CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Bijlagenboek bestemmingsplan Veluwstraat 16a.pdf

Raadsvergadering 7 juni 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Veluwstraat 16A22.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk Gemeente Beuningen Bijlagenboek toelichting

november 2021

Gemeente Beuningen Bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk

Vestigingsadres: Schoenaker 10, 6641 SZ Beuningen Telefoonnummer 024 - 675 23 56 Emailadres info@burowaalbrug.nl Website www.burowaalbrug.nl Rekeningnr. IBAN NL98 RABO 0302 2351 59 KvK Nummer 58365524 BTW Nummer NL8530.06.453.B01

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Quickscan Wet Natuurbescherming

Bijlage 4

AERIUS-berekening gebruiksfase

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

RAPPORT: Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk

PROJECTNUMMER: B20.7764 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk

PROJECTNUMMER: B20.7764 Versie 01

OPDRACHTGEVER: Aannemersbedrijf Fa. Jacobs

DATUM: 25 juni 2020

Auteur:

Autorisatie:

M.W.W.M. van Mol BSc. Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B20.7764/R7764-01/MM Alle informatie in deze rapportage mag NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING Aannemersbedrijf Fa. Jacobs heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, inclusief historisch onderzoek, en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Veluwstraat 16 te Ewijk. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest en PFAS) vast te stellen om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling. De onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740/A1:2016 en NEN 5707:2015/C2:2017. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van het historisch onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:  Van de onderzoekslocatie zelf zijn (verouderde) actuele bodemkwaliteitsgegevens bekend.

In de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Op het maaiveld zijn tijdens het laatst uitgevoerde verkennend bodemonderzoek asbestverdachte materialen op het maaiveld en puinbijmengingen waargenomen. Analytisch onderzoek naar asbest heeft niet plaatsgevonden;  Op basis van historisch kaartmateriaal zijn op de locatie naar verwachting geen gedempte sloten aanwezig;  Op basis van de verkregen historisch informatie zijn geen bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bekend op onderhavige onderzoekslocatie. Wel zijn op naastgelegen kadastrale perceel aan de oostzijde bodembedreigende activiteiten aanwezig geweest die tijdens het voorgaande onderzoek reeds zijn onderzocht;  Op de locatie en in de directe omgeving zijn kassen aanwezig (geweest). Daarnaast is op onderhavige onderzoekslocatie in het verleden een boomgaard aanwezig geweest. Derhalve is de onderzoekslocatie verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB);  Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is er asbestverdachte dakbedekking aanwezig (geweest) op onderhavige onderzoekslocatie. Echter zijn tijdens het verkennend bodemonderzoek uit 2010 op de onderzoekslocatie asbestverdachte materialen in de kas waargenomen op de betonvloer en puinbijmengingen waargenomen in de boringen in de kas.

Destijds heeft geen verkennend onderzoek naar asbest plaatsgevonden. Derhalve is met name het gedeelte waar de voormalige kas aanwezig was verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest;  Op onderhavige onderzoekslocatie zijn geen (punt)bronnen voor PFAS aanwezig (geweest). Aangezien het meest recente onderzoek 10 jaar oud is, zijn de resultaten hiervan niet meer representatief voor de actuele bodemkwaliteit. Op basis van de beschikbare informatie dient een volledig verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5740:2009/A1:2016 conform de verdachte heterogene strategie.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

3 In het uitgevoerde onderzoek in 2010 is analytisch onderzoek gedaan naar OCB. Echter is de teeltlaag (0,0-0,3 m-mv) niet afzonderlijk bemonsterd en is de onverdachte strategie gekozen in plaats van de verdachte strategie, waardoor het onderzoek als indicatief beschouwd dient te worden. Derhalve is het noodzakelijk om de (oorspronkelijke) teeltlaag tijdens onderhavig bodemonderzoek apart te bemonsteren en te analyseren op OCB. In voorgaande onderzoeken is nog geen onderzoek verricht op PFAS. Derhalve is het noodzakelijk om een aanvullend onderzoek op PFAS uit te voeren. Tijdens voorgaand onderzoek zijn asbestverdachte materialen aangetroffen op het maaiveld (betonvloer) in de kas en zijn tevens (puin)bijmengingen aangetroffen in de bodem in de kas. Analytisch onderzoek naar asbest heeft echter niet plaatsgevonden. Derhalve is het noodzakelijk een verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren binnen de voormalige kas conform de NEN 5707:2015/C2:2017. Het overige gedeelte van de onderzoekslocatie blijft vooralsnog onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Conclusies en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreinigingen met diverse NEN parameters.

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien zowel in de onderzochte grond als in het onderzochte grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergronden streefwaarden. Aangezien de meetwaarden de indexwaarde van 0,5 niet overschrijden, zijn verder geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Teeltlaag onderzoek Voor de teeltlaag is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond voor drins (individuele OCB-parameter). PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

4 Verkennend onderzoek naar asbest (voormalige kas) Voor wat betreft asbest is voor de locatie een hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. Zintuiglijk is in zowel de opgeboorde en opgegraven grondlagen geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is eveneens geen asbest aangetoond. Zoals reeds is beargumenteerd is het ons inziens niet noodzakelijk om buiten de voormalige kas een volledig verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren. Dit gedeelte van de onderzoekslocatie is, mede op basis van de analyseresultaten, onverdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging. De zintuiglijke waarnemingen (sporen baksteen, geen asbestverdacht materiaal) ter plaatse van het aanvullend gegraven proefgat B01 komen overeen met de zintuiglijke waarnemingen in de gegraven proefgaten ter plaatse van de voormalige kas. Derhalve zijn de gegraven proefgaten binnen de voormalige kas tevens representatief voor het overige gedeelte buiten de voormalige kas.

Aangezien in de gegraven proefgaten binnen de voormalige kas zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest (< 1,0 mg/kg d.s.) asbest is aangetroffen, is het definitief niet noodzakelijk om op het overige deel van de locatie aanvullende proefgaten te graven en/of aanvullende analyses uit te voeren. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Algehele conclusies en aanbevelingen Middels onderhavige onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van de Veluwstraat 16 te Ewijk in voldoende mate vastgelegd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond maximaal aan de functieklassen “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader.

Zodoende kan de grond voor wat betreft PFAS elders worden toegepast in deze functieklassen, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK (NEN 5725) .............................................. 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ........................................................................................ 10 4.1. BODEMOPBOUW ........................................................................................................................................ 10 4.2. GEOHYDROLOGIE ..................................................................................................................................... 10

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................. 10

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 11 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN ............................................................................ 11 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 12

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 14 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 14 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 15

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................... 16 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 17 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 20

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 21 9.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................................................... 21 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST (VOORMALIGE KAS) .............................................................. 21 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 22

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 23 BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater (Toetsingstabellen) Toetsingstabellen PFAS Veldwerkformulieren asbestonderzoek Relevante historische informatie

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

6

1.

INLEIDING Aannemersbedrijf Fa. Jacobs heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek, inclusief historisch onderzoek, en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Veluwstraat 16 te Ewijk. De onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2] en NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest en PFAS) vast te stellen om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie is gelegen ten westen van de Veluwstraat 16 te Ewijk en staan kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie E, nummer 2102. De totale oppervlakte bedraagt circa 2.026 m2. De onderzoekslocatie betreft een voormalig kassencomplex. Momenteel is de locatie in gebruik als grasland. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Resultaten historisch onderzoek en locatiebezoek (NEN 5725)

Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) is de digitaal beschikbare informatie van de websites www.kadaster.nl, www.topotijdreis.nl en www.bodemloket.nl geraadpleegd. Daarnaast zijn de bodeminformatie websites van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) en de provincie Gelderland bestudeerd. Bij de ODRN en de gemeente Beuningen is de relevante historische informatie opgevraagd. Bij de ODRN zijn geen gegevens bekend van onderhavige onderzoekslocatie. Van de gemeente Beuningen zijn wel twee bodemonderzoeken verkregen. De relevante historische informatie is opgenomen als bijlage 8.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

7 Bodemkwaliteitsgegevens Digitale bodemkaarten Op basis van de bodemverontreinigingskaart van de provincie Gelderland zijn geen aanvullende gegevens van en/of nabij de onderzoekslocatie bekend. Nulsituatie onderzoek, AGRO Milieu, kenmerk: 15858, d.d. april 1999 In april 1999 is op twee deellocaties een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd. Het betrof hierbij het kassencomplex en opslagloodsen aan de Veluwstraat 16 en het kassencomplex aan de overzijde van de weg (Veluwstraat 11C). Uit het destijds uitgevoerde historisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse van de Veluwstraat 16 een bovengrondse opslagtank (10.000 liter) voor huisbrandolie (HBO) aanwezig is geweest van 1963 tot 1974 evenals een opslagplaats voor bestrijdingsmiddelen in een kast in lekbak. Inpandig zijn tijdens het onderzoek geen boringen verricht. Wel is aan de buitenzijde van de kas (bovenstrooms) een peilbuis geplaatst. Uit het geanalyseerde grondwater blijkt dat het grondwater licht verhoogd is met minerale olie. Verkennend bodemonderzoek, Aeres Milieu, kenmerk: AM 09259, d.d. 26 april 2010 In verband met de voorgenomen nieuwbouw van een woning is in april 2010 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Onderhavige onderzoekslocatie maakte destijds onderdeel uit van de onderzoekslocatie. In de onderzochte grondmengmonsters zijn licht verhoogde gehalten voor kwik en OCB aangetoond.

Hierbij is de teeltlaag echter niet afzonderlijk onderzocht. In het onderzochte grondwater zijn voor de onderzochte parameters geen verhoogde gehalten aangetoond. De zintuiglijk aangetroffen puinbijmengingen zijn alleen zintuiglijk beoordeeld op asbestverdacht materiaal (fractie >20 mm). Hierbij zijn in de zintuiglijk aangetroffen puinbijmengingen geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op het maaiveld zijn wel (grote) asbestverdachte materialen aangetroffen. In de rapportage is een aanbeveling opgenomen dat hier tijdens de sloop van het kassencomplex wel rekening mee dient te worden gehouden. Analytisch onderzoek naar asbest heeft niet plaatsgevonden. Uit de gemaakte foto’s blijkt dat de werkruimte van de kas niet op onderhavige onderzoekslocatie aanwezig is. De werkruimte bevond zich op het naastgelegen kadastrale perceel (4947) aan de oostzijde achter het woonhuis. De bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten zijn derhalve niet van toepassing op onderhavig onderzoek. Verkennend bodemonderzoek, VMT, kenmerk: B19.7512/R7512-01/JB, d.d. 11 september 2019 In verband met een voorgenomen herontwikkeling is, ter plaatse van de Veluwstraat 12, ten noordoosten van onderhavige onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door VMT. In de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters.

In de onderzochte teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) aangetoond. Ter plaatse van twee gegraven proefgaten zijn puinbijmengingen aangetroffen. Zowel zintuiglijk als analytisch is hierbij ook asbest aangetroffen. De berekende totaal gewogen hoeveelheid asbest in beide proefgaten overschreed de norm voor nader onderzoek van 50 mg/kg d.s. Nader onderzoek naar asbest, VMT, kenmerk: B19.7673/Brfrpp-01/JB, d.d. 30 januari 2020 Tijdens het uitgevoerde nader onderzoek naar asbest is, zowel zintuiglijk als analytisch, geen asbest aangetroffen boven de detectielimiet (< 2,0 mg/kg d.s.) van het laboratorium. Voormalig bodemgebruik In het verleden is de locatie in gebruik geweest voor agrarische doeleinden (boomgaarden en akkerland). Op onderhavige onderzoekslocatie is vanaf circa 1977 tot circa 2010 een kassencomplex aanwezig geweest blijkt uit historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl, waardoor de teeltlaag verdacht is op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB). Sinds circa 2010 is het kassencomplex verwijderd/gesloopt.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

8 Huidig bodemgebruik Momenteel is de locatie in gebruik als grasland. Toekomstig bodemgebruik Het voornemen bestaat om de locatie te herontwikkelen. Bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten (o.a. (brandstof)tanks) Bij zowel de ODRN als de gemeente Beuningen zijn geen milieuvergunningen en/of anderszins bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bekend voor onderhavige onderzoekslocatie. Historisch kaartmateriaal Op basis van historisch kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl zijn op onderhavige locatie naar verwachting geen gedempte sloten aanwezig. De locatie is sinds eind jaren ‘70 van vorige eeuw in gebruik geweest ten behoeve van glastuinbouw. Hiervoor heeft de locatie altijd een agrarische (o.a. boomgaarden) bestemming gehad. Sinds circa 2010 is het kassencomplex verwijderd. Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is er asbestverdachte dakbedekking aanwezig (geweest) op onderhavige onderzoekslocatie. Echter zijn tijdens het verkennend bodemonderzoek uit 2010 op de onderzoekslocatie asbestverdachte materialen in de kas waargenomen op de betonvloer en puinbijmengingen waargenomen in de boringen in de kas. Destijds heeft geen verkennend onderzoek naar asbest plaatsgevonden. Derhalve is met name het gedeelte waar de voormalige kas aanwezig was verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest.

PFAS Op de locatie zijn geen specifieke bronnen voor PFAS aanwezig (geweest). Wel zijn boomgaarden en een voormalig kassencomplex aanwezig geweest. Op basis hiervan en aangezien in de toekomst mogelijk grond wordt afgevoerd, dient de bovengrond aanvullend onderzocht te worden op PFAS. Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek zijn geen bodembedreigende activiteiten, asbestverdachte materialen en/of puinhoudende materialen op het maaiveld waargenomen. Conclusie historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van het historisch onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:  Van de onderzoekslocatie zelf zijn (verouderde) actuele bodemkwaliteitsgegevens bekend. In de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Op het maaiveld zijn tijdens het laatst uitgevoerde verkennend bodemonderzoek asbestverdachte materialen op het maaiveld en puinbijmengingen waargenomen. Analytisch onderzoek naar asbest heeft niet plaatsgevonden;  Op basis van historisch kaartmateriaal zijn op de locatie naar verwachting geen gedempte sloten aanwezig;  Op basis van de verkregen historisch informatie zijn geen bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bekend op onderhavige onderzoekslocatie.

Wel zijn op naastgelegen kadastrale perceel aan de oostzijde bodembedreigende activiteiten aanwezig geweest die tijdens het voorgaande onderzoek reeds zijn onderzocht;  Op de locatie en in de directe omgeving zijn kassen aanwezig (geweest). Daarnaast is op onderhavige onderzoekslocatie in het verleden een boomgaard aanwezig geweest. Derhalve is de onderzoekslocatie verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB);

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

9  Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is er asbestverdachte dakbedekking aanwezig (geweest) op onderhavige onderzoekslocatie. Echter zijn tijdens het verkennend bodemonderzoek uit 2010 op de onderzoekslocatie asbestverdachte materialen in de kas waargenomen op de betonvloer en puinbijmengingen waargenomen in de boringen in de kas. Destijds heeft geen verkennend onderzoek naar asbest plaatsgevonden. Derhalve is met name het gedeelte waar de voormalige kas aanwezig was verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest;  Op onderhavige onderzoekslocatie zijn geen (punt)bronnen voor PFAS aanwezig (geweest). Aangezien het meest recente onderzoek 10 jaar oud is, zijn de resultaten hiervan niet meer representatief voor de actuele bodemkwaliteit. Op basis van de beschikbare informatie dient een volledig verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5740:2009/A1:2016 conform de verdachte heterogene strategie. In het uitgevoerde onderzoek in 2010 is analytisch onderzoek gedaan naar OCB. Echter is de teeltlaag (0,0-0,3 m-mv) niet afzonderlijk bemonsterd en is de onverdachte strategie gekozen in plaats van de verdachte strategie, waardoor het onderzoek als indicatief beschouwd dient te worden. Derhalve is het noodzakelijk om de (oorspronkelijke) teeltlaag tijdens onderhavig bodemonderzoek apart te bemonsteren en te analyseren op OCB.

In voorgaande onderzoeken is nog geen onderzoek verricht op PFAS. Derhalve is het noodzakelijk om een aanvullend onderzoek op PFAS uit te voeren. Tijdens voorgaand onderzoek zijn asbestverdachte materialen aangetroffen op het maaiveld (betonvloer) in de kas en zijn tevens (puin)bijmengingen aangetroffen in de bodem in de kas. Analytisch onderzoek naar asbest heeft echter niet plaatsgevonden. Derhalve is het noodzakelijk een verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren binnen de voormalige kas conform de NEN 5707:2015/C2:2017. Het overige gedeelte van de onderzoekslocatie blijft vooralsnog onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

10

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1.

Bodemopbouw

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is vanaf het maaiveld tot een diepte van circa 8 meter diepte een deklaag van Holocene afzettingen aanwezig. Dit is een complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Het eerste watervoerend pakket bestaat tot een diepte van 24 m-mv hoofdzakelijk uit midden en grof zand en is afkomstig van de Formatie van Kreftenheye. Onder dit eerste watervoerend pakket bevindt zich een circa 1 meter dikke scheidende laag van de Formatie van Waalre, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket tot een diepte van circa 62 m-mv [4]. 4.2.

Geohydrologie

Het grondwater stroomt globaal in noordelijke richting, beïnvloed door de nabijgelegen Waal. De stromingsrichting van het grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) [4]. De onderzoekslocatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterberschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens wordt voor de algemene kwaliteit uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging (incl. OCB). Ter plaatse van de voormalige kas wordt, voor wat betreft asbest, eveneens uitgegaan van een verdachte locatie. Het overige gedeelte van de onderzoekslocatie blijft vooralsnog onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Tevens betreft de aanwezigheid van PFAS in de bodem een aandachtspunt.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

11

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd conform de verdachte heterogene niet-lijnvormige strategie (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Teeltlaagonderzoek Ten behoeve van het teeltlaagonderzoek zal de teeltlaag aanvullend separaat worden bemonsterd en geanalyseerd op OCB. PFAS De onderzoeksopzet voor het aanvullend bodemonderzoek naar PFAS is gebaseerd op de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/A1:2016 voor een diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL). Hierbij wordt de oppervlakte naar boven afgerond, waardoor sprake is van een maximale oppervlakte van 1 hectare. De boringen zullen worden gecombineerd met de boringen van het verkennend bodemonderzoek. In totaal worden twee mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op PFAS. De mengmonsters zullen worden samengesteld uit de monsters van de grondlagen tot maximaal 1,0 m-mv. De diepere ondergrond en het grondwater behoeven niet op PFAS te worden onderzocht en zijn verder buiten beschouwing gelaten. Het onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals op 29 november 2019 geactualiseerd verstrekt aan de Tweede Kamer.

Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Verkennend onderzoek naar asbest in grond (voormalige kas) De onderzoeksopzet voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de voormalige kas is opgesteld conform de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging uit de NEN 5707:2015/C2:2017 voor een locatie van maximaal 2.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden in totaal minimaal 12 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 2 proefgaten worden doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond middels een Edelmanboor met een brede diameter van 12 cm (gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek). Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten worden minimaal twee mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). Vooralsnog blijft het gedeelte van de onderzoeklocatie buiten de voormalige kas onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest.

De veldwerkzaamheden voor het verkennend onderzoek naar asbest zijn zoveel als mogelijk gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek. Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

12 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018 locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De peilbuis is, na een standtijd van minimaal één week, bemonsterd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop en een Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data

Bedrijf

10 en 11 juni 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerkers De heer C.C.G. van Rossum

17 juni 2020

Verhoeven Milieutechniek BV

De heer M.A.H. van Baal

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het bepalen van de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, conform de onderzoeksopzet voor het verkennend bodemonderzoek, zijn in totaal 15 boringen (B01 t/m B15) geplaatst. Hierbij is boring PB14 afgewerkt met een peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot maximaal 1,0 m-mv B02, B03, B04, B05, B06, B08, B09, B10, B11, B12, B13, B15

Boringen en peilbuis Boringen tot maximaal 2,0 m-mv B01, B07

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB14 (2,50 - 3,50)

Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB14 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 17 juni 2020 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

13 Verkennend onderzoek naar asbest (voormalige kas) Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is op de locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bestaat geheel (100 %) uit grasland. Hierdoor heeft een efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn uiteindelijk in totaal 12 proefgaten (0,3 m x 0,3 m) tot minimaal 0,5 m-mv gegraven ter plaatse van B03, B04, B05, B06, B07, B09, B10, B11, B12, B13, PB14 en B15. Voor de inspectie van de ondergrond zijn alle proefgaten doorgezet middels een Edelmanboor met een diameter van 12 cm tot circa 1,0 m-mv en zijn de boringen B07 en PB14 doorgezet tot minimaal 2,0 m-mv. Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. Aanvullend op de onderzoeksopzet en op basis van de zintuiglijke waarnemingen in het veld (sporen baksteen) is ter plaatse van boring B01, buiten de voormalige kas, een extra proefgat gegraven.

De zintuiglijke waarnemingen in proefgat B01 (sporen baksteen en geen asbestverdachte materialen) zijn gelijk aan de zintuiglijke waarnemingen in de gegraven proefgaten in de voormalige kas. Derhalve zijn de samengestelde mengmonsters van de grond uit de proefgaten in de voormalige kas ons inziens tevens representatief voor de grond buiten de voormalige kas en blijft het gedeelte buiten de kas onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. In het veld zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen en conform de onderzoeksopzet 3 grondmengmonsters samengesteld en aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform de NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). Een overzicht van de samengestelde mengmonsters voor asbest met uitgevoerde analyses is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen als bijlage 7. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuizen en gegraven proefgaten is opgenomen als bijlage 2.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

14

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

15 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [5] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader van hergebruik van PFAS houdende grond (meest recente versie 29 november 2019), worden gehanteerd. In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 0,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 0,8 μg/kg d.s.. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

16

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,5 m-mv uit matig fijn, zwak siltig en plaatselijk zwak humeus en/of zwak grindig zand. Vanaf circa 0,5 à 1,0 m-mv is plaatselijk tot maximaal 2,0 m-mv zwak siltige klei aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven bijlage tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring / Proefgat Diepte boring Traject proefgat (m -mv) (m -mv) B01 Ja 2,00 0,00 - 0,50 B02 Nee 1,00 0,00 - 0,50 B03 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B04 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B05 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B06 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B08 Nee 1,00 0,00 - 0,50 B09 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B10 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B11 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B12 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B13 Ja 1,00 0,00 - 0,50 B15 Ja 1,00 0,00 - 0,50 Toelichting bij tabel 8.1: Sporen < 1 % bodemvreemd materiaal.

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen Sporen baksteen

Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde/opgegraven grond geen asbestverdachte materialen (> 20 mm) en/of overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Volgens de NEN 5707 is de eerste stap het wel of niet bepalen of de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen in de bodem wel of niet asbestverdacht zijn. Deze stap moet worden doorlopen door het adviesbureau die de onderzoeken uitvoert, in deze Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT). Als volgt: 1. Ter plaatse van de locatie zijn in de bodem, ter plaatse van de voormalige kas en ook daarbuiten op het overige deel van de onderzoekslocatie, bijmengingen met sporen baksteen aangetroffen. Het betreft enkel definieerbaar baksteen en geen puin en/of andersoortig ondefinieerbaar bodemvreemd materiaal. Conform de NEN 5707 is baksteenhoudende grond definieerbaar en onverdacht op het voorkomen van asbest; 2. De veldwerkzaamheden voor de diverse onderzoeken zijn gecoördineerd door een 2018-erkend veldwerker, die op basis van kennis en ervaring, in staat is om te beoordelen of bodemvreemde bijmengingen met baksteen wel of niet asbestverdacht zijn. Zintuiglijk zijn daarbij geen asbestverdachte materialen (> 20 mm) waargenomen; 3. VMT heeft uitgebreide kennis en ervaring in het uitvoeren van zowel bodem- als asbestonderzoeken.

Indien wij asbestverdachte puinbijmengingen of lagen aantreffen, zullen wij te allen tijde direct een verkennend onderzoek naar asbest aanbevelen middels proefgaten en asbestanalyses. Gezien de historie (voormalige kas) en de zintuiglijke waarnemingen uit voorgaand onderzoek uit 2010 (asbestverdachte materialen op betonvloer en puinbijmengingen) is toch besloten om ter plaatse van de voormalige kas een volledige verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren conform de NEN 5707. Het overige deel van de onderzoekslocatie blijft onverdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

17 Derhalve is op basis van deze bijmengingen (sporen baksteen) buiten de voormalige kas zorgvuldig beargumenteerd dat een volledig verkennend onderzoek naar asbest met proefgaten en analyses conform de NEN 5707:2015/C2:2017 definitief niet noodzakelijk is. Gezien de zintuiglijke waarnemingen zijn de mengmonsters samengesteld uit de proefgaten binnen de contouren van de voormalige kas tevens representatief voor de grond op het overige gedeelte van de onderzoekslocatie. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Het analytisch onderzoek naar PFAS en GenX is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. De toetsingstabellen voor het aanvullend onderzoek naar PFAS zijn opgenomen als bijlage 6. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn grond(meng)monsters samengesteld.

De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving Monster Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM02 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen MM03

Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen

MM04

Ondergrond, zand Zintuiglijk : -

MM05

Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

B07 (0,00 - 0,50) PB14 (0,00 - 0,50) B01 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B15 (0,00 - 0,50) B01 (0,50 - 1,00) B01 (1,00 - 1,50) B01 (1,50 - 2,00) B07 (0,50 - 1,00) B11 (0,50 - 1,00) B13 (0,50 - 1,00) B07 (1,00 - 1,50) B07 (1,50 - 2,00) PB14 (0,50 - 1,00) PB14 (1,00 - 1,50) PB14 (1,50 - 2,00)

NEN, L en H

-

-

NEN, L en H

-

-

NEN, L en H

Pb

-

NEN, L en H

-

-

NEN, L en H

-

-

> AW < I

Resultaten >I

18 Vervolg tabel 8.2: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving Monster Teeltlaagonderzoek MMOCB01 Teeltlaag, zand Zintuiglijk: sporen baksteen MMOCB02

Teeltlaag, zand Zintuiglijk: sporen baksteen

MOCB03

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

B02 (0,00 - 0,30) B04 (0,00 - 0,30) B06 (0,00 - 0,30) B09 (0,00 - 0,30) B11 (0,00 - 0,30) B13 (0,00 - 0,30) B15 (0,00 - 0,30) PB14 (0,50 - 0,80)

OCB en H

Drins

-

OCB en H

Drins

-

> AW < I

Resultaten >I

(Oorspronkelijke) teeltlaag, klei OCB en H Zintuiglijk: Toelichting bij tabel 8.2: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen; Drins Aldrin, Dieldrin en Endrin; L Lutum; H Organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen/waargenomen.

PFAS Aanvullend zijn monsters samengesteld ten behoeve van het aanvullend PFAS onderzoek. De grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyse en resultaten (PFAS) Mengmonster

Omschrijving

Boringen (traject in m –mv)

Analysepakket

MMPFAS01

Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen

B01 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) PB14 (0,50 - 1,00)

PFAS

MPFAS02

Resultaten Landbouw/natuur Wonen/industrie (AW) -

Ondergrond, klei PFAS Zintuiglijk: Toelichting bij tabel 8.3: PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); * Geen toetsingsnorm aanwezig, gehalten voor PFOA, PFOS en overige PFAS blijven beneden de toepassingsnorm voor de functieklasse ‘wonen’ (PFOA: < 7 µg/kg d.s. en PFOS: < 3 µg/kg d.s. en de overige PFAS < 3 µg/kg d.s.); PFOS Perfluoroctaansulfonzuur.

Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m -mv) (m -mv) (µS/cm) >S<I >I PB14 2,50 - 3,50 1,86 6,9 779 5,29 NEN Ba Toelichting bij tabel 8.4: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Arseen (As), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen [VOCl] en minerale olie [MO]; S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

19 Asbest (voormalige kas) Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn 3 grondmengmonsters (< 20 mm) samengesteld. Zoals reeds uitgebreid beargumenteerd is het ons inziens niet noodzakelijk om buiten de voormalige kas een compleet verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren. Ons inziens zijn de samengestelde monsters binnen de contouren van de voormalige kas tevens representatief voor de grond op het overige deel van de onderzoekslocatie. De samenstelling van de onderzochte mengmonsters en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling grondmengmonsters asbest Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen Sporen baksteen Sporen baksteen -

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Soort

Analysepakket

MMASB01 B03, B04, B05, B06 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1 MMASB02 B09, B11, B13, B15 Grond Asbest in grond (> 10 kg) 1 MMASB03 B07, B14 Grond Niet geanalyseerd Toelichting bij tabel 8.5: Sporen < 1 % bodemvreemd materiaal; Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat < 20 mm.

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de onderzoeksopzet zijn 2 grondmengmonsters geselecteerd voor de asbestanalyses (< 20 mm). De resultaten van de geanalyseerde asbestverdachte mengmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte grondmengmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaten Monstercode

Soort materiaal

Hechtgebonden

MMASB01 MMASB02 Toelichting bij tabel 8.6: Niets aangetoond.

Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

Type -

Gemeten < 20 mm (mg/kg d.s.) <1 <1

Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) <1 <1

20

8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Verkennend bodemonderzoek In het onderzochte grondmengmonster MM01 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv; zand) uit de boringen B07 en PB14 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte grondmengmonster MM02 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv; zand) uit de boringen B01, B03, B05 en B06 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte grondmengmonster MM03 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv; zand) uit de boringen B08, B09, B13 en B15 is een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de onderzochte grondmengmonsters MM04 (0,5-2,0 m-mv; zand) van de zintuiglijk schone ondergrond uit de boringen B01, B07, B11 en B13 en MM05 (0,5-2,0 m-mv; klei) van de zintuiglijk schone ondergrond uit de boringen B07 en PB14 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

Teeltlaag onderzoek In de onderzochte grondmengmonsters MMOCB01 en MMOCB02 van de sporen baksteenhoudende teeltlaag (allen zand), uit boringen verspreid over de gehele onderzoekslocatie, zijn licht verhoogde gehalten voor drins aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. De overige onderzochte OCB parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte grondmonster MOCB03 van de zintuiglijk schone (oorspronkelijke) teeltlaag (klei) ter plaatse van boring PB14 zijn voor de onderzochte OCB parameters geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. PFAS In de onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv; zand) en MPFAS02 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-1,0 m-mv; klei) zijn geen verhoogde gehalten voor PFAS aangetoond ten opzichte van de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB14 is een licht verhoogde gehalten voor barium aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende streefwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.

Verkennend onderzoek naar asbest (voormalige kas) Tijdens het verkennend onderzoek naar asbest zijn zowel op het maaiveld als in het opgeboorde/opgegraven materiaal zintuiglijk (> 20 mm) geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de onderzochte mengmonsters MMASB01 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) uit de proefgaten B03, B04, B05 en B06 en MMASB02 van de sporen baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv, zand) uit de proefgaten B09, B11, B13 en B15 ter plaatse van de voormalige kas, is analytisch geen asbest aangetoond (< 1 mg/kg d.s.). Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

21 9.

CONCLUSIES EN AANBEVELING 9.1.

Verkennend bodemonderzoek

Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreinigingen met diverse NEN parameters. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien zowel in de onderzochte grond als in het onderzochte grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergronden streefwaarden. Aangezien de meetwaarden de indexwaarde van 0,5 niet overschrijden, zijn verder geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Teeltlaag onderzoek Voor de teeltlaag is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond voor drins (individuele OCB-parameter). PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. 9.2.

Verkennend onderzoek naar asbest (voormalige kas)

Voor wat betreft asbest is voor de locatie een hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. Zintuiglijk is in zowel de opgeboorde en opgegraven grondlagen geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is eveneens geen asbest aangetoond. Zoals reeds is beargumenteerd is het ons inziens niet noodzakelijk om buiten de voormalige kas een volledig verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren. Dit gedeelte van de onderzoekslocatie is, mede op basis van de analyseresultaten, onverdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging. De zintuiglijke waarnemingen (sporen baksteen, geen asbestverdacht materiaal) ter plaatse van het aanvullend gegraven proefgat B01 komen overeen met de zintuiglijke waarnemingen in de gegraven proefgaten ter plaatse van de voormalige kas. Derhalve zijn de gegraven proefgaten binnen de voormalige kas tevens representatief voor het overige gedeelte buiten de voormalige kas. Aangezien in de gegraven proefgaten binnen de voormalige kas zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest (< 1,0 mg/kg d.s.) asbest is aangetroffen, is het definitief niet noodzakelijk om op het overige deel van de locatie aanvullende proefgaten te graven en/of aanvullende analyses uit te voeren. Verhoeven Milieutechniek B.V.

besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Diverse onderzoeken, Veluwstraat 16 te Ewijk Rapportnr.: B20.7764 versie: 01 datum: 25 juni 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=a3b190c8-4597-4981-af6f-5904f09de5c0