07 Bijlage toelichting 6 - selectiebesluit archeologie.pdf
Tekst van het document
Gemeente
Beuningen
Selectiebesluit/beoordeling (concept) onderzoeksrapport. Onderwerp: Datum: Bijlage: Afschrift aan: Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:
Conceptrapport bureauonderzoek en karterend booronderzoek 17 september 2020
J.J.M. van der Zande, beleidsmedewerker Ruimtelijke ordening
E.K. Mietes, regioarcheoloog regio Nijmegen
Onderzoek - Onderzoeksrapport: Beuningen, Van Heemstraweg 38, Gemeente Beuningen (GD), Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, Transect-rapport 2715 - Auteur: T. Nales - Versie: Conceptversie Beoordeling - Inleiding: In april 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Van Heemstraweg 38 in Beuningen (gemeente Beuningen). Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Beuningen heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Hierbij zijn bodemingrepen archeologisch onderzoeksplichtig wanneer ze groter zijn dan 120 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Het archeologisch vooronderzoek bestond hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld.
Gemeente
LEUNINGEN
Burea uonderzoek Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op de stroomrug van de Waal, waarvan zich oever- en beddingafzettingen in de ondergrond van het plangebied bevinden. In de top van de oeverafzettingen kunnen archeologische resten vanaf de IJzertijd aanwezig zijn, de periode dat de Waal zich heeft kunnen vormen. De top van deze afzettingen bevindt zich op een diepte van minimaal 30 cm -Mv, direct onder een bouwvoor. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken uit de omgeving. Er geldt zodoende een hoge verwachting op resten uit de periode Late IJzertijd-Late Middeleeuwen. Van de overige perioden Paleolithicum-Bronstijd en de Nieuwe tijd zijn geen archeologische resten te verwachten. Resten uit de eerste periode zijn vrijwel zeker als gevolg van de rivieractiviteit van de Waal zijn geërodeerd, resten uit de Nieuwe tijd worden niet verwacht vanwege het ontbreken van bebouwing op historisch-topografisch kaartmateriaal. Inventariserend veldonderzoek Uit het veldonderzoek blijkt dat de natuurlijke bodemopbouw weinig intact gebleven is. Tijdens het onderzoek is namelijk vastgesteld dat de oorspronkelijke oeverafzettingen in het plangebied zijn omgewerkt tot een diepte van circa 80 cm -Mv. Tot op deze diepte zijn in een verstoringslaag baksteenresten en kalkbrokken aangetroffen, waarvan het laatste ter grondverbetering in de ondergrond is verwerkt.
In boring 1 is nog een restant van oeverafzettingen aanwezig, maar in de overige boringen is geen sprake meer van intacte oevers. Er zijn uitsluitend intacte beddingafzettingen aanwezig. Dit betekent dat de kans op nog intacte archeologische resten in de ondergrond van het plangebied klein is. Tevens ontbreekt een duidelijke cultuurlaag of een ouder vegetatieniveau en er zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Op basis van het veldonderzoek is zodoende de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen. Conclusie en advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid(gemeente Beuningen). - Opmerkingen: Geen. Selectiebesluit: De gemeente is akkoord met het selectieadvies van Transect om het plangebied archeologisch vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen.