06 Bijlage D - Onderzoek externe veiligheid Windpark Beuningen
Tekst van het document
Auteurs Hans Kerkvliet MSc.
Bosch Ā van Rijn Groenmarktstraat 56 3521 AV Utrecht
Opdrachtgever Gemeente Beuningen
030-677 6466
Windpark Beuningen Onderzoek Externe Veiligheid t.b.v. combiMER
mmm «•wÀi'ŵ* vjfw mm .Vv^O/í
^ yfc'.y
İbbŴ aforeïl» 1 .\V.•f''įV3 «’î-v'
Bosch van Rijn
experts in renewable energy
Tř-tfVŴ; «í xVk
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. combiMER Datum 4-12-2020
Versie 1.0
OPZET
HK
Bosch & Van Rijn Groenmarktstraat 56 3521 AV Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & Van Rijn 2020 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprake lijk voor schade door het gebruik van deze informatie
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Hoofdstuk 7 Bijlage A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D
Externe veiligheidsonderzoek
Inleiding
3
Inleiding Alternatieven projectMER Beoordelingscriteria MER Leeswijzer
4 4 6 6
Risico-inventarisatie Beoordelingskader
7 9
(Beperkt) kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Infrastructuur
10 10 11 12 12
Risicoanalyse
14
(Beperkt) kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Wegen
15 17 23 26 29
Voorkeursalternatief
33
Beschrijving voorkeursalternatief Te onderzoeken windturbinetype Rekenmethode Risicoanalyse
34 35 35 36
Conclusie
46
(beperkt) Kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Infrastructuur
47 47 48 48 48
Bijlagen Inrichtingsalternatieven Risicocontouren en werpafstanden Berekening werpafstand (beperkt) Kwetsbare objecten
50 51 55 76 78
2
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Hoofdstuk 1 Inleiding
3
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
1.1
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Inleiding Bosch & Van Rijn heeft een Kwantitatieve Risicoanalyse uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico's voor windpark Beuningen in gemeente Beuningen als gevolg van
drie alternatieven en het voorkeursalternatief ten behoeve van een milieueffectrapportage (MER) Deze studie volgt de beoordelingscriteria zoals opgenomen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van WP Beuningen. Daarnaast worden de externe veiligheidsri sico's vanwege de windturbines getoetst aan de normen en adviesafstanden zoals beschreven in Hoofdstuk 3. Dit document dient ter ondersteuning van zowel het MER als de vergunningaan vraag.
1.2
Alternatieven projectMER Het (project)MER beschouwt drie alternatieven, die verschillen in het aantal wind turbines, afmetingen en windturbinelocaties. In onderstaande figuren zijn de in richtingen weergegeven en de gehanteerde windturbinetypes staan in onder staande tabel.
Externe veiligheidsonderzoek
4
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 1
De inrichtingsalternatieven « Esxį.Mëderland.-Jan Willem van AaĩŝT
ŕerden
kooisirmt
Beuningen
KA'/ aţSchoenaker HoàgeVeld,, Bergharen
Alternatief 1
|L Gem. Beuninger
' Gem. ^ Beuningen t
rRedeatiegebied į De Groene Heuveįb
«Nťfŕtoŝcm ; -.Esxį fTeeletland, Jan Willem van Aalsĩ
/Ěwijk kooisirmt
Beuningen
aţSchoenaker HoàgeVeld,. Bergharen
Alternatief 2
‘ Gem. ^ Beuningen t
r Recreatiegebied De Groene Heuvels)
Beunin
J «Neerďschļ ;:-Eyį. leefland,-Jan Willem van Aalst"
KOOlSTRAAľ
Beuningen
ikä^Sçhoenaker noageVeidBergharen
Alternatief 3
rRecŕeatiegebied De Grxtene Heuveáï
t
G(ŵ 'V (T
Beuninger
vU Bosch van Rijn
HD experts renewable energy r
ovnartc in ranounhla anornn
Ten behoeve van het externe veiligheidsonderzoek zijn verschillende windturbines gebruikt. Voor Alternatief 1, 2 en 3 zijn voor de te plaatsen windturbines referentieturbines bepaald om de effecten te bepalen. In voorliggend onderzoek wordt de faalcasuïstiek uit het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid - Moldile IV Windtur bines (versie oktober 2020) toegepast en geen fabrikant specifieke eigenschappen. Hiermee wordt de worst-case situatie gegeven door de maximaal mogelijke afme tingen en maximale werpafstand, ongeacht de fabrikant. In Tabel 1 staan de afmetingen van deze windturbines.
5
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Tabel 1
Samenvatting van de alternatieven Alternatief
Type
Aantal
Rotor m
Ashoogte m
A1
ReferentieWTB 1
4
160
165
A2
ReferentieWTB 2
6
140
140
A3
ReferentieWTB 3
8
120
120
Bijlage A toont de inrichtingsalternatieven in meer detail.
1.3
Beoordelingscriteria MER In de milieueffectrapportage waar dit onderzoek een bijlage van is wordt het mili eueffect externe veiligheid beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: ^ Gevaarlijke stoffen (installaties, buisleidingen en vervoer); ^ Kwetsbare objecten; ^ (Beperkt) Kwetsbare objecten; ^ Risico's m.b.t. infrastructuur (wegen) In onderhavig kwantitatieve risicoanalyse worden alle beoordelingscriteria voor het projectMER onderzocht.
1.4
Leeswijzer In Hoofdstuk 2 worden de externe veiligheidsrisico's van de windturbines beschre ven. Verder zal in dit hoofdstuk worden ingegaan op de risico's in de omgeving en de relevante objecten in het risicogebied. Hoofdstuk 3 bevat het toetsingskader voor de beoordeling van de (toename) van de externe veiligheidsrisico's. Hierbij wordt alleen ingegaan op de relevante aspecten in het plangebied. In Hoofdstuk 4 worden de risico's van de windturbines op de relevante objecten geanalyseerd. In dien nodig zullen er ook berekeningen worden opgenomen om tot conclusies te komen. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van het voorkeursalternatief. Hoofdstuk 6 bevat de conclusies waarin de berekende waarden worden getoetst aan het in Hoofdstuk 3 beschreven beoordelingskader.
Externe veiligheidsonderzoek
6
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Hoofdstuk 2 Risico-inventarisatie
7
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Risico's van een windturbine voor de omgeving bestaan uit 3 typen falen: 1. 2. 3.
het afbreken van (een gedeelte van) een windturbineblad, het omvallen van een windturbine door mastbreuk, het naar beneden vallen van de gondel en/of rotor.
Het afbreken van een windturbineblad vormt een risico binnen de straal van de maximale werpafstand. Hierbij worden twee scenario's onderscheiden; werpafstand bij nominaal toerental en de werpafstand bij overtoeren. Het omvallen van een windturbine vormt een risico binnen een straal van de maximale valafstand van de windturbine (tiphoogte). Het naar beneden vallen van de gondel en/of rotor vormt een risico binnen een afstand van de wieklengte. Op basis van de afmetingen van de MER-alternatieven is een shortlist opgesteld met gangbare windturbinetypes. Voor deze gangbare windturbinetypes zijn op ba sis van generieke faalfrequenties (Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid - Module IV - Windturbines (versie oktober 2020), het kogelbaanmodel Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid - Module IV - Windturbines (versie oktober 2020) en parame ters van de specifieke windturbinetypes de werpafstanden en risicocontouren be rekend (Bijlage C). De grootste werpafstand uit de shortlist wordt overgenomen ten behoeve van de referentiewindturbine. Hieruit volgen de volgende afstanden: Tabel 2
Risicocontouren en maximale werpafstanden van onderzochte windturbinetype
Risicocontouren (m) 10-6 10-5
Max. werpafstand (m)
Alt.
Wtb type
Ashoogte (m)
Bij nominaal toerental
Bij overtoe ren
A1
Ref. WTB 1
165
80
205
205
527
A2
Ref. WTB 2
140
70
172
172
438
A3
Ref. WTB 3
120
60
179
179
481
De windturbines kunnen een risicoverhogend effect hebben op nabijgelegen ge bouwen, installaties en infrastructuur. Voor windpark Beuningen zijn de volgende onderwerpen relevant: * * * * *
(Beperkt) kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Infrastructuur
NB. Voor windturbines geldt dat het groepsrisico, vanuit het activiteitenbesluit, geen beoordelingskader is voor windturbines. Hierdoor hoeft er niet worden inge gaan op het groepsrisico in onderhavig document. Indien een windturbine een risico verhogend effect heeft op een risicovolle installatie, is het mogelijk dat het groepsrisico van de installatie om hoog gaat. Indien dit gebeurd moet er wel getoetst wor den aan het groepsrisico.
Externe veiligheidsonderzoek
8
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Hoofdstuk 3 Beoordelingskader
9
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
3.1
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
(Beperkt) kwetsbare objecten De normstelling omtrent windturbines en objecten waar personen verblijven volgt uit het Activiteitenbesluit: 1.
Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbi nes, is niet hoger dan 10-6 per j'aar. Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar obj'ect, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-5 per j'aar.
2.
Zie Bijlage D voor de definities kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Op de 10-6 contour heeft een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, een kans op overlijden van één keer in de miljoen jaar als rechtstreeks gevolg van een falende windturbine. Op de 10-5 contour is deze kans één keer in de honderdduizend jaar.
3.2
Risicovolle installaties Indien de windturbines niet substantieel bijdragen aan een verhoging van de ri sico's van de inrichting zullen de voor de inrichting geldende risicoafstanden niet significant wijzigen. Dat betekent dat toetsing aan de afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten ook na plaatsing van de windturbines niet tot belemmeringen leidt. Om dit te toetsen kan in eerste instantie naar de toename van de catastrofale faalfrequentie van risicovolle installaties behorende tot de inrichting worden geke ken. Indien deze toename een bepaalde richtwaarde niet overschrijdt is plaatsing van de windturbine uit oogpunt van risicobeoordeling toegestaan. Als uitgangspunt voor deze richtwaarde wordt volgens het Handreiking Risicozonering Windturbi nes1 10% gehanteerd. Indien de toename deze richtwaarde overschrijdt, is plaatsing niet direct uitgeslo ten, maar wordt door een uitgebreidere analyse bepaald of er na plaatsing nog steeds voldaan wordt aan de normen uit het BEVI en Bevb: -
De grenswaarde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor kwetsbare objecten is 10-6 per jaar. De richtwaarde, bedoeld in artikel 4, tweede lid, voor beperkt kwetsbare ob jecten is 10-5 per jaar.
1 Handreiking Risicozonering Windturbines, 2020.
Externe veiligheidsonderzoek
10
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Artikel 4 Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen 1. Het bevoegd gezag neemt bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder V, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de grenswaarde, genoemd in artikel 6, eerste lid, in acht. 2. Het bevoegd gezag houdt bij de beslissing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid rekening met de richtwaarde, genoemd in artikel 6, tweede lid. Artikel 6 Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen 1. De grenswaarde, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten is 10 -6per jaar. 2. De richtwaarde, bedoeld in artikel 4, tweede lid, voor al dan niet geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten is 10 -5 per jaar.
3.3
Buisleidingen Voor gasleidingen hanteert Gasunie N.V. een adviesafstand waarbuiten geen sub stantiële negatieve invloed van een windturbine is te verwachten. Deze afstand is de hoogste waarde van de maximale werpafstand bij nominaal toerental of masthoogte + V3de wieklengte. (bron: Het beleid van Gasunie Transport Services inzake het veilig plaatsen van windturbines bij haar gasinfrastructuur - 31-07-2015). Bij in acht nemen van bovenstaande afstanden zal voor ondergrondse leidingen de plaatsing van de windturbines niet leiden tot een (significante) verhoging van de faalkans van de gasinfrastructuur, waardoor ook het risico voor de omgeving door de aanwezigheid van de gasinfrastructuur niet (significant) zal toenemen en de transport- en leveringszekerheid van het aardgas niet (significant) worden aange tast. Als er aan bovenstaande afstanden niet kan worden voldaan dan is plaatsing van de windturbines voor Gasunie2 slechts acceptabel als: -
-
Er géén 10-6 per jaar contour ontstaat die bij Besluit externe veiligheid buisleidingen(Bevb)-transportleidingen tot buiten de belemmeringenstrook reikt en bij Bevi-inrichten tot buiten het hekwerk reikt als die 10-6 per jaar contour vóór plaatsing van de windturbines ook niet buiten de belemmeringstrook resp. het hekwerk reikte. Dat betekent dat voor situaties waar het PR niveau binnen de belemmeringstrook resp. het hekwerk lager is dan 10-6 per jaar, het PR wel mag toenemen tot maximaal 10-6 per jaar3; De PR 10-6 per jaar contour niet groter wordt als die vóór de plaatsing van de windturbines al wel buiten de belemmeringenstrook resp. het hekwerk reikte;
2 Bron: Het beleid van Gasunie Transport Services inzake het veilig plaatsen van windturbi nes bij haar gasinfrastructuur - 31-07-2015. 3 PR: persoonsgebonden risico.
Externe veiligheidsonderzoek
11
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
-
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
De frequentie dat een inrichting die onder het Activiteitenbesluit Milieubeheer valt door een onderdeel van de windturbines wordt getroffen lager is dan: o 5x10-6 per jaar voor meet- en regelstations en exportstations; o 2,5x10-4 per jaar voor gasontvangstations.
Naast bestaande buisleidingen is er ook de structuurvisie buisleidingen opgesteld voor toekomstige ontwikkelingen. In de stroken aangewezen in de structuurvisie buisleidingen moet ruimte worden geboden om in de toekomst buisleidingen te plaatsen op de betreffende locatie. Windturbines zouden een probleem kunnen vormen voor toekomstige buisleidingen. Daarom mogen windturbines niet worden geplaatst binnen de buisleidingenstrook zoals aangewezen in de structuurvisie.
3.4
Hoogspanningsinfrastructuur Er bestaat geen wettelijke kader voor de invloed van windturbines op hoogspanningsleidingen. TenneT heeft in het Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW2020) een adviesafstand opgenomen voor het transportnetwerk van 110kV tot en met 380kV. Deze adviesafstand is gelijk aan de maximale werpafstand bij nominaal toerental of indien deze groter is, de ashoogte + 1/2 rotordiameter. Dit betreft echter geen wettelijke grenswaarde. Wanneer er niet wordt voldaan aan de afstandseis, vraagt TenneT om met hen in overleg te treden. TenneT zal op basis van het concrete geval bepalen welk risico voor de betreffende asset op dat mo ment aanvaard kan worden. Als eerste richtlijn kan gebruikt worden dat windtur bine^) de kans op falen van de verbinding met 10% mag verhogen. Deze additio nele faalkans wordt gerelateerd aan de al aanwezige faalkans van de verbinding tussen de aangrenzende verdeel- of transformatorstations. Aangezien er geen stan daard faalfrequentie van een hoogspanningsverbinding bestaat, dient in alle geval len overleg en afstemming met TenneT plaats te vinden.
3.5
Infrastructuur Rijkswegen Voor Rijkswegen zijn generieke afstanden berekend waarbuiten er geen ontoelaat bare risico's voor passanten plaatsvinden. Het document "Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken" staan de minimale afstanden tot Rijkswegen gegeven: "Langs rijkswegen wordt plaatsing van windturbines toegestaan bij een afstand van ten minste 30m uit de rand van de verharding of bij een rotordiameter groter dan 60m, ten minste de halve diameter". Voor de overige openbare wegen bestaan geen genormeerde afstanden, waardoor kleinere afstanden mogelijk zijn. In de beleidsregel "Windturbines langs auto-, spoor-, en vaarwegen — Beoordeling van veiligheidsrisico's" staan de richtlijnen ge geven (zie kaders):
Externe veiligheidsonderzoek
12
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
"Individuele passantenrisico (IPR) Voor het risico voor de passant is een risicomaat gekozen die aansluit bij de indivi duele beleving van de passant, namelijk de overlijdenskans per passant per jaar. Hierbij wordt de passant gevolgd gedurende zijn bezigheden in de nabijheid van het windturbin epark. De initiatiefnemer die een of meerdere windturbines wil plaatsen dient aan te tonen dat het maximale toelaatbare Individueel Passanten Risico IPR niet wordt over schreden op de infrastructuur in de nabijheid van de turbine. De grens is vastgesteld van honderdzestig kilometer per uur. Een generiek IPR van 10-6 wordt aangehouden voor alle infrastructuur waarop de wettelijk toelaatbare snelheden de honderdzes tig kilometer per uur niet overschrijden, en een generiek IPR van 10-7 op infrastruc tuur waarop wettelijk toelaatbare snelheden boven de honderdzestig kilometer per uur bestaan. Maatschappelijk risico (MR) Er zijn verschillenden maten te kiezen voor het maatschappelijk risico. Rijkswater staat en ProRail hanteren het criterium dat er jaarlijks niet meer dan 2*10-3 passan ten mogen overlijden. In het externe-veiligheidsbeleid voor stationaire installaties of vervoersactiviteiten wordt uitgegaan van groepsrisicocurven of FN-curven. Groepsrisicocurves hebben alleen betekenis voor 'kleine-kans-groot-gevolg'-ongevallen met slachtofferaantallen groter dan 10 per ongeval.
Uit studies ref. [2, 4, 5, 6] blijkt dat bij windturbineparken in de nabijheid van rijkswegen altijd ruimschoots aan de groepsrisiconorm wordt voldaan."
Externe veiligheidsonderzoek
13
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Hoofdstuk 4 Risicoanalyse
14
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
4.1
(Beperkt) kwetsbare objecten De berekende 10-5 en 10-6 contouren zijn weergegeven op kaart. Per windturbinelocatie is nagegaan of (geprojecteerde) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn. Voor de gebouwen binnen de 10-6 contour is nagegaan of er sprake is van een kwetsbaar object (BAG, risicokaart.nl Z luchtfoto). In onderstaande figu ren zijn de risicocontouren van de verschillende alternatieven te vinden. Deze zijn tevens weergegeven in Bijlage B.
4.1.1
Alternatief 1
Figuur 2
Risicocontouren rond de windturbines (Alternatief 1)
d6 winssensche Veld
fust 1*.
Groene
/•d
/roi 'tUiverstuh a
Langakker ® Alternatief 1 I 10 min 5 contour 10 min 6 contour Panden Kwetsbare objecten
Het Broek
E wijksche W? 'dep®
Gem. Be.uningen »0(Ĵlfhõeve
ïRecreatiegebied De Groene Heuvels '
De Groene . Heibels
yStPietef Kampen
E wijksche Broek\ Pollentoi
Beuningsche Vetof letale
Scheerskamp
Hernen
émi
īampbroek Pompsubo
Hemensche Broek
Bosch
van Rin
DJ experts in renewable energy
Er bevinden zich geen (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten of kwetsbare objecten binnen respectievelijk de 10-5 en 10-6 contour.
15
Externe veiligheidsonderzoek
« #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
4.1.2
Alternatief 2
Figuur 3
Risicocontouren rond de windturbines (Alternatief 2)
Winssensĩĥe Veld Groene
f‘g
/ES) 'tUiverett* h
Lortgokker Alternatief 2 I 10 min 5 contour 10 min 6 contour Panden Kwetsbare objecten
Het Broek
E wijksche Veldei
Gem. B« •uningen Recreatiegebied De Groene Heuvels
vek \
Kjjfhoeve
-
f
'^AARSOUK-
mm i^sįsr
yStPieter Kampen
Ewijksche Bro- -k
Beuningiche Veldi
)lle^í),
ictorie
Scheerskamp
Hemen
īampbroek
Pompstatic
Hèmęnsche Broek Is»
Bosch
experts
van Rijn energy
Er bevinden zich geen (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten of kwetsbare objecten binnen respectievelijk de 10-5 en 10-6 contour.
4.1.3
Alternatief 3 Op basis van onderstaande figuur is op te maken dat zich geen (geprojecteerde) beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten binnen respectievelijk de 10-5 en 10-6contour bevinden.
Externe veiligheidsonderzoek m
m
16
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 4
Risicocontouren rond de windturbines (Alternatief 3)
Winssenschp \Jeld Omene
'•ģ
xä? CE3 'tUiversŭ* h
Langokker Alternatief 3 L—l 10 mm 5 contour 10 min 6 contour Panden Kwetsbare objecten
Het Broek
Ewijksche Veloen{ Gem. Beul Kjjfhoeve
\ Recreatiegebied De Groene Heuvels
ISOUK-
De Groene , HeiMHs
r
yStPietef Kampen
Ewijksche Broek ^f*'***"
Beuningsche Veldf Ictone
Zwemsd
i Ranch
Scheerskamp
Hemen
īampbroek
; ļļm Hėmensche Broek
BoschS; van Rijn
"Äi
4.2
Risicovolle installaties De berekende maximale werpstanden (bij overtoeren) zijn ingetekend op de kaart en voor de locatie is nagegaan of binnen deze maximale werpafstanden risicovolle installaties aanwezig zijn.
17
Externe veiligheidsonderzoek m
m
« e # #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
4.2.1
Alternatief 1
Figuur 5
Maximale werpafstand bij overtoeren van de windturbines en risicovolle installaties. 1,0 ' Winssen
"“«nwwEc - * ,.D*
‘V.'
Soteho*k.
'ĩ
1,5 km
*ff«SrRAV*EG
Winssensche Vel'.
mMŝ
jOngakker
mmm Åjk
mm ìjksche Broek.
Het Broek',
n'
Ew'i
Vi kl, ® Gem. Peuningen
Recreatiegebied Vf*, f '*Jįr, De Groene Heuvels
ŕ*fí
tUMRSDIft
Beuningsche Velt
Beuningsche Wld
Ewiįksche Brod^āta0nţ^
® Alternatief 1 Werpafstand bij overtoeren A
Risicovolle Installatie
Het Broek
īampbroek
Pompstation
Hemensche Broek VJ
Ŵèzeįsche Veld DE DREEF îļ5į.Jer J
vU' Bosch 4: van Rijn experts in renewable energy
Wiįchen
Op basis van de ingetekende werpafstanden, aangeleverde informatie door de omgevingsdienst en risicokaart.nl zijn de risicovolle installaties bepaald welke zich bin nen de maximale werpafstanden bevinden. Tabel 3
Risicovolle installaties binnen maximale werpafstand van geplande turbines van Alternatief 1
Windturbine
Installatie
Windturbine 2
Propaantank 8223
Afstand tot installatie (m)
Windturbine 3
Propaantank 2,7m3
373
Windturbine 3
Propaantank 1,6m3
421
473
Doordat de afstanden groter zijn dan de tiphoogte heeft alleen het scenario wiekbreuk een risico verhogend effect. NB. In het gebied bevindt zich een gasontvangststation. Dit station ligt buiten de werpafstand bij overtoeren en wordt daarom niet beschouwd in onderhavig onder zoek
18
Externe veiligheidsonderzoek
« #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
4.2.2
Alternatief 2
Figuur 6
Maximale werpafstand bij overtoeren van de windturbines en risicovolle installaties 1,0 ' Winssen 1,5 km
*ffMSrRAV*EG
Winssensche I eld
in /akker
mMŝ
*
IŴİ
Schoonjk. r Åjk
ÍĚMf mm
Het Broek',
ffl
í wjk ,( he .i Idt r #
Gem. Bąir.ingen Recreatiegebied Vf*, f ~'±Jļr De Groene Heuvels
ìjksche Broek.
ŕ*fí
wUUlRSDUt
/^f^įffBeuņìngsche
teuningsche Vek
Ewiįksche Brod^āta0nţ^
® Alternatief 2 Werpafstand bij overtoeren A
Risicovolle Installatie
Het Broek
Hemen
īampbroek
Pompstation
Hemensche Broek VJ
Wezel Hoge Brug
Ŵèzeļsche Veld DE DREEF
îļSįder J vļv’ Bosch lit van Rijn experts in renewable energy
Wiįchen
Op basis van de ingetekende werpafstanden, aangeleverde informatie door de omgevingsdienst en risicokaart.nl zijn de risicovolle installaties bepaald welke zich bin nen de maximale werpafstanden bevinden. Tabel 4
Risicovolle installaties binnen maximale werpafstand van geplande turbines van Alternatief 2
Windturbine
Installatie
Windturbine 1
Propaantank 1
Afstand tot installatie (m) 327
Windturbine 3
Propaantank 8223
353
Windturbine 5
Propaantank 2,7m3
389
Windturbine 5
Propaantank 1,6m3
429
Doordat de afstanden groter zijn dan de tiphoogte heeft alleen het scenario wiekbreuk een risico verhogend effect. NB. In het gebied bevindt zich een gasontvangststation. Dit station ligt buiten de werpafstand bij overtoeren en wordt daarom niet beschouwd in onderhavig onder zoek
19
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
4.2.3
Alternatief 3
Figuur 7
Maximale werpafstand bij overtoeren van de windturbines en risicovolle installaties 1,0 ' Winssen "te«nM*EC. 1,5 km
*ffMSrRAV*EG
Winssenxhf Veld
mMŝ
tong jkker
.... Ŝ
- , . Het Broek j.
Éilr mm
FŴ)l sí h» ,i W.v, ©
Gem. Bei ®
1
Recreatiegebied VÍ-Cį De Groene Heuvels
ìjkxhei
.
s-lŬRSDIW
Beu nii
Beuningsche Wld
Ewijksche Broek'^mnbnţ\y ľi^riīļ
® Alternatief 3 Werpafstand bij overtoeren A
Risicovolle Installatie
Hemen
Het Broek
īampbroek Hemenxhe Broek\,
Wezel Hoge Brug
Ŵèzeļsche Veld DE DREEF
îļSįder J vļv’ Bosch !:; van Rijn experts in renewable energy
Wiįchen
Op basis van de ingetekende werpafstanden, aangeleverde informatie door de op drachtgever en risicokaart.nl zijn de risicovolle installaties bepaald welke zich bin nen de maximale werpafstanden bevinden. Tabel 5
Risicovolle installaties binnen maximale werpafstand van geplande turbines van Alternatief 3
Windturbine
Installatie
Windturbine 1
Propaantank 1
Windturbine 2
Propaantank 1
Afstand tot installatie (m) 335
Windturbine 3
Propaantank 8223
353
Windturbine 5
Propaantank 2
290
Windturbine 5
Propaantank 5m3
371
Windturbine 6
Propaantank 2,7m3
420
Windturbine 6
Propaantank 1,6m3
411
Doordat de afstanden groter zijn dan de tiphoogte heeft alleen het scenario wiekbreuk een risico verhogend effect. NB. In het gebied bevindt zich een gasontvangststation. Dit station ligt buiten de werpafstand bij overtoeren en wordt daarom niet beschouwd in onderhavig onder zoek
20
Externe veiligheidsonderzoek m
m
« « « #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
4.2.4
Trefkansberekeningen Rekenmethode wiekbreuk (Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid - Module IV Windturbines (versie oktober 2020) Om de trefkans van een object met hoogte h, breedte b, en diepte d te berekenen wordt uitgegaan van een geprojecteerd grondoppervlak: De kans dat het zwaartepunt van de wiek in het geprojecteerde oppervlak terecht komt is: P , :: p od
zwpt
. a
pt
Waarin: Pzwpt = trefkans van het zwaartepunt van het blad (berekend volgens HRW 2014). Apt = (b+hHd+h) Het object kan direct door het zwaartepunt worden getroffen, maar het is ook mo gelijk dat het zwaartepunt van het blad binnen een afstand van 2/3 Lb (lengte afge broken blad) inslaat. In dit geval kan het object nog door het blad worden geraakt aangezien het zwaartepunt zich op ongeveer 1/3 van het blad bevindt. Deze kans loopt van 0,0 naar 1,0 van de buitenrand van de 2/3 Lb strook tot het object. De kans dat het zwaartepunt in de strook met breedte 2/3 Lb rondom de tank te rechtkomt is: Poí — Pzwpt ( (2 b + 2d) •Vs ' LÌJ +
' (Z
))
İ3' Lb
Om de totale trefkans te bereken dat een installatie wordt getroffen door een blad worden de twee bovenstaande parame ters bij elkaar opgeteld: Po — Pod + Poi
4.2.5
Resultaten trefkansen risicovolle installaties Via de bovenstaande methoden zijn de trefkansen berekend voor de risicovolle in stallaties van de drie alternatieven waarbij de trefkans van de installatie de som is van de scenario's van falende windturbines. De resultaten worden weergeven in onderstaande tabellen.
Tabel 6
Trefkansen risicovolle installaties Alternatief 1
Installatie
Totale trefkans
Propaantank 8223
1,06*10-08
Propaantank 2,7m3
9,81*10-09
Propaantank 1,6m3
9,40*10-09
Externe veiligheidsonderzoek
21
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Tabel 7
Trefkansen risicovolle installaties Alternatief 2
Installatie
Tabel 8
Totale trefkans
Propaantank 1
1,08*10-08
Propaantank 8223
1,09*10-08
Propaantank 2,7m3
1,22*10-08
Propaantank 1,6m3
2,34*10-08
Trefkansen risicovolle installaties Alternatief 3
Installatie
4.2.6
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Totale trefkans
Propaantank 1
1,45*10-08
Propaantank 8223 Propaantank 2
6,51*10-09 7,62*10-09
Propaantank 5m3
6,44*10-09
Propaantank 2,7m3
7,12*10-09
Propaantank 1,6m3
6,71*10-09
Faalkansverhoging De berekende trefkans van de alternatieven wordt vergeleken met de intrinsieke faalkans van de risicovolle installatie (faalkansen van alle catastrofale scenario's bij
elkaar opgeteld). De intrinsieke faalkans wordt als volgt onderbouwd: Tabel 9
Onderbouwing intrinsieke faalkansen van risicovolle objecten (Bron: Handleiding Risicoberekeningen BEVI) Object Faalkans scenario's (weergegeven tussen haakjes) Opslagtanks gevaarlijke stoffen De mogelijke catastrofale scenario's zijn het vrijkomen van de gehele inhoud (5*10-6) en het vrijkomen van de gehele inhoud in 10 min. in een continue en constante stroom (5*10-6).
Onderstaande tabel bevat de vergelijking van de trefkans van de windturbines met de intrinsieke faalkans van de installatie:
22
Externe veiligheidsonderzoek 9 9
9
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Tabel 10
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Verhoging faalkans van risicovolle installaties
Alternatief
Installatie
Alternatief 1
Propaantank 8223
1,00*10-5
1,06*10-08
0,m
Alternatief 1
Propaantank 2,7m3
1,00*10-5
9,81*10-09
0,10y0
Alternatief 1
Propaantank 1,6m3
1,00*10-5
9,40*10-09
0,09y0
Alternatief 2
Propaantank 1
1,00*10-5
1,08*10-08
0,m
Alternatief 2
Propaantank 8223
1,00*10-5
1,09*10-08
0,m
Alternatief 2
Propaantank 2,7m3
1,00*10-5
0,12y0
Alternatief 2
Propaantank 1,6m3
1,00*10-5
1,22*10-08 2,34*10-08
Alternatief 3
Propaantank 1
1,00*10-5
1,45*10-08
0,15y0
Alternatief 3
Propaantank 8223
1,00*10-5
6,51*10-09
0,07y0
Alternatief 3
Propaantank 2
1,00*10-5
0,08y0
Alternatief 3
Propaantank 5m3
1,00*10-5
7,62*10-09 6,44*10-09
Alternatief 3
Propaantank 2,7m3
1,00*10-5
0,07y0
Alternatief 3
Propaantank 1,6m3
1,00*10-5
7,12*10-09 6,71*10-09
4.3
Intr. Faalkans
Trefkans
Verhoging faalkans
0,23y0
0,06y0 0,0707o
Buisleidingen Vanwege de aanwezigheid van buisleidingen in het plangebied is er geanalyseerd of de alternatieven voldoen aan de adviesafstand van Gasunie. Indien er niet wordt voldaan aan de adviesafstand van Gasunie worden de risico's gekwantificeerd waarbij de trefkansberekeningen worden uitgevoerd volgens het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module IV - Windturbines (Versie oktober 2020).
4.3.1
Alternatief 1 Voor Alternatief 1 geldt dat er geen leidingen zijn gelegen binnen de adviesafstan den van Gasunie. Tevens bevinden de windturbines zich buiten de leidingstrook zo als aangewezen in de structuurvisie Buisleidingen. Er zijn derhalve geen aandachts punten.
Externe veiligheidsonderzoek
23
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 8
Buisleidingen en adviesafstanden Gasunie
/í Ewijk
KS
«
'
‘Ŵx
ì
Winssensche Veld Hoeve .J '
lUmg (kei
Schoenakj
Het Broek
Ewijksche Velden®
® Alternatief 1
Gem^euningen
Werpafstand bij nominaal toerental I
ebieď 'ţ leuvels
1 Ashoogte + lZ3de wiek Buisleidingen Leidingstrook Structuurvisie Buisleidingen
De Groene/ !
Hemen
Kampen
BeuningSţhe Ewijksche Broekļ
fompbroek
•vU' Bosch í~ van Rijn Wezel
4.3.2
experts in renewable energy
Alternatief 2 Voor Alternatief 2 geldt dat er geen leidingen zijn gelegen binnen de adviesafstan den van Gasunie. Tevens bevinden de windturbines zich buiten de leidingstrook zo als aangewezen in de structuurvisie Buisleidingen. Er zijn derhalve geen aandachts punten.
24
Externe veiligheidsonderzoek
« #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 9
Buisleidingen en adviesafstanden Gasunie
ŕ
ÄlfeSí sirs'
Winsst
MatakiU re* “ Hoeve
t UiverstuK g
ILang (ker
V Schoenakj
vV
Het Broek
Ewijksche Vek\en'
Alternatief 2
GemyBe.uningen
I—I Ashoogte + V3de wiek Werpafstand bij nominaaL toerenta
leuvels
Buisleidingen Leidingstrook Structuurvisie Buisleidingen De Groene/
Hemen
f Kampen
Beuninqxfre^ Ewijksche Broek{
Jv Bosch Ei van Rijn
tamp broek
Wezel
4.3.3
p
experts in renewable energy
Alternatief 3 Voor Alternatief 3 geldt dat er geen leidingen zijn gelegen binnen de adviesafstan den van Gasunie. Tevens bevinden de windturbines zich buiten de leidingstrook zo als aangewezen in de structuurvisie Buisleidingen. Er zijn derhalve geen aandachts punten.
Externe veiligheidsonderzoek
25
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 10
Buisleidingen en adviesafstanden Gasunie
ÉSRIr dSmŝyi Winssel
‘Matiahoi ŴÉļį
Hoove
Jìĩ
lang (ker ĶrípļEŵijkj
w Schoenal
Het Broek'
Ewijksche Vęļat
® Alternatief 3
Gem
I----- 1 Ashoogte + l/Bde wiek Werpafstand bij nominaal toerental
feuvefc &C-
Buisleidingen Leidingstrook Structuurvisie Buisleidingen De Groene i Heuwh/
Hemen
Kampen
Beuningsche Veldj Ewijksche Broek\
lampbroek
Bosch : van Rijn
experts in renewable energy
4.4
Hoogspanningsinfrastructuur Voor het plangebied is nagegaan of er zich hoogspanningsinfrastructuur in buurt van de windturbines bevindt. Indien dit het geval is wordt er gekeken of er wordt voldaan aan de afstandseis van TenneT (maximale werpafstand bij nominaal toe rental of tiphoogte).
4.4.1
Alternatief 1 Voor Alternatief 1 geldt dat hoogspanningsinfrastructuur is gelegen binnen de ad viesafstanden van TenneT. Wanneer dit ook het geval is bij het voorkeursalternatief moet er in overleg worden getreden met TenneT en een trefkansberekening wor den uitgevoerd.
26
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 11
Hoogspanningsinfrastructuur
m
Begijenhaf
Winssensche Veld Aw
y
Manalust ^ . * -
Groene
^
Hoeve •tuivwstuk a
Langokkei
® Alternatief 1 Werpafstand bij nominaal toerental Tiphoogte Hoogspanningsinfrastructuur V Schoenakers Het Broek
Ewijksche V'den®
*pąs sche Broek
Gem. Beuningen Kijftoeve
į Recreatiegebied^ De Groene Heuvels .Smeter •Kampen.
Beuninïļche Veld*
Ewijksche eroefc^prtlentMţ* victorie
Scheerskamp
Hemen
fampbroek
Pompstation
Wezel
Hemensche Broek \
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
4.4.2
Alternatief 2 Voor Alternatief 2 geldt dat er geen hoogspanningsinfrastructuur is gelegen binnen de adviesafstanden van TenneT. Er zijn derhalve geen aandachtspunten.
27
Externe veiligheidsonderzoek
« #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 12
Hoogspanningsinfrastructuur „-1,2km
Begijenhd
* 7
mmm Vįt?í*\gsa!sV'
Winswļşchę \ eld Grom ^ Steeg
••ŵar.
Hoeve
'tUiventufc «
Langakkeì
SÜĒĥ
® Alternatief 2 Werpafstand bij nominaal toerental Tiphoogte Hoogspanningsinfrastructuur
Het Broek
Ewijksche Ve.den®
Gem. Beuningen Recreatiegebied , * De Groene Heuvels
sche Broek
De Groene ■ Heurols
Kijftoeve
'
.Smeter
BeuniñļŗsçheVçlh
•Kampen. Ewijksche eroefc^pollenb,J*victDfle
Scheerskamp
Hemen
īampbroek Pompstation Hèmensche Broek
Wezel
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
4.4.3
Alternatief 3 Voor Alternatief 3 geldt dat er geen hoogspanningsinfrastructuur is gelegen binnen de adviesafstanden van TenneT. Er zijn derhalve geen aandachtspunten.
Externe veiligheidsonderzoek m
m
28
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 13
Hoogspanningsinfrastructuur „-1,2km
Begijenhd
* 7
mmm Vįt?í*\gsa!sV'
Winswļşchę \ eld Grom ^ Steeg
••ŵar.
Hoeve
'tUiventufc «
Langakkeì
SÜĒĥ
® Alternatief 2 Werpafstand bij nominaal toerental Tiphoogte Hoogspanningsinfrastructuur
Het Broek
Ewijksche Ve.den®
Gem. Beuningen Recreatiegebied , * De Groene Heuvels
sche Broek
De Groene ■ Heurols
Kijftoeve
'
.Smeter
BeuniñļŗsçheVçlh
•Kampen. Ewijksche eroefc^pollenb,J*victDfle
Scheerskamp
Hemen
īampbroek Pompstation Hèmensche Broek
Wezel
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
4.5
Wegen Voor de alternatieven is nagegaan of een windturbine over een (openbare) weg draait. Indien er geen overdraai plaatsvindt wordt er voldaan aan de in paragraaf 3.5 genoemde beleidsregel. Wanneer er niet wordt voldaan aan de beleidsregel moet er voor het VKA een trefkansberekening worden uitgevoerd.
4.5.1
Alternatief 1 Uit onderstaande figuur blijkt dat er geen overdraai plaatsvindt over een openbare weg. Hiermee wordt er voldaan aan de beleidsregel.
Externe veiligheidsonderzoek m
m
29
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 14
Wieklengte en wegen in het plangebied - Alternatief 1 Hoeve Eyi Nitřtíèļ
Langakker
13^33^
® Alternatief 1 I I Wieklengte ------ Wegen
^Schoenaker
mm 'E wijkscĩfayęļden
Gem. Beuningen Recreatiegebied De Groene Heuvels
Beuningsche Veld Ewijksche Broek
iļ' Bosch il* van Rijn
Kampbroek
4.5.2
experts in renewable energy
Alternatief 2 Uit onderstaande figuur blijkt dat er overdraai plaatsvindt over een openbare weg. Hiermee wordt er niet voldaan aan de beleidsregel.
30
Externe veiligheidsonderzoek m
m
« o # #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 15
Wieklengte en wegen in het plangebied - Alternatief 2 Esri Ñetiet
(inssenscĥe Veld Groene •7 \^Steeg
Hoeve
ÌUhmUi h
Langokker ® Alternatief 2 I Wieklengte Wegen
ihoenaķiŕr: Kei2ershoeve
Gem. Beuningen Kijfhoeve
Recreatiegebied Groene Heuvels DeGioene
Beuningsche Velt llenbroek,l.Wctwie
Ewijksche Bi Zwemsd
Scheerskamp
Hernei
īampbroek Hemensche Broek \/
4.5.3
Bosch
van Rijn
Itavnertcin rpnpiwnhln pnernu
Alternatief 3 Uit onderstaande figuur blijkt dat er geen overdraai plaatsvindt over een openbare weg. Hiermee wordt er voldaan aan de beleidsregel.
Externe veiligheidsonderzoek m
m
31
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 16
Wieklengte en wegen in het plangebied - Alternatief 3
(įnssensche Veld Groene
Hoeve
'tUiverstuk h
Langokker ® Alternatief 3 I I Wieklengte ------ Wegen
Keüershoeve
Ey/ijkscl
■tóen® Gen . Kjjfhoeve
, Recreatiegebied De Groene Heuvels De Groene Heuvels
Ewijkśche Broei
Beuningsche Velt
I lenbroek,1VI clone
Zwemsd
Scheerskamp
īampbroek
Hernei
,
"
Hemensche Broek \ ;
32
Externe veiligheidsonderzoek m
m
« « # #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Hoofdstuk 5 Voorkeursalternatief
33
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
5.1
Beschrijving voorkeursalternatief Mede op basis van het MER is een voorkeursalternatief (VKA) gedefinieerd. Van het VKA liggen de windturbinelocaties vast, maar er is een bandbreedte in ashoogte en rotordiameter. Voor wat betreft de afmetingen is deze bandbreedte als volgt op gespannen: ^ ^ ^
Ashoogte: Rotordiameter: Tiphoogte:
minimaal 140 meter, maximaal 170 meter; minimaal 150 meter, maximaal 180 meter; maximaal 245 meter;
In dit hoofdstuk is debovengrens van de bandbreedte doorberekend, omdat de bovengrens het hoogste risico verhogend effect heeft op nabijgelegen gebouwen installaties en infrastructuur. Figuur 17
Windturbinelocaties van het Voorkeursalternatief (VKA) voor Windpark Beuningen *ffMSr»A»IE0 1,3 km
Winssensc ìfêK'ctd
ļLopgakker
gpggĩ'jKi Schoenaker* Het Broek'
Ewijksche Velden 0 Gem. Beuningen
Recreatiegebied
Ŵijksche Broek.
Kâinpėtţi^ Beuningsche Velt
® Voorkeursalternatief
Ewijksche Broek^0ltntm,į^icrone
Sdweiskamp
HetBrot
Hemen
īampbroek Pompstation
Hemensche Broek \/
Wezel Wezelsche Veld fcsri Ntfderl;
Hernensche Boìl/:
k
Bosch Ik van Rijn experts in renewable energy
34
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
De coördinaten van de windturbines staan gegeven in onderstaande tabel: Tabel 11
Coördinaten van het voorkeursalternatief van WP Beuningen.
Windturbine 1 2 3 4 5
5.2
X 175.324 175..797 177.247 178.146 179.060
Y 430.942 430.681 429.618 429.318 429.016
Te onderzoeken windturbinetype Om de externe veiligheidsrisico's van de bandbreedte goed in beeld te brengen worden de effecten doorgerekend voor de grootst mogelijke windturbine afmetin gen. Dit, aangezien de meeste externe risico's een direct gevolg zijn van de afme tingen. Hiertoe is een referentiewindturbine bepaald met de juiste afmetingen en zijn de werpafstanden gebaseerd op de Handleiding Omgevingsveiligheid Module IV - Versie Oktober 2020. Risicocontouren (m) Ashoogte
Rotordiameter
10-5
10-6
180
90
208
155
Max. werpafstand (m) Bij nominaal toerental 207
Bij overtoeren 540
In de risicoanalyse wordt de referentiewindturbine in het vervolg aangeduid als 'bo vengrens'.
NB. De maximale werpafstand schaalt niet 1-op-1 met de afmetingen van een wind turbine. Het kan daarom zo zijn dat een uiteindelijk te realiseren type een grotere werpafstand heeft dan de hierboven genoemde variant. Omdat de meeste aspecten betreffende externe veiligheid wel schalen met de afmetingen is er voor gekozen om de bandbreedte te definiëren aan de hand van afmetingen. Voor aspecten waar de maximale werpafstand een belangrijke rol speelt is hier verder aandacht aan be steed.
5.3
Rekenmethode Voor de berekeningen is aangesloten bij de rekenmethode voor de MER-alternatieven.
Externe veiligheidsonderzoek
35
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
5.4
Risicoanalyse
5.4.1
(beperkt) Kwetsbare objecten
Figuur 18
Risicocontouren rond de windturbines (bovengrens VKA)
mm Winsstnsd
langokker
cto-asp
-Clie-M
EwijkscheVelden
® Voorkeursalternatief t~~l 10 min 5 contour 10 min 6 contour Panden *
Kwetsbare objecten Beunìngsche Vei Ewijksche Broek
irir.àirderla
Uit bovenstaande figuur is op te maken dat er zich geen (geprojecteerde) kwets bare objecten zich bevinden binnen de 10-5-contour. Tevens bevinden zich geen kwetsbare objecten binnen de 10-6-contour. Hiermee wordt er voldaan aan de ei sen uit het Activiteitenbesluit.
5.4.2
Risicovolle installatie De berekende maximale werpafstanden (bij overtoeren) zijn ingetekend op de kaart en voor de locatie is nagegaan of binnen deze maximale werpafstanden risi covolle installaties aanwezig zijn.
36
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 19
Maximale werpafstand bij overtoeren van de windturbines en risicovolle installaties ÌĨRAWEG
1,3 km
mi* Winssensd
Maílatat \1ļ*..
HH mm ingakker
ŭğgEĒ'jKi
^PÇįŠįįċ
JSŠ Schoenaker
iren Het Broek'
jk the Velden Cem. Beuningen
Recreatiegebied ' De Groene Heuvels
ìijksche BroekJ
Kampen
ÚöwSDUI
Bevningsche Vridf
® Voorkeursalternatief Werpafstand bij overtoeren A
ļ
Ewijksche Broek^*entnÿ'^isone
lüTiiTl
Risicovolle Installatie . iner Geest
HetBroc
Hemen
īampbroek Pompstation
tnsche Broek \
Wezel Hoge Brug
Wexlsche Veld Dl DREEF
Ne.GaiwaWci
Hernensçhe i
fcsri Ndderls
___
Op basis van de ingetekende werpafstanden, aangeleverde informatie door de op drachtgever en risicokaart.nl zijn de risicovolle installaties bepaald welke zich bin nen de maximale werpafstanden bevinden. Tabel 12
Risicovolle installaties binnen maximale werpafstand van het Voorkeursalternatief
Windturbine
Installatie
Windturbine 1
Propaantank 1
Afstand tot installatie (m) 232
Windturbine 2
Propaantank 1
463
Windturbine 3
Propaantank 2
241
Windturbine 3
Propaantank 5m3
322
Windturbine 4
Propaantank 2,7m3
403
Windturbine 4
Propaantank 1,6m3
366
Doordat bij 2 risicovolle installaties de afstand kleiner is dan de tiphoogte heeft naast het scenario wiekbreuk ook het scenario mastbreuk een risico verhogend ef fect. NB. In het gebied bevindt zich een gasontvangststation. Dit station ligt buiten de werpafstand bij overtoeren en wordt daarom niet beschouwd in onderhavig onder zoek
37
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
5.4.2.1
Trefkansberekeningen
Rekenmethode wiekbreuk (Handboek Risicozonering Windturbines) Om de trefkans van een object met hoogte h, breedte b, en diepte d te berekenen wordt uitgegaan van een geprojecteerd grondoppervlak: De kans dat het zwaartepunt van de wiek in het geprojecteerde oppervlak terecht komt is: pod, — pzwpt . A pt
Waarin: Pzwpt = trefkans van het zwaartepunt van het blad (berekend volgens HRW 2014). Apt = (b+hHd+h) Het object kan direct door het zwaartepunt worden getroffen, maar het is ook mo gelijk dat het zwaartepunt van het blad binnen een afstand van 2/3 Lb (lengte afge broken blad) inslaat. In dit geval kan het object nog door het blad worden geraakt aangezien het zwaartepunt zich op ongeveer 1/3 van het blad bevindt. Deze kans loopt van 0,0 naar 1,0 van de buitenrand van de 2/3 Lb strook tot het object. De kans dat het zwaartepunt in de strook met breedte 2/3 Lb rondom de tank te rechtkomt is: Poí - Pzwpt ( (2fc + 2d) ■1/3■Lb +
n
3
Om de totale trefkans te bereken dat een installatie wordt getroffen door een blad worden de twee bovenstaande parame ters bij elkaar opgeteld: Po — Pod + Poi
Rekenmethode mastbreuk De trefkans van een object door mastbreuk van een windturbine is afhankelijk van verschillende parameters. Ten eerste van de generieke faalkans van de mast. Indien de mast niet verstevigd is, is dit standaard 1.3*10-4. Ten tweede is de faalkans af hankelijk van de hoek waarbij de hoek wordt vastgesteld door de grenzen waarbij het rotoroppervlak het object net niet raakt. De kans dat de windturbine richting het object (Ko) valt wanneer de mastbreuk zich voordoet is dan: Hoek\ Ko — . 360 )
Externe veiligheidsonderzoek
38
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
De kans dat het scenario zich voordoet en dat een object geraakt wordt kan dan berekend worden via de onderstaande formule: Kg = Ko * faalkans mast
Totale faalkans De totale trefkans van de windturbine op een object is de som van de bovenstaande scenario's. De totale trefkans (Ttk) op een object kan dan berekend worden via de volgende formule: Ttk = Po + Kg
5.4.2.2
Resultaten trefkansen risicovolle installaties
Via de bovenstaande methoden zijn de trefkansen berekend voor de risicovolle in stallaties van het VKA waarbij de trefkans van de installatie de som is van de scena rio's van falende windturbines. De resultaten worden weergeven in onderstaande tabellen. Tabel 13
Trefkansen risicovolle installaties VKA
Installatie
5.4.2.3
Totale trefkans
Propaantank 1
1,81*10-05
Propaantank 2
1,63*10-05
Propaantank 5m3
1,35*10-08
Propaantank 2,7m3
1,10*10-08
Propaantank 1,6m3
1,18*10-08
Faalkansverhoging
De berekende trefkans van het VKA wordt vergeleken met de intrinsieke faalkans van de risicovolle installatie (faalkansen van alle catastrofale scenario's bij elkaar opgeteld). De intrinsieke faalkans wordt als volgt onderbouwd: Tabel 14
Onderbouwing intrinsieke faalkansen van risicovolle objecten (Bron: Handleiding Risicoberekeningen BEVI) Object Faalkans scenario's (weergegeven tussen haakjes) Opslagtanks gevaarlijke stoffen De mogelijke catastrofale scenario's zijn het vrijkomen van de gehele inhoud (5*10-6) en het vrijkomen van de gehele inhoud in 10 min. in een continue en constante stroom (5*10-6).
Onderstaande tabel bevat de vergelijking van de trefkans van de windturbines met de intrinsieke faalkans van de installatie:
Externe veiligheidsonderzoek
39
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Tabel 15 Verhoging faalkans van risicovolle installaties Alternatief Installatie Intr. Faalkans Bovengrens Propaantank 1 1,00*10-5 Bovengrens Propaantank 2 1,00*10-5 Bovengrens Propaantank 5m3 1,00*10-5 Bovengrens Propaantank 2,7m3 1,00*10-5 Bovengrens Propaantank 1,6m3 1,00*10-5
5.4.3
Trefkans
Verhoging faalkans
1,81*10-05
180,87y0
1,63*10-05
162,69y0
1,35*10-08
0,13y0
1,10*10-08 1,18*10-08
0,m 0,1207o
Buisleidingen Vanwege de aanwezigheid van buisleidingen in het plangebied is er geanalyseerd of de bovengrens voldoet aan de adviesafstand van Gasunie. Indien er niet wordt voldaan aan de adviesafstand van Gasunie worden de risico's gekwantificeerd waarbij de trefkansberekeningen worden uitgevoerd volgens het Handleiding Omgevingsveiligheid Module IV: Specifieke rekenvoorschriften voor activiteiten D.1 en E.1. 2019.
Figuur 20
Buisleidingen en adviesafstanden Gasunie • ĨRAWEG
1,3 km
Winssei
Maŕtatat
j
Hoeve
inguKker
Het Broek '
De Groene Heuvels
'Ŵijksche Broek.
Ewijksche Vekĥn 0
rstnctM
LAARSDIJI
Beuningsche Veldį
Eŵijksche firook^,Poēenbroy\v
® Voorkeursalternatief I I Ashoogte + zwaartepunt wiek Werpafstand bij nominaal toerental Leidingstrook Structuurvisie Buisleidingen Buisleidingen Hernen
īampbroek Pompstation
Hemensche Broek V.
Wezel Hoge Brug
Wezelsche Veld IE DREEF
tsri NŞderìĩ
Hernenscl
Bosch E: van Rijn 'T' experts in renewable energy
Uit bovenstaande figuur blijkt dat er bij windturbine 5 niet wordt voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. De werpafstand bij nominaal toerental reikt over de buisleiding (afstand windturbine tot buisleiding: 196m).
40
Externe veiligheidsonderzoek
« #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Echter, de berekening voor de werpafstand bij nominaal toerental is uitgevoerd voor een worst-case windturbine. Hieronder wordt voor bestaande windturbinetypes met gegevens van de fabrikant de werpafstand bij nominaal toerental bere kend: Type
Ashoogte
Rotordiameter
Enercon E160
165
Nordex N163
Werpafstand bij nominaal toerental 160
150
163,5
163
145
Siemens SWT6.0-170
160
170
146
Vestas V162
164
162
187
Uit bovenstaande tabel blijkt dat bij de commercieel beschikbare windturbinetypes binnen de bandbreedte ruimschoots wordt voldaan aan de adviesafstand van Gas unie. Hierdoor is het mogelijk om te concluderen dat het aspect Buisleidingen de realisatie van Windpark Beuningen niet in de weg staat. Voor de buisleidingenstrook zoals aangewezen in de structuurvisie buisleidingen geldt dat de strook zich bevindt buiten de adviesafstanden van Gasunie.
Externe veiligheidsonderzoek
41
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
5.4.4
Hoogspanningsinfrastructuur Voor het plangebied is nagegaan of er zich hoogspanningsinfrastructuur in buurt van de windturbines bevindt. Indien dit het geval is wordt er gekeken of er wordt voldaan aan de afstandseis van TenneT (maximale werpafstand bij nominaal toe rental of tiphoogte).
Figuur 21
Tiphoogte en hoogspanningsinfrastructuur *
ľV
*ffMSTRAWEG 1,3 km
ŴÍV Winss\ìscl
‘Mąrfatal M».
6ir ' 'tUwrshik
ingokker
f0sÏRAAī
w Schoenaker,
J
Het Broek'
mm
E ŵijksche Veţlen 0
» V tts‘
/f&r Recreatiegebied \ . De Groene Heuvels
Ŵijksche Broek J
Gem/ôei
ļ
LAARSDIJl
Beuningsche Velt
Eŵijksche Broelc^"1"0^,
® Voorkeursalternatief I I Tiphoogte Werpafstand bij nominaal toerental
HetBrot
Hemen
īampbroek Pompstation
Hemensche Broek \
• E DREEF
Hoge Brug'
tsri NćderÌÈ
Hemensche Bosch
Bosch ilia van Rijn ‘T*. experts in renewable energy
Voor de bovengrens geldt dat er geen hoogspanningsinfrastructuur is gelegen bin nen de werpafstand bij nominaal toerental of de valafstand. Er zijn derhalve geen aandachtspunten.
42
Externe veiligheidsonderzoek
« #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
5.4.5
Wegen Uit onderstaande figuur blijkt dat twee windturbines over een openbare weg draaien. WTB 4 draait over de Steeg en WTB 2 draait over de Betenalaan. Doordat er overdraai plaatsvindt wordt de kans berekend dat een persoon wordt geraakt door een afgebroken wiek, mast en/of gondel. Hierbij gaan we uit van een worstcase benadering. De trefkans wordt berekend voor de windturbine die het dichtstbij een openbare weg staat en deze trefkans wordt als representatief beschouwd voor de andere windturbine.
Figuur 22
Overdraai van de windturbines over openbare wegen *ffMsm»wEe 1,3 km
50
Ewijk'
įftçíSF
Winssensi
Martaìiist \1ļRk
ingakker
ÅTįty J V Schoenaker,
mm İĨT V
Het Broek'
Gem. Br
ingen
Recreatiegebied.
wrMaCŨ ìļjļŗ'------ ļ
Ewijksche Veldet
Mļjr
ĽftARSI
Beuningsche Velt
Ewijksche BrockytJ^lfntnţ'^fiaone
® Vūorkeursalternatief I I Wieklengte
Sŵeeiskamp
HetBrot
Hemen
īampbroek Pompstation
,
Hemensche Broek Wezelsche Veld
ÌS Bosch Ik van Rijn
Hemenxhe őom. h
Ţ*S‘
experts in renewable energy
Trefkansberekening Mastbreuk De kans dat de weg wordt getroffen door een onderdeel van een omvallende wind turbine wordt gelijk verondersteld aan de kans dat een gedeelte van onderstaand cirkelsegment in aanraking komt met de leidingstrook, hetgeen is geïllustreerd in de figuren hieronder(Handleiding Omgevingsveiligheid, Versie oktober 2019).
43
Externe veiligheidsonderzoek
« #
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 23
Windturbine als cirkelsegment.
Turbine in aanraking met weg.
De trefkans is als volgt: Weg
Afstand tot weg (m)
Hoek (P) Graden
Mastbreuk frequentie (per jaar)
Trefkans weg
38
270
1,3*10-04
9,75*10-05
Steeg
De kans dat een passant wordt getroffen kan worden berekend door de trefkans te vermenigvuldigen met de verblijfsfactor: T=
0,3
1
v0 365 - 24 - 3600
v0 = snelheid van de passant(mfs
Ten behoeve van deze berekening gaan we uit van de worst case scenario, wat in houdt dat de passant met de laagste snelheid de langste verblijftijd heeft. Een voet ganger gaat gemiddeld 5 km/uur (1,4 meter per seconde) Afstand tot weg (m)
Hoek (P) Graden
Mastbreuk frequentie (per jaar)
Trefkans weg
Verblijfstijd passant
1,3*10-c
9,75*10-c
6,79*10-0
Trefkans per passage 6,62*10-1
Trefkans passant is: Steeg: 6,62*10-13 per passage
Externe veiligheidsonderzoek
44
Bosch
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
van Rijn
experts in renewable energy
Wiekbreuk De kans dat een persoon wordt geraakt als gevolg van een afgebroken wiek wordt als volgt berekend: ^ Ac m Pzwpt
P
Ac = kritiek oppervlakte wiek Pzwpt-steeg = trefkans zwaartepunt wiek
= =
385,33 m2 1,43*10-08
P-Steeg = 8,27*10-06
De kans dat een passant wordt getroffen kan worden berekend door de trefkans te vermenigvuldigen met de verblijfsfactor: T =
1
1
v0 365^ 24^3600
Trefkans passant op Steeg is: 1,88*1012 per passage Gondelafworp Voor het berekenen van personen en objecten ten gevolge van het afvallen van een gondel met rotor of alleen een rotor kan dezelfde aanpak worden gevolgd als mast breuk. De masthoogte wordt voor deze berekening nul verondersteld. Het risicoge bied blijft dan beperkt tot een gebied rondom de toren dat gelijk is aan de rotordiameter. Daarmee is de trefkans van de weg gelijk aan de kans dat het scenario zich voordoet: 4,0*10-5 per jaar. De kans dat een passant wordt getroffen kan worden berekend door de trefkans te vermenigvuldigen met de verblijfsfactor: T =
0,3
1
v0 365 ^ 24^3600
Trefkans passant is: 2,72*10r13 per passage. Conclusie passantenrisico De totale raakkans per passage voor de dichtstbijzijnde windturbine is: Mastbreuk: Wiekbreuk: Gondelafworp: Totaal:
6,62*10~13 per passage 1,88*1Cľ12 per passage 2,72*10~13 per passage 2,81*1012 per passage
Echter is alleen de raakkans van de dichtstbijzijnde turbine berekend, maar als reeds vermeld draaien er twee turbines over. Om conservatief te zijn wordt voor de andere turbine dezelfde trefkans per passage aangehouden. Dit leidt tot een totale trefkans van: 5,62*10-12 per passage.
Externe veiligheidsonderzoek
45
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Hoofdstuk 6 Conclusie
46
Externe veiligheidsonderzoek
# #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
6.1
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
(beperkt) Kwetsbare objecten Er bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de 10-5 en 10-6 contou ren. Hiermee wordt er voldaan aan de veiligheidseisen uit het activiteitenbesluit.
6.2
Risicovolle installaties Indien de windturbines niet substantieel bijdragen aan een hoger risico van de in richting zullen de voor de inrichting geldende afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten en de Groepsrisico ook na plaatsing van de windturbines van kracht blij ven. Om dit te toetsten kan in eerste instantie naar de toename van de catastrofale faalfrequentie van risicovolle installaties behorende tot de inrichting gekeken wor den. Indien deze toename een bepaalde richtwaarde niet overschrijdt dan is plaat sing van de windturbine uit oogpunt van risicobeoordeling toegestaan. Als uit gangspunt voor deze richtwaarde wordt volgens het Handreiking Risicozonering Windturbines4 10% gehanteerd. Paragraaf 4.2.6. bevat de vergelijking van de trefkans van de windturbines van de 3 alternatieven met de intrinsieke faalkans van de installaties. Uit deze vergelijking volgt dat bij de alternatieven de maximale faalkansverhoging 0,13% is. Dit is ver onder de toetsingswaarde van 10%. Dit betekent dat de risico's van de windturbi nes, gelet op de afstand tot risicovolle inrichtingen, niet leiden tot een toename van de initiële faalkans van deze installaties van meer dan 10%. Paragraaf 5.4.2. bevat de vergelijking van de trefkans van de windturbines van de bovengrens met de intrinsieke faalkans van de installaties.
Uit deze vergelijking volgt dat bij twee installaties de toetsingswaarde van 10% wordt overschreden. Echter zijn de twee installaties propaantanks met een inhoud kleiner dan 13m3. Voor deze installaties gelden er veiligheidsafstanden (geen QRA plicht), waarbij de nieuw te plaatsen windturbines geen invloed hebben op de geldende afstanden. Hierdoor hoeft er geen aanvullend onderzoek plaats te vinden.
4 Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW 2020)
Externe veiligheidsonderzoek
47
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
6.3
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Buisleidingen Bij de alternatieven geldt dat de leidingen die gevaarlijke stoffen transporteren zich bevinden buiten de wieklengte + V3de wieklengte of werpafstand bij nominaal toe rental. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Verder bevinden de windturbines zich buiten de leidingstrook zoals aangewezen in de structuurvisie buisleidingen. Hiermee wordt er voldaan aan het toetsingskader zoals beschreven in paragraaf 3.3. Voor het voorkeursalternatief geldt dat de buisleiding zich bevindt binnen de werp afstand bij nominaal toerental, maar buiten de wieklengte + V3de wieklengte. Om dat de berekening is uitgevoerd met een worst-case windturbinetype, is de werp afstand bij nominaal toerental ook berekend voor alle commercieel beschikbare windturbinetypes binnen de bandbreedte. Hieruit blijkt dat de commercieel be schikbare windturbinetypes ruimschoots voldoen aan de adviesafstand van Gas unie. Hierdoor is het mogelijk om te concluderen dat het aspect Buisleidingen de realisatie van Windpark Beuningen niet in de weg staat, omdat de commercieel be schikbare windturbinetypes voldoen aan de adviesafstand. Verder geldt dat de leidingstrook zoals aangewezen in de structuurvisie buisleidin gen zich bevindt buiten de adviesafstand van Gasunie. Hiermee vormen de wind turbines geen hindernis voor nieuwe buisleidingen.
6.4
Hoogspanningsinfrastructuur Bij alternatief 1 geldt dat hoogspanningsinfrastructuur is gelegen binnen tiphoogte afstand van de windturbine. Hiermee voldoet Alternatief 1 niet aan de adviesaf standen van TenneT. Voor Alternatief 2, 3 en het voorkeursalternatief geldt dat hoogspanningsinfra structuur zich bevindt buiten de werpafstand bij nominaal toerental en tiphoogte. Hiermee voldoen Alternatief 2, 3 en het voorkeursalternatief aan de adviesafstan den van TenneT.
6.5
Infrastructuur Bij Alternatief 1 en 3 geldt dat er geen overdraai plaatsvindt over openbare wegen. Hierdoor wordt er voldaan aan de beleidsregel "Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken". Bij Alternatief 2 en het voorkeursalternatief geldt dat er overdraai plaatsvindt over openbare wegen. Hiermee wordt er niet voldaan aan de beleidsregel "Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken". Doordat er voor het voorkeursalternatief niet wordt voldaan aan de beleidsregel is de trefkans berekend en deze is: Bovengrens: 5,62*1012 per passage
Externe veiligheidsonderzoek
48
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Externe veiligheidsonderzoek t.b.v. het combi-MER
Bij de bovengrens wordt aan het IPR voldaan zolang één passant niet meer dan 177.935 keer per jaar de windturbine passeert. Dit komt overeen met 487 passages per dag, gedurende een heel jaar, door een en dezelfde persoon. Tevens wordt aan het MR (2*10-03) voldaan zolang niet meer dan 355.871.886 passanten per jaar de windturbines passeren. Gelet op de aard van de weg is het niet realistisch dat het IPR of het MR wordt overschreven.