CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Bijlagen toelichting 7 - Verkennend archeologisch onderzoek.pdf

Commissie Ruimte 5 april 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Leegstraat Winssen9.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transect-rapport 3531 Winssen, Leegstraat - Kerkpad x.

Gemeente Beuningen (GD) Archeologischbureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek(IVO), verkennende fase

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

ADVIES

transect;archeologie, erfgoed, ruimte

. .u.r ^ .ípÿ&V .

jrr*

. .

.

's,

J,-' :îį

, - t

■S&ãĻtíí..

-

|

transect- archeologie, erfgoed, ruimte

V

Overijsselhaven127

T: 030-7620705

3433 PH Nieuwegein

E: informatie@transect.nl

Auteur Versie

J.G.E. Melman MSc Definitieve versie

Projectcode Datum

21020109 26-08-2021

Opdrachtgever

Buro Waalbrug Schoenaker 10 6641 SZ Beuningen Transect

Uitvoerder

Overijsselhaven127 3433 PH Nieuwegein Onderzoeksmelding Bevoegde overheid

5093915100 Gemeente Beuningen

Status

Goedgekeurd

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

Foto van het plangebiedten tijdevan het veldonderzoek(13-07-2021)

Autorisatie Naam Drs. T. Nales Seniorprospector

Datum 23-07-2021

Paraaf

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Nietsuitdeze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middelvan druk, fotokopieof op welkewijzedan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemmingvan de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventueleschade voortvloeienduitde toepassingvan de adviezen of het gebruikvan de resultatenvan ditonderzoek.

transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

|

transect';archeologie, erfgoed,ruimte

V Samenvatting In opdracht van Buro Waalbrugheeft Transect injuli2021 een archeologischvooronderzoek uitgevoerd in een plangebiedaan de Leegstraat - Kerkpad in Winssen (gemeente Beuningen). De aanleiding voor het onderzoek vormt de beoogde bestemmingsplanwijziging om de realisatie van woningen mogelijkte maken. Het archeologischvooronderzoek bestaat uiteen gecombineerd onderzoek, te weten een archeologischBureauonderzoek (BO) en een InventariserendVeldonderzoek(IVO), verkennende fase. Het doelvan het archeologischbureauonderzoek is het specificerenvan de archeologische verwachting. Het doel van het inventariserendveldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerdearcheologischeverwachting. Op basisvan het bureauonderzoek geldtvoor het plangebiedeen hoge archeologischeverwachting voor de periode IJzertijd- Late Middeleeuwen.Voor de periode Laat-Paleolithicum - Bronstijdgeldt een middelhogearcheologischeverwachting. In de omgevingvan het plangebiedzijn enkele archeologischevondsten uitdeze periodegedaan. Deze bevindenzich op relatiefhooggelegen terrassen in de top van de pleistoceneafzettingen van Wijchen of op vegetatieniveausin de holocene komafzettingen. De archeologischeverwachtingin het plangebiedhangt met name samen met de ligging van het plangebiedop oevers of een crevasse van de Waal.

De oevers van de Waal zijn mogelijk vanaf de vorming ervan in de IJzertijd een gunstige locatievoor bewoninggeweest. De oevers hebben zich kunnen vormen totdat het gebied bedijktwerd in de Late Middeleeuwen.In de Late Middeleeuwenheeft bijWinssen een dijkdoorbraakplaatsgevonden,waardoor een deel van het gebied overspoeld isgeraakt. Ook in de omgevingvan het plangebiediseen overslagdekaangetroffen. Archeologischeresten uitde Late Middeleeuwenen Nieuwetijd kunnen zodoende ook op de overslagafzettingenworden. De archeologischeverwachtingvoor de periode IJzertijd - Late Middeleeuwenis hierom hoog. Het plangebiedbevindtzich langseen overloopgeul.De geulen zelfzijn vermoedelijkte nat geweest voor bewoning, maar erlangs kan wel bewoning hebben plaatsgevonden, zoalsin de omgevingvan het plangebiedreeds isaangetoond. Voor de periode Nieuwetijdgeldteen lagearcheologischeverwachting, aangezien er op historischkaartmateriaalgeen bebouwing is ingetekendter plaatsevan het plangebied. Op basisvan het veldonderzoekisvastgestelddat er twee vegetatieniveausin de ondergrond aanwezigzijn. Het diepstevegetatieniveauheeft zichgevormd in de top van de komafzettingen en bevindtzich op een dieptevan 170 - 260 cm -Mv (5,4 - 6,6 m +NAP). Op ditniveau bestaat een verwachtingop archeologischeresten uitde periode Neolithicum- Bronstijd.

De verwachtingishoog, aangeziener in de omgeving ook voorbeeldenvan bewoning uitdeze periodes bekend zijn. Het tweede vegetatieniveaubevindtzich in de top van de crevasseafzettingen op een dieptevan 70 - 95 cm -Mv (7,1 - 7,5 m +NAP). Er kunnen in ditniveau in theorievindplaatsenuitde periode IJzertijd Late Middeleeuwenaangetroffen worden. De verwachtinghierop is hoog aangezien het plangebied zich langseen overloopgeulbevindten aangezien er in de omgeving al relatiefveelvindplaatsenuit deze periodesbekend zijn. Archeologischeresten uitde periode Laat-Paleolithicum - Mesolithicum worden verwacht in de top van de pleistoceneafzettingen, ofwelde terrasafzettingen of komafzettingenvan de Laag van Wijchen. Op deze afzettingen ontbreken vegetatieniveausen hierom kan deze verwachtingnaar laagworden bijgesteld.De lageverwachtingvoor de periode Nieuwetijd in het plangebiedisbevestigd door het booronderzoek. De overslagafzettingenzijn verstoord geraakt bij recente bouw- en sloopwerkzaamheden.

4 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

Advies In het plangebiedbestaat het voornemen om het bestemmingsplante wijzigenen woningente realiseren.Op basisvan het vooronderzoek geldteen hoge archeologischeverwachtingvoor de periode IJzertijd- Late Middeleeuwenvanaf een dieptevan 70 cm -Mv en een hoge verwachtingvoor de periode Neolithicum - Bronstijdvanaf een dieptevan 170 cm -Mv. Wijadviseren om de hoge archeologischeverwachtingop te nemen in het bestemmingsplan.Geadviseerdwordt om de verwachtingaanvullendte toetsen met een karterend en waarderend archeologischonderzoek naar beidearcheologischeniveaus. Het vervolgonderzoek kan het beste plaatsvindenin de vorm van een proefsleuvenonderzoek(IVO-P). Voor het proefsleuvenonderzoekiseen Programma van Eisen (PvE) noodzakelijkdat door de gemeente is beoordeeld en goedgekeurd. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advieszal het bevoegd gezag (de gemeente Beuningen)een besluitnemen over de daadwerkelijkeomgang met eventueelaanwezigearcheologischewaarden binnen het plangebied.

5 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doelvan het archeologischvooronderzoek

2

3.

Afbakeningvan het plan-en onderzoeksgebied

3

4.

Planvormingen consequentiestoekomstiggebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschap, geomorfologieen bodem

7

7.

Archeologischeverwachtingen bekende waarden

9

8.

Historischesituatie,huidiggebruiken bodemverstoringen

12

9.

Gespecificeerdearcheologischeverwachting

17

10. Resultatenveldonderzoek

19

11. Beantwoording onderzoeksvragen

22

12. Conclusieen Advies

23

13. Geraadpleegde bronnen

25

Bijlage1: Archeologischebeleidskaartvan de gemeente Beuningen

27

Bijlage2: Archeologischeverwachtingskaart

28

Bijlage3: Paleogeografie

29

Bijlage4: Stroomruggen

30

Bijlage5: Geomorfologie

31

Bijlage5: Maaiveldhoogte

32

Bijlage6: Maaiveldhoogte - detail

33

Bijlage7: Bodem

34

Bijlage8: Archeologie

35

Bijlage9: Cultuurhistorie

36

Bijlage10: Boorpuntenkaart

38

Bijlage11: Foto's van de boringen

39

Bijlage12: Boorbeschrijvingen

40

1 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

1. Aanleiding In opdracht van Buro Waalbrugheeft Transect1 injuli2021 een archeologischvooronderzoek uitgevoerd in een plangebiedaan de Leegstraat - Kerkpad in Winssen (gemeente Beuningen). De aanleiding voor het onderzoek vormt de beoogde bestemmingsplanwijziging om de realisatie van woningen mogelijkte maken. Volgens het vigerendebestemmingsplan'Kern Winssen' uit2013 geldtvoor het plangebiedeen Waarde - Archeologie2. Een archeologischonderzoek isverplichtbij bodemingrepen met een oppervlaktegroter dan 100 m2 en dieperdan 30 cm -Mv. Ditbetekent dat geziende omvang van het te wijzigengebied (circa 2100 m2) een archeologischvooronderzoek noodzakelijkis. Het onderzoek is uitgevoerdin overeenstemmingmet de eisen van de KwaliteitsnormNederlandse Archeologie(KNA), versie4.1 en het Plan van Aanpak (Melman, 2021).

1 Transect b.v. voldoetaan de eisen zoalsgesteld in de kwaliteitsnorm 'BRL SIKB 4000', versie 4.1, en isgecertificeerddoor middelvan een procescertificaat.Transect b.v. is certificaathoudervan de volgendeprotocollen:'KNA Protocol 4001 Programm a van Eisen', 'KNA Protocol4002 Bureauonderzoek', 'Protocol4003 InventariserendVeldonderzoek,variantOverig', 'Protocol 4003 InventariserendVeldonderzoek,variantProefsleuven' en 'Protocol4004 Opgraven', en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologischvooronderzoek bestaat uiteen gecombineerd onderzoek, te weten een archeologischBureauonderzoek (BO) en een InventariserendVeldonderzoek(IVO), verkennende fase. Het doelvan het archeologischbureauonderzoek is het specificerenvan de archeologische verwachting,dat wilzeggen het aan de hand van beschikbare en nieuweinformatieover de archeologie,cultuurhistorie, geomorfologie,bodemkunde en grondgebruik, bepalenvan de kans dat binnen het plangebiedarcheologischeresten kunnen voorkomen. Hiervooris onder andere het centraalArcheologischInformatiesysteem (Archis)van de Rijksdienstvoor het CultureelErfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de ArcheologischeMonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatieisverkregen uitdiversvoorhanden historischkaartmateriaal.Om van het landschap zijn onder andere de bodemkaart inzichtte krijgen in de opbouw en ontwikkeling en beschikbaargeologisch-geomorfologisch kaartmateriaalgeraadpleegd. Het doelvan het inventariserendveldonderzoekis het toetsen en waar mogelijkbijstellen van de gespecificeerdearcheologischeverwachting, door het verzamelenvan informatieover de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëfen bodemintactheidin het plangebied.Hiermeeontstaat inzichtin de landschapsvormendeprocessen en landschappelijke eenheden uit het verleden.

Op basis hiervan kan een oordeelworden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verledengeschikt was voor de mens. Het inventariserendveldonderzoekisuitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). Het onderzoek probeert hiermeeaan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgendevragen: ^ ^ ^ ^

Hoe heeft het plangebiedoorspronkelijkin het natuurlijklandschapgelegen? Zijner binnen de bodemopbouw archeologischrelevante niveauste onderscheiden en hoe diep liggendeze? In hoeverre zijn de archeologischrelevante niveausnog intact(verstoring,erosie, afdekkend substraat)? Wat is de archeologischeverwachtingvan het plangebieden in hoeverre is deze te differentiërenin laag, middelhoogen hoog?

Het resultaatvan het archeologischvooronderzoek is ditrapport met een conclusieomtrent het risico dat eventueel aanwezigearcheologischewaarden in het plangebiedworden verstoord alsgevolgvan de voorgenomen plannen. Op basisvan ditrapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijkgegevens over de - verwachte - aan- of afwezigheid,aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conserveringen (relatieve) kwaliteit van archeologischewaarden. Het vooronderzoek isuitgevoerd conform protocollen4002 (bureauonderzoek) en 4003 (inventariserendveldonderzoek) van de KwaliteitsnormNederlandse Archeologie,versie4.1 (KNA 4.1).

2 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Beuningen

Plaats

Winssen

Toponiem

Leegstraat - Kerkpad

Kaartblad

39H

Centrumcoördinaat

177.018 7 432.672

Binnen het archeologischbureauonderzoek isonderscheidgemaakt in het plangebieden het onderzoeksgebied. Het plangebiedis het gebiedwaarin de geplandebodemingrepenzullen plaatsvinden.Het onderzoeksgebied omvat het plangebieden een deelvan het directomringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzichtte komen in de archeologische, en bodemkundigesituatiein het plangebied.Het onderzoeksgebied beslaateen (cultuur)historische straalvan circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebiedomvat een grasveld op de hoek van de Leegstraat en het Kerkpad in Winssen (Beuningen). De ligging ervan isweergegeven in figuur1. Kadastraalgezien omvat het plangebiedeen deelvan het perceel WSN02 sectie B nummer 2505. Het plangebiedwordt in het zuiden begrensd door de Leegstraat, in het westen door het Kerkpad en de overigegrenzen worden gevormd door het te wijzigengebied.Ten tijdevan onderhavigonderzoek ishet plangebiedonbebouwd en begroeid met gras. Het plangebiedheeft een oppervlaktevan circa 2100 m2.

3 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

177000

PI 130

Ī^Lĩ īLl'ĩi JĽĨ-w*. ĩtġļm)

V \ \o .f'l? Ŷ T'O

9 9 Ŷ 9 9 tv Aŕļw

fx.?:ï!ţ:i:?:ï

177000

Legenda plangebied 0

100

200

300 m

.Winssen

transect

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven; bron kaart: www.pdok.nl).

4 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Wijzigingbestemmingsplan

Planvorming

Nieuwbouwwoningen

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door een beoogde bestemmingsplanwijziging die de realisatie van woningen mogelijkmoet maken. Er zijn nog geen concrete bouwtekeningen beschikbaar,waaraan de omvang en dieptevan de verstoringten behoeve van de nieuwbouwkan worden vastgesteld. Wel is bekend dat er vijfvrijstaande huizen met garage gerealiseerdworden. Volgensde bestaande conceptplannen zal circa 600 m2 bebouwd worden. Circa400 m2 zalworden ingerichtalsweg. De verwachting is dat er ook bodemingrepen zullenplaatsvindenten behoeve van de aansluiting van nutsvoorzieningen.De beoogde toekomstigesituatiein het plangebiedis weergegeven in figuur2.

177000

20 177000

Figuur 2: De beoogde toekomstige indeling in het plangebied. Bron: Buro Waalbrug

5 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

5. Beleidskader Onderzoekskader

Wijziging bestemmingsplan

Beleidskader

Bestemmingsplan'Kern Winssen'

Onderzoeksgrens

100 m2 en dieperdan 30 cm -Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzakede beschermingvan het archeologischerfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Vallettagenoemd, naar het eilanden de plaatswaar het isondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerden op 1 september 2007 via de Wet op de ArcheologischeMonumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd.De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenweten de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bijbodemingrepenverplichtrekening moeten houden met het behoud van archeologischewaarden. Sindsjuli2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandseerfgoed geregeld door één integraleErfgoedwet. De omgang met archeologiein de fysieke leefomgevingzal in de nieuweOmgevingswetworden geregeld, die in 2022 in werkingzal treden. Het archeologiebeleid van de gemeente Beuningen inzake het plangebiedstaat verwoord in het vigerende bestemmingsplan'Kern Winssen'uit2013, waarin het plangebiedeen Waarde Archeologie2 heeft. Deze isgebaseerd op de beleidskaartvan de gemeente Beuningen. Hieropstaat vastgelegdwelkeverwachtingeen bepaaldegebieden hebben. Het plangebiedbevindtzich volgensde archeologischebeleids-en verwachtingskaartenvan de gemeente in een zone met een hoge archeologischeverwachting(bijlage1 en 2).

Aan deze zone zijn in het bestemmingsplanplanregels geformuleerdten behoeve van de beschermingvan eventueel aanwezige archeologischewaarden. In het plangebiedgeldtaan de hand hiervan een archeologischeonderzoekplichtvoor bodemingrepen met een omvang vanaf 100 m2 en 30 cm -Mv. Dit betekent dat geziende omvang van het te wijzigen gebied (circa 2100 m2) een archeologischvooronderzoek noodzakelijkis.

6 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Midden-Nederlandsrivierengebied

Geomorfologie

Crevasserug en overloopgeul

Maaiveld

7,- 8,5 m +NAP

Bodem

Ooivaaggrond

Grondwater

VI

Landschap Het plangebiedligtin het Midden-Nederlandserivierengebiedin het stroomgebied van de Maas en de Rijn (Berendsen, 2005). Reeds in het middenvan de laatste ijstijd(het Weichselien, 50000 tot 15000 jaar geleden) maakte ditgebied deel uitvan een brede riviervlakte, waarbinnende riviergeulenin een verwilderd("vlechtend") patroon verspreid lagen. In deze geulenwerd grof zand en grind afgezet, dat geologischgezienwordt gerekend tot de Formatievan Kreftenheije (De Muldere.a., 2003). De aanwezigheidvan grof zand en grindwijstop hoge stroomsnelheden en sterke variatiesin de (piek)afvoer(alsgevolgvan grote hoeveelheden (smelt)water).Op andere momenten lagde bedding van de riviervlakte langere perioden droog. Op basisvan een geologischeboring, gezet op 110 m ten noorden van het plangebied,bevinden deze afzettingen in het plangebiedzich op een dieptevan circa 2,6 m -Mv (5,2 m +NAP; bron: www.dinoloket.nl, boring B39H2093; 176.969, 432.811 (RD)). Vanuitde drooggelegenvlakte kon fijnerrivierzanddoor sterke winden worden verstoven, dat vervolgenslangs de randen van de riviervlakte werd afgezet. Hierdoorkonden op grote schaal rivierduinen ontstaan (Berendsen en Stouthamer, 2001).

Vanaf 15000 jaar geleden begon ditbeeld enigszinste veranderen onder invloedvan een warmer wordend klimaat.In eerste instantiewas sprake van enkele relatiefkortdurende warmere perioden (respectievelijk het B0llingen Aller0d-interstadiaal, 15900 tot 15000 v. Chr. en 14800 tot 13400 v. Chr.). Gedurende deze periodes nam de vegetatietoe en werd de afvoer van rivierwaterbeter verdeeld. De riviergeulenbegonnen te meanderen en sneden zich in de riviervlakte in, waardoor langzamerhand een rivierdal ontstond. In het dalwerd tijdensoverstromingen zogenaamd "Hochflutlehm"afgezet, ook wel bekend als het Laagpakket van Wijchen (De Muldere.a., 2003; Bennema en Pons, 1952). Pas vanaf 10000 jaar geleden, in het Holoceen, zette de warmere klimaatomstandigheden definitief door, waardoor de toenemende vegetatiede verstuivingenvan rivierzandaan banden legdeen de oevers van de rivierendoor de alsmaar kleinerwordende verschillen in afvoer zich stabiliseerden.Door deze stabilisatie traden de rivierenalleennog bij hoogwater buiten de oevers. De klei,die bijhoogwater buiten de rivierenwerd afgezet, wordt eveneens gerekend tot het Laagpakket van Wijchen.

De zich insnijdendemeanderende rivierengingen onder invloedvan een voortdurend stijgende zeespiegelin het Holoceen over in accumulerende meanderende rivieren,die meermalen hun loop verlegden en daardoor verschillende stroomgordelsontwikkelden.Hierdoorvond in het grootste deel van het rivierengebied afzetting plaatsvan zand (beddingafzettingen),zandigeklei(oeverafzettingen) en zware klei(komafzettingen), diewerden afgewisselddoor veen. Daarbijwerden de oudere afzettingen door jongere begraven. Het moment waarop ditoptreedt, hangt af van de ligging van de zogenaamde terrassenkruising(Berendsen en Stouthamer, 2001). De terrassenkruisingis het punt waarop de netto insnijding overgaat in een netto accumulatievan sediment(Berendsen, 2005). De ligging van dit punt ligtnietvast maar isafhankelijkvan het debiet,de sedimentlastvan een rivieren de stijgingc.q. dalingvan de zeespiegel.Berendsen en Stouthamer (2001) vermoeden dat de 7 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

terrassenkruisingrond 4000 v. Chr. in de omgevingvan Winssen heeft gelegen. Daarna raakten de Laat-Pleistoceneen Vroeg-Holoceneafzettingenafgedekt met holocenerivierafzettingen en kon veenvormingoptreden op de plekken dieverder verwijderdvan de rivierlagen. Uiteindelijk raakte het laat-pleistocene dal opgevuld met holoceen sedimenten konden rivierenbuiten het oude volledige rivierdal treden. Geomorfologie Volgensde geomorfologischekaart van het rivierengebied van Cohen e.a. (2012) bevindt het plangebiedzich op 130 meter ten zuidenvan de nog steeds watervoerende Waal (bijlage4). Deze rivierkent zijn oorsprong vanaf circa 200 v.Chr. en heeft actiefsedimenten afgezet totdat deze bedijkt werd in de 11de en 12de eeuw (Cohen e.a., 2012). Naar verwachting bevindthet plangebiedzich op de oevers van deze rivier.Volgensde paleogeografischekaart van de gemeente Beuningen zijn er in het plangebiedkomafzettingenaanwezig, diezijn afgedekt door oeverafzettingenvan de Waal (bijlage3). Op de geomorfologischekaart is het plangebiedaangeduidals crevasserug (noord; kaartcode 3B47) en crevasse- of overloopgeul(zuid; kaartcode 22R44). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) iste zien dat de omgevingvan het plangebiedrelatief vlakis. Het maaiveldter plaatsevan het plangebiedlooptvanaf het zuiden richtinghet noorden op, van 7,9 tot 8,5 m +NAP.

Deze laagte isvermoedelijkveroorzaakt door de crevassegeuldie hierin de ondergrond aanwezig is. Lithologie en geologie Op basisvan een boring uit het Dinoloketdat isgezet op 25 m ten zuidwestenvan het plangebiedkan worden vastgesteld dat de ondergrond in de omgevingvan het plangebiedbestaat uiteen pakket sterk siltige tot zwak zandige kleitot 4,5 m -Mv (3,1 m +NAP; bron: www.dinoloket.nl,boring B39H2092; 176.964, 432.620 (RD)). De kleiis onderdeelvan de Formatievan Echteld en betreft holocene rivierafzettingen.Hieronderbevindtzich naar verwachtingzand alsonderdeelvan de Formatievan Kreftenheye (bron: www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen). Bodem Bodemkundigzijn in het plangebiedooivaaggrondengekarteerd (kaartcode Rd10A; bijlage4). Ditzijn rivierkleigronden met een weinigdonkergekleurde bovengrond. Daarnaast zijn ze tot op grote diepte homogeen bruin of grijsbruinen komen er geen slappe lagen voor hoog in de grond en evenmingrijze en roestvlekken. Het homogene karakter van de bovengrond wordt veroorzaakt door hoge biologische activiteit dievoor een aanzienlijke periode heeft plaatsgevonden. Dit kan enkel het gevalzijn indien het gaat om relatiefoude sedimenten,waar geen wateroverlastheeft opgetreden en waar het niet regelmatigwordt verstoord door landgebruik(De Bakker, 1966). Grondwatertrap De grondwatertrap iseen maat voor de vochttoestand in de bodem.

Informatie hieromtrentisvanuit archeologischeoptiekmet name relevantmet betrekkingtot het bepalenvan een verwachte mate van conserveringvan eventuelearcheologischeresten in het plangebied.In het plangebiediseen grondwatertrap VI gekarteerd. Een grondwatertrap VI duidtover het algemeen op droge gronden waarbijde GemiddeldHoogste Grondwaterstand (GHG) zichtussen de 40 en 80 cm -Mv bevindten de GemiddeldLaagste Grondwaterstand (GLG) onder de 120 cm -Mv aangetroffen wordt. Ditbetekent dat eventuele(onverbrande) organische, archeologischeresten niet bewaard zullenzijn gebleven binnen de 120 cm -Mv. Onder de 40 cm -Mv zullenze waarschijnlijk (geheel)gedegradeerd zijn door een schommelendewaterstand. Anorganischeresten kunnen daarentegen welgoed bewaard zijn gebleven. 8 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

V

7. Archeologische verwachting en bekende waarden Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Archeologische verwachting Het plangebiedheeft volgenshet centraal archeologischinformatiesysteem(Archis3)van de Rijksdienstvoor het CultureelErfgoed (RCE) geen archeologischwettelijkbeschermde status. Ook staat het nietopgenomen op de ArcheologischeMonumentenKaart (AMK). Op de gemeentelijke verwachtingskaartisaan het terrein een hoge archeologischeverwachtingtoegekend vanwege de ligging op een crevasserug (Heunks en Van Hemmen, 2007). Bekende waarden In het plangebiedzijnvoor zover bekend in het verledengeen archeologischewaarnemingengedaan en heeft in het verleden nieteerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgevingvan het plangebied zijn een aantal onderzoeksmeldingenen vondstmeldingenbekend. De resultaten hiervan worden in dit hoofdstuk besproken. ^

^

^

^

60 m ten westen van het plangebied,in het middenvan de Jan Libottéstraat, isde vondst van een boomstamwaterput uitde Middeleeuwen.De vondstomstandigheden zijn nietvermeld (vondstmelding3101281100). 160 m ten noorden van het plangebiedzijntwee vondstmeldingenbekend. Het betreft een oude woongrond uitde Middeleeuwen.Aan het maaiveldzijn scherven uitde Vroege en Late Middeleeuwenopgeraapt. Ook is er een duidelijke verhogingaan het maaiveldzichtbaar,dat erop wijstdat er een oude woongrond op de stroomrug aanwezig is(vondstmelding2814275100 en 3108726100). 460 m ten westen van het plangebiediseen AMK- terreinvan hoge waarde aanwezig (nr. 4606). Ditbetreft een terrein met sporen van bewoning uitde Romeinsetijd. Het betreft een oude woongrond, waarbijhandgevormd en gedraaid aardewerk uitde Romeinsetijd isgevonden. o Directten noorden van ditterrein is een vondsmeldinggemaakt (3108734100). De vondsten zijn afkomstig uiteen profielkuil, gegraven bijeen nietarcheologischeveldkartering.Het betreft vierscherven uitde Midden RomeinseTijden een scherf uitde Late Middeleeuwen De vondsten zijn gedaan op 65 cm -Mv. o In het noordelijkgedeeltevan het AMK-terrein heeft er archeologischvooronderzoek plaatsgevondendoor middelvan boringen. De ondergrond bestaat uitmeerdere fases van activiteit van de Waal stroomrug, bestaande uitoverslagafzettingenop oeverafzettingen op crevasseafzettingen.

Er ontbreken archeologischelagen en indicatorenen hierom is de verwachting naar laag bijgesteld(Van der Kuijl,2015; onderzoeksmelding3978821100). 480 m ten westen van het plangebied,aan de Molenstraat20, is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. In de ondergrond zijn komafzettingenwaargenomen. In de top van de natuurlijkeondergrond iseen laag kleiaanwezigmet verhoogde siltigheid. Ditbetreft vermoedelijkeen restant van oeverafzettingenvan de Waal. De top isvergraven geraakt tijdens de inrichting van het terrein. Hierom isde archeologischeverwachtinglaag (Lepage, 2019; onderzoeksmelding4649841100). 9 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

^

^

^ ^

^

^

^

^

430 m ten westen van het plangebiediseen vondstmeldingbekend. Het betreft een oude woongrond, dat tussen inbraakgeulenligt.Er zijn enkelefragmenten aardewerk uitde Late Middeleeuwenaangetroffen. Er wordt echter vermeld dat het een ongunstige locatiebetreft voor het zoeken naar oppervlaktevondsten (vondstmelding3101273100). 230 m ten westen van het plangebied,aan de Hendrikde Haardtstraat, iseen archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Bijditonderzoek isvastgesteld dat er komafzettingen onder oeverafzettingen aanwezigzijn. In de basisvan de oeverafzettingenzijnfosfaatvlekken waargenomen en kleinefragmenten metaalslaken baksteenspikkels.Ditwijstmogelijkop de aanwezigheidvan een vindplaatsin de oeverafzettingen. Deze vondsten zijn gedaan op circa 140 cm -Mv (Stiekema, 2006; onderzoeksmelding2118355100). 140 m ten westen van het plangebiediseen vondstmeldinggeregistreerd van fragmenten kogelpoten handgevormd aardewerk uitde 13e - 14e eeuw (vondstmelding2724770100). 200 m ten zuidenvan het plangebiedis in het kader van het uitgavenvan waterbergingen een archeologischproefsleuvenonderzoeken opgraving uitgevoerd. De ondergrond bestaat uit komafzettingen,waarinzichtwee vegetatieniveaushebben gevormd. In deze niveaus(op circa 92 -172 en 59 - 113 cm -Mv) zijn archeologischevondsten uitde periode Bronstijden Romeinsetijd aangetroffen.

Deze worden afgedekt door oeverafzettingen en crevasseafzettingen. Ook iser een crevassegeul aanwezigdiezich in de oeverafzettingen insnijdt.Archeologischeresten uitde periodeVroege Middeleeuwenbevinden zich directonder de moderne bouwvoor (circa 30 cm Mv). De vindplaatsenuitde periode Bronstijd en Romeinsetijd zijn alsniet behoudenswaardig benoemd (Hendriksen, 2019; onderzoeksmelding4720115100). De vindplaatsuitde Vroege Middeleeuweniswel behoudenswaardig en deze isvoorafgaand aan de werkzaamheden opgegraven (onderzoeksmelding4720115100). 211 m ten zuidenvan het plangebied,aan de Leegstraat, heeft een archeologischvooronderzoek plaatsgevonden (onderzoeksmelding2228775100). Het onderzoeksrapport is nietopenbaar raadpleegbaar, maar er wordt meldinggemaakt dat in de boringen ijzerslakuitde RomeinseTijd en aardewerkfragmenten uitde Vroege Middeleeuwen- NieuweTijdzijngevonden (Nillesen e.a., 2010). Er heeft tevens een proefsleuvenonderzoekin het plangebiedplaatsgevonden (onderzoeksmelding2264009100). Er zijn enkelesporen en vondsten gedaan uitde Volle Middeleeuwen,die nietwijzen op een nederzettingsterreinmaar in het context staan van een actieflandbouwgebruik(Loopiken Claeys, 2010). 350 m ten zuidenvan het plangebiedheeft aan de Karmijn een verkennend booronderzoek plaatsgevonden (onderzoeksmelding2099459100 en 2359006100).

In het gebied bestaat de bodemopbouw uitoever- op komafzettingen. Op een dieptevan 5.50-6.0 m +NAP isgrof zand aangetroffen wat duidtop stroomrugafzettingen. In een aantal boringen zijn archeologische indicatorenaangetroffen (o.a. houtskool, puin, mortel en aardewerkscherven). Op basisvan de vondsten is de verwachting dat er mogelijkarcheologischewaarden in het gebied aanwezigzijn uitde IJzertijd- Romeinsetijd tussen 110 cm en 150 cm -Mv. Ter hoogte van de boringenmet archeologischeindicatoreniseen aanvullendbooronderzoek uitgevoerd. In twee extra boringen werden ook archeologischeindicatorenaangetroffen (Ras en Van Wilgen,2006). 320 m ten zuidoostenvan het plangebied,aan de NotarisStephanus Roesstraat 16, is een archeologischvooronderzoek uitgevoerd. In ditgebied is in het westen een geul tot minimaal5,0 m -Mv aangetroffen. In het oosten zijn rivierafzettingenonder een verstoringspakketvan 150 cm aanwezig. Er zijngeen (intacte)archeologischelagen aanwezig (Lepage en Melman, 2019; onderzoeksmelding4714535100). 375 m ten oosten van het plangebied,aan de Ingenieurvan Stuivenbergweg, heeft een verkennend booronderzoek plaatsgevonden (onderzoeksmelding2440273100). De ondergrond bestaat uitoeverafzettingen op beddingafzettingen.De top van de beddingafzettingenvan de Waal ligtop circa 220 cm -Mv.

In het midden en in het noorden ligtop de oeverafzettingen een 10 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

omgewerkte en opgehoogde laagvan 70 tot 120 cm dik. In het zuiden isde oorspronkelijke bodemopbouw verstoord tot minimaal150 cm diep. (Hanemaaijeren Eimermann, 2014).

11 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historische bebouwing

Nee

Historisch gebruik

Boomgaard

Huidig gebruik

Grasland

Bodemverstoringen

Mogelijkdoor landbewerking,bouw- en sloopwerkzaamheden

Historische achtergronden Het plangebiedligtin de dorpskern van Winssen diein de 13e eeuw werd gesticht (Van Berkel en Samplonius,2006). De dorpskern ligtvrijdichttegen de Waaldijkaan. Ditis het gevolgvan een dijkdoorbraakin de Late Middeleeuwenwaarbijhet noordelijkedeelvan het oorspronkelijkedorp verwoest isgeweest en de dijklaterlangsde dorpskern is aangelegd (Schulte, 1982). Hierdoorisde dorpsstructuur in de Late Middeleeuwenverlegd naar het zuiden. Verder is op de cultuurhistorische kaart van de gemeente Beuningente zien dat ten zuiden van het plangebiedeen smallerestgeulvan een crevasse aanwezig. De oude wegstructuren volgen deze geul. Langs de geul iseen weg aanwezig,waar na het dichtslibben van de geul bewoningis ontstaan, in iedergevalin de NieuweTijd,te zien aan de Kadastrale Minuutplanuit 1811- 1832 (figuur3). Het plangebiedzelfisechter niet bebouwd en volgensde oorspronkelijkeaanwijzendetafel (OAT) in gebruikals boomgaard (bron: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Deze situatieblijfthetzelfde totdat vanaf 1955 bebouwing in het plangebiedwordt weergegeven. Het betreffen twee gebouwen in het westen en in het oosten. Deze gebouwen zijn ten tijdevan het veldonderzoek reeds gesloopt. Huidig gebruik en bodemverstoringen Ten tijdevan onderhavigonderzoek is het plangebiedonbebouwd en in gebruikalsgrasland.Tussen circa 1955 en 1997 is het plangebiedbebouwd geweest.

Er zijngeen bouwtekeningenvoorhanden van deze voormaligebebouwing,waaraan kan worden afgeleidin hoeverre er sprake isvan een bodemverstoringonder deze gebouwen. De verwachting isdat in de bovengrond verstoringen te verwachten kunnen zijn door bouw- en sloopwerkzaamheden. Er zijn verstoringente verwachten door een dijkdoorbraakdie in de Late Middeleeuwenheeft plaatsgevonden. Door de kracht van de dijkdoorbraakheeft mogelijkerosievan de oorspronkelijketop van de oevers van de Waal plaatsgevonden (Schulte, 1982). De overslagafzettingenkunnen echter ook gezorgd hebben voor een afdekkingvan deze oeverafzettingen en daarom juisteen beschermende werkinghebben gehad. In het plangebiedkunnen verstoringen hebben plaatsgevonden door het agrarische landgebruik,door bijvoorbeeldhet planten en rooienvan fruitbomen. In het Bodemloketstaat het plangebiedaangeduid als 'voldoendeonderzocht/gesaneerd' (bron: www.bodemloket.nl).Volgensde gegevens heeft hierin 2009 een verkennend booronderzoek plaatsgevonden. Er wordt geen saneringgenoemd en hierom wordt er geen verstoringdoor saneringswerkzaamhedenverwacht. Er zijngeen kabels-en leidingen aanwezig in het plangebiedvolgensde KLIC. Er isgeen vergunningafgegeven voor het ontgronden van het plangebied(bron: ontgrondingenkaart provincieGelderland).

12 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

176900

177000

177100

177200

177100

177200

150 m 176900

177000

Figuur 3: Uitsnede van de kadastrale Minuutplan uit 1811-32. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: Beeldbank RCE.

176900

177000

177100

150 m 176900

177000

177100

Figuur 4: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

13 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

177000

176900

* « “

KJ

177100

- *f a

j

176900

lí

150 m 177000

177100

Figuur 5: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1900. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

176900

177000

177100

176900

177000

177100

Figuur 6: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1930. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

14 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

176900

177000

177100

176900

177000

177100

Figuur 7: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1955. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

176900

177000

177100

176900

177000

177100

Figuur 8: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1980. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

15 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

176900

177000

177100

176900

177000

177100

Figuur 9: Detailuitsnede van een topografische kaart uit 1997. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl.

177000

177000

Figuur 10: Recente luchtfoto van het plangebied. Bron: www.pdok.nl.

16 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden

Middelhoog Hoog

Periode

Laat-Paleolithicum - Bronstijd IJzertijdt/m Late Middeleeuwen

Complextypen Stratigrafische positie

Nederzettingen, sporen van landgebruik, grafvelden Vanaf maaiveld In de top van de afzettingenvan Kreftenheije, op bewoonbare komafzettingen, binnen oeverafzettingenvan de Waal en op overslagafzettingen(indienaanwezig)

Aanwezigheid en dichtheid De archeologischeverwachting in het plangebiedhangt met name samen met de ligging van het plangebiedop de oevers of crevasse van de Waal. De oevers van de Waal zijn mogelijkvanaf de vormingervan in de IJzertijd een gunstige locatievoor bewoninggeweest. De oevers hebben zich kunnen vormen totdat het gebied bedijktwerd in de Late Middeleeuwen.In de Late Middeleeuwen heeft bijWinssen een dijkdoorbraakplaatsgevonden,waardoor een deelvan het gebied overspoeld is geraakt. Ook in de omgevingvan het plangebiediseen overslagdekaangetroffen. Archeologische resten uitde Late Middeleeuwenen Nieuwetijd kunnen zodoende ook op de overslagafzettingen worden aangetroffen. Bekende archeologischewaarden uitdeze periode kenmerken zichvoornamelijk door bewoningsresten op verhoogde huisplaatsen,zoals bijonderzoeken in de omgevingzijn aangetoond. De archeologischeverwachtingvoor de periode IJzertijd - Late Middeleeuwenis hierom hoog. Ditiswel afhankelijkvan welkegevolgen de dijkdoorbraak uitde Late Middeleeuwenop de oeverafzettingen heeft gehad. Een dijkdoorbraakkan namelijkzorgen voor erosie, en daarmee een verstoringvan het archeologischrelevante niveau. De dijkdoorbraakkan ook voor een afdekkingvan de oevers hebben gezorgd, die het archeologischrelevanteniveaujuistheeft behoed voor moderne verstoringen.

Ook bevindthet plangebiedzich langseen overloopgeul.De geulen zelfzijn vermoedelijk te nat geweest voor bewoning, maar erlangskan welgoed bewoning hebben plaatsgevonden,zoalsin de omgevingvan het plangebiedreeds is aangetoond. Voor de periode Nieuwetijd kan een lage archeologischeverwachtingworden aangehouden, aangezien er op historischkaartmateriaalgeen bebouwing isingetekendter plaatsevan het plangebied.Ook ontbreken aanwijzingenvoor de aanwezigheidvan een woonheuvel op het AHN. Op basisvan het bureauonderzoek geldtin het plangebiedeen middelhogeverwachtingvoor de periode Laat-Paleolithicum - Bronstijd. In de omgevingvan het plangebiedzijn enkelearcheologische vondsten uitdeze periodegedaan. Deze bevinden zich op relatiefhooggelegen terrassen in de top van de pleistoceneafzettingenvan Wijchen of op vegetatieniveausin de holocene komafzettingen. Uitde periode Laat-Paleolithicum en Mesolithicumkunnen archeologischewaarden aanwezigzijn op de top van de pleistoceneafzettingen. Stratigrafische positie In het plangebiedzijn drie potentiëlearcheologischeniveauste onderscheiden: ^ De top van de pleistoceneafzettingen betreffen het archeologischrelevante niveau voor de periode Laat-Paleolithicum en Mesolithicum.Deze bestaan ofwel uitpleistocene 17 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

^

^

beddingafzettingen(Formatievan Kreftenheije) of uitvroegholocene komafzettingen (Laagpakket van Wijchen). Op de pleistoceneafzettingen zijn naar verwachting laatholocenekomafzettingen aanwezig. Over het algemeen vormen komafzettingengeen gunstige ondergrond voor bewoning. In de omgeving van het plangebiedzijn echter wel vegetatieniveausaangetroffen, waarop ook archeologische resten aanwezigzijn. Deze niveaus kenmerken zich door een gerijpte, donkergekleurdeen humeuze laag binnen de komafzettingen. De oeverafzettingenvan de Waal zijn een archeologischrelevant niveauvoor de periode IJzertijdNieuwetijd. Deze kunnen zich directvanaf de moderne bouwvoor bevinden. Het is echter ook goed mogelijkdat er meerdere niveaus binnen de oeverafzettingen aanwezigzijn. Het plangebied bevindtzich namelijkdirectnaast een overloopgeul,van waaruitook sedimentatieheeft kunnen plaatsvinden.Ook is mogelijkeen pakket overslagafzettingenafgezet tijdenseen dijkdoorbraakin de Late Middeleeuwen.Alser sprake isvan de aanwezigheidvan overslagafzettingen,dan vormen deze de archeologischrelevantelaagvoor de periode Late Middeleeuwen- Nieuwetijd. Deze afzettingen zijn namelijkgevormd in de Late Middeleeuwenen hebben na herbedijkingvan de Waal een bewoonbaar niveaugevormd.

Complextypen In het plangebiedworden in principenederzettingsterreinen,sporen van landgebruiken grafvelden verwacht. Nederzettingsterreinenin het rivierengebied zouden zich kunnen kenmerken door een cultuurlaagof dichtevondstenstrooiing,hetgeen met name te danken is aan de langdurigheid van bewoning op een bepaalde plek. In een vochtigeomgeving alsdievan het rivierengebied was de bewegingsruimtevoor nederzettingen namelijknietal te groot, waardoor bewoningvaak geconcentreerd bleefop vaste plekken. Daarentegen zullensporen van landgebruik(waaronder ook grafvelden) zichjuistkenmerken door grondsporen en verkleuringenin de bodem en in veel mindere mate door de aanwezigheidvan vondstmateriaal.Derhalvekan over de aanwezigheidvan laatstgenoemdecomplexenenkel uitsprakengedaan worden op basisvan de mate van intactheidvan de bodem. Over de aanwezigheidvan laatstgenoemdecomplexen kan enkel uitspraakgedaan worden op basis van de mate van intactheidvan de bodem. Deze is naar verwachtingin delen van het plangebieddoor landbouwwerkzaamhedenaangetast, maar in hoeverre daardoor eventueelaanwezigearcheologische resten verdwenen zijn, is nietbekend. Hierom is een verkennend booronderzoek in het plangebied uitgevoerdom hierovermeer uitspraken te kunnen doen.

18 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek Het doelvan het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerdearcheologischeverwachting in het plangebied,zoalsdeze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe isin het plangebiedeen verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het Plan van Aanpak; Melman,2021). De boringen zijn daarbij gebruiktom de landschappelijke ligging, de bodemopbouw en de mate van intactheidhiervante bepalen. Hiermeewordt inzichtverkregen in de gebruiksmogelijkheden voor de mens in het verleden. Op basisvan deze gegevens wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen zoalsopgesteld in hoofdstuk 2 van ditrapport. In totaal zijn in het plangebiedvijfboringengezet (boringen 1-5). De boringen hebben een dieptevan maximaal500 cm -Mv en zijn handmatiggezet met behulpvan een Edelmanboormet een diametervan 7 cm. Onder het grondwater isgebruikgemaakt van een steekguts met een diametervan 3 cm. De boringen zijngefotografeerd en beschreven volgensde NEN5104 en de ArcheologischeStandaard Boorbeschrijvingsmethode(ASB; SIKB 2008). Foto's van een aantal boringen zijn opgenomen in bijlage11, de beschrijvingenin bijlage12.

Na beschrijvingzijn de monsters handmatig doorzocht op de aanwezigheidvan archeologischeindicatoren.De locatievan de boringen is met een meetlintbepaald aan de hand van de bestaande topografie in het plangebied.De hoogteligging van de boringen is bepaald aan de hand van het AHN (bijlagen5 en 6). Veldwaarnemingen Het plangebiedisten tijdevan het veldonderzoekgeheel begroeid met gras. Het maaiveldloopt zichtbaarietsaf richtingde Leegstraat. Foto's van het plangebiedzijn weergegeven in figuur11.

mKw

ĩ-

. v.v-

V;

Figuur 11. Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek.

19 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

Ondergrond en lithologie Onder in de boringen, tot minimaal500 cm -Mv, iseen pakket matigtot sterk siltigekleiaanwezig. Het is bruinvan kleuren kalkloos.De afzettingen zijn geïnterpreteerdalskomafzettingen. De top van de komafzettingen iszeer stevig, donkergekleurden zwak humeus. Het is hierom geïnterpreteerdalseen vegetatiehorizont.De top van deze vegetatiehorizontisaangetroffen op een dieptevan 170 - 260 cm Mv (5,4 - 6,6 m +NAP). De komafzettingen worden afgedekt door een pakket zwak tot matig zandige, bruingrijzeklei.De klei is kalkrijken bevat roest- en mangaanvlekken. De afzettingen zijn matigstevig. In boring4 en 5 kenmerkt het pakket zich door zand- en kleilagen.In boring 1 tot en met 3 ontbreken deze. De afzettingen zijngeïnterpreteerd alscrevasseafzettingen vanuitde Waal. De zand- en kleilagen wijzen op wisselendestroomsnelheden, die kenmerkend zijnvoor geulachtigeomstandigheden. In het zuiden van het plangebiedheeft de crevasse zich ingesneden in de komafzettingen,gezien het gegeven dat in boring4 tot een minimaledieptevan 350 cm -Mv (4,4 m +NAP) zandigekleimet zandlagenaanwezig is. In de overige boringen isde top van de komafzettingen nog wel intacten zijn deze afgedekt met crevasseafzettingen. In de top van de crevasseafzettingen iseen matigtot zwak humeus niveau aanwezig. De kleuris donker(bruin)grijs.Het is matigstevigen bevat roestvlekken.

In boring4 isgrind en houtskool aanwezig. Ditbetreft een vegetatiehorizontop de top van de crevasseafzettingen. De top bevindtzich op een dieptevan 70 - 95 cm -Mv (7,1 - 7,5 m +NAP) in boringen 1, 4 en 5. In boring 2 en 3 ontbreekt ditniveau. Scherp op de crevasseafzettingen iseen laag sterk zandigekleiaanwezig. Het is matig humeus en donkerbruingrijs.De kleibevat zandbrokken en plantenresten. Ook zijn er fragmenten modern, rood baksteenpuin, mortel, en grind in aangetroffen. Ditbetreft een moderne verstoringslaagin de oorspronkelijkeoverslagafzettingen.De diktevan het moderne verstoringspakketis 70 tot 160 cm Mv. Archeologische interpretatie Op basisvan het veldonderzoekisvastgestelddat er twee vegetatieniveausin de ondergrond aanwezigzijn. Het diepstevegetatieniveauheeft zichgevormd in de top van de komafzettingen en bevindtzich op een dieptevan 170 - 260 cm -Mv (5,4 - 6,6 m +NAP). Ditvegetatieniveauiseen oud loopniveaudat geschiktisgeweest voor bewoningen landgebruik.Aangezien het zich heeft gevormd in holocene komafzettingen, onder crevasseafzettingenvanuitde Waal. Op basis hiervan bestaat in dit niveau een verwachting op archeologischeresten uitde periode Neolithicum- Bronstijd. De verwachtingis hoog, aangezien er in de omgeving ook voorbeeldenvan bewoning uitdeze periodes bekend zijn.

In boring4 is ditniveau verstoord geraakt door erosiedoor de aanwezigheidvan een crevassegeul. Hierworden geen resten ouder dan de IJzertijd verwacht. Het tweede vegetatieniveaubevindtzich in de top van de crevasseafzettingen op een dieptevan 70 95 cm -Mv (7,1 - 7,5 m +NAP). Er kunnen in ditniveau in theorievindplaatsenuitde periode IJzertijd Late Middeleeuwenaangetroffen worden. De verwachtinghierop is hoog aangezien het plangebied zich langseen overloopgeulbevindten aangezien er in de omgeving al relatiefveelvindplaatsenuit deze periodesbekend zijn. In boring2 en 3 ontbreekt een bodemniveau in de top van de afzettingen. In boring 3 iseen verstoringslaagtot 80 cm -Mv (7,5 m +NAP) aanwezig. Het humeuze niveau in de andere boringen bevindtzich rond dezelfdehoogte en hierom is het de verwachting dat een eventueel sporenvlakhiernog wel intactis. Ter plaatsevan boring3 iseen verstoringtot 160 cm -Mv aangetroffen. De aard en omvang van deze verstoringisonbekend. De verwachting isdat het een relatiefkleineverstoringbetreft, aangezien de overigeboringenwel intactis. Hierom blijftde hoge verwachtingin deze hoek behouden. 20 transect:archeologie, erfgoed,ruimte

V

Archeologischeresten uitde periode Laat-Paleolithicum - Mesolithicum worden verwacht in de top van de pleistoceneafzettingen, ofwel de terrasafzettingen of komafzettingenvan de Laag van Wijchen. In/Op deze afzettingen ontbreken vegetatieniveaus.De pleistoceneafzettingen bevinden zich ook relatieflaag, lagerdan 500 cm -Mv, waardoor het aannemelijkis dat de top van het niveau relatiefnat geweest is. Daarmee is het onwaarschijnlijk dat het een gunstige locatievoor bewoning heeft gevormd en kan de verwachtingnaar laagworden bijgesteld. Voor wat betreft de periode Nieuwetijdwas de archeologischeverwachtingreeds laagvanuithet bureauonderzoek. Op basisvan de boringen is deze verwachtingbevestigd. De top van de ondergrond, bestaande uitoverslagafzettingen,is recent verstoord geraakt. Deze verstoringhangt mogelijksamen met bouw- en sloopwerkzaamhedenin het verleden. De verstoorde laagbestaat vermoedelijkuit overslagafzettingendietijdenseen dijkdoorbraakin de Late Middeleeuwenisafgezet.

21 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? In het plangebiedzijn in de ondergrond komafzettingen aanwezig. Vanaf de Ijzertijdzijn deze komafzettingenafgedekt door crevasseafzettingen uitde Waal. In de Late Middeleeuwenheeft een dijkdoorbraakplaatsgevonden,waardoor er overslagafzettingenzijn afgezet in het plangebied.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In de top van de komafzettingen iseen vegetatieniveauaanwezig. Dit niveau bevindtzich op een dieptevan 170 - 260 cm -Mv (5,4 - 6,6 m +NAP). In de top van de crevasseafzettingenis ook een vegetatieniveauaanwezig dat zich op een dieptevan 70 - 95 cm -Mv (7,1 - 7,5 m +NAP) bevindt.

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Scherp op het vegetatieniveauin de top van de crevasseafzettingen iseen modern verstoringspakketaanwezig. Ditverstoringspakket reikttot in de overslagafzettingen,maar heeft het archeologischrelevante niveau zelfnietof nauwelijksaangetast. Een uitzondering hierop betreft de meest noordoostelijkehoek. Hieriseen verstoringtot 160 cm -Mv aangetroffen. De aard van de verstoringisonbekend.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Voor de periode Laat-Paleolithicum - Mesolithicumkan een lageverwachtingworden aangehouden. In de pleistoceneafzettingenontbreken bodemniveausdieerop wijzen dat de afzettingen langere periodedroog genoeg waren voor bewoning. Voor de periode Neolithicum - Bronstijdgeldteen hoge archeologischeverwachtingvanwege de aanwezigheidvan een vegetatieniveauin de top van de (holocene) komafzettingen. Ditniveau is droog genoeg geweest voor bewoningen/of landgebruiken in de omgevingvan het plangebiedzijn enkele voorbeelden bekend van archeologischesporen en vondsten in ditniveau. In het zuidoosten van het plangebiediseen crevassegeulactiefgeweest, diedit niveaugeërodeerd heeft. Vanaf de Ijzertijd zijn de komafzettingen afgedekt geraakt met crevasseafzettingen. In de top van de crevasseafzettingenis een vegetatiehorizontaanwezigdat een loopniveauuitde periode Ijzertijd- Late Middeleeuwenbetreft. De verwachtingop de aanwezigheidvan archeologische resten in ditniveau is hoog. Voor de periode Nieuwetijdgeldteen lagearcheologische verwachting. Ditisgebaseerd op het ontbreken van bebouwingop historischtopografische kaarten en de moderne verstoringvan de overslagafzettingen.

22 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

12. Conclusie en Advies Conclusie Op basisvan het bureauonderzoek geldtvoor het plangebiedeen hoge archeologischeverwachting - Bronstijdgeldt voor de periode IJzertijd- Late Middeleeuwen.Voor de periode Laat-Paleolithicum een middelhogearcheologischeverwachting. In de omgevingvan het plangebiedzijn enkele archeologischevondsten uitdeze periodegedaan. Deze bevindenzich op relatiefhooggelegen terrassen in de top van de pleistoceneafzettingen van Wijchen of op vegetatieniveausin de holocene komafzettingen. De archeologischeverwachtingin het plangebiedhangt met name samen met de ligging van het plangebiedop oevers of een crevasse van de Waal. De oevers van de Waal zijn mogelijk vanaf de vorming ervan in de IJzertijd een gunstige locatievoor bewoninggeweest. De oevers hebben zich kunnen vormen totdat het gebied bedijktwerd in de Late Middeleeuwen.In de Late Middeleeuwenheeft bijWinssen een dijkdoorbraakplaatsgevonden,waardoor een deel van het gebied overspoeld isgeraakt. Ook in de omgevingvan het plangebiediseen overslagdekaangetroffen. Archeologischeresten uitde Late Middeleeuwenen Nieuwetijd kunnen zodoende ook op de overslagafzettingenworden. De archeologischeverwachtingvoor de periode IJzertijd - Late Middeleeuwenis hierom hoog.

Het plangebiedbevindtzich langseen overloopgeul.De geulen zelfzijn vermoedelijkte nat geweest voor bewoning, maar erlangs kan wel bewoning hebben plaatsgevonden, zoalsin de omgevingvan het plangebiedreeds isaangetoond. Voor de periode Nieuwetijdgeldteen lagearcheologischeverwachting, aangezien er op historischkaartmateriaalgeen bebouwing is ingetekendter plaatsevan het plangebied. Op basisvan het veldonderzoekisvastgestelddat er twee vegetatieniveausin de ondergrond aanwezigzijn. Het diepstevegetatieniveauheeft zichgevormd in de top van de komafzettingen en bevindtzich op een dieptevan 170 - 260 cm -Mv (5,4 - 6,6 m +NAP). Op ditniveau bestaat een verwachtingop archeologischeresten uitde periode Neolithicum- Bronstijd. De verwachtingishoog, aangeziener in de omgeving ook voorbeeldenvan bewoning uitdeze periodes bekend zijn. Het tweede vegetatieniveaubevindtzich in de top van de crevasseafzettingen op een dieptevan 70 - 95 cm -Mv (7,1 - 7,5 m +NAP). Er kunnen in ditniveau in theorievindplaatsenuitde periode IJzertijd Late Middeleeuwenaangetroffen worden. De verwachtinghierop is hoog aangezien het plangebied zich langseen overloopgeulbevindten aangezien er in de omgeving al relatiefveelvindplaatsenuit deze periodesbekend zijn.

Archeologischeresten uitde periode Laat-Paleolithicum - Mesolithicum worden verwacht in de top van de pleistoceneafzettingen, ofwelde terrasafzettingen of komafzettingenvan de Laag van Wijchen. Op deze afzettingen ontbreken vegetatieniveausen hierom kan deze verwachtingnaar laagworden bijgesteld.De lageverwachtingvoor de periode Nieuwetijd in het plangebiedisbevestigd door het booronderzoek. De overslagafzettingenzijn verstoord geraakt bij recente bouw- en sloopwerkzaamheden.

Advies In het plangebiedbestaat het voornemen om het bestemmingsplante wijzigenen woningente realiseren.Op basisvan het vooronderzoek geldteen hoge archeologischeverwachtingvoor de periode IJzertijd- Late Middeleeuwenvanaf een dieptevan 70 cm -Mv en een hoge verwachtingvoor de periode Neolithicum - Bronstijdvanaf een dieptevan 170 cm -Mv. Wijadviseren om de hoge archeologischeverwachtingop te nemen in het bestemmingsplan.Geadviseerdwordt om de verwachtingaanvullendte toetsen met een karterend en waarderend archeologischonderzoek naar beidearcheologischeniveaus. Het vervolgonderzoek kan het beste plaatsvindenin de vorm van een proefsleuvenonderzoek(IVO-P). Voor het proefsleuvenonderzoekiseen Programma van Eisen (PvE) noodzakelijkdat door de gemeente is beoordeeld en goedgekeurd. 23 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advieszal het bevoegd gezag (de gemeente Beuningen)een besluitnemen over de daadwerkelijkeomgang met eventueelaanwezigearcheologischewaarden binnen het plangebied.

24 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden ^ ArcheologischeMonumenten Kaart (AMK), Rijksdienstvoor Cultureelerfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. ^ ArcheologischInformatieSysteem III (Archis3), Rijksdienstvoor Cultureelerfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. ^ Beleidskaartvan de gemeente Beuningen ^ Verwachtingskaartvan de gemeente Beuningen ^ Paleogeografischekaart van de gemeente Beuningen ^ Cultuurhistorische kaart van de gemeente Beuningen ^ www.ahn.nl ^ www.ruimtelijkeplannen.nl • www.bodemloket.nl ^ www.dinoloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • topotijdreis.nl Afbeeldingenlijst Figuur 1: Liggingvan het plangebied(met rode lijnenaangegeven; bron kaart: www.pdok.nl)..............4 Figuur2: De beoogde toekomstigeindeling in het plangebied.Bron: Buro Waalbrug........................... 5 Figuur3: Uitsnedevan de kadastrale Minuutplanuit 1811-32. Het plangebiedis met rode lijnen weergegeven. Bron: Beeldbank RCE....................................................................................................... 13 Figuur4: Detailuitsnede van een topografischekaart uit 1880. Het plangebiedis met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl............................................................................................... 13 Figuur5: Detailuitsnede van een topografischekaart uit 1900. Het plangebiedis met rode lijnen weergegeven.

Bron: www.topotijdreis.nl .................................................................................................14 Figuur6: Detailuitsnede van een topografischekaart uit 1930. Het plangebiedis met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl .................................................................................................14 Figuur7: Detailuitsnede van een topografischekaart uit 1955. Het plangebiedis met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl .................................................................................................15 Figuur8: Detailuitsnede van een topografischekaart uit 1980. Het plangebiedis met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl .................................................................................................15 Figuur9: Detailuitsnede van een topografischekaart uit 1997. Het plangebiedis met rode lijnen weergegeven. Bron: www.topotijdreis.nl .................................................................................................16 Figuur 10: Recente luchtfotovan het plangebied. Bron:www.pdok.nl.................................................. 16 Figuur 11. Foto's van het plangebiedten tijdevan het veldonderzoek...................................................19 Literatuur ^ ^ ^ ^

Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade Bennema, J. en L.J. Pons, 1952, Donken, fluviatiel Laagterras en Eemzee-afzettingen in het westelijk gebied van de grote rivieren.Boor en Spade 5: 126-137 Berendsen, H.J.A., 2005. LandschappelijkNederland,Assen Berendsen, H.J.A. en E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical developmentof the RhineMeuse delta, the Netherlands. Assen. 25 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

^ ^ ^

^ ^ ^ ^ ^

^ ^ ^ ^ ^ ^

Berkel,G. van, en K. Samplonius,2006. Nederlandse plaatsnamen en herkomst en historie. Utrecht: Het Spectrum Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik,A.H. Geurts, 2012. DigitaalBasisbestand Paleogeografievan de Rijn-Maas Delta. Dept. FysischeGeografie. Universiteit Utrecht. DigitaleDataset Hanemaaijer, M., en E. Eimermann, 2014. Ir. van Stuivenbergweg39, Winssen,gemeente Beuningen:een bureau- en inventariserendveldonderzoekin de vorm van boringen. Bureau voor ArcheologieRapport 2014.43 Hendriksen, M.T.C., 2019. Waterberging Kennedysingelte Winssen,gemeente Beuningen, archeologischvooronderzoek. Proefsleuvenonderzoek. RAAP-rapport 4115. Heunks, E., en F. van Hemmen, 2007. Gemeente Beuningen; een archeologischeen inventarisatie.RAAP-rapport 1603. cultuurhistorische Kuijl,E.E.A., van der, 2015. Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Haneman 2a te Winssen. HamalandAdviesrapport Lepage, H.A.S., 2019. Winssen, Molenstraat20, gemeente Beuningen (GD). Archeologisch bureauonderzoek en inventariserendveldonderzoek,verkennende fase. Transect-rapport 1945. Lepage, H.A.S. en J.G.E. Melman,2019. Winssen, NotarisStephanus Roesstraat 16. Gemeente Beuningen (GD). Een ArcheologischBureauonderzoek (BO) en InventariserendVeldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect-rapport 2260. Loopik,J. en J. Claeys, 2010.

Beuningen- Winssen, plangebiedLeegstraat Een Inventariserend Veldonderzoekin de vorm van proefsleuven. ADC Rapport 2204. Melman,J.G.E., 2021. Plan van Aanpak. Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Winssen, Leegstraat - Kerkpad. Transect, Nieuwegein. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema,W.E. Westerhof, en T.E. Wong. De ondergrond van Nederland. Houten, 2003. Ras, J. en L.R. van Wilgen,2006. Inventariserendveldonderzoekdoor middelvan grondboringen Locatie Hensen, Winssen. SOB Research-rapport 1191-0510 Schulte, A.G., 1982. Het Rijkvan Nijmegen. Westelijkgedeelte. Staatsuitgeverij,Den Haag, Rijksdienstvoor de Monumentenzorg. Stiekema, M., 2006. Winssen- Hendrikde Haardtstraat 13, een inventariserendveldonderzoekin de vorm van boringen. ADC Rapport 647.

26 transect: archeologie, erfgoed,ruimte

V

Bijlage 1: Archeologische beleidskaart van de gemeente Beuningen 176000

176500

177000

177500

178000

Beleid

Winssen, Leegstraat - Kerkpad Gemeente Beuningen

N. O

Legenda plangebied Archeologischemonumentenzorg inde gemeente Beuningen Archeologischebeleidsadvieskaart RAAP-rapport 2170, kaartbijlage3, schaal1:10.000

legenda Beleidszone Vrijstellingsgrens diepte 30 cm

fĩn

y-, A

Mļ mwêmM Ľfļįr*J' 1,1. į-PC Gţ^í'řv'Wîi! „a 0íZríf. jgteŵi -//CfeMfe-

Z v-

Om'

önner beeawtte kom 3C cm

100 m»

30 cm

130 m2 ZXKm»

geen vooiscrmRen

geen i/oofsdïřten

tuten betoomde ton 30 cm

í.~ZyK. *ip.' z

Vrijstellingsgrens oppervlakte Om2

30 cm

Overig ------------ geraeertegiensBeu Migen

.

* CĴP~1

0

100

200

300

400

500 m

t transect

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK k ADVIES

Bijlage 2: Archeologische verwachtingskaart 176000

176500

177000

177500

178000

Verwachting

Winssen, Leegstraat - Kerkpad Gemeente Beuningen

O

o o

ro

Legenda

'et

plangebied legenda archeologisch e verwa chting (periodeafhankelijkvan dateringafzettingen(ziekaartbijlage1) hoog

middelmatig hoog t.a.v. watergerelateerdearcheologischeobjecten

tam archeologischwaardevollegebieden

ts/A Lcrreinvan zeer hoge archeologischewaarde V//X terreinvan hoge archeologischewaarde

WINSSEI

fļ -O'-Ö f L Eļ Ê 1 i W'n» 7?'

į&īÿ/äļ

O O

vzz\ terreinvan archeologische'.vaarde

m

I'S/Ä terreinvan archeologischebetekenis

Lil

terreinzonder status (puntlocatìemet attentiezonevan 50 meter rondom) vindplaats,binnenmonument of oude woongrond oude woongrond historischehuislocatie

.jFp'-'ŵf

ļ\ \

vindplaatszonder archeologischebetekenis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=801e1db3-f0ae-48c1-a191-e5c63b9a5d8f