07 Bijlage 7: tb4 quickscan flora en fauna.pdf
Tekst van het document
' B LUTING
ADVIES
NATUUR LANDSCHAP
.7 ~’ÎŴį, c•íjiřśį
'^ a®? ŴJį*
7777 I EIGEN 1
ţ ,
•' 1
it/'''-
— ‘ '77
MEI 2018
QUICKSCAN WILHELMINALAAN 116 BEUNINGEN
COLOFON Opdrachtgever Contactpersoon
FVZ Vastgoed A. Heestermans
Datum Status Projectnummer
Mei 2018 Definitief 18046
Auteur Controle
Tim Asbreuk Elmar Prins
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
4
2
PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN
5
3 3.1 3.2 3.3
WETGEVING EN NATUURBELEID SOORTBESCHERMING NATURA 2000 NATUURNETWERK NEDERLAND
7 7 8 8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
9
5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.2 5.3
RESULTATEN WET NATUURBESCHERMING FLORA VOGELS GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN VLEERMUIZEN REPTIELEN EN AMFIBIEËN VISSEN ONGEWERVELDEN NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000) ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR
10 10 10 10 12 12 13 13 13 15 16
6 6.1 6.2 6.3
CONCLUSIE SOORTBESCHERMING NATURA 2000 NATUURNETWERK NEDERLAND
17 17 18 19
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BIJLAGE 2 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 IN GELDERLAND
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
3
1
INLEIDING
AANLEIDING In mei 2018 heeft Buiting Advies in opdracht van dhr. Heestermans van FVZ Vastgoed een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor de gebouwen aan de Wilhelminalaan 116 in Beuningen (Gelderland). Men is voornemens in het plangebied, waar nu een oude woning en een garage/schuur staan, twee woningen te realiseren. Doel van deze quickscan flora en fauna was te onderzoeken of er vanuit de Wet natuurbescherming beperkingen zijn voor de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkelingen op deze locatie. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport beschrijven wij de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Vervolgens volgt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving. In hoofdstuk 4 beschrijven we de onderzoeksmethode en in hoofdstuk 5 volgen de resultaten. Het rapport sluit af met de conclusies.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
4
2
PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN
PLANGEBIED De locatie ligt in de bebouwde kom van Beuningen (afbeelding 1) en bestaat uit een oude woning en een los staande garage (afbeelding 2). De omgeving van het plangebied bestaat uit woningen, tuinen en overig aangeplant groen, open water en wegen/verhardingen.
Afbeelding 1: de ligging van het plangebied (rood) aan de Wilhelminalaan 116 te Beuningen.
* -
má
UšiS,
. .
Afbeelding 2: de te slopen bebouwing bestaat uit een woning met aanbouw en een garage/schuur.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
5
VOORGENOMEN ONTWIKKELING De opdrachtgever is voornemens de gebouwen op de locatie te slopen (afbeelding 1 en 2) om hier vervolgens twee woningen te realiseren. In afbeelding 3 is een situatieschets weergegeven..
JTrQ
ca.
rrt»
v/ f
VOOKJ/fA
Afbeelding 3: de situatieschets van de toekomstige situatie (bron: Oosterhout Architecten)
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
6
3
WETGEVING EN NATUURBELEID
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is onder andere de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna en Natura 2000 gebieden geregeld.
3.1
SOORTBESCHERMING
ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich tehebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De soorten beschermd onder artikel 3.5 zijn genoemd in bijlage 1 van dit rapport.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
7
ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen onder aan bijlage 2 van dit rapport.
3.2
NATURA 2000
Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen m.b.t. de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).
3.3
NATUURNETWERK NEDERLAND
Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen de NNN wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd (komen te) liggen en dat plant- en diersoorten daarbinnen verdwijnen. De algemene grenzen zijn in 1995 globaal aangegeven door de Rijksoverheid, in het Structuurschema Groene Ruimte en zijn nader begrensd weergegeven in de Nota Ruimte uit 2004. De precieze begrenzing wordt uiteindelijk bepaald door de provincies. GELDERS NATUURNETWERK In Gelderland wordt het Natuurnetwerk Nederland uitgevoerd binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Voor ontwikkelingen binnen de GNN geldt het "nee, tenzij-principe", wat inhoudt dat ontwikkelingen die een significant negatieve invloed hebben op wezenlijke kenmerken en waarden, in beginsel niet zijn toegestaan. Wel bestaat in dat geval nog een mogelijkheid om ontwikkelingen toch te realiseren door gebruikmaking van de instrumenten "herbegrenzing " (bij relatief kleine ruimtelijke ontwikkelingen) of "Saldobenadering " (bij grote integrale gebiedsontwikkelingen). GROENE ONTWIKKELINGSZONE Binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden partijen uitgenodigd om te helpen met de realisatie van groene doelen. In dit gebied is ontwikkelingsruimte voorhanden.
Afhankelijk van de ontwikkeling vraagt de provincie een bijdrage te leveren aan de GO.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
8
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestond uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in bestaande literatuur en andere beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over de aanwezigheid van via de Wet natuurbescherming beschermde soorten binnen het plangebied en in de omgeving daarvan. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van de meest recente verspreidingsatlassen en internetbronnen met verspreidingsinformatie over soorten. VELDBEZOEK Op 9 mei 2018 is het plangebied bezocht. Doel van dit bezoek was een beeld krijgen van het plangebied, zodat bepaald kan worden voor welke beschermde soorten het gebied mogelijk geschikt leefgebied vormt. Bij het bezoek is het plangebied inclusief de directe omgeving onderzocht, waarbij tevens goed is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten of sporen die daar op kunnen wijzen. ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek, is ingeschat of de voorgenomen werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Daarbij is zowel rekening gehouden met de gevolgen van een veranderende leefomgeving als met verstoringseffecten die kunnen worden veroorzaakt tijdens de uitvoering van werkzaamheden.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
9
5
RESULTATEN
5.1
WET NATUURBESCHERMING
Onderstaand wordt per soortgroep aangegeven welke beschermde of bedreigde soorten in het plangebied voor (kunnen) komen. De resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van bronnenonderzoek en de veldinventarisatie. Ook wordt, indien aan de orde, aangegeven welk effect de voorgenomen ontwikkelingen op deze soorten kunnen hebben en of de ontwikkelingen en bijbehorende maatregelen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming.
5.1.1
FLORA
Het plangebied bestaat uit bebouwing met daaromheen een tuin met aangeplante bomen, struiken en tuinplanten. De van nature voorkomende plantensoorten zijn (vrij) algemeen en indiceren een voedselrijke, dan wel verdichte bodem. Zo groeien hier onder andere als kleine veldkers, klein kruiskruid, scherpe boterbloem, kruipende boterbloem, smalle weegbree, paardenbloem en madeliefje in het korte gras en tussen de bestrating in het plangebied. In de schaduwrijkere delen groeien onder andere look-zonder-look, grote brandnetel, robertskruid en zevenblad. Van de locatie zijn geen beschermde planten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10) bekend noch door ons aangetroffen. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroep.
5.1.2
VOGELS
Het plangebied is in potentie geschikt voor diverse soorten vogels van opgaand groen en bebouwing. Bij het veldbezoek werden spreeuw, merel, vink, zwarte kraai, koolmees, zwartkop, boerenzwaluw, roodborst, turkse tortel en houtduif waargenomen. Deze en andere soorten broeden mogelijk in (de omgeving van) het plangebied. Alle broedende vogels zijn bij wet beschermd. Het wordt dan ook aangeraden werkzaamheden waarbij de beplanting wordt aangetast (ruim) buiten het indicatieve broedseizoen (15 maart-15 juli) uit te voeren. Ook buiten de indicatieve broedperiode zijn broedende vogels beschermd, maar de kans op broedende vogels is dan veel kleiner. JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN VERBLIJFPLAATSEN Van de vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats werden de huismus en gierzwaluw tijdens het veldbezoek waargenomen. Tevens maakt de literatuur melding van de beschermde steenuil in de omgeving van het plangebied. In de bomen in of nabij het plangebied werden geen nesten of potentiële nestlocaties van in bomen broedende jaarrond beschermde soorten waargenomen. De bomen hadden echter bladeren gedurende de quickscan, er wordt aangeraden dat indien men bomen gaat kappen deze vooraf goed te inspecteren op grote nesten (roofvogels) of holten. Indien deze worden aangetroffen kan het beste een ecoloog worden geraadpleegd.
Huismus De gebouwen binnen het plangebied zijn (potentieel) geschikt als nestlocatie voor huismussen. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen aangetroffen in de woonwijk aangrenzend aan het plangebied. Onder de dakpannen bevinden zich op meerdere locaties geschikte openingen voor huismussen. Via deze openingen kunnen de huismussen de ruimte tussen het dakbeschot en de pannen bereiken om hier vervolgens te nestelen. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of en hoeveel huismussen gebruik maken van de gebouwen binnen het plangebied. Het Kennisdocument huismus geeft bij de huismus aan dat twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni noodzakelijk zijn om de aanwezigheid van huismussen uit te sluiten.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
10
' í r-r'
į?
Afbeelding 4: onder de dakpannen van de woning en de garage zijn veel geschikte plekken voor huismussen aanwezig.
Gierzwaluw Het gebouw is mede door de beperkte hoogte ongeschikt voor gierzwaluwen. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing voor gierzwaluwen is niet noodzakelijk. Steenuil De voortplantings- en rustplaatsen van de steenuil en het bijbehorende essentiële leefgebied zijn beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Steenuilen broeden in holle bomen, in gebouwen (bijvoorbeeld onder golfplaten of dakpannen) en (steeds vaker) in speciaal voor steenuilen geplaatste nestkasten. Bomen met geschikte holten zijn niet aanwezig binnen het plangebied. De gebouwen zijn (potentieel) geschikt als voortplantings- en/of rustplaats. Steenuilen foerageren in het landelijk gebied of andere grote (half) open groene gebieden.
In het Kennisdocument Steenuil worden de volgende kenmerken voor het leefgebied genoemd: » een open tot halfopen landschap met een afwisselend korte en verruigde vegetatie; » erven met bebouwing, beplanting, tuinen, moestuinen en weilandjes met (hobby)vee; » voldoende nestplaatsen in boomholten, nestkasten of nauwe ruimten in gebouwen, bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot; » een gevarieerd aanbod van prooien zoals muizen, regenwormen en insecten; » voldoende zit- en uitkijkposten om te foerageren en om te rusten; » geen verstoring en versnippering door grote wegen; » geen gebruik van insecticiden of andere pesticiden in het territorium of in de directe omgeving. In de dorpskern van Beuningen zijn in het verleden op enkele plekken steenuilen waargenomen. Deze locaties bevinden zich op meer dan 500 meter van het plangebied. De waarnemingen die tijdens het broedseizoen zijn verricht liggen langs de rand van Beuningen of nabij het Heuvepark. Steenuilen hebben een territorium van 5 tot 30 hectare waarvan een aanzienlijk deel dient te bestaan uit geschikt foerageerhabitat (open/halfopen landschap).
Aangezien de versnippering en verstoring in het midden van de bebouwde kom sterk is en geen/onvoldoende open tot halfopen landschap in de directe omgeving ^ 500 meter) van het plangebied aanwezig is, wordt de kans dat steenuilen gebruik maken van het plangebied zeer klein geacht. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor de steenuil.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
11
Overige vogels met jaarrond beschermde nest- en verblijfplaatsen in gebouwen worden niet verwacht en ook maakt vormt het plangebied geen essentieel onderdeel van het essentieel leefgebied voor de in de literatuur vermelde buizerd, grote gele kwikstaart, havik, ooievaar, sperwer, ransuil, wespendief en andere soorten met een jaarrond beschermde nestplaats.
5.1.3
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN
Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) grondgebonden zoogdieren waargenomen. Mogelijk doorkruizen algemene soorten als bosmuis, bunzing en rosse woelmuis het plangebied. Voor deze soorten geldt echter een vrijstelling in Gelderland. De literatuur maakt melding van de beschermde steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) en bever (Wet natuurbescherming 3.5) de omgeving van het plangebied. Hieronder worden deze verder beschreven. STEENMARTER De beschermde steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) is op enkele locaties rondom het plangebied waargenomen, het aantal waarnemingen is echter beperkt. Het gebouw binnen het plangebied is (potentieel) geschikt als voortplantings- en/of rustplaats voor steenmarters. Steenmarter kunnen deze gebouwen betreden via de losliggende of ontbrekende dakpannen (afbeelding 4 en 5). Aanvullend onderzoek dient aan te tonen of het plangebied door steenmarters wordt gebruikt als voortplantings- of rustplaats. BEVER Uit de literatuur blijkt dat de beschermde bever (Wet natuurbescherming 3.5) in de omgeving van het plangebied voorkomt. Van deze soort zijn alle vaste voortplantings- en rustplaatsen en het bijbehorende essentiële leefgebied beschermd. Bevers verblijven in beverburchten die worden gebouwd met takken en modder, maar ook in holen in de oever. Wilgenbossen langs watergangen zijn erg belangrijk als foerageergebied voor bevers.
Tijdens het veldbezoek zijn geen voortplantings- of rustplaatsen van de bever aangetroffen. Door het ontbreken van water in het plangebied worden deze ook niet verwacht. Ook is binnen het plangebied geen sprake van een essentieel leefgebied (o.a. wilgenbos) van de bever. Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing voor de bever is niet noodzakelijk.
5.1.4
VLEERMUIZEN
Verblijfplaatsen en de daarbij behorende essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen zijn beschermd via de Wet natuurbescherming (artikel 3.5). De literatuur maakt melding van het voorkomen van de gebouwbewonende soorten gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis in de omgeving van het plangebied. De gebouwen binnen het plangebied bevatten (potentieel) geschikte locaties voor gebouwbewonende vleermuizen (afbeelding 4 en 5). Verblijfplaatsen van boombewonende soorten worden niet verwacht, maar kunnen gezien het blad aan de bomen gedurende de quickscan ook niet volledig worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek zal moeten aantonen of vleermuizen gebruik maken van de gebouwen of bomen binnen het plangebied.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
12
ŕfí »İ|
ïŞĮmg
* *
-TjL'
o W v.
Afbeelding 5: vleermuizen kunnen onder andere verblijven onder de dakpannen of achter de luiken, windveren en overige betimmering.
5.1.5
REPTIELEN EN AMFIBIEËN
De literatuur maakt melding van het voorkomen van algemene soorten als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Mogelijk kunnen deze of andere algemene soorten af en toe in het plangebied aanwezig zijn. Deze zijn opgenomen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Voor betreffende soorten geldt in Gelderland echter een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Verder zijn in de wijde omgeving van het plangebied de beschermde kamsalamander en poelkikker waargenomen (Wet natuurbescherming 3.5). Hieronder wordt de situatie voor deze twee soorten verder toegelicht. Kamsalamander en poelkikker De kamsalamander en poelkikker komen voor langs de Waal nabij Beuningen. Kamsalamanders en poelkikkers planten zich voort in stilstaande (meestal visvrije) wateren zoals poelen, laagtes, vijvers etc. In het plangebied is geen water aanwezig. Kamsalamanders hebben een actieradius van enkele honderden meters. Gezien de afstand tot het bekende leefgebied (de uiterwaarden van de Waal), het ontbreken van tussenliggende waarnemingen en het ontbreken van geschikte voortplantingswateren in het plangebied, worden geen kamsalamanders verwacht binnen het plangebied. Ook poelkikkers worden door het ontbreken van geschikt voortplantingswater binnen het plangebied niet verwacht.
Indien poelkikkers het plangebied als verbinding of landhabitat gebruiken, blijft het plangebied deze functie behouden na de ontwikkelingen. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing voor de kamsalamander en de poelkikker is niet noodzakelijk. Overige beschermde amfibieën en reptielen (Wet natuurbescherming 3.5 en 3.10) worden niet verwacht op basis van de bekende verspreiding en de (a)biotische omstandigheden binnen het plangebied. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroep.
5.1.6
VISSEN
Binnen het plangebied is geen permanent open water aanwezig. Daarmee ontbreekt geschikt habitat voor beschermde vissoorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10). Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroep.
5.1.7
ONGEWERVELDEN
Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor de in Wet natuurbescherming opgenomen beschermde ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, etc.). Ook in de literatuur ontbreken meldingen van beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied. Er worden als gevolg van de voorgenomen
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
13
ontwikkelingen en werkzaamheden geen negatieve effecten verwacht op beschermde soorten uit andere soortgroepen (dagvlinders, libellen, kevers etc.). Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroepen.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
14
5.2
NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000)
Het plangebied ligt op ongeveer 2 kilometer van het Natura 2000-gebieden 'Rijntakken' (afbeelding 6). Natura 2000-gebied 'Veluwe' en overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied. Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden, worden geen nadelige invloeden op de beschermingsdoelen van de Natura 2000-gebieden verwacht. Het uitvoeren van verdere toetsing of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn is niet noodzakelijk.
Beuningen
Weuit
Afbeelding 6: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de Natura 2000-gebied 'Rijntakken'.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
15
5.3
ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR
Het plangebied ligt op ongeveer 1,6 kilometer van het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone (afbeelding 7). Er vindt geen ruimtebeslag op het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone plaats. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone worden voor, na of tijdens de werkzaamheden niet aangetast. Een verdere toetsing is niet noodzakelijk.
Winssťii
Oostei hout
Ewijk
n go n Weuft
N847
Niį megen N326
N326
Afbeelding 7: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
16
6
CONCLUSIE
6.1
SOORTBESCHERMING
FLORA De aanwezigheid van beschermde planten is zo goed als uitgesloten. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroep. VOGELS Alle broedvogels zijn beschermd via de Wet natuurbescherming. Nesten mogen niet worden beschadigd of vernield. De broedtijd van de meeste vogels loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, maar ook daarbuiten zijn nesten beschermd. Indien in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen, dan mogen deze niet worden beschadigd of weggenomen. Het is aan te bevelen eventuele werkzaamheden aan bomen en struiken (ruim) buiten de indicatieve broedtijd uit te voeren. Jaarrond beschermde voortplantingsplaatsen (nesten) of rustplaatsen Ooievaar In het plangebied zijn geen nesten van ooievaars aanwezig. Ook wordt geen essentieel foerageergebied van de ooievaar aangetast. Effecten op de ooievaar worden dan ook niet verwacht (zie paragraaf 5.1.2). Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soort. Buizerd, boomvalk, havik, ransuil, sperwer en andere in bomen broedende soorten De kans op aanwezigheid van nesten van deze soorten wordt gezien de ligging van het plangebied (binnen de bebouwde kom) klein geacht. Nesten kunnen door het blad aan de bomen gedurende de quickscan ook niet geheel worden uitgesloten.
Indien men voornemens is bomen te kappen wordt aangeraden deze voorafgaand aan de kop goed te inspecteren op grote takkennesten (roofvogels) en holten. Indien deze worden aangetroffen wordt aangeraden een ecoloog te raadplegen. Ook wordt geen essentieel foerageergebied van deze soorten aangetast. Effecten op jaarrond beschermde soorten die afhankelijk zijn van bomen worden dan ook niet verwacht (zie paragraaf 5.1.2). Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soort. Steenuil De gebouwen binnen het plangebied zijn (potentieel) geschikt als broedlocatie voor de steenuil. De omgeving van het plangebied is echter ongeschikt als leefgebied voor de steenuil. Ook zijn in een zone van 500 meter rondom het plangebied geen steenuilen waargenomen gedurende het broedseizoen. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soort. Gierzwaluw In het plangebied zijn geen geschikte voortplantings- of rustplaatsen aanwezig voor gierzwaluwen. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soort (zie paragraaf 5.1.2). Huismus In het plangebied zijn (potentieel) geschikte voortplantings- of rustplaatsen aanwezig voor huismussen.
Aanvullend onderzoek zal moeten aantonen of de gebouwen in gebruik zijn als jaarrond beschermde nestlocatie of verblijfplaats (zie paragraaf 5.1.2).
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
17
Overige vogelsoorten met een jaarrond beschermde voortplantings- of rustplaats worden niet verwacht. Indien men voornemens is bomen te kappen wordt aangeraden deze in de winter te inspecteren op nesten die geschikt zijn voor roofvogels en/of holten. Indien deze worden aangetroffen wordt aangeraden een ecoloog te raadplegen. Tevens wordt geadviseerd tijdens het aanvullend onderzoek naar huismussen en vleermuizen ook te letten op indicaties van een eventuele jaarrond beschermde nestplaats. GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Steenmarter Aanvullend onderzoek zal moeten aantonen of de gebouwen in gebruik zijn als verblijfplaats van de beschermde steenmarter. Dit onderzoek kan worden gecombineerd met het onderzoek naar huismussen. Overige vaste voortplantings- of rustplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10) worden niet verwacht. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor grondgebonden zoogdieren (zie paragraaf 5.1.3). VLEERMUIZEN In de gebouwen zijn meerdere (potentieel) geschikte invliegopeningen voor vleermuizen aanwezig die toegang kunnen geven tot het gebouw die door vleermuizen kunnen worden gebruikt als voortplantings- of rustplaats.
Aanvullend onderzoek zal moeten aantonen of de gebouwen binnen het plangebied in gebruik zijn als kraam-, zomer-, en/of paarverblijfplaats door vleermuizen (zie paragraaf 5.1.4). Indien men voornemens is bomen te kappen wordt aangeraden deze in de winter te inspecteren op holten of loszittende bast die door vleermuizen kan worden gebruikt. Gezien het blad aan de bomen gedurende het veldwerk van deze quikcscan was dit namelijk niet geheel uit te sluiten. Indien deze worden aangetroffen wordt aangeraden een ecoloog te raadplegen. Tevens wordt geadviseerd tijdens het aanvullend onderzoek naar vleermuizen ook te letten op indicaties van een eventuele boombewonende soorten. REPTIELEN EN AMFIBIEËN Er ontbreekt geschikt voortplantingswater en landhabitat voor beschermde amfibieën en geschikt leefgebied voor beschermde reptielen. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroep (zie paragraaf 5.1.5). VISSEN Door het ontbreken van oppervlaktewater is aanwezigheid van beschermde vissen uitgesloten. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor de soortgroep (zie paragraaf 5.1.6). ONGEWERVELDEN Aanwezigheid van beschermde ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, etc.) is zo goed als uit te sluiten.
Het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroepen (zie 5.1.7).
6.2
NATURA 2000
Het uitvoeren van verdere toetsing of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn is niet noodzakelijk (zie 5.2).
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
18
6.3
NATUURNETWERK NEDERLAND
Een verdere toetsing in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur is niet noodzakelijk (zie 5.3).
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
19
LITERATUUR Creemers, R. C. M. van Delft, J. C. W. 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna 9. Stichting Ravon. 476pp. BIJ12. 2017. Kennisdocument Kamsalamander. Versie 1.0 Juli 2017. BIJ12. 2017. Kennisdocument Huismus. Versie 1.0 Juli 2017. BIJ12. 2017. Kennisdocument Steenuil. Versie 1.0 Juli 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl Internetbronnen
www.telmee.nl www.waarneming.nl www.ravon.nl
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
20
BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE DIERSOORTEN UIT DE HABITATRICHTLIJN geel schorpioenmos juchtleerkever tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel moerasparelmoervlinder rivierrombout oeveraas sierlijke witsnuitlibel mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart walrus gladde slang dikkopschildpad muurhagedis kemp's zeeschildpad zandhagedis lederschildpad steur hamster soepschildpad bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis boomkikker bechsteins vleermuis geelbuikvuurpad bosvleermuis heikikker brandts vleermuis kamsalamander franjestaart knoflookpad gewone grootoorvleermuis rugstreeppad grijze grootoorvleermuis vroedmeesterpad grote hoefijzerneus apollovlinder grote rosse vleermuis boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus pimpernelblauwtje laatvlieger tijmblauwtje meervleermuis zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis
Quickscan Flora en fauna
ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis watervleermuis bruinvis dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis narwal orca tuimelaar witflankdolfijn witsnuitdolfijn noordse vinvis potvis poelkikker houting bataafse stroommossel platte schijfhoren bever hazelmuis lynx noordse woelmuis wilde kat wolf gewone dwergvleermuis butskop dwergvinvis griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn
Buiting Advies BV
21
BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis
Quickscan Flora en fauna
ringslang beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal boommarter damhert das edelhert eekhoorn eikelmuis grote bosmuis molmuis veldspitsmuis waterspitsmuis gewone zeehond grijze zeehond meerkikker aardmuis bunzing dwergmuis dwergspitsmuis gewone bosspitsmuis hermelijn huisspitsmuis ondergrondse woelmuis rosse woelmuis steenmarter tweekleurige bosspitsmuis veldmuis vos wezel woelrat
Buiting Advies BV
22
BESCHERMDE PLANTENSOORTEN (BIJLAGE B) blaasvaren kleine wolfsmelk groensteel kluwenklokje schubvaren knollathyrus akkerboterbloem knolspirea akkerdoornzaad korensla akkerogentroost kranskarwij beklierde ogentroost kruiptijm berggamander lange zonnedauw bergnachtorchis liggende ereprijs blauw guichelheil moerasgamander bokkenorchis muurbloem bosboterbloem naakte lathyrus bosdravik naaldenkervel brave hendrik pijlscheefkelk brede wolfsmelk roggelelie breed wollegras rood peperboompje rozenkransje bruinrode wespenorchis dennenorchis ruw parelzaad dreps scherpkruid echte gamander schubzegge franjegentiaan smalle raai geelgroene wespenorchis spits havikskruid geplooide vrouwenmantel steenbraam getande veldsla stijve wolfsmelk stofzaad gevlekt zonneroosje glad biggenkruid tengere distel gladde zegge tengere veldmuur groene nachtorchis trosgamander veenbloembies groot spiegelklokje grote bosaardbei vliegenorchis vroege ereprijs grote leeuwenklauw honingorchis wilde averuit wilde ridderspoor kalkboterbloem kalketrip wilde weit karthuizeranjer wolfskers karwijselie zandwolfsmelk kleine ereprijs zinkviooltje kleine schorseneer zweedse kornoelje
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
23
VRIJSTELLING BINNEN DE PROVINCIE GELDERLAND Voor de onderstaande soorten geldt een vrijstelling in de provincie Gelderland bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt voor de volgende soorten: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, bastaard kikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat.
Quickscan Flora en fauna
Buiting Advies BV
24
BUITING1
ADVIES ļ.
k NATUUR LANDSCHAP
Buiting Advies Wilhelminaweg 64 6951 BP Dieren 0313-619042 www.buiting.nl