08 Bijlage 8: tb5 aanvullend onderzoek fauna huismus vleermuis en steenmarter.pdf
Tekst van het document
' BUITING ADVIES
NATUUR LANDSCHAP
V F
á ü áüi S1 ’
EIGEN
ŵáS .^sáį;
AANVULLEND ONDERZOEK FAUNA BEUNINGEN WILHELMINALAAN
pp
vVs4
ă&K
COLOFON Opdrachtgever Contactpersoon
FVZ Vastgoed Alex Heestermans
Datum Status Projectnummer
September 2018 Definitief 18063
Auteur Inventarisatie Controle
Lineke Bosman Lineke Bosman Tim Asbreuk
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
4
2
METHODE
6
2.1 2.2
HUISMUSSEN VLEERMUIZEN
6 6
3
RESULTATEN
7
3.1 3.2
HUISMUS VLEERMUIZEN
7 7
4
CONCLUSIE EN ADVIES
9
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Buiting Advies BV
3
1
INLEIDING
De opdrachtgever is voornemens de gebouwen op de locatie te slopen (afbeelding 1 en 2) om hier vervolgens twee woningen te realiseren. Op afbeelding 3 is een situatieschets weergegeven van de toekomstige woningen. Uit de quickscan flora en fauna (Buiting Advies, 2018) bleek dat niet kan worden uitgesloten dat het plangebied wordt gebruikt door de huismus of diverse soorten vleermuizen. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om aan te tonen of het plangebied wordt gebruikt als (vaste) voortplantingsplaats of rustplaats van de huismus of gebouw- en boombewonende vleermuizen. Deze soorten zijn inclusief hun (vaste) voortplantingsplaatsen en rustplaatsen beschermd in de Wet natuurbescherming. Voordat kan worden overgegaan tot het slopen van de gebouwen op de locatie dient duidelijkheid te worden verkregen of, hoe en welke aantallen van deze soorten het plangebied gebruiken. In deze rapportage worden de resultaten van dit onderzoek beschreven.
,r
Afbeelding 1: de ligging van het plangebied (rood).
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Buiting Advies BV
4
üKaaBŵyBj
VtVŘ •ļ-JHŕ
gm&ïîáį
"IS8SB
-^^-SSg-ï :"sl BstliSIlSI
ŗ~ļJSŞ~Şsrļţŗ.
-_ Afbeelding 2: de te slopen bebouwing bestaat uit een woning met aanbouw en een garage/schuur.
ferrAA^fcic
U.*v/^
'
ca rro
VOO «Cl/ 'ťL#M
Afbeelding 3: de situatieschets van de toekomstige situatie (bron: Oosterhout Architecten)
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Buiting Advies BV
5
2
METHODE
Het plangebied is nader onderzocht op gebruik door beschermde soorten waarvan uit de quickscan flora en fauna (Buiting Advies) naar voren kwam dat deze het plangebied mogelijk gebruiken. Voor elke soort(groep) is een andere onderzoeksmethode gebruikt om dit vast te kunnen stellen. Deze worden hieronder beschreven.
2.1
HUISMUSSEN
Huismussen maken meerdere jaren achtereen gebruik van dezelfde nestlocaties. Deze bevinden zich vaak in gebouwen bijvoorbeeld onder de dakpannen. Naast deze gebouwen zijn ook andere onderdelen in de directe omgeving van de nestlocatie van belang. Zo worden bomen en struiken gebruikt als locatie om eiwitrijk voedsel (insecten) te verzamelen. Wintergroene bomen/struiken en struiken met stekels worden daarnaast gebruikt om zich te verschuilen bij gevaar. De hiervoor genoemde voortplantingsplaatsen en rustplaatsen zijn beschermd onder artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Als het foerageergebied essentieel onderdeel uitmaakt van de functionele leefomgeving is deze eveneens beschermd. Om de waarde van het plangebied voor huismussen vast te stellen is het plangebied 5 keer onderzocht in de periode 1 april-15 mei in de ochtend en de avondschemer. Tijdens deze veldbezoeken zijn de waargenomen huismussen en het gedrag van de vogels genoteerd. Tabel 1: het uitgevoerde huismusonderzoek
Ronde 1 2 3 4 5
2.2
Datum 09-05-2018 11-05-2018 25-05-2018 25-06-2018 29-06-2018
Starttijdstip 10.00 19:40 08:30 20:00 05:30
Onderzoeker T. Asbreuk L. Bosman L. Bosman L. Bosman L. Bosman
Weersomstandigheden 22^, zonnig 23^, half zonnig, 2Bft 23^, zoning, 2Bft 16^, droog, 2 Bft 16^, droog, 2 Bft
VLEERMUIZEN
Vleermuizen gebruiken gebouwen en bomen als vaste voortplantingsplaats- en rustplaats. Deze plaatsen zijn beschermd in de Wet natuurbescherming (artikel 3.5). Vleermuizen hebben verschillende soorten voortplantingsplaatsen en rustplaatsen. Het gebouw en de bomen binnen het plangebied kunnen één of meerdere functies vervullen. Om de waarde van het plangebied voor vleermuizen vast te stellen zijn vier veldbezoeken uitgevoerd: twee in de periode 15 mei - 15 juli en twee in de periode 15 augustus - 30 september. Tijdens deze veldbezoeken zijn de waargenomen vleermuizen en eventueel gedrag dat kan wijzen op de aanwezigheid van een voortplantingsplaats of rustplaats genoteerd. Tabel 2: het uitgevoerde onderzoek naar de kraamverblijfplaatsen van vleermuizen
Ronde 1 2 3
Datum 11-05-2018 25-06-2018 29-06-2018
Tijdstip 22:02 - 00:32 21:45 - 00:30 2:15 - 5:30
Onderzoeker L. Bosman L. Bosman L. Bosman
Weersomstandigheden 18^, droog, 2 Bft 16^, droog, 2 Bft 16^, droog, 2 Bft
Tabel 3: het uitgevoerde onderzoek naar de zomer- en paarverblijfplaatsen van vleermuizen
Ronde 1 2
Datum 20-08-2018 03-09-2018
Tijdstip 20:45 - 23:30 20:05 - 22:45
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Onderzoeker L. Bosman L. Bosman
Weersomstandigheden 18 ^, droog, 2 Bft 19 ^ regen, daarna droog, 2 Bft
Buiting Advies BV
6
3
RESULTATEN
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.
3.1
HUISMUS
Gedurende alle onderzoeken (tabel 1) zijn geen huismussen waargenomen die een sterke binding vertoonden met de gebouwen of de beplanting in het plangebied. De beplanting rondom de gebouwen werden deze avond niet gebruikt om te foerageren. Wel zijn huismussen waargenomen in de woonwijken aangrenzend aan het plangebied, deze maakten geen gebruik van het plangebied en de directe omgeving. Ook de bewoners gaven gedurende het tweede veldbezoek aan nog nooit huismussen te hebben waargenomen in het plangebied. Het is zo goed als uit te sluiten dat er binnen het plangebied sprake is van een nest- of rustplaats van huismus. De gebouwen en beplanting hebben geen essentiële functie voor de huismussen (populatie) in het plangebied en de omgeving.
3.2
VLEERMUIZEN
Om de waarde van het plangebied voor vleermuizen vast te stellen is de voorgeschreven onderzoeksmethodiek uit het Vleermuisprotocol 2017 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017) gevolgd. Dit houdt in dat: ^ Er vier veldbezoeken zijn uitgevoerd. Twee in de periode 15 mei - 15 juli en twee in de periode 15 augustus - 1 oktober; ^ Deze onderzoeken uitgevoerd tijdens geschikte weersomstandigheden (droog, temperatuur boven de 10 ^ en beneden windkracht 4). Dit op basis van de eisen van de in de quickscan flora en fauna (Buiting Advies, 2018) verwachte vleermuissoorten; ^ Tijdens deze veldbezoeken zijn de waargenomen vleermuizen per soort genoteerd. ONDERZOEK NAAR KRAAM- EN/OF ZOMERVERBLIJFPLAATSEN Tijdens alle vleermuisronden (zie tabel 2) zijn geen vleermuizen aangetroffen die enigszins een binding met het gebouw of bomen binnen het plangebied vertoonden. Tijdens alle ronden zijn enkele langsvliegende en kort foeragerende (ten zuiden van het gebouw) gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Er zijn op de eerste vleermuisronde geen vleermuizen waargenomen welke een sterke binding vertoonden met de gebouwen en bomen in het plangebied. Tijdens de derde vleermuisronde (29-06-2018) is specifiek gelet op het zwermgedrag (ochtendzwermen) dat kan duiden op het gebruik van een grote verblijfplaats. Gedurende dit ochtendbezoek is er geen zwermgedrag aangetroffen.
Er zijn foeragerende (ten zuiden van het gebouw) en overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. ONDERZOEK NAAR ZOMER- EN/OF PAARVERBLIJFPLAATS Tijdens de onderzoeken naar zomer- en/of paarverblijfplaatsen was er weinig activiteit van vleermuizen. Een enkele gewone dwergvleermuis maakte gebruik van het plangebied om te foerageren. Verder zijn enkele langsvliegende gewone dwergvleermuizen aangetroffen.
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Buiting Advies BV
7
FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR VLEERMUIZEN Het is zo goed als zeker dat er binnen het plangebied geen sprake is van een voortplantings- of rustplaats voor vleermuizen. Het gebouw en de omgeving heeft een essentiële functie (vliegroute of foerageergebied) voor de vleermuizen uit de omgeving.
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Buiting Advies BV
8
4
CONCLUSIE EN ADVIES
HUISMUS Tijdens het huismusonderzoek zijn geen voortplantings- of rustplaatsen voor huismussen vastgesteld. Ook vormt het plangebied geen essentieel foerageergebied voor huismussen. Het slopen van het gebouw aan de Wilhelminaweg in Beuningen leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de huismus. VLEERMUIZEN Tijdens het onderzoek, dat is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017), is geen voortplantingsplaats of rustplaats van vleermuizen vastgesteld. Het slopen van de gebouwen binnen het plangebied leiden vrijwel zeker niet tot vernieling of beschadiging van een voortplantingsplaats of rustplaats van vleermuizen en niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. ADVIES OMTRENT HET BROEDSEIZOEN We raden aan werkzaamheden waarbij de beplanting wordt aangetast (ruim) buiten het indicatieve broedseizoen (15 maart-15 juli) uit te voeren. Ook buiten de indicatieve broedperiode zijn broedende vogels beschermd, maar de kans op broedende vogels is dan veel kleiner.
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Buiting Advies BV
9
LITERATUUR BIJ12. 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus. (versie juli 2017). Buiting Advies. 2018. 18046 Quickscan flora en fauna Wilhelminalaan 116 te Beuningen Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging. 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. (versie maart 2017).
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Buiting Advies BV
10
BUITIMG ADVIES
MATUUR LANDSCHAP
Buiting Advies Wilhelminaweg 64 6951 BP Dieren 0313-619042 www.buiting.nl
NOTITIE STEENMARTER WILHELMINALAAN 116-118, BEUNINGEN Geschreven door Opdrachtgever
Buiting Advies Oosterhout Architecten
Datum Auteur Controle
Augustus 2020 Jeroen Willems Tim Asbreuk
1
INLEIDING
In 2018 heeft Buiting Advies aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van huismussen, steenmarters en vleermuizen bij bebouwing aan de Wilhelminalaan 116-118 te Beuningen. In de quickscan op deze locatie wordt ook genoemd dat verblijfplaatsen van de steenmarter in de woning niet uit te sluiten zijn. Vanuit de gemeente Beuningen is de vraag gekomen hoe en wanneer het onderzoek naar de steenmarter is uitgevoerd. In deze notitie staat toegelicht hoe het onderzoek is uitgevoerd, wat is aangetroffen en waarom Buiting Advies niet verwacht dat de steenmarter in het gebouw voorkomt. Quickscan In de quickscan staat over de steenmarter het volgende: " "De beschermde steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) is op enkele locaties rondom het plangebied waargenomen, het aantal waarnemingen is echter beperkt. Het gebouw binnen het plangebied is (potentieel) geschikt als voortplantings- en/of rustplaats voor steenmarters. Steenmarter kunnen deze gebouwen betreden via de losliggende of ontbrekende dakpannen (afbeelding 4 en 5). Aanvullend onderzoek dient aan te tonen of het plangebied door steenmarters wordt gebruikt als voortplantings- of rustplaats." u
"Aanvullend onderzoek zal moeten aantonen of de gebouwen in gebruik zijn als verblijfplaats van de beschermde steenmarter. Dit onderzoek kan worden gecombineerd met het onderzoek naar huismussen."
Aangezien voor de steenmarter geen protocol bestaat en destijds tevens geen protocol voorhanden was heeft Buiting Advies de keuze gemaakt tijdens alle veldbezoeken voor andere soorten te letten op (sporen van) steenmarters. Door het uitvoeren van 6 veldbezoeken in de voortplantingstijd (meest actieve periode van steenmarters) wordt geacht voldoende trefkans te hebben om eventuele steenmarters aan te tonen.
2
HISTORISCHE WAARNEMINGEN (NDFF)
Uit de NDFF blijkt dat er in de afgelopen 5 jaar in de gemeente Beuningen 4 waarnemingen bekend zijn van de steenmarter. De meest recente waarneming komt uit 2020 en is een verkeersslachtoffer op de A73 ter hoogte van Beuningen. De andere waarnemingen komen uit 2015 en 2016 en betreffen ook verkeersslachtoffers bij knooppunt Ewijk. Deze waarnemingen zijn al op aanzienlijke afstand van het plangebied en allen op de snelweg.
3
VELDONDERZOEK
Het onderzoek naar de aanwezigheid van de steenmarter is uitgevoerd tijdens de huismusonderzoeken (2 ronden, bij daglicht) en de vleermuisonderzoeken (4 ronden, 's avonds - 's nachts). Gedurende deze onderzoeksronden is in het plangebied gezocht naar sporen van de steenmarter, zoals prooiresten en uitwerpselen. Tijdens de onderzoeken zijn geen steenmarters of sporen van steenmarters aangetroffen. TABEL 1: DATA EN OMSTANDIGHEDEN STEENMARTERONDERZOEK Ronde Datum Startt ijdstip Onderzoeker Weersomstandigheden 1 09-05-2018 10.00 T. Asbreuk 22^, zonnig 2 11-05-2018 19:40 L. Bosman 23^, half zonnig, 2Bft 3 25-05-2018 08:30 L. Bosman 23^, zonnig, 2Bft 4 25-06-2018 20:00 L. Bosman 16^, droog, 2 Bft 5 29-06-2018 05:30 L. Bosman 16^, droog, 2 Bft
4
CONCLUSIE
Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen van steenmarters aangetroffen in of rondom de bebouwing. Daarnaast komen steenmarters zeer minimaal voor in de omgeving van Beuningen. Er zijn in de afgelopen 5 jaar geen waarnemingen van steenmarters bekend in de bebouwde kom van Beuningen. De kans dat zich steenmarters ophouden in de bebouwing aan de Wilhelminaweg 116 en 118 wordt dan ook nihil geacht.