CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 5: Het Broek ruimtelijke onderbouwing.pdf

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel: Verklaring van geen bedenkingen voor de aanleg van 4 zonnevelden in het buitengebi12.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Langdurig contact met straling, bijvoorbeeld in de directe omgeving, binnen enkele meters, van de transformatoren, moet worden vermeden. Op enkele meters afstand van de installaties is geen sprake meer van een waarneembare invloed. In het geval van het beoogde zonnepark geldt dat binnen enkele meters van de installaties geen personen verblijven. Vandaar dat er geen aanleiding bestaat voor nader onderzoek naar mogelijke gezondheidseffecten. Naar verwachting worden mensen binnenshuis permanent aan meer straling blootgesteld, als gevolg van de aanwezigheid van stopcontacten, wifiverbindingen en draadloze telefoonverbindingen, dan buitenshuis. Het zonnepark vormt derhalve geen risicobron voor kwetsbare objecten in de omgeving en is zelf geen kwetsbaar object voor risicobronnen uit de omgeving.

24

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

In het kader van de bestrijdbaarheid van incidenten is ten noorden van het panelenveld een opstelplaats voor hulpdiensten voorzien. De opstelplaats is vanaf de Wilhelminalaan via een verhard toegangspad van 3,5 m breed te bereiken. Het pad loopt over het perceel Wilhelminalaan 81, het aangrenzende graslandperceel en langs het panelenveld. Het zonnepark is altijd bereikbaar via het erf van Wilhelminalaan 81, ook wanneer de eigenaren niet aanwezig zijn. Daarnaast is ter plaatse van het perceel Wilhelminalaan 81 een bluswatervoorziening aanwezig in de vorm van een geboorde brandput, welke in geval van nood benut kan worden voor bluswatergebruik. De capaciteit bedraagt 71,88 rrfVu bij een afpomping tot 3,76 m. Het testcertificaat en nadere specificaties ten aanzien van de grondboring van de bluswatervoorziening zijn opgenomen in de bijlage. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

5.7

Ecologie

Bij de ontwikkeling van de gronden tot zonnepark, moet rekening worden gehouden met het voorkomen van beschermde planten- en dierensoorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, dan moet worden nagegaan of er een vrijstelling geldt of een ontheffing moet worden verkregen. Planspecifiek Er is een Quickscan Wet natuurbescherming (kenmerk: BE/2020/553/r, d.d. 18 augustus 2020, zie bijlage) uitgevoerd in het projectgebied. Op basis hiervan blijkt de ontwikkeling van het zonnepark uitvoerbaar is in het kader van de Wet Natuurbescherming. Soortenbescherming Het projectgebied heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. Geadviseerd wordt om het projectgebied tijdens de werkzaamheden en in de beoogde situatie bij voorkeur niet te verlichten en in de periode april-oktoberde werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang (buiten schemerperiodes) uítte voeren. Mocht verlichting noodzakelijk zijn, dan vleermuisvriendelijke verlichting toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). Daarnaast moet bij het opstarten/uitvoeren van de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). In het Personnenbos ten oosten van het projectgebied is een dassenburcht aanwezig.

Gelet op de omvang van het territorium van dassen (30 - 400 ha, Zoogdierenvereniging), is aannemelijk dat het projectgebied tot het foerageergebied van de das behoort. Dassen zullen de graslanden in het projectgebied benutten voor het verzamelen van regenwormen, emelten en (jonge) muizen. De zonnepanelen vormen geen belemmering voor de dassen om het voedsel uit de bodem te halen. Evenals de incidentele aanwezigheid van mensen in het zonnepark. Dassen zijn immers nachtdieren, die pas tegen de avondschemering tevoorschijn komen, en buiten de daglichtperiode komen er geen mensen in het zonnepark. De te treffen maatregelen ter versterking van het duurzaam medegebruik, zoals benoemd in de Quickscan Wet natuurbescherming en overeenkomstig het advies van Natuurbank Overijssel (kenmerk: 2424, d.d. 20 februari 2020, zie bijlage), zijn: 1. De aanleg van een natuurvriendelijke oever. Het graven van de natuurvriendelijke oever moet buiten de kwetsbare (voortplantings) periode (medio maart tot en met medio september) van de poelkikker uitgevoerd worden, om negatieve effecten te voorkomen; 2. Het plaatsen van 8 boomstammen, op de grond, in los verband. Deze boomstammen zullen in de loop der tijd wegrotten en vormen een onderkomen voor veel insecten; 3. De toegang tot het terrein waarborgen, door het plaatsen van kleinwildtunnels. Minimaal 2 aan elke zijde van het hekwerk.

Op basis van het advies en de richtlijnen van de stichting Das en Boom zijn de volgende aanvullende maatregelen opgesteld: 4. Het inzaaien van het gebied met een grasmengsel met klaver. De klaver zorgt voor stikstofopname in de bodem en daardoor een hogere populatie regenwormen in de bodem; 5. Rondom het hekwerk knip- en scheerhagen aanbrengen, voor de geleiding en de beschutting. Soorten: o.a. meidoorn (750Zo) en inlandse vogelkers; 6. Het planten van struweelhagen, voor een hogere biodiversiteit. Eindbeeld: 3 struweelhagen met onderling variërende afmeting van (L*B*H) 100*4*4 m, 50*4*4 m en 60*7*5 m. Soorten: Lijsterbes, hazelaar, inlandse vogelkers, meidoorn en hondsroos;

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

25

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

7. 8.

Het planten van (zes) fruitbomen; Begrazingsgebieden aanleggen voor koeien of schapen. De mest bevorderd de bodemfauna (regenwormen).

Gebiedsbescherming Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde natuurgebied is het Natura 2000-gebied Rijntakken, op circa 3,8 km van het projectgebied. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot het gebied en de beoogde situatie, is externe werking op het omliggende Natura 2000-gebied niet uit te sluiten. Er is daarom een stikstofdepositieberekening met de AERIUS Calculator uitgevoerd (kenmerk: S3wnXeGBUKhm, d.d. 10 augustus 2020, zie bijlage). Bij de exploitatie ^ gebruiksfase) van het zonnepark komen nauwelijks stikstofemissies vrij. Enkel voor onderhoudswerkzaamheden. Dit levert geen bijdrage op stikstofgevoelige natuurgebieden. Voor de aanlegfase blijkt uit de stikstofdepositieberekening, op basis van een inschatting van de benodigde werkzaamheden, dat door de bouwactiviteiten geen relevante bijdrage op de natuurgebieden ontstaat. De berekende stikstofdepositie voldoet aan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. De realisatie van het zonnepark leidt, met inachtneming van passende maatregelen, niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden en/of beschermde gebieden. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

5.8

Water

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In een ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met water en watervoorzieningen. Het beoogde ruimtegebruik mag geen negatieve gevolgen hebben voorde waterhuishoudkundige situatie en vice versa. Dit moet zijn onderzocht en onderbouwd in de waterparagraaf van een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Het projectgebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2016-2021 met als titel 'Koers houden, kansen benutten'. Daarnaast geeft het waterschap in het kader van de Waterwet vergunningen af voor de lozing van afvalwater op oppervlaktewateren in het kader van de Keur ontheffingen voor ingrepen in/nabij watergangen en waterkeringen. Het gemeentelijk waterbeleid is vastgelegd in het 'Gemeentelijk Riool- en Waterplan 2018-2022'. Hierin is het beleid voor de zorgplicht voor afvalwater, het afvloeiend hemelwater en het grondwater beschreven.

26

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Planspecifiek Oppervlakte water Het projectgebied wordt omringd door B- en C-watergangen. De kavelsloten aan de oost-, zuid- en westzijde zijn B-watergangen en de kleine sloten langs het wandelpad, ten noorden van het projectgebied, zijn C-watergangen.

Ligging watergangen rondom projectgebied Bij de inrichting van het projectgebied blijven de bestaande watergangen behouden en wordt rekening gehouden met de beheerstroken van 1,0 m bij de B-watergangen. Zie ook paragraaf 4.1. Vanwege de toegang tot de recreatieplaats wordt over de C-watergang ten noorden van het projectgebied een pad van 2 m breed aangelegd. Hiervoor wordt een duiker met een lengte van 4 m, conform de eisen van het waterschap, geplaatst. Zodoende wordt de doorstroming van het water niet belemmerd. Langs de B-watergang, aan de oostzijde van het projectgebied, wordt een natuurvriendelijke oever, conform de eisen van het waterschap, gerealiseerd. De C-watergang langs de noordzijde wordt onderhouden door de gemeente vanaf het Landbouwpad. Langs deze zijde van het projectgebied loopt een bestaande rietzoom. De oostelijke B-watergang wordt met instemming van Staatsbosbeheer jaarlijks onderhouden vanaf het Personnenbos. Staatsbosbeheer heeft aangegeven dat de watergang vanaf de oever, aan de zijde van het Personnenbos, kan worden onderhouden. Hier komt een pad met voldoende ruimte voor onderhoudsvoertuigen. Staatsbosbeheer en de grondeigenaar dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van deze watergang.

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het beheer van de natuurvriendelijke oever en laat dit uitvoeren door de grondeigenaar, in afstemming met Staatsbosbeheer. De B-watergang langs de zuidzijde wordt om het jaar door de grondeigenaar van het projectgebied of door de eigenaar van het aanliggende perceel onderhouden, ieder vanaf hun eigen perceel. Het onderhoud aan de B-watergang aan de westzijde wordt vanaf het aanliggende perceel uitgevoerd. Dit perceel is van dezelfde grondeigenaar als het projectgebied. Grondwater Het zonnepark wordt bovengronds aangelegd en heeft geen invloed op de kwaliteit of kwantiteit van het grondwater. Het projectgebied ligt niet in een grondwaterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied.

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen"

27

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Hemelwater In de huidige situatie wordt het regenwater dat binnen het projectgebied valt, op maaiveldniveau vastgehouden en geïnfiltreerd in de bodem. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling worden zonnepanelen, op een stalen onderconstructie, op de grond geplaatst. Het regenwater dat op de panelen valt, stroomt af richting de bodem, waar het water net als in de huidige situatie infiltreert. Tussen de zonnepanelen is voldoende ruimte aanwezig, zodat het regenwater verspreid op het maaiveld kan vallen. Zodoende stroomt het regenwater niet versneld af richting het oppervlaktewater. Het hemelwater wordt binnen het projectgebied verwerkt en niet afgevoerd naarde riolering en/of het oppervlaktewatersysteem, waardoor er geen noodzaak tot compenserende waterberging is. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

5.9

Archeologie Sc Cultuurhistorie

5.9.1

Archeologie

Op grond van de Erfgoedwet en het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Planspecifiek Uit het geldende bestemmingsplan blijkt dat het projectgebied voor het overgrote deel voorzien is van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3', vanwege een middelhoge en lage archeologische verwachting. Pas bij een verstoring van 2.000 m2 is sprake van een onderzoeksverplichting. Gelet op de beperkte oppervlakteverstoring van de bodem, als gevolg van het beoogde zonnepark, is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De onderconstructies van de zonnepanelen, behoeven geen betonnen fundering, maar worden doormiddel van palen aan de grond verankerd. De palen worden circa 1,5 m in de grond geschroefd. De te verstoren oppervlakte, ten behoeve van de palen voor de onderconstructies van de panelen en het hekwerk, het ondergrondse leidingwerk en de plaatsing van het trafostation blijven ruim onder de 2.000 m2. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

5.9.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Planspecifiek Het projectgebied ligt in de lagergelegen broeklanden, in het gebied 'Het Broek'. Door de aanleg van weteringen werden de gronden in de broeklanden aantrekkelijk voor de aanleg van vochtige akkers met wilgen en bossen voor de teelt van geriefhout. Het ten oosten van het projectgebied gelegen Personnenbos is hier een overblijfsel van. Ooit aangelegd als productiebos en nu een natuurgebied met een grote variatie aan flora en fauna. De broeklanden waren lange tijd onbewoond en hadden de openheid van een polderland, waarin de watergangen als veekering, een alternatief vormden voor houtwallen en singels. In het projectgebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig. Ook heeft de beoogde ontwikkeling geen invloed op historische structuren. Het zonnepark is landschappelijk ingepast, rekening houdend met de bestaande structuren en landschappelijke elementen. Het regelmatige verkavelingspatroon wordt gehandhaafd en er worden geen landschapselementen verwijderd. Daarnaast voorziet de beoogde ontwikkeling onder meer in de aanleg van een natuurvriendelijke oever, knip- en scheerhagen en een struweelhaag, ter versterking van het landschap.

Het aanbrengen van de beplanting, doet geen afbreuk aan het open kommenlandschap en heeft dus geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden tot gevolg. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

28

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

5.10 Leidingen Naast de beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het projectgebied aanwezig zijn, die van invloed zijn op de planvorming, zoals planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen. Planspecifiek In het projectgebied loopt een aardgastransportleiding van Gasunie. In het geldende bestemmingsplan is aan weerszijden, van de hartlijn, van de buisleiding een strook van 5,0 m aangeduid. Bij de inrichting van het zonnepark is hiermee rekening gehouden, door ter plaatse van de buisleiding een zone van 10 m vrij te houden van bebouwing. In de direct nabijheid van het projectgebied zijn geen andere planologisch relevante leidingen c.q. verbindingen aanwezig. Het aspect 'leidingen' vormt door de vrij gehouden zone, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

5.11

Milieueffectrapportage (MER)

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage oftewel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in de eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De realisatie van een zonnepark kan worden aangemerkt als 'de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water' (D 22.1), maar blijft ver beneden de drempelwaarde van 200 MW. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden. Een dergelijke beoordeling moet plaats vinden aan de hand van drie criteria: » Kenmerken van het project; » Plaats van het project; » Kenmerken van het potentiële effect. Planspecifiek Gezien de aard en schaal van het plan, zal het plan geen nadelige gevolgen met zich meebrengen voor het milieu. De milieugevolgen zijn in de ruimtelijke onderbouwing voldoende in beeld gebracht en er is geen aanleiding om de uitgebreide m.e.r.-procedure te doorlopen.

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

29

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voorde aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Gelet op het voorgaande zal in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een privaatrechtelijke overeenkomst (anterieure overeenkomst) gesloten moeten worden tussen de gemeente en de initiatiefnemer, waarin onder andere het kostenverhaal is verzekerd. Mochten omwonenden of andere belanghebbenden van mening zijn dat zij planschade hebben, dan is het mogelijk om een aanvraag tegemoetkoming planschade in te dienen bij de het College van B en W van gemeente Beuningen. Als het College van B en W, het verzoek honoreert dan is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het betalen van de tegemoetkoming. Dit wordt geborgd in de anterieure overeenkomst.

Omwonenden zijn echter in een vroeg stadium betrokken bij het project en middels verschillende participatiemogelijkheden wordt getracht, financieel dan wel maatschappelijk iets voor hen en de buurtte kunnen betekenen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Inspraak

Voorafgaand aan de selectie heeft de initiatiefnemer reeds contact gehad met de grondeigenaar, de energiecoöperatie EnergieVoorVier (intentie tot samenwerken uitgesproken) en netbeheerder Liander (capaciteit van het net besproken en de mogelijkheden voor cablepooling verkend). Na de selectie heeft de initiatiefnemer contact gezocht met de twee andere geselecteerde initiatiefnemers in het Kommengebied en met de energiecoöperaties EnergieVoorVier en VoorZon. In overleg is besloten dat de initiatiefnemers samen met een voorstel komen, voor een gezamenlijk financieel participatieplan, welke met beide coöperaties wordt besproken. Bovendien heeft met de gemeente Beuningen een voortgangsoverleg plaatsgevonden en is met vijf omliggende agrarische bedrijven gesproken over de mogelijke impact van het zonnepark op hun huidige en/of toekomstige agrarische activiteiten. Allen gaven aan dat het zonnepark geen impact heeft of zal hebben om hun agrarische activiteiten. Waterschap Rivierenland heeft het initiatiefplan ontvangen en met Stichting Das en Boom is gesproken over de overlap van het projectgebied met het foerageergebied van de das. Er is uitgebreid gesproken over de mogelijkheden om de negatieve effecten op de das te beperken en te compenseren. De initiatiefnemer heeft een serie aan mitigerende en compenserende maatregelen in het plan geïntegreerd.

Daarnaast heeft de initiatiefnemer, in het kader van de omgevingsdialoog en het participatieproces, koffietafelgesprekken georganiseerd, met het doel om: » de omgeving over het initiatief en de status ervan te informeren; » meningen over het initiatief te inventariseren; » ideeën/wensen, zorgen en aandachtspunten voor de verdere planuitwerking op te halen. Tijdens deze gesprekken is onder andere gesproken over de locatie, de inrichting, de inpassing, het proces, de recreatieve aspecten, de levensduur, de planning en de financiële participatie. Het eerste gesprek heeft plaatsgevonden met de grondeigenaar. Naderhand heeft de initiatiefnemer alle omwonenden binnen een straal van 600 meter van het projectgebied per telefoon en/of mail gecontacteerd. Ook een melkveebedrijf gelegen op 640 meter afstand is gecontacteerd in verband met de agrarische structuur. Van de bewoners van dertien omliggende woonadressen heeft de

30

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

initiatiefnemer met de bewoners van acht adressen een koffietafelgesprek gehouden. Met vijf omwonenden heeft telefonisch en/of per mail contact plaatsgevonden. Geen van de gecontacteerde omwonenden heeft bezwaren geuít tegen zonnepark 'Het Broek'. Wel hebben meerdere omwonenden de voorkeur uitgesproken voor een landschappelijke inpassing van de randen van het perceel met heggen, in plaats van de in het initiatiefplan genoemde knotwilgen.

6.2.2

Vooroverleg

Het bevoegd gezag moet bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit overleg plegen met diverse betrokken instanties, waaronder het waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland. In dit kader wordt de ruimtelijke onderbouwing voorgelegd aan de vaste overlegpartners.

6.2.3

Zienswijzen

In het kader van de uitgebreide Wabo-procedure is de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. De ontwerp-omgevingsvergunning heeft gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. De zienswijzen zijn beantwoord in de 'Nota beantwoording zienswijzen'.

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

31

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Bijlagen

32

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Bijlage 1

WT 7. Dam met Duiker (incl. Principetekening 12)

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

33

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Bijlage 2

34

WT 11. Natuurvriendelijke oever

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Bijlage 3

Bluswatervoorziening

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

35

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Bijlage 4

36

Quickscan Wet natuurbescherming

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Bijlage 5

Advies Natuurbank Overijssel

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

37

omgevingsvergunning Zonnepark Het Broek Beuningen

Bijlage 6

38

AERIUS berekening (aanlegfase)

omgevingsvergunning "Zonnepark Het Broek Beuningen'

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=2743a58f-31bd-4b2c-a88b-38ed553921d8