CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Bijlage toelichting 5 - verkennend archeologisch onderzoek.pdf

Commissie Ruimte 25 mei 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Van Heemstraweg 38 Beuningen9.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transect-rapport 2715 Beuningen, Van Heemstraweg 38 x.

Gemeente Beuningen (GD) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

ADVIES

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

LUŝ

:X ■I

'«K-.

|

transect- archeologie, erfgoed, ruimte

V

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Auteur

Drs. T. Nales

Versie

Conceptversie

Projectcode

20010094

Datum

20-04-2020

Opdrachtgever

T: 030-7620705 F: 030-7620706 E: informatie@transect.nl

Buro Waalbrug Schoenaker 10 6641 SZ Beuningen

Uitvoerder

Transect Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Onderzoeksmelding

4837689100

Bevoegde overheid

Gemeente Beuningen

Adviseur bevoegde overheid

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (18-04-2020)

Autorisatie Naam Drs. A.A. Kerkhoven (Senior archeoloog)

Datum 23-04-2020

Paraaf

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

|

transect'; archeologie, erfgoed, ruimte

V Samenvatting In opdracht van Buro Waalbrug heeft Transect in april 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Van Heemstraweg 38 in Beuningen (gemeente Beuningen). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld. Naar aanleiding van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: ^

Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op de stroomrug van de Waal, waarvan zich oever- en beddingafzettingen in de ondergrond van het plangebied bevinden. In de top van de oeverafzettingen kunnen archeologische resten vanaf de IJzertijd aanwezig zijn, de periode dat de Waal zich heeft kunnen vormen. De top van deze afzettingen bevindt zich op een diepte van minimaal 30 cm -Mv, direct onder een bouwvoor. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken uit de omgeving. Er geldt zodoende een hoge verwachting op resten uit de periode Late IJzertijd-Late Middeleeuwen. Van de overige perioden Paleolithicum-Bronstijd en de Nieuwe tijd zijn geen archeologische resten te verwachten. Resten uit de eerste periode zijn vrijwel zeker als gevolg van de rivieractiviteit van de Waal zijn geërodeerd, resten uit de Nieuwe tijd worden niet verwacht vanwege het ontbreken van bebouwing op historisch-topografisch kaartmateriaal.

^

Uit het veldonderzoek blijkt dat de natuurlijke bodemopbouw weinig intact gebleven is. Tijdens het onderzoek is namelijk vastgesteld dat de oorspronkelijke oeverafzettingen in het plangebied zijn omgewerkt tot een diepte van circa 80 cm -Mv. Tot op deze diepte zijn in een verstoringslaag baksteenresten en kalkbrokken aangetroffen, waarvan het laatste ter grondverbetering in de ondergrond is verwerkt. In boring 1 is nog een restant van oeverafzettingen aanwezig, maar in de overige boringen is geen sprake meer van intacte oevers. Er zijn uitsluitend intacte beddingafzettingen aanwezig. Dit betekent dat de kans op nog intacte archeologische resten in de ondergrond van het plangebied klein is. Tevens ontbreekt een duidelijke cultuurlaag of een ouder vegetatieniveau en er zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Op basis van het veldonderzoek is zodoende de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen.

Advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Beuningen). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Beuningen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

7

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

8

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken

11

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

15

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

21

10.

Resultaten veldonderzoek

23

11.

Beantwoording onderzoeksvragen

25

12.

Conclusie en Advies

26

13.

Geraadpleegde bronnen

27

Bijlage 1: Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Beuningen

29

Bijlage 2: Stroomruggenkaart

30

Bijlage 3: Landschapskaart

31

Bijlage 4: Geomorfologische kaart

32

Bijlage 5: Hoogtekaart

33

Bijlage 6: Bodemkaart

34

Bijlage 7: Archeologische informatie

35

Bijlage 8: Boorpuntenkaart

36

Bijlage 9: Foto's van boringen

37

Bijlage 10: Boorbeschrijvingen

38

1 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

1. Aanleiding In opdracht van Buro Waalbrug heeft Transect1 in april 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Van Heemstraweg 38 in Beuningen (gemeente Beuningen). De aanleiding voor het onderzoek vormt de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van een bouwkavel met een woning en een bijgebouw. In het plangebied geldt in het bestemmingsplan Buitengebied (2012) een Waarde - Archeologie 2. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 120 m2 en dieper dan 30 cm -Mv reiken. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen van het toekomstig bouwkavel (circa 6515 m2 met bodemingrepen dieper dan 50 cm -Mv) archeologisch vooronderzoek nodig is. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Melman, 2020).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm 'BRL SIKB 4000', versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: 'KNA Protocol 4001 Programma van Eisen', 'KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven' en 'Protocol 4004 Opgraven', en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Amateurverenigingen en het gemeentelijk bouwarchief zijn niet geraadpleegd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied.

Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: ^

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen?

^

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

^

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?

^

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de - verwachte - aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1).

2 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Beuningen

Plaats

Beuningen

Toponiem

Van Heemstraweg 38

Kaartblad

40C

Centrumcoördinaat

182.213 7 430.572

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Van Heemstraweg 38 in Beuningen (gemeente Beuningen). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal omvat het plangebied een deel van het perceel BNG00 Sectie F nummer 1784. In het zuiden grenst het plangebied aan de Van Heemstraweg, de overige begrenzingen worden volledig gevormd door de toekomstige bouwplannen. Het perceel waarop het plangebied gelegen is, heeft een omvang van 6537 m2, het plangebied zelf is 541 m2 groot.

3 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

"««įnuireo

- - *l* t

fÿ**MsĩMĩ

5 SM

u,i«ow.;

OtHAACHf űA®s 4 JĮ V^ .U f Legenda plangebied

150 m Beuningei

transect Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven).

4 transect, archeologie, erfgoed, ruimte

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader Oppervlakte plangebied

Aanvraag omgevingsvergunning 541 m22

Planvorming

Nieuwbouw woning en schuur

Omvang verstoringen

106 m2 woning 45 m2 schuur

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Onbekend

Het voornemen bestaat om in het plangebied een nieuw bouwkavel te realiseren met daarop een woning en een schuur. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in figuur 2. Om de herontwikkeling mogelijk te maken, is een omgevingsvergunning nodig, aangezien de voorgenomen ingrepen groter zijn dan door het bestemmingsplan wordt toegestaan. De bodemingrepen zullen naar verwachting het bodemarchief en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden aantasten. De toekomstige woning en schuur heeft een omvang van respectievelijk 106 en 45 m2. Ze worden niet onderkelderd. Hoe diep de ingrepen zullen reiken is echter nog niet bekend, aangezien de technische tekeningen voor de woning en schuur nog worden opgesteld. In de rest van het terrein zal een tuin worden ingericht.

5 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

182250

182250

Figuur 2: Tekening van de toekomstige situatie in het plangebied. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: Buro Waalbrug)

6 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

5. Beleidskader Onderzoekskader

Aanvraag omgevingsvergunning

Beleidskader

Bestemmingsplan Buitengebied (2012)

Onderzoeksgrens

120 m2 en dieper dan 30 cm -Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 in werking zal treden. In het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" heeft het plangebied Waarde - Archeologie 2. Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (bijlage 1). Hierop heeft het plangebied deels een hoge archeologische verwachting en is het deels van archeologische waarde. Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 120 m2 én dieper dan 30 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.

Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en -diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de omgevingsvergunning dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.

7 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Midden-Nederlands rivierengebied

Geomorfologie

Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (2M53L) Dekzandwelving (3L51yc)

Maaiveld

6,1 m NAP

Bodem

Laarpodzolgrond (cHn23)

Grondwater

GWT-V*

Landschap Het plangebied maakt deel uit van het Midden- Nederlandse rivierengebied. Landschappelijk ligt het plangebied aan de zuidkant van het oude, pleistocene rivierdal van de Rijn, dat zich tussen circa 40.000 en 20.000 jaar geleden heeft kunnen vormen (Cohen e.a., 2012). Toentertijd lag er een brede riviervlakte, waarbinnen de riviergeulen in een verwilderd ('vlechtend') patroon verspreid lagen. Door de riviergeulen werd in het dal grof zand en grind afgezet, dat geologisch gezien wordt gerekend tot het Formatie van Kreftenheije (De Mulder e.a., 2003). De aanwezigheid van grof zand en grind wijst op hoge stroomsnelheden en sterke variaties in de (piek)afvoer (als gevolg van grote hoeveelheden (smelt)water). Op andere momenten lag de bedding van de riviervlakte langere perioden droog. Vanaf 15.000 jaar geleden begon dit beeld enigszins te veranderen aangezien toen het klimaat geleidelijk begon te verbeteren. In eerste instantie was sprake van enkele relatief kortdurende warmere perioden (respectievelijk het B0lling- en Aller0d-interstadiaal, circa 13.000 tot 12.000 jaar geleden en 11.500 tot 11.000 jaar geleden). Gedurende deze oplevingen nam de vegetatie toe en werd de afvoer van rivierwater beter verdeeld. De riviergeulen begonnen te kronkelen (meanderen) en sneden zich in de riviervlakte in, waardoor langzamerhand een "getrapt" rivierdal ontstond.

In het dal werd tijdens overstromingen zogenaamd 'Hochflutlehm' afgezet, ook wel bekend als het Laagpakket van Wijchen (De Mulder e.a., 2003; Bennema en Pons, 1952). Pas vanaf circa 10.000 jaar geleden, in het Holoceen, zetten de verbeterde klimaatomstandigheden definitief door, waardoor de toenemende vegetatie de verstuivingen van rivierzand aan banden legde en de oevers van de rivieren door de alsmaar kleiner wordende verschillen in afvoer zich stabiliseerden. Door de stabiele oevers traden de rivieren alleen nog bij hoogwater buiten de oevers. De klei die bij hoogwater buiten de rivieren werd afgezet wordt eveneens gerekend tot het Laagpakket van Wijchen. De zich insnijdende meanderende rivieren gingen onder invloed van een voortdurend stijgende zeespiegel in het Holoceen over in accumulerende meanderende rivieren, die meermalen hun loop verlegden en daardoor verschillende stroomgordels ontwikkelden. Hierdoor vond in het grootste deel van het rivierengebied afzetting plaats van zand (beddingafzettingen), zandige klei (oeverafzettingen) en zware klei (komafzettingen), die werden afgewisseld door veen. Daarbij werden de oudere afzettingen door jongere begraven. Het moment waarop dit optreedt, hangt af van de ligging van de zogenaamde terrassenkruising (Berendsen en Stouthamer, 2001).

De terrassenkruising is het punt waarop de netto insnijding overgaat in een netto accumulatie van sediment (Berendsen, 2005). De ligging van dit punt ligt niet vast maar is afhankelijk van het debiet, de sedimentlast van een rivier en de stijging c.q. daling van de zeespiegel. Berendsen en Stouthamer (2001) vermoeden dat de terrassenkruising rond 2.500 v. Chr. in de omgeving van Beuningen heeft gelegen (Neolithicum). Daarna raakten de Laat-Pleistocene en Vroeg-Holocene afzettingen afgedekt met holocene rivierafzettingen en kon het oude rivierenlandschap verdrinken, wanneer ze verder van een rivier

8 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

verwijderd lagen. Op die punten trad door de aanhoudende stijging van het grondwater op grote schaal veenvorming op. Geologie Volgens de geologische kaart2 liggen in het plangebied afzettingen van de Formatie van Echteld (holocene rivierafzettingen) op afzettingen van de Formatie van Kreftenheije (vroegholocene- en pleistocene afzettingen). Lithologie In de omgeving van het plangebied is in het zuiden van het plangebied een geologische boring uitgevoerd door TNO (boring B40C0074; bron: www.dinoloket.nl). De boring laat een bodemopbouw zien, waarbij sprake is van klei (tot 100 cm -Mv) op zand (tot 1000 cm -Mv) op grof grind (tot 1300 cm Mv). Geologisch gezien behoren de bovenste 1000 cm tot holocene afzettingen, terwijl het grind daaronder tot de pleistocene afzettingen behoort. Op basis van sedimentaire kenmerken behoort de bovenste zandige klei tot een oeverafzetting van de Waal met daaronder de rivierbeddingafzettingen. Het grind vormt een pleistocene rivierbeddingafzetting. Er zijn geen lithologische gegevens of ondergrondgegevens beschikbaar uit milieutechnisch onderzoek en/of sonderingen. Deze zijn ten tijde van dit onderzoek nog niet uitgevoerd. Geomorfologie Volgens de Paleogeografische kaart van het Rivierengebied ligt het plangebied op de stroomrug van de Waal (Cohen e.a., 2012, bijlage 2). Deze rivier kent zijn oorsprong vanaf circa 200 v.Chr.

en heeft actief sedimenten afgezet totdat deze bedijkt werd in de 11e en 12e eeuw. Naar verwachting bevinden zich in het plangebied zowel bedding- als oeverafzettingen van deze rivier. Gezien de vorming van de Waal rond 200 v. Chr. zijn de vermeende oever- en beddingafzettingen op zijn vroegst in de Late IJzertijd gevormd. Volgens de paleogeografische kaart van de gemeente Beuningen ligt het plangebied op een stroomrug. Dit komt overeen met de kaart van Cohen e.a. (2012). Vermoedelijk betreft het de Waal. Ten zuiden van het plangebied strekt zich een gebied uit waar oeverafzettingen en crevassen liggen, vermoedelijk ook als onderdeel van de Waal stroomrug. De kaart laat tevens de meest waarschijnlijke ligging van een oude Romeinse weg binnen de gemeente zien (de Romeinse limesweg). Deze ligt circa 70 m ten zuiden van het plangebied (bijlage 3). Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een stroomrug (code 3B44, bijlage 4). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valt af te leiden dat het maaiveld op 8,4 m NAP ligt (bron: www.ahn.nl; bijlage 5). Het maaiveld binnen het plangebied is relatief vlak en vertoont weinig verschillen. In de wijde omgeving is wel sprake van reliëf. Ten noorden van het plangebied is op het AHN een strookvormige verlaging in het landschap waar te nemen.

Dit hoogteverschil hangt hoogstwaarschijnlijk samen met de ligging van een restgeul (van de Waal) hier, die als gevolg van differentiële klink aan het maaiveld waar te nemen is. Het plangebied ligt zodoende ten zuiden van deze geul. Bodem In het plangebied worden volgens de bodemkaart kalkrijke ooivaaggronden verwacht (code Rd90A, bijlage 6). De ooivaaggronden bestaan hier voornamelijk uit kalkhoudende zware zavel en lichte klei

2 bron: www.grondwatertools.nl

9 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

(zandige klei). Deze gronden zijn over het algemeen kleigronden met een weinig donker gekleurde bovengrond. Tevens zijn ze tot een relatief grote diepte homogeen bruin gekleurd. Roestvlekken komen daarbij pas vanaf 50 cm -Mv voor. De homogene kleur is het gevolg van een hoge en langdurige biologische activiteit. Dit is alleen mogelijk wanneer er geen vernatting optreedt in dit deel van het profiel, waardoor leven in de bodem wordt verstoord. De bodems hebben grondwatertrap VII, wat betekend dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (winterpeil) beneden 80 cm -Mv ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand (zomerpeil) beneden 120 cm -Mv. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden dat zowel organische als anorganische archeologische resten goed in de bodem geconserveerd kunnen zijn gebleven, voor zover deze beneden 120 cm -Mv liggen. Onverbrande organische resten die binnen 120 cm -Mv liggen zijn naar verwachting door oxidatie aangetast dan wel gedegradeerd.

10 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Archeologische verwachting Op de gemeentelijke verwachtingskaart kent het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de verwachte aanwezigheid van oeverafzettingen van de Waal. Deze hebben vanwege hun wat hogere ligging binnen het regionale landschap bewoningsmogelijkheden geboden voor (pre-)historische samenlevingen (bijlage 1). Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de wijde omgeving van het plangebied zijn vindplaatsen bekend en heeft eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden (binnen een straal van 250 m, bijlage 6). Voor deze straal is gekozen vanwege een relatief grote hoeveelheid beschikbare informatie. Een overzicht van de uitgevoerde onderzoeken is terug te vinden in tabel 2. Informatie uit overige bronnen Er bestaat geen archeologische werkgroep in Beuningen.

Volgens de gemeentelijke verwachtingskaart bevindt een weg uit de Romeinse tijd, de zogenaamde limes, zich ten zuiden van het plangebied (op een afstand van 70 m). De limes, een militaire infrastructuur die bestond uit een stelsel van castella en castra die door wegen met elkaar verbonden waren. De ligging van deze weg is gebaseerd op waarnemingen tijdens onderzoek, bekende nederzettingen en reconstructies van de ondergrond. Hieruit is de meest waarschijnlijke ligging aangeduid. Waarnemingen in de omgeving van het plangebied van deze weg zijn er niet. Andere informatie buiten informatie uit Archis3 is niet beschikbaar. Op basis van de beschikbare informatie valt goed een uitspraak te doen over de te verwachten archeologische resten en het eromheen gelegen landschap. Uit de onderzoeken ontstaat de indruk van een rivierenlandschap, waarbij ten noorden van de Van Heemstraweg oever- op beddingafzettingen van de Waal aanwezig zijn, terwijl zuidelijk oever op komafzettlingen liggen. De oeverafzettingen zijn in principe bewoonbaar gebleken: in de omgeving van het plangebied is de aanwezigheid van sporen van bewoning uit de Late Middeleeuwen en de Bronstijd aangetoond (op oudere oeverafzettingen van de Distelkamp-Afferden stroomrug alsmede sporen van landgebruik (een Romeinse akkerlaag).

De Romeinse en Middeleeuwse resten zijn daarbij gekoppeld aan afzettingen 11 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

van de Waal, die ook in het plangebied te verwachten zijn. De resten kenmerken zich, zoals uit het onderzoek van Benerink (2016) en Huis in 't Veld (2006) blijkt uit een duidelijke cultuur- of bodemlaag, die zich kenmerkt door de aanwezigheid van vondstmateriaal. Ook blijkt dat resten in principe direct onder de bouwvoor te verwachten zijn: gezien de resultaten van de onderzoeken in de omgeving zal een belangrijke vraag zijn in hoeverre de oeverafzettingen nog intact gebleven zijn als gevolg van subrecente landbewerking.

12 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

Tabel 1: Overzicht van de vindplaatsen en onderzoeken in en rondom het plangebied. Indien vindplaatsen in het plangebied liggen of een vindplaats van directe relevantie is voor het plangebied is de rij gekleurd. Met betrekking tot de datering is gebruikt gemaakt van de gangbare afkortingen van de archeologische perioden uit Archis. Vindplaats

Complex

Datering

Ja, AMK terrein 4260

Nederzetting

LME

Onderzoeksmelding (vondstmeldingsnr.) 2351781100 (Benerink, 2016), 2335354100 (Kalisvaart, 2011), 2404073100 (Exaltus en Orbons, 2013), 2841004100

Diagnostiek

Geomorfologie

Bewoningslaag (cultuurlaag), grondsporen, veel vondsten

Oeverwal

Ruimtelijkgeografische ligging 300 m ten noordwesten Waardhuizenstraat 6a

Nee

2231585100 (Teekens, 2009)

Oeverwal

50 m ten oosten; Van Heemstraweg 46

Nee

4632166100 (Bouter, 2019)

Oeverwal

390 m ten noordoosten (Hosterdstraat 1)

Nee

4015659100(Van der Kuijl en Anker, 2017)

300 m ten oosten (Hoek Hosterdstraat-Van Heemstraweg)

Omschrijving Het betreft een terrein van hoge archeologische waarde waarbinnen sporen van bewoning uit de Late Middeleeuwen aanwezig zijn. Het terrein is in de jaren '50 van de 20e eeuw op grond van hoogteverschillen gekarteerd en bij bodemkarteringen zijn een cultuurlaag met aardewerk uit de Late Middeleeuwen aangetroffen (vondstmelding 2841004100). De vindplaats, een oude woongrond, ligt direct aan een oude geul van de Waal. Op het terrein zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, die de aanwezigheid van een vindplaats bevestigen. Alle onderzoeken tonen de aanwezigheid van een dikke donkere cultuurlaag aan, waarin archeologische indicatoren in de vorm van aardewerk aanwezig zijn (Kalisvaart, 2011; Orbons en Exaltus, 2013). Alle onderzoeken zijn in het kader van woningbouw uitgevoerd. Gravend onderzoek op voorhand van de bouw heeft echter niet plaatsgevonden: er is na afloop van de start van de bouw geconstateerd dat er archeologische waarden in het terrein aanwezig waren. Benerink (2016) heeft hierbij geconstateerd dat er zodanig diep gegraven is, dat er geen bewoningssporen meer konden worden vastgesteld. Een waardering van de vindplaats binnen het voor de woningbouw uitgegraven deel was hier niet meer mogelijk. 50 m ten westen van het plangebied heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden aan de Van Heemstraweg 46.

De rapportage is niet beschikbaar, maar uit de resultaten in Archis3 valt af te leiden dat er geen archeologische indicatoren gevonden zijn. De locatie is vrijgegeven. Tijdens het onderzoek zijn oeverafzettingen aangetroffen, die gedeeltelijk intact waren. Het ontbrak echter aan sporen van bodemvorming en een vegetatieniveau. Op basis hiervan concludeert Bouter (2019) dat het relevante archeologische deel van de oever is opgenomen in de bouwvoor en mogelijk geëgaliseerd is. Hierom zijn geen aanvullende maatregelen voorgesteld. Uit het onderzoek zijn oeverafzettingen aangetroffen, waarvan wordt geconstateerd dat deze niet bewoonbaar zijn geweest. Dit geldt evenzeer voor de eronder gelegen komafzettingen. Er zijn tevens geen

13 ^Êļ

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

Nee

Ja

Nederzetting Akker

LME/NT

2472252100

BRONS, ROM

2049351100, 2082326100

Bewoningslaag (cultuurlaag), grondsporen, vondsten

Oever, kom

200 m ten zuidwesten (Van Heemstraweg 51a)

Terrasvlakte, oever

300 m ten oosten (Notenhof))

archeologische indicatoren gevonden. Vervolgonderzoek is hier niet nodig. Mientjes (2015) heeft tijdens het onderzoek enige moeite gehad een goed onderscheid te maken tussen oever- en komafzettingen in het gebied. Wat de aard ook van deze afzettingen was, ze waren in ieder geval intact aanwezig. Archeologische indicatoren zijn niet gevonden, vanwaar de verwachting in het gebied naar beneden is bijgesteld (laag) Aan de Notenhof is in 2004 een archeologische opgraving uitgevoerd. Hier zijn bij vooronderzoek resten uit de Bronstijd vastgesteld in de top van een oudere stroomrug, de Distelkamp-Afferden stroomrug, een voorloper van de Rijn uit de Bronstijd. Deze bevindt zich op een diepte van circa 1,5-2,0 m -Mv. In de top van de oeverafzettingen zijn resten van een woon-stalhuis gevonden met eromheen een erf. De top van de nederzetting is licht aangeploegd in de Romeinse tijd, hetgeen blijkt uit een akkerlaag. De akkerlaag is op haar beurt weer begraven geraakt onder latere oeverafzettingen van de Waal..

14 ^Êļ

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype33

Oud cultuurland (Vroege Middeleeuwen)

Cultuurhistorische elementen4

Ten zuiden van het gebied achterwende

Aard historisch landgebruik

Akkerland

Historische bebouwing aanwezig

Nee

Bebouwing van cultuurhistorische waarde

Nee

Historische situatie De cultuurhistorische situatie van het plangebied wordt bepaald door de ligging ervan op de oevers van de Waal, in het gebied tussen de riviergeul en de lager gelegen komgebieden. De grens tussen de Waal stroomrug en de komgronden wordt bepaald door de huidige Van Heemstraweg, die vermoedelijk als achterwende van het oude cultuurland is ontstaan. Deze wende diende ter bescherming van water dat uit het achterland (de lager gelegen komgebieden) de akkers bedreigde. Vermoedelijk dateerde deze wende in de 9e of 10e eeuw (Heunks en Hemmen, 2007), maar volgt de wende mogelijk het oude verloop van een Romeinse weg. De voorwende lag ten noorden van het plangebied, langs de Hoogeweg, die het verloop van een oude riviergeul van de Waal volgt. Het plangebied zelf bevindt zich op de hoger gelegen oevers, die droog genoeg waren voor bewoning vanaf het ontstaan van de Waal in de IJzertijd. In de Vroege Middeleeuwen is dit gebied intensief in gebruik genomen als bouwland en werd er gewoond. Op de kadastrale Minuutplan uit 1820 is het plangebied onbebouwd. Het is in gebruik als bouwland. Ten zuiden van het plangebied ligt de Koningsweg, zoals de Van Heemstraweg toentertijd genoemd werd. Eind 19e eeuw en begin 20e eeuw is de situatie grotendeels ongewijzigd. Langs de Van Heemstraweg, direct ten zuiden van het plangebied is een stoomtram aangelegd.

Deze is op topografisch kaartmateriaal uit 1925 waar te nemen. Deze situatie blijft onveranderd tot in het derde kwart van de 20e eeuw. De stoomtram is toen verdwenen en in plaats van bouwland is het plangebied omgevormd tot tuinderij. Op het kavel in de omgeving van het plangebied staan verschillende kassen. Deze kassen zijn in omvang gegroeid, zoals uit kaartmateriaal uit de jaren '90 van de 20e eeuw valt waar te nemen. Tegenwoordig zijn de kassen gesloopt en is het plangebied begroeid met gras en deels in gebruik als boomgaard. Van de kassen resteren uitsluitend nog een schoorsteen ten noorden van het plangebied. De historische ontwikkeling is aan de hand van topografisch kaartmateriaal te volgen in figuren 3 tot en met 10. Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied. Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www.ikme.nl;www.vergeltungswaffe.nl,www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com,www.explosievenopsporing.nl). Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is ten tijde van het onderzoek in gebruik als grasland en boomgaard. Voorheen hebben in het plangebied kassen gestaan, die reeds zijn gesloopt. Er zijn in het Bodemloket™ geen gegevens

3 Bron: Heunks en Hemmen, 2007 4Bron: Heunks en Hemmen, 2007

15 transect, archeologie, erfgoed, ruimte

omtrent ontgrondingen of saneringen bekend, die geleid hebben tot bodemverstoringen in het plangebied (bron: www.bodemloket.nl). Wel valt aan de hand van het AHN op dat ondanks dat er sprake zou moeten zijn van reliëf-verschil (vanwege het voorkomen van oeverafzettingen), dit er amper meer is. Het is niet uitgesloten dat dit reliëf vervlakt is, bijvoorbeeld tijdens de aanleg van de kassen in het gebied. Ook zijn mogelijke verstoringen te verwachten als gevolg van regulier agrarisch grondgebruik. Mogelijk is als gevolg van egalisatie en ploegen de ondergrond in het plangebied verstoord geraakt. Of en in hoeverre hierdoor eventuele archeologische resten in het gebied verstoord zijn geraakt, zal hierom nader door middel van een veldonderzoek moeten worden bepaald.

16 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

182250

100 m 182250

Figuur 3: Uitsnede van de kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

182250

100 m 182250

Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. 17 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

182250

182250

Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

182250

Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. 18 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

182250

182250

Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1950. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

182250

182250

Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. 19 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

182250

lí*? '

to ^0(Än 182250

Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

182250

of» f įřľ

.

Figuur 10: Luchtfoto uit 2018 (bron: PDOK). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. 20 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op de stroomrug van de Waal, waarvan zich oever- en beddingafzettingen in de ondergrond van het plangebied bevinden. In de top van de oeverafzettingen kunnen archeologische resten vanaf de IJzertijd aanwezig zijn, de periode dat de Waal zich heeft kunnen vormen. De top van deze afzettingen bevindt zich op een diepte van minimaal 30 cm -Mv, direct onder een bouwvoor. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken uit de omgeving. Er zijn in de omgeving van het plangebied op de stroomrug van de Waal zelf uitsluitend vindplaatsen uit de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen aanwezig. Ten noordwesten van het plangebied ligt een laatmiddeleeuwse vindplaats, die zich kenmerkt door grote hoeveelheden vondsten, sporen en een duidelijke cultuurlaag. Uit de Romeinse tijd is in de top van de oeverafzettingen een akkerlaag gevonden (op de hoek van de Van Heemstraweg en de Hosterdstraat, tijdens een opgraving daar) en er bestaat het vermoeden dat net ten zuiden van de Van Heemstraweg mogelijk een oude Romeinse weg gelegen heeft. Op basis van bovenstaande informatie is zodoende in ieder geval sprake van een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van resten uit de periode Late IJzertijd-Late Middeleeuwen.

Op historisch-topografisch kaartmateriaal is het plangebied in ieder geval sinds het begin van de 19e eeuw niet bebouwd geweest. De verwachting is dat dit eveneens het geval gaat zijn tot in de 16e eeuw: het plangebied bevindt zich immers niet binnen of nabij een historische bewoningskern. De verwachting op nederzettingsresten uit de Nieuwe tijd is zodoende laag. Van de overige perioden Paleolithicum-Bronstijd zijn geen archeologische resten te verwachten. Hiervan is het vrijwel zeker dat de resten als gevolg van de rivieractiviteit van de Waal in het gebied zijn geërodeerd. De ondergrond in het plangebied bestaat immers tot een diepte van 10,0 m uit holocene beddingafzettingen (zie Hoofdstuk 6). Er kunnen primair resten van nederzettingen aanwezig zijn, maar ook sporen van landgebruik (sporen van beakkering, ontwateringsgreppels e.d.) zijn niet uit te sluiten. Dit geldt eveneens voor de aanwezigheid van grafvelden. In de meeste gevallen zal de aanwezigheid van nederzettingsresten zich kenmerken door de aanwezigheid van een donkergekleurde "vuile" laag, waarin vondstmateriaal zoals aardewerk, bot, houtskool en fosfaat voor kunnen komen (cultuurlaag). Ook worden vondstrijke nederzettingen verwacht gezien de resultaten van onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Resten uit de periode IJzertijd-Nieuwe tijd bevinden zich direct onder de bouwvoor.

De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 3. Prospectiekenmerken en zoekstrategie Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verworven resultaten en de hierop volgende archeologische verwachting zijn vindplaatsen te verwachten die zich kenmerken door een cultuurlaag of met een grote vondstdichtheid. Dit is gebaseerd op het uiterlijk van de vindplaatsen die in de omgeving van het plangebied zijn vastgesteld. De exacte diepte waarop een cultuurlaag of vondsten liggen, is vermoedelijk vanaf 30 cm, direct onder de bouwvoor. Om binnen het plangebied de archeologische verwachting te toetsen en bij te stellen, dienen de mate van intactheid van de bodem en de lithologische opbouw van de ondergrond te worden vastgelegd. Ook kunnen eventueel aanwezige archeologische resten met boringen worden opgespoord, aangezien ze zich kenmerken door de aanwezigheid van een laag of een dichte vondstconcentratie. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend en karterend booronderzoek. Op grond van dit onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en in hoeverre archeologische resten te verwachten zijn. 21 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

Tabel 2: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel

Reden

Archeologische verwachting

Datering

2 3 4 5

Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering

6 '

Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren)

8

Mogelijke verstoringen

Laag

Paleolithicum-Bronstijd

Relevante archeologische niveaus zijn vermoedelijk geërodeerd door de Waal

Hoog

IJzertijd-Late Middeleeuwen

Aanwezigheid van oeverafzettingen, die mogelijk in de IJzertijd zijn gevormd. Indien deze hoog en droog genoeg waren, zijn deze bewoonbaar

Laag

Nieuwe tijd

In het plangebied heeft op vroeg-19 eeuws kaartmateriaal geen bebouwing gestaan. Zodoende is de verwachting dat deze ook niet in de periode ervoor gestaan heeft.

Nederzettingscomplexen, huisplaatsen, sporen van landgebruik, grafvelden 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Top van de oeverafzettingen of cultuurlaag erboven (IJzertijd-Nieuwe tijd) +Z-

De kans is aanwezig dat de ondergrond aangetast is als gevolg van het modern landgebruik (ploegen, kassen).

Onbekend, op dit moment het hele plangebied. Op basis van archeologische onderzoek in de omgeving kenmerkt een vindplaats in het plangebied zich door een vondststrooiing van aardewerk, vuursteen, al dan niet verbrand bot, houtkool of een vondstlaag. Mogelijk is het terrein geëgaliseerd voor de aanleg van de kassen in het gebied. Op het AHN valt immers het ontbreken van reliëf op. Andere verstoringen zijn niet bekend.

22 ^Êļ

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Melman, 2020). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied vijf boringen gezet (boring 1-5). De boringen hebben een diepte tot maximaal 130 cm -Mv en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 8. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 6. De coördinaten van de boorpunten zijn met een meetlint uitgezet en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald. Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek is het plangebied hoofdzakelijk in gebruik als grasland. In het zuiden hebben fruitbomen gestaan, in het zuidoosten ligt een met puin verhard toegangspad tot het plangebied. Binnen het plangebied was geen sprake van verschillen in maaiveldhoogte.

In het noorden is aan de begroeiing en aan de aanwezigheid van puinresten de ligging van de kassen af te leiden. Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur 11.

HÉÉlr

.

W-,

Figuur 11: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (16-04-2020).

23 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

Lithologie en bodemopbouw (Ad vraag 11-16, Hoofdstuk 12) De bodemopbouw in het plangebied kent een vierdeling (zie bijlage 7 voor foto's): 1) Bouwvoor. De top van het bodemprofiel bestaat uit een omwerkingslaag met een dikte van 20-30 cm. Deze bestaat uit een matig humeuze, donkerbruingrijze sterk zandige klei, waarin lokaal fragmenten baksteen en wortelresten aanwezig zijn. 2) Verstoringslaag. Onder de bouwvoor ligt een zwak tot sterk zandige, zwak tot matig humeuze klei. De klei kenmerkt zich door de aanwezigheid van baksteenresten, koolasresten en in het bijzonder witte brokken kalk. De brokken zijn vermoedelijk het gevolg van grondverbetering (aanrijking). Hierbij is vermoedelijk kalk in de bovengrond gemengd. De verstoringslaag bevindt zich tussen 20­ 30 en 55-80 cm -Mv. 3) Oeverafzettingen (alleen boring 1). Onder de verstoringslaag is in boring 1 een zwak zandige klei aanwezig. De klei is lichtbruingrijs van kleur, kalkhoudend en kenmerkt zich door ijzervlekken. De klei is als oeverafzettingen geïnterpreteerd. 4) Beddingafzettingen. Aan de basis van de boringen ligt goed tot slecht gesorteerd, grijs-gekleurd zand. Het zand is matig grof, kalkrijk en is vanaf een diepte van 50 tot 120 cm -Mv aangetroffen (8,0 tot 7,3 m NAP). Dit zand is geïnterpreteerd als beddingafzetting van de Waal. In boringen 1, 3 en 5 ligt op het zand een met zand gelaagde sterk zandige klei.

Deze kleilaag is circa 10-30 cm dik. Gezien de hoge zandigheid en de gelaagdheid is deze lichte zavel ook geïnterpreteerd als beddingafzetting van de Waal. Archeologische indicatoren Tijdens het verbrokkelen van de grondmonsters in het plangebied zijn geen archeologische indicatoren waargenomen, die direct wijzen op de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. Archeologische interpretatie Uit het veldonderzoek blijkt dat de natuurlijke bodemopbouw weinig intact gebleven is. Tijdens het onderzoek is namelijk vastgesteld dat de oorspronkelijke oeverafzettingen in het plangebied zijn omgewerkt tot een diepte van circa 80 cm -Mv. Tot op deze diepte zijn in een verstoringslaag baksteenresten en kalkbrokken aangetroffen, waarvan het laatste ter grondverbetering in de ondergrond is verwerkt. In boring 1 is nog een restant van oeverafzettingen aanwezig, maar in de overige boringen is (nagenoeg) geen sprake meer van intacte oevers. Er zijn uitsluitend intacte beddingafzettingen aanwezig. Dit betekent dat de kans op nog intacte archeologische resten in de ondergrond van het plangebied klein is. Tevens ontbreekt een duidelijke cultuurlaag of een ouder vegetatieniveau en er zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Op basis van het veldonderzoek is zodoende de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen.

24 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied bevindt zich op de stroomrug van de Waal. Hiervan zijn in de ondergrond oeveren beddingafzettingen aanwezig.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? De top van de oeverafzettingen zijn in het plangebied verstoord geraakt. Deze verstoring reikt tot een diepte van circa 80 cm -Mv en kenmerkt zich door de aanwezigheid van baksteenresten en kalkbrokken. De kalkbrokken zijn waarschijnlijk ter grondverbetering in de bodem verwerkt, mogelijk toen het gebied als tuinderij is gebruikt. De top van de oeverafzettingen is hierbij zodanig aangetast, dat de top van de oeverafzettingen geen archeologisch relevant niveau meer vormt.

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zie antwoord vraag 2.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Aangezien tijdens het veldwerk is vastgesteld dat de oeverafzettingen als gevolg van modern landgebruik sterk zijn aangetast, is de kans dat er nog intacte archeologische resten aanwezig zijn, klein. Zodoende is de hoge verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bijgesteld.

25 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

12. Conclusie en Advies Conclusie ^

Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied op de stroomrug van de Waal, waarvan zich oever- en beddingafzettingen in de ondergrond van het plangebied bevinden. In de top van de oeverafzettingen kunnen archeologische resten vanaf de IJzertijd aanwezig zijn, de periode dat de Waal zich heeft kunnen vormen. De top van deze afzettingen bevindt zich op een diepte van minimaal 30 cm -Mv, direct onder een bouwvoor. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken uit de omgeving. Er geldt zodoende een hoge verwachting op resten uit de periode Late IJzertijd-Late Middeleeuwen. Van de overige perioden Paleolithicum-Bronstijd en de Nieuwe tijd zijn geen archeologische resten te verwachten. Resten uit de eerste periode zijn vrijwel zeker als gevolg van de rivieractiviteit van de Waal zijn geërodeerd, resten uit de Nieuwe tijd worden niet verwacht vanwege het ontbreken van bebouwing op historisch-topografisch kaartmateriaal.

^

Uit het veldonderzoek blijkt dat de natuurlijke bodemopbouw weinig intact gebleven is. Tijdens het onderzoek is namelijk vastgesteld dat de oorspronkelijke oeverafzettingen in het plangebied zijn omgewerkt tot een diepte van circa 80 cm -Mv. Tot op deze diepte zijn in een verstoringslaag baksteenresten en kalkbrokken aangetroffen, waarvan het laatste ter grondverbetering in de ondergrond is verwerkt. In boring 1 is nog een restant van oeverafzettingen aanwezig, maar in de overige boringen is geen sprake meer van intacte oevers. Er zijn uitsluitend intacte beddingafzettingen aanwezig. Dit betekent dat de kans op nog intacte archeologische resten in de ondergrond van het plangebied klein is. Tevens ontbreekt een duidelijke cultuurlaag of een ouder vegetatieniveau en er zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Op basis van het veldonderzoek is zodoende de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen.

Advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Beuningen). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Beuningen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

26 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: ^

Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007.

^

Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016.

^

Archeologische beleids- en verwachtingskaart van de voormalige gemeente Beuningen

^

www.ruimtelijkeplannen.nl

^

archis.cultureelerfgoed.nl

•

www.kadastralekaart.com

^

www.pdok.nl

^

www.ahn.nl

^

Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka)

•

Geomorfologische kaart van Nederland

•

www.bodemloket.nl

•

bagviewer.kadaster.nl

•

www.kadaster.nl

•

www.dinoloket.nl

•

landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/archeologische-landschappenkaart

^

pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas

•

beeldbank.cultureelerfgoed.nl

^

www.topotijdreis.nl

•

library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf

•

www.ikme.nl

•

www.tracesofwar.com

•

www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/

Lijst met afbeeldingen Figuur 1 Ligging van het plangebied (bron: www.pdok.nl) Figuur 2: Tekening van de toekomstige situatie in het plangebied. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: Buro Waalbrug) Figuur 3: Uitsnede van de kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1950. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 10: Luchtfoto uit 2018 (bron: PDOK). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 11: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (16-04-2020). 27 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

Literatuur Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bennema, J. & L.J. Pons, 1952, Donken, fluviatiel Laagterras en Eemzee-afzettingen in het westelijk gebied van de grote rivieren. Boor en Spade 5: 126-137. Berendsen, H.J.A., 2005. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A./ E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical development of the Rhine-Meuse delta, the Netherlands. Assen. Benerink, G.M.H., 2016. Archeologische begeleiding Bouwlocatie Waardhuizenstraat 6a, Beuningen gemeente Beuningen. SOB Research rapport 1926-1112. Bouter, H., 2019. Beuningen, Hosterdstraat 1 ADC-rapport 4718, Amersfoort. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn - Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Heunks, E., en F. van Hemmen, 2007. Gemeente Beuningen; een archeologische en cultuurhistorische Kalisvaart, C.C., 2011. Beuningen Plangebied Waardhuizenstraat 6a. BAAC-rapport V11.0232. 'sHertogenbosch. Melman, J.G.E., 2020. Plan van Aanpak Beuningen, Van Heemstraweg 38. Intern document Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Van der Kuijl, E.E.A. en E.F.A. Anker, 2017.

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie plangebied Burgemeester Van Suchtelenstraat 17 te Beuningen, Gemeente Beuningen. Hamaland advies. Verhelst, E.M.P., 2016. Archeologische inspectie rond het Romeinse grafmonument te BeuningenBeuningse plas. RAAP Adviesdocument 854.

28 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

Bijlage 1: Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Beuningen Beleidskaart

20010094 Beuningen, Van Heemstraweg 38

Legenda plangebied

Archeologische monumentenzorg in de gemeente Beuningen Archeologische beleidsadvieskaart RAAP-rapport 2170 kaartbijlage 3 schaal 110.000 legenda Beleidszone

Vrijstellingsgrens diepte 30 cm

■m

30 cm

Om"

binen bebcjmie «m 30 cm

100-*

IXtai bcCouM» kom 9D 0*1

120**

3

Vrijstellingsgrens oppervlakte On*

gscovooioírH8n Overig ----------- 9enw«i» j-er* Bŵimjmi

‘P'ļļōSPiP

o o

LD O co

WĺĩiEÏě*

1 DQQfl&ť, mass transect

Bijlage 2: Stroomruggenkaart Stroomruggen

20010094 Beuningen, Van Heemstraweg 38

Legenda plangebied

Stroomgoden (begindatenng in járen BP)

«W-TWQBí* XKÜ-tÙMBP vxfryxt) sp

transect

Bijlage 3: Landschapskaart

Warthufzen

Landschapskaart

20010094 Beuningen, Van Heemstraweg 38

Legenda plangebied

smeltwaterafzettingen (sandr) I

I vlakte

I

I opduikingen

Fluviatiele afzettingen (Formatie van Kreftenheye) I

I geulinsnijdingen

I

I terrasruggen/opduikingen

I

I terrasvlakte

eolische afzettingen (Formatie van Kreftenheye) I afgedekte terrasruggen met stuifzand (rivierduinen) I

I dagzomende terrasruggen met stuifzand (rivierduinen)

Hotoceen (Formatie van Echtetd) meandergordeis meandergordel van Winssen (ca. 5391-3891 voor Chr.) meandergordel van de Waai. oude fase (ca. 210 voor Chr-600 na Chr.) meandergordel van de Waal (ca. 210 voor Chr.-heden) grote doorlopende restgeul smalle (vermoedelijke) restgeul(restant) I

o o

I strang (uiterwaarden) vermoedelijke strang

in O m

overige afzettingen ľ

I oeverafzettingen en crevasse n

I

1 komafzettingen overloopgeul dijkdoorbraakafzettingen

oeverwaldoorbraakgeul

aam

t

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK k ADVIES

Bijlage 4: Geomorfologische kaart Geomorfologie

20010094 Beuningen, Van Heemstraweg 38

Legenda plangebied

Wanden

Hoge heuvels en ruggen Terpen Hoge duinen Plateaus

Terrassen Plateau-achtige vormen Waaiervormige glooiingen Niet-waaiervormige glooiingen

Lage ruggen en heuvels Welvingen Vlakten Laagten Ondiepe dalen Matig diepe dalen Diepe dalen Water Bebouwing

Overig (Dijken etc)

10 20 30 40 50 m

transect

Bijlage 5: Hoogtekaart —

Hoogtekaart

20010094 Beuningen, Van Heemstraweg 38

Legenda pla ngebied

AHN (m NAP)

m

0 10 20 30 40 50 m

«r

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK * ADVIES

Bijlage 6: Bodemkaart Bodemkaart

20010094 Beunmgen, Van Heemstraweg 38

Legenda nn plangebied

Associaties Brikgronden

Rd90A

i

ö

Bebouwing Dijk bovenlandstrook Dikke eerdgronden Fluviatiele afz ouder pleistoceen Groeve,gegraven, mijnstort

e

Kalkste enve rwe rmgsgro nden üude rivierkleigronden Overige oude kleigronden Ondiepe keileemgronden Lee mg ronden Zeekleigronden Mariene afz ouder pleistoceen Niet-gerijpte minerale gronden Oude bewomngsplaatsen

5

Rivierkleigronden Kalkh lutumarme gronden Veengronden Moerige gronden water, moeras

a

A

0 10 20 30 40 50 m

Rn95C

Podzolgronden Kalkloze zandgronden Kalkhoudende zandgronden

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK * ADVIES

4

Bijlage 7: Archeologische informatie 182000

182500

Archeologie [4 2 6 o: 2841004100 O

ik gen

20010094 Beuningen, Van Heemstraweg 38

•2231585100

Legenda plangebied

monumenten Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge

ĨP t?

archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge

Hffusriuwfa jg«**ŗMţ»ŗą

archeologische waarde,

w#«íMs»mVia

beschermd heemsi»AWíg

vondst meldingen onderzoeksmeldingen vlak

jrwįlį^?' Q dgHSSS lāJ kxJIv

O f

_______ DE HAAG ME \ / |-2CITwt 1---ŗ-|

0 ^ QPrh-ri gtilt

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK » ADVIES

Bijlage 8: Boorpuntenkaart Boorpuntenkaart

20010094 Beuningen, Van Heemstraweg 38

Legenda plangebied boringen

transect

Bijlage 9: Foto's van boringen Hieronder volgen opnames van boring 1 en 3. De boorkernen op onderstaande foto's zijn van rechts naar links uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm). De guts is naar links (het diepste punt) uitgelegd.

-

3řJe

Sŝfiíać

sk.T'Çři* tk&Žh

►Äř

•'V-

r/iK

;

Çy-vźĩj

«9B i-- ,

5* . -t'

^yta/1

Boring 1

.3jí" .‘ŝ? --iíăfe-

ííţi V- -A V ' Boring 4

37 ^ÉB|

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

V

Bijlage 10: Boorbeschrijvingen

38 transect: archeologie, erfgoed, ruimte

boring: 20194-1

beschrijver: TN, datum: 16-4-2020, X: 182.208, Y: 430.560, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40C, hoogte: 8,60, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen, opdrachtgever: Buro Waalbrug, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv 18,60 m +NAP Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, spoor wortel resten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor

Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: bouwvoor

20 cm -Mv I 8,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: erosief (c0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, matig humeus, grijsbruin, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: verstoord

Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: kalkbrokken, verrijkt

80 cm -Mv I 7,80 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (c0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruingrijs, spoor wortel resten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: C-horizont

120 cm -Mv/7,40 m+NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (c0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, lichtgrijs, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen Opmerking: ijzervlekken

130 cm -Mv/7,30 m+NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (c0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig grof, kalkrijk, interpretatie: beddingafzettingen

Einde boring op 160 cm -Mv 17,00 m +NAP

boring: 20194-2

beschrijver: TN, datum: 16-4-2020, X: 182.210, Y: 430.576, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40C, hoogte: 8,50, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Gelderland, gemeente: Beuningen, plaatsnaam: Beuningen, opdrachtgever: Buro Waalbrug, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv 18,50 m +NAP Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, spoor wortel resten, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord

Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: bouwvoor

20 cm -Mv I 8,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: erosief (c0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, grijsbruin, spoor wortel resten, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: verstoord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=c89aedbf-9bf5-411f-b717-cf0f94ec16ae