07 Bijlage toelichting 6 - Selectiebesluit archeologie.pdf
Tekst van het document
Gemeente
Beuningen
Selectiebesluit/beoordeling (concept) onderzoeksrapport.
Onderwerp: Datum: Bijlage: Afschrift aan: Handtekeningen Bevoegd Gezag Archeologie:
2e versie rapport archeologisch inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven 18 november 2020 n.v.t. J.J.M. van der Zande, E.K. Mietes, regioarcheoloog regio beleidsmedewerker Ruimtelijke Nijmegen ordening
Onderzoek - Onderzoeksrapport: Ewijk, Koningstraat 29 en 31, Gemeente Beuningen (GD), Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase, Transect-rapport 2838 - Auteur: M.J. Hartog & M. Sonneveld - Versie: Definitief versie 2.0 Beoordeling Inleiding Op 4 november 2020 is de conceptversie van het rapport beoordeeld, naar aanleiding daarvan waren er drie opmerkingen. Opmerkingen: 1. Om tot een goede waardering van de vindplaats te komen, is in het PvE opgenomen dat ruim voldoende sporen gecoupeerd en gedocumenteerd worden, ten einde de kwaliteit en conservering van de sporen goed te kunnen inschatten. Ook sporen waarvan de aard en functie onbekend zijn, worden altijd op adequate wijze gecoupeerd, gedocumenteerd en afgewerkt, tenzij deze bij nadere bestudering deel blijken uit te maken van een gebouwstructuur, waterput o.i.d. Sporen die op basis van omliggende proefsleuven als "geïsoleerd" of "off site"
Gemeente
LEUNINGEN
kunnen worden omschreven, worden altijd gecoupeerd, gedocumenteerd en afgewerkt. Greppels worden in iedere werkput tegen de profielwand minstens één keer over een greppellengte van minstens 1 meter gecoupeerd. Naar aanleiding van bovenstaande methoden uit het PvE de vraag waarom greppel S.4 niet is gecoupeerd, en het tweede kuilspoor S.5 uit vermoedelijk de late middeleeuwen - nieuwe tijd evenmin? Ik vraag dit mede omdat er bij de waardering van deze vindplaats 1 staat dat de aangetroffen vondsten en sporen redelijk zeldzaam zijn; "de aangetroffen kanonskogel in een kuil kan namelijk relateren aan verdedigings- en/of aanvalswerken uit de tachtigjarige oorlog. In de omgeving van het plangebied is over deze oorlog nog weinig bekend. De vindplaats is daarom relevant voor de nationale of regionale kennisagenda. Het is verder interessant dat de greppels niet op de voor dit onderzoek geraadpleegde historische kaarten staan geprojecteerd. Als zodanig verschaffen zij wel informatie over vroege landinrichting." Mijns inziens had het couperen van beide sporen er in ieder geval ertoe geleid dat al hetgeen was gedaan om deze uitspraak zoveel mogelijk kracht te kunnen bijzetten. En wellicht werd ook duidelijk dat de greppel geen greppel ten behoeve van landinrichting was. De greppel is enkele meters breed, maar blijkbaar maar 30 cm diep(NB gaat dat niet om S.1?).
Is bij het verdiepen iets duidelijk geworden over de vorm van S.4 op basis van het profiel in de putwand bijvoorbeeld?
Versie 2.0: Er is een profielfoto toegevoegd en de tekst is uitgebreid. 2.Een kanonskogel hoeft nog niet te wijzen op verdedigings- of aanvalswerken uit de Tachtigjarige oorlog ter plaatse. Bij de waardestelling leidt deze mogelijkheid er echter toe dat het hier dan om zeldzame sporen en vondsten gaat en dat zou deze vindplaats dan relevant maken voor de nationale of regionale kennisagenda. Dat is best een grote stap waarbij ik een onderbouwing mis, bijvoorbeeld door bij een specialist na te gaan | bronnen te raadplegen of er op deze locatie|in deze streek hier sprake van kan zijn danwel wat mogelijke andere opties zijn, zowel qua vindplaats als datering van de kogel.
Versie 2.0: Een en ander is nader onderbouwd. 3. Er wordt geadviseerd om vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in het plangebied ter hoogte van het toekomstige bouwvlak van de woning in de vorm van een Opgraving variant archeologische begeleiding. Hierbij zal het uitgraven van het bouwvlak archeologisch moeten worden begeleid om archeologische waarden veilig te stellen. a) Gezien de geldende bestemmingsplanregels is het zaak om dit uit te breiden; op basis van het definitieve ontwerp dient het bouwvlak van de geplande bebouwing, evenals zones waar grondwerkzaamheden, zoals het aanbrengen van oppervlakteverhardingen waarbij 0,3 m -mv of dieper wordt ontgraven, archeologisch te worden begeleid. b) Kanttekening bij dit alles: hoe verhouden de putten zich tot het (huidige) ontwerp van de inrichting? Het lijkt erop dat al een groot deel van het beoogde bouwvlak is onderzocht. Wat zou volgens jullie dan een passend advies zijn?
Versie 2.0: Het advies luidt nu als volgt: Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek en de waardering zijn beide vindplaatsen behoudenswaardig bevonden. Er wordt geadviseerd om vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in het plangebied ter hoogte van het toekomstige bouwvlak van de woning, evenals zones waar grondwerkzaamheden plaatsvinden die dieper rijken dan 0,3 cm -Mv. Er kan namelijk niet worden uitgesloten dat ter hoogte van de nieuwe woning geen archeologische waarden aanwezig zijn. Het toekomstige bouwvlak overlapt 1,5 tot 2 m meter werkput 4 uit dit onderzoek (zie bijlage 4). In werkput 4 is een intacte bodemopbouw waargenomen. Geadviseerd wordt om het vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een Opgraving variant archeologische begeleiding. Hierbij zal het
Gemeente
LEUNINGEN
uitgraven van het bouwvlak en de overige graafwerkzaamheden archeologisch moeten worden begeleid om archeologische waarden veilig te stellen. Voorafgaand aan dit onderzoek zal een Programma van Eisen moeten worden opgesteld in overleg met de bevoegde overheid en/of diens adviseur. Selectiebesluit: De gemeente is akkoord met het selectieadvies van Transect om de bodemingrepen in het plangebied archeologisch te begeleiden.