark te ontwikkelen op een agrarisch perceel aan de Wilhelminalaan (ongenummerd, ten oosten van het adres Wilhelminalaan 81) te Beuningen (Gld) (zie afbeelding onder).

Wezel

Ligging van het plangebied (rode contour).

Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat volledig uit agrarisch cultuurland, hoofdzakelijk in gebruik als grasland. De vegetatie in het plangebied bestaat uit een monocultuur van raaigras en wordt beheerd als grasakker t.b.v. de melkveehouderij. Het gras wordt jaarlijks 3-5 maal gemaaid en meermaals geïnjecteerd met drijfmest. De grond in het plangebied bestaat uit een kalkloze poldervaaggrond (Rn47C, Bodemkaart NL). Aan de oostzijde grenst het plangebied aan een loofbos en aan de noordzijde aan de Oude Wetering. Het perceel wordt aan de overige zijden begrenst door een kavelgrenssloot.

Detailopname van het plangebied.

Voorgenomen activiteit Het voornemen is om het plangebied in te richten als zonnepark. Daartoe worden zonnepanelen op frames geplaatst. In het totale park blijft een grazige vegetatie houden; deze zal onder de panelen minder gedijen dan in de paden en de randen. Het grasland wordt niet bemest en er vindt een hooilandbeheer plaats in grote delen van het perceel. HİBİ

WļļĚtļ

-A:::"

Voorbeeld van een zonnepark.

-jib**; ît.

Ten behoeve van de landschappelijke inpassing blijft een strook van 30ml langs het bos aan de oostzijde onbebouwd en wordt een natuuroever aangelegd aan de oostzijde.

Inrichting van het perceel met natuurlijke oever en strook grasland aan de oostzijde.

Functie van het plangebied voor de das Gelet op de aanwezigheid van een dassenburcht, in het bos ten oosten van het plangebied, en de omvang van het territorium (30-400 ha, Zoogdiervereniging), is het aannemelijk dat het plangebied tot het foerageergebied van de das behoort. Dassen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied. Dassen zijn alleseters, en zullen de graslanden in het plangebied benutten voor het verzamelen van regenwormen, emelten, en (jonge) muizen. Afhankelijk van de vochtigheid van de grond, foerageren ze in het perceel op het hoofdvoedsel; regenwormen. In droge, warme periodes, zullen de regenwormen diep in de bodem zitten, waarschijnlijk te diep. De betekenis van het plangebied als foerageergebied wordt als groot- tot matig beschouwd, afhankelijk van de vochtigheid van de bodem. Een intensieve bemesting van het perceel d.m.v. mestinjectie, is negatief voor de hoeveelheid regenwormen in de bodem. Randvoorwaarden voor behoud huidige functie en betekenis Om de functie van het plangebied en de betekenis ervan als foerageergebied voor de das te behouden, moet voldaan worden aan vijf eisen; 1. Er moet minstens even zo veel voedsel aanwezig zijn; 2. Het plangebied moet toegankelijk zijn; 3. De dassen moeten bij het voedsel kunnen komen; 4. De dassen moeten in staat gesteld worden te foerageren in rust; 5. De ontwikkeling mag geen negatief neveneffect veroorzaken;

In onderstaande tekst wordt ingegaan op bovenstaande elementen Ad 1. Aanwezigheid van voedsel Afhankelijk van de vochtigheid van de bodem, vormt het grasland geschikt foerageergebied voor dassen. Zwaar bemeste percelen, die regelmatig kort gemaaid worden, hebben grotere kans op uitdroging, dan extensief beheerde grazige vegetaties. De hogere vegetatie vermindert uitdroging van de bovenste laag. Het nieuwe beheer van het grasland, zorgt voor een groter aanbod aan voedsel voor de das. Het grasland wordt niet bemest, er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, en de vegetatie wordt als hooiland beheerd. 2596 van de grazige vegetatie wordt jaarlijks niet gehooid. Deze 2596 ligt jaarlijks op een andere plek, zodat de totale vegetatie 3x in 4 jaar wordt gemaaid. Overstaand gras is van belang voor muizen en overwinterende insecten. Door duurzaam hooilandbeheer zal de vegetatie langzaam aan bloemrijker worden en door het achterwege blijven van bemesting zal het bodemleven in de bovenste laag sterk toenemen t.o.v. de huidige situatie. Ter versterking van het duurzaam medegebruik door dieren, worden de volgende maatregelen voorgesteld: » » »

Aanleg natuurvriendelijke oever of plasdras-oever; Aanleggen 6 takkenbossen van 4m3 langs de oostzijde. De takkenbossen worden periodiek aangevuld omdat de takken verrotten; Plaatsen 8 boomstammen, liggend op de grond (los verband). Deze boomstammen zullen in de loop der tijd wegrotten en vormen een onderkomen voor veel insecten;

Ad Toegankelijkheid perceel Rondom het perceel wordt een hekwerk geplaatst om mensen buiten te houden i.v.m. diefstal. Om dassen (en andere kleine zoogdieren) toegang te bieden tot het terrein dienen kleinwildtunnels geplaatst te worden. Geadviseerd wordt om aan alle zijden minimaal 2 kleinwildtunnels te plaatsen.

ûr*r± srhjĮį

:ľ- ī

!:illŕrřW! id

Klein wildtunn el.

Ad 3. Toegang tot voedsel De voorgestelde inrichting stelt dassen prima in staat voedsel uit de bodem te halen. De zonnepanelen of de stellages vormen geen belemmering. Ad 4. Rust In het zonnepark komen buiten de daglichtperiode geen mensen. Ook worden geen andere activiteiten uitgevoerd die dassen weerhouden het plangebied te benutten als foerageergebied. Ad 5 Negatief neveneffect De ontwikkeling van het zonnepark heeft geen negatief neveneffect op het functionele leefgebied van de das. Het terrein is aan alle zijden toegankelijk en de das van via het plangebied andere agrarische percelen bereiken. Tenslotte Wanneer de hiervoor beschreven maatregelen doorgevoerd worden, zal de das, en andere diersoorten, profiteren van de voorgenomen activiteit. Het grasland, dat nu uit een soortenarme monocultuur bestaat, zal zich ontwikkelen tot een bloemrijk grasland met een rijk bodemleven. Met vriendelijke groet,

Ing. P.Leemreise

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=54871ce0-1cf0-4a9b-8bbc-9d05df97869e