CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

07. Bijlagen bij toelichting_Bijlage 4 Watertoets.pdf

Raadsvergadering 7 juni 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Hutgraaf II, Beuningen5.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

__________________ * ro/nsultancy WATERTOETS

HUTGRAAF II

TE BEUNINGEN

o©

Water

©a

Eco/ńsultancy

Rapportagewatertoets HutgraafII te Beuningen Opdrachtgever

ChitektArchitekten Hogewaldstraat 6641

Rapportnummer Versienummer

KD Beuningen

10209.001 D3

Status

Eindrapportage

Datum

17 maart

Vestiging

11

2021

Brabant Heinz Moormannstraat

1b

5831 AS Boxmeer 0485 -581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

B. Arndt, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heerR.G.M. Nuwenhoud, BSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Voorhet uitvoerenvan doorlatendheidsonderzoek zijn geenwettelijkerichtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voorhaar overigedienstverleningten aanzien van bodem aan alle wettelijkekwaliteitseisen.Tot aan het momentdat voordoorlatend­ heidsonderzoekkan worden gewerktvolgensvastgestelde protocollenen richtlijnen wordt daar waar mogelijkaangesloten aan algemenekwaliteitseisenzoals deze voorbodemonderzoekgelden. Econsultancy werkt volgenseendynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschrevenin het kwaliteits- en milieuhand­ boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerdvolgensde eisenin de NEN-EN-ISO 14001:2015. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerdconform de algemeen geldende normen en met behulp van gespe ­ cialiseerde apparatuur. Het onderzoekbetreft eenmomentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd,waardoor eenbeeld van de geohydrologischesituatie wordt verkregen.Econsultancy accepteertop voorhand geenaansprakelijkheid ten aanzien van mogelijkebeslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerdeonder­ zoekneemt.

Eco/ńsultancy

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING...................................................................................................................................1

2

LOCATIEGEGEVENS.................................................................................................................2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK..............................................................................5 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

4

Voorgenomen toekomstige situatie...................................................................................9 Wijziging in verhard oppervlak...........................................................................................9 Waterbergingsopgave .......................................................................................................9

PLANUITWERKING...................................................................................................................10 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

7

Waterschap Rivierenland ..................................................................................................8 Gemeente Beuningen ........................................................................................................8

TOEKOMSTIGE SITUATIE.........................................................................................................9 5.1 5.2 5.3

6

Uitvoering...........................................................................................................................5 Lokale bodemopbouw ...................................................................................................... 6 Methodiekin-situ doorlatendheidsproeven....................................................................... 6 Resultaten..........................................................................................................................6 Beoordeling........................................................................................................................7

WATERRELEVANT BELEID.......................................................................................................8 4.1 4.2

5

Huidige situatie..................................................................................................................2 Bodemopbouw...................................................................................................................2 Geohydrologie ...................................................................................................................2 Grondwater ........................................................................................................................3 Oppervlaktewater...............................................................................................................4 Ontwatering en drooglegging............................................................................................5

Randvoorwaarden en uitgangspunten............................................................................10 Hemelwaterafvoersysteem ..............................................................................................10 Lediging...........................................................................................................................11 Riolering...........................................................................................................................12 Keur .................................................................................................................................12 Kwaliteit...........................................................................................................................12

SAMENVATTING EN CONCLUSIE..........................................................................................13

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4. 5. 6.

- Topografische ligging - Boorlocatie - Boorprofielen - Berekendek-waarden - Samenvatting digitale watertoets - Resultaten digitale watertoets - Toekomstige situatie

10209001

Eco/ńsultancy

1

INLEIDING

Econsultancy heeftvan ChitektArchitektenopdracht gekregenvoorhet opstellenvan eenwatertoets ten behoevevan het projectHutgraaf II te Beuningen.De locatie is gelegenop de hoekHoutduiflaanBurgemeester van Suchtelenstraat te Beuningen. De watertoetsten behoevevan het project Hutgraaf II is uitgevoerdin het kader van eenvoorgeno­ men herontwikkeling.In deze rapportage is beschrevenop welkewijze rekeningis gehoudenmet de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders(waterschap Rivierenland en de gemeente Beuningen). De watertoets is géén aparte procedure,maar is eentraject dat geïntegreerdis in de procedurevan het ruimtelijkplan of besluit. Uitgangspunt van de watertoetsis dat eenruimtelijkbesluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevertdan in het bestaande beleid is vastgelegd. Met het opstellenvan de watertoets wordt beoogd dat water explicieten op evenwichtigewijze in beschouwing wordt genomen.Concreetbetekentdit dat onderzocht moetworden hoein het toekom ­ stige plan op eenduurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater.Uiteindelijk moethet resul­ taat zijn dat eennieuwplan/project, dan wel eenwijziging hiervan, hydrologisch neutraal is, of -indien mogelijk-eenverbeteringmet zich meebrengt.

In eenzogenaamde "waterparagraaf" (onderdeel toe­ lichting bestemmingsplan) wordt daarbij met name de wijze waarop de afvoer van hemelwatervan daken en verhardingen plaats zal vinden, in de toelichting van het bestemmingsplan vastgelegd. De onderhavige watertoetsligt hieraan ten grondslag. De informatie overde planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie verkregenvan de op­ drachtgever (contactpersoon Dhr. Wil Janssen). Tevens is aanvullende informatie verkregendoor overlegmet het waterschap, hiervan is eennotitie1 opgesteld, deze informatie is opgenomenin deze watertoets.

1.20-128/VincentNaaįjer/20-1 28-003^2(Verhoeve ã Faber)

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina

1 van 21

Eco/ńsultancy

2

LOCATIEGEGEVENS

2.1

Huidige situatie

De planlocatie (± 9.120 m2) ligt op de hoekHoutduiflaan-Burgemeestervan Suchtelenstraat, te Beuningen (zie bijlage 1). De planlocatie is kadastraal bekend gemeente Beuningen,sectieB, nummer 3922. Volgens het ActueelHoogtebestand van Nederland (ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogtevan gemiddeld 8,5 m +NAP. De coördinaten van het midden van de onderzoekslocatiezijn X = 181.650, Y = 429.685. De planlocatie is momenteelbraakliggend en is volledig onbebouwd en onverhard. In figuur1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven.

Figuur1. Ligging en begrenzing planlocatie

2.2

Bodemopbouw

De originelebodem bestaat volgensde bodemkaart van Nederland uit eenkalkloze poldervaaggronden. Dezegronden zijn voornamelijk opgebouwd uit zavel en lichte klei. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behorengeologischgezientot de Formatie van Echteld. 2.3

Geohydrologie

Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologischeeenheden)van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS v2.2 en GeoTOPv1.3 model van TNO. Beide modellen geven op eenschematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op eenregionaleschaal. Op basis van de gegevensuit de modellen van TNO blijkt het eerstewatervoerend pakket te worden gevormd door de Formatie van Kreftenheye.Het eerstewatervoerendepakket heefteendikte van ± 18 m. Op deze formatie ligt eendeklaag van Holoceneafzettingen bestaande uit een afwisseling van zand en klei lagen met eendikte van ± 4 m. Het eerstewatervoerend pakket wordt aan de onder­ zijde begrensd door eenafzettingen van de Formatie van Waalre. Het bovenste deel van deze com­ plexeeenheidbestaat uit klei.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 2 van 21

Eco/nsultan^ļļ^^t

TabelI.

2.4

Geohydrologie ( DKL = deklaag WVP = watervoerendpakket

SDL = slecht doorlatende laag)

Diepte m -mv

Formatie

Typering

Bodem

0-4

Holocene afzetting

DKL

zand/klei

4-22

Kreftenheye

22-27

Waal re

SDL

WVP

zand klei

27-54

Peize/Waalre

WVP

zand

54-57

Waal re

SDL

klei

Grondwater

(stijghoogte)worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag Veranderingen in de grondwaterstand en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogtekan daardoor van dag tot dag verschillen.Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomerlaag. In de winter is de temperatuurlaag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomergebeurt het omgekeerde:de temperatuuris hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogtelaag. Voorbeleid, vergunningenen ontwateringsdieptes is het belangrijk om te wetenwat de actuelekarakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld HoogsteGrond­ waterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerstewatervoerendepakket wordt gemonitord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek ’ van de GeologischeDienst Nederland worden de historischegrondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerdmet behulp van dagelijk­ se metingenvan neerslag en verdamping uit gegevensvan het KNMI.

,

m mm

mmm

İB39IW4Ö1

ľĵ MÄû',

TîŴŜŵļ r-'iìí^ .. ï -i

íjįįgejŕ

ïàšm

IEPOCP.6 '34]

y

O-

r^

ÍB306053fl

ì [00(20593

WĵįS*ř\

Figuur2. Situeringgrondwaterpeilputten TNO

Op basis van de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, stroomt het grond­ water van het eerste watervoerend pakket in zuidwestelijkerichting.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 3 van 21

Eco/ńsultancy

TabelII.

Overzicht grondwaterpeilputten TNO

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstandt.o.v. locatie (m)

meetperiode

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B40C0547

zuidoostelijk

500

04-10-2009 t/m 04-10-2017

4,0

7,2

B40C0634

noordoostelijk

430

29-10-1992t/m 31-10-2000

5,1

7,2

B40C0591

zuidwestelijk

1.300

14-08-1995t/m 29-08-2003

6,0

6,8

B39H0440

noordwestelijk

2.000

10-06-2005 t/m 11-06-2013

5,7

6,3

Op basis van de gegevensvan deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting wordt voorde planlocatie uitgegaan van eenGemiddelde HoogsteGrondwaterstand (GHG) van circa ± 1,5 m -mv. Hiermee zou de GHG zich op 7,0 m +NAP bevinden. 2.5

Oppervlaktewater

Voor het waterschap is de legger,samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voorveiligedij ­ ken, droge voeten,voldoende en schoon water. De leggerbestaat uit eenset van kaarten. Daarop staat welkerivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers,lijnvormige elementen,waterkeringen en kunstwerken(stuwen, sluisdeurenen kademuren) het waterschap in beheerheeften waar ze liggen. De leggerbevat ook eenregisterwaarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moetdoen. Tot slot bevat de leggerzones (zoneringen)voor toekomstigeontwikkelingenen bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Rivierenland zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegenoppervlaktewaterenweergegeven. Watergang aan oosten zuidzijde betreft eenC-watergang (conform leggerkaart waterschap Rivierenland). In figuur3 is eenuitsnede van de leggerkaart weer ­ gegeven.

Figuur3. Projectieuitsnedeleggeroppervlaktewater waterschap Rivierenland.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 4 van 21

Eco/ńsultancy

2.6

Ontwatering en drooglegging

Om grondwateroverlast te voorkomendient bij het ontwerp rekening gehoudente worden met mini­ male ontwateringsdiepten en droogleggingseisen.De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Droogleggingis het verschil tus­ sen het oppervlaktewaterpeil en de maaiveldhoogte. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat erten gevolgevan de inrichting van het betreffendegebied geennegatieveeffectenop de omgevingontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. Gangbare

normenvoorde ontwateringsdiepte zijn:

Patiowoningen met kruipruimte: Patiowoningen zonder kruipruimte: (Vloerpeilvan patiowoningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Secundaire wegenen woonstraten:

0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m-mv 0,7 m

Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegenop een hoogtevan circa 8,5 m +NAP. De GHG is inge­ schat op 7,0 m +NAP. Hiermeezou de GHG zich op ±1,5 m -mv bevinden. De planlocatie ligt niet in eengrondwaterbeschermingsgebied. De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilenin de toekomstige situatie voldoende zijn. Gead­ viseerd wordt om de toekomstigebouwpeilencirca 20 cm hogeraan te leggendan het naastgelegen wegpeil.

3 3.1

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK Uitvoering

Voorhet uitvoerenvan eendoorlatendheidsonderzoek gelden geenrichtlijnen. De onderzoeksstrate­ gie is in overlegmet de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Ten aanzien van de uitvoe ­ ring is aangesloten op het SIKB-protocol2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemenvan grondmonsters en waterpassen". Het veldwerk omvatte het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen zijn hierbij nauwkeurig beschre­ ven en de positiesvan de betreffende monstername-puntenzijn op kaart vastgelegd. Op de locatieschets in bijlage 2a is de situeringvan de drie meetpuntenaangegeven. Van het opgeboorde materi­ aal is eenboorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 2b). Het veldwerk is uitgevoerdop 1 juli 2019. Met behulp van eenedelmangrondboor (diameter 10 cm) zijn in totaal drie boringen geplaatst. De boringen zijn tot maximaal 3 m -mv doorgezetteneindeeen duidelijk beeld van de bodemopbouw te verkrijgen.Na het verrichtenvan de boringen zijn de in-situ doorlatendheidsmetingen uitgevoerd.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 5 van 21

Eco/nsultan^ļļ^^

3.2

Lokale bodemopbouw

De bodem bestaat tot maximaal 1,7 meterbeneden maaiveld uit een matig siltige kleilaag. Op het noordelijk terreindeel (boring 03) bestaat de bovengrond uit eenmatig siltige, matig grovezandlaag. Dezezandlaag is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de voormalige bebouwing die op de locatie aanwezig is geweest.De bodem is bovendien tot maximaal 1 meterzwak humeus.Onder de zwak siltige kleilagen bevindet zich zwak siltig, matig tot uiterstgrof zand. Het dieper gelegenzandpakket wordt op vanaf 2,2 meterbeneden maaiveld doorsneden door eengrindlaag met eendikte van circa 20 cm. De bodem is bovendien zwak tot sterk oerhoudend. 3.3

Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven

Op basis van de profielbeschrijvingenen de actuelegrondwaterstand zijn de te onderzoekenbodem­ lagen vastgesteld. Vervolgensis in de directe nabijheid van de referentieboring,per meting, een nieuweboring verrichttot in de te onderzoekenhomogenebodemlaag. Bij de keuzevan de te onder­ zoekenbodemlaag is rekeninggehoudenmetde doelstellingvan het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerdeHooghoudt-methode).Bij de Falling head-methode wordt na eenmalig opbrengen van eenwaterkolom de zaksnelheid van hetwater gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen,is in het boorgat eenfilterbuis aangebracht die aan de onderzijde overeenlengtevan 1 m is geperforeerd.Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voorhet metenvan de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van eendigitale drukopnemer(Diver). De doorlatendheidsmeting is eenaantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te ver­ krijgen en eengemiddelde te kunnen berekenen.Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgensmet behulp van de formulevan Hooghoudtde gemiddelde doorlatendheid (k-waarde) berekend. log(hg -t- ì r) - log(h f -I- \ r)

KVerz = 1.15 T

t~tn t = tijd sinds hetbeginvande meting(dag) ht = hoogte vande waterkolom inhetboorgatoptijdstip t (m) h0 = ht ophettijdstip 1 = 0

3.4

Resultaten

Tabel lil geefteen overzicht van het uitgevoerdeveldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld con­ form de classificatie uit tabel IV. Bijlage 3 bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden. TabelIII.

(*A)

Overzicht k-waarde permeting(Falling-head)

Boring

Aantal Metingen (*A)

Onderzochte bodemlaag (cm -mv)

01

1

60-110

02

1

03

3

Textuur

Opmerkingen

K-waarde (m/dag)

Beoordeling doorlatendheid

klei, matig siltig

zwak oerhoudend

0,2

matig doorlatend

90 -130

klei, matig siltig

sterk oerhoudend

0,1

slechtdoorlatend

50 -100

matig grof, matig siltig zand

zwak humeus,sterk kleihoudend

2,7

goed doorlatend

De meestrepresentatieve meting is gebruikt voorhet berekenenvan de (verzadigde) doorlatendheid.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 6 van 21

Eco/ńsultancy

TabelIV.

Classificatie doorlatendheid

K-waarde(m/dag)

Classificatie (*A) slechtdoorlatend

•S 0,1 0,1-0,5

matig doorlatend

0,5-1 ,0

vrij goed doorlatend

1,0-10

goed doorlatend

» 10

zeergoed doorlatend

(*A)

Classificatie k-waarde

3.5

Beoordeling

(m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum,2000)

De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is onder andere afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, de aanwezigheid van stoorlagen (klei en leem).Econsultancy acht bodemlagen met eenmi­ nimale doorlatendheid van 1,0 m/dag geschiktvoorinfiltratie van hemelwater. De doorlatendheid van de bodem nabij de waterloop wordt over het algemeen geclassificeerd als slecht tot matig doorlatend, waarbij k-waarden van 0,1 en 0,2 m/dag zijn aangetoond. De kleilaag in de bovengrond wordt geclassificeerd als slecht doorlatend. De doorlatendheid van de bodem op het noordelijke gedeeltevan het perceelwordt geclassificeerd als goed doorlatend, waarbij een kwaarden van 2,7 m/dag is aangetoond. Dezeverandering is te verklaren doordat op dit gedeeltevan het perceel een andere bodemsamenstelling is aangetroffen. Hierbij is er eengrotergehalte zand aanwezig in de bovenste laag. De opbouw van de bodem is terugte zien in bijlage 2b. Echter is de verwachting dat deze zandlagen niet gebiedseigenzijn en dat deze zijn te relaterenaan de voormali­ ge bebouwing op locatie. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie,mede op basis van de textuur,niet geschikt geacht voorde infiltratie van hemelwater.

Wellicht behoort de realisatie van een (tijdelijke) bergingsvoorzieningtot de mogelijkheden(met een geleidelijkeafvoer naar oppervlaktewater of riool). Bij het maken van de keuzevoor het type (infiltratie)voorziening (dimensionering) is het tevensvan belang rekening te houden met de Gemiddelde Hoogstegrondwaterstand (GHG), het afstromend verhard oppervlak en het beleid van het bevoegd gezag.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 7 van 21

Eco/nsultan^ļļ^^

4

WATERRELEVANT BELEID

Het plangebied Beuningen. 4.1

is gelegenbinnen het beheersgebied van waterschap Rivierenland en de gemeente

WaterschapRivierenland

Het beleid van waterschap Rivierenland 2 is opgenomenin het Waterbeheerprogramma 2016-2021 “Koers houden, kansen benutten”. Daarnaast beschikt het waterschap Rivierenland overeenveror­ dening: de Keurvoorwaterkeringenen wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen.Voorhet uitvoerenvan werkzaamheden kan eenvergun­ ning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwaternaar watergangen. Om te voorkomendat hierdoorwateroverlast ontstaat, is voorplannen met eentoename van verhar­ ding compenserendewaterberging nodig. Om te voorkomendat individuele bewoners voor kleine voorzieningen,zoals serres,tuinschuurtjes,enkelewoning, etc., moetencompenseren,geldt een eenmaligevrijstelling van de compensatieplicht. Bij oppervlaktes groterdan 500 m2 in het stedelijk gebied en 1.500 m2 in het landelijk gebied kan eventueel de vrijgestelde oppervlaktes in mindering worden gebracht. Daarnaast mag ten aanzien van de compensatieplicht voor nieuw verhard oppervlak, de oppervlakte van recentgeslooptege­ bouwen worden afgetrokken. De sloop mag daarbij niet langer dan 5 jaar geledenzijn geweesten er moetgeslooptzijn met het doel om te herbouwen. De eigenaar die geslooptheeftmoetwel zelf de aanvraag indienen.

Dezeregelgeldt niet voor rechtsopvolgers,omdat deze de gekochtegrond zon­ der de geslooptegebouwenaantreffen en voor nieuwverhard oppervlak met de gebruikelijkecom­ pensatie rekeningmoetenhouden. In het kader van het bevorderen van het duurzaam omgaan met water is het beleid van het water­ schap erdus op gericht om schoon hemelwateraf te koppelenvan, of het niet aansluiten op de riole­ ring. Bij eentoenamevan het verhard oppervlak vanaf 500 m2 in stedelijk gebied, gelden ten aanzien van compenserendewaterberging de eisenvanuit waterschap Rivierenland. Alle nieuweontwikkelin­ gen dienen hydrologisch neutraal uitgevoerdte worden. Waterschap Rivierenland hanteert daarbij een waterbergingseis van T^O+10%, vuistregel436 m3 berging per ha verhard oppervlak. Bij Ts100+100/), is het nodig om 664 m3 per hectare verharding te bergen. De ledigingstijd van het sys­ teembedraagt 48tot 96 uur. 4.2

Gemeente Beuningen

In het Waterplan 3 Beuningenwordt het gemeentelijk waterbeleid verwoord. Hierbij zijn de belangrijk­ ste punten het 100o7o afkoppelen van het gemengdestelselbij uitbreiding. Tevensverwacht de ge­ meentevan perceeleigenaardat deze zelfhet regenwaterverwerken.Als verwerkingop eigenterrein in redelijkheid niet mogelijkis, dan kan het overtolligeregenwaterafgevoerd worden naar het openba­ re terrein,al waar het afvoerende verantwoordelijkheid van de gemeente is.

2. Waterbeheerprogramma 2016 -2021 (Waterschap Rivierenland) 3. ruimtelijkeplannen.nltoelichtinghoofdstuk 5.7

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 8van 21

Eco/nsultan^ļļ^^

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE

5.1

Voorgenomen toekomstige situatie

De initiatiefnemeris voornemensom het plangebied te herontwikkelen.De ontwikkeling voorzietin de realisatie van 15 koopwoningenen 7 huurwoningen,inclusiefontsluiting en inrichting van de openba­ re ruimte. In het kader van duurzaam waterbeheerzal het afstromend hemelwatervan hettoekomstig verhard oppervlak, indien mogelijken noodzakelijk, in de bodem moetenworden geïnfiltreerdof bin ­ nen de plangrenzen geborgen moetenworden. De initiatiefnemerheeftaangegeven dit te willen reali­ serenmetsedumdaken. 5.2

Wijziging in verhardoppervlak

Om een indicatie te gevenvan het toekomstigverhard oppervlak is uitgegaan van het toekomstig ontwerp4 zoals opgenomenin bijlage 6. In tabel V staan de oppervlakten van de toekomstigebebou­ wingen) en verhardingen weergegeven. In overlegmet hetwaterschap zijn eentweetal voorwaarde vastgesteld; 1. Van hettotaal oppervlak van de percelendient 80o7o als verhard gerekendte worden. 2. Het oppervlak van de parkeervakken in grasbetonstenen mag bij aanleg op eengoed doorla­ tende fundering voorõO0/) meegerekend worden. Tabel V. Wijzigingverhardoppervlak,gebaseerdop ontwerpbijlage6. Type verharding Verharding percelen Ontsluiting, oprittenen paden Parkeervakken grasbetonstenen Totaal

Toekomstig verhardoppervlak (m2) ±3.183(3.978*0,8) ± 1.378 ± 163 (324*0,5) ± 4.724

Ten opzichtevan de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toe­ nemenmet4.724 m2. 5.3 Waterbergingsopgave Conform het beleid van waterschap Rivierenland is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekom ­ stig verhard oppervlak dat toeneemtmet 4.724 m2 een compenserendeberging benodigd. Hierbij gaat het om circa 206 m3bij T^O+10% en circa 314 m3 bij T^OO+10%.

4. Terreinindeling Hutgraaf II 18-001 (Chitekt)

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 9 van 21

Eco/nsultan^ļļ^^

6

PLANUITWERKING

6.1

Randvoorwaarden en uitgangspunten

In het kader van de planontwikkeling is het procesvan de digitale watertoetsdoorlopen. Op basis van de digitale procedureblijkt dat het plan eengroot effectheeft(groot waterbelang). Vooroverleg met het waterschap is noodzakelijk. De samenvatting en de resultaten van de digitale watertoetszijn op­ genomenin bijlage 4 en 5. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwaterzijn de volgende uitgangspunten gehan­ teerd. 100oZo afkoppeling van verhard oppervlak. Niet afwentelenop anderen in ruimteen tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden,scheiden, zuiveren). De ontwikkelingdient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstigverhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 5.000 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningenin het plan dimensionerenconform T^OO+10%, 314 m3. De maximale ledigingsduur van hetsysteembij voorkeur gelijk of kleinerdan 24 uur. Calamiteit T^OO jaar^- 10oZo in beschouwing nemen(mag niet tot overlast leiden). Aanlegdiepte bergingsvoorzieningenboven de GHG. GHG is ingeschat op 7,0 m +NAP (1,5 m -mv). BouwenvolgensDuurzaam Bouwen(DuBo) principe.

6.2 Hemelwaterafvoersysteem In de toekomstigesituatie zal het schone hemelwater(zogenaamde hemelwaterafvoer;HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer;DWA) worden aangesloten maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt. Dit betekentdat bij de verdereplanuitwerking water explicieten op evenwichtigewijze in beschou­ wing wordt genomenen dat hemelwaterop eenduurzame wijze wordt verwerkt.De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. 6.2.1

Verbreding watergang

Voorhet creëren van het benodigde bergingsvolumeis de bestaande watergang aan de oostzijde van het plangebied verbreed. Tijdens het bepalen van de hoeveelheid gecreëerd volumezijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Totaal volumebestaande watergangen oostzijde = 121 m3 Talud verbreding watergang s 1:2 Bodempeil verbreding watergang s 6.90 m +NAP ^ gemiddeld bodempeil bestaande water­ gang) Insteekverbreding watergang op 8.10m +NAP Laagste insteekhoogte bestaande watergang s 7.60 m +NAP Insteekwatergang op 2 meteruit de kavelgrenzenvan de nieuwepercelen Hart van de nieuwebomen ligt op 2 meteruit de kavelgrenzen van de nieuwepercelen,de afstand tot de insteekvan de verbreding ligt 1 meteruit het hart van de boom.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina

10 van 21

Eco/nsultan^ļļ^^

Om onderhoudsvoertuigen toegang te bieden tot de watergang is eenhellingbaan vanaf de rijbaan tot de bodem van de watergang met eenhelling van 1:8,

ontworpen

De dam in de watergang nabij Burgemeester van Suchtelenstraat 19 wordt verwijderd waarbij het profiel van de bestaande watergang wordt doorgetrokkent.p.v. de oude dam. Dit gedeeltevan de watergang grenzend aan het perceelvan Burgemeester van Suchtelenstraat 19 wordt niet verbreed. Hierdoor blijft er ruimtebeschikbaar om bergingscapaciteit te creëren voorde mogelijkeherontwikkeling aan de noordzijde. Nabij de Burgemeester van Suchtelenstraat 17 wordt de dam verlegd richting de Zuidoost hoek van het projectgebied, hierbij wordt de bestaande duiker verwijderd. Door deze aanpassingen ontstaan er2 aparte watergangen (1 aan de zuidzijde van het plangebied en 1 aan de oostzijde) de oostelijke watergang geld hierbij als waterbuffer voorhet plangebied en stort d.m.v. een overstortputoverin de zuidelijkewatergang. Op basis van bovenstaande uitgangspunten ontstaat bij eenstijghoogtevan 7.60 m +NAP eenbergingsvolumevan 495 m3. Bij eengrondwaterstand rond de GHG is hiervan 52 m3 reeds gevuld met grondwater, hierdoor blijft er eenvolumeovervan 443 m3 dit is eenextra volumevan 322 m3 waar­ meeaan de bergingseis van hetWaterschap Rivierenland is voldaan. Ter hoogtevan de bomenweide van de Burgemeester van Suchtelenstraat nr. 19 ligt de insteekvan de watergang overeenlengtevan circa 17 meterop eenhoogtetussende 7.60 en 7.65 m +NAP.

Op dit deel zal in het worstcase scenario, waarbij de grondwaterstand op 7.00 m +NAP ligt en niet wordt gerekend met infiltratie in de bodem, bij een bui T^OO+10% het waterpeil stijgen tot net onder de insteekvan de watergang. Om overlast in dat geval uit te sluiten adviseren wij de insteekt.p.v. de bomenweide met circa 10 cm op te hogen. 6.2.2 Aanpassingclassificeringwatergang De bestaande watergang is volgens de leggerkaart van het Waterschap Rivierenland geclassificeerd als eenC watergang. Doorde watergang de functiete gevenvan waterberging zal deze classificering worden opgewaardeerd naar B-watergang. Dezeopwaardering brengt gevolgenmet zich meemet betrekking tot de onderhoudsverplichting van de watergang. Om er voorte zorgen dat de bewoners van de Burgemeester van Suchtelenstraat 17 en 19 niet met deze onderhoudsverplichting worden belast wordt enkelhet verbreedde gedeeltevan de watergang als B-watergang geclassificeerd. 6.2.3

Beheer en onderhoud waterberging

Het beheeren onderhoud van de waterberging zal worden uitgevoerdvanaf de droge bodem van de waterberging. Om toegang tot de bodem van de watergang mogelijkte maken wordt eenhellingbaan van grasbetonstenen met eentalud van 1:8aangelegd. Tevenswordt de bodem van de waterberging verhard met grasbetonstenen om er voorte zorgen dat de bodem goed begaanbaar is voor onder­ houdsvoertuigen. 6.3

Lediging

Op basis van de bodemopbouw en textuurwordt infiltratie niet mogelijkgeacht. Vanuit de tijdelijke bergingsvoorziening zal (hemel)watervertraagd worden afgevoerd op de naastgelegen watergang. Het waterschap heeftaangegeven dat de vertraagde afvoer via eenbermpassage dient te gebeuren. De vertraagde afvoer dient afgestemd te worden op de landelijke afvoernorm en mag niet meerbe­ dragen dan 1,5 l/s/ha. Dit betekend dat er ongeveer118 m3 per dag op de nabijgelegen waterloop kan worden afgevoerd.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina

11 van 21

Eco/nsultan^ļļ^^

6.4

Riolering

Bij nieuwbouwdient hemelwateren afvalwater gescheidenaangeleverd te worden. Als gevolgvan de ontwikkelingzal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijswijzigen. Voorde berekeningvan hettoekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voorde berekening uitgegaan van eengemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerdper IE. Per woning wordt uitgegaan van eengemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekentdat erdus 2,5 x 120 liter= 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullener in totaal 22 wo­ ningen/bouwblokken worden gerealiseerd. Dit komt overeenmet eenaanbod c.q. toename van circa 6,6 nfYdag. De berekeningis gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve eenindicatie van hoeveelheden. In overlegmet de gemeente Beuningenzal tijdens de verdereplanvorming de mogelijkhedenomtrent en de wijze waarop en hoeaangesloten kan worden op de riolering nader besproken moetenworden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer;DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangeslo­ ten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Tevenszal voorde aansluiting eenvergunning aangevraagd moetenworden. 6.5

Keur

Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van eenwatergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken,lozenetc. is in het kader van de keureenvergunning van hetwaterschap benodigd en zal in overlegaangevraagd moetenworden. 6.6

Kwaliteit

In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen:Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheeren Utiliteitsbouw is eentweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomendie onder meerbetrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater zoveelmogelijkte beperken in verband met de waterkwaliteit en zoveel mogelijkgebruik te maken van producten die voorzienzijn van een keurmerk.Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveelmogelijkbeperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeurgebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwaterniet wenselijk.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina

12 van 21

Eco/ńsultancy

7

SAMENVATTING EN CONCLUSIE

Econsultancy heeftvan ChitektArchitektenopdracht gekregenvoorhet opstellenvan eenwatertoets ten behoeve van het project Hutgraaf II voor een ontwikkeling aan de hoek HoutduiflaanBurgemeester van Suchtelenstraat te Beuningen. De watertoets ten behoevevan het project Hutgraaf II is opgesteld in het kader van een bestemmingsplanwijziging. In deze notitie is beschrevenop welkewijze rekeningis gehoudenmet de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Rivierenland en de gemeente Beuningen). De planlocatie is momenteel in gebruik als braakliggend perceel.De initiatiefnemeris voornemensom het plangebied te herontwikkelen.De ontwikkeling voorzietin de realisatie van 15 koopwoningenen 7 huurwoningen,inclusiefontsluiting en inrichting van de openbare ruimte Conform het beleid van waterschap Rivierenland is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekom ­ stig verhard oppervlak dat toeneemtmet 4.724 m2 een compenserendeberging benodigd. Hierbij gaat het om circa 206 m3bij T^O+10% en 314 m3 bij T^OO+10%. Voorhet creëren van het benodigde bergingsvolumeis de bestaande watergang aan de oostzijde van het plangebied verbreed. Op basis van de eerdergenoemde uitgangspunten ontstaat bij een stijghoogtevan 7.60 m +NAP eenbergingsvolumevan 495 m3.

Bij eengrondwaterstand rond de GHG is hiervan 52 m3 reeds gevuld met grondwater, hierdoor blijft ereenvolumeovervan 443 m3 dit is een extra volumevan 322 m3 waarmee aan de bergingseis van hetWaterschap Rivierenland is voldaan. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer;DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangeslo­ ten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowelruimteals tijd waterneutraal uit te voeren.Er worden dan ook vanuit het oogpuntvan de waterhuishouding geenbe­ lemmeringverwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoeringvan het plan.

Econsultancy Boxmeer,17 maart 2021

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina

13 van 21

Eco/ńsultancy

Bijlage 1 Topografischeligging Dekteen oven

DanenBŭTgtui,

PI 220.

ĨĨĮ

PI 892

'*rU: 1 ĮŴaardsendam)

PI~B90:

Roddsläg Į

Staartjes waard

PI 889

lazijn'-Ŵ-

aûŵnćţr

jì wo espot

Ŵęaiį ïsľ*'ŗ’ŗDeWeeropper^

Á'-ļīř /Vc

'Hee rrìtuirr* .H

'WIÉ

Ú/ J S J ïtïtŗî'

c WaYthuize Ŷ vY.

Bęųñinġen

vďfaíüĩ ïĩ &Ĺ**WH»

DistelakkerV

SSä! mm ŕíŵi

fîfiï f.ìí'

í

i".

►/Ŕollant

van*He êmsťravyt

mm JmF-nj. s.i

LTv)

mm

KI Lindenhouť

WetArnpårk

T Ŷ î ţ

/XV-VľS rmmahoeve.

'Stortplaats

.Zuiýermgi isinst.

Ķè*'či

■(i

©Ti»,

4ŽS inege

'Knooppunt \Ńeerbo8Ch

SřiSK Neërbòsch,

^t^Biestertiuizen-

MM

Personnen

Hf âp

ļ'Ŵckęr.ļjJ

'

:\

r

V :

Schaal1 :25.000- kaart is noord gericht

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina

14 van 21

Bijlage 2aBoorlocatie j

j

Ü -

rrr j

v 'K-

.

j* ļįįfl

įŞjļ.

SřHE S9ř

locatieschets PROJECT: 10209.001

Eco/nsūītāñcw

SCHAAL: 1:1.000 DATUM: 26-7-2019

Rapport 10209.001 versieD3

BIJLAGE: 2a

Pagina

15 van 21

Eco/ńsultancy

Bijlage 2b Boorprofielen Boring:

01

Boring: o

A

02

braak

braak

Klei, matig siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor

Klei, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, grijsbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, zwak oerhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

Klei, zwak siltig, zwak oerhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, sterk oerhoudend, neutraal oranjebruin, Edelmanboor Klei, matig siltig, sterk oerhoudend, neutraal oranjebruin, Edelmanboor

130_________________________________ Klei, sterkzandig, zwak grindig, neutraal oranjebruin, Edelmanboor Zand, uiterstgrof, zwak siltig, zwak grindig, licht beigecreme, Zuigerboor

Zand, uiterstgrof, zwak siltig, zwak grindig, licht beigecreme, Zuigerboor 200-

230 Grind, zeergrof, zwak zandig, Zuigerboor

300

Boring:

Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, licht beigecreme, Zuigerboor

Grind, zeergrof, zwak zandig, Zuigerboor Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, licht beigecreme, Zuigerboor

03 0

braak Zand, matig grof, matig siltig, zwak humeus,matig puinhoudend, sterk kleihoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

100

Klei, zwak siltig, zwak oerhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor 140

170 190

Klei, matig siltig, sterk oerhoudend, neutraal oranjebruin, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, sterk kleihoudend, neutraal

“A grijsbruin, Edelmanboor 250

Zand, uiterstgrof, zwak siltig, zwak grindig, licht beigecreme, Zuigerboor

Grind, zeergrof, zwak zandig, 270 Zuigerboor ' \ Zand, matig grof, zwak siltig, zwak 300 grindig, neutraal beigecreme, Zuigerboor

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina

16 van 21

Eco/ńsultancy

Bijlage 3 Berekende k-waarden B01 meting 1 [60-110]

100,0

E

O

E o o

10,0

ro5

O) c ōj Q

1,0

Meetperiode [sec] Omgekeerde boorgatenmethode

“ '

t~ĥ

Tijd [sec]

1450

LOG hũ [cm]

37,5

LOG ht [cm]

31,4

r [cm]

4,5

k m/dag

0,2

B02 meting 1 [90-130]

Ol

Osl

Meetperiode [sec] Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] K

1ļ5f

'

Rapport 10209.001 versieD3

2720

logdio+jri-bfŗfh+jr)

LOG hO [cm]

53

t~ta

LOG ht [cm]

49

r [cm]

4,5

k m/dag

0,1

Pagina

17 van 21

Eco/ńsultancy

B03 meting 3 [50-100]

100,0

10,0

7

O) "rö Q C

1,0

1250 Meetperiode [sec] Omgekeerde boorgatenmethode

K ™

Rapport 10209.001 versieD3

11cr İ0g(h.*-r)-lûg(h

'

t-t

*-r)

Tijd [sec]

1250

LOG hO [cm]

50

LOG ht [cm]

7

r[cm]

4,5

km/dag

2,7

Pagina

18van 21

Eco/ńsultancy

Bijlage 4 Samenvattingdigitale watertoets

Waterschap Rivierenland

datum 25-7-2019 dossiercode 20190725-9-21081 Samenvatting Indeze paragraafwordenpuntgewijs de resultatenvande toetsing samengevat. Tekenen: Heeft u eentoetslaag geraakt? nee In welke gemeenteligtuwplangebied? Beuningen Vragen: Gaathetplan uitsluitend overfunctiewijziging vanbestaande bebouwing zonder fysieke aanpassingen vande bebouwing enderuimte? nee Gaathet ruimtelijkplan overactiviteitenanders dan woningen, bedrijven ofkleinschalige infrastructuur? nee Is uwtotale plangebiedgroterdan 3500 m2 ?

ja Verwachtu een toename vanverharding inhetplan groterdan 500m2 instedelijkgebied of1500 m2 in landelijk gebied?

ja Afbeeldingen geraakte toetslagen

Afbeeldingen geraakte signaleringskaarten

www.dewatertoets.nl

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina

19 van 21

Eco/nsultancy

*

Bijlage 5 Resultatendigitale watertoets

Waterschap Rivierenland

datum 25-7-2019 dossiercode 20190725-9-21081 Uitgangspuntennotitie WSRL U heefteendigitale watertoetsuitgevoerd viade website www.dewatertoets.nl.Opbasis vandeze toetsvolgt ude normale watertoetsproccdure. Dit betekent dat er nader overleg plaatsmoetvindenmet WaterschapRivierenland.Als start voor dit overleg ontvangt u deze uitgangspuntennotitie die automatisch is opgesteldmet de dooruingevulde antwoorden opvragen en hetdooruingetekendc plangebied.De notitiebevat de voor uwplanrelevante waterhuishoudkundige uitgangspunten enrandvoorwaarden vanWaterschap Rivierenland.Deze notitiekunt u gebruiken bij hetruimtelijklatenmeewegenvanhetwaterbelangenbij hetopstellen vaneen waterhuishoudkundige onderbouwing vanuwplan.Vooroverleg kunt ucontactopnemen met de accountmanager vanWaterschap staat aanheteinde vandeze uitgangspuntennotitie. Rivierenland.Contactinformatie LET OP: hetis mogclijk dat uwplanopbasis vanalleenhetoppervlak vanhetplangebiedinde normaleprocedureterechtis gekomen. Is dit hetgevalenwordener indeze notitiegeenaandachtspunten aangereikt, dan is overleg met de accountmanager nietnodig.Uw planis dan nietrelevantvoor de belangenvanhetwaterschap(watertoetsadvies).

Algemeneprojcctgcgcvens Projectomschrijving: HutgraafII Oppervlakte plangebied:9100 Adres: HoekHoutduiflaan BurgemeestervanSuchtelenstraat ONG, Beuningen Gemeente: Beuningen Het planis ingedienddoor:BoudewijnAmdt Econsultaney wateraspectenvanbelanginhetplangebied. Opbasis vande dooru verstrekteinformatiezijnde volgende Beleid waterschapRivierenland Met ingang van27 november2015is hetWaterbeheerprogramma 2016-2021 Koershouden, kansen benuttenbepalend voor hetwaterbeleid. Dit plangaatoverhetwaterbeheer inhethelerivierengebiedenhetomvatalle watertakenvanhetwaterschap:waterkeringen, waterkwantiteit,waterkwaliteitenwaterketen.DaarnaastbeschikthetWaterschapRivierenlandovereen verordening: de Keurvoor waterkeringen enwateren. Hierinstaande gebodenenverbodendie betrekking hebben opwatergangen enwaterkeringen. Voorhetuitvoeren vanwerkzaamhedenkaneenvergunning nodigzijn.De werkzaamhedeninofnabij de watergangen enwaterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Veiligheid In hetplangebiedis geenkernenbeschermingszone vaneenwaterkering gelegen. Grondwater(algemeen) Het plangebiedwordt gekenmerkt dooreenbepaalde grondwaterstand.De drooglegging vanhetgebied is hiervoor medebepalend. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, hetstraatniveau ofhetbouwpeilbovenhetoppervlaktewaterpeil ligt.

Doorgaans geldt voor hetmaaiveld eendrooglegging van0,70 meter, voor hetstraatpeil eendrooglegging van1 meter envoor hetbouwpeileen drooglegging van 1,3meter. Voldoendedrooglegging is nodigomgrondwateroverlast te voorkomen. Ingebieden waar grondwateroverlast bekend is ofgebieden met hoge grondwaterstanden adviserenwij omhier naderonderzoek naarte doen.Bij hoge rivierwaterstandenkunnen gebieden gelegen nabij de rivierenoverlastondervinden vankwel.Eventuele maatregelenzijnhetophogen vanhetmaaiveld ofkruipruimteloos bouwen.

Waterberging Aanleg van nieuwverhardoppervlak leidt totversneldeafvoervanhemelwaternaarwatergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlastontstaat,is de aanlegvanextrawaterbergingvanbelang.Zowordt hetverliesvanberginginde bodem gecompenseerd. liet waterschaphechtgroot belangaanhetzoveelmogclijk instandhouden vancncompenseren inopen water als onderdeel vanhet watersysteem. Voorplannen met eentoenamevanverharding is compenserende waterbergingnodig.Om te voorkomen dat individuelebewonersvoor kleinevoorzieningen zoalsserres, tuinschuurtjes, enkelewoning, etc., moetencompenseren geldt eeneenmaligevrijstelling vande compensatieplicht. Bij oppervlaktes groterdan 500m2 in hetstedelijk gebied en 1500m2 inhetlandelijkgebied kaneventueel de vrijgesteldeoppervlaktes in minderingwordengebracht.Bespreekdit met de betreffende accountmanager vanhetwaterschap.

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 20 van 21

Eco/ńsultancy

Bijlage 6 Toekomstige situatie

9

2. O Ć7^

Rapport 10209.001 versieD3

Pagina 21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=bc87d0b0-85f2-4d05-90c0-8daf5e3d0a38